Home Blog Pagina 142

25 sociale huurwoningen Laarveld 3 in Weert

0
Project - 25 sociale huurwoningen Laarveld 3 in Weert

Wonen Limburg en BAM Wonen hebben 1 juli de bouw van 25 sociale huurwoningen in het plan Laarveld 3 aan het Haam in Weert gevierd.

“De sociale huurwoningen in Laarveld 3 zijn gasloos en duurzaam”

Door het bouwen met prefabelementen zijn de woningen in een recordtempo van drie maanden gerealiseerd. Wendy van Eijk, wethouder gemeente Weert, en Ger Peeters, bestuurder Wonen Limburg, plaatsten symbolisch een prefabelement van een van de eengezinswoningen. De woningen worden naar verwachting in september 2022 aan hen opgeleverd.

Vraag

Nieuwe huurwoningen zijn hard nodig. Het duurt langer dan ooit om een sociale huurwoning te krijgen. Wonen Limburg timmert hard aan de weg om aan de vraag naar sociale huurwoningen te voldoen.

Ger Peeters: “Met de bouw van deze eengezinswoningen komen we ook in Weert weer een stap dichterbij die vraag. We zijn blij dat we ondanks de wooncrisis kunnen voorzien in goede woningen waar mensen hun thuis vinden. Elke stap is er een.”

Lees ook: Corporaties gaan twee keer zoveel sociale huurwoningen bouwen

Werken aan Weert

Wendy van Eijk: “Goed en fijn kunnen wonen. Dat gun je toch iedereen. Dat hebben we als gemeente Weert ook benoemd in onze strategische visie ‘Werken aan Weert 2030’. Nu hebben we in samenwerking met Wonen Limburg en BAM Wonen gezorgd voor het beschikbaar maken van 25 eengezinswoningen in deze prachtige woonwijk Laarveld.”

Reductie bouwtijd

Door het bouwen van zogenaamde prefabwoningen wordt de bouwtijd gereduceerd van één jaar naar drie maanden.

Jeffry Savelkoul, commercieel directeur zuid bij BAM Wonen: “Naast de snelheid van bouwen is het ook een voordeel dat de prefabelementen in de fabriek worden vervaardigd. Hierdoor kun je in geconditioneerde omstandigheden bouwen en is de kwaliteit van de woning ook nog eens beter. Uiteraard zijn de woningen gasloos en duurzaam.”

Fotobijschrift
Ger Peeters, Wendy van Eijk en Jeffry Savelkoul

Elektrische asfaltspreidmachine KWS legt eerste meters asfalt

0
Elektrische asfaltspreidmachine legt eerste meters asfalt aan

KWS heeft op de Innovatiestrook A58 bij Oirschot de eerste meters asfalt aangelegd met behulp van haar elektrische asfaltspreidmachine.

“De elektrische asfaltspreidmachine doet qua prestaties niet onder voor een traditioneel aangedreven spreidmachine”

De ontwikkeling en inzet van deze innovatieve asfaltspreider, die geen CO2 of fijnstof uitstoot, sluit aan bij de ambitie van KWS om duurzaam te ondernemen en is de volgende stap richting volledig emissievrij werken in 2030. De elektrische asfaltspreider wordt binnenkort ook op andere projecten ingezet en leidt tot een besparing van 46 ton CO2 per jaar.

Prestaties

De elektrische asfaltspreidmachine doet qua prestaties niet onder voor een traditioneel aangedreven spreidmachine. Het is een nieuwe machine die, door partner Urban Mobility Systems, volledig is geëlektrificeerd. Dit emissieloze model maakt gebruik van een verwisselbaar en veilig LFP-batterijpakket.

Door het wisselsysteem kan de machine in principe 24/7 worden ingezet. De LFP-batterij heeft een langere levensduur dan de standaard batterijen binnen de sector, behoeft weinig tot geen onderhoud en is honderd procent recyclebaar. Daarnaast is hij bovenal extreem veilig, wat in de ontwikkeling van de elektrische asfaltspreidmachine voorop stond.

(Lees verder onder de afbeelding.)

A58

De ontwikkeling van de elektrische asfaltspreidmachine kwam in een stroomversnelling door het project Innovatiestrook A58 Kloosters.

Door in de aanbestedingsfase een inschrijfbedrag vast te stellen voor alle inschrijvers en de beste prijs-kwaliteitverhouding (BPKV-criteria) op het gebied van Zero Emissie bouwen en innovaties te hanteren, stimuleert Rijkswaterstaat de markt om onderscheidend te zijn. VolkerWessels ondernemingen KWS en Gebr. van Kessel voeren samen deze opdracht uit.

Innovatiemanager Rijkswaterstaat Matthé van der Bruggen: “De elektrische asfaltspreidmachine van KWS en een emissieloze bouwplaats zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ik ben blij dat KWS investeert in elektrisch bouwmaterieel. En trots dat we met de Innovatiestrook A58 Kloosters samen weer een stap zetten op weg naar duurzame wegenbouw.”

Lees ook: Op accu’s aangedreven rupshijskraan

Houtbouw mede door milieuwinst in opmars

0
Houtbouw mede door milieuwinst in opmars

Houtbouw is (weer) in opkomst. Hout is goed industrieel te bewerken en het slaat CO2 op in plaats van dat er CO2 vrij komt bij de productie zoals bij beton. Houtbouw is nog wel duurder dan traditionele bouw.

“Milieuwinst houtbouw enorm: Een houten woning slaat ongeveer de jaarlijkse CO2 uitstoot op van de CV-ketels van acht huishoudens”

Door schaalvoordelen en hogere CO2-heffingen op beton en bakstenen wordt hout naar verwachting de komende jaren een steeds concurrerender bouwmateriaal. Dit concludeert ING Research in haar rapport over houtbouw.

Traditie en mythe houtbouw

Voor de industriële revolutie was hout het belangrijkste bouwmateriaal, ook in Nederland. De afgelopen twee eeuwen is hout echter verdrongen door beton, bakstenen, staal en ook kunststoffen. Deze materialen hebben echter een grote negatieve impact op het milieu. Om dit tegen te gaan overwegen steeds meer bouwbedrijven te gaan bouwen met biobased materialen zoals hout.

Jan van der Doelen, ING Building & Construction: “Over bouwen met hout bestaan veel mythes”. Brandgevaar en de beschikbaarheid van voldoende productiehout zijn de belangrijkste. Beiden kunnen eenvoudig worden ontkracht.”

Milieuwinst

De beton-, cement- en bakstenenindustrie gebruikt zeer veel energie in het productieproces waardoor veel CO2 wordt uitgestoten. Per euro productiewaarde is het energieverbruik in deze sector ongeveer 10 keer zo hoog als in de houtindustrie. Beton vervangen door hout kan de CO2 uitstoot van de bouwproductie dus drastisch verlagen.

(Lees verder onder de afbeelding.)
Houtbouw mede door milieuwinst in opmars

Gebruik van hout in plaats van beton verlaagt niet alleen het energieverbruik en daarmee de CO2 uitstoot in het productieproces. Bij de groei van bomen wordt er juist ook CO2 opgeslagen in het hout. Een houten woning slaat ongeveer de jaarlijkse CO2 uitstoot op van de CV-ketels van acht huishoudens.

In een m3 hout zit, afhankelijk van de houtsoort, ruim 750 kg CO2 opgeslagen. Voor een houten eengezinswoning is (minimaal) 30 m3 hout nodig. Als er op termijn 20% (de huidige ambitie van de gemeente Amsterdam) van de geplande 100.000 woningen van hout gebouwd wordt dan compenseert het houtgebruik van deze woningen de jaarlijkse CO2 uitstoot van het gasverbruik van bijna 170.000 huishoudens.

Houtbouw is veel lichter

Hout heeft als bijkomend voordeel dat het slechts een vijfde van het gewicht van beton heeft en hoeft in het productieproces niet te drogen. Daardoor is het goedkoper en makkelijk te transporteren en zijn er minder zware funderingen nodig. Doordat hout lichter is kunnen bestaande gebouwen ook eenvoudiger uitgebreid worden met één of enkele verdiepingen (optoppen) waardoor het vloeroppervlakte en rendement van een bestaand gebouw kan toenemen.

Ideaal voor industrieel bouwen

Om personeelstekorten en oplopende bouwkosten te beperken wordt steeds meer ingezet op industrialisatie van het bouwproces. Door het lage gewicht is hout hiervoor zeer geschikt want grote houten prefab elementen zijn eenvoudiger te transporteren, preciezer te bewerken en eenvoudiger te bevestigen.

Door het lagere gewicht zijn ook minder zware machines nodig waardoor de upfront investeringen voor industrialisatie een stuk lager kunnen zijn dan bij een prefab met voornamelijk beton als bouwmateriaal.

(Lees verder onder de afbeelding.)
Houtbouw mede door milieuwinst in opmars -Houtprijzen blijven stijgen 1

Duurder?

Nieuwe investeringen en de kostprijs van hout zorgen er voor dat houtbouw nog wel circa 5 à 10% duurder is dan het gebruik van beton en bakstenen. Er zijn echter veel redenen om aan te nemen dat houtbouw goedkoper kan worden. Als er meer gebouwd gaat worden met hout kan dat zorgen voor schaaleffecten waardoor de prijs per woning daalt. Daarbij komt dat de productie van energie intensieve bouwmaterialen de komende jaren duurder gaat worden door CO2-heffingen die komende jaren verder oplopen. Dit maakt traditionele bouwmaterialen als beton en bakstenen relatief duurder ten opzichte van hout, zo bericht ING.

Belangrijk

“Hout zal in de nabije toekomst een veel belangrijker bouwmateriaal worden dan het nu is”, aldus Van der Doelen “De voordelen er van zijn simpelweg te groot. Er zal echter ook ruimte blijven bestaan voor het gebruik van de voor Nederland traditionele materialen als beton, cement en bakstenen, vanwege de grote vraag naar woningen. De opschaling van houtbouw zal de nodige tijd vergen, maar houten huizen zullen uiteindelijk meer bepalend gaan worden in het straatbeeld van Nederlandse nieuwbouwwijken.”

Trend en voordeel

Houtbouw is een trend waar bouwbedrijven de komende jaren rekening mee moet gaan houden. Veel bouwbedrijven hebben echter de afgelopen jaren geïnvesteerd in de industrialisatie van hun bouwproces dat nog voornamelijk op beton en bakstenen is gebaseerd.

Voor bedrijven die nog niet geïnvesteerd hebben in industrialisatie is bouwen met hout zeker een kans. Ze spelen daarbij in op deze nieuwe trend waar de komende jaren meer vraag naar komt. Daarbij speelt in hun voordeel dat industrialisatie van houtbouw, zoals eerder aangemerkt, lagere investeringen vereist doordat hout veel lichter is dan beton. Machines hoeven daardoor minder zwaar te zijn.

Deze lagere upfront investering is een voordeel in de volatiele bouwsector. Mocht een fabriek voor houten woningen een keer niet op volle capaciteit kunnen draaien door een lagere vraag dan zijn de vaste kosten ook lager die gedekt moeten worden.

Het volledige rapport (pdf) over houtbouw inzien.

Houtbouw door milieuwinst in opmars, bron ING research.

Corporaties gaan twee keer zoveel sociale huurwoningen bouwen

0
Corporaties gaan twee keer zoveel sociale huurwoningen bouwen

Minister De Jonge heeft nationale prestatieafspraken gemaakt met Aedes, Woonbond en VNG. Die zijn gericht op een verdubbeling van de bouwproductie van sociale huurwoningen, vergaande verduurzaming van meer dan 675.000 woningen, huurmatiging en er wordt geïnvesteerd in woningverbetering en het aanpakken van vocht- en schimmelproblemen.

“Doel is dat corporaties 250.000 sociale huurwoningen bouwen in de periode 2022 t/m 2030”

Minister De Jonge van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening: “We staan voor grote uitdagingen die we alleen met elkaar kunnen aanpakken. De nationale prestatieafspraken zijn meer dan alleen afspraken. Het laat zien dat volkshuisvesting terug van weggeweest is.”

De Jonge: “Zo geven we woningcorporaties weer de ruimte om te kunnen doen waarvoor zij zijn opgericht: het realiseren en goed onderhouden van betaalbare en duurzame woningen voor mensen die dat nodig hebben.”

Bouwproductie verdubbelen

Om het huidige tekort aan sociale huurwoningen en de wachtlijsten aan te pakken moet het bouwtempo van de corporaties flink omhoog de komende jaren van ca. 15.000 de afgelopen jaren naar bijna 30.000 richting 2030.

Doel is dat corporaties 250.000 sociale huurwoningen bouwen in de periode 2022 t/m 2030. Daarnaast is afgesproken dat corporaties tot en met 2030 50.000 middenhuurwoningen gaan bouwen, waarbij de evenwichtige mix moet worden gevonden van woningen met een prijs tussen 850 euro en 1.000 euro.

Woondeals

De provincies en gemeenten stellen voor het einde van het jaar samen met corporaties en huurders regionale woondeals op. Zo wordt per gemeente duidelijk hoeveel sociale huurwoningen corporaties gaan bouwen tot en met 2030, en hoeveel middenhuurwoningen corporaties per gemeente gaan realiseren.

De gemeenten zullen eind 2022 duidelijk maken waar deze woningen gaan komen. Per gemeente wordt er gestreefd naar minstens dertig procent sociale huur. Ook komt er een duidelijke definitie in de wet wat sociale huur is.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Matiging huren

In de afspraken over betaalbaarheid is een balans gevonden tussen generieke maatregelen waarvan alle huurders profiteren en specifieke maatregelen waarvan mensen met lagere inkomens en mensen in niet-duurzame woningen profiteren.

Corporaties gaan de komende drie jaar voor alle huurders de huren matigen. Daarbij wordt de koppeling met de inflatie losgelaten en wordt de maximale huursomstijging 0,5 procent lager dan de CAO-loonontwikkeling. Daardoor gaan de huren minder hard stijgen dan de lonen.

Om de huur voor huurders met een laag inkomen te verbeteren krijgen huurders met een inkomen op of onder 120 procent sociaal minimum een wettelijk verplichte eenmalige huurverlaging tot € 550 (prijspeil 2020). Circa 510.000 huishoudens komen hiervoor in aanmerking. Zij krijgen een gemiddelde huurverlaging van gemiddeld €57 per maand.

Verduurzaming 675.000 woningen

De verduurzaming van de gebouwde omgeving is een complexe opgave die tot 2050 veel vraagt van gemeenten, corporaties en huurders. Partijen hebben elkaar nodig om de verduurzamingsopgave te realiseren op zo’n manier dat iedereen er uiteindelijk voordelen van heeft.

Corporaties gaan al hun woningen met een E-, F-, of G-label tot en met 2028 versneld verduurzamen. Dit sluit aan op het doel om in 2030 675.000 woningen vergaand te isoleren, en 450.000 bestaande corporatiewoningen aardgasvrij te maken.

Om huurders van deze verduurzaming te laten profiteren is afgesproken dat zij geen huurverhoging krijgen na isolatiemaatregelen die leiden tot een beter energielabel.

Vocht- en schimmelproblemen

Corporaties en gemeenten willen hun inzet vergroten om investeringen in woningen, de leefomgeving, het welzijn van huurders en de sociale samenhang in de wijk te verbeteren. Corporaties investeren daarom tot en met 2030 jaarlijks € 200 miljoen extra in woningverbetering, met een focus op een versnelde aanpak van vocht en schimmel, loden leidingen, asbest en brandveiligheid.

Vanaf 2026 mogen er geen woningen meer zijn met een slechte staat van onderhoud (met uitzondering van woningen die door nieuwbouw vervangen worden). Het verbeteren van de leefbaarheid vraagt van corporaties naast investeringen in het verbeteren van de woningkwaliteit, ook investeringen in de leefbaarheid van de wijk en sociaal beheer in de wijk. In totaal trekken corporaties hier tot en met 2030 jaarlijks € 75 miljoen extra voor uit.

Lees ook: Beter Label project – 311 sociale huurwoningen in Diemen

Bouw maakt zich sterk voor meer biodiversiteit

0
Bouwsector maakt zich sterk voor meer biodiversiteit

De bouwsector wil haar verantwoordelijkheid nemen en een bijdrage leveren aan het bewaren en verbeteren van de biodiversiteit rondom bouwprojecten. Om dit te stimuleren en te faciliteren is Stichting Bouwerzzz in het leven geroepen. Dit initiatief van meerdere bedrijven uit de sector maakt het mogelijk om lokale natuurprojecten te steunen als extra compensatie voor de bouwactiviteiten.

“Voor iedere vierkante meter die een bouwproject in beslag neemt, wordt 4 vierkante meter natuur gecreeërd”

De biodiversiteit neemt in een rap tempo af. De ecologische balans bewaren en waar mogelijk herstellen is dan ook een van de grootste uitdagingen waar wij als maatschappij voor staan. Net als vele andere sectoren, heeft de bouw een grote impact op de biodiversiteit. Bij nieuwbouw gaat bijvoorbeeld vaak natuur verloren en het is lastig om dit op dezelfde schaal binnen het bouwgebied terug te brengen.

Ook zorgen bouwactiviteiten vaak voor versnippering van het landschap en vindt natuurcompensatie nog te weinig plaats in de directe omgeving van bouwprojecten, waardoor de biodiversiteit afneemt.

Impact op natuur

Om als bouwsector de negatieve impact op de natuur te minimaliseren is Stichting Bouwerzzz opgericht: hét netwerk voor verbetering van biodiversiteit voor de gehele sector. Van leverancier tot opdrachtgever: via Stichting Bouwerzzz kan een extra bijdrage geleverd worden om de biodiversiteit in de omgeving van de projectlocatie te verbeteren, naast de maatregelen op het project zelf.

Geambieerd wordt om voor iedere vierkante meter die een bouwproject in beslag neemt, ergens in de omgeving vier vierkante meter natuur te creëren. Deelnemende bouwbedrijven, adviesbureaus, toeleveranciers en andere stakeholders kunnen ook een donatie doen. Hiermee wordt het mogelijk om extra natuur te creëren of onderzoek te doen naar biodiversiteit.

Natuurprojecten

De stichting beheert een ruim portfolio van diverse lokale natuurcreatieprojecten, aangedragen door organisaties als IVN en Trees for All. Per project wordt aangegeven wat de doelstellingen en verwachte effecten voor de biodiversiteit zijn en welke donatie noodzakelijk is om dit te realiseren.

Een speciale ‘map’ maakt het mogelijk om een geschikt lokaal natuurproject te vinden. Een bouwproject of -bedrijf stelt budget ter beschikking en investeert daarmee in een lokaal initiatief. Voor ieder type project wordt gezocht naar een passend aanbod. Het natuurherstel, -behoud en –beheer van de projecten wordt uitbesteed aan experts.

Lees ook: Handreiking klimaatadaptieve en natuurinclusieve wegen

Stichting Bouwerzzz

Stichting Bouwerzzz is een initiatief van Dura Vermeer, Van Wijnen, DHM Infra, Vink Bouw, TAUW, en Witteveen + Bos. Samen hebben zij besloten om als stichting de negatieve impact op de biodiversiteit binnen de bouwsector te minimaliseren. Het doel is om zoveel mogelijk partijen aan te laten sluiten, om zo gezamenlijk het verschil te kunnen maken.

Tiny Forest

Om de daad bij het woord te voegen wordt binnenkort gestart met een eerste project: het aanleggen van een Tiny Forest op het schoolplein van Kindcentrum Haarzicht in Vleuten, via IVN Natuureducatie.

Meer informatie en mogelijkheden om aan te sluiten op Bouwerzzz.nl

Nieuwe circulaire platdakbedekking uit reststroom

0
Nieuwe circulaire platdakbedekking uit reststroom


De platdakbedekking Leadax Roov, dat Wienerberger in samenwerking met Leadax op de markt heeft geacht, is een oplossing voor platte daken en wordt mede geproduceerd vanuit de reststroom. Het product is aan het eind van de levensduur ook weer recyclebaar.

“Deze platdakbedekking biedt de bouwsector en eindgebruiker diverse mogelijkheden in afwerking en gebruik”

Reststroom als basis

Jaarlijks is er rond de 1,5 miljard kilo PVB-folie beschikbaar in Europa. Een reststroom uit veiligheidsglas gebruikt in gebouwen en auto’s en waarvoor tot op heden geen duurzame eindbestemming was. Door dit te gebruiken als belangrijkste grondstof voor Leadax Roov is men onderdeel van de oplossing om deze afvalberg te verminderen.

Score

Net zoals de meeste platdakbedekking heeft Leadax Roov een levensduur van minimaal 30 jaar, maar aan het eind van de levensduur is het ook nog eens recyclebaar. Het draagt daardoor bij aan een betere ‘MilieuPrestatie Gebouwen’ score en heeft een aanzienlijk lagere milieu-footprint dan vergelijkbare oplossingen voor het platte dak.

Het product kan eenvoudig zonder vuur of hitte worden aangebracht door middel van de verwerkingsproducten die met PVB als basisgrondstof worden geproduceerd. De dakbedekking is verwerkbaar via diverse installatiemethoden, zoals mechanisch bevestigd in de overlap van de dakbanen.

Trots

Miranda Aarnoudse, Commercieel Directeur bij Wienerberger: “We zijn trots op dit innovatieve product dat aansluit op de grote uitdagingen waarvoor de bouwsector staat; het verduurzamen van gebouwen en het effectiever gebruik van grondstoffen. In 2050 moet de sector geheel circulair zijn en wij doen er alles aan om samen met de markt en partners producten te ontwikkelen die daar optimaal bij aansluiten. In dit geval in nauwe samenwerking met Leadax.”

Witte platdakbedekking

Dat de dakbedekking wit is, komt de reflectiewaarde ten goede. Dit zorgt voor een koeler binnenklimaat met een mogelijke energiebesparing als gevolg. Een wit dak is ook een goede basis voor zonnepanelen, het koelende effect verbetert de werking van de panelen.

Praktijk en samenwerking

De eerste geïnteresseerde partijen hebben zich inmiddels al gemeld en ondertussen is er een dak aangebracht in het schoolvoorbeeld voor duurzame gebiedsontwikkeling, het ‘Op Enka’ plan in Ede.

Miranda Aarnoudse: “We zijn niet alleen trots op dit product, maar zeker ook op een duurzame samenwerking met Leadax die voor diverse partijen vele voordelen op zal leveren in de vorm van dit circulaire daksysteem. Zowel voor de bouwsector als voor de eindgebruiker die diverse mogelijkheden heeft in afwerking en gebruik. Een dak anno 2022 is namelijk niet zomaar een dak. Het moet duurzaam zijn en tegelijkertijd kunnen voorzien in verschillende gebruiksfuncties.”

Nieuwe circulaire platdakbedekking uit reststroom.

3D-betonprint transformeert conservatieve bouw

0
3D-betonprinten transformeert conservatieve bouwwereld

De bouwsector loopt achter als het gaat om duurzaamheid en digitalisering. Start-up Zavhy wil daar met 3D-betonprinten een einde aan maken.

“In 2021 gebruikte slechts 40 procent van de bouwbedrijven en opdrachtgevers BIM software”

In Nijmegen is vorig jaar de langste 3D-geprinte fietsbrug ter wereld in gebruik genomen. Wat het 29-meter lange bouwwerk uniek maakt, is dat de architect bij het ontwerpen volledige vormvrijheid had bij het optimaliseren van de structuur en stevigheid.

Het realiseren van de brug was mogelijk dankzij onderzoek van Zeeshan Ahmed tijdens zijn PhD onderzoek, dat hij onder begeleiding van professor Theo Salet uitvoerde aan de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e).

Zeeshan zag zijn PhD-onderzoek als een manier om kennis te ontwikkelen omtrent 3D-betonprinten (3DCP), maar hij wilde de technologie ook graag in de praktijk brengen. Dus richtte hij op 1 april 2020 start-up Zavhy op.

Zeeshan wil de bouwsector automatiseren en digitaliseren en achterstanden die de sector heeft als het gaat om productiviteit, duurzaamheid en betaalbaarheid aanpakken met 3DCP. “Met 3DCP kunnen we sneller bouwen en de kwaliteit van de bouw verbeteren. Daarnaast wordt het proces goedkoper en duurzamer, vanwege efficiënter materiaalgebruik”, legt de ondernemer uit.

Belangrijke missie

Dat de missie van de start-up belangrijk is, bewijst de ranking van de MGI Industry Digitization Index. Op deze digitalisering ranklijst scoort alleen de landbouwsector slechter.

Zo gebruikte in 2021 slechts veertig procent van de bouwbedrijven en opdrachtgevers de Building Information Modeling (BIM) software. Dit programma, dat al ruim dertig jaar bestaat, wordt in de bouw gebruikt om efficiënt samen te werken tijdens het plannen, ontwerpen en bouwen.

Bovendien stoot de sector veel CO₂ uit en neemt het weinig reducerende maatregelen. Vanwege deze hoge CO₂-voetprint staan er jaarlijks talloze bouwprojecten stil, en dat terwijl de bouwsector in Nederland in 2030 emissievrij moet zijn.

3DCP-technologie

Tijdens zijn PhD aan de TU/e hield Zeeshan zich onder andere bezig met een oplossing voor twee grote beperkingen van 3DCP-technologie. Zo ontbrak stalen bewapening – die zorgt voor stevigheid – in 3D-geprintte betonnen bouwwerken. Ook additieven zoals vezels en aggregaten die de materiaaleigenschappen van beton verbeteren, ontbraken.

Met het oog op de industrialisatie van de technologie ontwikkelde Zeeshan twee systemen. Een om staalkabelwapening in het beton te brengen, Reinforcement Entrainment Device (RED) en een Fibre Reinforcement Entrainment Device (FRED) om vezels en toeslagstoffen toe te voegen.

Het RED-systeem is onder andere gebruikt om zowel de 3DCP-brug in Gemert (de eerste gewapende 3DCP-brug ter wereld) als de fietsbrug in Nijmegen te versterken. Zijn onderzoek heeft ook bijgedragen aan het ontwerp en de bouw van het Milestone 3D-betonnen geprinte huis in Eindhoven. “Door deze projecten kon ik mijn wetenschappelijke onderzoek valoriseren”, aldus Zeeshan.

Lees ook: Langste 3d betongeprinte fietsbrug in Nijmegen

Verdienmodellen

Het jonge bedrijf bestaat uit drie takken. Het ontwikkelt en valoriseert nieuwe hardware en software technologie voor 3DCP, het draagt bij aan bouwprojecten en is bezig met het opzetten van een 3DCP faciliteit in Eindhoven, waar constructies en ontwerpen geprint kunnen worden.

Uiteindelijk wil Zeeshan zijn systeem franchisen, om de doelstellingen van de Nederlandse overheid te ondersteunen om een miljoen huizen te bouwen in 2030. Tegen 2025 moeten er ten minste tien andere 3DCP-franchises werken met het systeem van Zahvy.

Bron: TU Eindhoven

Tussentijdse resultaten ‘De Circulaire Weg’ bekend

0
Tussentijdse resultaten De Circulaire Weg bekend

Onlangs zijn de tussentijdse resultaten gepresenteerd van het partnerprogramma De Circulaire Weg. Vanaf 2020 hebben elf partners, overheden en marktpartijen, ‘infra as a service’ getoetst in de praktijk.

“Gedrag en motivatie van zowel opdrachtgever als opdrachtnemer blijkt een belangrijke slagingsfactor”

Binnen zeven intensieve projecten is uitgebreid geïnnoveerd en geëxperimenteerd. Hierbij werd gekeken of infrastructuur als dienst een werkbaar model is en bijdraagt aan circulair bouwen in de GWW-sector.

De TU Delft heeft het wetenschappelijk onderzoek naar deze vragen uitgevoerd. In het rapport wordt geconcludeerd dat infra as a service binnen de ontwerpfase van de pilotprojecten inderdaad tot meer circulaire oplossingen heeft geleid. Dit is vastgesteld op basis van de effecten op milieu, materiaal en gedragseffecten.

Zo werden de milieukosten (MKI) bijvoorbeeld aanzienlijk verlaagd (met percentages tussen 30 procent en 65 procent) en de pilots slaagden er goed in de materialen te beschermen, zoals gemeten in de Material Circularity Index (MCI). Ook bleek gedrag en motivatie van zowel opdrachtgever als opdrachtnemer een belangrijke slagingsfactor.

As a service-modellen

Daan Schraven van TU Delft: “We zien iets interessants ontstaan: de pilots die met de as a service-modellen hebben gewerkt hebben veel (ongevraagd) advies gekregen van aannemerszijde. Dit laat zien dat dit model uitnodigt tot meer initiatief, om zo echt samen tot een zo hoogwaardig mogelijke propositie te komen.”

Fanauw Hoppe van gemeente Amersfoort vult aan: “Wat je vooral ziet is dat de intensieve samenwerking, de vroegtijdige betrokkenheid en het centraal stellen van dezelfde ambitie, erg helpt om out of the box te denken en wat rigoureuzere dingen te doen dan je oorspronkelijk had beoogd.”

Ronald Dirksen van Dura Vermeer bevestigt dit: “Door deze contractvorm en de échte betrokkenheid van iedereen weten we elkaar beter op te jagen naar maximale circulariteit.”

Partners gezocht

De Circulaire Weg vervolgt het programma met een aantal zittende partners. Ook treden er nieuwe partijen toe, zoals Rijkswaterstaat. Er worden nog meer partners gezocht in de volle breedte van de keten: opdrachtgevers, bouwers, adviseurs en andere ketenpartners die willen bijdragen aan circulaire infrastructuur.

“Het grote voordeel van een partnerprogramma is dat je een groter collectief hebt waarbij je meer kennis vanuit verschillende invalshoeken bij elkaar brengt en dus ook echt harder vooruit komt dan je dat alleen zou doen.”, aldus Richard Koops van Sweco.

Lees ook het artikel over De circulaire weg in Bouw en Uitvoering

7,5 miljard voor infra naar grootschalige woningbouwlocaties

0
7,5 miljard voor infra naar grootschalige woningbouwlocaties

Voor de komende 10 jaar heeft het kabinet 7,5 miljard euro beschikbaar gesteld voor het bereikbaar maken van nieuwe grootschalige woningbouwlocaties. Men trekt nu rond de 1,2 miljard euro uit voor de eerste 70 voorstellen die samen leiden tot realisatie en bereikbaarheid van circa 135.000 woningen binnen nu en de komende 5 jaar.

“Kabinet investeert alvast 1,2 miljard in infrastructuur voor het sneller bouwen van 135.000 nieuwe woningen voor de komende 5 jaar”

Afspraken

Om snel stappen te kunnen zetten, hebben de minister en staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) samen met regionale overheden versnellingsafspraken gemaakt.

“Nederland kampt met een groot woningtekort. Tot en met 2030 wil het kabinet daarom 900.000 woningen bouwen en toegroeien naar 100.000 woningen per jaar. Dat die woningen goed bereikbaar zijn, is een belangrijke voorwaarde om er fijn te kunnen wonen, leven en werken. De investeringen van het Rijk gaan bijvoorbeeld over aanpassingen van tunnels, het aanleggen van rotondes, wegen, fietsbruggen en fietsroutes, deelmobiliteit en mobility-hubs en aanpassingen rond (bus)stations”, bericht men.

Versneld

In bestuurlijke gesprekken met de regio’s in het afgelopen voorjaar zijn regio’s en gemeenten uitgenodigd om woningbouwvoorstellen in te dienen die bijdragen aan een snellere beschikbaarheid van betaalbare woningen. Het gaat om woningbouwprojecten die door kleine ingrepen als de aanleg van een brug, tunnel, fietspad of busstation versneld gerealiseerd kunnen worden.

Kosten

Door vanuit het Rijk bij te dragen aan kosten voor mobiliteit en bereikbaarheid kunnen snel meters gemaakt worden. Het Rijk stelt dit jaar in totaal € 1,5 miljard beschikbaar voor deze zogenoemde versnellingsafspraken. Uit de ingezonden voorstellen zijn verspreid over het hele land 70 projecten gekozen. Goed voor een rijksbijdrage van ongeveer € 1,2 miljard.

Voorstellen

Op dit moment zijn 32 voorstellen zo ver uitgewerkt dat tussen het Rijk en de verschillende regio’s al concrete afspraken zijn gemaakt. Over de andere 38 plannen is het streven in het najaar afspraken te kunnen maken.

(Lees verder onder de afbeelding.)
7,5 miljard voor infra naar grootschalige woningbouwlocatiesVerdeling per regio van de eerste 1,2 miljard. Bron: Rijksoverheid.

Bereikbaar, tempo en doorstappen

Minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat: “Mensen die straks een nieuw huis hebben, willen natuurlijk ook graag hun kinderen makkelijk naar school of de sportclub brengen en naar het werk of familie en vrienden kunnen reizen. Nieuwe woningen moeten daarom goed bereikbaar zijn, omdat ergens wonen alleen aantrekkelijk is als je er goed kunt komen met auto, OV en fiets. Met deze investeringen in wegen, bruggen, rotondes en fietsroutes brengen we de bouw van nieuwe woningen een stap dichterbij.”

Staatssecretaris Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat: “In heel Nederland helpen we gemeenten vooruit om tempo te maken met de bouw van woningen. Van Goes tot Enschede investeren we in lokale oplossingen voor goed openbaar vervoer bij nieuwbouwprojecten. En van Groningen tot Maastricht gaat de schop in de grond voor fietspaden en fietstunnels. Vaak kunnen relatief kleine ingrepen al een groot verschil maken om de bereikbaarheid van nieuwe huizen te verbeteren, dat is mooi om te zien.

Minister De Jonge van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening: “Met dit resultaat zetten we een grote stap voor de hoognodige versnelling van de woningbouw naar 100.000 woningen per jaar. Alle mogelijkheden om tot een versnelling te komen grijpen we aan om sneller meer betaalbare woningen te bouwen. Met dank aan de regio’s die met veel goede voorstellen zijn gekomen. Meer voorstellen dan we op dit moment kunnen honoreren, maar er zit nog veel meer in het vat.”

Grootschalige woningbouwlocaties

Naast deze versnellingsafspraken investeert het kabinet ook in 17 grootschalige woningbouwgebieden op het gebied van infrastructuur. Deze complexe grootschalige woningbouw brengt ook grotere bereikbaarheidsopgaven met zich mee. Daarvoor is de resterende 6 miljard euro beschikbaar.

Ambities en middelen

Omdat de ambities en wensen altijd groter zijn dan de beschikbare middelen, wordt bekeken aan welke criteria deze plannen moeten voldoen. Zo worden voorstellen gewogen op basis van het aantal woningen dat met een investering gebouwd kan worden en de invloed van de investering in mobiliteit op de bereikbaarheid, economie en de leefomgeving.

Afspraken

Het voornemen van het kabinet is om in de Bestuurlijke Overleggen MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) dit najaar de eerste afspraken te maken over de ontsluiting van deze grootschalige woningbouwgebieden.

7,5 miljard voor infra naar grootschalige woningbouwlocaties. Lees ook: Samenwerking NL en BE rond duurzame infra en bouw.

Handreiking aan taxateurs bij energielabel C kantoren

0
Handreiking aan taxateurs bij energielabel C kantoren

Vanaf 1 januari 2023 moet bijna alle kantoorvastgoed minimaal energielabel C hebben. 54 procent van de kantoren is nog niet zo ver. Vier op de tien kantoren heeft zelfs nog geen energielabel. Dat heeft straks gevolgen hebben voor de waarde van het vastgoed. Om vragen hieromtrent beter te beantwoorden, komt Dutch Green Building Council (DGBC) vandaag met een handreiking voor taxateurs om te komen tot tenminste energielabel C kantoren.

“Met de handreiking kan de taxateur beter omgaan met kantoren die niet voldoen aan energielabel C”

Er is alle reden om duurzaamheid te laten meetellen bij de taxatie, bericht men. Eigenaren en huurders van kantoren kunnen al snel te maken krijgen met grote en concrete gevolgen, als het kantoor een energielabel D of slechter heeft. Het Bouwbesluit verbiedt immers per 1 januari 2023 om zo’n kantoorgebouw ‘in gebruik te nemen of te gebruiken’.

Mogelijkheden

Met de handreiking kan de taxateur beter omgaan met kantoren die niet voldoen aan de energielabel C-wetgeving. Ook kan hij hiermee beter inschatten welke mogelijkheden er zijn om alsnog label C (of beter) te halen en welke investeringen dat vergt.

Energielabel C kantoren

De handreiking geeft concrete casussen en rekenvoorbeelden, somt mogelijke duurzaamheidsmaatregelen op (en de bijbehorende investeringen plus CO2-reducties), ook verwijst de handreiking naar diverse handige websites en publicaties, zoals de Sectorale Routekaart kantoren.

Maar duurzaamheid van vastgoed hangt van meer af dan alleen het energielabel. Steeds vaker gaat het over ESG-prestaties; diverse onderzoeken wijzen op een toenemende invloed van ESG op huurdersgedrag en zoekvragen. Daarom houdt deze handreiking ook rekening met dit soort duurzaamheidsaspecten in de taxatie.

Duurzaamheid meer waard

Taxateurs weten dat het lastig is om op gebouwniveau duurzaamheid te kwantificeren. Toch is er steeds meer onderbouwing voor de stelling dat duurzaam vastgoed financieel aantrekkelijker wordt – en andersom dat niet-duurzaam vastgoed in waarde daalt.

Zo blijkt dat kantoorgebouwen met energielabel C (of beter) een hogere bezettingsgraad, effectieve huuropbrengst, marktwaarde en transactieprijs hebben. Kantoren met een duurzaamheidscertificering hebben in Amsterdam gemiddeld 26% hogere huurwaarde dan niet gecertificeerde kantoren.

DGBC ontwikkelde deze handreiking (pdf-link) met vastgoed- en taxatie-experts van MVGM, Savills, CBRE en Colliers.