Home Blog Pagina 139

Opknapplan voor Italiaanse buurt Loosduinen

0
Opknapplan voor Italiaanse buurt in Loosduinen

De gemeente Den Haag heeft de afgelopen tijd werk gemaakt van het opknappen van verschillende wijken in het Haagse stadsdeel Loosduinen.

“Er is een plan opgesteld voor Houtwijk, Nieuw Waldeck en Mariahoeve”

De herinrichting van de Italiaanse buurt vormt hier onderdeel van. In de buurt worden parkeervakken opnieuw vormgegeven, worden nieuwe bomen geplant en komt er een 15 km per uur verkeersregime.

Leefbaarheid

Wethouder Hilbert Bredemeijer: “Er wordt hard gewerkt om de leefbaarheid van Loosduinen verder te vergroten. Onder meer door het stadsdeel te vergroenen en de buitenruimte op te knappen. We zijn er nog niet, maar ik ben trots op de stappen die de afgelopen tijd samen met de inwoners van Loosduinen zijn gezet. Het plan voor de Italiaanse buurt is een mooi voorbeeld van onze verdere investeringen in het stadsdeel.’’

Hittestress

Het is de bedoeling dat de zogeheten kroonoppervlakte van de bomen in de Italiaanse buurt met 1.600 vierkante meter gaat toenemen. Hierdoor wordt de buurt vergroend en wordt hittestress tegengegaan. In de buurt komen extra bankjes om op te rusten en te ontspannen.

Ook wordt gewerkt aan de verkeersveiligheid door nieuwe heldere routering voor voetgangers aan te brengen en een verkeersregime van vijftien kilometer per uur in te voeren. De buurtbewoners zijn via onder meer (online) bijeenkomsten betrokken bij de totstandkoming van het plan.

Opknapplannen

Om het Haagse stadsdeel Loosduinen op te knappen zijn zogeheten Programma Opknapplannen voor Houtwijk, Nieuw Waldeck en Mariahoeve opgesteld. De herinrichting van de Italiaanse buurt is onderdeel van het opknapplan Nieuw Waldeck.

Rijtjeshuis domineert de woningvoorraad

0
Het rijtjeshuis domineert de Nederlandse woningvoorraad

Van de bijna acht miljoen woningen in Nederland op 1 januari 2021, was 42 procent een rijtjeshuis, dat wil zeggen deel van een blok van ten minste drie huizen.

“Vooral in de periode 1965-1985 zijn er zeer veel rijtjeshuizen opgeleverd”

36 procent van alle woningen was een meergezinswoning, zoals een appartement of een boven- of benedenwoning. 13 procent van de woningen was vrijstaand en 9 procent was twee-onder-een-kap. Dit meldt het CBS op basis van een nieuwe statistiek.

De huidige woningvoorraad is een erfenis van vele jaren waarin verschillend werd gebouwd, maar ook van (selectieve) sloop en wijzigingen in woningtype door bijvoorbeeld splitsing, samenvoeging en transformaties. Zo is 19 procent (1,5 miljoen) van de huidige woningen nog vooroorlogs.

Rijtjeshuizen vormen 30 procent van de vooroorlogse voorraad, een veel kleiner aandeel dus dan van de hele tegenwoordige voorraad. Een op de vijf van de nog bestaande vooroorlogse woningen is vrijstaand, veel meer dus dan het aandeel van de volledige woningvoorraad (bijna een op de acht).

Het percentage meergezinswoningen van de voorraad uit die tijd is met 39 procent iets hoger dan de genoemde 36 procent meergezinswoningen in de totale huidige voorraad. De meergezinswoningen van voor de oorlog hebben wel een ander karakter: het zijn voornamelijk boven- en benedenwoningen.

Rijtjeshuis erfenis

Dat het rijtjeshuis momenteel domineert, heeft te maken met ontwikkelingen tussen 1945 en 2005. In de huidige woningvoorraad met deze bouwjaarklasse is het rijtjeshuis het best vertegenwoordigd.

Vooral in de periode 1965-1985 zijn er zeer veel rijtjeshuizen opgeleverd die nog altijd bestaan. Meer dan de helft van de woningen uit de overgebleven voorraad uit deze periode is een rijtjeshuis. Het is bovendien het tijdperk waarin de meeste woningen van de huidige voorraad zijn gebouwd.

Het aandeel meergezinswoningen uit de periode 1965-1985 is het kleinst van alle bouwjaarklassen. Bij de nieuwere woningen is het aandeel groter, en bij de nieuwste woningen (bouwjaar 2005-2021) hebben meergezinswoningen met 47 procent de overhand.

Het aandeel vrijstaande woningen en twee-onder-één-kap-woningen is in de voorraad met bouwjaar 1965-1985 ook klein (9,5 respectievelijk 6,7 procent). Bij woningen gebouwd in 2005 en later is dit aandeel nog kleiner.

Bron: CBS, Kadaster

TechBarometer, te weinig vrouwen in de techniek

0
TechBarometer 2022 - Te weinig vrouwen werken in de techniek

Drie op de vijf technici en zeven op de tien HR-beslissers zijn van mening dat er onvoldoende vrouwen in de techniek werken.

“Noodzakelijk om kritisch te kijken naar hoe vrouwvriendelijk de technische branche is”

De TechBarometer 2022 van ROVC is een onderzoek onder ruim 1.000 HR-beslissers in de technische branche, 2.500 technici en 1.000 potentiële zij-instromers. Desondanks investeert nog niet de helft (44%) van de organisaties in het aantrekken van meer vrouwen.

Branche minder aantrekkelijk

Technici schrijven het tekort aan vrouwen in de technieksector vooral toe aan het slechte imago van de branche (59%). Volgens HR-beslissers ligt het vooral aan het feit dat vrouwen in hun jeugd minder in aanraking komen met techniek (30%).

Ondanks het geringe aantal vrouwen in de techniek, vindt de meerderheid van de HR-beslissers (71%) en technici (64%) dat de branche net zo geschikt is voor vrouwen als voor mannen.

Vicieuze cirkel

John Huizing, directeur bij ROVC: “Vrouwen zijn een belangrijke groep binnen de potentiële zij-instromers. Uit de TechBarometer blijkt echter dat er nog wel wat voor nodig is om daadwerkelijk meer vrouwen te motiveren om in de techniek te gaan werken. Gesprekken met vrouwelijke omscholers laten zien dat vrouwen de techniek echt als mannenwereld beschouwen en daar moet je als vrouw maar net tussen willen zitten. Daarmee is de ondervertegenwoordiging van vrouwen mogelijk een vicieuze cirkel.”

Niet negatief

Volgens vier op de tien technici (38%) en HR-beslissers (42%) is de branche een stuk minder aantrekkelijk voor vrouwen dan voor mannen. Toch staan vrouwen zelf helemaal niet negatief tegenover de technische branche. De helft van de vrouwelijke potentiële zij-instromers staat zelfs positief tegenover het technisch vakgebied. Bij mannelijke zij-instromers is dit percentage hoger (62%).

Maar als het er echt op aankomt, lijken vrouwen een baan in de techniek toch liever aan hen voorbij te laten gaan. Zo vinden vrouwelijke potentiële zij-instromers vaker dan mannelijke instromers dat een baan in de techniek niet bij hen past (61% versus 46%) én dat het werk lichamelijk te zwaar is (36% versus 28%). Vrouwen overwegen omscholing naar de techniek dan ook een stuk minder serieus dan mannen (14% versus 25%).

Rolmodellen

Huizing: “Het is noodzakelijk om kritisch te kijken naar hoe vrouwvriendelijk de technische branche is om het werken in de techniek daadwerkelijk aantrekkelijk te maken voor deze groep. Dat kan op verschillende manieren. Bijvoorbeeld door meer vrouwelijke rolmodellen het onderwijs in te sturen om meisjes te vertellen over het vakgebied vanuit een vrouwelijk perspectief. Daarnaast kun je ook denken aan aanpassingen in de werkomgeving, zoals de mogelijkheid voor flexibele werktijden of parttime werken.”

Lees ook: Vrouwen in de bouw – tijd dat mannen er aan gaan wennen

5 redenen waarom je een makelaar moet inschakelen

0
5 redenen waarom je een makelaar moet inschakelen

Een makelaar helpt je bij de aan- of verkoop van je woning. Daar komt meer bij kijken dan alleen samen een geschikte woning bekijken. Ze kunnen je bijstaan in het gehele proces en hebben verstand van zaken. Ze weten waar ze op moet letten wanneer jullie samen het huis bezichtigen en kijken op een andere manier naar de woning.

Hoewel de woningmarkt iets lijkt af te koelen, is het nog altijd lastig om er tussen te komen. Vooral voor starters is het overweldigend en zij weten niet waar ze op moeten letten. Het hebben van een makelaar is daarom nog altijd relevant. We geven je 5 redenen waarom je absoluut een makelaar kunt gebruiken.

Aan- en verkoop begeleiden

De hoofdreden waarom je kiest voor een makelaar is natuurlijk de begeleiding die je krijgt tijdens het aan- en verkoopproces. Een aankoopmakelaar neemt met jou je woonwensen door en gaat op zoek naar woningen die aan die wensen voldoen. Ze regelen de bezichtiging en voeren voor jou de onderhandelingen.

Ook stellen ze een koopovereenkomst op en nemen die met je door. Daarbij wordt gelet op de kleine lettertjes, de makelaar ziet niks over het hoofd. Een verkoopmakelaar zorgt ervoor dat je woning op de juiste manier onder de aandacht wordt gebracht op bijvoorbeeld social media, de website en op Funda. Alles wordt uit handen genomen zodat je zelf alleen nog maar het juiste bod hoeft te accepteren.

Verstand van woningkenmerken

Een makelaar heeft in zijn leven heel wat huizen van binnen gezien en weet dus inmiddels waar hij op moet letten. Hij helpt je dus niet alleen de woning te vinden, maar brengt ook veel kennis mee over bijvoorbeeld de bouwkundige staat van de woning.

Een belangrijk thema waar mensen tegenwoordig op letten bij de aankoop van een huis is duurzaamheid. De isolatiewaarde van je woning is, zeker met de huidige gasprijzen, erg belangrijk. Voor het opstellen van een energielabel van de woning wordt onder andere naar deze isolatiewaarde gekeken. Het energielabel zegt dus iets over de duurzaamheid van je woning.

Nieuwbouwwoningen zijn zeer energiezuinig en soms zelfs energieneutraal. Maar wanneer je een bestaande woning wilt kopen of zelf een huis wilt bouwen dan dien je dus goed te letten op het energielabel. Een makelaar met verstand van zaken zoals Boumij Makelaars, kan je hierin advies geven zodat je niet bedrogen uitkomt.

Als eerste op de hoogte

Eén van de grootste voordelen van het inschakelen van een makelaar is het feit dat je als eerst op de hoogte bent van het nieuwe aanbod. Daarnaast heeft een makelaar onderling contact met andere makelaars en krijgen ze nog wel eens informatie door die je zelf niet kunt vinden.

Wanneer je zonder makelaar aan de slag gaat dan gaat er behoorlijk wat tijd zitten in alleen al het zoeken naar woningen. Je moet er elke dag bovenop zitten wil je nog kans maken om een bezichtiging te plannen. Het scheelt je dus veel tijd wanneer de makelaar dit allemaal voor je doet.

Realistische kijk tijdens bezichtiging

Tijdens een bezichtiging neem je natuurlijk je makelaar mee. Een huis kan er op de foto’s nog zo mooi uit zien, in het echt kan het nogal eens tegenvallen. Bovendien kijkt een makelaar anders naar de woning dan jij.

Jij en je eventuele partner letten waarschijnlijk meer op een bepaald gevoel dat je hebt en je bedenkt of je jezelf er voor langere tijd ziet wonen. Het kan voorkomen dat je al snel verliefd wordt op een huis en je alleen nog maar door een roze bril kunt kijken. Een makelaar is hierin gelukkig neutraal en kijkt kritisch naar de status van de woning en bijvoorbeeld verbouwmogelijkheden.

Emotionele ondersteuning

Wanneer je een aan- of verkoopproces ingaat dan wordt een makelaar iemand met wie je gedurende die periode veel contact hebt. In eerste instantie brengen ze je woonwensen in staat dus het is belangrijk dat je makelaar snapt waar je naar op zoek bent. Het is dus prettig wanneer je een klikt hebt en een fijn gevoel bij je makelaar. Hij of zij gaat immers op zoek naar jouw droomwoning, dat is niet zomaar iets.

Bovendien vertelt je makelaar je ook het slechte nieuws als je bod niet is geaccepteerd, een goede vertrouwensband maakt het dan al een stuk dragelijker. Kies dus voor een betrokken en bevlogen makelaar met verstand van zaken. Iemand die met je meedenkt, maar je soms ook met beide benen op de grond zet. In de huidige huizenmarkt heb je helaas niet altijd meer wat te kiezen en zul je vaak concessies moeten doen.

5 redenen waarom je een makelaar moet inschakelen.

Werkgelegenheid millieusector in 10 jaar verdubbeld

0
Werkgelegenheid in millieusector in tien jaar tijd verdubbeld

De toegevoegde waarde van de milieusector bedroeg 22,3 miljard euro in 2021, ongeveer 2,6 procent van het bruto binnenlands product (bbp). In 2001 was dit nog 1,7 procent. De werkgelegenheid in hernieuwbare energie is in tien jaar tijd bijna verdubbeld.

“Grootste stijging met name in de installatie van zonnepanelen”

De milieusector omvat bedrijven en instanties die goederen en diensten produceren gericht op het beschermen van het milieu en het beheren van natuurlijke hulpbronnen. Milieubeschermingsactiviteiten zijn bijvoorbeeld het meten, voorkomen en herstellen van milieuschade door lucht-, water- en bodemvervuiling.

Bij het beheer van natuurlijke hulpbronnen kan gedacht worden aan het produceren van energiebesparende en CO2-reducerende technologieën, producten en diensten, zoals de productie van hernieuwbare energie, elektrisch vervoer, en isolatiewerkzaamheden.

Aandeel toegenomen

Het aandeel van de milieusector in de Nederlandse economie is sinds 2001 gestaag toegenomen van 1,7 procent in 2001 tot 2,6 procent in 2021. Het aandeel van activiteiten gericht op het beheer van natuurlijke hulpbronnen is verdubbeld in de afgelopen twintig jaar.

Deze toename hangt nauw samen met de energie- en klimaattransitie. Het aandeel van milieubeschermingsactiviteiten in de Nederlandse economie nam in de periode 2001-2020 met 0,2 procentpunt beperkt toe.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Werkgelegenheid

De productie uit hernieuwbare energie en energiebesparing waren in 2020 goed voor ruim 72.000 voltijdbanen, in 2011 waren dit er nog 40.000. Wel zijn er verschillen tussen de activiteiten.

De grootste stijging is te zien bij zonne-energie, met name in de installatie van zonnepanelen, waar tussen 2011 en 2020 de werkgelegenheid ruim elf keer zo groot is geworden. De werkgelegenheid uit windenergie is in dezelfde periode verdubbeld.

Daarentegen is de werkgelegenheid gerelateerd aan warmte, geothermie en energie uit water de afgelopen tien jaar vrijwel constant gebleven.

Omvang milieusector

De bijdrage van de milieusector aan het bbp was in de Europese Unie gemiddeld 2,3 procent in 2019. In Nederland was dit ook rond de 2,3 procent. In Finland, Estland en Oostenrijk is de milieusector relatief het grootst, met respectievelijk 5,8 procent, 4,6 procent en 4,2 procent van het bbp.

In deze landen wordt veel hernieuwbare energie geproduceerd, en ook het beheer van bosgebieden draagt relatief veel bij aan het bbp. Onderaan de ranglijst stonden Ierland (0,9 procent), Malta (1 procent) en België (1,1 procent).

Nieuwe toepassing Groningse liggers in viaduct

0
Liggers uit Groningen krijgen nieuwe toepassing in viaduct

Combinatie Liggers2.0 is bezig om liggers uit Groningen geschikt te maken voor een nieuwe toepassing in een viaduct. Gert-Jan van Eck, projectleider bij ingenieursbureau Royal HaskoningDHV geeft tekst en uitleg.

SBIR-consortium ‘Combinatie Liggers2.0’ laat zien dat hoogwaardig hergebruik van betonnen prefabliggers uit te slopen viaducten eenvoudig, veilig en rendabel is. Het project bevindt zich in de pilotfase, waarin het consortium een prototype van hun circulaire viaduct ontwikkelt.

Gert-Jan van Eck, projectleider bij ingenieursbureau Royal HaskoningDHV en van het consortium, vertelt over het project. “We zorgen dat de herbruikbare oude liggers gelijkwaardig zijn aan nieuwe liggers.”

Liggers

Een viaduct wordt gemiddeld na veertig, vijftig jaar afgebroken. De oude liggers gaan dan naar de sloop. Zonde, want de haalbaarheidsstudie toont aan dat hoogwaardig voorgespannen prefabbeton met gemak tweehonderd jaar meegaat. Dat betekent dat dit soort liggers zelfs na vijftig jaar intensief gebruik nog aan de hoogste eisen kunnen voldoen.

Van Eck: “En dat we ze dus nog veilig in een nieuwe brug of viaduct kunnen plaatsen. Zo behoud je de functie en de waarde van de liggers en bespaar je niet alleen primaire grondstoffen, en verminder je CO₂-uitstoot en energie, en ook kosten. Het maatschappelijk effect is groot en draagt direct bij aan het behalen van de klimaatdoelen van Rijkswaterstaat om in 2030 circulair te werken en vanaf 2050 volledig circulair te zijn.”

Hoe kwam dit project tot stand?

“Royal HaskoningDHV nam het initiatief om met projectpartners Vlasman en SGS Intron een projectvoorstel in te dienen bij de SBIR circulaire viaducten van Rijkswaterstaat. Bij het indienen van het haalbaarheidsonderzoek is de combinatie uitgebreid met bouwer Dura Vermeer en prefableverancier Haitsma.

“Onze gezamenlijke insteek? Alles wat je nu maakt, kan straks herbruikbaar zijn. Maar de grootste winst behaal je als je vandaag al bestaande materialen opnieuw gebruikt. Dan hoeft er minder nieuw geproduceerd te worden. Dat betekent: bouwen met gebruik van elementen die je anders zou slopen.”

“Prefabliggers van hoogwaardig beton zijn daarvoor bij uitstek geschikt. Daarom hebben we ons voorstel daarop gericht. We hebben aangetoond dat de draagkracht van het beton dat we opnieuw willen gebruiken groot genoeg is, zodat het wegverkeer er straks veilig gebruik van kan maken. Van de 32 ingediende projectvoorstellen werd het onze als één van de tien voorstellen geselecteerd om een haalbaarheidsonderzoek uit te voeren.”

Hieruit zijn drie consortia geselecteerd voor de pilotfase. “Met de andere twee geselecteerde consortia wisselen we regelmatig informatie uit. Bijvoorbeeld als wij zien dat er ergens bouwmaterialen vrijkomen die een ander consortium mogelijk kan gebruiken. Bovendien praten we elkaar en Rijkswaterstaat bij in driewekelijkse meetings.”

Waar staat het project nu en wat brengt de toekomst?

“‘We hebben in het haalbaarheidsonderzoek laten zien dat het economisch en technisch haalbaar is om prefabliggers een tweede leven te geven. In het laboratorium hebben we proefmonsters uit het beton getest op restlevensduur en hun sterkte. Nu moeten we het ook echt gaan waarmaken. Dat gaan we doen met het prototype.”

Uit een viaduct uit de A7 in Groningen zijn de liggers van de hoofdoverspanningen geoogst. Het is de bedoeling dat 19 daarvan in november in een nieuw project worden geplaatst. “Een deel van de liggers die we over hadden, is via een bruggenbank naar een nieuwe brug in Appingedam gegaan. Dat was een mooi extra pilotproject voor ons, waarin we alvast konden testen hoe het hergebruik in de praktijk werkt. Die ervaring gebruiken we voor de toepassing in het areaal van Rijkswaterstaat.”

Waarom is het zo belangrijk om bouwmaterialen opnieuw te gebruiken?

“Wij werken vanuit de visie dat de keuzes van vandaag bijdragen aan morgen. Daarom ontwikkelen we innovaties en oplossingen voor een duurzame toekomst. Onze projecten dragen zo bij aan een toekomstbestendige samenleving. Prefabonderdelen lenen zich goed voor hergebruik. Daarmee kunnen we zo duurzaam mogelijk omgaan met grondstoffen. In Nederland doen we het al redelijk, want liggers worden al jaren vermalen tot betongranulaat dat we als wegfundering gebruiken.”

“Dat is ook een vorm van hergebruik, maar het is nog duurzamer om bestaande elementen opnieuw in hun oorspronkelijke functie te gebruiken. Dat is het doel van ons project. Met een hergebruikte prefabligger bespaar je wel negentig procent van de milieukostenindicator. Deze MKI vat alle milieueffecten van een project samen in één score, uitgedrukt in euro’s.”

Hoe gaat het hergebruik van de liggers in zijn werk?

“De liggers liggen nu op een opslagplaats van projectpartner Dura Vermeer. Maar je kunt die liggers niet zomaar een-op-een overplaatsen. We halen de druklaag weg, omdat die niet meer voldoet aan de huidige normen. Hij moet tegenwoordig dikker zijn. Als de liggers niet de juiste afmetingen hebben, korten we ze in. Ook de kruisingshoek kunnen we aanpassen aan de vereisten van het nieuwe viaduct. Zo zorgen we dat de herbruikbare liggers gelijkwaardig zijn aan nieuwe liggers. En dat we ze net zo makkelijk in het nieuwe viaduct kunnen plaatsen. Na het plaatsen wordt de nieuwe druklaag aangebracht.”

(Lees verder onder de afbeelding.)

Welke obstakels komen jullie in dit project tegen?

“Met SBIR geeft Rijkswaterstaat een impuls aan het circulair denken. Ze gaven ons veel ruimte om het project naar eigen inzicht vorm te geven. Het is dus echt een gelijkwaardige samenwerking. Wat de voortgang van circulariteit nog zou versnellen, is als circulair denken ook binnen Rijkswaterstaat zelf de norm wordt. Ik zou graag zien dat mensen zich hiervoor verantwoordelijk voelen, en niet alleen maar deelnemen aan een programma. Dan komt er echt beweging.”

Van Eck: “We hebben immers niet alle tijd: in 2030 wil Rijkswaterstaat volledig klimaatneutraal werken. We moeten dus bij wijze van spreken morgen al het aanbod van liggers matchen met mogelijke afnemers. Het is daarom belangrijk dat het hoogste niveau bij Rijkswaterstaat het circulaire denken uitdraagt. Zodat hergebruik integraal onderdeel wordt van het denken en doen van alle medewerkers en we snel stappen kunnen zetten.”

Hoe vindt vraag en aanbod van herbruikbare bouwmaterialen elkaar?

“We streven naar één centrale plek waar potentiële projecten inzicht krijgen in welke materialen er wanneer beschikbaar komen. Daar bestaan nu diverse platforms voor, bijvoorbeeld de Bruggenbank die Royal HaskoningDHV al langer geleden is gestart, de Nationale Bruggenbank en de algemene materialenbanken van de bouwsector.”

“We zien dat het aantal matches op de Bruggenbank de afgelopen jaren toeneemt. Dat stemt positief: steeds meer organisaties staan open voor het plaatsen van bijvoorbeeld een tweedehands fietsbrug. Vooral gemeentes en waterschappen denken al meer circulair.”

Hoe kunnen we hergebruik beter faciliteren?

“Door een bouwproject te ontwerpen met de toekomst in gedachten. Nu wordt er eerst een ontwerp gemaakt en vervolgens bepaald welk materiaal ervoor nodig is. Dat kun je ook omdraaien: verwerk in het eerste ontwerp al de beschikbare herbruikbare materialen. Het allermooist is het om nieuwe viaducten zo te bouwen dat de materialen later gemakkelijk demonteerbaar zijn. Door met voegen te werken en niet alles aan elkaar vast te storten, bijvoorbeeld. Want als je bij het bouwen al nadenkt over het slopen, is het demonteren straks een stuk goedkoper.”

Wat is ervoor nodig om hergebruik de nieuwe norm te maken?

“Dat zit ‘m denk ik vooral in financiële prikkels. De MKI is bijvoorbeeld een prima initiatief. Als je dat meeneemt in de beoordeling van inzendingen voor tenders, daag je marktpartijen uit om anders te gaan denken. De vraag is alleen of die MKI-trigger voldoende is. Het zou kunnen helpen om partijen die een bepaald percentage van hun materialen hergebruiken, voorrang te geven. Dan gaat hergebruik echt vóór nieuwbouw. Want herbruikbare materialen zijn de toekomst.”

Bron: Rijkswaterstaat

73 energiezuinige woningen Delft

0
Project - 73 energiezuinige woningen Professor Schoemakerplantage

De gemeente Delft en gebiedsontwikkelaar AM hebben het officiële startsein gegeven voor de bouw van 73 woningen in de Professor Schoemaker Plantage in Delft.

De officiële handeling is verricht door wethouder Karin Schrederhof in bijzijn van Gilbert Kokenberg, directeur projecten AM , de kopers en andere betrokkenen. In Professor Schoemaker Plantage worden verschillende woonbuurten gerealiseerd: Klinkerbuurt en Grasbuurt.

Deze buurten zijn straks verbonden door een nieuw stadspark van bijna 2,5 hectare.. Grasbuurt 1 is de eerste fase van Grasbuurt en is inmiddels verkocht.

De Nieuwe Delftse School

Grasbuurt krijgt een groen karakter. De korte en lange rijen met woningen slingeren door de natuurrijke buurt. De woningen grenzen aan het stadspark, staan aan groene lanen of hebben uitzicht op het water voor de deur. Bedaux de Brouwer Architecten en WAM-architecten werkten net als bij de Klinkerbuurt aan de woningen in Grasbuurt.

De woningen zijn ontwikkeld in een architectuurstijl die de architecten omschrijven als ‘de Nieuwe Delftse School’ die gebaseerd is op de (oude) Delftse School. Deze architectuurstijl kenmerkt zich door het gebruik van baksteen in diverse toepassingen, de plaats van de kozijnen, erkers en hoge daken met schoorstenen.

Woonprogramma

Grasbuurt 1 bestaat uit een gedifferentieerd woonprogramma van diverse brede en royale rijwoningen, twee-onder-één kapwoningen en vrijstaande woningen. De bouw wordt verzorgd door BAM Wonen en de prognose oplevering van de 73 woningen in Grasbuurt 1 staat gepland vanaf het voorjaar van 2023.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Duurzaamheid

Alle woningen zijn energiezuinig. De woningen zijn voorzien van een eigen lucht-water-warmtepomp, die voor zowel vloerverwarming als -koeling zorgt. Daarnaast wordt energie opgewekt door zonnepanelen. De woningen voldoen aan de eisen van ‘Bijna EnergieNeutraal Gebouw’ (BENG).

Dit betekent dat niet alleen rekening is gehouden met een goede isolatie van de woningschil en energiezuinige installaties, maar ook met de toepassing van duurzame energie. Niet alleen de woningen zijn duurzaam maar ook de inrichting van de directe omgeving draagt daar aan bij.

Zo worden de daken van de bergingen uitgevoerd met een sedumdak en krijgen alle woningen een waterton waardoor de waterberging verbetert. Tevens zal de biodiversiteit worden versterkt dankzij het 2,5 hectare park met veel groen in de vorm van bomen, hagen en tuinen.

Lees ook: Project 1221 in Delft

69 procent CO₂-reductie op verkochte woningen

0
69 procent CO₂-reductie op verkochte woningen

Over het voorgaande boekjaar heeft Ballast Nedam Development ten opzichte van bestaande wet- en regelgeving een CO₂-reductie gerealiseerd van maar liefst 69 procent op het gehele portfolio van de verkochte grondgebonden woningen en appartementen.

Ballast Nedam Development wil beleidsmakers uitdagen om in een zo kort mogelijke tijd de CO₂ uitstoot naar 0 te krijgen

Ballast Nedam Development besloot als eerste gebiedsontwikkelaar volledig om te schakelen naar uitsluitend gasloze woningen op het gehele portefeuilleniveau, de eerste met uitsluitend energieneutrale woningen (gemiddeld BENG 2 = 0 of beter) en daagde onlangs heel Nederland uit met de zoektocht naar het klimaatpositieve Ballast Nedam Development Natuurhuis, dat voor 95 procent uit biobased materialen bestaat.

Energieneutraal

Met deze 69 procent CO₂-reductie over 2021 wordt aangetoond dat de bouw- en vastgoedsector in staat is veel meer CO₂ te reduceren dan de wet voorschrijft. De methode om deze prestaties te meten volgt de CO₂ equivalenten uit de MPG en BENG-richtlijnen voor de woningbouw en is berekend met gevalideerde software.

Met de twee componenten energie (100 procent) en materiaalgebruik (38 procent) wordt gemiddeld een CO₂-reductie behaald van 69 procent. De grootste reductie, met 100 procent, komt voort uit energieneutraal bouwen.

De verkochte woningen van Ballast Nedam Development presteren op het gebied van energie gemiddeld BENG 2 = 0 of beter over 2021. De gemiddelde MPG score voor appartementen was 0,48 en voor grondgebonden 0,60, de CO₂-reductie was gemiddeld 38 procent ten opzichte van de wet- en regelgeving.

Voor de MPG is er nog een wereld te winnen. Hier wordt momenteel al hard aan gewerkt.

CO₂ positief

In verschillende projecten van Ballast Nedam Development, zoals het Natuurhuis en Horizons in Amsterdam, laat Ballast Nedam Development zelfs al zien dat het mogelijk is om CO₂-positieve gebouwen te maken waar meer CO₂ wordt vastgelegd dan uitgestoten.

Met deze bewijslast wordt aangetoond dat de kabinetsplannen met strengere eisen door de markt behaald kunnen worden. Energieneutraal bouwen en meer focus op milieuvriendelijke materialen loont. Doordat deze prestatie op portefeuilleniveau wordt behaald toont het bovendien aan dat de tijd van pilotprojecten verleden tijd is en er een nieuw tijdperk van opschaling aanbreekt, die hard nodig is om de wereldwijde CO₂ doelen te behalen.

Holistische maatregelen

Ook stuurt Ballast Nedam Development sinds de lancering van haar eigen ‘bouw’ Besluit actief op een lager MPG in alle projecten. Hiermee is de overige CO₂-reductie bewerkstelligd. Door actief te sturen op een lagere MPG en ook meer biogene materialen toe te passen wil Ballast Nedam Development op korte termijn komen tot de realisatie van een totaal CO₂-neutrale ontwikkelportefeuille.

Bijzonder in het Ballast Nedam Development Besluit is dat ambities op projectniveau, impact als organisatie, de werkwijze en gedrag van medewerkers in een holistische set aan maatregelen in één keer uit heeft gerold.

De geldende normen worden daardoor compleet herijkt met oog op de toekomst. De inhoud van het Besluit omvat onder meer strengere normen voor energie, gezondheid, (deel)mobiliteit, natuurinclusiviteit, klimaatadaptiviteit en circulariteit.

Multifunctioneel Brainport Human Campus in Helmond

0
Project - Multifunctioneel Brainport Human Campus in Helmond

De nieuwe Brainport Human Campus in Helmond is een plek met hoge groenambitie waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en inspireren.

“Bij de Brainport Human Campus staat mensgerichte innovatie hoog in het vaandel”

Een centraal plein met veel natuur is de verbindende factor tussen een familie van bedrijven met verschillende architecturen. Voor dit vooruitstrevende project heeft bureau The Dutch Wave ‘werkgeluk’ vertaald naar een multifunctioneel plein door middel van nauwe samenwerking met opdrachtgever Driessen Groep en leverancier MBI De Steenmeesters.

Natuur verbindt

Toen Martin Buijtels van The Dutch Wave in gesprek ging met Driessen Groep wist hij al snel wat het project moest worden. “Werkgeluk was eigenlijke de enige opdracht die ik mee heb gekregen van Driessen Groep. Hier is het parkeerterrein, dit zijn de gebouwen, maak een verbinding. Het enige wat ons allemaal verbindt is de natuur. Dat paste precies in ons straatje. Wij pakken veel projecten aan met een hoge groenambitie.

Buijtels: “Onze slogan is dan ook ‘Because mother nature is damn sexy!’ Het gave is dat campus terreinen ook een educatieve rol hebben voor de mensen die er werken. Die nemen de waarden van groen en de juiste bestrating mee naar huis om toe te passen in hun eigen tuin”, aldus Buijtels.

Ontmoetingsplaatsen

Bij Driessen Groep staan mensgerichte innovatie en werkgeluk hoog in het vaandel. Zo vertelt Marije de Greef, directeur van de Brainport Human Campus: “Samen gave dingen doen die er toe doen, zo kijken wij naar werkgeluk. En met name dat je samen met je collega’s en met klanten op een fijne manier samen kunt komen. Dat vertaalt zich op de campus in ontmoetingsplaatsen met daaromheen de werkpanden.”

Het terrein moest daarnaast voor veel verschillende gelegenheden geschikt zijn. Daarbij heeft MBI o.a. maatwerk betonelementen en bestrating geleverd: “We hebben ook op het plein permanente ontmoetingsplekken gemaakt met de betonelementen waar mensen kunnen zitten aan het water of bij de bomen. Wij geloven ook sterk in evenementen organiseren om mensen te inspireren, daarvoor kunnen we heel het terrein omtoveren. Daar is in de bestrating ook rekening mee gehouden”, aldus De Greef.

Beleving

De Brainport Human Campus is niet zomaar een campus. Alles draait om de beleving, waar de natuur weer een grote rol in speelt. Buijtels: “Allereerst moeten de groen structuurplannen kloppen, dat is de verbindende factor. De volgende vraag is: Hoe gaan we de binnen beleving, wat ook heel erg groen is, met buiten combineren en waar liggen de behoeftes?”

In de coronatijd heeft de campus zichzelf moeten uitvinden met de wens van Driessen Groep om dit een plek te maken waar men elkaar kan ontmoeten en inspireren met o.a. een hoofdterras, plekken waar je relaxt kan vergaderen, spelelementen en een stadsstrand. “We hebben daarin alles geprikkeld: geluid, zicht, health zoals kunnen wandelen en gezond eten. Het is heel gaaf om te zien hoe, nu alles in de bloei is, de campus tot leven komt.”

(Lees verder onder de afbeelding.)

Groenambitie

Naast de multifunctionaliteit en beleving, was er voor de campus een hoge groenambitie vanuit zowel opdrachtgever als architect. De hoge groenambitie is ook duidelijk terug te zien in de materiaalkeuzes: Bijtels: “Met MBI hebben we ervoor gekozen om de natuur toe te voegen aan de bestrating. Een eenvoudige manier om dat te doen is om aardtinten toe te voegen. Maar we zijn nog een stap verder gegaan. De toplagen van de stenen op het looppad zijn bijvoorbeeld gemaakt van strand zandgrond tot aan bosgrond.”

Daarvoor is naar de genius loci oftewel ‘de geest van de plek’ gekeken, in dit geval Helmond. “Wat vertelt dat? Daar hebben we die toplagen door laten inspireren. MBI is daar heel erg meedenkend in geweest”, aldus Buijtels.

Ook wordt op het campusterrein de ruimte geboden aan water met het idee dat (hemel)water kan infiltreren op de plek waar het valt. Daarvoor is waterpasserende bestrating van MBI toegepast.

Buijtels: “Het hoofdpad is waterdoorlatend. We hebben daarnaast gebruik gemaakt van halfverharding Olivijn. Dat is een CO2 opruimend gesteente. Op het hele terrein is daarmee waterafvoer overbodig geworden, want het hele terrein watert af op zichzelf. Het terrein is tegelijk bestand tegen zwaar verkeer dankzij de waterpasserende bestrating.”

Blauwdruk

Binnen de Driessen Groep is een enquête met wensvraag uitgedaan. Dat was de blauwdruk voor dit project. De mensen die er werken zijn er erg bij betrokken geweest vanaf het begin. Het ontwerp is dan ook heel erg omarmt, vertelt Buijtels.

“MBI De Steenmeesters is ook erg betrokken geweest in alle projectfases en heeft proactief meegedacht. Ze stonden heel erg open voor onze ideeën, zoals het toevoegen van zand- en bosgrond aan de bestrating. Het fijne aan MBI is dat de lijnen heel erg kort zijn en dat je de specialist altijd erbij hebt. Goede leveranciers en onderaannemers zijn van groot belang om dit soort projecten succesvol te realiseren. De campus is een échte samenwerking geweest”, aldus Buijtels.

Toekomstgericht

Brainport Human Campus is ingericht met oog op de toekomst en er zijn reeds plannen voor uitbreiding, vertelt De Greef: “We hadden voorheen heel weinig groen en geen fijne buitenruimte, daar wilden we verandering in brengen. We wilden ook graag iets vanuit MVO doen. Dus hoe kunnen we bijdragen aan het milieu door bijvoorbeeld warmtestress te verminderen, maar ook meer groen en biodiversiteit stimuleren?”

De Driessen Groep groeit hard, vertelt De Greef tot slot. “We hebben reeds vier gebouwen ontwikkeld en er ligt een plan voor nog twee gebouwen. Hoe ga je die weer verbinden met de rest van de campus op een verantwoorde manier? Dat biedt weer nieuwe uitdagingen. Het totaalplaatje, MVO en gebruikersgemak houden we daarbij scherp in beeld!”

Tijdelijke beweegbare brug in Wormer

0

Wormerveer en Wormerland zijn de jaren verbonden door een tijdelijke beweegbare brug. De tijdelijke brug over de Zaan vervangt in deze periode de Zaanbrug die wordt vernieuwd. Het project is in opdracht van de provincie Noord-Holland gerealiseerd door een team van verschillende bedrijven.

“De tijdelijke beweegbare brug vervangt de nieuw te bouwen brug tot begin 2024”

Het auto-, fiets-, voetgangers- én scheepsverkeer kan de komende maanden onbelemmerd doorgang vinden in dit gedeelte van de Zaanstreek. De tijdelijke brug van van Janson Bridging, is geheel CE gekeurd, hetgeen bijzonder is voor een dergelijk object.

Zaanbrug

Het gehele project ‘vernieuwing Zaanbrug‘ wordt in opdracht van de Provincie Noord-Holland uitgevoerd door de aannemerscombinatie Reimert Bouw en Infrastructuur – Gebr. Beentjes GWW. Janson Bridging werd benaderd voor het realiseren van de tijdelijke verbinding met haar JMB beweegbare brug.

Aan het project hebben vele specialistische bedrijven gewerkt met disciplines vanuit de staalbouw, werktuigbouw, lagertechniek, hydrauliek, elektronische besturing en softwarebranche. De onderbouw waar de brug op rust werd gebouwd door de aannemerscombinatie.

(Lees verder onder de afbeelding.)
Tijdelijke beweegbare brug in Wormer
De tijdelijke brug, met op de achtergrond de Zaanbrug.

Sluitstuk

Na het aanbrengen van deze onderbouw en de aanbruggen is als sluitstuk het beweegbare gedeelte met een gewicht van zo’n 92 ton geplaatst. Het gedeelte is ongebalanceerd wat betekent dat deze brug niet met behulp van een contragewicht wordt opengetrokken, maar door twee krachtige cilinders. Dit krachtenspel maakt ook de constructie van het geheel gecompliceerd.

De brug heeft één rijstrook per rijrichting en daarnaast een vrijliggend fiets- en voetpad. De besturings- en bedieningssoftware verzorgt de aandrijving van het bewegingswerk alsmede de samenwerking met de overige technische systemen op en rond de brug zoals slagbomen en seinen.

Modulair

De brug van is modulair ontworpen. Daardoor is hij breder en langer te maken, zodat hij ook op andere plekken dienst kan doen als tijdelijke beweegbare brug. Zo realiseerde Janson deze brug eerder al in Westknollendam (NH). Toen was het de eerste tijdelijke beweegbare brug voor zwaar verkeer in Nederland.

Vernieuwing

Na de zomervakantie zal in augustus gestart worden met de sloop van de bestaande Zaanbrug. Bewoners dachten mee over de uitstraling van de nieuwe Zaanbrug. Het resultaat hiervan is dat er straks een traditionele ophaalbrug wordt gerealiseerd die past in de historische omgeving langs de Zaan, maar ook past binnen het huidige tijdsbeeld. Begin 2024 zal de nieuwe brug gereed zijn.

(Lees verder onder de afbeelding.)
Tijdelijke beweegbare brug in Wormer
De tijdelijk beweegbare brug van boven.

Janson Bridging is gespecialiseerd in de verhuur van tijdelijke modulaire bruggen, waaronder ook deze in Wormer.