Home Blog Pagina 129

Woningen waterstof verwarmd via bestaand gasnet

0
Woningen verwarmd met waterstof via bestaand gasnet

In de wijk Berkeloord in Lochem worden voor het eerst twaalf bewoonde woningen verwarmd met waterstof via het bestaande aardgasnet. Bij deze pilot onderzoekt Alliander of waterstof een goed alternatief is voor aardgas voor het verwarmen van woningen.

“De pilot met waterstof duurt drie jaar. Zo kan voldoende ervaring worden opgedaan tijdens ook de winters”

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat in 2050 zeven miljoen woningen en één miljoen gebouwen van het aardgas af zijn. Daardoor verandert het energiesysteem en Alliander bereidt zich hierop voor. Waterstof is één van de alternatieven voor aardgas om woningen en gebouwen mee te verwarmen.

Zo kan het een goed alternatief zijn voor woningen die moeilijk te isoleren zijn en waarvoor elektrische warmtepompen geen oplossing bieden. Of in wijken waar geen warmtenet kan worden aangelegd.

Een bijkomend voordeel is dat voor het transport van waterstof naar de woningen gebruik gemaakt kan worden van de gasleidingen die al in de grond liggen.

Pilot in Lochem

Daan Schut, CTO van Alliander: “Op dit moment is er weinig ervaring met het gebruik van waterstof voor het verwarmen van bestaande en bewoonde woningen. Het bijzondere aan deze pilot is dan ook dat we daarvoor als eerste netbeheerder ons bestaande gasnet inzetten. Ik ben dan ook trots dat Alliander, samen met bewoners en partners als LochemEnergie, Remeha en Westfalen Gassen Nederland, hier wereldwijd in voorop loopt.”

Monumentale woningen

Naast het feit dat in Lochem voor het leveren van waterstof het bestaande aardgasnet wordt gebruikt, is het ook een unieke kans voor de bewoners om hun veelal monumentale woningen te verduurzamen met behoud van de waarde van hun erfgoed. Zowel bewoners als betrokken partijen hebben dan ook veel geïnvesteerd om deze pilot mogelijk te maken.

Voorbereidingen

Aan de overstap naar waterstof ging veel voorbereiding vooraf. Zo is onder meer aan de Stijgoord in Lochem door Westfalen een locatie gebouwd waar het waterstof in het bestaande gasnet wordt gevoed. In deze zogeheten invoedinstallatie wordt de druk van de waterstof geregeld. En wordt die voorzien van een geurstof omdat waterstof van nature geurloos is.

De woningen zelf zijn eerst goed geïsoleerd. Vervolgens zijn de bestaande cv-ketels vervangen door de wereldwijd eerste gecertificeerde honderd procent waterstofketels van Remeha. In de straat zijn extra gasleidingen aangelegd om de woningen die niet meedoen aan de pilot te kunnen blijven voorzien van aardgas.

Waterstofnet

Het onderhoud aan het waterstofnet gebeurt door netbeheerder Liander. Deze pilot is ook voor de netbeheerder een nieuwe stap. De werkzaamheden lijken in eerste instantie veel op het werk dat gasmonteurs dagelijks uitvoeren. Wel vraagt het om een aantal extra handelingen.

Daarom heeft een groep monteurs eerder dit jaar een opleiding gevolgd, specifiek gericht op waterstof, in een speciaal voor dit doel gebouwd waterstofhuis in Apeldoorn. Begin september slaagde deze groep voor hun examen.

Koude winters

De pilot in Lochem duurt drie jaar. Zo kan voldoende ervaring worden opgedaan tijdens koude winters. De ervaringen worden vervolgens gedeeld met andere netbeheerders die plannen hebben voor vervolgprojecten met meer bewoners. Op die manier ontstaat steeds meer inzicht in hoe waterstof een aanvulling kan zijn bij de verduurzaming van bestaande woningen die moeilijk te isoleren zijn.

Daarnaast wordt de komende jaren samen met gemeenten en provincies het regionale waterstofnetwerk ontworpen. Dat is belangrijk omdat de toepassing van waterstof per gebied specifiek moet worden vormgegeven om optimaal gebruik te maken van het huidige aardgasnetwerk.

Foto: Jack Tilmanns

Project Q Residences in Amsterdam Buitenveldert

0
Project - Q Residences in Amsterdam Buitenveldert

Het appartementencomplex Q Residences is het eerste bouwproject in Europa van architect Jeanne Gang.

“Het 75 meter hoge Quartz van Q Residences is een woontoren die wint aan dynamiek naarmate de verdiepingen zich opstapelen”

Architect Jeanne Gang is door Time Magazine uitgeroepen tot World’s Most Influential Architect. Zo’n tien jaar eerder tekende haar prijswinnende bureau, Studio Gang Architects, voor de golvende Aqua Tower in Chicago. Met 82 verdiepingen was Aqua destijds de hoogste woontoren ter wereld, ontworpen door een vrouw.

48 woningen

Q Residences, een project van Kroonenberg Groep, is gesitueerd in het groene Buitenveldert. Buitenveldert is onderdeel van het wereldberoemde Algemeen Uitbreidingsplan (A.U.P.) van Cornelis van Eesteren. Het plan dateert uit 1935 en kent een betrekkelijk eenvormige structuur van lage en middelhoge bebouwing.

Q Residences bestaat uit twee gebouwen: het zwierige, imposante Quartz en het beduidend lagere en minder opvallende Qube. Quartz telt 23 woonlagen, Qube telt er acht. Samen zijn dit 248 woningen.

Qube

Het rechthoekige Qube heeft royale balkons met ingenieuze begrenzingen in de vorm van schuingeplaatste ramen. Dit gebouw combineert voorbeeldig met de middelhoogbouw ernaast.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Quartz

Het 75 meter hoge Quartz is een woontoren die wint aan dynamiek naarmate de verdiepingen zich opstapelen. Quartz, opgetrokken uit sierbeton met wit cement en natuursteengranulaat, positioneert zich als sculptuur. Op deze bijzondere plek, kruispunt van twee wegen, in deze bijzondere en fraaie wijk fungeert het als landmark en als springplank naar de hoogbouw op de Zuidas.

Hoewel de toren casco feitelijk rechthoekig is, wekt zij met haar golvende balkons onweerstaanbaar de indruk van een kronkelende dans.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Duurzaamheid

Bij Q Residences is duurzaamheid vertaald naar weloverwogen keuzes voor kwalitatieve bouwmaterialen, innovatieve technieken en slim bouwen. Zo koos men ervoor de prominent zichtbare vinnen van de balkons niet op de bouwplaats in de open lucht in vorm te brengen, maar in een afgesloten werkplaats. Op die manier kon de uitstoot onder beheersbare omstandigheden worden afgevangen.

Foto’s Kees Hummel

Snel off-grid laden met accu

0
Snel off-grid laden met accu op duurzame LFP-batterijen

Big Ass Battery lanceert een batterijcontainer met geïntegreerde fast charger voor het snel en off-grid laden van onder andere elektrische voertuigen en (zwaar) bouwmaterieel.

De Fast Charger van het bedrijf wordt in Nederland geproduceerd en zal vanaf mei 2023 voor het eerst ingezet worden bij een dijkverzwaringsproject van Van Oord.

Zon en wind

Big Ass Battery biedt een fast charger met accu op batterijen, waardoor gebruikers onafhankelijk zijn van het elektriciteitsnet. Hiermee men tegemoet aan de groeiende duurzame elektriciteitsbehoefte in onder andere de bouwsector en bij bedrijven met een elektrisch wagenpark.

De Fast Charger kan worden opgeladen met zonne- en windenergie en kan met een AC-uitgang ook ingezet worden als batterij container voor andere toepassingen.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Bouwplaats

Zwaar elektrisch materieel en voertuigen, zoals graafwerktuigen, kunnen met de voorziening op vol vermogen worden opgeladen tijdens een korte pauze. De oplader kan ook ingezet worden als tijdelijke voorziening, bijvoorbeeld langs de snelweg, als er nog geen vaste aansluiting gerealiseerd is.

Brandveilig

Big Ass Battery werd twee jaar geleden in Nederland bekend met haar compacte batterijcontainers met de hoogste kwaliteit LFP-batterijen ter wereld. Dit maakt het systeem 99,99 procent brandveilig, compact door de hoge energiedichtheid, schaalbaar en duurzaam. De batterijen bevatten geen kobalt en worden gerecycled of hergebruikt/ingezet voor minder zware toepassingen.

Sprong voorwaarts

Nico van Dijk: ‘We spelen met de Big Ass Battery Fast Charger in op de groeiende vraag naar duurzame maar ook flexibele energieoplossingen. Onze 10ft-systemen met geïntegreerde Fast Charger van 350kw zijn enorm populair in de bouwsector. Hiermee kan tot 350kw DC geladen worden, dat is een grote sprong voorwaarts waar veel partijen baat bij hebben.’

Maritiem aannemersbedrijf Van Oord zet de Big Ass Battery Fast Charger vanaf april 2023 in bij een dijkverzwaringsproject. Hierbij wordt de batterij gevoed met zonne- en windenergie om zwaar bouwmaterieel snel op te laden

In Arnhem laden via lantaarnpalen

0
150 laadpalen in Arnhem geïntegreerd in lantaarnpalen

Arnhem krijgt er vanaf 2023 zo’n 150 laadlantaarnpalen bij. Alle nieuwe buurten van Schuytgraaf, het Stadhouderskwartier en de Blauwe Golven, krijgen standaard laadpunten voor elektrische auto’s, die in een lantaarnpaal geïntegreerd zijn.

“Arnhem kiest er voor om bij het ontwerp van nieuwbouwwijken de laadpalen al mee te nemen”

De aanbesteding voor de aanleg van de circa 150 laadlantaarnpalen wordt gegund aan een consortium van Dutch Charge, Heijmans Emobility en Primevest Capital Partners.

Schoon en stil vervoer

Wethouder duurzame mobiliteit Nermina Kundić: “Deze stap past uitstekend bij onze ambitie voor meer schoon en stil vervoer in Arnhem. Steeds meer inwoners kiezen voor emmissievrij vervoer. Het is aan ons om ervoor te zorgen dat ze op voldoende plekken hun elektrische auto kunnen laden.”

Door de combinatie van laadpunt en straatlantaarn, levert het ook minder straatmeubilair op. Bovendien is de stroom voor de laadpalen ‘donkergroen’: die komt van het zonnepark langs de Arnhemse Pleyroute.

Laadlantaarns

Enkele jaren geleden werden er al 22 van deze laadlantaarnpalen aangelegd in Ecowijk De Kiem. In het Uitvoeringskader Elektrisch Laden – dat in 2021 werd vastgesteld – staat dat alle nieuwbouwwijken deze laadlantaarns krijgen.

“Dit soort multifunctionele laadoplossingen is de toekomst”, zegt Michel Versteeg, ceo van Dutch Charge namens het consortium. “Door deze combinatie van lantaarnpaal en oplaadpunt wordt de openbare ruimte optimaal benut, zonder dat het verrommeling geeft. Wij leveren zowel de gecombineerde lantaarnpaal met laadpunt als de dienstverlening de komende tien jaar van het laden zelf.”

Toename

Het aantal elektrische auto’s neemt al jaren sterk toe. In de eerste helft van 2022 was al één op de vijf nieuw verkochte auto’s elektrisch. Een verdubbeling ten opzichte van een jaar eerder. Dat betekent dat er ook steeds meer laadpunten nodig zijn.

Traditioneel worden laadpunten achteraf op aanvraag geplaatst, zodra er in een wijk behoefte aan is. Dat betekende niet alleen meer paaltjes langs de straat, maar soms bleek het ook lastig om de laadpalen zonder problemen in de passen in het stroomnet en de openbare ruimte.

Arnhem kiest er voor om bij nieuwbouwwijken al in het ontwerp de laadpunten mee te nemen. Daardoor is inpassing in het stroomnet al bij het ontwerp meegenomen.

Zeshonderd laadpunten

De parkeerplaatsen bij de laadpunten worden niet gereserveerd voor elektrische auto’s, omdat er altijd wel een parkeerplaats in de buurt van een laadpunt vrij is. Dat levert minder irritatie op over beschikbare parkeerplaatsen.

Ook is zo’n nieuwe wijk dan voorbereid op de toename van elektrische auto’s als in de komende jaren meer en meer inwoners hun benzine- of dieselauto inruilen voor een elektrische. Met de aanbesteding zij 150 lantaarnpalen met 300 laadpunten gemoeid. Daar worden de komende jaren nog zo’n 1.200 woningen gebouwd.

Later volgen er meer lantaarnpalen- met laadpunten, in andere nieuwbouwwijken maar ook in bestaande wijken. De eerste laadpaal voor elektrische auto’s in Arnhem aan de Velperbuitensingel werd al in 2011 in gebruik genomen. Inmiddels staan er zo’n zeshonderd publieke laadpunten in de stad, waarvan 22 geïntegreerd in een lantaarnpaal.

Lees ook: Innovatieve energieinfra voor campus stadslogistiek

9.000 woningen in Laakhavens Den Haag

0
9.000 woningen in het gebied Laakhavens in Den Haag

In de komende twintig jaar verandert er veel in het gebied Laakhavens. De Haagse gemeenteraad stemde in met de Ontwikkelvisie, waarmee het startsein is gegeven voor de ontwikkeling van het gebied.

“Ontwikkeling Laakhavens is onderdeel van grotere gebiedsontwikkeling”

In de Laakhavens worden de komende twintig jaar ongeveer negenduizend duurzame nieuwbouwwoningen gebouwd. Deze woningen moeten geschikt zijn voor veel groepen Hagenaars, zoals gezinnen, studenten en starters, samenwonende stellen, maar ook ouders waarvan de kinderen uit huis zijn en ouderen.

De nadruk ligt op compacte woningen, waarmee ook ingespeeld wordt op het toenemende aantal één- en tweepersoonshuishoudens.

Stadswijk

Wethouder Robert van Asten (Stedelijke Ontwikkeling): “Er komt hier een duurzame wijk waar de inwoners van Den Haag nog heel lang van kunnen genieten. Ik ben er trots op dat we in dit gebied ongeveer negenduizend woningen gaan toevoegen. Maar net zo belangrijk zijn de speelplekken, parken en scholen die daarbij horen. Daarmee wordt het een echte Haagse stadswijk.”

Toekomst Laakhavens

De ontwikkelvisie Laakhavens is samen met bewoners, ondernemers, ontwikkelaars, natuurverenigingen en bedrijven gemaakt. Ook de komende jaren zal dat nog het geval zijn, in samenwerking met de buurt, eigenaren, ondernemers, ontwikkelaars en andere betrokkenen.

Van Asten: “De komende twintig jaar zijn we nog bezig in dit gebied, dus het is zeker niet het laatste moment dat we hierover met de stad in gesprek gaan. Deze ontwikkelvisie is een startpunt. Een stad verandert behoorlijk in twintig jaar, net als haar bewoners. Daarom blijven we gedurende het hele proces in gesprek met de stad.”

(Lees verder onder de afbeelding.)

Maquette CID

De ontwikkeling in de Laakhavens is onderdeel van een grotere gebiedsontwikkeling. De komende tijd worden er plannen en ontwikkelingen gepresenteerd in het gebied tussen de drie grote stations (Centraal Station, Station Hollands Spoor en Station Laan van Nieuw-Oost Indië).

Dit gebied noemen we het Central Innovation District (CID). Voor dit hele gebied is een maquette gemaakt, waar je in één opslag kunt zien wat alle plannen zijn.

De maquette is van 19 december t/m 19 januari te bezoeken in het Atrium van het stadhuis.

Hoger tempo verduurzamen bouwmachines

0
Hoger tempo verduurzamen bouwmachines

Het kabinet trekt komend jaar fors meer geld uit voor uitstootvrije bouwmachines. Er is 60 miljoen subsidie voor bouwbedrijven om over te stappen op zulke machines, zoals elektrische hijskranen, betonmixers op waterstof en graafmachines op batterijen. Dergelijk bouwmaterieel stoot geen uitlaatgassen uit, en dus ook geen stikstof.

“Vorig jaar was de subsidie voor o.a. het verduurzamen van bouwmachines binnen één dag op”

Staatssecretaris Heijnen (Infrastructuur en Waterstaat): “We weten allemaal dat stikstof een probleem is, ook voor de bouw. Met uitstootvrije machines helpen we dat probleem steeds verder de wereld uit. Ik weet dat de bouw graag wil, want vorig jaar was de subsidiepot binnen één dag leeg. Daarom stop ik er komend jaar fors meer in, want ik wil echt meters maken met de sector. Op weg naar een bedrijvige bouwplaats, maar zonder stikstof en uitlaatgassen.”

aanschaf bouwmachines

De uitspraak van de Raad van State over Porthos heeft de noodzaak om duurzamer te bouwen extra onderstreept. De sector wil dat en het kabinet ook. Daarom kunnen bouwers subsidie krijgen bij de aanschaf van een schone bouwmachine, of voor de ombouw van vervuilende bouwmachines naar een schone.

Ook voor het plaatsen van katalysatoren, waarmee veel vuile stoffen opgevangen worden zodat ze niet in de lucht terechtkomen, zijn subsidiemogelijkheden.

Waterstof

De subsidie is nodig omdat bouwmaterieel op waterstof of batterijen vaak veel duurder is dan materieel dat op diesel draait. Bouwers kunnen met de subsidie tot maximaal veertig procent van het prijsverschil met diesel vergoed krijgen.

Voor kleinere ondernemers ligt dat percentage hoger dan voor grotere ondernemers, om zo ook het MKB te helpen bij de overstap. Voor de bouw heeft stikstofvrij materieel de toekomst om te kunnen blijven bouwen. Immer, als je geen stikstofruimte gebruikt, hoef je die ook niet te zoeken.

In reactie op de Porthos-uitspraak heeft het kabinet besloten 400 miljoen extra uit te trekken voor schoon en emissieloos bouwen.

Aanschaf vrachtwagen

Ook bij de aanschaf van een uitstootvrije vrachtwagen kunnen ondernemers een steuntje in de rug krijgen. In 2023 is daar in totaal 30 miljoen voor beschikbaar. Dat is 5 miljoen euro meer dan vorig jaar.

Water en bodem sturend bij ruimtelijke keuzes

0
Water en bodem sturend bij ruimtelijke keuzes

Het kabinet heeft ervoor gekozen om water en bodem sturend te laten zijn bij beslissingen over de inrichting van ons land.

Ruimtelijke keuzes: ‘Niet meer bouwen op plaatsen die we later nodig hebben voor het bergen en afvoeren van water’

Minister Harbers: “Eeuwenlang hebben we met eigen handen ons land gemaakt tot wat het is, bijvoorbeeld door dijken te bouwen en sloten te graven. Maar we lopen nu steeds meer tegen de grenzen aan, vanwege het intensieve gebruik en de klimaatverandering. Door meer rekening te houden met ons water, kunnen we ook in de toekomst blijven wonen en werken in Nederland. Daarom maken we nu deze keuzes.”

Staatssecretaris Heijnen: “Onze bodem is letterlijk de basis onder alles wat we doen. Het is het fundament voor onze huizen, de bron van ons drinkwater en onze voeding en de plek waaruit elektriciteit en warmte onze huizen binnenkomen. Elk stukje van de bodem is in gebruik, daarom vind ik het ook een goede zaak om er zuinig mee om te gaan. Deze keuzes zijn daarvoor een belangrijke stap.”

Aanpak

Het kabinet wil bij de inrichting van Nederland meer rekening houden met water en bodem. Daarom zijn er diverse structurerende keuzes gemaakt. Veel van deze keuzes zijn randvoorwaarden waarmee provincies samen met alle betrokken partijen een gebiedsgerichte aanpak kunnen opstellen. Dit is maatwerk, want er zijn grote verschillen tussen de gebieden.

Lees ook: Waarom het weer van invloed is op ruimtelijke ordening

Voorbeelden

– Er moeten meer zoetwatervoorraden komen. Daarmee wordt het mogelijk om bijvoorbeeld meer water op te slaan in het IJsselmeer en in het Markermeer, onze ‘nationale regenton’.

– Ook is gekeken naar bouwlocaties. We willen niet meer bouwen op plaatsen die we later nodig hebben voor het bergen en afvoeren van water, zoals in de diepste delen van diepe polders en in de uiterwaarden van rivieren.

– Verder komen er afspraken om de bodem minder te bedekken, denk bijvoorbeeld aan minder stenen in de stad. Minder bodemafdekking zorgt voor een gezondere bodem, betere omgang met hitte en minder wateroverlast.

– Op verschillende plekken bewegen we toe naar een hoger grondwaterpeil. Per gebied wordt met alle betrokkenen gekeken in welk tempo welk doel kan worden bereikt. Een hoger grondwaterpeil zorgt voor voldoende water als het een tijd niet regent, remt de daling van veenbodems en vermindert de uitstoot van broeikasgassen. Dit wordt bereikt door met een gezonde bodem het water beter vast te houden, maar ook door zicht te krijgen op alle onttrekkingen.

– Ook gaan we zuiniger met water om. Streven is dat bedrijven en inwoners twintig procent minder drinkwater gaan gebruiken. Daarnaast willen we dat het water van goede kwaliteit blijft, bijvoorbeeld door lozingen van koelwater te begrenzen.

Samenwerken

Water en bodem sturend maken bij de inrichting van het land is een omslag in ons denken en doen en daarom een stevige opgave. Maar de keuzes die we maken, hebben voordelen op de korte en de lange termijn.

Bijvoorbeeld dat we beter kunnen omgaan met overstromingen zoals in Limburg of met de droogte zoals afgelopen zomer. Ook draagt dit bij aan een gezondere leefomgeving.

De keuzes vragen goede samenwerking tussen veel partijen. Het Rijk werkt daarom nauw samen met de waterschappen, provincies en gemeenten.

Zie ook: Nationale Omgevingsvisie

Actualisatie Handboek Zonne-energie van ISSO

0
Actualisatie Handboek Zonne-energie van ISSO

Met het verschijnen van de volledig vernieuwde editie van het Handboek Zonne-energie biedt ISSO professionals een onmisbaar kennisproduct.

“De teksten in het Handboek Zonne-energie zijn in lijn gebracht met de nieuwe normen en regelgeving”

De aangepaste inhoud van het handboek behandelt drie onderliggende disciplines: zonnestroom (PV), zonnewarmte (zonthermisch) en bouwkundige integratie. Daarmee is het handboek interessant voor vele professionals; van ontwerpers tot inspecteurs en van installateurs tot energieadviseurs.

De actualisatie van handboek uit 2019 was om meerdere redenen noodzakelijk. Allereerst vanwege de ontwikkelingen in de markt rondom certificeringen en nieuwe eindtermen, maar ook door de aanpassingen in NEN 1010 en NEN 7250. De drie hoofdonderwerpen in het handboek sluiten nu naadloos aan bij dezelfde disciplines die ook in de nieuwe NEN 1010 (Elektrotechnische installaties voor laagspanning) en NEN 7250 (Zonne-energiesystemen, Integratie in daken en gevels – bouwkundige aspecten) worden behandeld.

Verder is de kennis in het Handboek Zonne-energie afgestemd op de teksten in het nieuwe bouwbesluit, de nieuwe erkenningsregeling Zonnestroom van InstallQ en de nieuwe eisen van verzekeraars. Al deze ontwikkelingen maakten dat een herziening van deze kennis nodig was in deze snel veranderende markt.

NEN 1010

De teksten in het handboek zijn zoveel als mogelijk in lijn gebracht met de normen en regelgeving. Zeker op gebieden als gelijkstroom en decentrale opwekking bevat de vernieuwde NEN 1010 belangrijke informatie waarop nu ook het handboek inspeelt.

Tegelijk hebben de samenstellers – een grote delegatie uit de sector zelf – veel aandacht geschonken aan nieuwe technieken en toepassingsvormen van zonne-energie. Ook bevat het handboek een zekere mate van basisinformatie over smart grids. Gebruikers van deze kennis vinden vrijwel alles over zonne-installaties, vanaf het ontwerp tot en met inspectie.

Koelen met zonnewarmte

Een ander onderwerp dat aan bod komen is bijvoorbeeld de opslag van energie. Ook wordt het ontwerp, de uitwerking en realisatie van een zonnestroominstallatie, waaronder zulke praktische zaken als het plaatsen van de omvormer, het aansluiten op de AC-installatie en het verzorgen van een bliksembeveiliging behandeld. Hele andere zaken, als subsidiemogelijkheden en verzekerbaarheid, maar ook het ontwerp van een zonnewarmte-installatie of koelen met zonnewarmte, komen eveneens aan de orde.

Ontwerpers en ontwikkelaars

Het handboek kan voor ontwerpers en ontwikkelaars ook een belangrijke inspiratiebron zijn. Zo komen er in de bijlage voorbeelden voorbij van zogeheten ‘building integrated pv’ en systemen waarbij panelen (PVT) zowel voor elektriciteit als warmte worden gebruikt.

Zo is bijvoorbeeld ook de toepassing van semi-transparante pv-panelen als afdekking van een veld met fruitstruiken of een parkeerplaats te zien. Nu zijn dit nog maatwerkoplossingen, maar gezien de snelheid van ontwikkelingen in dit segment zullen er ongetwijfeld ondernemers zijn die op dit soort marktkansen inspelen.

Bestel het Handboek Zonne-energie

Convenant voor versnelde energietransitie glastuinbouw

0
Convenant voor een versnelde energietransitie voor de glastuinbouw

De CO2-uitstoot in de glastuinbouw wordt de komende jaren aanzienlijk verminderd. Daartoe hebben de ministeries van Landbouw, Economische zaken en Klimaat en Financiën met de glastuinbouwsector het Convenant Energietransitie Glastuinbouw 2022-2030 ondertekend.

“Convenant Energietransitie Glastuinbouw 2022-2030, voorziet uiteraard in extra maatregelen voor energiebesparing en verduurzaming”

De glastuinbouw heeft de ambitie om in 2040 een klimaatneutrale en economisch rendabele sector te zijn. Daartoe zijn al stappen gezet, zoals het programma Kas als Energiebron. Met de ondertekening van het convenant wordt de energietransitie geïntensiveerd. De aanzet hiervoor is gegeven in het Klimaatakkoord van 2019.

Doel convenant

Het convenant gaat uit van het restemissiedoel voor 2030 voor de glastuinbouw, dat aangeeft hoeveel emissies deze sector dan nog maximaal mag uitstoten. Dit is voorlopig vastgesteld op 4,3 tot 4,8 Mton CO2-equivalenten.

Het doel is een grotere reductie van 1,0 tot 0,5 Mton en daarmee ambitieuzer dan voorgaande afspraken, zoals in het coalitieakkoord. Het definitieve restemissiedoel wordt in het voorjaar van 2023 bepaald, wanneer een aantal nog ontbrekende maatregelen is uitgewerkt.

Gebiedsgerichte aanpak

Het convenant bevat maatregelen en de inzet van de partijen om het beoogde doel te halen. Dat gebeurt door stimulerende maatregelen, zoals subsidies, infrastructuur, gebiedsgerichte aanpak via de Greenports, het programma Kas als Energiebron voor R&D en kennisuitwisseling.

En door maatregelen zoals verdere beprijzing van CO2-emissie door aanpassing van de energiebelasting, het verbeteren van het CO2-sectorsysteem na 2024 met een individuele prikkel en het verplichten van energiebesparende maatregelen, die binnen vijf jaar kunnen worden terugverdiend.

Economische sectoren>/h3>
Minister Rob Jetten van Economische Zaken en Klimaat: “Om Nederland klimaatneutraal te maken zijn grote veranderingen nodig in alle economische sectoren. Met dit convenant spreken we concreet af wat de sector gaat doen om klimaatneutraal te worden en hun energiemix te verduurzamen. De huidige energiecrisis toont aan dat we nóg sneller moeten verduurzamen. De Nederlandse glastuinbouwsector staat wereldwijd bekend om zijn innovatieve karakter. Door deze stappen te zetten richting klimaatneutraliteit, blijft de sector internationaal toonaangevend.”

Studentenwoongebouw High Five in Utrecht

0
Project – Studentenwoongebouw High Five in Utrecht

Binnenkort start de bouw van High Five, het vijfde studentenwoongebouw in het Utrecht Science Park. Het gebouw biedt straks ruimte aan 921 bewoners en heeft gemeenschappelijke voorzieningen als een wasserette, studieruimtes en een binnentuin.

“Alle woningen in Studentenwoongebouw High Five krijgen een A++ label”

Het gebouw bestaat straks uit twee torens van ongeveer 74 meter hoog met een middenstuk dat beide torens samenbrengt. In totaal komen er 921 woningen, waarvan 721 zelfstandige studio’s en 200 kamers die onderdeel zijn van een groepswoning waar circa tien studenten samenwonen en een gezamenlijke woonkeuken hebben.

Op de begane grond komen gemeenschappelijke voorzieningen, zoals sport, horeca met terras, wasserette en diverse algemene bewonersruimten, specifiek bestemd voor de bewoners om te studeren, te vergaderen en te ontspannen.

Onder het gebouw is een half verdiepte fietskelder waarin plaats is voor ruim 1.200 fietsen voor zowel bewoners als bezoekers. Het gebouw is een ontwerp van OZ Architects.

Warmte- en koudevoorziening

Recent heeft de SSH, samen met vier andere partijen waaronder de Universiteit Utrecht, een overeenkomst gesloten voor een gezamenlijke warmte- koudevoorziening (WKO) in het Utrecht Science Park. High Five zal daar ook op aangesloten worden en zo de bewoners van duurzame warmte en koude voorzien.

Daarnaast krijgen alle woningen een A++-label en de voorzieningen in de plint een A+++-label. De ambitie is bovendien om een BREEAM-certificaat ‘very good’ te behalen. Voor het gebied rondom het gebouw is een integraal landschapsontwerp gemaakt. Er komt een parkachtig landschap en een binnentuin met ruimte voor ontmoeting en ontspanning.

Schrijnend tekort

Rob Donninger, bestuurder van SSH (enig aandeelhouder van Jebber, de ontwikkelaar van High Five).
“Er is een schrijnend tekort aan studentenkamers en studio’s. Het bouwen van betaalbare studenteneenheden heeft onze hoogste prioriteit. Wij zijn daarom heel blij en trots dat we er op het USP weer een prachtig woongebouw bij kunnen zetten.”

“Een gebouw dat met zijn ruim negenhonderd bewoners straks bij zal dragen aan het voorzieningenniveau, de leefbaarheid en de sfeer op het USP. En het is een flinke stap voorwaarts voor wat betreft de verduurzaming van onze woningportefeuille en het USP als gebied. Doordat de High Five als gebouw op zich duurzaam wordt, maar ook omdat we met de installaties vooruitlopen op de verduurzaming van onze andere woongebouwen op het USP.”

Utrecht Science Park

In totaal zijn er in het Utrecht Science Park een kleine 3.000 studentenwoningen. Daar komen deze 921 nog bij. Recent heeft de gemeenteraad van Utrecht de Omgevingsvisie voor het Utrecht Science Park vastgesteld.

In deze toekomstvisie, die gemaakt is door de gemeente samen met de Universiteit Utrecht en andere gebiedspartners en geïnteresseerden, is afgesproken dat in de toekomst meer ingezet wordt op studentenwoningen en woningen voor zorgpersoneel en gerelateerde voorzieningen. De UU en de SSH maken dit nu concreet met deze erfpachtovereenkomst voor High Five.

Lees ook: