Vanaf 2026 verandert de manier waarop de Belastingdienst controleert op de inzet van zelfstandigen zonder personeel, en dat heeft impact op veel bedrijven in de bouw, infra en technieksector. De regels rondom schijnzelfstandigheid worden aangescherpt, en hoewel sommige versoepelingen uit de overgangsperiode blijven, komen er ook strengere maatregelen. Wat betekent dit voor ondernemers die werken met een ZZP’er in 2026? De Belastingdienst en onder meer verschillende branche organisaties zoals Bouwend Nederland berichtten al uitvoerig over de veranderingen in beleid en handhaving. In dit overzicht zetten we de belangrijkste ontwikkelingen op een rij, zodat je voorbereid bent op de nieuwe situatie.
Overgangsperiode rond de ZZP’er
De afgelopen jaren was er weinig controle op schijnzelfstandigheid, maar sinds begin 2025 voert de Belastingdienst actief inspecties uit. In dat jaar gold een soepele aanpak, ook wel de ‘zachte landing’ genoemd. Dit hield in dat er geen hoge boetes werden opgelegd en dat de focus lag op voorlichting via bedrijfsbezoeken. Nu, met de komst van ZZP’er -regelgeving, blijft een deel van deze milde aanpak behouden, maar er zijn ook duidelijke veranderingen.
Zo worden er in 2026 nog steeds geen verzuimboetes uitgedeeld voor te late betalingen. Dit zijn kleinere bedragen die normaal gesproken snel oplopen. Maar let op: bij opzet of grove nalatigheid kan de Belastingdienst wel forse vergrijpboetes opleggen. Deze kunnen oplopen tot 100 procent van de naheffing, wat een flinke financiële last kan vormen voor bedrijven.
Wat verandert er voor de ZZP’er
Volgens het Handhavingsplan 2026 van de Belastingdienst wordt de controle op schijnzelfstandigheid verder uitgebreid. De focus ligt niet alleen meer op specifieke risico’s zoals constructies met arbeidsmigranten of te lage betalingen. Ook andere situaties met een verhoogd risico worden nu onder de loep genomen. Bedrijven die werken met een ZZP’er moeten dus extra alert zijn op hoe zij hun overeenkomsten vormgeven.
De Belastingdienst kan naheffingen opleggen met terugwerkende kracht tot begin 2025. Dit betekent dat een foutieve classificatie van een zelfstandige nu nog grotere gevolgen kan hebben. Een bedrijfsbezoek blijft vaak de eerste stap, maar dit kan overgaan in een boekenonderzoek waarbij naheffingen wel degelijk worden opgelegd.
Criteria voor controle op schijnzelfstandigheid
Om te bepalen of iemand echt als zelfstandige werkt, hanteert de Belastingdienst negen duidelijke punten. Deze staan beschreven in het toetsingskader. Het gaat onder meer om de aard van het werk, de manier waarop werktijden worden vastgesteld en of de zelfstandige commercieel risico loopt. Bedrijven moeten deze criteria goed kennen om problemen te voorkomen.
Daarnaast kijkt de Belastingdienst naar hoe de beloning is geregeld en of de zelfstandige zich als ondernemer gedraagt. Een te lage betaling of een te sterke binding met de organisatie van de opdrachtgever kan wijzen op schijnzelfstandigheid. Het is dus belangrijk om overeenkomsten zorgvuldig op te stellen en te controleren.
Advies en ondersteuning rond ZZP’ers
Voor bedrijven in de bouw, infra en techniek die werken met een ZZP’er is het verstandig om proactief te handelen. Onder meer Bouwend Nederland biedt ondersteuning via advies en trainingen. Leden kunnen vragen stellen aan regionale adviseurs of een specifieke cursus volgen via de zzp-training. Veel informatie is ook te vinden op deze site van de Rijksoverheid.
Het is belangrijk om actie te ondernemen en te zorgen dat je voldoet aan de regels rondom ZZP’er, zodat je niet voor verrassingen komt te staan.
Bron: Bouwend Nederland en Belastingdienst.
Zie ook: Meer controle, strengere regels en wetgeving voor uitzendbranche.














