Home Blog Pagina 383

GBeton ‘Restore’ voor gebruiksdak Post NL Rotterdam

0
Renovatie van gebruiksdak voor zwaar vrachtwagentransport

Renovatie van gebruiksdak voor zwaar vrachtwagentransport

Het ruimtegebrek in onze stedelijke omgeving vereist steeds vaker dat functies worden gestapeld. De opkomst van gebruiksdaken voor zwaar transportverkeer, bereikbaar via opritten of hele (dak)pleinen waar distributie met zwaar vrachtverkeer moet worden gerealiseerd is zeker de laatste jaren sterk toegenomen. De drang om in stedelijke omgeving meer ruimte te winnen door het creëren van parkeergarages onder bestaande pleinen van winkelgebieden en bovendien het gebruik van het dak bij distributiecentra komt steeds vaker voor. Het toegankelijk maken van deze omgeving voor zwaar transport is niet altijd zo gemakkelijk zoals men denkt.

Bij dit type gebruiksdak, waar vaak hoge belastingen op een ondergrond ontstaan, liggen de waterdichte lagen onderin; onder de inrichting­slagen van het gebruiksdak. ­De waterdichting ligt hierdoor veelal moeilijk bereikbaar voor inspecties en tussentijds herstel en de vervanging hiervan blijkt vaak erg kostbaar. Er is, zo blijkt uit diverse praktijkvoorbeelden vooraf vaak een duidelijk onderzoek nodig om te komen tot de juiste opbouw en materiaalkeuze want als er schade ontstaat zijn de herstel­kosten enorm hoog. Of in nieuwbouwfase die onderzoekstijd gegeven wordt is de vraag! Maar al te vaak is tijdens de nieuwbouwfase van distributiecentra en centrumplannen onbekendheid met, of wordt er niet nauwlettend gekeken naar de definitieve keuze van materialen in combinatie met de onderliggende constructie en de combinatie van inzetbare zware belastingen op dit soort daken.

Toegegeven, de verslechterde bouwconjunctuur en onze aanbestedings­methode met bekende bezuinigingstechnieken van bouwbedrijven op hun inkoop hebben er zeker niet direct toe geleid dat de kwaliteit van bouwen van intensieve gebruiksdaken duidelijk is verbeterd. Maar ook de krachten die vrij komen bij het draaien van de vrachtwagenwielen en vaak de schuif- en torsiekrachten die vrij komen op de bewegende onderconstructie (wanneer deze bestaat uit aparte prefab betonvloeren die niet voldoende gekoppeld zijn) worden vaak niet onderkend en leiden tot maar al te vaak tot schade in bereidbare en daardoor ook waterdichte lagen.
Het leidt in het algemeen tot bekende lekkageproblemen die zich dan op korte of langere termijn gaan aftekenen onder de gekozen berijdbare lagen waarbij de opdrachtgever of eigenaar van het pand geconfronteerd wordt met vaak hoge kosten in renovatie. De garantie, al dan niet verzekerd, dekt uiteindelijk vaak niet alle schade af; als voorbeeld een constructieve beton­aantasting door indringing van dooizouten.
In gesprek met Erik Colijn van BetonRestore wordt haarfijn duidelijk wat voor problemen kunnen ontstaan wanneer er niet vooraf niet direct de goede opbouw met de juiste materiaalkeuze in de nieuwbouw wordt gekozen en een ervaringsdeskundige wordt ingeschakeld. “Vaak worden door producenten in combinatie met willekeurige verwerkers meer beloftes gemaakt dan in de praktijk bij het functioneren van zo’n dak kan worden waargemaakt. En ook het verkavelen van verantwoordelijk­heden door de verschillende disciplines apart in opdracht te geven levert niet de juiste aanpak en kwaliteit”, aldus Erik Colijn: ”ik geef vaak aan dat het bij de nieuwbouw beter is om alles in handen te geven van één verantwoordelijke partij om direct alles goed te doen.”

Renovaties

Het bedrijf heeft zijn sporen heel duidelijk verdiend in het renovatietraject van zwaar belastbare transportdaken, multifunctionele en twintig jaar onderhoudsarme gebruiks- en waterdaken. Zij zijn ook de ontwikkelaar van het systeem waarbij een poly­urethaan spuitfolie als waterdichte laag onder iedere mogelijke rijafwerking kan worden verwerkt. Naast de inzet van bitumen en EPDM membranen wordt de combinatie gezocht met hoog reactieve gespoten membraan systemen, gecombineerd met diverse gebruiksafwerkingen, alle voorzien van de benodigde (ZTV-Bel-B 3 en ETAG) attesten.

Eerdere renovaties van winkelcentrum de Tuinen in Naaldwijk; parkeergarage Rijnkade in Utrecht voor Corio en zijn recente werkzaamheden op winkelcentrum de Terp in Capelle aan de IJssel en nu ook het transportdak van PostNL in Rotterdam geven aan dat men weet waar men het over heeft. Samen met zijn collega Berry van Driel bezochten wij het werk, dat in oktober 2013 gestart is en gefaseerd uitgevoerd en medio 2015 wordt opgeleverd aan Post NL.

Post NL

Het huidige Post NL sorteercentrum is in 1993 gebouwd en als expeditieknooppunt door PTT- Sternet in gebruik genomen; toen nog met een rechtstreekse verbinding per spoor middels een langgerekt postperron. Vanaf 1997 is het sorteercentrum niet meer bereikbaar per trein en wordt de post met vrachtwagens aangevoerd. Vanaf die jaren zijn de daken ingericht voor transport over de weg en is het spoor gesloten. De huidige rijdek­renovatie is inmiddels de derde sinds 1997 waarbij de eerste twee uitgevoerd zijn met gietasfalt.

Bij de eerste fase van de renovatie in 2013 ging de prioriteit uit naar de hellingbaan. De gehele hellingbaan bestond uit een wegenasfalt rechtstreeks op de gewapende betonconstructie waarbij alleen bitumineuze randstroken zijn toegepast, vastgezet met knelprofielen. Door de oneigenlijke toepassing van asfalt op dit volledige transportdak, de scheurvorming bij de beweging ter plaatse van de oplegging en de visco-elastische vervorming kampt de berijdbare laag met ernstige scheurvorming waardoor diverse lekkages zijn ontstaan in de onderliggende ruimte.

De renovatie bestaat uit het tot op de bodem wegfrezen van de huidige asfalt- combinatielagen waarna na het stralen van de onderliggende betonconstructie een polyurethaan spuitmembraansysteem als waterdichte laag is toegepast met daarop ter plaatse van de hellingbaan een gewapende gietasfalt afwerking, voorzien van lusverbindingen voor de slagbomen. De rest van de hellingbaan en bovendek is voorzien van een polyurethaan (spuit)membraansysteem als waterdichte laag die voorzien wordt van een beschermlaag en een drukverdelende slijtlaag van gewapende staalvezelversterkt beton.

Deze betonafwerking is ter plaatste van de faseringsovergangen en gebouwdilataties aan de ondergrond verankerd middels stalen doorkoppelstrips en, in verband met werking, voorzien van waterdichte dilatatieprofielen. Het grote voordeel van dit waterdichte membraan is dat elke licht oneffen ondergrond gecombineerd met afschot toch kan worden meegenomen en de ingeboorde verankeringen en details volledig worden ingewerkt.

Het renoveren van de hellingbaan is in twee delen uitgevoerd om zo min mogelijk stagnatie te krijgen voor het bereiken van het bovendek en het bovendek zelf zal vanwege de mogelijke stagnatie bij de aanvoer van de post gefaseerd worden uitgevoerd. Gezien de bedrijfsvoering van PostNL is binnen het ontwerp van het bovendak de fasering routing voor vijf uitvoeringsfasen opgenomen. Het eerste gedeelte is in 2013/2014 gerealiseerd en de afsluitende fase zal in het voorjaar van 2015 zijn gerealiseerd.

Kans op Europees Erfgoedlabel voor twee gebouwen in Heerlen

0
Kans op Europees Erfgoedlabel voor twee gebouwen in Heerlen

Twee gebouwen in en rond Heerlen maken kans op het Europees Erfgoedlabel. De twee gebouwen SCHUNCK* Glaspaleis en Huis de Luijff zijn door minister Bussenmaker voorgedragen. De ministerraad is hier akkoord mee gegaan.

Symbolische betekenis

Het kabinet neemt hiermee het advies van de Raad voor Cultuur over. De gebouwen SCHUNCK* en Huis de Luijff kunnen niet alleen het verhaal vertellen van de Europese geschiedenis – Huis de Luijff is de locatie waar in de jaren vijftig van de vorige eeuw een van de constituerende vergaderingen heeft plaatsgevonden voor de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal (EGKS), de voorloper van de Europese Unie – maar ook de euregionale geschiedenis en de persoonlijke verhalen van mijnwerkers. De Raad stelt dat de symbolische betekenis van deze site voor de Europese eenwording van grote waarde kan zijn voor de kennisoverdracht van de beginselen van de Europese integratie.

Europees Erfgoedlabel

Het Europees Erfgoedlabel is een initiatief van de Europese Unie en wijst locaties aan die een sleutelrol hebben gespeeld in Europa en de totstandkoming van de Europese Unie. Het Europees Erfgoedlabel geeft een beeld van de gezamenlijke geschiedenis van Europa en wil hiermee bijdragen aan de overbrugging van de kloof tussen de Europese Unie en haar burgers. De gekozen locaties moeten zich vooral inspannen voor educatieve activiteiten gericht op jongeren. In Nederland zijn tot nu toe Kamp Westerbork en het Vredespaleis Europees Erfgoed. De voordrachten worden in Brussel beoordeeld door een internationale jury. Naar verwachting besluit de Europese Commissie in het voorjaar van 2016 welke voordrachten het Europees Erfgoedlabel krijgen.

Stabiel klimaatsysteem voor Noord-Veluws Museum

0
Stabiel klimaatsysteem voor Noord-Veluws Museum

Ook luchtstromen kun je automatiseren

Voor aanvang van de bouw van het nieuwe Noord-Veluws Museum lag er een harde eis op tafel. Om de schilderijen in goede conditie te houden, is een stabiel klimaat een absolute voorwaarde. Bouwkundige en bestuurslid van het museum Rinus Loopik: ‘Het moest altijd 18 °C zijn in het depot en 21 °C in de zalen bij een luchtvochtigheid van 50%.’ Op basis van argumenten en rookproeven koos het museum voor ‘Climotion’, het revolutionaire systeem dat eerder werd geïntroduceerd onder de naam ‘BAOPT’. Het werd een meesterwerk.

Voor deze business case van de Nederlandse Brancheorganisatie voor Gebouw Automatisering is Bouw en Uitvoering te gast bij het Noord-Veluws Museum in Nunspeet. Aan­geschoven zijn Erik Stotijn en Rinus Loopik. Erik Stotijn kwam in oktober 2013 als directeur in dienst van het museum en stapte in een trein die al reed. Aan het bouwkundige roer zat bestuurslid Rinus Loopik. In bouwkundig opzicht een expert, maar op het gebied van gebouwautomatisering is hij minder op de hoogte van de mogelijkheden. Vandaar dat hij al vroeg in het proces Evert van Sligtenhorst aantrok als installatieadviseur van het project, een besluit volledig in de geest van de ervaringen uit eerdere business cases. Evert nam namelijk de rol van systeemarchitect op zich. Hij was belangrijk bij de systeemkeuze, schreef het bestek en hield het overzicht over het systeem. De keuze voor Climotion werd voorgesteld door Kieback&Peter, fabrikant van meet- en regelsystemen. Vandaar dat ook directeur Adriaan Boer en technisch adviseur Sander Kroon aanwezig zijn.

Gebouw

Het gebouw waarin het Noord-Veluws Museum is gehuisvest, is van origine een oude school. Samen met de grond werd het door Stichting Museum Nunspeet aangekocht van de gemeente. In mei 2013 werd een start gemaakt met de renovatie van de oudbouw, waarin de Vrije Academie Nunspeet was en nog steeds is gevestigd. Daarna is de nieuwbouw van het Noord-Veluws Museum van start gegaan. Die biedt ruimte aan twee expositie- en museumzalen van 340 en 160 m2, een depot, auditorium, winkel en horeca. Het gebouw werd 1 september 2014 opgeleverd, op 31 oktober officeel geopend en sinds 1 november is het toegankelijk voor het publiek.

Nieuw

Het Noord-Veluws museum is een nieuw museum in een nieuw gebouw met een nieuwe collectie. Het is een schilderijenmuseum, waarin een klein hoekje is gereserveerd voor cultuurhistorische voorwerpen. Rinus Loopik vertelt: ‘Het is begonnen met het initiatief van een mecenas uit Nunspeet, Herman van Ree. Een echte kunstliefhebber die de kunstwerken van schilders uit de streek gezamenlijk tentoon wilde stellen. Hij heeft een bedrag ter beschikking gesteld voor de bouw van het museum en staat voor een deel garant voor de exploitatie van het museum.’ Uiteindelijk zijn er 49 bestuursvergaderingen nodig geweest in een periode van vier jaar om het museum te ontwikkelen zoals het nu in gebruik is. De keuze voor het klimaatsysteem heeft daarin een prominente rol gespeeld.

Opties

Bij de keuze voor het revolutionaire Climotion systeem is het museum niet over een nacht ijs gegaan. Evert van Sligtenhorst blikt terug: ‘We hebben verschillende opties overwogen, zoals vloerverwarming en vloerkoeling met behulp van een warmtepomp. Het was Kieback&Peter die met de tip van Climotion kwam. Samen hebben we een museum bezocht in Berlijn. Dat gaf ons een goede indruk van de mogelijkheden. Toen hebben we de opties met elkaar vergeleken, ook in termen van investering. Die viel ten opzichte van een conventioneel systeem met een warmtepomp zelfs iets gunstiger uit, zeker als je het rendement en de lagere energielasten daarbij optelt. Uiteindelijk kwamen de bouwkundige aanpassingen er nog bij, zoals de brandwerende, glazen schuifdeuren. Maar die aanpassingen waren toch wel doorgevoerd, omdat de verzekering dat eiste vanwege de veiligheid.’

Erik Stotijn vult aan: ‘Voor de besluitvorming en het bouwproces was het heel belangrijk dat ook de financier, Herman van Ree, met onze plannen mee ging. Hij heeft alle stappen meegemaakt en raakte, net als wij, overtuigd van het systeem door de rookproeven die we gedaan hebben.’ Een mooi voorbeeld van de directe betrokkenheid van de business developer.

Climotion, voorheen BAOPT

De oorsprong van Climotion ligt in Duitsland. Daar werkte Albert Bauer onder de vlag van Bauer Optimierungstechnik, BAOPT, jarenlang aan dit klimaatsysteem. In Duitsland werd BAOPT in 2005-2006 gelanceerd. Vanaf 2010 is Kieback&Peter een van de partijen die BAOPT in Nederland propageert als een nieuwe manier van klimatiseren. Onlangs nam het Bosch concern de gepatenteerde technologie over om het concept wereldwijd te vermarkten. De Duitse benaming ligt internationaal niet zo lekker in het gehoor. Vandaar dat BAOPT is omgedoopt tot Climotion.

Werking

Albert Bauer heeft ‘zijn’ BAOPT gebaseerd op zelf geschreven software waarmee je een perfect klimaat kunt realiseren via het inblazen van lucht op niet meer dan één plek. Met conventionele systemen wordt warme lucht uitgeblazen, die gaat cirkelen en stijgt niet op zoals ‘normaal’, maar zakt. Climotion zorgt voor een chaotische menging van lucht. Het is die diffuse verdeling van geklimatiseerde lucht die het geheim van de smid is. Adriaan Boer: ‘Albert Bauer heeft er zijn levenswerk van gemaakt. Op basis van metingen en softwareaanpassingen is hij er in geslaagd een toestand te bereiken die het systeem softwarematig stuurt. Overdruk is daarbij een factor. De ruimte staat onder een hele lichte overdruk van zo’n 10 pascal (Pa) ten opzichte van buiten. In combinatie met andere instellingen krijg je die diffuse verdeling.’

Rookproeven

Het bestuur en bouwteam van het museum zijn door rookproeven overtuigd geraakt van Climotion. Evert van Sligtenhorst: ‘In elke ruimte komt de lucht binnen via de toevoerroosters. Als je daar nu rook voor houdt, dan zie je wat er met de lucht gebeurt. Bij een conventioneel systeem zie je dat de lucht bovenin wordt ingeblazen en dan via het plafond langs de muren naar beneden gaat en via de vloer en de muren weer omhoog circuleert en daar de ruimte via een afvoerrooster verlaat. Met het Climotion systeem komt de lucht de ruimte in en wordt daar homogeen verdeeld. Dat houdt in dat de geklimatiseerde lucht zelfs achter de schilderijen, gordijnen, kasten en in de kleinste hoekjes komt. Met een conventioneel systeem kan dat niet. Zo kan het gebeuren dat er bijvoorbeeld condens achter een schilderij ontstaat. De rook in een rookproef is dus een visualisatie die aantoont wat er met de geklimatiseerde lucht gebeurt.’

Kritisch

Van de lucht die een ruimte binnenkomt onder conventionele omstandigheden, trekt 30 procent langs het plafond en verdwijnt ongemengd en ongebruikt naar buiten. Met die kennis over het ‘gedrag’ van lucht kijkt de installatiebranche sinds de opkomst van BAOPT, nu Climotion nogal sceptisch naar het systeem. Evert: ‘Techneuten krijgen maar geen vat op de technologie achter het systeem. Als installatiesector hebben we een denkbeeld gecreëerd waarop we blijven voortborduren. Dat houden we krampachtig vast en daarom krijg je dit principe maar moeilijk uitgelegd aan techneuten.’ Automatiseerders die weten wat er met software mogelijk is, zijn veel minder verrast.

Adriaan Boer vult aan: ‘De werktuigbouwkundige wereld heeft altijd aan symptoombestrijding gedaan. Zo zet je een radiator onder een koud raam, zodat de warme opstijgende lucht de koude lucht van het raam kan compenseren. Dat werkt. Allemaal trucjes om warme en koude lucht op een bepaalde plek te krijgen, maar er is nooit fundamenteel naar het verhaal gekeken.’ Hierop voegt Sander toe: ‘Albert Bauer is een natuurkundige met een elektrotechnische achtergrond. Hij is een systeemdenker die vanuit een heel ander, meer fundamenteel perspectief naar het geheel kijkt.’ Opnieuw blijkt in een business case dat systeemdenken cruciaal is bij gebouwauto­matisering.

Fundamentele kennis

Climotion bewijst opnieuw hoe er winst te behalen is door over de grenzen van disciplines heen te kijken. Ook de adviseurs van Kieback&Peter waren aanvankelijk kritisch ten opzichte van het nieuwe klimaatsysteem. Adriaan Boer vertelt: ‘Daarom hebben we proeven gedaan. We hebben eerst een screenshot gemaakt van de installatie. Vervolgens hebben we alle parameters ingesteld zoals op het screenshot te zien was. Maar nog krijg je niet het gewenste resultaat. Het zijn die rookproeven die laten zien dat lucht anders reageert met Climotion.’ Sander Kroon: ‘Volgens Albert Bauer is zijn uitvinding meer dan een logaritme. Het is in een model samengebundelde ervaring waarbij voor allerlei mogelijke situaties een antwoord of reactie is geprogrammeerd. Het model is gepatenteerd.’

Bouwkundige aanpassingen

Naar aanleiding van de keuze voor Climotion zijn er ook bouwkundige aanpassingen gedaan in het ontwerp van het gebouw. Adriaan Boer licht toe: ‘In een van de expositiezalen zit een luchtinblaaspunt. Aanvankelijk was er een soort doorgaande balk getekend die dwars door de museumzaal zou lopen. Hiermee zouden we twee kanten van de ruimte benaderen met inblaasjets. Voor iedereen een nare balk in die mooie, open ruimte. Met deze oplossing was die balk niet nodig, kon het plafond omhoog en hebben we de luchtafvoer direct naast de invoer kunnen plaatsen. In deze zaal van 340 m2 brengen we maar op één plek lucht in. Met een conventioneel systeem was dat niet haalbaar geweest. En eerlijk is eerlijk, ook met Climotion hebben we de kritische grens opgezocht. Maar het kan en het werkt.’

Eisen

Voor het behoud van de schilderijen – en ook voor de verzekering – is het van belang dat het klimaat continu stabiel is. Rinus Loopik: ‘Of er nu honderd man binnen zijn, of vijf, er moet een zo stabiel mogelijk klimaat heersen met zo min mogelijk verstoringen.’ Om dit mogelijk te maken met Climotion zijn er bouwkundige maatregelen genomen die de handhaving van het klimaat verbeteren en vergemakkelijken. Adriaan Boer legt uit: ‘De brandwerende, glazen schuifdeuren in de zalen zorgen er voor dat het geklimatiseerde deel heel snel wordt afgesloten. Dat kost behoorlijk wat, maar zal zich op den duur wel terugbetalen in het energieverbruik. Dat zijn dingen die musea normaal gesproken niet doen, omdat zij juist openheid willen. Het Rijksmuseum bijvoorbeeld geldt als een van de mooiste musea van Nederland, maar kan niet tippen aan het klimaat in dit museum. Daar waait het dwars door de tent heen.’

Zwembaden

In zijn algemeenheid is Climotion heel geschikt voor ruimtes die moeilijk te koelen en te verwarmen zijn en waar veel mensen komen, zoals atriums, kerken, zwembaden. Neem nu een zwembad. Vaak staan daar warmtebanken voor de ramen om ze condensvrij te houden. Met Climotion kunnen die banken uit. De ruimtetemperaturen mogen dan ook omlaag. Als je uitgaat van een zwembadwatertemperatuur van 28 graden, dan zit de luchttemperatuur twee, drie, vier graden daarboven. Hiermee loopt het energieverbruik op. Met Climotion worden alle parameters gelijk gezet, zodat de lucht niet meer langs de mensen stroomt. De luchttemperatuur kan dan tot wel vier graden omlaag. En dat bespaart tien tot vijftien procent energie.

Een ander voordeel van Climotion is de stilstaande luchtlaag die bij elk oppervlakte ontstaat. Als je niks doet, is die luchtlaag er altijd. Conventionele systemen gaan uit van voortdurende beweging van lucht. Met Climotion hoeft dat niet. Ook boven het badwater kan de luchtlaag stil blijven staan. Daardoor dampt het water minder uit. Je hoeft dan minder vocht af te voeren, omdat er minder vocht in de lucht komt. In het museum is die geklimatiseerde stilstaande luchtlaag weer heel handig voor de schilderijen.

Integratie

Voorafgaand aan de bouw is een geïntegreerde aanpak van de beveiliging niet gedefinieerd. Die kwam pas na een inspectie van het gebouw in wording door de verzekering. Daaruit bleek dat het museum in de hoogste beveiligingsklasse valt, klasse 4, en dat daarvoor ook nog de nodige aanpassingen aangebracht moesten worden, zoals rolluiken, bewegingsmelders, sloten, alarmen. Tot op heden is het beveiligingssysteem niet gekoppeld aan het klimaatsysteem, net zo min als de verlichting. Rinus Loopik: ‘Het zou wel kunnen, ook achteraf nog. Die volledige integratie van systemen loont bij grotere panden eerder. Maar dit gebouw is nu nog heel overzichtelijk. Een integratie zou wellicht interessant worden als het museum zou uitbreiden.’

Monitoring

Als gebouwgebruiker heeft Rinus toegang tot de monitoring van het klimaatsysteem. Dit gebeurt op één plek. Sturing is mogelijk, maar bewust beperkt gehouden. Adriaan voegt toe: ‘Alle data worden gelogd. Die data zijn vast en niet manipuleerbaar in de pc. Dat is een belangrijke eis voor de verzekering. Stel dat er ooit een Van Gogh komt te hangen in het museum, dan wordt er van je geëist dat je klimaatgegevens overlegt.’ Volgens Erik Stotijn zijn dergelijk eisen heel gangbaar in de museumwereld. ‘De condities voor temperatuur en vochtigheid staan gewoon standaard genoemd in de voorwaarden. In onze business is dat een vast onderdeel van dergelijke overeenkomsten.’

Samenspel

De bouw verliep gestroomlijnd, daarover zijn de heren het unaniem eens. Er heerst een ontspannen sfeer aan tafel, die geloofwaardig maakt dat de onderlinge verhoudingen inderdaad nog steeds goed zijn. Partijen hebben blijkbaar de balans weten te brengen in de rollen van de deskundige eindgebruiker, die van de business developer, financier Herman van Ree, en de systeemarchitect. Rinus Loopik en de mensen van Kieback&Peter voelden zich gesteund door de inhoudelijke kennis van Evert van Sligtenvorst. Sander: ‘Wat je vaak ziet, is dat de wens van de klant afwijkt van dat wat de installateur wil. Omdat wij als meet- en regeltechnici afhankelijk zijn van die installateur, is het heel lastig om rechtstreeks contact te hebben met de systeemverantwoordelijke. Dat was hier absoluut niet het geval. En dat heeft zeker bijgedragen aan het resultaat.’

De betrokken partijen ervoeren het ook als prettig dat de financier Herman van Ree zo duidelijk aanwezig en betrokken was. Adriaan Boer legt uit: ‘Als bovenin de keuze voor een bepaald systeem wordt bepaald, dan gebeurt het vrij zelden dat een installateur onderin de keten alsnog zijn goedkopere oplossingen er door probeert te krijgen. En dat geeft rust en vertrouwen in een goed resultaat.’

Tot slot complimenteren de heren Rinus Loopik voor zijn inzet als deskundige eindgebruiker. Sander Kroon: ‘Vaak lopen bouwprocessen op een verkeerde manier uit de hand omdat er belangen spelen. Het is een spel van duwen en trekken binnen zo’n bouwteam. Rinus is van grote waarde geweest vanwege zijn bouwkundige expertise en zijn onafhankelijkheid.’
Daar komt bij dat een deskundige eindgebruiker, iemand die bij het bouwproces ook na de bouw betrokken blijft, anders naar zo’n bouwproces kijkt dan iemand die
na afronding weer weggaat. En ook Rinus is tevreden: ‘Ik heb jarenlang in de rol van aannemer gewerkt. Ik vond het heerlijk om nu eens van de andere kant het proces te benaderen. Dat ik nergens rekening mee hoefde te houden, behalve met het eindresultaat.’

Ontdekken

Het gebouw draait nog maar net en er is geen vergelijking met een oude situatie. Maar het gebouw draait wel heel zuinig. Sander Kroon: ‘Het is een nieuw systeem, dus mensen moeten er aan wennen. Over Climotion doen de wildste verhalen de ronde. Hoe tochtig ook, elk gebouw zou ermee geklimatiseerd kunnen worden. Dat is natuurlijk niet zo. Het is niet heilig. Het systeem zorgt inderdaad voor een revolutie, maar wel eentje met randvoorwaarden. De mogelijkheden en on­mogelijkheden daarvan, die gaan we nu ontdekken.’

[tabs]
[tab title=”Tussen Kunst & Kitsch”]
Op 16 februari hebben in het Noord-Veluws Museum de opnames plaatsgevonden van het tv-programma Tussen Kunst & Kitsch.
De uitzending zal in het najaar te zien zijn bij Avro-TROS op NPO1.

[/tab]
[tab title=”Meer informatie”]
Gebouwautomatisering
Noord-Veluws Museum
Kieback&Peter
Van Sligtenhorst Ontwerp- en Adviesbureau
Scheer & Foppen Installatietechniek

[/tab]
[/tabs]

App-wedstrijd voor ontwikkelen van banenapp

0
app-wedstrijd

Om jongeren dichter bij een baan te brengen is er door minister Bussenmaker een app-wedstrijd uitgezet. De app-wedstrijd moet een match maken tussen vraag en aanbod van banen voor jongeren verbeteren.

Van alle inzendingen worden eerst vijf prototypes uitgekozen. De teams mogen de prototypes dan uitwerken. Als hoofdprijs is er een prijzenpot van 20.000 euro beschikbaar.

De Challenge School & Toekomst

Honderdduizenden jongeren zijn jaarlijks op zoek naar een stageplek of baan. Aan de andere kant zijn bedrijven op zoek naar talentvolle jongeren. Veel bedrijven en organisaties proberen via hun websites en apps vraag en aanbod aan elkaar te koppelen. De Challenge School & Toekomst daagt jongeren nu zelf uit om op basis van open data zelf een app te ontwikkelen die deze match verbetert. Dit sluit aan bij de trend om meer met open data te doen. De jongeren ontwikkelen apps waarmee studenten het aanbod aan stageplekken kunnen inzien, apps om te solliciteren naar leerbanen en vacature-apps voor afgestudeerden. Het ministerie van OCW wil met deze wedstrijd professionele toepassingen op basis van open data, voor mobiele telefoons, tablets of het web belonen.

Investeren in jongeren

Minister Jet Bussenmaker: “We zien dat steeds meer bedrijven zich realiseren dat een investering in jongeren, een investering is in de toekomst van hun bedrijf. Het is zaak dat we jongeren en een baan nog beter bij elkaar brengen op een manier die aansluit bij jongeren zelf. Deze wedstrijd is niet alleen leerzaam voor de jonge app ontwikkelaars, maar levert straks ook nog een bruikbaar product op waar heel veel jongeren van kunnen profiteren. Deze Challenge daagt jongeren uit hun ondernemerschap en creativiteit te laten zien en stimuleert het gebruik van open data.”

Jury

Een professionele jury onder voorzitterschap van Mirjam Sterk, ambassadeur aanpak jeugdwerkloosheid, selecteert uit alle inzendingen vijf finalisten.

Heijmans bouwt nieuwe achtbaan Efteling

0
Nieuwe achtbaan in de Efteling wordt gebouwd door Heijmans

Ook in de Efteling wordt weer gebouwd. Het hoogste punt van de nieuwe attractie Baron 1898 is bereikt. In precies zes maanden tijd verrees op de bouwplaats middenin de Efteling een stationsgebouw van 95 ton staal en ongeveer 300.000 bakstenen, een 22 meter hoge schoorsteen, een enorme tunnelbak van 40 meter lengte, 8 meter breedte en 10 meter diepte en de 35 ton zware, iconische schachttoren waar circa 6000 bouten in verwerkt zijn.

Hoogste punt

Na het inhijsen van de steile lift en het plaatsen van het 28 ton zware bordes op de schachttoren eerder deze week, werd vanmiddag het bereiken van het hoogste punt gevierd. Uitvoerder van het project namens de Efteling, Henk Schellekens, plaatste symbolisch de vlag op 30 meter hoogte.

Nieuwe achtbaan in de Efteling krijgt mijnthema

De achtbaan heeft een mijnthema met een bijzonder uiterlijk gebaseerd op de gloriedagen uit de geschiedenis van de mijnbouw. Bezoekers maken vanaf aankomende zomer een 37,5 meter vrije val waarbij ze met 90 kilometer per uur een mijnschacht induiken. Kosten voor de 501 meter lange achtbaan zijn 18 miljoen euro.

Uitvoerders

Heijmans bouwt naast hoofdaannemer Efteling en achtbaanbouwer B&M, samen met Hoppenbrouwers, Gubbels, BOM Engineering, Brouwers Groenaannemers en Jos van den Bersselaar Constructie BV de attractie in de Efteling. Heijmans is verantwoordelijk de bouwkundige werkzaamheden inclusief een unieke, oude gemetselde schoorsteen van 22 meter hoog.

Bouwend Nederland organiseert Bouwtafels

0
Bouwend Nederland organiseert 'Bouwtafels'

Bouwend Nederland houdt in veel provincies Bouwtafels, in de aanloop naar de Provinciale Statenverkiezingen op 18 maart 2015. Aan de Bouwtafel gaan kandidaat-statenleden in gesprek met leden van Bouwend Nederland, over oplossingen voor de woningmarkt en investeringen in infrastructuur.

Dat zijn thema’s die per provincie verschillen, maar duidelijk is wel dat er op veel plaatsen fors gebouwd en geïnvesteerd moet worden.

Voorzitter schuift aan

Voorzitter Maxime Verhagen is bij diverse Bouwtafels aanwezig. Hij ziet grote vraagstukken op waterveiligheid, duurzaamheid en in diverse provincies zeker ook een toekomstig woningtekort: “In 2020 zullen er honderdduizenden woningen te weinig zijn.” Ook zorg en bedrijvigheid komt aan bod, met daarbij steeds de vraag ‘Hoe kan Bouwend Nederland die provinciale taak samen met de provinciale staten invullen?’

Dialoog

De gesprekken worden gehouden aan de hand van onze analyses van verkiezingsprogramma’s en EIB-provincierapporten die nu gereed komen. Met de bouwtafels wordt belangrijke stap gezet in de dialoog tussen bouw- en infra-ondernemers en aankomende provinciebestuurders.

Agenda

In februari was er al een Bouwtafel in Drenthe, op 2 maart volgde Zuid-Holland. Op 4 maart organiseerde Bouwend Nederland bijeenkomsten in Noord-Brabant en Overijssel, een dag later ook in Flevoland. Volgende week is de beurt aan Noord-Holland (9 maart), Utrecht en Gelderland (beide 10 maart), terwijl er op 11 maart in Limburg een Bouwtafel gehouden wordt. Bij veel Bouwtafels zijn media aanwezig.

Gemeentelijke Barometer Fysieke Leefomgeving: thema Water

0
Derde editie Gemeentelijke Barometer Fysieke Leefomgeving

De derde editie van de Gemeentelijke Barometer Fysieke Leefomgeving is gelanceerd. Dit is gedaan door Royal HaskoningDHV en de VNG. De Barometer is het enige landelijke onderzoek onder bestuurders en ambtelijk management naar trends, ontwikkelingen, knelpunten, innovaties en oplossingsrichtingen in de fysieke leefomgeving.

Gemeentelijke Barometer

Het thema dit jaar is Water. Deze editie is komen de volgende aspecten aan de orde: klimaatadaptie, waterkwantiteit, waterketen, samenwerking en het Deltaprogramma. De Barometer wordt goed bezocht door gemeentes, de vorige edities deden de helft van alle gemeentes mee.

VNG-jaarcongres

De resultaten van de bijeenkomst worden op het VNG-jaarcongres gepresenteerd. Het congres vindt op 2 juni in Apeldoorn plaats. Gemeentelijke bestuurders en managers krijgen zo in inzicht in de trends en best practices om de nieuwe strategie en beleidsplannen te kunnen onderbouwen.

Deelname is voor wethouders en managers met een portefeuille binnen het werkveld van de fysieke leefomgeving.

Onderzoeksprogramma rioolbeheer van start

0
Onderzoeksprogramma rioolbeheer van start

Om kosten te besparen voor het beheer van riolen en persleidingen, is er een onderzoeksprogramma van start gegaan. Het onderzoeksprogramma rioolbeheer daagt wetenschappers uit om nieuwe techniek te ontwikkelen die de toestand van het Nederlandse rioleringsnetwerk beter in kaart te brengen.

TISCA

Het programma, genaamd TISCA, is een initiatief van Technologiestichting STW, Stichting RIONED, Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA) en het Kennisprogramma Urban Drainage. Zij investeren gezamenlijk drie miljoen euro in het onderzoek.

Beter inzicht

Er ligt bij de beheerders de behoefte aan betere technieken om de toestand van leidingen te meten en te modelleren. Ze krijgen daarmee een beter inzicht in de optimale gebruiksduur van het riool, en kunnen dan tegen lagere kosten gerichter onderhoud uitvoeren. Het gezamenlijke onderzoeksprogramma TISCA (Technologie Innovatie voor Sterkte- en Conditiemeting van Afvalwaterleidingen) roept wetenschappers op om technieken te ontwikkelen die rioolbeheerders daarbij helpen.

Onderzoeksprogramma

Het onderzoeksprogramma richt zich onder andere op nieuwe meetinstrumenten, maar ook voor robottechnologie staat het open. Naast nieuwe technologieën wordt er ook gekeken naar het verbeteren van computermodellen die de gebruiksduur van riolen inzichtelijk maken. Verder moet het onderzoeksprogramma duidelijk maken in hoeverre rioolbeheerders aansprakelijk zijn voor het falen van de riolering zodra zij meer technische kennis daarover in huis hebben.

Onderzoeksperiode

TISCA heeft een looptijd van vijf jaar. Naast STW investeren Stichting RIONED, STOWA en het Kennisprogramma Urban Drainage in het programma. Het totale budget bedraagt drie miljoen euro. Wetenschappers die aan TISCA willen deelnemen, kunnen tot 2 juni 2015 onderzoeksvoorstellen indienen bij STW.

STW

STW is onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en ontvangt voor het uitvoeren van haar missie financiering van het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap, het Ministerie van Economische Zaken, het bedrijfsleven en diverse andere organisaties.

Officiële opening van het Máximakanaal

0
Officiele opening Maximakanaal

Hare Majesteit Koningin Máxima opende 5 maart 2015 bij ’s-Hertogenbosch het nieuwe Máximakanaal. Ook minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu en bestuurders uit de regio waren bij de opening aanwezig. Onder luid applaus van vele toeschouwers voer Hare Majesteit de Koningin Sluis Empel uit. Bij wijze van opening klonken kanonschoten en lieten honderden schoolkinderen hun ballonnen feestelijk de lucht ingaan.

Het Máximakanaal is een nieuwe vaarweg van negen kilometer ten oosten van ’s-Hertogenbosch en loopt van de Maas naar de Zuid-Willemsvaart bij Den Dungen. Met de komst van dit kanaal is de bereikbaarheid van Brabant over water verbeterd en duurzamer geworden.

Tijdwinst

Rijkswaterstaat heeft eerder dit jaar het oude kanaal in de binnenstad overgedragen aan de gemeente ’s-Hertogenbosch. Sindsdien volgt de beroepsvaart de nieuwe en snellere route via het Máximakanaal. De tijdwinst bedraagt zo’n 30 minuten. De komende maanden werkt Rijkswaterstaat nog aan de fietspaden, de beplanting langs het kanaal en andere zaken die nodig zijn om het hele project net na de zomer te kunnen opleveren.

Werk in uitvoering

De plannen voor de omlegging van de Zuid-Willemsvaart dateren al van vele jaren geleden. Uiteindelijk kon Rijkswaterstaat in 2010 het werk in uitvoering laten gaan. Lange tijd is er in de regio gesproken over de ‘omlegging’. In het najaar van 2013 kreeg het nieuwe kanaal de naam ‘Máximakanaal’. Deze naam sluit goed aan bij drie andere kanalen van Rijkswaterstaat in Zuid-Nederland die ook de namen van Koninginnen dragen. Te weten het Julianakanaal, het Wilhelminakanaal en het Beatrixkanaal. Het Máximakanaal is daarop een mooie aanvulling.

Toevoeging aan de regio

Minister Schultz van Haegen: ‘Deze regio is een Europese topregio voor innovatie en technologie, met een strategische locatie tussen het Ruhrgebied en de havens van Rotterdam en Antwerpen. Voor bedrijven als Bavaria, Mars en Campina zijn de Brabantse kanalen echte watersnelwegen. Die moeten toegankelijk zijn voor de grootste schepen, met drie lagen containers. De opening van dit kanaal betekent 5.000 minder vrachtauto’s per dag op de weg bij Den Bosch, Rosmalen en Veghel, oftewel: minder opstoppingen, minder open bruggen en minder CO2 uitstoot in de stad. Het Máximakanaal is een prachtig visitekaartje van onze weg- en waterbouw.’

Groei bouwvergunningen tweede helft van 2014

0

Uit cijfers van het CBS blijkt dat in 2014 zo’n 50 procent meer bouwvergunningen zijn verleend dan in 2013. In 2014 is voor 39.000 nieuwe woningen een bouwvergunning verleend. Deze groei heeft betrekking op de koopsector en dan specifiek de marktsector.

De provincies Overijssel en Limburg blijven nog achter. Hier zijn niet meer vergunningen afgegeven.

Groei bouwvergunningen 2014

In het eerste deel van 2014 was er nog geen sprake van een stijging van het aantal afgegeven vergunningen. De groei kwam in de tweede helft van 2014. In het vierde kwartaal van 2014 werd voor bijna 14.000 nieuw te bouwen koop- en huurwoningen een vergunning verleend. Dit betekent een groei van 65 procent ten opzichten van hetzelfde kwartaal van een jaar eerder. Bij de beoordeling van de forse groeicijfers moet wel worden aangetekend, dat in 2013 een historisch laag aantal vergunningen (ruim 26.000) is afgegeven. Het aantal vergunningen is dan ook nog lang niet terug op het niveau van voor de crisis.

Marktsector

De groei van het aantal nieuw te bouwen woningen in opdracht van corporaties blijft fors achter bij die van andere opdrachtgevers. Na zes jaren van krimp is het aantal nieuw te bouwen woningen in 2014 licht (2 procent) gestegen tot bijna 7100, de waarde van deze vergunningen is echter iets gedaald. Het is echter grotendeels aan partijen in de marktsector te danken dat er weer sprake is van substantiële groei. Bouwers voor de markt, zoals projectontwikkelaars, hebben vergunningen voor bijna 27.500 woningen verkregen, een groei van 12.000 woningen (78 procent) vergeleken met 2013. Particulieren die voor eigen gebruik bouwen ontvingen, voor ruim 1000 extra woningen een vergunning (28 procent).