De flexbranche staat voor een uitdagende periode nu nieuwe wet- en regelgeving de kosten van uitzendwerk verhoogt en de flexibiliteit beperkt. Wat betekent dit voor het traditionele uitzendbureau en hoe kunnen zij zich aanpassen aan deze veranderingen? ING verschafte meer duidelijkheid over de ontwikkelingen in de uitzendbranche.
Verwachte groei flexbranche
Voor dit jaar wordt een lichte groei in het aantal uitzenduren verwacht. Dankzij een aantrekkende economie neemt de vraag naar personeel in diverse sectoren toe. Bedrijven zoeken naar manieren om snel in te spelen op fluctuerende behoeften, en uitzendkrachten bieden hier vaak een oplossing. Toch is deze groei geen garantie voor succes. De sector krijgt te maken met toenemende kosten en strengere regels die het traditionele model van het uitzendbureau onder druk zetten. Het is een tijd van kansen, maar ook van onzekerheden voor organisaties die afhankelijk zijn van flexibele arbeid.
De aantrekkende economie zorgt ervoor dat bedrijven meer personeel nodig hebben. Dit geldt vooral voor sectoren zoals bouw, logistiek en zorg, waar pieken in de vraag vaak voorkomen. Uitzendkrachten spelen hier een belangrijke rol, maar de stijgende kosten kunnen deze dynamiek beïnvloeden. Veel bedrijven overwegen nu alternatieven, zoals tijdelijke contracten direct met werknemers. Dit kan de positie van het uitzendbureau verder verzwakken als zij hun aanpak niet aanpassen.
Stijgende tarieven door markt en regels
In 2026 worden opnieuw sterke stijgingen in de tarieven verwacht. Dit komt door een combinatie van een krappe arbeidsmarkt en nieuwe, strengere wetgeving. De schaarste aan personeel drijft de kosten voor bedrijven op, terwijl de overheid met regels probeert om meer zekerheid te bieden aan flexwerkers. Voor uitzendorganisaties betekent dit dat zij minder ruimte hebben om te concurreren op prijs. Het verdienmodel dat jarenlang succesvol was, staat daardoor onder grote druk.
De krappe arbeidsmarkt maakt het lastig om voldoende geschikte kandidaten te vinden. Tegelijkertijd zorgen de nieuwe regels ervoor dat uitzendwerk duurder wordt voor inhurende bedrijven. Dit kan leiden tot een afname in de vraag naar uitzendkrachten, vooral in sectoren waar kostenbeheersing een grote rol speelt. Bedrijven in de flexbranche moeten daarom zoeken naar manieren om zich te onderscheiden op andere vlakken dan alleen tarieven.
Impact wetgeving op uitzendbureau vanaf 2026
De overheid voert meerdere wetsvoorstellen in die de flexbranche ingrijpend veranderen. Een belangrijke wet is de ‘Wet meer zekerheid flexwerkers‘, die per 1 juli 2026 van kracht wordt. Deze wet versterkt de positie van flexwerkers door hen dezelfde rechten te geven als werknemers in loondienst. Denk hierbij aan een marktconform pensioen en een transitievergoeding. Dit verhoogt de kosten voor het uitzendbureau aanzienlijk, omdat zij meer moeten investeren in arbeidsvoorwaarden.
Daarnaast komt er vanaf 1 januari 2027 de ‘Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten‘, ook wel Wet TTA genoemd. Deze wet introduceert een certificeringsplicht voor uitzendorganisaties. Alleen bedrijven met een certificaat mogen arbeidskrachten uitlenen. Om dit certificaat te krijgen, moeten zij aantonen dat zij correcte lonen betalen en belastingen afdragen. Ook is een waarborgsom van 100.000 euro verplicht. Dit brengt extra kosten en regeldruk met zich mee, maar verhoogt ook de drempel voor nieuwe toetreders in de markt. Meer informatie over deze wet is te vinden via de officiële overheidswebsite.
Een derde wet, de ‘Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden‘ (VBAR), volgt halverwege 2026. Deze wet vervangt de eerdere Wet DBA en biedt criteria om arbeidsrelaties beter te beoordelen. Het doel is om schijnzelfstandigheid tegen te gaan en meer duidelijkheid te scheppen. Voor het uitzendbureau betekent dit extra administratieve lasten, omdat zij moeten aantonen dat hun werkwijze voldoet aan de nieuwe normen.
Verandering voor uitzendbureau’s door kostenstijging
De strengere wetgeving heeft als doel om een gelijk speelveld te creëren op de arbeidsmarkt. Flexwerkers krijgen meer zekerheid, en de verschillen met vaste contracten worden kleiner. Maar deze veranderingen maken uitzendwerk niet alleen duurder, maar ook minder flexibel voor bedrijven die inhuren. Het concurreren op lage tarieven door minimale arbeidsvoorwaarden aan te bieden, is straks niet meer mogelijk. Dit heeft gevolgen voor veel organisaties in de sector, vooral voor diegenen die hun bestaansrecht baseren op lage kosten.
Experts voorspellen een shake-out onder uitzendbureau organisaties. Bedrijven die niet in staat zijn om hun model aan te passen, zullen moeite hebben om te overleven. Vooral kleinere spelers die afhankelijk zijn van lage tarieven, lopen risico. De markt zal zich waarschijnlijk consolideren, waarbij grotere organisaties met meer middelen een voorsprong hebben. Dit kan leiden tot minder diversiteit in de sector, maar mogelijk ook tot een hogere kwaliteit van dienstverlening.
Toekomst uitzendbureau’s: focus op kwaliteit en HR
De flexbranche bevindt zich in een overgangsfase waarin oude verdienmodellen niet langer houdbaar zijn. Waar vroeger de nadruk lag op het leveren van grote aantallen uitzendkrachten, verschuift de aandacht nu naar kwaliteit, expertise en specialisatie. Uitzendbureaus moeten hun toegevoegde waarde opnieuw definiëren om relevant te blijven. Dit betekent dat zij zich minder richten op pure bemiddeling en meer op bredere HR-dienstverlening.
Een mogelijke richting is het bieden van opleidingen en loopbaanbegeleiding. Hiermee kan het uitzendbureau een rol spelen in arbeidsmobiliteit. Bijvoorbeeld door werknemers te helpen overstappen van krimp- naar groeisectoren. Daarnaast kunnen zij bedrijven adviseren over personeelszaken en hen ontzorgen op HR-gebied. Deze verbreding van diensten versterkt niet alleen de band met klanten, maar zorgt ook voor een hogere waarde in de ogen van opdrachtgevers. Het is een kans voor de sector om zich te herpositioneren.
Strategische keuzes zijn onvermijdelijk voor bedrijven in de flexbranche. Zij moeten investeren in kennis en relaties om zich te onderscheiden. Dit vraagt om een andere mindset, waarbij niet de kwantiteit, maar de kwaliteit van de dienstverlening voorop staat.
Bron: ING.
Zie ook:












