Home Blog Pagina 64

Dit zijn vijf belangrijke bouwtrends in 2025

0
Dit zijn vijf belangrijke bouwtrends in 2025

De bouwsector is voortdurend in beweging. Nieuwe technologieën, strengere regelgeving en een groeiend bewustzijn van duurzaamheid veranderen de manier waarop gebouwen worden ontworpen en gerealiseerd. De volgende vijf bouwtrends zien we in 2025 zeker terug.

1. Duurzaam bouwen wordt de standaard

Duurzaamheid is niet langer een optie, maar een vereiste. Gebouwen moeten voldoen aan steeds strengere milieunormen, zoals BREEAM en LEED-certificeringen. Aluminium schrijnwerk speelt een belangrijke rol in deze transitie. Het materiaal is licht, sterk en ook nog eens volledig recyclebaar. Hiermee wordt de ecologische footprint van projecten flink verkleind. Gebruik daarvoor bijvoorbeeld alu kozijnen en deuren met thermische onderbrekingen, zodat warmteverlies geminimaliseerd wordt. Of creëer grote glaspartijen, ondersteund door slanke aluminium profielen, om te zorgen voor optimaal gebruik van natuurlijk licht.

2. Modulair en flexibel bouwen

Modulaire bouwmethoden zijn in opkomst. Ze bieden snelheid en flexibiliteit en zijn dan ook nog eens relatief goedkoop, waardoor ze perfect aansluiten aan de eisen van de markt. Aluminium schrijnwerk is ideaal voor modulaire constructies dankzij de veelzijdigheid en aanpasbaarheid van het materiaal. Het materiaal is geschikt voor zowel tijdelijke als permanente constructies en is licht van gewicht en toch sterk. Dit vergemakkelijk transport en installatie.

3. Energiepositieve gebouwen

In 2025 zullen energiepositieve gebouwen, dus gebouwen die meer energie produceren dan ze verbruiken, steeds vaker voorkomen. Aluminium speelt ook hierin een sleutelrol door de compatibiliteit met energiezuinige technologieën, zoals zonnepanelen en slimme gevelsystemen. Dergelijke integraties zorgen voor een verbetering van de energie-efficiëntie. Het is ook de moeite waard om de warmte- en koelingsbehoeften beter op elkaar af te stemmen. Dit kan bijvoorbeeld met behulp van thermisch geïsoleerde profielen.

4. Slimme gebouwen en IoT-integratie

De integratie van Internet of Things (IoT) in de bouwsector neemt ook verder toe. Slimme gebouwen, uitgerust met sensoren en geautomatiseerde systemen, verhogen het comfort en de efficiëntie. Raam- en deursystemen kunnen bijvoorbeeld worden uitgerust met sensoren voor automatische bediening en geïntegreerde ventilatiesystemen in aluminium gevels verbeteren de luchtkwaliteit. Slimme oplossingen kunnen ook een rol spelen in het optimaliseren van energiebesparing en gebruikservaring.

5. Focus op esthetiek en functionaliteit

Architecten en ontwikkelaars zoeken steeds vaker naar oplossingen die uitstraling en functionaliteit combineren. Aluminium schrijnwerk biedt een modern design met veelzijdige toepassingen, van minimalistische gevels tot elegante vouwwanden. Je kunt er bijvoorbeeld slanke profielen mee creëren, voor een strak, modern uiterlijk. Daarbij is het materiaal beschikbaar in een breed scala aan afwerkingen en kleuren. Ook in deze trend is dus een belangrijke rol weggelegd voor aluminium schrijnwerk. We mogen dus concluderen dat 2025 weleens hét jaar zou kunnen worden voor dit veelzijdige en ijzersterke materiaal.

Herstel van de bouw, al snel 73.000 nieuwe woningen verwacht

0
Herstel van de bouw productie, dit jaar 73.000 nieuwe woningen verwacht

De bouwsector kromp rond de 3 procent afgelopen jaar. Ondanks die krimp en stijgende kosten, lukte het de meeste bouwbedrijven hun resultaten te verbeteren. Vooral omdat zij de prijzen konden verhogen en bouwmateriaal weer wat goedkoper werd. Voor 2025 is herstel van de sector verwacht. Dat komt met name door de aantrekkende woningbouw en herstel van de bouw productie, zo bericht ING Research.

“Bouw productie herstelt dit jaar na dip in 2024, groei en 73.000 nieuwe woningen verwacht”

Groei bouw productie

Toename van de verkoop van nieuw gebouwde woningen, meer geplande orders en stijgende omzetten bij projectontwikkelaars wijzen erop dat de woningbouw in de lift zit. Vooral de productie van nieuwe woningbouw had in 2024 nog last van eerdere vertraging in de verlening van bouwvergunningen en dalende verkopen in 2023. Gelukkig is voor 2025 weer groei van de productie in de bouw van tenminste 1,5 procent verwacht.

Dit komt vooral door de nieuwbouw van woningen. Veel signalen staan in de woningbouw op groen. Hogere lonen en de iets lagere rente zorgen ervoor dat men weer meer kan lenen om een huis te kopen. Verkopen van nieuwbouw nemen toe. Dat is ook te zien in de orderintake van woningbouwers. Die is zeer fors gestegen. Ook groeien de omzetten bij projectontwikkelaars weer flink.

Bottlenecks woningbouw

Verdere groei van de woningbouw zal echter nog te beperkt zijn en kan de vraag niet aan. Bottlenecks zoals een tekort aan bouwgrond, complexe langdurige projectontwikkeling en feitelijke financiële haalbaarheid. Maar de bouw productie wordt ook vertraagd door netcongestie. Nieuwe woonwijken kunnen daardoor niet op het elektriciteitsnetwerk worden aangesloten. De overheid werkt aan versnelling van de woningbouw, maar de uitdagingen blijken tijdrovend en hardnekkig.

“De vraag naar nieuwbouw trekt stevig aan. Nu is het echter weer de aanbodzijde die door onder andere een tekort aan bouwgrond, complexe projectontwikkeling en juridische vertragingen de bottleneck is. We verwachten daardoor een beperkte groei van het aantal nieuwbouwwoningen in 2025 tot circa 73.000 ten opzichte van 68.000 in 2024”, verteld Maurice van Sante, senior econoom van ING Research.

Bouwmaterialen en loonkosten

Prijzen van bouwmaterialen zijn het afgelopen jaar weer wat gedaald. Zo krompen deze met bijna één procent in oktober van 2024. Het zijn vooral de loonkosten die voor hogere bouwkosten zorgen. Eind 2024 lagen deze gemiddeld bijna 9 procent hoger dan een jaar eerder.

De hoge loonkosten drukken momenteel minder op de bedrijfsresultaten dan de hogere materiaalkosten voor de woningbouw eerder. Winsten blijven in de gehele bouwsector over het algemeen goed op peil. Door de toenemende verwachte volumes neemt ING research aan dat ook de resultaten van bouwbedrijven in 2025 verder verbeteren. Het blijft daarbij belangrijk om te blijven investeren in digitalisering, gewildheid als werkgever en verduurzaming.

Utiliteitsbouw blijft nog achter

Investeringen in bedrijfsgebouwen in de utiliteitsbouw staan helaas nog onder druk in vergelijking met de woningbouw. Bedrijven blijven terughoudend met nieuwe investeringen. De onzekere geopolitieke situatie zorgt ervoor dat ondernemers investeringen in nieuwe bedrijfspanden uitstellen.

1.500 nieuwe woningen in Brainpark Rotterdam

0
Bouw 1.500 nieuwe woningen in Brainpark Rotterdam gestart

Gisteren is in het Brainpark in Rotterdam de bouw van de eerste 741 woningen in het Max Euwe Kwartier van start gegaan. Het gaat om 430 huurwoningen in het middensegment en 311 huurwoningen in het hogere segment. Vanaf 2025 worden er nog eens 750 woningen gebouwd, waaronder sociale en middenhuur woningen en een woon-zorgcomplex.

Rotterdam ontvangt van het Rijk ruim 7,5 miljoen om de bouw van de 430 middenhuur woningen in Brainpark te kunnen versnellen

Straks 30.000 woningen

Brainpark maakt deel uit van de Oostflank van Rotterdam, het gebied tussen Prins Alexander en Zuidplein. Rotterdam gaat hier in de toekomst 30.000 woningen bouwen. De bouw van de huizen gaat samen met de komst van een nieuwe stadsbrug tussen IJsselmonde en Kralingen en met snel OV tussen Zuidplein en Kralingse Zoom.

Het Brainpark ligt tussen de Erasmus Universiteit en de A16 en is nu nog vooral een kantorenpark. Maar daar komt dus verandering in. Op andere plekken in het Brainpark is in 2023 al de bouw van ruim 600 studentenwoningen en starterswoningen van start gegaan. De nu nieuw te bouwen woningen komen in een groene en waterrijke omgeving. Verder komen op de begane grond van de woningbouwcomplexen 7.600 vierkante meter aan kantoren, horeca, winkels en maatschappelijke voorzieningen.

Levendig Brainpark

Wethouder Chantal Zeegers: “We bouwen al studentenwoningen in het Brainpark, maar er is ook veel behoefte aan sociale huur en huurwoningen in het midden- en hogere segment. Die vraag stijgt alleen maar. We willen met dit project hieraan tegemoetkomen. Mensen wonen hier in de toekomst heel prettig. Je woont er straks in een levendig stuk stad met veel groen en water, dat bovendien goed bereikbaar is met het OV en de fiets”.

Gevarieerde bestemming

Voor kantoren en bedrijven blijft 90.000 vierkante meter beschikbaar. Verouderde kantoorpanden in Brainpark gaan veranderen in duurzame werkplekken en woningen. Er worden in totaal 3.000 huur- en koopwoningen gebouwd, in de sociale huur, het midden- en het hogere segment.

Beeld: Bakkers Hommen / Gemeente Rotterdam.
Bron: Gemeente Rotterdam en Wikipedia.

Bedrijfswagens in de bouw: Alles over slimme mobiliteit

0
Bedrijfswagens in de bouw Alles over slimme mobiliteit

In de bouwsector draait alles om efficiëntie. Of je nu materialen moet vervoeren, je team van project naar project brengt of zware machines nodig hebt. Een goede bedrijfswagen is onmisbaar. Het aanbod aan bedrijfswagens groeit met de dag. En fabrikanten spelen steeds meer in op de specifieke behoeften van bouwprofessionals.

Compact, maar krachtig: De voordelen van kleine bedrijfswagens

Niet elke bouwklus vereist een grote bakwagen. Voor kleine tot middelgrote projecten zijn de Volkswagen Caddy of Ford Transit Connect enorm populair. Deze wagens bieden voldoende laadruimte voor gereedschap. En dat terwijl ze wendbaar blijven in drukke stadscentra of op smalle bouwplaatsen. Ook zijn ze vaak zuiniger in brandstofverbruik en goedkoper in onderhoud. Voor zzp’ers in de bouw is dit vaak een slimme, betaalbare keuze.

Grote spelers: Ruimte en kracht voor zware klussen

Heb je grotere bouwmaterialen of zwaar gereedschap dat dagelijks vervoerd moet worden? Dan zijn de grotere bedrijfswagens zoals de Mercedes-Benz Sprinter of Iveco Daily ideaal. Deze voertuigen hebben vaak een laadruimte van meer dan 17 kubieke meter. Hierdoor kun je met gemak complete stellingen of pallets vervoeren. Veel van deze modellen zijn bovendien uitgerust met handige snufjes, zoals laadkleppen en interne bevestigingssystemen, om veilig en efficiënt te kunnen laden. Dat maakt ze perfect voor aannemers en grote bouwbedrijven die meerdere projecten tegelijk managen.

Elektrisch rijden in de bouw: De opkomst van duurzame bedrijfswagens

Duurzaamheid is een steeds belangrijker thema. Ook in de bouw. Elektrische bedrijfswagens zijn niet langer alleen interessant voor koeriersdiensten. Ze vinden ook hun weg naar de bouwsector. Denk aan modellen zoals de Ford E-Transit of de Mercedes-Benz eVito. Deze voertuigen bieden een respectabele actieradius en zijn ideaal voor klussen in stedelijke gebieden. Wel zo belangrijk waar milieuzones en strengere uitstootregels steeds meer de norm worden. Hoewel ze in aanschaf iets duurder zijn, zijn de onderhoudskosten lager en profiteren ondernemers van subsidies en belastingvoordelen.

Bedrijfswagen verzekeren: Dit moet je weten

Of je nu een kleine bestelbus hebt of een grote vrachtwagen. Een goede verzekering voor je bedrijfswagen is wel zo belangrijk. In de bouwsector is er altijd een verhoogd risico op schade. Denk aan door bijvoorbeeld lading die verschuift of gereedschap dat per ongeluk iets raakt. Naast de verplichte WA-bedrijfswagen verzekeren kun je kiezen voor aanvullende dekkingen, zoals een allrisk-verzekering of een inzittendenverzekering. Specifieke bouwverzekeringen dekken zelfs schade aan je lading of materieel tijdens het transport. Kijk goed naar wat jouw werkzaamheden vereisen en ga voor een pakket dat bij jouw bouwbedrijf past.

Flexibiliteit op maat: Bestelwagens met modulaire oplossingen

Steeds meer fabrikanten bieden bedrijfswagens aan met modulaire opties, speciaal ontworpen voor de bouwsector. Denk hierbij aan schuifladesystemen, op maat gemaakte rekken en compartimenten om gereedschap veilig op te bergen. Dit soort oplossingen zijn bijvoorbeeld beschikbaar bij merken als Renault (Kangoo en Master) en Opel (Vivaro). Door een bedrijfswagen aan te passen aan jouw specifieke behoeften, werk je efficiënter en voorkom je onnodige rompslomp tijdens een drukke werkdag. Deze flexibiliteit kan op lange termijn tijd én geld besparen.

Mobiliteit als dienst: Bedrijfswagens leasen of delen

Een bedrijfswagen kopen is niet altijd de slimste optie. Vooral voor kleinere bedrijven of startende ondernemers in de bouw kan leasen of autodelen veel voordelen bieden. Met een leasecontract hoef je geen grote investering te doen en zijn onderhoudskosten vaak inbegrepen. Voor ondernemers die hun wagenpark flexibel willen inzetten, zijn deelconcepten zoals Swapfiets voor bedrijfswagens een opkomende trend. Zo kun je eenvoudig inspelen op drukke periodes zonder onnodig stilstaande voertuigen in je bezit.

Slimme mobiliteit in de bouw draait om meer dan alleen het kiezen van de juiste wagen. Met de juiste verzekeringen, duurzame opties en modulaire aanpassingen maak je je werk efficiënter, veiliger en toekomstbestendig.

Kabinet zet in op infra onderhoud en ruimte voor aanleg van projecten

0
Kabinet zet in op onderhoud infra en er is ruimte voor aanleg van projecten

Zoals bekend en al aangegeven door het vorige kabinet, zijn er de komende jaren grote onderhoudsopgave aan onze wegen, vaarwegen en spoorwegen. Dat vraagt veel mankracht, materialen en investeringen. Het onderhoud is noodzakelijk om Nederland nu en in de toekomst in beweging te houden. Hierdoor is er minder geld beschikbaar voor grote nieuwe investeringen in de Nederlandse infrastructuur.

“Stikstof, beschikbaar budget en personeelsgebrek zitten infra in de weg”

“Nieuwe projecten, met name voor de aanleg van wegen, zijn daarnaast door gebrek aan financiële middelen, stikstofruimte en personele capaciteit moeilijk uitvoerbaar. Maar we kijken naar wat wél kan om Nederland bereikbaar te houden en waar mogelijk de bereikbaarheid te verbeteren”, zo bericht het ministerie.

Bereikbaarheid

Het kabinet heeft 2,5 miljard euro beschikbaar om nieuwe woonwijken goed bereikbaar te maken. Daarmee wil de regering de bouw van nieuwe woningen stimuleren en makkelijker maken. Het gaat om maatregelen op plekken waar op korte termijn nieuwe woningen gebouwd kunnen worden. Om welke projecten het precies gaat, wordt op een later moment besloten.

Ondanks dat er een aantal grote aanlegprojecten in de vorige kabinetsperiode gepauzeerd zijn, wordt er ongeveer 700 miljoen euro geïnvesteerd in de aanpak van wegen en bereikbaarheidsmaatregelen in de regio’s.

Wegen en doorstroming

Het kabinet wil 200 miljoen euro reserveren voor het opstarten van wegenprojecten die eerder gepauzeerd werden. Regio’s waar projecten gepauzeerd zijn, hebben verschillende voorstellen ingediend om de bereikbaarheid te verbeteren.

Er wordt 206 miljoen euro uitgegeven aan verbeteringen van wegen of aan andere maatregelen die de doorstroming op de weg bevorderen. Hiervan gaat 47 miljoen euro naar maatregelen op de A1/A30 en A4 Haaglanden-N14 en 159 miljoen euro wordt beschikbaar gesteld voor maatregelen die knelpunten verminderen zoals bijvoorbeeld de aanpak van sluipverkeer, stimuleren van OV en fiets en/of een werkgeversaanpak.

Deze maatregelen worden uitgevoerd door de regio’s zelf. Het gaat om de volgende projecten: in de regio Breda-Tilburg (23 miljoen), A2 Deil-Vught (54 miljoen), A15 Papendrecht-Gorinchem (16 miljoen) en de A4 Haaglanden-N14 (16 miljoen) en A1/A28 knooppunt Hoevelaken (50 miljoen euro).

Voor betere doorstroming op het hoofdwegennet wil het kabinet 290 miljoen euro reserveren. Regionale partners kunnen de komende periode voorstellen doen voor kleine maatregelen die de doorstroming op het nationale weggennet verbeteren. Definitieve besluiten over maatregelen voor het bevorderen van de doorstroming en het opstarten van gepauzeerde wegenprojecten worden genomen in het voorjaar van 2025.

Gepauzeerde infra projecten opstarten zodra het kan

“Om Nederland goed bereikbaar te houden moet er fors geïnvesteerd worden in onderhoud, maar óók in aanleg. Projecten die gepauzeerd zijn moeten worden opgestart zodra dat kan, zodat weggebruikers straks weer beter kunnen doorrijden. De auto en dus onze wegen zijn een belangrijke voorwaarde voor het gevoel van vrijheid. Daarom investeren we ook 700 miljoen euro in kleinere maatregelen om de doorstroming op het wegennet en de bereikbaarheid in de regio’s te verbeteren”, aldus minister Barry Madlener.

Noord en Oost

Tijdens de gesprekken met Noordelijk Nederland is er nog geen besluit genomen over hoe er verder wordt gegaan met de Lelylijn en de Nedersaksenlijn. De twee spoorlijnen bieden in potentie een grotere kans op werk voor de inwoners van Noordelijk Nederland en belangrijke voorzieningen zoals ziekenhuizen, scholen en culturele instellingen worden beter bereikbaar. Daarnaast zouden de spoorlijnen veel nieuwe woningen kunnen ontsluiten. Maar beide projecten vragen om forse investeringen. Het Rijk en Noordelijk Nederland hebben afgesproken dat er de komende tijd nog meer gesprekken nodig zijn voordat wordt besloten hoe deze projecten een vervolg kunnen krijgen.

Lelylijn en Nedersaksenlijn; (nog) geen standpunt kabinet

Staatssecretaris Chris Jansen: “In het regeerprogramma en het hoofdlijnenakkoord staan de Lelylijn en Nedersaksenlijn opgenomen als belangrijke spoorlijnen. Ik zou daarom graag bij beide projecten een stap vooruit willen zetten. Op dit moment is de tijd daar echter nog niet rijp voor. Met het kabinet hebben we nog geen standpunt ingenomen hoe we het beste verder kunnen gaan met deze twee projecten”.

“Enerzijds hebben we grote ambities en zien we dat beide spoorlijnen van grote meerwaarde kunnen zijn voor Noordelijk Nederland. Anderzijds is er op dit moment geen zicht op de financiële middelen die nodig zijn voor deze projecten. Daarom heb ik met de regionale Noordelijke partijen afgesproken dat we voor het einde van het jaar nog een keer met elkaar om tafel gaan om te spreken over een vervolg voor de Lelylijn en Nedersaksenlijn”.

In Noord Nederland zijn wel afspraken gemaakt over 75 miljoen euro die eerder beschikbaar is gekomen voor aanpassingen aan station Meppel. Het geld zal onder andere worden gebruikt voor het aanpassen van emplacement Meppel waarbij er een vierde perronspoor wordt aangelegd. Dit vergroot de capaciteit en komt de betrouwbaarheid van de dienstregeling ten goede.

N33

Met de regio is door het kabinet afgesproken de twee Tracés van de N33 te combineren in één project. Voor de N33 Noord (Appingedam-Eemshaven) wordt op dit moment een MIRT-onderzoek uitgevoerd. De uitkomsten van dit onderzoek worden eind 2025 besproken. Eerder is geld vrijgemaakt voor de N33 Midden (Zuidbroek – Appingedam) in het kader van het herstelpakket voor Groningen. Dit project moet zo snel mogelijk weer worden opgestart. Dit gebeurt zodra er voldoende stikstofruimte, geld en personeel beschikbaar is.

ViA15

De Raad van State verklaarde begin oktober het Tracébesluit voor de ViA15 onherroepelijk. Dat betekent dat de A15 wordt verbonden met de A12 en daarmee de bereikbaarheid in en via de regio Arnhem-Nijmegen verbetert. Dat is goed nieuws voor de regio, maar ook voor de bereikbaarheid tussen de haven Rotterdam en Duitsland. Door de lange beroepsprocedure lag het project langere tijd stil en werden projectteams afgebouwd. De komende tijd worden de projectorganisaties van de aannemerscombinatie en Rijkswaterstaat weer opgebouwd en wordt er gewerkt aan onder andere een nieuwe projectplanning.

Noordwest en Zuidwest

Rijk en regio Amsterdam hebben de samenwerkingsovereenkomst voor de MIRT-Verkenning OV-Verbinding Amsterdam Sloterdijk-Amsterdam Centrum ondertekend. Met deze overeenkomst leggen partijen afspraken vast over de samenwerking in de verkenningsfase. Het onderzoek richt zich op een betere bereikbaarheid en ontsluiting met openbaar vervoer tussen Sloterdijk en Amsterdam Centrum, specifiek voor de eerste fase van de grootschalige woningbouwontwikkeling in Haven-Stad. Deze samenwerkingsovereenkomst is een belangrijke mijlpaal in het verdere proces.

De Metropoolregio Rotterdam Den Haag en het ministerie hebben vorig jaar afgesproken dat gezamenlijk 550 miljoen euro wordt geïnvesteerd in de uitbreiding van het metronet van Rotterdam en in de Randstad-rail. Deze afspraken zijn dit jaar verder uitgewerkt. Zo wordt de capaciteit van metrostation Beurs vergroot en de doorstroming verbeterd. Ook wordt de spoorbeveiliging van het gezamenlijke spoor van de RandstadRail en Metronet verbeterd zodat hier vaker kan worden gereden.

“De komende jaren worden er veel nieuwe woningen gebouwd. Dat zorgt voor meer reizigers. Het Rijk en de regio investeren daarom samen fors in de bereikbaarheid van metropoolregio Rotterdam Den Haag. Met 550 miljoen euro zorgen we dat het ov in de regio de reizigersgroei aankan. Zo kunnen reizigers straks op de lijn Rotterdam- Den Haag elke 5 minuten de metro pakken in plaats van elke 10 minuten”, verteld Staatssecretaris Chris Jansen namens het kabinet.

Zuid

In de regio Zuid hebben de provincie Limburg en het Rijk afspraken gemaakt over de herbestemming van de rijksbijdrage van 36,7 miljoen euro die bedoeld was voor de tram tussen Hasselt en Maastricht. De tram komt er niet, maar het geld zal nu onder andere worden besteed aan de overwegveiligheid tussen Maastricht en Eijsden, waardoor er een tweede Drielandentrein kan gaan rijden en de sloop van een oude spoorbrug over de Maas. Daarnaast maakt de provincie afspraken met de gemeente Maastricht over een bijdrage aan een fietsbrug over de Maas.

Er kan worden gestart met de aanlegfase van het project Wilhelminakanaal Sluis II. Met dit project wordt het Wilhelminakanaal geschikt gemaakt voor klasse IV schepen waarmee de bereikbaarheid van het belangrijke knooppunt Tilburg verder wordt vergroot. De afspraken over cofinanciering met de provincie Noord-Brabant en de gemeente Tilburg worden begin volgend jaar vastgelegd in een bestuursovereenkomst.

Bus en fiets

Er komen twee pilots voor snelle bussen in Brabant en Noord-Holland. Bus Rapid Transit is een bussysteem waarbij met hoge frequentie en snelheid gereden wordt. Het Rijk en de regio hebben afgesproken gezamenlijk maximaal 2 miljoen euro beschikbaar te stellen voor de proefprojecten. Eindhoven (A50) – Meierij en Haarlem – Schiphol – Amsterdam zijn de gekozen trajecten voor deze pilots.

Het moet volgens het kabinet een aantrekkelijke keuze blijven om de fiets te pakken. Goede door- fietsroutes zijn daarvoor belangrijk. Met deze routes fiets je veilig en comfortabel van A naar B, zonder onderbrekingen. Het Rijk gaat daar structureel aan bijdragen. Van 2024 tot 2026 wordt in totaal 18 miljoen euro geïnvesteerd. Dit geld wordt verdeeld over 12 verschillende projecten door heel Nederland. Zo wordt er bijvoorbeeld ruim 1,3 miljoen euro geïnvesteerd in de door- fietsroute ‘Het Pico Bello Pad‘ tussen Ede en Wageningen. Het doel is dat deze routes in 2028 klaar zijn zodat iedereen daar gebruik van kan maken.

ISDE verduurzamings subsidie weer open voor aanvragen

0
ISDE subsidie weer open vanaf 2 januari

De Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE) is weer beschikbaar met een budget van 555 miljoen euro. Woningeigenaren kunnen weer ISDE subsidie aanvragen voor de verduurzaming van hun woning.

“Met de nieuwe ISDE subsidie komt de overheid extra tegemoet aan de kosten die woningeigenaren moeten maken voor o.a. biobased isoleren”

Hogere subsidie

De subsidie voor isolatiemaatregelen is in 2025 omhoog gegaan. Met de wijziging komt de overheid tegemoet aan de kosten die woningeigenaren moeten maken voor biobased isoleren. De bedragen voor isolatie verdubbelen bovendien als woningeigenaren voor meer dan één (isolatie)maatregel subsidie aanvragen. Hierdoor is het ook financieel aantrekkelijker om de woning grondig te isoleren.

Eigenaren van een woning kunnen met de ISDE een deel van hun investeringen vergoed krijgen. Onder meer voor isolatie, een warmtepomp of zonneboiler. Ook is er ISDE voor zakelijke aanvragers. Nieuw in 2025 is de mogelijkheid voor woningeigenaren om hogere subsidiebedragen voor glasisolatie aan te vragen en het in twee keer aanvragen van subsidie voor glas. Dit kan binnen 24 maanden nadat de eerste glasisolatie-maatregel is uitgevoerd. Daarnaast komen ook kleinere raamoppervlakken, vanaf 3 vierkante meter in aanmerking voor de ISDE.

Voor zakelijke gebruikers wordt de subsidie voor kleinschalige windturbines verhoogd van 66 naar 140 euro per vierkante meter rotoroppervlak.

Particuliere verhuurders

Een particuliere verhuurder kan straks voor subsidie op warmtepompen en zonneboilers Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH) inzetten. Hierdoor kan de particuliere verhuurder straks een complete aanvraag doen bij één regeling.

Verlaging subsidie kleine lucht-waterwarmtepompen

Zij die een lucht-waterwarmtepomp met een vermogen tot 13 kW aanschaffen, krijgen met de 2025 ISDE een lager subsidiebedrag. Woningeigenaren die in 2025 subsidie aanvragen en een bewijs van aanschaf uit 2024 aanleveren, ontvangen nog de subsidie die gold in 2024.

Aanvragen?

De nieuwe ISDE subsidie kan worden ingediend bij de RVO. De regeling wordt door die instantie uitgevoerd in opdracht van het ministeries van Klimaat en Groene Groei en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.

Zie ook:
Gemeente kan ISDE subsidie aanvragen en ontvangen voor woningeigenaren.

Overwaarde 220.000 euro bij een gemiddelde koopwoning

0
Overwaarde 220.000 euro bij gemiddelde koopwoning

De gemiddelde koopwoning heeft momenteel een waarde van 499.000 euro. Twee jaar geleden lag de overwaarde nog gemiddeld op 175.000 euro. Die waarde zorgt ervoor dat een groot deel van de woningmarkt mede beter bestand is tegen potentiële prijsdalingen in de toekomst, aldus Calcasa.

“Koopwoningen die voor 2000 zijn verkocht hebben meeste overwaarde door lange periode waarin waarde kon stijgen”

Koplopers

Schiermonnikoog, Vlieland en Ameland horen bij de gemeenten met relatief de hoogste overwaarde. Bloemendaal voert de lijst aan met een van 495.000 euro, gevolgd door Laren, Blaricum, Heemstede en Wassenaar. In Haarlem is de overwaarde zowel relatief (met 85 procent) als absoluut (met 306.000 euro) hoog.

De provincies Noord- en Zuid-Holland hebben de hoogste totale waarde per koopwoning over, elk meer dan 125 miljard euro. Noord-Brabant staat op de punt om de grens van de 100 miljard overwaarde te doorbreken, waarna Gelderland (77 miljard) en Utrecht (68 miljard) volgen. Zeeland loopt met 13 miljard achterop, vergeleken bij de rest van de provincies.

Overwaarde vaststellen

Nederland telt ruim acht miljoen woningen met een totale woningwaarde van bijna vier biljoen euro. Voor de berekening keek men naar bestaande koopwoningen die minimaal één verkooptransactie hebben gehad sinds 1 januari 1993.

Dat zijn in totaal ruim drie miljoen woningen met een totale waarde van ruim 1,5 biljoen euro. Vergeleken met de laatste historische aankoopprijs komt dit neer op gemiddeld 220.000 euro waarde over per woning. Als we deze overwaarde vergelijken met de historische aankoopprijs, dan bedraagt de overwaarde 75 procent.

“De daadwerkelijke overwaarde ligt waarschijnlijk hoger aangezien de berekening uitgaat van een hypotheek van 100 procent van de aankoopprijs, zonder rekening te houden met aflossingen. Daarnaast zijn woningen die voor 1993 voor het laatst verkocht zijn ook niet meegenomen in het onderzoek. Hierdoor is de inschatting van de overwaarde conservatief”, bericht men.

Lees verder onder de afbeelding.
Gemiddelde overwaarde koopwoning per provincie. Bron Calcasa
Procentuele overwaarde per gemeente.

Totaal aan overwaarde

De ruim drie miljoen woningen met een transactie vanaf 1993 hebben een totale waarde van ruim 1,5 biljoen euro. De oranje lijn in de figuur hieronder laat de ontwikkeling van de totale overwaarde zien. Deze bedraagt op dit moment ruim 660 miljard euro.

Woningen die voor 2000 zijn verkocht, hebben gemiddeld de meeste waarde over vanwege de lange periode waarin hun waarde kon stijgen. Daarentegen hebben woningen die rond 2008 zijn verkocht minder overwaarde door de prijsdalingen tijdens de kredietcrisis.

Energielabel

Slechts 1,9 miljoen woningen hebben zowel een geregistreerd energielabel als een transactie sinds 1993. Dit komt omdat een energielabel alleen verplicht is bij een woningtransactie. Hierdoor heeft 51 procent van de koopwoningen in Nederland geen geregistreerd energielabel.

Woningen met een A-label hebben gemiddeld €192.000 aan over waarde. Bij woningen met een B-label is dit met €191.000 bijna gelijk. Woningen met een C t/m E label hebben duidelijk minder overwaarde. Opvallend genoeg hebben F-label woningen met bijna €197.000 gemiddeld de meeste overwaarde. G-label woningen zitten daar met bijna €196.000 euro kort achter.

De belangrijkste verklaring hiervoor is dat in deze groep relatief veel oudere woningen zitten met een vroeg transactiemoment. Hierdoor hebben deze woningen een langere periode gehad om overwaarde op te bouwen.

En bij prijsdaling van de woning?

Is de woningvoorraad tegen een mogelijke prijsdaling? Men onderzocht dit door drie verschillende scenario’s te toetsen.

De gemiddelde overwaarde ligt op dit moment op 220.000 euro. In een scenario met een prijsdaling van 10 procent per jaar duurt het tot 2031 voordat deze overwaarde is verdampt. In een scenario met 5 procent daling per jaar duurt dit tot 2037, en bij een prijsdaling van 3 procent per jaar duurt dit zelfs tot 2046.

Ook bekeek men wat het effect zou zijn van een crisis zoals de kredietcrisis. Tussen 2008 en 2013 zijn de woningen in prijs met circa 17 procent gedaald. Als dit opnieuw zou gebeuren, dan neemt de overgebleven waarde met gemiddeld 80.000 euro per koopwoning af. Dit betekent dat ruim 36 procent van de overwaarde verdampt. Belangrijk om vast te stellen is, dat het om het gemiddelde gaat.

Bron en infographic: Calcasa.

Zie ook: Bestaande koopwoningen gemiddeld 11,5 procent duurder.

Wat zijn de gemaakte Woontop afspraken

0
woontop afspraken woningen

De woningnood in Nederland blijft een dringend probleem dat vraagt om gezamenlijke actie en ambitieuze plannen van overheden, marktpartijen en andere betrokkenen. Tijdens de Woontop 2024 zijn vergaande afspraken gemaakt om de bouw van woningen op te schalen, betaalbaarheid te waarborgen en de doorlooptijd van projecten te verkorten. Met een doel van honderduizend nieuwe woningen per jaar en een focus op samenwerking, innovatie en versnelling, vormen de Woontop afspraken een belangrijke stap richting een oplossing voor de woningcrisis.

Ambitie voor 100.000 woningen per jaar

Een van de kernpunten van de Woontop afspraken is de ambitie om jaarlijks honderduizend nieuwe woningen te realiseren. Dit omvat zowel koop- als huurwoningen, waarbij nieuwbouw en het beter benutten van bestaande gebouwen hand in hand gaan. Tweederde van deze woningen moet betaalbaar zijn voor huishoudens met een laag of middeninkomen. Dit betekent sociale huur, middenhuur en betaalbare koophuizen, met minimaal 30 procent sociale huur.

De betaalbaarheid wordt verder vastgelegd in een Algemene Maatregel van Bestuur bij de Wet versterking regie op de Volkshuisvesting. Onderzoek door ABF wijst uit dat als minder dan tweederde van de woningen betaalbaar is, de beschikbaarheid voor lagere inkomens afneemt. Gemeenten zullen in hun volkshuisvestingsprogramma’s rekening houden met lokale behoeften, vooral aan grondgebonden woningen.

Financiële haalbaarheid en uitdagingen

De financiële kant van deze plannen is onderzocht door Rebel Group en Stadkwadraat. De beschikbare middelen voor de komende vijf jaar lijken grotendeels voldoende, mits gemeenten 50 procent cofinancieren. Toch zijn er onzekerheden, zoals kosten door netcongestie, stikstofregels en waterrichtlijnen. Ook staan rendementen voor middenhuur onder druk en zijn er tekorten aan infrastructuur.

De Woontop afspraken stellen dat betaalbaarheid regionaal wordt bepaald, met ruimte voor aanpassingen per locatie. Dit helpt om projecten financieel haalbaar te houden. Partners committeren zich aan het monitoren van knelpunten en overleg met de minister als oplossingen uitblijven.

Woningzoekenden centraal in plannen

Een belangrijk thema binnen de afspraken is het centraal stellen van woningzoekenden. Meer woningen, betere doorstroming en betaalbaarheid staan voorop. Er wordt gekeken hoe deze groep een sterkere stem kan krijgen in juridische procedures tegen woningbouwprojecten. Ook moeten gemeenten woningzoekenden betrekken bij planvorming en lokale raden oprichten voor advies.

Vergunningen en woningbouwlocaties

Om de ambitie van 100000 woningen te halen, committeert men zich aan voldoende vergunningen. Via publiek-private monitoring wordt de voortgang gevolgd, zodat vertragingen snel worden aangepakt. Gemeenten en provincies concretiseren voor juli 2025 woningbouwplannen met locaties en prijssegmenten, ondersteund door het Rijk.

Voor de periode 2031-2034 wordt ook al vooruitgekeken naar programmering, met een reservecapaciteit van 130 procent. Dit alles wordt periodiek geactualiseerd aan woondealtafels, waarbij betaalbaarheid en doelgroepen centraal staan. Een Nota Ruimte zal integrale keuzes maken voor schaarse ruimte, met extra grootschalige woningbouwlocaties.

Woontop afspraken voor versnelling

Binnen de Woontop afspraken speelt versnelling een grote rol. Aan regionale versnellingstafels werken overheden, corporaties en marktpartijen samen aan snellere realisatie. Een publiek-private monitor brengt voortgang en knelpunten in kaart, met uniforme indicatoren. Vanaf juli 2025 gebruikt elke tafel deze monitor voor sturing.

Bij vertragingen wordt gezamenlijk gezocht naar alternatieve locaties binnen of buiten de woondeals. Dit alles gebeurt transparant, met een open boekenprincipe, om oplossingen te vinden op projectniveau.

Doorbraken in locatie-ontwikkeling

Om concrete resultaten te boeken, wordt een nieuwe manier van samenwerken ingevoerd. Deze aanpak leidde eerder tot succes in de Gnephoekpolder met 5500 woningen. In 2025 worden 20 kansrijke gebieden geselecteerd voor een soortgelijke doorbraak, met minimaal 100000 woningen. Voorbeelden zijn Lisserbroek en Utrecht, met plannen voor tienduizenden huizen.

Partijen delen kennis, middelen en grondposities om versnelling te realiseren. Dit wordt landelijk uitgerold, met strakke monitoring en afstemming op woondeals.

Extra woningen in specifieke gebieden

In 20 NPLV-gebieden streven 19 gemeenten naar 80000 woningen tussen 2025 en 2029, met een versnelling van 40000 en 10000 extra huizen. Het Rijk ondersteunt met expertise en middelen, onder meer door risicodeling en het versnellen van procedures. Aandacht gaat ook naar leefbaarheid en voorzieningen.

Sociale huur en middenhuur opschalen

Corporaties, VNG en Rijk willen de sociale huurvoorraad uitbreiden van 18000 naar 30.000 woningen per jaar in 2029. Dit moet wachtlijsten verkorten. Daarnaast zetten corporaties in op 5000 middenhuurwoningen per jaar vanaf 2029, met steun van het Rijk in Europa voor borging.

Voor starters, gezinnen en senioren moeten voldoende middenhuurwoningen komen, zowel via nieuwbouw als transformatie. Investeerders committeren zich aan maximale inspanning, met een analyse van het investeringsklimaat binnen zes maanden.

Beter benutten van bestaande gebouwen

Elke woning telt, dus wordt ingezet op transformatie, optoppen en wonen op boerenerven. Een landelijke aanpak moet dit opschalen, met oog voor kwaliteit en leefbaarheid. Gemeenten als Zoetermeer en Den Haag hebben al ambities voor honderden extra woningen via optoppen.

Het Rijk ondersteunt met expertise en financiering. Een leerprogramma onderzoekt combinaties van landbouw, wonen en natuur, met lessen voor beleid en praktijk.

Flexwoningen en korte termijnoplossingen

Verplaatsbare woningen zijn een waardevolle aanvulling op de woningvoorraad. Met afspraken over Flexcities komen er 2500 modulaire woningen en 1800 achtervanglocaties. Daarnaast worden uitdagingen zoals netcongestie in Flevoland en Gelderland aangepakt met netbewust bouwen.

Voor water, bodem en geluid rond Schiphol komen uniforme kaders en aanpassingen in regelgeving, met extra ruimte voor woningbouw in de regio.

Regelgeving vereenvoudigen via STOER

Het programma STOER richt zich op het aanpassen en schrappen van regels om sneller en goedkoper te bouwen, zonder in te boeten op gezondheid. Voorstellen hiervoor komen in 2025. Uniformering van bouwregels volgt EU-richtlijnen zonder extra nationale eisen.

Lokale overheden mogen geen strengere regels stellen, en afwijkende eisen worden besproken aan versnellingstafels. Dit moet leiden tot standaardisatie en positieve businesscases.

Innovatie voor snellere realisatie

De gemiddelde realisatietijd van tien jaar moet omlaag. Parallel plannen kan dit verkorten naar soms twee jaar. Digitalisering en typegoedkeuringen versnellen vergunningen, terwijl industrieel bouwen wordt opgeschaald naar 50 procent van de nieuwbouw in 2030.

Deze innovaties worden ondersteund door het Programma Innovatie en Opschaling Woningbouw, met focus op circulaire oplossingen waar mogelijk.

Specifieke woningen

Voor ouderen worden 288000 woningen gepland tot 2030, vastgelegd in woondeals. Studenten krijgen versneld 25000 kamers, met een doel van 60000 in 2030. Het Rijk, IPO en VNG organiseren extra capaciteit voor uitvoering, ondanks arbeidstekorten.

Financiële inzet en voortgang Woontop afspraken

Het Rijk steunt deze plannen met 20 miljard euro, waarvan 7,5 miljard door dit kabinet. Bij de Voorjaarsnota 2025 worden besluiten genomen over verdeling van middelen voor woningbouw en infrastructuur. Gemeenten committeren zich afhankelijk van bredere financiële afspraken met het kabinet.

De brochure met de Woontop afspraken downloaden (pdf).

Hoe de juiste technische componenten van Tameson de bouwtijd verkorten

0
Hoe de juiste technische componenten de bouwtijd verkorten

In de bouwsector zijn tijd en efficiëntie cruciale factoren. Een vertraging in het bouwproces kan niet alleen leiden tot hogere kosten, maar ook tot ontevreden klanten en gemiste deadlines. Het kiezen van de juiste technische componenten speelt hierbij een essentiële rol. Met de oplossingen van Tameson kunnen bouwprofessionals aanzienlijke tijdwinst boeken zonder in te leveren op kwaliteit.

De waarde van hoogwaardige componenten

Technische componenten zoals ventielen, koppelingen en slangen zijn vaak onzichtbaar voor het oog, maar ze vormen de ruggengraat van veel bouwprojecten. Kwalitatieve onderdelen zorgen voor een soepel proces, minder onderhoud en minder kans op storingen. Bij Tameson vind je een breed assortiment aan technische componenten die speciaal ontworpen zijn om te presteren in uitdagende omgevingen.

Efficiëntie dankzij maatwerk

Geen enkel bouwproject is hetzelfde, en maatwerk kan een groot verschil maken. Door de juiste componenten af te stemmen op de specifieke eisen van een project, kun je faalkosten minimaliseren. Tameson biedt oplossingen op maat die aansluiten op de unieke behoeften van bouwprofessionals, waardoor vertragingen tot het verleden behoren.

Snellere installatie en minder stilstand

Een ander voordeel van het gebruik van de juiste componenten is de eenvoudige installatie. Technische producten van hoge kwaliteit, zoals die van Tameson, worden geleverd met duidelijke specificaties en een ontwerp dat snelle montage mogelijk maakt. Dit resulteert in minder stilstand op de bouwplaats en een kortere oplevertijd.

Innovatie als sleutel tot succes

De bouwsector evolueert voortdurend, en innovaties spelen een sleutelrol in het verbeteren van processen. Door samen te werken met leveranciers zoals Tameson, die voorop lopen in technologie en duurzaamheid, kunnen bouwprofessionals niet alleen efficiënter werken, maar ook bijdragen aan een groenere toekomst.

Het verkorten van de bouwtijd begint met het maken van de juiste keuzes, en technische componenten zijn daar een belangrijk onderdeel van. Of je nu een klein renovatieproject uitvoert of werkt aan een grootschalige constructie, de producten van Tameson helpen je om efficiënter en betrouwbaarder te bouwen. Ontdek hoe deze hoogwaardige oplossingen jouw bouwprojecten naar een hoger niveau tillen.

Veel voorkomende fouten bij de installatie van zonnepanelen

0
Veel voorkomende fouten bij de installatie van zonnepanelen

Het is belangrijk dat de installatie van zonnepanelen wordt uitgevoerd door een ervaren en gecertificeerd zonnepaneleninstallateur. We spreken dan ook wel van een erkend zonnepaneleninstallateur. Een dergelijke installateur beschikt namelijk over de juiste kennis en ervaring om de installatie in goede banen te leiden.

We zien nog te vaak dat de installatie van een volledig zonnepanelensysteem fout gaat. De belangrijkste fouten die gemaakt worden zullen we uitgebreid behandelen, zodat je kunt voorkomen dat deze fouten bij jouw woning gemaakt worden.

Tegelijkertijd vormen de benoemde fouten de perfecte vragenlijst om jouw installateur de juiste vragen te stellen, zodat de kwaliteit van jouw installatie gewaarborgd wordt.

Zonnepanelen met een slechte oriëntatie

Het is belangrijk dat de installateur de zonnepanelen in de juiste oriëntatie plaatst, zodat de zonnepanelen zoveel mogelijk zonuren ontvangen. Hoe meer zonlicht er schijnt op jouw zonnepanelen, hoe meer groene stroom er opgewekt zal worden.

Als de zonnepanelen op het noorden gericht staan dan zullen de panelen het minste aantal zonuren ontvangen en behaalt u vaak het laagste rendement. Het westen en het oosten geeft in principe een goed rendement, maar dit rendement zal altijd nog zo’n 20% lager uitvallen dan met zonnepanelen op het zuiden. Het zuiden is dan ook de beste oriëntatie voor zonnepanelen waarmee in Nederland een rendement van 100% behaald kan worden.

Een oost-west opstelling kan handig zijn als u de stroomopbrengst wat beter over de dag wilt verspreiden. Op het zuiden zal het piekmoment van de stroomopbrengst in de middag zijn, waardoor er rond deze tijd veel stroom wordt opgewekt. Omdat we veel zonnepanelen hebben in Nederland, is de vergoeding voor het terugleveren van stroom rond de middag vaak laag. Er is namelijk een overschot aan stroom, waardoor de prijs daalt. Bij een dynamisch energiecontract krijg je dan dus amper geld terug voor het terugleveren van stroom.

Met een oost-west opstelling wek je meer stroom op in de ochtend en de avond, waardoor de prijs voor het terugleveren vaak hoger uitvalt. Als de salderingsregeling wordt afgeschaft, kan het ook voordelig zijn meer van je eigen stroom te gebruiken. Met een oost-west opstelling kun je ook een groot gedeelte van je zelf opgewekte groene stroom gebruiken.

Met deze kennis in het achterhoofd kun je de zonnepaneleninstallateur zijn kennis toetsen.

De zonnepanelen staan in de verkeerde hellingshoek

Het kan zo zijn dat de juiste oriëntatie is gekozen, maar de stroomopbrengst nog steeds te laag uitvalt. Dit komt vaak omdat de zonnepaneleninstallateur niet de juiste hellingshoek heeft verkozen. Met de juiste hellingshoek zorg je ervoor dat het zonlicht optimaal op het paneel schijnt, afgestemd op de gekozen oriëntatie.

De ideale hellingshoek per oriëntatie:
• Noorden is 15 graden
• Westen is 15 graden
• Oosten is 15 graden
• Zuiden is 35 graden, tussen de 30 en 45 graden

Dit zijn de ideale waarden voor de verschillende oriëntaties. Laat de installateur de juiste oriëntatie bepalen en vraag naar de hellingshoek die gehanteerd zal worden. Als de hellingshoek afwijkt van het optimale aantal graden weet je dat je potentiële stroomopbrengst misloopt. Soms is het niet mogelijk de zonnepanelen in de ideale hellingshoek te plaatsen, de installateur moet dit duidelijk kunnen redeneren. Anders raden we aan om nog even verder te zoeken naar iemand die er wel verstand van heeft.

De dakconstructie wordt niet op voorhand gecontroleerd

We spraken ook met specialisten van het erkende installatiebedrijf Zonnepanelen Noord. Zij gaven aan dat veel installateurs de stevigheid van de dakconstructie niet controleren. Uiteindelijk moet een dak natuurlijk over voldoende draagkracht beschikken om de zonnepanelen te kunnen dragen. De monteurs en installateurs moet het dak ook nog betreden, wat naast de zonnepaneleninstallatie zorgt voor extra gewicht. Als dit niet goed gecontroleerd wordt kan het dak al snel gaan lekken, of in het ergste geval instorten.

Wees er dus zeker van dat jouw installateur ook de stevigheid van het dak controleert en beaamd dat dit stevig genoeg is. In de ideale situatie wil je het misschien zwart op wit hebben, zodat je hier later op terug kunt komen.

Er wordt geen rekening gehouden met toekomstplannen

Een goede installateur stelt specifieke vragen over eventuele toekomstplannen die je hebt. Want jouw stroomgebruik van nu hoeft niet aan te sluiten op jouw stroomgebruik in de toekomst. Misschien wil je beginnen aan kinderen, waardoor het stroomgebruik toeneemt. Maar je kunt natuurlijk ook plannen hebben voor een thuisbatterij, laadpaal, of een warmtepomp die veel stroom gebruikt. In dit geval dient een goede installateur hier alvast rekening mee te houden. Bijvoorbeeld door micro-omvormers te plaatsen, waardoor het systeem eenvoudig uitbreidbaar is, of een omvormer te plaatsen met een hoge vermogen die uitgebreid kan worden. Daarnaast kunnen er ook gelijk extra zonnepanelen geplaatst worden, zodat je gelijk klaar bent voor de toekomst, zonder dat je te maken krijgt met extra voorrijkosten etc. Vraagt jouw installateur hier niet naar? Dan is dit een signaal van desinteresse.

Geen rekening houden met schaduw

Dit komt minder vaak voor, maar als deze fout wordt gemaakt dan kun je je installateur gelijk afschrijven. Er zijn namelijk installateurs die vergeten rekening te houden met schaduw op de zonnepanelen. Als er sprake is van schaduw op de zonnepanelen dan moeten er zonnepanelen optimizers of micro-omvormers geplaatst worden. Dit zorgt ervoor dat de spanning en voltages van de zonnepanelen per stuk geoptimaliseerd worden. Als er dan één zonnepaneel in de schaduw ligt, dan worden de prestaties van de andere zonnepanelen hier niet door beïnvloed. We spreken dan van een parallel geschakeld systeem. Biedt jouw installateur een serie-geschakeld systeem aan terwijl een zonnepaneel in de schaduw staat voor een gedeelte van de dag. Dan weet je voldoende en raden we aan een nieuwe installateur te zoeken.