Bebording bij oplevering: wat het Bbl voorschrijft en wat de gebruiker zelf bepaalt

Bebording bij oplevering: wat het Bbl voorschrijft en wat de gebruiker zelf bepaalt

Bij de oplevering van een school, zorglocatie, kantoor of bedrijfshal is de bebording vaak een sluitpost. In de laatste weken komen er vragen van de opdrachtgever, de toekomstige gebruiker en soms de brandweer, en niet altijd is helder wie wat levert. Toch helpt één eenvoudig onderscheid om die discussie te voorkomen: sommige borden zijn wettelijk verplicht en aan strenge eisen gebonden, andere zijn een keuze van de eigenaar of gebruiker. Wie dat onderscheid al in het bestek maakt, voorkomt verrassingen bij de opleverronde.

Twee soorten borden, twee soorten afspraken

De verplichte categorie draait vooral om veiligheid bij brand en op de werkplek. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt eisen aan vluchtrouteaanduiding, en het Arbobesluit verplicht werkgevers tot doeltreffende veiligheidssignalering waar de risico’s daarom vragen. Voor de vorm en betekenis van de pictogrammen is de norm NEN-EN-ISO 7010 het uitgangspunt.

Daarnaast is er een categorie borden die niets met wetgeving te maken heeft, maar alles met het gebruik van het gebouw en het terrein. Denk aan toegangsregels, parkeerafspraken, een rookvrij terrein of regels voor huisdieren. Die borden zijn vrij in te vullen, maar duiken in de praktijk vaak pas op als het gebouw al in gebruik is. Het is verstandig ze vroeg op tafel te leggen en in de afspraken met de opdrachtgever mee te nemen.

Huisregels op het terrein

Een goed voorbeeld zijn regels voor honden. Bij een schoolplein, de tuin van een zorglocatie, een sportpark of het terrein van een voedingsmiddelenbedrijf wil de eigenaar vaak duidelijk maken dat honden niet welkom zijn of aangelijnd moeten blijven. Daarvoor bestaat een eigen verbodspictogram in ISO 7010. Of er hondenbordjes bij de entree en langs de looproutes komen, is een keuze van de opdrachtgever en geen eis uit het Bbl. Juist daarom is het goed om dit soort wensen bij de uitwerking van het terreinontwerp te inventariseren, zodat de bevestigingspunten en palen er bij oplevering al staan.

Er is wel een nuance. Volgens de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte moeten assistentiehonden op openbare plekken in beginsel worden toegelaten. Een algemeen hondenverbod bij bijvoorbeeld een zorglocatie of school kan daarom het beste vergezeld gaan van een aanvulling dat assistentiehonden wel welkom zijn. Zo voorkomt de gebruiker later discussie bij de deur.

Vluchtrouteaanduiding: weinig ruimte voor eigen invulling

Bij vluchtrouteaanduiding ligt dat heel anders. Voor nieuwbouw schrijft artikel 4.215 van het Bbl voor dat een ruimte waardoor een verkeersroute voert en een ruimte voor meer dan 50 personen een vluchtrouteaanduiding hebben die voldoet aan NEN 3011 en aan de zichtbaarheidseisen uit NEN-EN 1838. Bij het uitvallen van de stroom moet de aanduiding binnen 15 seconden weer aan die zichtbaarheidseisen voldoen en dat ten minste 60 minuten volhouden, behalve op routes vanuit ruimten zonder noodverlichting. Voor bestaande bouw geldt via artikel 3.120 een vergelijkbare eis, met NEN 6088 als norm.

In de praktijk betekent dit dat nooduitgangborden niet los van de installaties kunnen worden gekozen. Een bord met het juiste pictogram en de juiste pijlrichting is pas compleet als ook vaststaat hoe het zichtbaar blijft bij een stroomstoring: als verlicht armatuur op noodstroom, of waar dat is toegestaan met een nalichtende uitvoering die aan de eisen voldoet. Laat die keuze toetsen door de installateur of brandveiligheidsadviseur en leg haar vast op de tekening.

Aandachtspunten bij de opleverronde

De meeste fouten in vluchtrouteaanduiding ontstaan niet op tekening, maar in het gebouw. Een kabelgoot of verlaagd plafond onttrekt een bord aan het zicht, een pijl wijst na een late wijziging in de indeling de verkeerde kant op, of een stelling van de gebruiker blokkeert de zichtlijn. Loop daarom bij de opleverronde de vluchtroutes daadwerkelijk af, vanuit de verst gelegen ruimte naar buiten, en controleer bij elke richtingsverandering of de volgende aanduiding zichtbaar is.

Wijs de gebruiker ook op zijn eigen verantwoordelijkheden. Voor veel gebouwen waar meer dan vijftig personen tegelijk aanwezig zijn, is een gebruiksmelding brandveilig gebruik bij de gemeente nodig. En wie na oplevering kasten of stellingen plaatst, moet de vluchtroutes en aanduidingen vrij houden.

Door verplichte en vrijwillige bebording al in het bestek te scheiden, wordt duidelijk wie wat levert en waaraan het moet voldoen. Dat scheelt meerwerk in de laatste weken en een gebouw dat vanaf de eerste dag zijn gebruikers de weg wijst.

Beeld: Pixel Shot via Unsplash.

Advertisment ad adsense adlogger