De woningmarkt in Nederland laat een opvallend verschil zien tussen de grote steden in de Randstad en daarbuiten. Terwijl de huizenprijzen in de G4-steden zoals Amsterdam en Utrecht minder hard stijgen, is de huizenprijsstijging in steden buiten de Randstad juist aanzienlijk. Wat veroorzaakt deze kloof en welke factoren spelen een rol in deze ontwikkeling? ING deed onderzoek.
Huizenprijsstijging in de G4 onder druk
In de vier grootste steden van Nederland, de zogenaamde G4, lijkt de huizenprijsstijging af te remmen. Een belangrijke reden hiervoor is de slechte betaalbaarheid van woningen in steden als Amsterdam en Utrecht. Met vierkante meter prijzen van rond de 8.500 euro in Amsterdam en 6.500 euro in Utrecht is het voor veel kopers lastig om een passende woning te vinden.
Daarnaast spelen verkopende beleggers een rol. Zij brengen meer woningen op de markt, wat de prijsdruk verlaagt. Ook verlaten steeds meer dertigers deze steden, op zoek naar betaalbare en ruimere alternatieven elders.
Jonge gezinnen hebben het vooral zwaar in de G4. Zij zoeken vaak naar meer woonruimte, maar vinden dat binnen hun budget amper in deze steden. Dit drijft hen naar omliggende gemeenten of verder weg.
Verschuiving naar steden buiten de Randstad
Buiten de Randstad is een heel ander beeld te zien. Steden zoals Nijmegen, Den Bosch en Enschede trekken steeds meer woningzoekers aan. De betaalbaarheid is hier een stuk gunstiger, met gemiddelde vierkante meterprijzen rond de 4.500 euro. Dit varieert van ongeveer 3.500 euro in Enschede tot 5.000 euro in steden als Nijmegen.
Deze steden profiteren ook van veranderende woonwensen. Sinds de opkomst van thuiswerken hechten mensen minder waarde aan een korte woon-werkafstand. In plaats daarvan zoeken ze een ruimer huis met bijvoorbeeld een extra kamer of een grotere tuin in een rustigere omgeving.
Het gevolg is dat de vraag naar koopwoningen in deze gebieden toeneemt. Dit zorgt voor een snellere huizenprijsstijging dan in de G4. Vooral starters en gezinnen zien hier kansen om binnen hun budget een geschikte woning te vinden.
Regionale verschillen in huizenprijsstijging
De huizenprijsstijging verschilt sterk per regio. Terwijl in sommige steden buiten de Randstad de prijzen met meer dan 10 procent per jaar stijgen, blijft de groei in de G4 achter. Dit komt deels door de uitstroom van dertigers uit steden als Amsterdam en Utrecht, die op zoek gaan naar meer betaalbare opties.
In Rotterdam en Den Haag, waar de vierkante meterprijzen lager liggen rond de 4.800 en 5.000 euro, is de druk iets minder groot. Toch zien ook deze steden een verschuiving van vraag naar omliggende gebieden of verder weg.
Onderzoek van de Universiteit van Amsterdam toont aan dat gezinnen in de G4 eerder kiezen voor meer ruimte buiten de stad. Dit patroon wordt ondersteund door cijfers over verhuizingen en woningverkopen in 2024.
Woonvoorkeuren en de impact op de markt
De veranderende woonvoorkeuren hebben een duidelijke invloed op de woningmarkt. Een ruimer huis met extra faciliteiten weegt voor veel kopers zwaarder dan een centrale locatie. Dit maakt steden buiten de Randstad aantrekkelijker, zeker nu thuiswerken voor velen de norm is geworden.
Hoewel ook in deze steden dertigers per saldo vertrekken, is de uitstroom minder groot dan in de G4. Dit betekent dat de vraag naar woningen hier stabieler blijft of zelfs groeit, wat de prijsdruk verder opvoert.
Wat betekent dit?
De huizenprijsstijging in steden buiten de Randstad laat zien hoe dynamisch de Nederlandse woningmarkt is. Terwijl de G4 kampt met betaalbaarheidsproblemen, bieden andere steden kansen voor woningzoekers. Deze ontwikkeling lijkt voorlopig door te zetten, gedreven door zowel prijsverschillen als nieuwe woonwensen.
Voor kopers kan dit een kans zijn om buiten de bekende grote steden te kijken. De betaalbaarheid en beschikbaarheid van ruimte spelen daarbij een grote rol. Hoe deze trend zich verder ontwikkelt, hangt af van meerdere factoren, waaronder de economische situatie en woonbeleid.
Bron: ING en Wikipedia.














