De aftrek eigen woning, een belangrijke fiscale regeling voor huiseigenaren, laat voor het tweede jaar op rij een stijging zien. Deze toename, die in 2024 een extra belastingvoordeel van 0,6 miljard euro oplevert, komt vooral door hogere hypotheekrentes en groeiende hypotheekschulden.
Stijging aftrek eigen woning na jarenlange daling
De aftrek eigen woning bestaat uit twee onderdelen: de hypotheekrenteaftrek, die 94 procent van het totaal uitmaakt, en de aftrek voor geen of weinig eigenwoningschuld, ook bekend als de Wet Hillen. Deze regeling zorgt ervoor dat woningeigenaren met een lage hypotheekschuld minder belasting betalen. Na jaren van daling, onder meer door lagere rentes en de afbouw van zowel de hypotheekrenteaftrek als de Wet Hillen, is de totale belastingaftrek in 2023 en 2024 weer gestegen.
In 2024 bedraagt het totale belastingvoordeel 9,5 miljard euro, tegenover 8,9 miljard in de twee voorgaande jaren. Dit komt vooral door de stijgende hypotheekrentes, die ervoor zorgen dat huiseigenaren meer rente betalen en dus ook meer kunnen aftrekken. Daarnaast spelen grotere hypotheekschulden een rol in deze ontwikkeling.
Wie profiteert het meest van de aftrek?
Het gebruik van de belastingaftrek verschilt sterk per leeftijdsgroep. Huishoudens tussen 55 en 65 jaar maken het vaakst gebruik van deze regeling, met een totale aftrek van 5,2 miljard euro. Toch gaat het grootste deel van het voordeel, namelijk 6,3 miljard euro, naar de groep van 45 tot 55 jaar. Bij oudere huishoudens, vanaf 65 jaar, neemt het gebruik af, maar zij profiteren wel vaker van de Wet Hillen door lagere of afbetaalde hypotheekschulden.
Van de oudste groep, 75 jaar en ouder, maakt slechts de helft gebruik van de aftrek. Dit laat zien dat woningbezit en de bijbehorende fiscale voordelen niet gelijk verdeeld zijn over alle leeftijden. Jongere huishoudens, zoals die onder de 25 jaar, maken veel minder vaak gebruik van de regeling, vaak omdat zij nog geen eigen woning bezitten.
Aftrek en gezinssamenstelling
De samenstelling van een huishouden speelt ook een grote rol in het gebruik van de aftrek eigen woning. Paren met kinderen bezitten in 81 procent van de gevallen een eigen woning en maken daardoor vaak gebruik van de hypotheekrenteaftrek of de Wet Hillen. In 2024 leverde dit hen een totaal voordeel op van 4,6 miljard euro. Paren zonder kinderen scoren iets lager, met 71 procent die de aftrek gebruikt en een voordeel van 2,8 miljard euro.
Daarentegen profiteren eenoudergezinnen en eenpersoonshuishoudens veel minder vaak van de regeling. Slechts 39 procent van de eenoudergezinnen en 34 procent van de eenpersoonshuishoudens heeft toegang tot dit voordeel, vaak omdat zij minder vaak een woning bezitten of lagere hypotheekschulden hebben. Dit laat een duidelijke kloof zien tussen verschillende huishoudensgroepen.
Inkomensverschillen
De verdeling van de belastingaftrek toont ook grote verschillen tussen inkomensgroepen. Van de 20 procent huishoudens met de hoogste inkomens maakt 91 procent gebruik van de regeling, en zij ontvangen maar liefst 49 procent van het totale belastingvoordeel van 9,5 miljard euro. Dit komt doordat zij vaker een eigen woning bezitten en gemiddeld hogere hypotheekschulden hebben, wat hun aftrek vergroot.
Aan de andere kant ontvangt de 20 procent met de laagste inkomens slechts 1 procent van het totale voordeel. Slechts 13 procent van deze groep maakt gebruik van de aftrek, en hun hypotheekschulden zijn vaak kleiner. Toch is het relatieve voordeel voor lagere inkomens groter: de aftrek verlaagt hun belastingdruk met 27 procent, terwijl dit bij de hoogste inkomensgroepen slechts 5 procent is.
Meer informatie
Voor een diepgaandere kijk op de cijfers en achtergronden van de hypotheekrenteaftrek en de Wet Hillen kun je meer lezen via deze gedetailleerde analyse van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De data laten zien hoe de fiscale voordelen zich over de jaren hebben ontwikkeld en welke factoren de recente stijging verklaren.
De toename van de aftrek eigen woning biedt voor veel huiseigenaren een financieel voordeel, maar de ongelijke verdeling over leeftijden, huishoudens en inkomensgroepen blijft een aandachtspunt. Het is duidelijk dat niet iedereen in gelijke mate profiteert van deze fiscale regeling, wat vragen oproept over de toegankelijkheid en eerlijkheid van het systeem.
Zie ook:
Starters op de woningmarkt zijn steeds actiever in de steden.
Daling van het aantal verkochte nieuwbouwwoningen, maar de huizenprijzen stijgen door.














