Home Blog Pagina 136

Duurzame onderwijslocatie Laan op Zuid Rotterdam

0
Project - nieuwe Onderwijslocatie Laan op Zuid in Rotterdam

Het winnende ontwerpteam voor de nieuwe onderwijslocatie op Rotterdam-Zuid van Hogeschool Rotterdam en scholengroep SNZ van stichting BOOR is bekend. Het ontwerpteam staat onder leiding van architectenbureau cepezed.

“Onderwijslocatie Rotterdam-Zuid heeft daktuinen, houten gevels, zonnepanelen en maakt gebruik van waterretentie”

Gemeente Rotterdam, stichting BOOR en Hogeschool Rotterdam bouwen de nieuwe, duurzame onderwijslocatie tussen de Posthumalaan en de Laan op Zuid, in ontwikkelgebied Parkstad.

Daarmee ontstaat een unieke samenwerking tussen voortgezet en hoger onderwijs en wordt het onderwijsaanbod op Zuid verder verrijkt. De nieuwbouw moet in 2026 klaar zijn.

Verbindende schakel

Het ontwerp van architectenbureau cepezed is duurzaam, gebruikersvriendelijk en in meerdere opzichten een verbindende schakel. De omgeving is een belangrijke factor. Stedenbouwkundig gezien wordt het gebouw een groene schakel door bijvoorbeeld vergroende daken.

Het ontwerp sluit goed aan bij de bestaande bebouwing door de vriendelijke vormgeving. In het centrale atrium van het getrapte gebouw valt aangenaam (in)direct daglicht binnen, wat prettig is voor de gebruikers.

Het gebouw is duurzaam door onder meer daktuinen, houten gevels, zonnepanelen en waterretentie. Maar vooral ook door een zorgvuldig ontwerp, dat een circulaire bouwmethode mogelijk maakt, waarbij de focus ligt op het gebruik van biobased materialen en
materiaalbesparing.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Onder één dak

De nieuwe onderwijslocatie biedt straks onderdak aan zo’n drieduizend studenten. Hogeschool Rotterdam vestigt in dit gebouw al haar opleidingen en haar onderzoek op het gebied van digitale technologie. Hierbij wordt specifiek aandacht besteed aan de maatschappelijke en ethische implicaties van de technologie om Rotterdam mooier, slimmer, eerlijker en gezonder te maken.

Daarnaast vestigt scholengroep Nieuw Zuid (SNZ) zich in het gebouw met havo en vwo-onderwijs voor zo’n achthonderd leerlingen. De wisselwerking tussen het voortgezet en hoger onderwijs in een gebouw is een verrijking voor zowel de leerlingen als de studenten..
De nieuwbouw zal in de zomer van 2026 in gebruik genomen worden.

Bezoek aardwarmtelocaties tijdens Landelijke Open Energiedag

0
Aardwarmtelocaties bezoeken tijdens Landelijke Open Energiedag

Bezoek twee aardwarmtelocaties in het Westland op 17 september aanstaande, tijdens de Landelijke Open Energiedag.

“Aardwarmte is geschikt om huizen, gebouwen, kassen en lichte industrie duurzaam te verwarmen”

Iedere kuub aardgas die kan worden vervangen door duurzame warmte telt. Warmte uit de aarde biedt duurzame, hernieuwbare warmte en kan het verschil maken. Aardwarmte is geschikt om huizen, gebouwen, kassen en lichte industrie duurzaam te verwarmen.

Hoe werkt dit precies? Wat is nodig voor het winnen van aardwarmte? Hoe ziet een aardwarmte-installatie eruit?

Twee locaties

Twee aardwarmtelocaties in Naaldwijk en Poeldijk zetten hun deuren open. Tijdens de Open Energiedag op zaterdag 17 september kan iedereen van 10.00 – 14.00 uur een bezoek brengen aan de twee aardwarmtelocaties:

• Trias Westland – Lange broekweg 70 Naaldwijk

Tijdens een rondleiding op de aardwarmtelocatie van Trias Westland wordt getoond hoe aardwarmte meer dan 245 hectare glastuinbouw, de bloemenveiling en 345 woningen in Liermolen in het Westland van duurzame warmte voorziet.

Er wordt gewerkt met tijdsloten voor de rondleidingen bij Trias Westland, waarop vooraf ingeschreven dient te worden – klik hier 

• Aardwarmte Vogelaer – Wateringseweg 76 Poeldijk

In Poeldijk worden bezoekers van 10.00 – 14.00 uur hartelijk ontvangen op het terrein van aardwarmteproject Vogelaer met zicht op de installatie. Medewerkers en afnemers vertellen over het gehele proces van de winning van aardwarmte aan de hand van informatieborden en foto’s. Vooraf inschrijven voor een bezoek aan Aardwarmte Vogelaer is niet nodig.

De Open Energiedag sluit aan op de Week van de Aardwarmte, die op maandag 12 september start.

 

Ruimte voor gemeenten om woningen toe te wijzen aan eigen inwoners

0
Meer ruimte voor gemeenten om woningen toe te wijzen aan eigen inwoners

Minister De Jonge voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening wil dat gemeenten meer mogelijkheden krijgen om eigen inwoners die een huis willen huren of kopen in hun gemeenten voorrang te geven ten opzichte van mensen van buiten de gemeente.

” … gemeenten moeten ruimte krijgen woningen toe te wijzen aan mensen met een cruciaal beroep”

De Jonge: “Overal wordt de krapte op de woningmarkt gevoeld. Starters kunnen vaak op het eigen dorp geen betaalbare woning vinden, omdat de prijzen de pan uit rijzen doordat er fors wordt overboden. Vaak door mensen van buiten de regio. Ook senioren kunnen geen geschikt appartement vinden in hun eigen gemeente als ze willen doorstromen.”

Voor de leefbaarheid en de vitaliteit van de regio is het cruciaal dat mensen op het dorp kunnen blijven wonen als ze willen verhuizen, stelt De Jonge. “Door de herziening van deze wet krijgen gemeenten daar meer grip op door meer woningen toe te kunnen wijzen aan inwoners uit de eigen gemeente.”

Huur en koop

Gemeenten konden eerder al vijftig procent van de beschikbare huurwoningen toewijzen op basis van de economische of maatschappelijke binding. Binnen die vijftig procent mocht maximaal vijfentwintig procent worden toegewezen aan mensen met een lokale binding.

Volgens de nieuwe Huisvestingswet mogen gemeenten voor de gehele vijftig procent bepalen hoe zij deze ruimte verdelen tussen mensen met een economische, maatschappelijke of een lokale binding. Ze mogen dus ook de gehele vijftig procent toewijzen aan inwoners van de eigen gemeente.

Ook mogen gemeenten specifieke beroepen aanmerken als cruciaal, zodat zij die beroepen kunnen helpen bij het vinden van een woning. Daarnaast mogen gemeenten naast huurwoningen nu ook koopwoningen tot de NHG-grens (€ 355.000 in 2022) gaan toewijzen op deze grond.

Huisvestingswet 2014

Het uitgangspunt van de Huisvestingswet 2014 is de vrijheid van vestiging. Iedereen die rechtmatig in Nederland verblijft, heeft het recht om zich vrijelijk te verplaatsen en te vestigen. De instrumenten die de Huisvestingswet 2014 biedt op het gebied van woonruimteverdeling kunnen deze vrijheid beperken.

Deze fundamentele rechten kunnen alleen worden beperkt indien dat noodzakelijk is voor het algemeen belang in een democratische samenleving. Dat belang is gelegen in het tegengaan van de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte.

Daarom regelt de wet onder welke voorwaarden gemeenten deze instrumenten mogen inzetten. Gemeenten kunnen in hun huisvestingsverordening regels stellen met betrekking tot woonruimteverdeling. Binnen deze systematiek worden met de herziening van de wet wijzigingen voorgesteld die raken aan het verlenen van voorrang op basis van lokale binding.

2023

Gemeenten maken op basis van de Huisvestingswet een eigen gemeentelijke huisvestingsverordening. Daarin staan de nieuwe lokale voorschriften.

Gemeenten kunnen hiermee aan de slag zodra de Tweede en Eerste Kamer instemmen met de wet en deze officieel in werking treedt.

Naar verwachting wordt dit 1 januari of 1 juli 2023, afhankelijk van de behandeling in beide Kamers.

Ruimte voor gemeenten om woningen toe te wijzen aan eigen inwoners. Zie ook:
Gemeente kan ISDE subsidie aanvragen en ontvangen voor woningeigenaren.

380 nieuwe bewoners in Amsterdamse Hondsrugpark

0
380 nieuwe bewoners in Amsterdamse stadswijk Hondsrugpark bij station Bullewijk

Wethouder Reinier van Dantzig opent samen met de eerste bewoner Sarah het gloednieuwe complex LIV De KARSP bij station Bullewijk van institutioneel belegger Orange Capital Partners, gerealiseerd door woningbouworganisatie Wonam.

“In 2027 staan bij Bullewijk en Holendrecht 10.000 woningen”

Wethouder Reinier van Dantzig: “Dit hele gebied verandert de komende jaren van kantorenwijk naar een levendig woon-werkgebied. De appartementen van LIV de KARSP zijn de eerste woningen van de nieuwe stadswijk Hondsrugpark. Een prachtig begin van wonen op een toplocatie in de nabijheid van openbaar vervoer.”

Middenhuurwoningen

‘LIV De KARSP ligt vlakbij station Bullewijk en bestaat uit twee gelijk uitziende nieuwe woontorens van circa 70 en 50 meter hoog. Het complex telt 274 huurappartementen: 28 sociale huurwoningen, 164 middenhuurwoningen en 82 vrije sector huurwoningen.

In de erfpachtvoorwaarden is vastgelegd dat de sociale en de middenhuurwoningen voor tenminste 28 jaar binnen dit segment worden verhuurd. De woningen hebben het energielabel A tot A ++. In de parkeergarage van het complex staan twee elektrische deelauto’s, die te reserveren zijn via een speciale app. ‘LIV De KARSP ‘werd in half juni opgeleverd en alle woningen zijn op 1 september verhuurd.

Zuidoosters

Zuidoost staat voor een omvangrijke vernieuwingsopgave: 30.000 nieuwe woningen tot 2040, ook voor mensen uit Zuidoost. Orange Capital Partners maakte met de gemeente afspraken om bij de toewijzing van de woningen voorrang te geven aan mensen uit Zuidoost, bij de sociale woningen kregen mensen die werkzaam zijn in de zorg of het onderwijs voorrang. Met de realisatie van ‘LIV De KARSP’ hebben ongeveer 115 Zuidoosters kunnen doorstromen naar een nieuwe woning.

Victor van Bommel, CEO van Orange Capital Partners: “We zijn blij met de oplevering van dit unieke appartementencomplex dat door Wonam is gerealiseerd. We zijn trots dat we door de goede samenwerking met de gemeente Amsterdam afspraken hebben kunnen maken over de toewijzing van de woningen.”

En met resultaat: ruim 25 procent van de nieuwe bewoners komt uit Amsterdam-Zuidoost. Van Bommel: “Zo zorgen we er samen voor dat de bewoners uit de Bijlmer ook kunnen profiteren van de gebiedsontwikkeling en de vele nieuwbouwprojecten in hun wijk. En in hun wijk kunnen blijven wonen dichtbij familie en vrienden.”

(Lees verder onder de afbeelding.)

Transformatie

Het groot kantorengebied Amstel III ten zuiden van de Johan Cruijff Arena wordt getransformeerd in een gemengd stuk stad voor duizenden Amsterdammers. In 2027 staan bij station Bullewijk en Holendrecht tienduizend woningen. De kantoren maken daarmee plaats voor een complete stadswijk.

egelijk met de bouw van veel woningen komen er ook veel buurtvoorzieningen, zoals scholen, gezondheidscentra, buurtkamers, jongerentalentencentrum, apotheek, kinderopvang en sportfaciliteiten. En het gebied wordt groener, veel groener: de Hondsrugweg wordt omgetoverd tot een enorm stadspark. Hier komt de levendige stadswijk Hondsrugpark.

In 2027 staan hier zo’n vijfduizend nieuwe woningen. De gemeente werkt hiervoor intensief samen met verschillende ontwikkelaars om in co-creatie het gebied een kwaliteitsimpuls te geven.

Robert Kohsiek, Directeur Wonam: “Mooi om te zien dat een idee, dat eind 2016 is geboren, al medio 2022 kan leiden tot bewoonde woningen. Een voorbeeld van hoe je door goede samenwerking snelheid en impact kunt maken met elkaar. De samenwerking met andere ontwikkelaars, beleggers en corporaties maken van Hondsrugpark binnen afzienbare tijd een complete stadswijk”.

HRP liggers voor zwembad en ijshal in Leiden

0
HRP-liggers voor zwembad en ijshal De Vliet in Leiden

Op een warme zomerdag biedt een veld van HRP-liggers van Haitsma Beton de broodnodige schaduw aan de bouwvakkers. De betonnen liggers vormen de vloer van de toekomstige ijsbaan van Leiden.

Bij projecten waarbij grote overspanningen moeten worden behaald, wordt voor HRP-liggers gekozen

De stad krijgt aan De Vliet een nieuwe ijshal en nieuw binnenzwembad, onder één dak, het bestaande buitenbad wordt gerenoveerd. Het multifunctionele sportcomplex moet in het tweede kwartaal van 2023 klaar zijn.

Multifunctioneel

In het nieuwe sportcentrum kunnen straks diverse schaats- en waterliefhebbers hun hart ophalen. Het biedt plek aan verschillende sporten: langebaanschaatsen, ijshockey, shorttrack en kunstschaatsen.

Daarvoor zijn een 250 meter ijsbaan, een 30 x 60 meter ijsvloer en een 45 x 20 meter krabbelbaan nodig. Daarnaast komt er een tribune met 250 resp. 300 zitplaatsen. In het zwemgedeelte komt een binnenbad voor waterpolo en kortebaan zwemmen.

De ijshal en zwemhal krijgen een gemeenschappelijke entree met horeca. Ook is er ruimte gereserveerd voor de schaats- en zwemverenigingen die een onderkomen krijgen in het nieuwe gebouw.

HRP-liggers

Al die verschillende functies betekenen diverse eisen aan de constructie. Er worden verschillende vloertypes toegepast, waaronder een verdiepingsvloer opgebouwd uit 52 HRP-liggers van Haitsma Bet

Deze liggers worden voornamelijk toegepast bij infrastructurele projecten, maar ook in de utiliteitsbouw bewijzen de liggers hun waarde. Met name bij projecten waarbij grote overspanningen moeten worden behaald, wordt voor HRP-liggers gekozen. Dat geldt ook voor de ijsbaan in Leiden.

“Om de ruimte zo vrij en open mogelijk te houden, is hier gekozen voor het gebruik van HRP-liggers,” vertelt projectleider Guido Jongebreur van De Vries en Verburg. “Dat betekent dat er zo min mogelijk kolommen hoeven worden toegepast. Dat is essentieel voor de krabbelbaan. Hetzelfde geldt voor de entree.”

Planning

De planning is de grootste uitdaging bij dit project, vertelt Jongebreur. “Juist omdat we met verschillende constructies werken. Alles moet op het juiste moment gebeuren. Dat is bij dit project de grootste puzzel.”

Voor Haitsma Beton betekent het dat de liggers just-in-time moeten worden geleverd. Voor de montage van de liggers zijn drie dagen uitgetrokken. Omdat op de bouwplaats geen ruimte is voor de opslag voor de 13 tot 21 meter lange liggers, worden deze in verschillende transporten vanuit Friesland naar de bouwplaats gereden. Daar worden ze met behulp van een grote kraan op hun plek gehesen.

Een knap staaltje teamwork, zo blijkt op de bouwplaats. Slechts drie man zijn nodig om de liggers precies op de goede plek te krijgen: één man in de kraan en twee mannen op het liggerveld.

All-electric sporthal

Het nieuwe sportcentrum wordt honderd procent CO2-neutraal en is all-electric. De ijshal wordt energieneutraal, waarmee het sportcomplex één van de duurzaamste wordt van Nederland. De warmte die vrijkomt bij het koelen in de ijshal wordt gebruikt om het zwemwater te verwarmen. Het dak van het nieuwe zwembad en de ijshal komt vol te liggen met zonnepanelen.

De bouw van het sportcomplex is in oktober 2021 begonnen en moet, wanneer alles volgens planning verloopt, medio 2023 klaar zijn.

Foto: Naomi Heidinga

60.000 extra studentenwoningen in 2030

0
Actieplan studentenhuisvesting - 60.000 extra studentenwoningen in 2030

Met het Landelijk actieplan studentenhuisvesting 2022-2030 moet er een uitbreiding van 60.000 betaalbare studentenwoningen over een periode van acht jaar plaatsvinden.

” …vaak te maken met te hoge huren en slechte woningen”

Om het tekort aan studentenhuisvesting in Nederland te verkleinen presenteert het kabinet samen met gemeenten, onderwijsinstellingen, woningcorporaties, particuliere beleggers en studenten het Landelijk actieplan studentenhuisvesting 2022-2030.

Met dit actieplan willen de partijen tot een uitbreiding van 60.000 betaalbare studentenwoningen over een periode van acht jaar komen. Naast het bouwen van extra betaalbare studentenwoningen wordt er ook ingezet op nieuwe sturingsmogelijkheden om meer grip te krijgen op de instroom van internationale studenten.

Noodzakelijke voorwaarde

Minister De Jonge voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening: “Iedere student moet de mogelijkheid krijgen om op kamers te kunnen gaan. Het is een bijzonder moment om het ouderlijk huis te verlaten en de stap naar zelfstandigheid te zetten. Maar voor velen is het simpelweg ook een noodzakelijke voorwaarde als je een studie in een stad ver van je huis wilt gaan volgen.”

Aanbod vergroten

Het doel is 60.000 studenteneenheden in 8 jaar tijd te realiseren door nieuwbouw en het beter benutten van de bestaande bouw door hospitaverhuur te stimuleren. Ook wordt er ingezet op het versneld bouwen van meer flexwoningen 37.500 in periode 2022-2024.

Met gemeenten zijn er afspraken gemaakt over het huisvesten van studenten in omliggende gemeenten in de regio en (tijdelijke) huisvesting op de campus. Het kabinet investeert tevens €37 mln via een stimuleringsregeling huisvesting aandachtsgroepen waar ook studentenwoningen uit worden betaald.

Lees ook: Start bouw 735 studentenwoning TU/e

Betaalbare studentenwoning

Studenten hebben nog te vaak te maken met te hoge huren en slechte woningen. In juni 2021 is het wetsvoorstel goed verhuurderschap ingediend bij de Tweede Kamer waarin een basisnorm voor algemene regels is vastgelegd waaraan verhuurders zich dienen te houden.

Gemeenten krijgen hiermee de mogelijkheid te gaan handhaven op excessieve huurprijzen, door in de vergunningsvoorwaarden op te nemen dat verhuurders worden geacht zich te houden aan de maximale huurprijzen conform het woningwaarderingsstelsel.

Richtlijnen

Met alle partijen is afgesproken om binnen een jaar na ondertekening richtlijnen te ontwikkelen om te komen tot betaalbare woningen voor studenten. Daarnaast maken gemeenten passend gronduitgiftebeleid voor betaalbare studentenhuisvesting en zetten zich in voor de realisatie van betaalbare studentenwoningen op gronden en in gebouwen van derden.

Instroom

Het tekort aan huisvesting voor studenten neemt de komende jaren fors toe door de groei van het aantal studenten. Vooral het aantal internationale studenten groeit. De vraag naar betaalbare kamers en de druk op de betaalbare woningvoorraad zijn zo groot dat de oplossing niet alleen ligt in nieuwbouw.

Daarom is er meer grip nodig op de instroom van internationale studenten met meer sturingsmogelijkheden voor onderwijsinstellingen. Begin volgend jaar zal minister Dijkgraaf dergelijke wettelijke sturingsinstrumenten voorstellen aan de Tweede Kamer.

Deze moeten universiteiten en hogescholen in staat stellen de instroom van internationale studenten gericht gaan beheersen, zonder dat de voordelen van internationalisering in het gedrang komen. Daarover is recent een Bestuursakkoord afgesloten met de universiteiten.

Foto
Studentenwoningen in Amsterdam.

8.000 woningen met WKO op Strandeiland IJburg

0
WKO-voorziening voor 8.000 nieuwbouwwoningen op Strandeiland bij IJburg

Begin september hebben de gemeente Amsterdam en Eneco een overeenkomst gesloten voor de aanleg van een van de grootste duurzame warmte- en koudeprojecten voor nieuwbouwwoningen in Nederland. Het systeem wordt gebouwd op het Amsterdamse Strandeiland.

“De ambitie is om Strandeiland energieleverend te maken”

Bij de ontwikkeling van het nieuwste eiland van IJburg wordt een energieneutrale woonomgeving gemaakt, waarin dit duurzame warmte en koudesysteem een belangrijk element vormt.

Start in 2023

De woningen en voorzieningen die op Strandeiland komen, worden aangesloten op een lokale warmte en koeling voorziening. Eneco gaat hiervoor de warmte onttrekken uit het oppervlaktewater van het IJmeer, waarna het wordt opgewaardeerd naar warmte geschikt voor het warmtenet of opgeslagen in bodembronnen.

Eneco gaat dertig jaar lang warmte en koeling leveren aan de bewoners en commerciële en maatschappelijke voorzieningen. In 2023 starten de eerste werkzaamheden, zodat in 2025 de eerste bewoners van Strandeiland direct gebruik kunnen maken van het nieuwe warmte- en koudesysteem.

Duurzame stadswijk

De aanleg van het warmte- en koudesysteem op Strandeiland draagt in belangrijke mate bij aan de ambitie van Amsterdam om in 2040 aardgasvrij te zijn als stad. In Amsterdam zijn meerdere vergelijkbare warmtevoorzieningen al in gebruik, bijvoorbeeld op het naastgelegen Centrumeiland en rond de kantoren van de Zuidas.

De WKO voorziening op Strandeiland is straks het grootste duurzame warmtesysteem van Nederland voor 8.000 huizen, waarvan circa 40 procent sociale huur is, en 120.000 m2 aan voorzieningen zoals scholen, winkels en horeca.

De woningen worden met duurzame materialen gebouwd op een natuur inclusieve wijze, dat wil zeggen met bijvoorbeeld ingebouwde vogelnestkastjes en groene daken. Zonnepanelen op de woningen wekken evenveel energie op als de bewoners nodig hebben. De ambitie is om Strandeiland zelfs energieleverend te maken; het levert meer energie op dan het verbruikt.

Ondertekening van de overeenkomst door Carolien Schippers – directeur Grond & Ontwikkeling Amsterdam – en Manja Thiry – directeur Warmte Eneco.

Meer elektriciteit uit hernieuwbare bronnen en kolen

0
Elektriciteitsproductie - meer elektriciteit uit hernieuwbare bronnen en kolen

Zoals verwacht is de productie van elektriciteit uit kolen in het tweede kwartaal van 2022 gestegen, veertig procent meer dan een jaar eerder. De productie van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen nam met 25 procent toe. Uit aardgas kwam tegelijkertijd 19 procent minder elektriciteit.

Bij de elektriciteitsproductie uit wind is vooral een toename op land te zien

De netto elektriciteitsproductie bedroeg in het tweede kwartaal 28,2 miljard kWh, 4,3 procent meer dan in het tweede kwartaal van 2021. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.

(Lees verder onder de afbeelding.)

In het tweede kwartaal van 2022 werd 3,0 miljard kWh elektriciteit geproduceerd uit kolen, 0,9 miljard kWh meer dan in de vergelijkbare periode van vorig jaar. De productie van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen nam met 25 procent toe naar 12,5 miljard kWh.

Vergeleken met hetzelfde kwartaal vijf jaar eerder is de productie meer dan verdrievoudigd. Met name de productie uit zon (+40 procent) en wind (+25 procent) lieten in het tweede kwartaal vergeleken met vorig jaar een stijging zien.

Zonnig weer

Zowel het zonnige weer als de toename van het opgesteld vermogen aan zonnepanelen leidde in het tweede kwartaal tot de groei van de elektriciteitsproductie uit zonne-energie.

Bij de productie uit wind is vooral een toename op land te zien. Dit komt zowel door een toename van het opgestelde vermogen op land, als door de gunstige weersomstandigheden voor windenergie gedurende het laatste kwartaal.

Aardgas

De elektriciteitsproductie uit aardgas is gedurende het tweede kwartaal van 2022 vergeleken met een jaar eerder gedaald met 19 procent naar 11 miljard kWh.

Dit geldt zowel voor aardgasgestookte elektriciteitscentrales als voor onder andere de gasmotoren in de glastuinbouw. De elektriciteitsproductie uit kernenergie is goed voor 3 procent van de totale productie.

Frankrijk, Duitsland, België

Waar in Nederland meer elektriciteit is geproduceerd in het tweede kwartaal van 2022, daalde de productie in Frankrijk met 15 procent naar 103 miljard kWh, mede door het uitlopen van onderhoud aan kerncentrales.

Frankrijk was in 2021 nog goed voor 19 procent van de totale elektriciteitsproductie van de Europese Unie. Naast de gestegen prijs van zowel aardgas als CO2, is ook de schaarste door de lagere Franse nucleaire elektriciteitsproductie van invloed op een hogere elektriciteitsprijs.

Net als Nederland hebben België en Duitsland minder elektriciteit geproduceerd met gas, met name als gevolg van de hoge prijzen. Maar waar de productie met kolen in Nederland toenam, daalde die in Frankrijk met 24 procent.

De elektriciteitsproductie uit zon is in Nederland harder gegroeid dan in de ons omringende landen. In België en Duitsland nam die vergeleken met het tweede kwartaal van 2021 met 29 procent en 13 procent toe. Waar de elektriciteitsproductie uit wind in Nederland toenam, was er in Frankrijk juist een afname.

Lees ook: Materiaaltekorten bij 75 procent van de duurzame energie-bedrijven

Asfaltspreidmachine met waterstofverbrandingsmotor

0
Asfaltspreidmachine met waterstofverbrandingsmotor

Het is BAM Infra Nederland samen met Koninklijke van Twist gelukt een op diesel aangedreven asfaltspreidmachine om te bouwen naar een machine met een waterstofverbrandingsmotor.

“De waterstofmotor stoot nagenoeg geen stikstofoxide uit en bespaart op jaarbasis 80.420 kg CO2”

De asfaltspreidmachine van Bam Infra is de eerste machine in de bouw die op een waterstofverbrandingsmotor rijdt. De inzet van deze asfaltspreidmachine zorgt voor een besparing van zo’n 150 liter diesel per draaidag van acht uur.

Dit komt neer op een reductie van ruim 80.420 kilogram CO₂ en nagenoeg geen uitstoot van stikstofoxide op jaarbasis. De waterstoftank kan in tien tot vijftien minuten worden bijgevuld.

Kwaliteit waterstof

Veelal wordt voor waterstof een brandstofcel toegepast. BAM en Van Twist hebben gebruikgemaakt van een waterstofverbrandingsmotor. In tegenstelling tot de brandstofcel is voor een waterstofverbrandingsmotor de kwaliteit van waterstof niet belangrijk.

Deze asfaltspreidmachine kan daardoor ook draaien op elke kwaliteit waterstof. Hierdoor kan er bespaard worden op de reiniging tijdens de productie van waterstof en bestaat er de mogelijkheid reststromen waterstof te gebruiken als brandstof.

Strategie

Duurzaamheid is één van de centrale thema’s in de strategie van BAM. Met deze nieuwe machine wil BAM een bijdrage leveren aan het reduceren van stikstofuitstoot in Nederland.

Foto
Primeur van de asfaltspreidmachine met waterstofverbrandingsmotor tijdens de Wereldhavendagen in Rotterdam.

Mobiele valbeveiliging: waar moet je zoal rekening mee houden?

0
Mobiele valbeveiliging: waar moet je zoal rekening mee houden?

Mobiele valbeveiliging, een zekerheid apart! Waar een persoon die vanaf zijn laptop in de woonkamer werkt amper risico loopt, is dit compleet anders voor tal van andere beroepen. Wat te denken van een politieagent die zomaar in een achtervolging terecht kan komen of een wetenschapper die allerlei proeven met gevaarlijke stoffen uitvoert?

Een ander goed voorbeeld van een beroep met grote risico’s zijn beroepen waarbij werkzaamheden op grote hoogte moeten worden verricht. Overal waar dit soort werkzaamheden plaatsvinden of waar mensen kunnen vallen is er een belangrijk aspect dat altijd van toepassing is. We hebben het over de mobiele valbeveiliging. In dit artikel gaan we hier dieper op in, vertellen we je wat het is en met welke extreem belangrijke componenten rekening moet worden gehouden.

Waarom gebruik maken van mobiele valbeveiliging?

Of het nu gaat om het afwerken van een dak of een reparatie aan de lichtmasten op een sportvereniging, er komen te allen tijde risico’s bij dit soort werkzaamheden kijken. Je begrijpt daarin dat het zaak is deze risico’s zoveel mogelijk uit te sluiten. Ongelukken willen we zoveel mogelijk voorkomen, waardoor er bepaalde maatregelen moeten worden genomen om de kans hierop te verkleinen. Dit begint met het uitvoeren van een zorgvuldige risicoanalyse. Zo wordt het werk veiliger voor jezelf, maar ook zeker voor jouw collega’s.

Collectieve en persoonlijke valbeveiliging

De maatregelen die worden genomen om risico’s zo goed als uit te sluiten kunnen worden genomen op collectief of persoonlijk gebied. Collectieve valbeveiliging kan bijvoorbeeld worden gedaan in de vorm van sterke, stabiele stijgers die worden geplaatst op een stevige ondergrond. Ook kan er worden gekozen om een hek om de werkplek te plaatsen.

Dit zijn zaken die bijvoorbeeld goed van pas komen als het gaat om werken op een dak. De collectieve maatregelen dienen voor alle werknemers die werken op een bepaalde werkplek. Hierbij wordt gesproken over permanente valbeveiliging. Op deze manier kan iedereen op een veilige manier werken.

Toch zijn deze collectieve maatregelen niet altijd genoeg om alle risico’s uit te sluiten en iedereen een veilige werkplek te bieden. Het komt namelijk meer dan genoeg voor dat het niet mogelijk is deze installaties te plaatsen en de veiligheid hiermee te garanderen. Op dat moment wordt overgestapt op de persoonlijke valbeveiliging.

Je zult begrijpen, dat het om bepaalde bouwtechnische redenen niet altijd mogelijk is om overal maar een hek omheen te plaatsen. In dergelijke situaties wordt er gekeken naar oplossingen die de veiligheid van een bepaald persoon voor 100% kunnen garanderen.

De belangrijkste componenten binnen valbeveiliging

Elke bouwput of werkplek is anders. Daarnaast werken de meeste bouwbedrijven op hun eigen manier. Om die reden wordt er gebruik gemaakt van diverse soorten valbeveiliging. Binnen deze soorten valbeveiliging geldt echter dat er vier belangrijke componenten zijn, waarmee het valbeveiligingssysteem helemaal compleet is. Hier moet een bedrijf zich altijd aan houden. Hieronder lichten we kort toe om welke elementen dit gaat.

Ankerpunten

Ten eerste moet er gebruik worden gemaakt van de juiste ankerpunten. Zo zijn er vaste ankerpunten die dienen vast te worden gemaakt aan een constructie of gebouw. Ook kunnen deze ankerpunten onderdeel zijn van een systeem dat speciaal is ingericht voor de valbeveiliging. Tot slot zijn er ook nog mobiele ankerpunten die kunnen worden geplaatst waar ze op dat moment nodig zijn.

Valharnassen

Er moet gebruik worden gemaakt van een goed en stevig valharnas. Hierbij wordt vaak de keuze gemaakt uit een standaard valharnas, een positioneringsharnas of een zitharnas. Je begrijpt dat dit harnas ervoor zorgt dat jij in het geval van uitglijden of het losschieten van materialen, niet valt. Zorg er dan ook altijd voor dat deze valharnassen goed getest zijn en stevig om het lichaam zitten.

Connectoren

Het is de bedoeling om het valharnas vast te maken aan het ankerpunt. Dit doe je met veiligheidslijnen of bijvoorbeeld valstopapparaten. Deze worden in de volksmond ook wel connectoren genoemd. Het grote doel van een connector is om er voor te zorgen dat een val kan worden opgevangen. Zonder deze connectoren wordt de kracht op het lichaam bij een val veel groter, wat kan leiden tot zeer ongewenste situaties.

Reddingssystemen

Het laatste component van een veilig en goed functionerend valbeveiligingssysteem is een zogenoemd reddingsysteem. Dit zijn apparaten die worden gebruikt in geval van eventuele ongelukken. Hiermee kun je gewonde personen of hen die in nood zijn veilig beneden brengen. Ook zijn de reddingssystemen te gebruiken om bepaalde besloten ruimtes te betreden. De meest gebruikte machines hiervoor zijn driepoten en afdaalapparaten.

Mobiele valbeveiliging: waar moet je zoal rekening mee houden?