De woningmarkt in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) blijft een grote uitdaging vormen voor veel huishoudens. Ondanks enkele positieve ontwikkelingen, zoals een verbeterde betaalbaarheid in de sociale huursector, is de kloof tussen woningprijzen en inkomens onverminderd aanwezig. Vooral lage en middeninkomens hebben moeite om een passende woning te vinden, terwijl de druk op de markt in de hele regio voelbaar blijft. Het recente onderzoek Wonen in de Metropoolregio Amsterdam (WiMRA) 2025 biedt inzicht in deze problematiek en toont aan dat er nog veel werk aan de winkel is om de balans te herstellen.
Spanning op de woningmarkt MRA blijft hoog
De woningmarkt MRA staat al jarenlang onder enorme druk, en de eerste resultaten van het WiMRA 2025-onderzoek bevestigen dat dit in 2025 niet anders is. De verhouding tussen de prijzen van woningen en de inkomens van huishoudens in de regio is nog steeds scheef. Vooral huishoudens met een laag inkomen hebben moeite om een betaalbare woning te vinden, omdat het aanbod van sociale huurwoningen kleiner is dan de vraag. Hoewel deze kloof de afgelopen jaren niet verder is gegroeid, is er ook geen verbetering te zien, wat betekent dat veel mensen in de MRA nog steeds worden geconfronteerd met hoge woonlasten of lange wachttijden voor een passende woning.
Daarnaast is de groei van de particuliere huursector, die in voorgaande jaren nog toenam, tot stilstand gekomen. Het aandeel koopwoningen in de totale woningvoorraad is licht gestegen, van 47 in 2023 naar 48 procent in 2025. Dit kan samenhangen met nieuwe wetgeving en fiscale maatregelen die het verhuren van particuliere huurwoningen minder aantrekkelijk hebben gemaakt voor investeerders. Voor huurders in de sociale sector zijn er wel lichtpuntjes: de betaalbaarheid van hun woonlasten is verbeterd. Maar in de midden- en dure huursegmenten geven juist meer huishoudens een groot deel van hun inkomen uit aan wonen, wat de ongelijkheid op de woningmarkt verder illustreert.
Minder nieuwbouw en groei van huishoudens
In 2024 werden in de Metropoolregio Amsterdam ongeveer 14.000 nieuwe woningen toegevoegd aan de voorraad. Dit aantal ligt hoger dan in 2023, maar blijft achter bij de piek van 2021 en 2022. Tegelijkertijd is de groei van het aantal huishoudens in de regio afgenomen, van 3,7 tussen 2021 en 2023 naar ongeveer 2 procent tussen 2023 en 2025. Deze vertraging in groei biedt enige verlichting, maar lost de structurele problemen op de woningmarkt MRA niet op. Binnen de regio was de relatieve groei van zowel woningen als huishoudens het grootst in de deelregio Almere-Lelystad, waar meer ruimte voor nieuwbouw beschikbaar is dan in dichtbebouwde gebieden zoals Amsterdam zelf.
De afname in nieuwbouwproductie kan deels worden toegeschreven aan economische factoren, zoals stijgende bouwkosten en strengere regelgeving. Dit maakt het voor ontwikkelaars lastiger om projecten snel te realiseren. Voor huishoudens betekent dit dat de wachttijden voor een woning langer worden, vooral in segmenten waar de vraag het grootst is, zoals sociale huur en betaalbare koopwoningen. De regio staat voor de opgave om de bouw van nieuwe woningen te versnellen zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit of betaalbaarheid.
Particuliere huursector stagneert in groei
Een opvallende ontwikkeling in de MRA is de stagnatie van de particuliere huursector. Waar dit segment in voorgaande jaren nog groeide, bleef het aandeel particuliere huurwoningen tussen 2023 en 2025 stabiel op 20%. Dit kan te maken hebben met recente veranderingen in wet- en regelgeving, die verhuurders minder ruimte geven om hoge huren te vragen of flexibele contracten aan te bieden. Daarnaast spelen fiscale aanpassingen een rol, die het minder aantrekkelijk maken om te investeren in huurwoningen. Het gevolg is dat de beschikbaarheid van huurwoningen in dit segment niet toeneemt, wat de druk op andere delen van de markt verder vergroot.
Het aandeel middenhuur binnen de totale woningvoorraad is zelfs licht gedaald, van 7 naar 6 procent, terwijl het percentage dure huur stabiel bleef op 10 procent. Vooral voor middeninkomens is dit een zorgelijke trend, omdat zij vaak niet in aanmerking komen voor sociale huur, maar ook niet genoeg verdienen om een woning in het dure segment te bekostigen of een huis te kopen. Dit laat zien hoe belangrijk het is om meer betaalbare huurwoningen in het middensegment te realiseren, zodat deze groep niet tussen wal en schip valt op de woningmarkt.
Kloof tussen inkomens en woningprijzen in de woningmarkt MRA
Een van de meest hardnekkige problemen op de woningmarkt MRA is de mismatch tussen de inkomens van huishoudens en de prijzen van woningen. Tussen 2017 en 2023 werden woningen in de regio steeds duurder, waardoor de kloof tussen wat mensen verdienen en wat zij aan woonlasten kunnen dragen, steeds groter werd. Hoewel deze kloof sinds 2023 niet verder is toegenomen, is er ook geen verbetering zichtbaar. In 2025 is 44 procent van de huishoudens in de MRA afhankelijk van een laag inkomen, terwijl slechts 36 procent van de woningvoorraad bestaat uit sociale huurwoningen die voor deze groep betaalbaar zijn.
Voor middeninkomens is de situatie niet veel beter. Hoewel het aandeel betaalbare woningen voor deze groep licht steeg van 10 naar 12 procent, nam ook het percentage huishoudens met een middeninkomen toe, van 13 naar 15 procent. Dit betekent dat er nog steeds meer vraag is naar betaalbare woningen dan dat er aanbod beschikbaar is. Lage inkomens worden in dit onderzoek gedefinieerd als eenpersoonshuishoudens met een inkomen tot 49.669 euro en meerpersoonshuishoudens tot 54.847 euro. Voor middeninkomens liggen deze grenzen op 67.366 euro voor eenpersoonshuishoudens en 89.821 euro voor meerpersoonshuishoudens.
Hogere hypotheeklasten voor nieuwe kopers
Voor huurders in de MRA zijn de gemiddelde woonlasten in 2025 vergelijkbaar met die in 2023: zij besteden ongeveer 27 procent van hun netto-inkomen aan huur, na aftrek van eventuele toeslagen. Voor eigenaren van koopwoningen liggen de kosten lager, met gemiddeld 16 procent van hun inkomen aan hypotheeklasten na belastingaftrek. Maar voor huishoudens die de afgelopen twee jaar een woning hebben gekocht, is de situatie zwaarder. Zij betalen gemiddeld 25 procent van hun inkomen aan hypotheek, en hun bruto maandlasten liggen met 1.725 euro aanzienlijk hoger dan in voorgaande jaren.
Deze nieuwe kopers maken ook vaker gebruik van alternatieve financieringsvormen om de aankoop van een woning mogelijk te maken. Denk hierbij aan schenkingen van familie, het inzetten van overwaarde van een vorige woning, spaargeld of een familiehypotheek. Dit laat zien hoe lastig het is geworden om zonder extra middelen een woning te kopen in de regio, vooral voor starters die vaak niet over dergelijke buffers beschikken.
Woonlasten verschillen per huursegment
De woonquote, het percentage van het netto-inkomen dat huishoudens uitgeven aan totale woonlasten, verschilt sterk per segment. In de sociale huursector is er goed nieuws: de gemiddelde woonquote is gedaald, en het aandeel huurders dat meer dan 40% van hun inkomen aan woonlasten besteedt, nam af van 23% in 2023 naar 16% in 2025. Dit komt waarschijnlijk door een combinatie van huurbevriezing, huurverlagingen en een betere toekenning van huurtoeslag voor de meest kwetsbare groepen.
In de midden- en dure huursegmenten is het beeld echter minder positief. Hier steeg het aandeel huishoudens met een hoge woonquote juist licht. In de middenhuur besteedt drie op de tien huishoudens minstens 40 procent van hun inkomen aan wonen, terwijl dit in de dure huur zelfs vier op de tien huishoudens betreft. Onder eigenaar-bewoners is dit percentage veel lager, met slechts 6 procent dat een hoge woonquote heeft. Dit verschil onderstreept de ongelijke verdeling van woonlasten tussen huurders en kopers in de regio.
Reacties vanuit de sector op woningmarkt MRA
Anne-Jo Visser, directeur van het Platform Corporaties Metropoolregio Amsterdam (PCMRA), ziet de daling van woonlasten in de sociale huur als een positieve ontwikkeling. Tegelijkertijd wijst zij op het aanhoudende tekort aan sociale huurwoningen, waardoor een deel van de lage inkomens gedwongen is om te duur te huren. Volgens haar is het noodzakelijk om meer ruimte te creëren voor nieuwbouw van sociale huur. Het PCMRA pleit daarom voor een minimale norm van 30 procent sociale huur in elke gemeente binnen de MRA, om zo de betaalbaarheid voor deze groep te verbeteren.
Ook Floor Roduner, wethouder in Haarlem en voorzitter van het portefeuillehoudersoverleg Bouwen & Wonen in de MRA, onderstreept de blijvende druk op de woningmarkt. Volgens hem is het voor veel huishoudens met een laag of middeninkomen nog steeds lastig om een passende woning te vinden. Hij benadrukt de noodzaak van samenwerking tussen provincies, gemeenten, corporaties en marktpartijen om meer betaalbare woningen te realiseren in de hele regio.
Jongeren vaak afhankelijk van dure huur
De cijfers uit het WiMRA-onderzoek laten zien dat vooral jonge alleenwonenden en stellen tot 35 jaar moeite hebben om een betaalbare woning te vinden. Zij zijn vaak aangewezen op het dure huursegment, met huurprijzen vanaf 1.185 euro per maand. Dit komt doordat zij niet in aanmerking komen voor sociale huur, het aanbod van middenhuur beperkt is en kopen vaak geen optie is vanwege hoge prijzen en strenge hypotheekregels. Van de jonge alleenwonenden huurt 21 procent in het dure segment, terwijl dit onder jonge stellen zelfs 44 procent is.
Oudere alleenwonenden van 55 jaar en ouder wonen meestal in sociale huur of hebben een koopwoning. Onder oudere stellen zonder kinderen is het merendeel eigenaar van een woning. Dit contrast tussen jong en oud laat zien hoe de toegang tot betaalbare huisvesting in de MRA sterk afhankelijk is van levensfase en financiële mogelijkheden, waarbij jongeren vaak in een nadelige positie verkeren.
Over het WiMRA-onderzoek
Het onderzoek Wonen in de Metropoolregio Amsterdam (pdf) wordt sinds 2017 elke twee jaar uitgevoerd, in navolging van het langlopende onderzoek Wonen in Amsterdam (WiA) dat al sinds 1995 bestaat. Het WiMRA wordt uitgevoerd door Onderzoek & Statistiek van de gemeente Amsterdam, in opdracht van de Metropoolregio Amsterdam en het Platform Corporaties Metropoolregio Amsterdam. Het onderzoek combineert een grootschalige enquête met een analyse van CBS-gegevens.
Tussen april en juli 2025 vulden ruim 52.000 huishoudens in de MRA een vragenlijst in over hun woonsituatie, woonlasten, buurt en woonwensen. De volledige resultaten van het onderzoek worden in juni 2026 gepubliceerd in een uitgebreide rapportage over de MRA, aangevuld met factsheets per gemeente en een online dashboard. Deze gegevens vormen een belangrijke basis voor beleidsmakers om de uitdagingen op de woningmarkt aan te pakken.














