Steeds meer werknemers gaan door na de AOW-leeftijd

Meer werknemers blijven actief na de AOW leeftijd

Steeds meer werknemers blijven ook na het bereiken van de AOW leeftijd actief in loondienst. Nieuwe cijfers van het CBS laten zien dat deze ontwikkeling doorzet. Voor werkgevers is dat een kleine opsteker. Vooral omdat vakbekwaam personeel lastig te vinden is. Ervaren vakmensen, uitvoerders en ondersteunende krachten blijven langer beschikbaar voor de arbeidsmarkt. Tegelijk vraagt dit om goed personeelsbeleid, aandacht voor duurzame inzetbaarheid en een praktische kijk op instroom, uitstroom en kennisbehoud. Zeker ook in de bouw, infra en techniek.

“Medio 2026 was 1,7 procent ouder dan de AOW leeftijd”

96.000 werknemers werken door

1,7 procent ouder dan AOW leeftijd, dat komt neer op 152 duizend mensen. Ter vergelijking: in het eerste kwartaal van 2018 ging het nog om 1,2 procent. Oftewel 96 duizend werknemers. De stijging laat zien dat doorwerken na de AOW voor een groeiende groep normaal wordt. Voor bedrijven is dat van belang, omdat ervaring, vakkennis en inzetbaarheid van oudere medewerkers op veel plekken nog steeds hard nodig zijn.

Voor de praktijk van bouwen en uitvoering is dit een interessant gegeven. In sectoren waar personeelskrapte, specialistische kennis en projectdruk samenkomen, kan het doorwerken na de AOW helpen om continuïteit te houden in de organisatie. Denk aan functies waarin overzicht, veiligheidsbesef, planning en begeleiding van jongere collega’s een grote rol spelen. Juist daar kan een werknemer met veel praktijkervaring nog van grote waarde zijn.

Mannen vaker in loondienst na AOW-leeftijd

De cijfers maken ook duidelijk dat mannen vaker boven de AOW leeftijd in loondienst blijven dan vrouwen. Van alle mannelijke werknemers was 2,3 procent ouder dan de AOW-leeftijd. Bij vrouwen lag dat aandeel op 1,1 procent. Sinds 2018 zijn beide aandelen met ongeveer 0,5 procentpunt toegenomen. Dat betekent dat de opmars van werken na de AOW breed zichtbaar is, ook al blijven de verschillen tussen mannen en vrouwen bestaan.

Dat de AOW-gerechtigde leeftijd sinds 2013 stapsgewijs is verhoogd tot 67 jaar, heeft de arbeidsmarkt zichtbaar veranderd. Toch is vooral opvallend dat ook boven die grens meer mensen actief blijven. De keuze om langer door te werken hangt vaak samen met gezondheid, plezier in het werk, binding met collega’s en de wens om betrokken te blijven. Voor werkgevers is het dus verstandig om niet alleen naar leeftijd te kijken, maar ook naar belastbaarheid, roosterwensen en inzet op maat.

In de bouw, infra en techniek kan dat bijvoorbeeld betekenen dat oudere werknemers minder zwaar fysiek werk doen. En juist meer bijdragen in werkvoorbereiding, begeleiding op de bouwplaats of kwaliteitscontrole. Zo kan AOW personeel een stabiele factor zijn binnen teams waar kennisoverdracht belangrijk is. Dat temeer omdat ook een groeiende groep, in de bouw en infra, gebruik maakt van de zwaarwerkregeling.

Lees verder onder de afbeelding.
Meer werknemers blijven actief na de AOW-leeftijd

Switch naar andere branche

Het CBS meldt verder dat in het tweede kwartaal ruim 20 duizend mensen ouder dan de AOW-leeftijd instroomden in een bedrijfstak. Dat was 1,3 procent van de totale instroom. Het gaat hier om werknemers die een jaar eerder nog niet in die branche werkten. Ongeveer de helft van deze instroom komt uit een andere bedrijfstak. De rest had eerder geen baan als werknemer.

Die mobiliteit is ook voor werkgevers in uitvoering en projectorganisaties interessant. Een deel van de oudere werknemers kiest er dus niet alleen voor om door te werken, maar stapt ook nog over naar een andere sector of organisatie. Dat kan kansen bieden voor bedrijven die behoefte hebben aan direct inzetbare mensen met werkervaring. Zeker in ondersteunende, coördinerende of controlerende functies kan een werknemer na de AOW snel waarde toevoegen.

Bij de uitstroom blijft het aandeel werknemers boven de AOW-leeftijd beperkt. Van alle uitstromers is 2,2 procent ouder dan de AOW-leeftijd. De groep van 55 jaar tot de AOW-leeftijd is duidelijk groter en komt uit op 14,4 procent. De grootste uitstroom zit nog altijd bij jongere werknemers onder de 25 jaar. Dat is logisch, omdat deze groep relatief vaak wisselt van baan, een opleiding afrondt of een nieuwe stap zet naar een andere bedrijfstak.

Verschillen per sector

De verschillen tussen sectoren zijn groot. In verhuur en handel van onroerend goed en in vervoer en opslag werken verhoudingsgewijs de meeste werknemers boven de AOW-leeftijd. Dit met respectievelijk 4,3 en 3,6 procent. In openbaar bestuur en overheidsdiensten en in informatie en communicatie liggen die aandelen juist laag, op 0,6 en 0,7 procent. Deze spreiding laat zien dat de ruimte voor langer doorwerken sterk samenhangt met het soort werk, de organisatievorm en de personeelsvraag.

De uitstroom onder oudere groepen bestaat voor een groot deel uit pensionering. Voor mensen boven de AOW-leeftijd geldt dat het grootste deel stopt vanwege pensioen. Toch gaat nog 9 procent na het bereiken van de AOW aan de slag in een andere bedrijfstak. In de groep van 55 jaar tot de AOW-leeftijd stroomt 37 procent uit naar pensioen, 22 procent naar een uitkering en 20 procent naar een andere bedrijfstak.

Wanneer gaat jouw AOW gerechtigde leeftijd in? Je AOW-leeftijd bereken je hier.

Bron: CBS, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Advertisment ad adsense adlogger