Home Blog Pagina 140

Meer inwoners in en om grotere gemeenten in 2035

0
Meer inwoners in en om grotere gemeenten in 2035

Nederland zal in 2035 naar verwachting 18,9 miljoen inwoners hebben, 1,3 miljoen meer dan begin 2022. Vooral de grote en middelgrote gemeenten zullen verder groeien, net als verschillende randgemeenten rond de grote steden. Dat blijkt uit de Regionale bevolkings- en huishoudensprognose 2022-2050 van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het CBS.

Van de vier grote steden krijgt Amsterdam er de meeste inwoners bij

In 54 gemeenten wordt een krimp van meer dan 2,5 procent verwacht. Deze gemeenten liggen vooral in het noorden en langs de oostgrens van het land, en zullen ook sneller vergrijzen dan de grotere gemeenten.

De prognose beschrijft de meest waarschijnlijke ontwikkeling, maar kent ook onzekerheden, waarover meer te lezen is in de laatste alinea. De regionale prognose beschrijft de periode tot 2050, in dit nieuwsbericht wordt de periode tot 2035 belicht.

Groei in grote steden

Bijna 70 procent van de verwachte nationale groei tot 2035 komt volgens de prognose terecht in de grootste gemeenten (met ten minste 100.000d inwoners). Rondom de grote gemeenten groeien ook diverse andere gemeenten. Voorbeelden zijn Haarlemmermeer bij Amsterdam, Zuidplas bij Rotterdam en Rijswijk bij Den Haag. Ook Almere en Lelystad groeien sterk.

1 miljoen inwoners in Amsterdam

Van de vier grote steden krijgt Amsterdam er de meeste inwoners bij, naar verwachting ruim 175 duizend tot 2035. Dit betekent een toename van 20 procent ten opzichte van 2021. De stad passeert naar verwachting in 2030 de grens van een miljoen inwoners. Voor Utrecht verwacht de prognose de grootste relatieve groei, met ruim 26 procent tot 2035. Den Haag (18 procent) en Rotterdam (12 procent) groeien minder snel.

Buiten de Randstad neemt het inwonertal naar verwachting vooral toe in de steden. In Noord-Brabant zijn dat bijvoorbeeld Breda, Tilburg en vooral Eindhoven. In het noorden groeit Groningen relatief sterk en in het oosten zijn Zwolle, Arnhem en Nijmegen sterke groeiers.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Krimp aan de randen

Kleinere gemeenten aan de randen van het land zullen hun bevolking naar verwachting verder zien afnemen. In 2035 zullen 54 gemeenten substantieel minder inwoners tellen dan nu. Het gaat vooral om gemeenten in het noordoosten van Groningen, Drenthe, de Achterhoek en Limburg. Deze gemeenten vergrijzen ook sterker. Jongeren verhuizen naar elders, bijvoorbeeld voor studie of werk.

Grote gemeenten vergrijzen

In 2035 zal ruim 24 procent van de bevolking 65 jaar of ouder zijn, nu is dat nog 20 procent. De vier grote steden zijn minder vergrijsd dan de kleinere gemeenten, maar ook hier neemt de vergrijzing de komende jaren naar verwachting toe: van 14 procent 65-plussers nu naar 19 procent in 2035.

In andere delen van Nederland gaat de vergrijzing echter nog sneller. Vooral in gemeenten die de komende jaren krimpen zal het aandeel ouderen in 2035 naar verwachting groot zijn, in veel gevallen dertig procent of meer. Het verschil in vergrijzing tussen stad en platteland neemt dus toe.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Onzekerheid

De PBL/CBS regionale prognose 2022-2050 beoogt de meest waarschijnlijke ontwikkeling te beschrijven, rekening houdend met nieuwe inzichten en recente ontwikkelingen op nationaal en regionaal niveau. Toch zijn de cijfers altijd met onzekerheden omgeven. Immigratie en woningbouw zijn bijvoorbeeld moeilijk exact te voorspellen.

De onzekerheid wordt bovendien groter naarmate verder naar de toekomst wordt gekeken. Daarom zijn onzekerheidsintervallen rond de uitkomsten van de regionale prognose opgesteld, waarbij de kans twee op drie is dat de gemeentelijke bevolkingsgroei binnen deze bandbreedte zal blijven.

Ook als de bevolkingsgroei lager is dan verwacht, zullen de grote gemeenten nog steeds groeien. Kleinere gemeenten aan de randen van het land zullen, als de bevolkingsgroei hoger is dan verwacht, nog steeds krimpen of vrijwel gelijk blijven in bevolkingsomvang.

SmartBrick, detectiesysteem voor kade- en brugfalen

0
SmartBrick – detectiesysteem voor kade- en brugfalen

SmartBrick – van het bedrijf Althen – is in staat zeer kleine, significante bewegingen te detecteren. Hiermee kan SmartBrick worden ingezet als eerstelijns-detectiesysteem op kade- en brugfalen.

‘SmartBrick is niet persé rocket science als je kijkt naar de inclinatiesensor an sich’

In juli 2020 nodigde het ministerie van Economische Zaken en Klimaat ondernemend Nederland in samenwerking met Gemeente Amsterdam partijen uit om een voorstel in te dienen voor innovatieve oplossingen, anders dan tachymetrie en waterpassing, die bijdragen aan de monitoring van bruggen en kademuren in Amsterdam (NB1).

Reallife pilot

Althen won in zowel de eerste als tweede fase met het SmartBrick-concept. Begin juli 2021 startte de derde eindfase, waarin Althen en drie andere winnaars hun innovatieve oplossingen voor het monitoren van bruggen en kademuren in Amsterdam doorontwikkelden in een reallife pilot van één jaar (fase 2(NB2)).

Met een eindpresentatie en onderzoeksrapport heeft Althen samen met drie andere bedrijven onlangs de laatste fase van de door de Gemeente Amsterdam en RVO ondernemend Nederland uitgegeven SBIR oproep (Small Business Innovation Research) afgerond.

Volwassen eindproduct

De vier bedrijven waren als laatste overgebleven van totaal 43 inzendingen. Althen is er in deze fase, die van juli 2021 tot juni 2022 liep, in geslaagd om SmartBrick te ontwikkelen tot volwassen eindproduct.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Sensoroplossing zonder voeding

Althen ontwikkelde SmartBrick, een speciale sensoroplossing zonder gateway en voeding, die minimaal vijf jaar zonder onderhoud de constructieve staat van kademuren en bruggen in Amsterdam online kan monitoren.

SmartBrick is een schaalbare, easy-to-implement slimme sensor welke vroege detectie van mogelijk falen van kademuren en bruggen efficiënter, sneller, nauwkeuriger en goedkoper maakt.

Begin 2022 is met SmartBrick een volledig werkende oplossing gepresenteerd, zowel wat betreft hardware alsook het benodigde data dashboard, de installatie en onderhoudsprotocollen, capaciteit voor seriematige productie en bewezen onderbouwing voor voorspellende waarde op constructief falen van bruggen en kademuren.

Toepassing SmartBrick

“SmartBrick is niet persé rocket science als je kijkt naar de inclinatiesensor an sich. De combinatie van eigenschappen: draadloos, batterij gevoed tot bijna zeven jaar bij vier berichten per dag en een heel gebruiksvriendelijk dashboard, maakt het zeer innovatief.”, vertelt Thijs Haselhoff, CEO van Althen.

“SmartBrick is bedoeld om grootschalig hoogfrequent te monitoren en bewegingen te detecteren, zodat er op tijd gewaarschuwd kan worden en gericht grondige inspectie kan plaatsvinden. De SmartBrick blijkt van grote waarde in het monitoringsproces van Amsterdam: kademuren met risicoklasse B voor vroegtijdige signalering van kadebeweging en mogelijk kadefalen, onder bruggen, en in combinatie met tachymetrie op een hoogrisicomonitoringsysteem.”

Max & Moore werkgebouwen in Buiksloterham

0

Met een rijkheid aan groen, geïntegreerde pv-panelen in de gevel, maximale flexibiliteit en hoge mate van circulariteit, zet Max & Moore de toon voor de transformatie van Buiksloterham tot nieuw stedelijk gebied.

De telescoopdeuren in de plint zorgen ervoor dat de gemeenschappelijke plint direct verbonden is met buiten

Max & Moore bestaat uit twee bouwvolumes die qua architectuur aansluiten op de typologie en het DNA van Buiksloterham: stoer, kloek en robuust. Max & Moore zijn familie van elkaar, maar hebben hun eigen karakter.

Max staat sterk op een dubbelhoge plint en is uitgevoerd in uitgesproken horizontale banden van zwart staal en PV. Moore is zacht in compositie en bevat een balans tussen ruw en verfijnd beton in witte, lichte kleuren. De familiare eigenschappen worden gedeeld in het materiaalgebruik van integrale PV panelen, die blenden met het staal en beton.

Gezond werken

Met Max & Moore is een gezonde en natuurinclusieve werkomgeving gecreëerd, waarbij duurzaamheid een hoge prioriteit heeft. Natuur is dan ook integraal onderdeel van het ontwerp gemaakt en samen met Moss is een ijzersterk groenontwerp ontwikkeld.

Dakterrassen, dubbelhoge patio’s, verticaal groene gevels en pergola’s wisselen elkaar af. De natuur is een verbindende factor tussen de verschillende verdiepingen en beide gebouwen. Het groen draagt bij aan de biodiversiteit en aanwezige stadsecologie, en is tegelijkertijd de drager van het gezonde werken.

De buitenruimtes voorzien alle werkverdiepingen van frisse lucht en de mogelijkheid om je even in het groen te begeven. Op diverse plekken in de gevel en op de terrassen zijn insectenhotels en nestkasten voor vogels en vleermuizen geïntegreerd in het ontwerp. Zo draagt Max & Moore actief bij aan de biodiversiteit van de nieuwe stadswijk.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Integratie modernste technieken

Passend bij een nieuwe samenleving die steeds bewuster wil gaan leven, zijn duurzaamheid en toekomstbestendigheid bij Max & Moore belangrijke pijlers. Het volledige plan is energieneutraal (EPC = 0) ontworpen en heeft een BREEAM Excellent duurzaamheidscertificaat.

Er zijn innovatieve pv-panelen ontworpen die integraal in de architectuur zijn verwerkt. Het gevelontwerp draagt met een zorgvuldig gekozen open-dicht-verhouding bij aan het beperken van installaties en het benodigde koelvermogen.

Tevens heeft het complex een WKO installatie, waardoor het gebouw gekoeld of verwarmd wordt met behulp van uit de bodem onttrokken warmte of koude. Door de combinatie van maatregelen wordt het gebruik van fossiele brandstoffen voor energieopwekking teruggedrongen.

De gebouwen zijn ontworpen conform het Open Building principe met een vrij indeelbare plattegrond, waarbij werkvloeren zowel horizontaal als verticaal te koppelen zijn en elk gebouw geschikt is voor single- en multitennant. De opzienbarende telescoopdeuren in de plint zorgen ervoor dat de gemeenschappelijke plint direct verbonden is met buiten. De buitenruimte (shared space) faciliteert ontmoeting en verblijf en is voorbereid voor het wonen, dat in de toekomst wordt toegevoegd.

Max & Moore is een ontwikkeling van Being en COD. Mei architects and planners is verantwoordelijk voor het ontwerp. DELVA Landscape Architecture/ Urbanism en MOSS zijn betrokken voor het groenontwerp en de uitvoering ervan. Het project werd gerealiseerd door Pleijsier Bouw en Linthorst Techniek.

Fotoverantwoording
Openingsfoto en foto 1 door Ossip van Duivebode. Foto onderin door Aiste Rakauskaite.

Bedrijfstakverslag: Werken in de Bouw & Infra moet veiliger

0
Bedrijfstakverslag 2021 - Werken in de Bouw & Infra moet veiliger en gezonder

Iedereen in de Bouw & Infra gezond en met plezier met pensioen? Dan moeten we nog veiliger en gezonder werken. Geen eenvoudige opgave met de oplopende werkdruk en blootstelling aan gevaarlijke stoffen. De kansen die ontwikkelingen bieden voor de sector zijn gepubliceerd in het Bedrijfstakverslag 2021.

“40 procent van de bouwplaatsmedewerkers beweegt te weinig”

Eén van de bevindingen uit het Bedrijfstakverslag 2021 van Volandis is dat meer dan de helft van de medewerkers in de bouw- en infrasector onveilige situaties ervaart. Toch denken diezelfde medewerkers dat er geen extra veiligheidsmaatregelen nodig zijn.

Verder hebben rokende medewerkers die blootgesteld worden aan gevaarlijke stoffen, drie keer zo vaak luchtwegklachten. Daarnaast beweegt veertig procent van de bouwplaatsmedewerkers te weinig intensief, terwijl ze lichamelijk zwaar werk uitvoeren. Twee derde is ook nog eens te zwaar. Met als gevolg een groot risico op chronische aandoeningen en arbeidsongeschiktheid.

Positieve ontwikkelingen

Gelukkig zijn er ook positieve ontwikkelingen. Medewerkers willen met hun ontwikkeling aan de slag, mits het doel helder is. Met een digitaal skillspaspoort kunnen medewerkers niet alleen kennis, maar ook ervaring inzichtelijk
maken. De sector werkt aan een pilot voor een passende tool waarmee medewerkers zelf aan de slag kunnen.

Ondanks de oplopende werkdruk is er op stressbeleving ook goed nieuws: coachend leiderschap heeft een positieve invloed op de stressbeleving. Het geven van waardering en erkenning en het vermogen om conflicten op te lossen, draagt bij aan een kortere verzuimperiode.

Passende maatregelen

De cao-partijen in de Bouw & Infra volgen de ontwikkelingen op de voet en komen waar mogelijk met passende maatregelen. Zo is er voor de oudste leeftijdscategorie medewerkers de zwaarwerkregeling.

Ook kunnen medewerkers gebruikmaken van preventiezorg, zoals het deelnemen aan de DIA/PAGO of kosteloos gebruikmaken
van voorzieningen als leefstijl- en stresscoaching.

Met het Bedrijfstakverslag 2021 geeft Volandis een stand van zaken weer op het brede terrein van duurzame inzetbaarheid in de bedrijfstak Bouw & Infra.

Download het Volandis Bedrijfstakverslag 2021 samenvatting

Energieleverend geluidsscherm

0
Bouw Energieleverend Geluidsscherm gaat in oktober van start

Er wordt gestart met de bouw van een energieleverend geluidsscherm langs de Schagerweg, Huiswaarderweg en Nollenweg in Alkmaar. De gemeenteraad is akkoord gegaan met de hogere kosten.

“Naar verwachting is het energieleverend geluidsscherm nog voor de zomer van 2023 af”

Wethouders Nicole Mulder en Robert te Beest ondertekenden de overeenkomst. “Naast dat het energieleverend geluidsscherm geluidsvermindering oplevert, is het een mooi voorbeeldproject waarmee gemeente Alkmaar bijdraagt aan minder CO2-uitstoot. Als andere gemeenten en organisaties straks het energieleverend geluidsscherm namaken, levert dat landelijk nog meer opwekking van duurzame energie op. Dat past bij de vraag van het Rijk om snel en veel duurzame energie op te wekken”, aldus wethouder duurzaamheid Nicole Mulder.

Groene stroom

In september en oktober wordt de grond klaargemaakt voor de bouw. De ondernemers K Dekker, Sunprojects, Krinkels en Sunconnect starten in oktober met de bouw van het noordelijk scherm aan de Schagerweg/Huiswaarderweg.

De bouw van de zuidelijke schermen aan de Huiswaarderweg en Nollenweg volgt snel. De laatste stappen zijn het plaatsen van de zonnepanelen en de aansluiting op het net.

Voor minder geluidservaring komt er een scherm van 2,5 kilometer lang en 5 meter hoog. Een deel van het scherm langs de Huiswaarderweg en de Nollenweg wordt voorzien van een groenscherm met zonnepanelen op de top. De circa 4.300 zonnepanelen kunnen ongeveer vierhonderd huishoudens van groene stroom voorzien.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Meerkosten

Vanwege de prijsstijging van grondstoffen en transport kost het geluidsscherm uiteindelijk meer. Het scherm wordt bekostigd met financiering van de gemeente Alkmaar en Provincie Noord-Holland, verschillende subsidies waaronder de EFRO-subsidie en inkomsten door de verkoop van de opgewekte stroom. Het energieleverend geluidsscherm is voordeliger dan andere geluidsschermen.

Participatie

Vanaf het eerste moment zijn stichting Animo en de bewoners van de wijken De Horn Zuid en Huiswaard-2 stap voor stap betrokken in het proces. De bewonersgroep ‘Belanghebbenden Bewonersgroep Geluidswal’ en stichting Animo hielpen met het ontwerpen van het scherm. Ook de bewonersinformatieavonden werden goed bezocht.

Meer informatie op www.alkmaar.nl/geluidsscherm

Symposium ‘Smart highway and street design, ready for the future’

0
Symposium - 'Smart highway and street design, ready for the future'

Nederland was onlangs 2022 gastland voor de zesde editie van het internationale symposium op het gebied van wegontwerp. Met als motto ‘Smart highway and street design, ready for the future’.

‘Nederland is het beste in Europa als het gaat om infrastructuur’

Het World Economic Forum presenteerde recent het Global Competitiveness Report 2019. Nederland kwam hierbij opnieuw als beste van Europa uit de bus op het gebied van infrastructuur.

In totaal kwamen 250 onderzoekers, experts en wegbeheerders uit 35 landen in Amsterdam drie dagen bijeen. Het betrof de crème de la crème op het gebied van ontwerp van snelwegen, regionale wegen en stedelijke wegen. Het van oorsprong Amerikaanse symposium vind elke vijf jaar plaats.

Nieuwe inzichten

“Als Nederlandse wegontwerpers hebben we ons op dit symposium kunnen laven aan de rijkdom van alle wereldwijde kennis. Het mooie aan zo’n symposium is dat kennisuitwisseling, discussie en netwerken de belangrijkste doelen zijn. Dat levert een schat aan nieuwe inzichten en best practices op”, vertelt Alex van Loon, namens Rijkswaterstaat lid van het congresteam.

“De state-of-the-art kennis uit de hele wereld om het wegontwerp veiliger en toekomstbestendig te maken werd hier gedeeld en uitgewisseld”, benadrukt Van Loon nog eens. Ook landen waar de infrastructuur nog niet zo ver is ontwikkeld kregen ruimte in het programma.

Kennis onmisbaar

In haar openingsspeech zoomde Michèle Blom, directeur-generaal van Rijkswaterstaat in op het belang van innovatie. Blom: “Rijkswaterstaat staat voor een aantal uitdagingen. Onze snelwegen moeten veilig zijn voor steeds slimmere mobiliteit die bestuurders steeds meer werk uit handen neemt. Denk aan de zelfrijdende auto’s.”

“De snelwegen moeten klimaatbestendig zijn om bestand te zijn tegen de gevolgen van steeds grilliger weer; steeds hetere, droge zomers en extreme stormen en regenval. En de snelwegen moeten onderdeel zijn van een gezond leefgebied.”

Blom: “Bij al die uitdagingen is professioneel wegontwerp onmisbaar. Hiervoor is kennis en inspiratie nodig. Het delen van nieuwe kennis is onmisbaar om de uitdagingen waarvoor we staan op een snelle, veilige, kosten efficiënte manier te realiseren.”

(Lees verder onder de afbeelding.)

Vereniging Infra Ontwerp

Het idee om het symposium naar Nederland te halen kwam van de Vereniging Infra Ontwerp (VIO). In de VIO zijn ingenieursbureaus, aannemers, hogescholen, universiteiten, de ANWB en provinciale wegbeheerders verzameld als lid. Rijkswaterstaat is één van de bestuursleden.

De VIO richt zich op het op peil brengen van de ontwerpkennis in Nederland. En om de ontwerpkennis verder te ontwikkelen. ‘Daar past dit symposium uitstekend bij’, aldus Alex Van Loon van het congresteam.

Best practices

Het stemt Van Loon tevreden dat er veel nieuwe kennis en inzichten opgehaald is over de impact van automatisch rijden op het wegontwerp, het belang van human factors, creatieve oplossingen voor ingewikkelde kruispunten en best practices van veilige fietsinfrastructuur.

Van Loon: “’We gaan nu samen met de VIO de kennisoogst analyseren om te kijken hoe we deze nieuwe kennis en inzichten kunnen gaan toepassen in onze eigen praktijk.”

Lees ook: 7,5 miljard voor infra naar grootschalige woningbouwlocaties

Zoöp Zeeburg, natuurinclusief wonen in Amsterdamse Sluisbuurt

0
Zoöp Zeeburg - natuurinclusief wonen in Amsterdamse Sluisbuurt

Gebiedsontwikkelaar AM heeft de tender gewonnen van kavel 4a in de Sluisbuurt op het Zeeburgereiland Amsterdam.  Zoöp Zeeburg is een natuurinclusief plan voor een appartementencomplex met 82 woningen en een parkeergarage.

‘Zoöp Zeeburg wordt een plek waar mens, plant en dier zich thuis voelen’

Het project Zoöp Zeeburg, ontworpen door VenhoevenCS architecture+urbanism en DS Landschapsarchitecten, wordt gekenmerkt door verschillende hoogtes. Het appartementencomplex heeft een rijkdom aan begroeiing van inheemse planten. Veel aandacht gaat uit naar de inrichting van groene daken, terrassen en gevels. Deze dragen bij aan het optimaliseren van het klimaat en stimuleren de biodiversiteit.

Flora en fauna

De kavel grenst aan het binnenwater van de Sluisbuurt en ligt nabij een openbaar plantsoen. Zoöp Zeeburg biedt een onderkomen voor alle vijf faunasoorten; gebouw-, boom-, struweel-, grasland- en watergebonden. Zij geeft de stadsnatuur een stem.

Zoöp

“We zijn trots op de natuurinclusieve bijdrage die Zoöp Zeeburg straks aan Sluisbuurt en de stad Amsterdam gaat leveren. Met het brede, integrale ontwerp- en ontwikkelingsteam, gemeente en toekomstige gebruikers zullen we het gebouw de komende tijd verder ontwikkelen tot een plek waar zich mens, plant en dier thuis voelen.” aldus Peter Heuvelink, directeur AM Noordwest.

Een Zoöp is een concept dat aan strenge voorwaarden moet voldoen. “We vertrouwen erop dat dit plan na evaluatie de officiële status van Zoöp krijgt”, vertelt Heuvelink.

Duurzaamheid

Het appartementencomplex bevat maximaal 10.000 m2 bruto vloeroppervlak. Op het relatief klein te bebouwen oppervlak komen 82 kleine en grote woningen. Deze zijn bedoeld voor gezinnen, stellen en alleenstaanden; al dan niet in een coöperatief verband.

Alle woningen hebben een minimale grootte van 40 m2. Het ontwerp van het appartementencomplex scoort goed op duurzaamheid. Dit door de triple beglazing, de warmteterugwinning en de in het ontwerp geïntegreerde ov-panelen.

Winkels

De tweelaagse plint met deels dubbele hoogte biedt 1.500 m2 ruimte voor winkels en ondernemers. De lange gevel draagt bij aan de attractiviteit van de hoek hoofdstraat/dwarsstraat. Hiermee wordt voorzien aan de behoefte aan meer winkels in de Sluisbuurt.

Balans en contrast

Bij deze kavel draait het om balans en contrast. Stedelijke randen met publieke voorzieningen langs de hoofdstraat. Intieme groen- blauwe ‘binnenwereld’ aan het binnenwater, nabij het openbaar plantsoen. De constructie inclusief materialen voor de kades zijn in dit ontwerp goed doordacht. Er komen natuurblokken met openingen, varens en kruiden. Het gebouw wordt gekenmerkt door verschillende hoogtes, variërend van 12, 17, 20 tot 40 meter hoog.

Definitief ontwerp

AM gaat het plan uitwerken tot een definitief ontwerp. De start van de bouw van dit project staat gepland voor het tweede kwartaal in 2024. Doel is om eerste kwartaal 2026 op te leveren.

Ontwikkeling Sluisbuurt

De Sluisbuurt ligt op de westelijke punt van het Zeeburgereiland direct tegenover de Oranjesluizen. Deze buurt heeft een unieke ligging aan het IJ. Het wordt een duurzame, autoluwe wijk met bebouwing in een combinatie van hoog- en laagbouw met ruim 5.500 woningen en voorzieningen.

Welke kozijnen passen bij een duurzame woning?

0
Welke kozijnen passen bij een duurzame woning?

Er zijn diverse manieren om een woning duurzamer te maken. Bijvoorbeeld door te kiezen voor de beste isolatie of door zonnepanelen op het dak te leggen. Maar ook de kozijnen spelen een belangrijke rol. Welke kozijnen passen het beste bij een duurzame woning? Je lees het hieronder.

Houten, aluminium of kunststof kozijnen?

Hout, aluminium en kunststof zijn de meest gebruikte materialen voor raam- en deurkozijnen. Welk materiaal op het gebied van duurzaamheid de beste keuze is, is afhankelijk van een aantal zaken. Om te beginnen is de levensduur van groot belang. Gemiddeld gaan aluminium kozijnen 40 jaar mee en hebben kunststof kozijnen een levensduur van ruim 50 jaar. Bij houten kozijnen is de levensduur wat lastiger vast te leggen, omdat het erg afhankelijk is van de kwaliteit en het onderhoud. Bij gebrek aan onderhoud kan er houtrot ontstaan en zal de verf afbladderen. De levensduur kan dus langer zijn dan die van kunststof kozijnen (tot 75 jaar). Maar als je dit vergelijkt met het onderhoudsvrije karakter van kunststof, zijn kunststof kozijnen toch de populairste keuze.

Daarnaast moet je kijken naar de isolatiewaarde. Hoe beter de kozijnen isoleren, hoe minder energie er verbruikt hoeft te worden om de woning te verwarmen. In de winter blijft de warmte veel langer binnen, terwijl het huis in de zomer juist heerlijk koel zal blijven. Kunststof kozijnen van hoge kwaliteit isoleren beter dan aluminium of houten kozijnen.

Belang van isolatieglas

De isolatiewaarde heeft niet alleen te maken met het materiaal van de kozijnen zelf, maar ook met het type glas. Voor het beste en duurzaamste resultaat worden kunststof kozijnen gecombineerd met hoogwaardig isolatieglas. Bij voorkeur HR+++ glas.

Kosten van kunststof kozijnen

Kozijnen van kunststof zijn dus in veel gevallen het meest geschikt voor een duurzame woning. Nog een voordeel: de kunststof kozijnen prijzen zijn relatief laag. Door de lagere energiekosten is de investering al snel weer terugverdiend.

Recyclen

Ook op het gebied van recycling komen kunststof kozijnen goed uit de verf. Houten kozijnen kunnen soms worden hergebruikt, mits de kwaliteit nog goed is. Aluminium en kunststof kozijnen kunnen worden omgesmolten voor meer recycling mogelijkheden.

Mogelijkheden van kunststof kozijnen

Een groot voordeel van kunststof kozijnen is dat ze verkrijgbaar zijn in veel soorten en stijlen. Denk niet alleen aan de vele kleuren en afwerkingen, maar ook aan de diverse formaten en raamsoorten. Van een vast raam tot een grote schuifpui met een kunststof kozijn. De schuifpui prijzen liggen bovendien een stukje lager bij de keuze voor kunststof dan bij een houten of aluminium schuifpui.

Grootste warmtepomp van Nederland

0
Bouw grootste warmtepomp van Nederland gestart

De bouw van de grootste warmtepomp van Nederland is gestart. De pomp maakt onderdeel uit van een aquathermie-installatie waarmee straks duurzame warmte wordt geproduceerd voor circa 20.000 huishoudens in gemeente Utrecht en Nieuwegein.

Om de warmtepomp aan te sluiten op het bestaande warmtenet, legt Eneco een nieuwe warmteleiding van 600 meter lang aan

De warmtepomp komt te staan op het terrein van de rioolwaterzuivering Utrecht van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR). Daar gaven dagelijks bestuursleden Constantijn Jansen op de Haar en Els Otterman van De Stichtse Rijnlanden samen met Cees de Haan en Manja Thiry van Eneco het officiële startsein voor de bouw. Bij een voorspoedig verloop van de bouw vormt de installatie dan eind 2023 een nieuwe duurzame warmtebron.

Warm afvalwater

De warmtepomp wordt gebouwd op het terrein van de rioolwaterzuivering Utrecht. Dagelijks wordt hier zo’n 65 miljoen liter afvalwater gezuiverd. Het afvalwater dat de zuivering binnenkomt is relatief warm.

Met de komst van de aquathermie-installatie vloeit de warmte niet meer weg, maar wordt de temperatuur van het gezuiverde water gebruikt voor het warmtenet. Met een warmtewisselaar en de warmtepomp wordt het water van het warmtenet op een hoge temperatuur van 75 graden gebracht.

Daarna wordt dit water aan het warmtenet geleverd. Om continu te kunnen beschikken over voldoende warmte realiseert Eneco ook een buffervat van ongeveer 18 meter hoog en 18 meter breed.

Nieuwe warmteleiding

Om de warmtepomp aan te sluiten op het bestaande warmtenet, legt Eneco een nieuwe warmteleiding van 600 meter lang aan. Jaarlijks levert de installatie dan 583.000 GJ aan warmte aan het stadswarmtenet.

Dit is voldoende om circa twintigduizend woningen te voorzien van duurzame warmte. Dat is zo’n vijftien procent van de totale warmtevraag van het stadswarmtenet van Utrecht en Nieuwegein.

Het warmtepompgebouw zelf gaat ook energie opwekken doordat het wordt voorzien van 177 zonnepanelen die samen jaarlijks 40.000 kWh aan energie opleveren. Dat is vergelijkbaar met het energieverbruik van dertien huishoudens.

Klimaatneutraal

Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en Eneco hebben de ambitie klimaatneutraal te worden. Door de nauwe samenwerking van beide partners in het combineren van rioolwaterzuivering met het opwekken van warmte ontstaat een goede nieuwe duurzame warmtebron.

Els Otterman, dagelijks bestuurder HSDR: “Aquathermie is een duurzame warmtebron met veel potentie, zonder de bezwaren van wind- en zonne-energie. Maar liefst veertig procent van de woningen en bedrijfsgebouwen in onze regio kunnen we verwarmen met warmte uit afvalwater en oppervlaktewater.

De bouw van deze warmtepomp is dan ook een prachtig inspirerend en concreet voorbeeld voor gemeenten, energiebedrijven en andere samenwerkingspartners!”

Stand van de bouw, personeelsproblemen blijven groeien

0
Stand van de bouw - Bouwsector kampt met groeiende personeelsproblemen

De bouwsector draait begin 2022 nog goed, maar problemen liggen in het verschiet door de hoge bouwkosten en groeiende personeelsproblemen. De stijgende bouwkosten zorgen waarschijnlijk voor een kentering. Op de langere termijn vormen personeelstekorten het grootste probleem.

Vooraan in de bouwketen stokt de omzetgroei al; vergunningen lopen terug

De hoge bouwkosten vormen in de komende maanden en volgend jaar het meest urgente probleem, zo blijkt uit het rapport Stand van de Bouw van ABN Amro

De bouwkosten zijn in het eerste kwartaal met 15 procent gestegen in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Hoge energieprijzen en schaarste van producten zoals staal en hout als gevolg van de oorlog in Oekraïne liggen daaraan ten grondslag.

Hoge kosten

De sterk stijgende kosten voor bouwmaterialen betekenen dat bouwprojecten duurder worden. Voor veel investeerders, woningcorporaties, overheden, particulieren en andere opdrachtgevers zijn de hoge kosten reden om nieuwe bouwprojecten uit te stellen in de hoop dat de kosten over een tijd weer zijn gedaald.

In april van dit jaar zijn 28 procent minder vergunningen afgegeven dan een jaar eerder. Dat is een voortzetting van de daling in het aantal vergunningverleningen die begin dit jaar is ingezet.

Grote vraag

Voor de langere termijn blijft de vraag naar bouwactiviteiten, en daarmee naar bouwpersoneel, echter hoog. Om in voldoende mankracht te voorzien is het nodig om meer personeel naar de bouw te trekken. Hoewel het aantal banen in de bouw al vele jaren stijgt, neemt ook het aantal onvervulbare vacatures toe.

Bovendien krimpt het aantal mbo’ers dat een relevante opleiding start, met name in de techniek en procesindustrie. Daarnaast hebben Nederlandse bedrijven in toenemende mate moeite om Oost-Europese werknemers aan te trekken aangezien deze ook in het thuisland hard nodig zijn in de bouwsector.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Noodzaak

De noodzaak tot bouwen is structureel; tot 2030 moeten jaarlijks meer dan 90.000 woningen worden gerealiseerd, wat een productieverhoging van 25 procent vereist. De bouwopgave is echter nog groter aangezien 1,7 miljoen woningen in de periode tot 2030 moeten worden verduurzaamd, alsook veel utiliteitsgebouwen. Ook blijft er behoefte aan nieuwe utiliteitsgebouwen, is veel bestaande infrastructuur toe aan groot onderhoud en brengt klimaatadaptatie veel bouwopdrachten met zich mee.

Aanbod van arbeid

Het aantal banen in de bouw is de afgelopen jaren verder gestegen, maar hetzelfde geldt voor de vacaturegraad. Veel vacatures blijken moeilijk vervulbaar. De uitbreidingsvraag vraagt om nieuwe aanwas van personeel.

De aanwas vanuit relevante mbo-opleidingen staat onder druk. Voor bouwbedrijven is de instroom van afgestudeerde mbo’ers cruciaal. Die onderwijssector is sinds jaar en dag immers de hofleverancier voor de bouw. Een blik op de instroom in de voor de bouw relevante opleidingen laat zien dat de grote vraag zich nog niet doorvertaalt naar een toename in bouwstudenten.

De instroom in mbo-opleidingen in de domeinen Bouw en infra en Afbouw, hout en onderhoud noteerden in de studiejaren 2017-2018 tot en met 2021-2022 nog lichte stijgingen van respectievelijk 7,7 procent en 4 procent. De instroom in de mbo-opleidingen in het domein Techniek en procesindustrie, met het oog op de energietransitie steeds belangrijker voor de bouw, liet daarentegen een daling van 18,4 procent zien in dezelfde periode.

Onvervulbare vacatures

De pijn van personeelstekorten laat zich op sommige plekken in de bouwsector sterker voelen dan op andere. Zo is het aandeel onvervulbare vacatures in de installatiesector mede door de energietransitie 36 procent van het totaal aantal uitstaande vacatures, flink hoger dan het toch al hoge aandeel onvervulbare vacatures van 28 procent voor de bouwsector als geheel. Dit blijkt uit cijfers van het UWV.

Bemoedigend is dat juist op dat vlak een groei heeft plaatsgevonden in de instroom van studenten (opleidingen Elektronische systemen en installaties, Koude- en klimaatsystemen en Elektrotechnische installaties). De instroom in de opleidingen Service- en onderhoudstechniek, Precisietechniek, Operationele techniek en Procestechniek daalde daarentegen fors.

Voor de bouw is het daarnaast opvallend dat de instroom in de van oudsher grote opleiding Middenkader bouw en infra met 12 procent is afgenomen. Daar staat tegenover dat meer jongeren gekozen hebben voor een timmeropleiding (+24 procent).

(Lees verder onder de afbeelding.)

Instroom van personeel

Ook de andere bronnen van personeel zijn lastig aan te boren. Nieuw bouwpersoneel kan naast instroom van onderaf ook geworven worden vanuit zij-instroom en het buitenland. Het aantal zij-instromers uit de bouw is traditioneel zeer beperkt, omdat de vereiste opleidingen vaak ontbreken. De huidige economie helpt ook niet mee; in andere sectoren staan werkgevers ook te springen om personeel.

Arbeidsmigranten binnen de Europese Unie blijken echter steeds moeilijker te mobiliseren. Gedurende de piekjaren van de coronapandemie lag het internationale vrije verkeer van werknemers grotendeels stil. Nu veel landen van het slot af zijn, dient een volgend probleem zich aan: vergrijzing in de herkomstlanden. Nieuwsuur berichtte op 22 juni dat de beroepsbevolking van veel belangrijke herkomstlanden door vergrijzing krimpt.

Bovendien hebben sommige landen zoals Polen zelf momenteel te maken met een krappe arbeidsmarkt, waardoor een dienstverband in Nederland minder aantrekkelijk is. De werkloosheid in Polen zakte in april 2022 naar slechts 3,0 procent. Het land moet op dat vlak in Europa alleen Tsjechië (2,4 procent) voor zich dulden, zo blijkt uit cijfers van Eurostat.

Stand van de bouw

De personeelssituatie noopt de bouw tot alternatieven om aan de ambities ten aanzien van productie te kunnen voldoen. Het ziet ernaar uit dat de arbeidsmarktkrapte langer aanhoudt.

Dit dwingt bedrijven om minder afhankelijk te worden van personeelsvoorziening, bijvoorbeeld via de inzet van robots in het bouwproces.

Download: Stand van de bouw – Dure bouwmaterialen en arbeidstekort baren zorgen