Home Blog Pagina 141

Verjongingscrème voor asfalt klaar voor toepassing

0

De eerste ‘verjongingscrème’ om de levensduur van asfalt te verlengen, kan worden toegepast bij het wegenonderhoud in opdracht van Rijkswaterstaat. Naar verwachting wordt de crème na de zomer van 2022 voor het eerst gebruikt.

ZOAB hoeft minder snel volledig te worden vervangen, dat scheelt tijd, kosten en CO2-uitstoot

De validatie is het resultaat van een intensieve samenwerking van Rijkswaterstaat, marktpartijen en onderzoeksinstellingen. Daarin zijn de mogelijkheden van levensduurverlenging van zeer open asfaltbeton (ZOAB) onderzocht.

ZOAB

“Bij ZOAB moet de rechterrijstrook als gevolg van al het vrachtverkeer dat eroverheen rijdt al na een jaar of elf jaar worden vernieuwd”, zo vertelt Peter The, senior adviseur bij de afdeling Wegen en Geotechniek. “De linkerrijstrook is over het algemeen zes jaar later aan de beurt. Dat is relatief kort en daarom zijn we in 2006 gestart met een programma om te onderzoeken of we de levensduur van ZOAB konden verlengen. Daarin keken we onder meer naar methodes om asfalt te verjongen.”

Onderhoud rijkswegen

Emile Rood is salesmanager bij BMI Esha, de producent van de crème die nu is gevalideerd. Hij legt uit dat het probleem bij ZOAB is dat het bitumen na verloop van tijd steeds brosser wordt. “Daardoor raakt de mastiek – een verzameling van mineralen, bitumen en holle ruimte – los. Om het brosser wordende bitumen weer soepel te maken en een betere hechting te geven, hebben we bij BMI Esha Pentack ontwikkeld.”

Rood vertelt dat je deze bitumenemulsie op het asfalt aanbrengt, waar het in de holle ruimte van het asfalt dringt en het bitumen herstelt. “Een prachtige oplossing natuurlijk. Maar voordat we deze op de rijkswegen mogen gebruiken, moest het product eerst worden gevalideerd.”

The vult aan: “Bij Rijkswaterstaat stellen we hoge eisen aan het onderhoud van onze rijkswegen. Daarom mogen de marktpartijen die het onderhoud uitvoeren alleen met gevalideerde producten werken. Het is heel mooi dat de verjongende bitumenemulsie van BMI Esha hier nu ook onder valt.”

Verschil tussen onbehandeld linkerrijstrook en met ‘Verjongingscrème’ behandelde rechterstrook (zwart).

Levensduur

Als senior consultant bij TNO was Dave van Vliet betrokken bij de validatie van de bitumenemulsie. “Bij zo’n validatietraject komt meer kijken dan menigeen denkt. Samen met de TU Delft hebben we eerst materiaalkundig onderzoek gedaan. Daarna volgde praktijkonderzoek naar de werking, het effect (doet het wat het moet doen?) en de veiligheid, zoals de stroefheid van het wegdek na het aanbrengen.”

Voor de beoordeling van het levensduurverlengende effect hebben Van Vliet en zijn collega’s jarenlang proefvakken gemonitord. Van Vliet geeft aan dat ze daaruit onbehandeld en behandeld ZOAB met elkaar vergeleken. Hieruit blijkt onder meer dat Pentack de levensduur van ZOAB met minimaal drie jaar verlengt. Een mogelijke verdere verlenging van de levensduur wordt onderzocht door de monitoring van de bestaande poefvakken te continueren.

Mijlpaal

Nu het product volledig gevalideerd is, kan het zonder problemen worden toegepast bij al het wegenonderhoud in opdracht van Rijkswaterstaat. “Voordeel van levensduurverlening is dat je ZOAB minder snel volledig hoeft te vervangen”, licht The toe. “En dat scheelt enorm qua tijd, kosten en CO2-uitstoot. Ook leveren we zo een enorme bijdrage aan de duurzaamheid van het wegenonderhoud.”

Rood geeft een voorbeeld: “We gaan na de zomer een opdracht doen, waarbij we 400.000 m2 asfalt behandelen met Pentack. Dat kost ons negen nachten werk. Moet je al dat asfalt volledig vervangen, dan ben je een veelvoud van deze tijd bezig. Een groot verschil, wat ook weer leidt tot minder hinder en een snelle beschikbaarheid van de weg; twee zeer belangrijke uitgangspunten voor Rijkswaterstaat.”

Bron: Rijkswaterstaat

Rapport over leefbaarheid dorpen

0

Een fijne buurt om prettig in te wonen, werken en leven, dat wil iedereen. Toch blijkt uit onderzoek van de Regiobank dat het in sommige dorpen en buurten juist minder prettig wonen is.

“Leefbaarheid in dorpen: In Lettele is het de bewoners gelukt om de buurtsuper weer open te krijgen”

Onderzoeksbureau Atlas Research heeft in opdracht van RegioBank onderzoek gedaan naar de leefbaarheid in de kleinere woonplaatsen. Uit het onderzoek blijkt dat belangrijke behoeften zoals het Openbaar Vervoer of de school in de buurt zijn verdwenen of gaan verdwijnen. In deze dorpen voelen mensen zich daarom minder prettig.

Veiligheid

Kleinere woonplaatsen scoren gelukkig wel hoog als het gaat om de gezelligheid en het kennen van buurtgenoten. Ook het aantal beschikbare woningen is hoger dan in grotere woonplaatsen en de buitenruimte wordt beter gewaardeerd. Vaak voelen mensen zich er ook veiliger en is er minder overlast.

Top 5 prettig wonen

In het rapport is een top 5 gemaakt van woonplaatsen waar het heel prettig wonen is.

Top 5 kleine woonplaatsen met hoogste score leefbaarheid in 2020
Oosterbeek
Laren (NH)
Bergen (NH)
Santpoort-Noord
Bunnik

Download het rapport – Leefbaarheid in dorpen

Steentje bijdragen

“Als RegioBank dragen wij ons steentje bij door te zorgen voor initiatieven die de buurt samenbrengen”, zegt RegioBank-directeur Rein Wispelweij. “Dat kunnen initiatieven zijn zoals de Heijdse Lijn in Ter Heijde (bij Den Haag) die bewoners weer in staat stelt de supermarkt en de bibliotheek te bereiken, wanneer de lokale buslijn er niet meer is. Bij veel van dit soort initiatieven melden zich vaak veel bewoners als vrijwilliger.”

Linda Alberts van Veldsink Scholten van de RegioBank in Bathmen. “In het dorp Lettele is het de bewoners gelukt om de buurtsuper weer open te krijgen, nadat deze was gesloten. Zij houden de winkel nu open, met vrijwilligers. Al gauw bleek dat met name oudere bewoners graag in de winkel komen voor een praatje. We zijn toen een crowdfund-actie onder de bewoners van Lettele gestart voor een koffiecorner.”

Het initiatief werd gesteund door het VoordeBuurt Fonds. Een samenwerking tussen RegioBank en het Oranje Fonds. Alberts van Veldsink Scholten: “Met een collega zijn we gaan flyeren en hebben we op die ene dag meer dan het streefbedrag opgehaald. Nu is er een knusse koffiecorner in de buurtsuper en komt iedereen gezellig koffiedrinken en kan de winkel open blijven. Geweldig toch?”

Lees ook: Leefbarometer verbetering van de leefbaarheid in steden en dorpen

Flinke stijging huizenprijzen in Q1 2022

0
Flinke stijging Nederlandse huizenprijzen in eerste kwartaal 2022

De huizenprijsindex, waarin de transactieprijzen van zowel nieuwbouw als bestaande koopwoningen worden meegenomen, was in het eerste kwartaal van 2022 19,5 procent hoger dan een jaar eerder. Daarmee staat Nederland in de top vier landen met de grootste stijging van de huizenprijzen in de Europese Unie.

“In bijvoorbeeld Tsjechië, Estland en Hongarije zijn de huizenprijzen nog sneller gestegen”

Uit de nieuwe cijfers van het CBS, het Kadaster en Eurostat blijkt dat de huizenprijzen in de Europese Unie in het eerste kwartaal van 2022 gemiddeld zijn gestegen met 10,5 procent. Na Tsjechië (+24,7 procent), Estland (+21,0 procent) en Hongarije (+20,6 procent) kende Nederland de grootste stijging van de huizenprijzen.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Nieuwbouwkoopwoningen

In het eerste kwartaal van 2022 was de transactieprijs van een nieuwbouwkoopwoning gemiddeld 14,8 procent hoger dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder.

De prijs van een bestaande koopwoning was gemiddeld 20,3 procent hoger, de hoogste jaar-op-jaarstijging in een kwartaal sinds het begin van de meting in 1995.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Minder transacties koopwoningen

In het eerste kwartaal van 2022 werden 43.923 bestaande koopwoningen verkocht. Dit is een daling van 34,1 procent ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Met 6 884 transacties is het aantal verkochte nieuwbouwkoopwoningen juist met 1,7 procent gestegen.

Dat is het hoogste aantal verkochte nieuwbouwwoningen in een eerste kwartaal sinds het begin van de meting in 2015. In totaal zijn er in het eerste kwartaal 30,8 procent minder woningen verkocht. Dit is het vierde kwartaal op rij dat het totaal aantal transacties afneemt ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder.

Lees ook: Productie nieuwbouwwoningen iets afgenomen in 2021

Utrecht gaat opwekking energie met zonnepanelen verdriedubbelen

0
Utrecht gaat opwekking zonne-energie verdriedubbelen

In 2030 wekken zonnepanelen op Utrechtse daken ruim drie keer zoveel elektriciteit op dan in 2020 het geval was. Dit staat in het nieuwe programma ‘Zon op dak & netoplossingen’.

“Op de grote daken in Utrecht wordt straks genoeg energie opgewekt voor 70.000 huishoudens”

In het programma staat hoe de gemeente meer zonnepanelen op daken wil stimuleren en tegelijkertijd inzet op innovatieve netoplossingen om de opwek van zonne-energie op grote (bedrijfs)daken mogelijk te maken.

Wethouder Lot van Hooijdonk: “Als gemeente blijven we zonne-energie op kleine en grote daken stimuleren. Bij kleine daken gaan wij VvE’s, eigenaren van monumentale woningen en huiseigenaren met een kleine beurs extra ondersteunen. Bij grote daken richten we ons op bedrijfsdaken en de ontwikkeling van solar carports.”

Tegelijkertijd ziet Van Hooijdonk dat het huidige elektriciteitsnet vol raakt en netbeheerders hard werken aan het verzwaren van het net. “In Utrecht gaan we daarom aan de slag met een aantal innovatieve pilots waarbij de opgewekte energie ter plekke wordt gebruikt of we die slim opslaan.”

Opwek

In 2021 lag er op 24 procent van alle daken in Utrecht zonnepanelen en daarmee was de vorige doelstelling van 20 procent in 2025 al behaald. Met het nieuwe programma streeft de gemeente naar een opwek in 2030 die ten opzichte van 2020 drie keer zo groot is.

De grootste stijging vindt plaats bij grote (bedrijfs)daken, van 45 GWh in 2020 naar 168 GWh in 2030. Daarmee zou op grote daken genoeg energie worden opgewekt voor 70.000 huishoudens.

Oplossingen

In heel Nederland is er een tekort aan transportcapaciteit op het elektriciteitsnet. Door onder andere de sterke groei van de opwek van hernieuwbare (duurzame) energie, kan het net niet overal de elektriciteitsproductie aan.

In opdracht van gemeente Utrecht heeft Royal Haskoning daarom onderzoek gedaan naar de gevolgen van de krapte op het elektriciteitsnet voor de stad en naar mogelijke oplossingen. Uit dit onderzoek blijkt dat een deel van de oplossing zit in het koppelen van opwek en gebruik achter één aansluiting. Dan hoeft de elektriciteit immers niet terug geleverd te worden aan het net.

Volume op daken

De gemeentelijke aanpak gaat zich daarom richten op grote daken van bedrijven op bedrijventerreinen en op solar carports. Een solar carport is een overkapping met zonnepanelen op een groot parkeerterrein. Bedrijfsdaken hebben veruit de grootste opwekpotentie binnen de groep grote daken.

Ongeveer zeventig procent van het totale dakoppervlak van grote daken in Utrecht is een bedrijfsdak. Vanaf 2023 wordt in de omgevingswet een verplichting voor voor zon-op-dak voor bedrijfsgebouwen mogelijk.

Wethouder Van Hooijdonk: “Met onze aanpak zullen we eigenaren van bedrijfsdaken ondersteunen. We stellen bijvoorbeeld een adviseur beschikbaar voor bedrijven met grote daken op bedrijventerreinen die kan adviseren over oplossingen voor netcongestie. Als bedrijven echter wel kúnnen maar niet wíllen zullen we de verplichting niet schuwen.”

Pilot

Sinds oktober 2021 kunnen nieuwe zoninstallaties op grote daken (met een grootverbruikaansluiting) niet meer terug leveren aan het steeds voller rakende elektriciteitsnet in Utrecht. Via nieuwe en innovatieve netoplossingen wil de stad nu zonnepanelen op grote daken toch mogelijk maken.

De gemeente werkt hiervoor in pilots samen met onder meer Stedin, provincie Utrecht, bedrijventerreinen en marktpartijen. De pilots richten zich op het koppelen van zonne-energie met laden op bedrijventerreinen, de inzet van batterijen en het ontwikkelen van de eerste E-hub op een bedrijventerrein in de provincie Utrecht.

Lees ook: Zesduizend nieuwe woningen in sdtadswijk Merwede in Utrecht

Handreiking Tenderen voor circulaire woningbouw

0

De ‘Handreiking Tenderen voor circulaire woningbouw’ geeft gemeenten tips en praktijkvoorbeelden om via tenderen te sturen op een lage milieu-impact, in samenwerking met de markt.

“De handreiking laat zien dat circulair uitvragen met een lage MPG kan”

Ronald Schilt, directeur van Merosch, reikte op 6 juli tijdens de Nationale Conferentie Circulaire Bouweconomie, de handreiking uit aan Vincent Gruis, voorzitter van Transitieteam Circulaire Bouweconomie.

Schilt: “Merosch is in de afgelopen vijf jaar bij ruim vijftig planselecties betrokken geweest als duurzaamheidsadviseur. In die tijd is de aandacht voor duurzaamheid enorm toegenomen en breder geworden qua thematiek. Van veelal focus op alleen energie naar energie plus circulair bouwen, klimaatadaptatie, natuurinclusiviteit en duurzame mobiliteit. Op basis van onze ervaringen en de voorbeeldprojecten hebben wij tien lessen en twintig tips opgesteld.”

Schilt: “Onze ervaring is dat gemeenten met grondposities, mits adequaat uitgevraagd, via tenders hoogwaardig kwalitatieve, duurzame en innovatieve woningbouw kunnen realiseren. Wij zijn blij dat we onze ervaring breder voor gemeenten beschikbaar kunnen stellen.”

Tenderprocedure

Gemeenten zijn belangrijk als opdrachtgevers voor woningbouwlocaties. Via een tenderprocedure kunnen zij marktpartijen kaders en randvoorwaarden voor duurzame gebiedsontwikkeling en circulair bouwen meegeven, een lage milieuprestatie-eis (MPG) stimuleren, en tegelijk de markt ruimte geven, uitdagen en de innovatiekracht van de bouwsector optimaal gebruiken.

Naast circulariteit zijn er natuurlijk ook nog de nodige andere beleidsdoelen. Zoals de energietransitie, aardgasafkoppeling, biodiversiteit, klimaatadaptatie, CO2 en stikstof.

Lage MPG

Deze handreiking laat zien dat circulair uitvragen met een lage MPG kan, dat gemeenten hier al ervaring mee opdoen, wat we van die voorbeelden kunnen leren en hoe gemeenten dat het beste kunnen aanpakken.

Handige informatie voor wethouders, projectleiders en inkopers van gemeenten, maar ook voor projectontwikkelaars, woningcorporaties, beleggers en bouwers. Nu al werken met een lage MPG betekent ook een voorsprong voor de koplopers.

Comfortabele woningen

De handreiking biedt 10 lessen, 20 tips en 11 voorbeelden uit de huidige praktijk. Een mix van laagbouw en hoogbouw, grote en kleine gemeenten, en diverse inschrijvende marktpartijen. Die laten zien dat circulair bouwen leidt tot goede, comfortabele en mooie woningen.

Vincent Gruis: ‘Ik ben het grondig eens met Chris Kuijpers in zijn voorwoord. Het is tijd om gezamenlijk alle zeilen bij te zetten. Geen woorden maar daden. Dat is niet makkelijk, maar wel noodzakelijk. Deze Handreiking kan gemeenten helpen. Wij, het Transitieteam Circulaire Bouweconomie, zijn er blij mee.’

(Lees verder onder de afbeelding.)

Download

De ‘Handreiking Tenderen voor circulaire woningbouw’ is een uitgave van Transitieteam Circulaire Bouweconomie, ontwikkeld door Merosch in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De handreiking is hier te downloaden.

Fotobijschrift
Ronald Schilt (rechts), directeur van Merosch, reikt de handreiking uit aan Vincent Gruis, voorzitter van Transitieteam Circulaire Bouweconomie.

28 miljoen voor groen Maasterras Dordrecht

0
28 miljoen voor groen Maasterras in Dordrecht

Dordrecht krijgt een grote financiële bijdrage van het ministerie van Binnenlandse Zaken voor het bespoedigen van de woningbouw op het Maasterras.

“Met de plannen voor een nieuw Maasterras vergroenen we het gebied en voegen veel betaalbare woningen toe aan de stad”

De subsidie is bedoeld voor het Maaspark, de groene ‘tuin’ van de tweeduizend nieuwe woningen op het Maasterras. Maar het Maaspark in Dordrecht wordt vooral ook een centraal punt waar openbaar vervoer, auto, fiets en scooter bij elkaar komen en het Maasterras goed bereikbaar maakt.

Er komt een schuin oplopend park tegen het spoor aan. Met een snel fietspad langs het spoor en een fiets- en voetgangerstunnel onder het spoor door naar het centrum. En onder het park, een parkeergarage voor bewoners én bezoekers van de binnenstad. Met deze 28 miljoen euro is de realisatie van het Maasterras weer een stuk dichterbij gekomen.

Nieuwe woningen

De gemeente is volop aan de slag met de bouw van duizenden nieuwe woningen. Een groot deel van deze woningen komt in de nieuwe woonwijk op het Maasterras.

Vanwege het grote tekort aan (betaalbare) woningen moet hier echt snelheid in gemaakt worden. De rijksoverheid voelt de noodzaak om sneller woningen te bouwen, vooral in de buurt van openbaar vervoer. Zij stimuleert en ondersteunt gemeenten daarom.

Groene nieuwe woonwijk

In het regeerakkoord is voor de bereikbaarheid en kwaliteit van de nieuwe wijken in totaal 7,5 miljard euro beschikbaar gesteld. In mei dit jaar konden gemeenten voor de eerste subsidieronde projecten insturen. Dordrecht heeft het plan voor het Maaspark ingediend. Van de eerste subsidieronde komt nu 28 miljoen naar het Maaspark.

Wethouder Maarten Burggraaf (Stadsontwikkeling): “Met de toekenning van de subsidie zien we bevestiging dat we een goede aanpak hebben ingezet. Daarmee kunnen we het gebied rond de Weeskinderendijk veel aantrekkelijker gaan maken.”

(Lees verder onder de afbeelding.)

Burggraaf: “Met onze plannen voor een nieuw Maasterras vergroenen we het gebied, maken we een enorme kwaliteitsslag en voegen we veel betaalbare woningen toe aan de stad. De toegang naar onze historische binnenstad krijgt daarmee ook de kwaliteit die het verdient.”

Mobiliteit

Wethouder Rik van der Linden (Mobiliteit & Infrastructuur): “We hebben grote ambities voor onze stad als het gaat om bereikbaarheid en mobiliteit. Het moet vanzelfsprekender worden om binnen de stad te wandelen en te fietsen. Of om deelvervoer, openbaar vervoer en personenvervoer over water te benutten. Dat komt allemaal samen in het Maaspark. Dit maakt niet alleen het Maasterras toegankelijk, maar ook de Spuiboulevard. En is ook voor de bezoeker van ons mooie centrum van groot belang als centraal overstappunt. Ik ben dan ook heel blij met financiële bijdrage vanuit de rijksoverheid, waarmee we een grote stap richting uitvoering kunnen zetten.”

Maaspark

Eerder dit jaar kreeg de gemeente al 4 miljoen euro voor de bouw van de eerste woningen bij de Weeskinderendijk. Eind 2024 start de bouw van deze woningen. Voordat het zover is moet er het nodige gebeuren.

De gemeente heeft nog niet alle grond in eigendom en is daarover met de eigenaren in gesprek. En met NS en ProRail is de gemeente in overleg over de aankoop van het parkeerterrein Weeskinderendijk en de verplaatsing van het rangeerterrein.

Dit kost veel geld, maar is echt nodig om van het Maasterras een aantrekkelijke groene en levendige woonwijk te maken. De gemeente wil het liefst in 2026, als de eerste woningen aan de Weeskinderendijk worden opgeleverd, beginnen met het Maaspark.

Beeld: Mecanoo

4,1 miljard toegekend aan duurzame projecten

0
Steun bij verduurzaming voor MKB ondernemers -Veel animo voor huren zonnepanelen
Steun bij verduurzaming voor MKB ondernemers - Veel animo voor huren zonnepanelen

Ruim 3.800 aanvragen voor de SDE++, de belangrijkste regeling waarmee de overheid duurzame (energie)projecten ondersteunt, zijn goedgekeurd voor de openstellingsronde 2021.

“In totaal krijgen de SDE++-projecten 4,1 miljard. Dat is de maximale subsidie over de gehele looptijd”

De werkelijke uitgaven zullen naar verwachting lager uitvallen doordat energie- en CO2-prijzen hoger uitvallen of projecten niet doorgaan. Het grootste deel van de goedgekeurde aanvragen (ruim 3.500) bestaat uit zon-op-dak projecten.

Daarnaast gaat een groot deel van het budget naar duurzame warmteprojecten zoals geothermie, groen gas en elektrische boilers in de industrie. Alle goedgekeurde projecten kunnen samen 1,67 Mton CO2 per jaar besparen.

Aramis-project

Er zijn in totaal ruim 4.200 aanvragen ingediend voor de SDE++ voor een totaal van € 12,1 miljard. De aanvragen voor CO₂-afvang en -opslag voor in totaal € 6,1 miljard zijn allemaal ingetrokken of afgewezen.

Deze projecten zijn allemaal gelinkt aan het Aramis-project, een project om CO2-opslag op zee mogelijk te maken, waarbij meer tijd nodig is voor de realisatie. Deze projecten kunnen opnieuw een aanvraag indienen bij de SDE++ 2022.

SDE++ vanaf 2023

Vanaf de openstellingsronde in 2023 worden ‘hekjes’ toegevoegd aan de SDE++-regeling. Een hekje zorgt ervoor dat een bepaald budget wordt gereserveerd voor een specifieke groep van technieken.

Daardoor komen technieken die op de korte termijn minder kosteneffectief zijn, maar op de langere termijn noodzakelijk zijn voor de energietransitie, vaker aan bod. Bij de openstellingsronde in 2023 worden daarom hekjes geïntroduceerd voor Lagetemperatuurwarmte (zoals zon- en aquathermie), Hogetemperatuurwarmte (zoals ultradiepe geothermie en elektrische boilers) en Moleculen (zoals groen gas en hernieuwbare brandstoffen).

Drie techniekgroepen

Voor alle drie de techniekgroepen wordt € 750 miljoen gereserveerd bij een referentiebudget van €5 miljard in 2023.

Binnen de categorieën met een hekje wordt de maximale subsidie per vermeden ton CO2 verhoogd van € 300 naar € 400 per ton CO2 om iets duurdere technieken met langetermijnpotentie, zoals aquathermie, een betere kans te geven. Daarbij blijft het concurrerende principe gelden waarbij kosteneffectieve projecten eerder aanbod komen.

Het maximale subsidiebedrag voor CCS-projecten wordt op basis van nieuw extern onderzoek verhoogd. Omdat daarmee het totale budget voor CCS in 2022 zou kunnen toenemen en er minder budget voor andere technieken over zou blijven, wordt het plafond voor CCS in 2022 niet met 1,5 Mton verhoogd, maar met 0,6 Mton.

Vanwege de introductie van de hekjes kunnen andere technieken vanaf 2023 gegarandeerd aan bod komen. Het CCS-plafond vervalt daarom in 2023 tegelijk met de introductie van de hekjes.

Lees ook: Miljarden euro’s voor duurzame projecten met de SDE

Waarom het weer van invloed is op ruimtelijke ordening

0
Waarom het weer van invloed is op de ruimtelijke ordening

Lezers hier hebben ongetwijfeld wel eens gehoord van de term ruimtelijke ordening. Een term die eveneens bekend staat als ruimtelijke planning of planologie. Maar wat houdt deze ruimtelijke ordening nu precies in?

“Hoe staat de ruimtelijke ordening eigenlijk in verhouding tot het weer?”

Er zijn namelijk talloze aspecten waar je rekening mee moet houden bij het bouwen van bijvoorbeeld een huis of schuur. Een ingewikkeld iets, waardoor veel mensen gebruik maken van een adviesbureau voor de leefomgeving. En hoe staat de ruimtelijke ordening eigenlijk in verhouding tot het weer? In dit item gaan we hier dieper op in en vertellen we jou waarom het weer van invloed is op de ruimtelijke ordening.

Wat is ruimtelijke ordening?

Laten we beginnen met het uitleggen van ruimtelijke ordening. Ruimtelijke ordening is het zo goed mogelijk inrichten en het effectief gebruik maken van de beschikbare ruimte in een bepaald gebied. Doordat wij in een relatief klein land wonen, is deze ruimte bij ons nu eenmaal niet al te groot. En hoe jammer het soms ook is, zaken als woningen, landbouw, wegen of andere instanties vergen nu eenmaal de nodige ruimte. De verschillende gemeenten, alle provincies en het Rijk moeten er daarom voor zorgen dat deze ruimte zo goed en eerlijk mogelijk wordt verdeeld. Zij moeten ervoor zorgen dat de bestemmingen aan een desbetreffend gebied worden aangewezen.

Link tussen ruimtelijke ordening en het weer

Zonder dat we het doorhebben, zijn de ruimtelijke ordening en het weer flink met elkaar verbonden. Zo heeft de inrichting van een bepaalde stad of een klein dorpje invloed op het effect dat een hete zomerdag heeft. Als het daarnaast meermaals voorkomt dat een woonwijk onder water komt te staan door regenval, dan zijn naast de vele regen ook de inrichting en voorzieningen van deze woonwijk schuldig.

Zeker nu het klimaat aan het veranderen , is het noodzakelijk dat er toekomstbestendig gebouwd gaat worden. En hier komt de KNMI, het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut, bij kijken. Aan de hand van de door hen opgedane informatie komen zij met diverse klimaatscenario’s, waardoor de overheid een beleid voor de lange termijn kan opstellen.

Klimaatscenario’s van het KNMI

De plannen rondom de ruimtelijke ordening gaan vaak over de lange termijn. Een woonwijk of winkelcentrum wordt niet ‘even snel ingericht. Omdat dit van groot belang is, is het zaak dat de gemeenten, provincies en het Rijk zoveel mogelijk informatie bij elkaar verzamelen. Een van die partners is dus het KNMI. Zij zijn er om de eerste genoemde instanties richting te geven door middel van klimaatscenario’s. Door gebruik te maken van technische weermodellen zijn zij bij uitstek de organisatie die hieraan bij kan dragen.

Steeds warmer in de stedelijke omgeving

Niemand kan ver in de toekomst kijken. Toch kan het KNMI met haar middelen op basis van de verkregen informatie goed advies geven. Advies dat belangrijker is dan je in eerste instantie zult denken. In ons land wonen namelijk meer en meer mensen in een stedelijke omgeving. En laat dat nu net een plek zijn waar het in de zomer gemiddeld warmer is dan op bijvoorbeeld het platteland. Dit kan zelfs oplopen tot een verschil van maar liefst 5 graden. Een getal dat alleen maar op lijkt te lopen.

Dit betekent dat er in de steden eerder sprake is van hittestress dan in de landelijke gebieden. Iets dat risico’s oplevert voor de gezondheid van de inwoners. Dit geeft alleen nog maar meer aanleiding voor het benodigde advies van het KNMI. Advies dat ervoor moet zorgen dat deze risico’s minimaal zijn.

Windsnelheden en hoge gebouwen

Naast de warmte is er nog een belangrijke zaak omtrent het weer dat van invloed is: de indeling qua ruimte. Zo zijn er meerdere grote steden in Nederland die de laatste jaren flink hebben gebouwd aan een skyline. Je hebt de hoge gebouwen in steden als Den Haag of Rotterdam ongetwijfeld een keer gezien. Gaaf om te zien, maar wel iets waarbij je rekening moet houden met de wind. Zoals we allemaal weten is de wind nog wel eens heftig in ons kikkerlandje.

Uiteraard moeten deze gebouwen bestand zijn tegen de maximale windsnelheden. De bouwnormen die hieraan gesteld worden, houden geen rekening met de veranderingen qua klimaat en dus ook niet met de veranderingen in de maximum windsnelheid. Het KNMI doet dit uiteraard wel, waardoor zij de meest correcte informatie paraat hebben. Op basis van die kennis worden de bouwnormen dan ook aangepast.

Waarom het weer van invloed is op de ruimtelijke ordening.

Circulaire bitumen als standaard

0
Circulaire bitumen als standaard bij Dura Vermeer

Dura Vermeer gaat, in samenspraak met opdrachtgevers, standaard gebruik maken van circulaire bitumen in onder- en tussenlagen van asfalt. Het onlangs behaalde CROW asfaltkwaliteitsloket-certificaat TRL7 voor Roof2Road bitumen toont aan dat de weg vrij is om standaard circulaire bitumen te gebruiken in asfaltmengsels.

“Binnen een asfaltmengsel is nieuwe bitumen verantwoordelijk voor 30 tot 50 procent van de totale milieubelasting”

De circulaire bitumen is afkomstig uit de startup Roof2Road: een samenwerking tussen Roof2Roof en Dura Vermeer. Deze bitumen wordt gehaald uit dakbitumen, dat door een uniek kwaliteits- en verwerkingsproces PAK- en teerarm is en volledig gerecycled kan worden.

Met de validatie van het asfaltkwaliteitsloket is onafhankelijk aangetoond dat de bitumenkwaliteit van Roof2Road bitumen in asfalt onder- en tussenlagen minimaal gelijkwaardig is aan nieuwe bitumen. Hierbij is gebleken dat het milieuvoordeel (MKI) tussen de 12 procent en 42 procent is, afhankelijk van de gedoseerde hoeveelheid.

Ook de prijs van Roof2Road bitumen is minimaal gelijkwaardig en binnen de huidige marktontwikkeling zelfs gunstiger dan reguliere bitumen.

Mijlpaal

Momenteel wordt er binnen de wegenbouw voor de productie van asfalt nog standaard gebruik gemaakt van nieuwe bitumen. Deze wordt gewonnen uit aardolie; een fossiele grondstof. Binnen een asfaltmengsel is nieuwe bitumen verantwoordelijk voor maar liefst dertig tot vijftig procent van de totale milieubelasting.

Om te komen tot een circulaire economie met minder schadelijke emissies, moet er dus gezocht worden naar betere alternatieven. Dit is door de huidige wet- en regelgeving een tijdrovend proces. Het behalen van het nieuwe certificaat is daarom een belangrijke mijlpaal voor Dura Vermeer.

(Lees verder onder de afbeelding.)

In gesprek

Dura Vermeer biedt Roof2Road bitumen nu nog met name aan binnen de eigen projecten. Daarnaast gaat Dura Vermeer het gesprek aan met opdrachtgevers en klanten over duurzame alternatieven, zoals circulaire bitumen. Op deze manier kan versnelling gerealiseerd worden in verduurzaming van de asfaltketen.

Adriaan de Jong, directeur Dura Vermeer: “Wanneer de mogelijkheid bestaat om nieuwe bitumen te vervangen door circulaire bitumen, dan moeten wij onze verantwoordelijkheid nemen. Helemaal als dit een lagere uitstoot en MKI-score oplevert en de kwaliteit gewaarborgd blijft. Zo werken wij direct aan onze duurzaamheidsambities ‘Uitstoot op 0’ en ‘Hergebruik? Zo vaak mogelijk.”

Studenten VIRTUe 2e op de Solar Decathlon Europe

0
Studententeam VIRTUe tweede tijdens de Solar Decathlon Europe

Studententeam VIRTUe heeft in Wuppertal de tweede plek behaald tijdens de Solar Decathlon Europe, een internationale competitie waarbij studenten van over de hele wereld op zoek gaan naar duurzame manieren van wonen.

VIRTUe pakte uit met Ripple, een zelfontworpen concept dat de impact op het milieu vermindert en bestaat uit een zelfvoorzienende en duurzame woning, en een coaching app die mensen op een speelse manier aanspoort om zuiniger te leven.

Team VIRTUe van de TU Eindhoven slaagde er volgens de jury in om een ‘overtuigend concept van prefabricage en schaalvergroting te presenteren’. Verschillende bouwcomponenten en berekeningsinstrumenten zijn gebruikt voor een optimaal resultaat, zo oordeelde de jury. De winst ging naar Roofkit (Het Karlsruhe Instituut voor Technologie), de gedeelde derde plaats was voor SUM van de TU Delft.

Aanbevelingsapp

Alle zestien deelnemende studententeams uit Europa en Azië hadden ingezet op een duurzame woning, maar VIRTUe ging via de aanbevelingsapp RecApp nog een stap verder. De coaching-app is verkrijgbaar in de app-store van Google en stimuleert de gebruiker om duurzamer te leven. Via deze applicatie ontvangt de gebruiker twee keer per week een nieuwe uitdaging, gebaseerd op zijn of haar interesses en huidige gewoontes. Denk aan korter douchen of het weggeven van oude kleren.

De gedachte achter de app is simpel: je kunt wel een duurzaam huis ontwerpen, maar wat heb je daaraan als de bewoners niet duurzaam leven? Volgens VIRTUe worden steden namelijk pas echt duurzaam wanneer de (bouw)industrie en de bewoners zich hiervoor gezamenlijk inspannen. “Daarom dagen we niet alleen de bouwsector uit, maar ook de mensen die in de huizen wonen”, verduidelijkt teammanager Guido van Laar van VIRTUe.

Volledig zelfvoorzienend

De duurzame woning zelf is volledig zelfvoorzienend op het gebied van energie en gebouwd met herbruikbare materialen zoals hout. Het gebouw bestaat uit een studentenkamer, een startersappartement en een gemeenschappelijke ruimte en kan relatief eenvoudig op bestaande bouw worden geplaatst, waardoor het in stedelijk gebied onderdeel kan zijn van de oplossing voor het woningtekort.

In de gevel zijn gekleurde zonnepanelen verwerkt. Dat ziet er niet alleen aantrekkelijk uit, maar zorgt voor meer ruimte op het dak voor sociale activiteiten. Een slim systeem genaamd EQUI kan de gebruiker ook helpen bij het verbeteren van zijn of haar duurzame levensstijl. EQUI zorgt ervoor dat het elektriciteitsverbruik zo voordelig mogelijk over de dag wordt verdeeld. Het systeem roostert bijvoorbeeld automatisch het beste moment in om de wasmachine aan te zetten of de vaatwasser te laten draaien.

Living Lab

Het team breekt het huis na de competitie af, vervoert het naar Eindhoven en zet het neer bij Living LAB 040, een corporatie die vernieuwende woonconcepten uitprobeert en wil verbeteren. Zo krijgen de partners van VIRTUe de kans om de innovaties in het huis door te ontwikkelen en te testen. Van Laar: “Hierdoor kunnen we ook in de toekomst impact blijven maken.”

Lees ook: Zelfvoorzienend huis als onderdeel duurzame levensstijl