Interview Erik van Engelen, directeur UNETO-VNI

Interview Erik van Engelen, directeur UNETO-VNI

In vele sectoren, waaronder de gebouwde omgeving, groeit het belang van de techniekcomponent razendsnel. UNETO-VNI, de ondernemersvereniging voor de installatiebranche en de technische detailhandel, heeft – samen met zes andere organisaties in de installatiebranche – TNO en Panteia gevraagd de impact daarvan voor de diverse marktsegmenten in kaart te brengen. Conclusies van de toekomstverkenning Connect2025 zijn ondermeer, dat grenzen tussen technische branches vervagen en het steeds moeilijker is gekwalificeerd personeel te vinden. Erik van Engelen, algemeen directeur van UNETO-VNI, over toekomst, markt en belangen:

UNETO-VNI: ‘Belang van de techniekcomponent in bouw groeit razendsnel’

Zes nauw met elkaar verbonden thema’s bepalen over zeven jaar het aangezicht van de technische installatiebranche: verstedelijking, de reductie van CO2-uitstoot en afval, het toenemend belang van data, het verdwijnen van grenzen tussen branches, de aansluiting van het onderwijs op de praktijk en nieuwe werkwijzen met bijbehorende bedrijfsmodellen. Het in goede banen leiden van de trek naar de steden is bijvoorbeeld alleen mogelijk door slim om te gaan met ICT. Slimme concepten op het gebied van bouwen, energie en mobiliteit houden steden straks leefbaar.

Verwachtingen

Erik van Engelen, algemeen directeur van UNETO-VNI, merkt op dat de toekomst al is begonnen. “Je ziet steeds meer hoogbouw, met appartementen in allerlei soorten en maten, variërend van 40 tot 180 m2. Op 2 juni heb ik samen met Maxime Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland, de Dag van de Bouw geopend op Katendrecht (Rotterdam). Een voormalige industriële loods wordt daar getransformeerd in hoogbouw met onder andere een appartementencomplex. Het bijzondere is dat de toekomstige bewoners zelf de grootte en indeling van hun appartement mogen bepalen. Dit soort modulaire keuzes gaan we steeds vaker tegenkomen.” Bovendien is de wijze van techniekimplementatie daar al in lijn met de verwachtingen voor 2025. Van Engelen vertelt hoe technici de bedrading/bekabeling, die voor elk appartement op maat is ontworpen, pal naast het gebouw in een raamwerk verwerken, dat ze vervolgens omhoog takelen en op de vloer leggen of aan het plafond monteren. Daarna volgt de afwerking. “Dat is echt het nieuwe installeren.”

Enthousiast

Ontwerpers houden tegenwoordig rekening met domotica (huisautomatisering), Internet of Things en grotere datastromen. “Slimme woningen en gebouwen moeten zijn voorzien van een goed communicatiesysteem voor en tussen alle op internet aangesloten apparaten, inclusief steeds meer huishoudelijke apparatuur.” UNETO-VNI anticipeert op deze ontwikkeling door met de aangesloten technische detailhandel (denk aan Mediamarkt en BCC) én de installatiebranche binnen een goed protocol zuivere afspraken te maken over het zodanig aanleggen van draadloze netwerken dat ze elkaar niet storen.

“Een wifi-zendertje om in de huiskamer te kunnen internetten voldoet niet meer, systemen moeten betrouwbaar zijn, zeker als bijvoorbeeld ouderen ze gebruiken om in noodsituaties alarm te slaan. We zijn al ver, maar zetten daarin zeker nog stappen.” Van Engelen benadrukt dat techniek wat betreft bouw en infra de grootste component is, die nog meer aan belang zal winnen. “Zeker als het gaat over renovatie-woningbouw. Dan praat je over zeventig à tachtig procent van de totale bouwsom. Vooral in bijvoorbeeld verzorgings- en ziekenhuizen en openbare gebouwen is die techniek heel specifiek. Daar komt zoveel bij kijken.”

Enthousiast noemt Van Engelen het ‘fantastische’ nieuwbouwcomplex van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in Den Haag ‘met die markante hoge toren’. “Op allerlei plekken zijn datanetwerken geïmplementeerd, werken draadloze apparaten en zijn slimme brandmelders geïnstalleerd. Al die techniek is aangepast op gebruik en gedrag. Als je binnenloopt gaat gelijk de verlichting aan in jouw zone. Gebouwen worden in hoog tempo slim. Dat wordt straks normaal.”

‘De toename van technologie in alle marktsegmenten én de energietransitie leiden ertoe dat de komende jaren 15.000 tot 20.000 nieuwe technici nodig zijn in de installatiebranche’

Transformatie

De transformatie in de installatiebranche gaat niet op alle onderdelen even snel. “Wat datatechniek betreft kunnen we alles leveren wat de klant vraagt, maar die kent vaak de mogelijkheden niet en vraagt er dus niet naar. Terwijl grootschalig verzamelen en analyseren van data een schat aan informatie oplevert. Denk aan meer energiezuinigheid of efficiënter beheer en onderhoud. Wat aardgas betreft ligt het anders. Daarvan heeft de overheid duidelijk gezegd dat we op termijn helemaal af moeten van het Slochterengas.

Tenzij er zwaarwegende bezwaren zijn mogen nieuwbouwwoningen sinds 1 juli niet meer worden aangesloten op aardgas, vanaf 1 januari is alle nieuwbouw echt aardgasvrij.” De vraag is echter of de bouwkolom voldoende is voorbereid op de transformatie naar laagtemperatuurinstallaties met warmtepompen, die goed geïsoleerde huizen gelijkmatiger, constanter en milieuvriendelijker verwarmen dan de traditionele centrale verwarmingsinstallaties. “Ik denk dat we op dat gebied nog een uitdaging hebben. We zijn daarom bezig met het inrichten van cursuslocaties, waar we Nederlandse monteurs in hoog tempo kunnen opleiden voor de warmtepomptechnologie”, zegt Van Engelen. “In de nieuwbouw zien we vooral toekomst voor de volledig elektrische warmtepomp. Zeker in combinatie met zonnepanelen zullen de energiekosten fors lager uitvallen, maar de initiële investering is wel hoger dan bij een traditionele cv-installatie. Voorlopig kunnen we vooral in bestaande bouw vooruit met hybride warmtepompen. Die onttrekken bijvoorbeeld warmte aan de buitenlucht en leveren zo duurzame warmte.”

Alleen wanneer het buiten heel koud is, zorgt de cv-ketel voor extra capaciteit die in dat geval nodig is om de woning van warmte en warm water te voorzien. Hybride pompen zijn goedkoper en gebruikers besparen tot wel 40 procent op hun gasgebruik. “Samen met een aantal andere organisaties heeft UNETO-VNI een manifest uitgebracht waarin we voorstellen vanaf 2021 alleen nog cv-ketels te plaatsen in combinatie met een duurzaam alternatief, zoals een hybride warmtepomp of een -zonneboiler. Dit is nadrukkelijk géén verbod op de traditionele cv- installatie. Daarom moeten de monteurs zowel verstand hebben van traditionele gasinstallaties als van warmtepompen. De markt verandert niet van vandaag op morgen. We zullen nog jarenlang cv-ketels plaatsen in de bestaande bouw en al die toestellen moeten we goed onderhouden. Wat betreft UNETO-VNI zouden we de huidige gasinfrastructuur moeten behouden, omdat die enorm solide is en geschikt om ook andere soorten dan Slochterengas te transporteren, zoals duurzaam gas, waterstof of buitenlands gas.”

Interview Erik van Engelen, directeur UNETO-VNI

‘Nul is de toekomst’

‘Nul is de toekomst’ staat in het rapport Connect2025. “Dat betekent dat we uiteindelijk zonder additionele CO2-uitstoot door het verbranden van fossiele brandstoffen aan de complete energiebehoefte kunnen voldoen. De uitdaging is te bereiken dat we straks als de zon schijnt en de wind waait in voldoende mate elektriciteit kunnen opwekken en ook duurzaam gas kunnen produceren met elektrolyse of via industriële processen. Dat gebeurt echter vaak op andere momenten dan wanneer de energievraag hoog is, bijvoorbeeld als het koud en donker is. Daarom moeten we op zoek naar een transformatiemodel, waarbij we kortstondig energie kunnen opslaan. Bijvoorbeeld door een accu in de ruimere meterkast of in de wijk, of opslagtanks voor gas dat ’s zomers niet wordt gebruikt.”

Het is al mogelijk woningen volledig zelfvoorzienend te bouwen. Een beproefde slimme bouwmethode is gebruikmaken van warmte-instraling, met grote ramen aan de zuidkant en geen of kleine ramen aan de noordzijde. Ook het opslaan van warmte in steen in de vorm van vloer- of muurverwarming is en goede manier om huizen gelijkmatig op temperatuur te houden. Steen houdt warmte lang vast. In combinatie met zonneboilers en -panelen die elektriciteit genereren kunnen bewoners zelfs energie overhouden. “Helaas zijn de huizen die we nu realiseren vijf jaar geleden ontworpen en daarin is nog geen rekening gehouden met de recente ontwikkelingen. Het was toen crisis en we hadden heel andere ideeën over de kostprijs van woningen”, aldus Van Engelen.

Personeelstekort

“Het tekort aan gekwalificeerd personeel is momenteel een probleem voor alle technische branches. Er is vergrijzing en te weinig jongeren kiezen voor een technische opleiding. Dat geldt niet alleen voor de bouw, ook voor de automobielindustrie en de metaalsector. Wij roepen de hulp in van het ministerie van Onderwijs daarin verandering te brengen. Daarnaast proberen we met minder mensen toe te kunnen door processen anders in te richten, installaties met andere technieken aan te leggen en onderhoud slimmer en efficiënter uit te voeren. In de automobielsector is dat al een feit. Nieuwe auto’s hoeven al lang niet meer na 5.000 kilometer terug naar de garage voor een doorsmeerbeurt. De eerste 30.000 kilometer hoef je überhaupt niet meer langs te komen. Ook het beheer en onderhoud van technieken de we toepassen in huizen, gebouwen, infrastructuur en de industrie wordt steeds efficiënter. Dat moet ook want de installatiequote, het aandeel installatietechniek in een project, blijft toenemen. De toename van technologie in alle marktsegmenten én de energietransitie leiden ertoe dat de komende jaren 15.000 tot 20.000 nieuwe technici nodig zijn in de installatiebranche”, zegt Van Engelen. “ De problematiek is enorm, maar de sector komt met creatieve oplossingen om het werk gedaan te krijgen. Er zijn al installatietechnische projecten waarbij we statushouders inzetten.”

UNETO-VNI-voorzitter Doekle Terpstra is aanjager van het Techniekpact. Dit brede samenwerkingsverband tussen overheden en het bedrijfsleven is bedoeld om de techniekinstroom te stimuleren en te zorgen voor een landelijk dekkend netwerk van techniekopleidingen. “In het recente verleden zijn er helaas veel mbo-techniekopleidingen gesloten. Onbegrijpelijk gezien de enorme opgave van de energietransitie, maar het is wel gebeurd.”

Gelijk- en wisselspanning

Ten slotte benadrukt Van Engelen dat de installatiebranche niet denkt in problemen, maar in oplossingen en innovaties. “We wekken steeds meer energie op met zonnecellen. Die leveren gelijkstroom, die we met omvormers omzetten naar wisselstroom en soms opnieuw naar gelijkstroom. In dat proces gaat steeds energie verloren, vooral in de vorm van warmte. Dat is bizar. Bovendien zijn elektronische componenten, die veel grondstoffen bevatten, nodig om deze omzettingen te regelen. Voor sommige toepassingen zien we mogelijkheden voor een transitie naar gelijkstroom. Dat vraagt om nieuwe afspraken over protocollen en spanningen en aanvankelijk ook flinke investeringen, maar uiteindelijk is het goedkoper, want alle omvormers en adapters kunnen weg. In eerste instantie moeten we apparaten nog zowel op het stopcontact als de gelijkspanningsrail kunnen aansluiten, maar als alle leveranciers van bijvoorbeeld tv’s en computers meewerken is uiteindelijk het laatste de standaard.”

Advertisment ad adsense adlogger