Werkgevers in sectoren waar veel in de nacht wordt gewerkt, nemen de risico’s van nachtwerk nog te vaak onvoldoende mee in hun arbobeleid. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van de Arbeidsinspectie. Ook oor de bouw, infra en techniek is dat een belangrijk signaal. Ook op bouwplaatsen, in productieomgevingen, bij logistieke stromen en in technisch beheer komt werken buiten reguliere tijden voor. Juist dan moet je als werkgever goed onderbouwen waarom nachtwerk nodig is, welke risico’s daarbij horen en hoe je werknemers daartegen beschermt.
Onderzoek Arbeidsinspectie
De Arbeidsinspectie onderzocht in totaal 285 werkgevers in sectoren waar veel ’s nachts wordt gewerkt, waaronder industrie, transport, zorg, horeca en distributie. Van deze groep zijn 193 werkgevers bezocht binnen het onderzoek Arbo in Bedrijf. Daarnaast zijn 92 werkgevers geïnspecteerd op de naleving van de arbozorg en de Arbeidstijdenwet. Bij 58 bedrijven is handhavend opgetreden vanwege tekortkomingen in de arbozorg, overtredingen van de Arbeidstijdenwet of een combinatie van beide. Opvallend is dat bij 20 procent van de bezochte werkgevers permanent in de nacht wordt gewerkt, terwijl dat volgens de regels maar zelden is toegestaan.
Waarom wordt er gekozen voor nachtwerk?
Uit het onderzoek blijkt dat bij 46 procent van de onderzochte werkgevers vooral economische redenen een rol spelen. Het gaat dan om het halen van productiedoelen, het bedienen van klanten of het beter benutten van installaties en processen. Voor bedrijven kan dat op korte termijn aantrekkelijk zijn, maar de keerzijde is dat de belasting van werknemers toeneemt.
De gezondheidsrisico’s van nachtwerk komen in de praktijk vaak bij de werknemer terecht Dit terwijl een deel van de maatschappelijke kosten later elders landt. Bijvoorbeeld in de zorg of via uitval op de arbeidsmarkt.
Aard en noodzaak van het werk
Bij 41 procent van de werkgevers is nachtwerk volgens het onderzoek gekoppeld aan de aard van het werk. Dat geldt vooral voor functies waarbij directe inzet nodig is, zoals in de zorg, bij hulpdiensten of in processen die niet stilgezet kunnen worden. Ook in bouw, techniek en vooral de infra zijn er situaties waarin doorwerken in de nacht voorkomt. Bijvoorbeeld bij spoorwerk, wegwerkzaamheden, onderhoud aan vitale installaties of logistieke operaties die overdag niet mogelijk zijn. Juist in die context vraagt nachtwerk om een stevige risicoafweging en een goed plan van aanpak.
Bijna negen op de tien werkgevers geven aan dat zij weinig mogelijkheden zien om nachtwerk verder terug te dringen. Dat beeld laat zien dat nachtwerk in veel organisaties als vast onderdeel van de bedrijfsvoering is gaan voelen. Toch vraagt de Arbeidsinspectie om een andere houding. Werkgevers moeten eerst nagaan of het werk echt in de nacht moet gebeuren. Als dat niet zo is, dan ligt het voor de hand om planningen, levermomenten of productieprocessen anders in te richten.
Tekortschietende aanpak
De inspectieresultaten laten zien dat de risico-inventarisatie en evaluatie bij veel werkgevers niet op orde is. Bij 54 procent van de geïnspecteerde bedrijven is nachtwerk niet als apart risico opgenomen. Dat is een serieus gemis, omdat werken in de nacht andere belasting geeft dan werk overdag. Denk aan verstoring van het bioritme, minder hersteltijd, vermoeidheid en een grotere kans op fouten. In omgevingen met machines, verkeer, hijswerk of technische installaties kan dat direct gevolgen hebben voor de veiligheid op de bouwplaats en werkvloer.
Ook in het plan van aanpak schiet de uitwerking vaak tekort. Bij 69 procent van de geïnspecteerde werkgevers ontbreken concrete maatregelen. Daarmee blijft onduidelijk hoe een organisatie werknemers wil beschermen, hoe roosters gezond worden ingericht en hoe toezicht wordt georganiseerd. Voor bedrijven is dat een belangrijk aandachtspunt. Een algemene verwijzing naar werkoverleg of rustpauzes is niet genoeg. Er zijn gerichte maatregelen nodig die passen bij de duur, frequentie en zwaarte van het nachtwerk.
Voorlichting over risico’s nachtwerk
Verder blijkt dat de voorlichting aan werknemers niet altijd goed verloopt. Volgens 63 procent van de geïnspecteerde werkgevers worden werknemers geïnformeerd over de risico’s van nachtwerk. Toch zegt slechts ongeveer de helft van de geïnterviewde werknemers die informatie ook echt te hebben ontvangen. Dat verschil is veelzeggend. Voorlichting moet niet alleen formeel geregeld zijn, maar ook aantoonbaar aankomen op de werkvloer. Dat vraagt om heldere communicatie, toolboxen, werkplekinstructies en leidinggevenden die controleren of afspraken ook worden begrepen.
Gezondheid, inzetbaarheid en productiviteit bij nachtwerk
In Nederland werken ongeveer 1,2 miljoen mensen soms of regelmatig in de nacht. Dat maakt het onderwerp breed relevant, ook voor werkgevers die met flexibele planningen, storingsdiensten of projectmatige uitvoering werken. Nachtwerk verstoort het natuurlijke dag- en nachtritme. Daardoor neemt de kans toe op slaapproblemen, hart- en vaatziekten en diabetes type 2. Daarnaast zorgt vermoeidheid voor minder alertheid, wat weer kan leiden tot meer arbeidsongevallen.
Voor de bouw, infra en techniek is dat geen abstract risico. Wie werkt met zwaar materieel, op hoogte, langs wegen en spoor of in afgesloten technische ruimten, weet dat concentratie en reactievermogen direct samenhangen met veiligheid. Vermoeidheid bouwt zich vaak ongemerkt op. Dat maakt het nodig om roosters, rusttijden en taakverdeling heel precies te organiseren. Ook moet je rekening houden met reistijd, de mogelijkheid om te herstellen en de belasting over meerdere nachten achter elkaar. Zeker bij langdurige projecten kan een ogenschijnlijk werkbaar rooster na verloop van tijd toch te zwaar blijken.
Beperken?
Dat de Gezondheidsraad al in 2017 adviseerde om nachtwerk waar mogelijk te beperken, laat zien dat de kennis hierover niet nieuw is. Wat nu vooral opvalt, is dat het aandeel nachtwerkers niet afneemt. Daarmee blijft de druk op werkgevers bestaan om scherper te kijken naar noodzaak, planning en bescherming. Er is dus werk aan de winkel, maar ook ruimte voor verbetering als opdrachtgevers en uitvoerende partijen eerder in het proces keuzes maken.
Minder nachtwerk en betere bescherming
Volgens de Arbeidsinspectie ligt de verantwoordelijkheid niet alleen bij de individuele werkgever. Ook opdrachtgevers, werkgeversorganisaties, werknemersorganisaties en de overheid hebben invloed op de mate waarin nachtwerk voorkomt. In aanbestedingen, onderhoudscontracten en projectplanningen worden keuzes gemaakt die direct gevolgen hebben voor werktijden. Als opdrachtgevers zeer korte doorlooptijden eisen of werkzaamheden alleen buiten openingstijden willen laten uitvoeren, dan neemt de druk op nachtelijke inzet toe.
Voor bedrijven betekent dit dat je al in de voorbereidingsfase moet toetsen of nachtwerk echt nodig is. Soms kan een andere fasering, een slim logistiek venster of een aangepaste afstemming met omgeving en beheerder voldoende zijn om nachtwerk te beperken. Als werken in de nacht toch nodig is, dan vraagt dat om goede arbozorg. Stipte naleving van de Arbeidstijdenwet en duidelijke afspraken over toezicht, pauzes, vervoer en herstel. Dat klinkt wellicht vanzelfsprekend, maar de onderzoeksresultaten laten zien dat dit nog niet overal goed gaat.
De oproep van de Arbeidsinspectie is daarom helder. Voorkom nachtwerk waar dat kan en bescherm werknemers goed waar het moet. Voor de sector is dat niet alleen een verplichting vanuit wet- en regelgeving, maar ook een praktische manier om uitval, fouten en ongevallen te beperken.
Bron: Nederlandse Arbeidsinspectie.
