Home Blog Pagina 128

Zekerheid over toevoer grondstoffen en halfproducten

0
Zekerheid over toevoer grondstoffen en halfproducten

Kritieke grondstoffen en halfproducten zijn nodig voor bijvoorbeeld batterijen, halfgeleiders, waterstofproductie, zonnepanelen en ledverlichting. Met de nationale grondstoffenstrategie zet het kabinet in op voldoende beschikbaarheid van kritieke mineralen en metalen.

“Nederlandse bodem bevat zelf nauwelijks kritieke grondstoffen”

De ministerraad heeft ingestemd met een herziening in de nationale grondstoffenstrategie. Digitalisering en verduurzaming zijn de basis voor een sterke Nederlandse economie in de toekomst. Om hierop te kunnen inzetten, is het zaak om in EU-verband risico’s op nieuwe afhankelijkheden van grondstoffen en halfproducten aan te pakken.

Zekerheid over beschikbaarheid is voor het kabinet cruciaal. In toenemende mate zijn immers landen zoals China namelijk ook bereid om economische invloed, zoals controle over grondstoffen, in te zetten als geopolitiek wapen.

Positie opbouwen

Nederland is op dit moment één van de meest concurrerende economieën. De Nederlandse industrie, logistieke sector en aanverwante bedrijven hebben wereldwijd al een sterke positie opgebouwd in traditionele grondstoffenketens zoals die van olie en staal. Het kabinet ziet kansen om ook een goede positie op te bouwen in de kritieke grondstoffenketens zodat Nederland en de EU minder afhankelijk zijn.

De Nederlandse bodem bevat zelf nauwelijks kritieke grondstoffen: deze zitten vooral in andere werelddelen en onder de zeebodem. Wel zijn elders in de EU grondstoffen als lithium en kobalt potentieel beschikbaar. Ook kan niet alles worden opgelost met circulariteit.

Door in Nederland en de EU meer raffinage-, verwerkings-, assemblage- en transportcapaciteit op te bouwen en beter hierin samen te werken met andere grondstofrijke landen vermindert de kwetsbaarheid bij bijvoorbeeld tekorten.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Minder schaarse alternatieven

De kennis en het innovatief vermogen van onze bedrijven en kennisinstellingen kunnen we volgens het kabinet meer benutten voor het slim ontwerpen van producten, op het terugwinnen van kritieke grondstoffen en het terugdringen van negatieve effecten op het milieu.

Daarom gaat het kabinet in haar innovatiebeleid scherper kiezen voor sleuteltechnologieën die bijdragen aan digitalisering, circulariteit en verduurzaming.

Innovatie

Bedrijven kunnen door te innoveren bijvoorbeeld kiezen voor grondstoffen die meer algemeen beschikbaar zijn. Zo is er nu voor waterstofproductie via elektrolyse – het benutten van elektriciteit om water te splitsen – in de elektrodes vaak veel van de kritieke grondstof iridium nodig. Andere methodes bevatten minder kritieke metalen, maar zijn soms nog wel minder efficiënt. Doorontwikkeling van deze niet-schaarse alternatieven vermindert op termijn afhankelijkheid van andere landen.

Lees ook: Oproep aan gemeenten – start met monitoring grondstoffen

Circulariteit

Circulaire strategieën zijn ook een belangrijk onderdeel in de nationale grondstoffenstrategie om de leveringszekerheid van grondstoffen te vergroten en de negatieve milieu-impact te verkleinen. Daarmee draagt de uitvoering van de grondstoffenstrategie ook bij aan de ambitie van het kabinet om toe te werken naar een volledige circulaire economie in 2050.

Het kabinet is bijvoorbeeld van plan om innovatie te stimuleren door circulaire eisen op te nemen in aanbestedingen. Zo kunnen we in de toekomst kritieke grondstoffen gemakkelijker terugwinnen uit onze windmolenparken.

Het kabinet ziet mogelijkheden om dit uit te breiden naar andere aanbestedingen, bijvoorbeeld voor defensie, telecommunicatie of bouw. Hierdoor creëren we circulaire producten die de overheid zelf aankoopt, waaruit kritieke grondstoffen teruggewonnen kunnen worden.

De nationale grondstoffenstrategie vormt ook de basis voor de Nederlandse inzet in de EU op de aankomende Europese Critical Raw Materials Act.

Wie maakt het duurzaamste asfalt?

0
Wie maakt het duurzaamste asfalt?

Bij de Koploperaanpak duurzame wegverharding van Rijkswaterstaat ligt bij aanbestedingen de duurzaamheidslat voor asfalt extra hoog.

“Zes partijen gaven Rijkswaterstaat de MKI-waardes van hun duurzaamste asfalt mengsels”

Investeren in duurzaamheid moet ook nu al lonen. Dat is de achterliggende gedachte van Rijkswaterstaat bij de ‘Koploperaanpak duurzame wegverharding’. Hiermee krijgen koplopers uit de markt een podium om te laten zien wat ze in huis hebben.

Wim Kaastra, contractmanager bij Rijkswaterstaat, legt uit hoe de koploperaanpak er concreet uitziet. “Jaarlijks selecteert Rijkswaterstaat een beperkt aantal koploperprojecten. Dit zijn projecten waar we zo duurzaam mogelijk asfalt willen toepassen. Per project vragen we vooraf in een marktconsultatie aan de verschillende partijen: hoe duurzaam is het asfalt dat je kunt leveren?”

Op basis daarvan stellen we de meest ambitieuze eisen, waaraan minimaal drie partijen kunnen voldoen. Kaastra: “Zo gaan we uit van de maximaal haalbare duurzaamheidswinst en tellen we vanaf daar terug.’

Podium voor ontwikkeling

De eerste twee projecten met deze insteek worden binnenkort aanbesteed. De eerste stap voorafgaand aan deze aanbestedingen was een marktconsultatie. “In het voorjaar van 2022 hebben we een informatiebijeenkomst georganiseerd over de koploperaanpak”, vertelt Kaastra.

“Op basis van een toelichting op de scope van het project en de koploperaanpak zelf, vroegen we de twaalf marktpartijen om ons te voorzien van een zo duurzaam mogelijke MKI-waarde per asfaltmengsel. Als Rijkswaterstaat willen we zo de ontwikkelingen in de markt voldoende podium geven.”

Vrij discussiëren

Van de twaalf gevraagde partijen gaven er zes gehoor aan het verzoek van Rijkswaterstaat om MKI-waardes van hun mengsels te leveren. Zo ook Ballast Nedam.

“Dat doen wij graag”’, zegt bedrijfsleider Joost van der Krogt. ‘Een marktconsultatie is een moment om wat vrijer met een opdrachtgever te kunnen discussiëren. Daarmee creëren we, zeker bij de koploperaanpak, aan beide kanten meer inzicht in zo’n innovatieve aanpak. Zo maak je stappen vooruit die tegelijkertijd ook realistisch zijn.”

Ook Dura Vermeer gaf gehoor aan de vraag van Rijkswaterstaat. “Als marktpartij word je echt uitgedaagd om met een zo laag mogelijke MKI-waarde te komen”, vertelt tendermanager Rick Vromen.

“Het is een goede manier om innovatie te bevorderen, het prikkelt ons. Wat ons betreft zou een dergelijke aanpak ook vaker mogen: dan maak je innoveren aantrekkelijker.”

(Lees verder onder de afbeelding.)

Milieuwinst

Welke MKI-waarden de zes marktpartijen elk hebben aangeleverd, is vanzelfsprekend bij Rijkswaterstaat bekend. Onderling weten de marktpartijen het niet, omdat de gegevens geanonimiseerd zijn. De ingediende waarden stemden Kaastra in ieder geval tevreden.

“Van ieder asfaltmengsel zijn de drie meest duurzame waardes beschouwd. Die geven nu al zicht op een mooie te behalen milieuwinst.”

Perspectief

Rijkswaterstaat gebruikt de MKI-waarden uit de marktconsultatie als basis voor het formuleren van de contracteisen. Kaastra: “Deze zijn beslist vooruitstrevend te noemen en worden bij de start van de aanbesteding bekend gemaakt, naar verwachting begin 2023. Dat is de winst voor de markt, waarvoor innovatie in duurzaamheid vaak vooral een investering is.”

Kaastra tot slot: “Marktpartijen kunnen er nu ook echt een contract mee binnenhalen.’ Rijkswaterstaat gaat met een goed gevoel richting de aanbesteding. We hebben in de planvoorbereiding mooi samengewerkt met de markt. De Koploperaanpak duurzame wegverharding biedt daarmee een prachtig perspectief, op weg naar het samen halen van de doelstellingen voor 2030.”

Lees ook: De circulaire weg

Ons land moet beter worden voorbereid op extreme neerslag

0
Ons land moet beter worden voorbereid op extreme neerslag

Extreme neerslag is een bron van zorg. Zeker ook in Nederland. Dat zagen we onder meer in de zomer van 2021 in Limburg. “Vergroot het bewustzijn dat ernstige wateroverlast ook in Nederland kan voorkomen. Geef mensen handelingsperspectief specifiek gericht op waar ze wonen. Kijk naar een groter gebied voor het treffen van maatregelen.”

Voorkomen kan niet, voorbereiden wél

Dit zijn drie van de aanbevelingen van de Beleidstafel wateroverlast en hoogwater, die was opgericht naar aanleiding van de overstromingen in Limburg in juli 2021. Minister Harbers (Infrastructuur en Waterstaat) neemt alle aanbevelingen over en stuurt vandaag het eindadvies ‘Voorkomen kan niet, voorbereiden wél’ naar de Tweede Kamer.

Maximaal voorbereiden op extreme neerslag

Mark Harbers: “Straten die blank staan, ondergelopen huizen en winkels: de beelden uit Limburg staan ons allemaal nog helder voor de geest. Onderzoeken laten steeds weer zien dat extreem weer vaker gaat voorkomen, de beleidstafel onderstreept dit. Ik vind dat Nederland zich hierop maximaal moet voorbereiden, zodat de risico’s en de schades zo klein mogelijk zijn. Daarom neem ik de aanbevelingen van de beleidstafel over, en zullen we die samen met de betrokken overheden gaan uitvoeren.”

Bewustzijn omtrent wateroverlast

De beleidstafel heeft onderzocht hoe inwoners, bedrijven en overheden beter bewust kunnen worden dat extreem weer ook in Nederland kan gebeuren, met wateroverlast of overstromingen tot gevolg. De tafel raadt aan om de communicatie te specificeren per doelgroep en per situatie, dus bijvoorbeeld voor mensen die dicht bij een beek wonen of akkerbouwers die gewassen telen in de uitwaarden.

Waterschappen en gemeenten hebben een belangrijke rol in de uitvoering van deze aanbeveling. Het ministerie geeft ondersteuning, bijvoorbeeld via het platform Ons Water. Dit platform maakt een toolbox die per doelgroep handvatten geeft: waar loopt hun gebied tegenaan, hoe kunnen ze voorzorgsmaatregelen nemen en wat kunnen ze doen bij wateroverlast?

Waterlabel

Daarnaast gaat het ministerie onderzoeken of er een waterlabel kan worden toegevoegd bij de aankoop van een huis. Dit is vergelijkbaar met het energielabel en zal meer informatie geven over hoe groot de risico’s voor een woning of gebouw zijn om te worden getroffen door wateroverlast of overstroming.

Tot slot werken Rijk en waterschappen aan betere informatie voor burgers en bedrijven, zodat zij een betere voorspelling krijgen hoe hoog het water komt, wat dat voor hen betekent en wat ze kunnen doen in geval van een noodsituatie. Zo werkt Rijkswaterstaat aan het beteren van informatiedeling naar veiligheidsregio’s, waterschappen en sectoren zoals scheepvaart en drinkwaterbedrijven. Door die betere informatiedeling kunnen veiligheidsregio’s burgers beter informeren in geval van een crisis.

Buiten bestaande grenzen kijken

Daarnaast concludeert de beleidstafel dat extreme neerslag in zo’n groot gebied kan vallen, dat er buiten de bestaande grenzen moet worden gekeken. Dat geldt voor landsgrenzen, maar ook Nederlandse provincies en waterschappen moeten buiten de eigen grenzen kijken om de risico’s voor wateroverlast en overstromingen in beeld te krijgen.

Deze overheden gaan nu samen onderzoeken waar de kwetsbare plekken in een gebied zijn. Daarna kijken Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten (de Deltaprogramma partners) welke aanvullende maatregelen nodig zijn.

Rekening houden met water en extreme neerslag

Op 25 november stuurden minister Harbers en staatssecretaris Heijnen tientallen ruimtelijke keuzes naar de Tweede Kamer, waarmee water en bodem een grotere rol krijgen bij de inrichting van Nederland. Aan enkele adviezen van de beleidstafel is toen al een eerste invulling gegeven, zoals het verbeteren van de sponswerking en het klimaatbestendig herbouwen.

Meer

Water(overlast) en bodem(daling) zijn zeer actueel. Ook bij planologische keuzes en invullingen. Lees de eerdere kamerbrief.

Maak gebruik van verschillende soorten pallets

0
Maak gebruik van verschillende soorten houten pallets

Bij het verpakken en verplaatsen van producten, zijn pallets belangrijke logistieke middelen. Een pallet is een draagbaar, stevig platform dat plat is en de lading kan dragen.

Er worden verschillende soorten pallets gebruikt om goederen op te stapelen, op te slaan, te monteren of te vervoeren. Ze verbeteren de operationele efficiëntie van het magazijn, doordat gestapelde goederen gemakkelijk kunnen worden verplaatst met behulp van machines of gereedschappen, zoals vorkheftrucks en palletwagens.

Je vindt verschillende soorten bij de palletcentrale: herbruikbaar of vervangbaar, gemaakt van hout, plastic of metaal, en op verschillende manieren gemonteerd: omkeerbaar en stapelbaar.

Pallets als logistiek middel

Pallets zijn zo gewoon geworden dat ze praktisch onzichtbaar zijn. Dit is zonde, want pallets zorgen ervoor dat de logistiek wereldwijd goed verloopt. Pallets zijn de primaire interface van een lading. Ze beschermen het product, absorberen de spanningen, houden het gewicht vast, zijn bestand tegen schokken van vorkheftrucks en beschermen goederen die door de toeleveringsketen reizen.

Ze spelen een belangrijke factor in het vervoeren van producten, en hebben daardoor veel invloed op iedere zending. Het is gek dat we een pallet als normaal zijn gaan zien, terwijl ze eigenlijk een onmisbare factor zijn in ieder transport wereldwijd.

Pallets als decoratie in huis

Naast logistieke doeleinden, gebruiken veel mensen tegenwoordig ook pallets als decoratie in huis. Vooral houten pallets doen het goed. Houten pallets kopen en deze vervolgens inzetten als plantenbak, tafel of wandkast is enorm populair geworden de afgelopen jaren.

Ook zie je ze terug buitenshuis, bijvoorbeeld in de vorm van een plantenbak of tuinset. De rechthoekige vorm van de pallet, samen met zijn stevigheid, zorgen ervoor dat je hem bijna overal voor gebruikt. Van decoratie tot opbergplek en van meubelstuk tot kapstok. De pallet is een goedkoop alternatief voor bijna alles in- en buitenshuis.

Een houten pallet is duurzaam

Een ander groot voordeel van houten pallets is de duurzaamheid. Hout is een herbruikbaar materiaal, dus pallets gemaakt van hout zijn een duurzame optie. Als het gaat om de productie van pallets, verbruikt hout tijdens het proces zelfs minder energie dan elk ander type pallet.

Bovendien kan een pallet van hout vele malen worden gebruikt en zijn ze vrij eenvoudig te repareren als ze beschadigd of kapot gaan. Zodra een houten pallet het einde van zijn houdbaarheid heeft bereikt, kan hij gemakkelijk worden gerecycled of her-verwerkt tot mulch, dieren strooisel of andere producten die houtvezels gebruiken. Dit maakt de pallet een duurzame optie waar je jarenlang plezier van krijgt.

Pallets dienen vele doelen en leven vele levens

Of je ze nu inzet voor logistieke doeleinden of je ze als meubelstuk gebruikt, een pallet dient vele doelen. Dit maakt de pallet voor een brede doelgroep aan consumenten zo populair. Daarnaast hergebruik je ze door een kapotte pallet te versnipperen en voor een nieuw doel te gebruiken. Hierdoor leeft de pallet vele levens en wordt hij op allerlei verschillende manieren gebruikt. Wie creatief is, verzint een nog niet bestaand doel voor de pallet, waardoor hij weer een nieuw leven krijgt.

2.500 woningen in Rotterdamse Merwehaven

0

Rotterdam ontvangt € 11 miljoen van het Rijk voor het versnellen van de woningbouw in de Merwehaven in het gebied Merwe-Vierhavens (M4H).

“Merwehaven wordt, van een voormalige fruithaven, een groene, duurzame en autoluwe woonwijk”

Met de financiële steun uit de landelijke regeling Woningbouwimpuls kan Rotterdam 2.500 woningen bouwen in de Merwehaven, waarvan meer dan de helft in het betaalbare segment.

Rotterdam draagt zelf ook € 11 miljoen bij aan de ontwikkeling van de Merwehaven. Dit gebied verandert van voormalige fruithaven in een nieuwe groene, duurzame en autoluwe woonwijk met stoere stadsblokken, ruimte voor innovatieve maakbedrijven en tal van voorzieningen, zoals een basisschool, huisartsenpost, horeca en kleine buurtsupermarkt.

Bevestiging

“We zijn ontzettend blij met de 11 miljoen van het Rijk. We zien dit als een bevestiging van de goede samenwerking die we de afgelopen jaren met het Ministerie van Binnenlandse Zaken hebben opgebouwd. Zonder dit geld lukt het ons niet om zoveel betaalbare woningen in dit gebied te bouwen voor mensen met een middeninkomen. Maar liefst zestig procent van de woningen valt in het betaalbare segment”, zegt wethouder Chantal Zeegers (Klimaat, Bouwen en Wonen).

Er komen in de Merwehaven zowel huur- als koopwoningen, van sociale woningbouw tot duurdere koop. De nadruk ligt op appartementen voor starters, kleine huishoudens en ouderen. Maar ook gezinswoningen krijgen een plek in de Merwehaven. De bouw start naar verwachting in 2025. De eerste woningen worden waarschijnlijk einde 2026 opgeleverd. De bouw van de hele woonwijk gaat zeker zo’n tien jaar duren.

Meer betaalbare woningen

Het Rijk kondigde in 2019 aan 1 miljard euro beschikbaar te stellen voor een landelijke woningbouwimpuls, om zo de woningbouw te versnellen en meer betaalbare woningen te realiseren. Die versnelling is hard nodig, gezien de krapte op de woningmarkt.

Een deel van die 1 miljard is de afgelopen jaren al verdeeld onder een aantal gemeenten, waaronder Rotterdam. Voor de 4e ronde is € 112 miljoen beschikbaar gesteld. Daarvan gaat € 11 miljoen naar Rotterdam, voor de toekomstige woningbouw in de Merwehaven.

Recent heeft het Rijk ook een toekenning gedaan van € 9,28 miljoen voor onder andere de gebiedsontsluitingswegen en nieuwe entrees van M4H. Dat maakt een grote kwaliteitsimpuls voor het gebied en daarmee ook voor de omliggende stadwijken mogelijk.

Begin volgend jaar gaat Rotterdam mogelijk opnieuw een aanvraag bij het Rijk doen voor geld uit de Woningbouwimpuls, om ook in andere grote gebiedsontwikkelingen meer betaalbare woningen te kunnen bouwen, meldt wethouder Zeegers.

Stadshaven

De Merwehaven verandert in een vernieuwende stadswijk, met aandacht voor het historische verleden en de oorspronkelijke structuur van de oude stadshaven. Er ontstaat een dynamisch woon-werkgebied met een mix aan woningtypes. Naast woningbouw is er ruimte voor circa 30.000 m2 vloeroppervlak voor innovatieve creatieve maakbedrijven, aangevuld met maatschappelijke voorzieningen.

Parkeren gebeurt niet op straat, maar in mobilityhubs. Denk daarbij aan een centraal punt in de wijk met gemeenschappelijke parkeervoorzieningen en een breed aanbod aan deelmobiliteit. Dit leidt tot minder individueel autobezit en minder autogebruik. Meer gebruik van deelmobiliteit en de focus op wandelen en fietsen zorgt voor een aantrekkelijke en veiligere leefomgeving. Zo blijft er meer ruimte over om te wandelen, fietsen, sporten of spelen.

Woningaanbod Rotterdam-West

De nieuwe woonwijk zorgt met zijn gevarieerde woningbouwprogramma en duurzame woningen voor een welkome aanvulling op het woningaanbod in Rotterdam-West. De Merwehaven wordt een energieneutrale wijk. Er wordt gebruikt gemaakt van warmte/koude-opslagsystemen die warmte en kou uit de grond en rivierwater halen.

Er wordt circulair gebouwd, met het toepassen van herbruikbare grondstoffen. Met de versnelde woningbouw ontstaat voor bewoners uit de omringende stadswijken die op zoek zijn naar een nieuw huis, de mogelijkheid om door te stromen naar een woning in de Merwehaven.

De Merwehaven maakt deel uit van Merwe-Vierhavens (M4H). M4H is zo groot als de binnenstad van Rotterdam. Het gebied verandert van voormalig haven- en industriegebied in een fijne plek om te wonen, werken en recreëren. Het wordt hèt stadshavengebied van de toekomst, met een mix van woningen, werken, horeca, evenementen, onderwijs, sport en cultuur. Met allerlei voorzieningen waar de omliggende wijken van kunnen meeprofiteren.

Rotterdam Makers District
M4H vormt samen met RDM (de voormalige werf van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij) het Rotterdam Makers District, dé plek in de regio voor de innovatieve maakindustrie.

Jonge bedrijven kunnen hier doorgroeien naar grote gevestigde ondernemingen. En grote bedrijven kunnen hier experimenteren met nieuwe producten of processen. Het Makers District ontwikkelt zich steeds meer tot een levendig gebied met woningen, een breed aanbod aan voorzieningen, cultuur en evenementen.

Zo kan het gebied rond de Merwehaven er over vijftien jaar uitzien. Er is nu geld beschikbaar voor fase 1, het bouwen van de eerste 2.500 woningen op de Marconistrip en Merwepieren. Fase 2, toevoegen van programma en een wijkpark in het middelste havenbekken volgt op een later moment.

Tender windpark op zee Hollandse Kust (west) gewonnen door Ecowende

0
Tender windpark op zee Hollandse Kust (west) gewonnen door Ecowende

Ecowende, een joint venture van Shell en Eneco is de winnaar van de vergunning van het windpark Hollandse Kust (west) kavel VI. Ecowende gaat dit windpark bouwen met oog voor de natuur. Het zal naar verwachting in 2026 in gebruik worden genomen.

“Bij beoordeling van aanvragen voor Hollandse Kust is ‘ecologie’ als extra criterium opgenomen”

Het windenergiegebied Hollandse Kust (west) – HKW – ligt ruim 50 kilometer uit de Nederlandse kust, ter hoogte van IJmuiden. Het windpark heeft een vermogen van 756 megawatt (MW) en bestaat uit 54 windturbines.

Deze produceren per jaar voldoende elektriciteit om te voorzien in ongeveer drie procent van de Nederlandse elektriciteitsvraag – ongeveer het verbruik van een miljoen huishoudens. Het windpark wordt zonder subsidie gerealiseerd.

Bod

Nieuw aan de tenders is dat partijen een financieel bod moesten doen. Samen met de kosten voor de milieueffectrapportages en locatiestudies die door Ecowende wordt betaald, levert dit de overheid € 63,5 miljoen op. Dit bedrag wordt vervolgens ingezet om nieuwe windparken goed in de omgeving te laten passen en samen te laten gaan met andere activiteiten op de Noordzee.

Minister Rob Jetten: “Het plan dat Ecowende heeft gepresenteerd laat zien wat we kunnen doen om windparken neer te zetten die mét de natuur werken. Het kan goed samengaan. En dat is nodig want er komen nog veel meer windparken op zee om voldoende groene energie te kunnen leveren. Met veertig innovatieve experimenten en toepassingen in dit voorstel, zetten we een beweging in gang om windparken op zee te bouwen met minimale impact voor de natuur.”

Ecologie als criterium

Bij de beoordeling van de aanvragen is ‘ecologie’ als extra criterium opgenomen. Het behouden van een gezond ecosysteem en de biodiversiteit op de Noordzee is van groot belang. Het doel is een windpark op zee te bouwen met een gezond ecosysteem en met zo min mogelijk impact op natuur en milieu.

Het ontwerp van het winnende windpark is ‘natuurinclusief’, met onder meer een gedeelte waar windturbines ver uit elkaar staan zodat vogels er veilig tussendoor kunnen vliegen. Er wordt gebruik gemaakt van verschillende heitechnieken om zo de impact op de onderwaterwereld te meten en te minimaliseren.

En door rifstructuren op de zeebodem te plaatsen, wordt een stimulans gegeven aan de biodiversiteit onder water. Om de effectiviteit hiervan tussentijds te toetsen, wordt onder andere een expertklankbordgroep geraadpleegd en wordt actief kennis gedeeld dat voor toekomstige windparken kan worden gebruikt.

2030

Alle geplande windparken op zee samen zullen rond 2030 voorzien in circa 75 procent van de huidige elektriciteitsbehoefte. Het kabinet heeft de ambitie voor windenergie op zee dit jaar verhoogd naar ongeveer 21 GW rond 2030.

Momenteel is ongeveer 2,5 GW windenergie op zee volledig in bedrijf genomen en is een aantal windparken in aanbouw of vergund. In de routekaart Windenergie op Zee 2030 staat voor de periode 2024 – 2031 beschreven hoe en wanneer de aangewezen windenergiegebieden worden ontwikkeld.

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft samen met een onafhankelijke expertcommissie de binnengekomen aanvragen beoordeeld.

Ondanks daling huizenprijzen wordt eigen woning niet betaalbaarder

0
Ondanks daling huizenprijzen wordt eigen woning niet betaalbaarder

Ondanks dat de huizenprijzen gaan dalen, wordt een eigen woning de komende jaren niet betaalbaarder. Dat meldt Rabobank.

“Huizenprijzen dalen volgend jaar met 3 en in 2024 met nog eens 1,5 procent”

De Rabobank ziet dat de hypotheekrente erg hoog is, waardoor mensen maandelijks meer kwijt zijn aan een hypotheek. En door de gestegen kosten voor levensonderhoud, blijft er minder geld over voor de aankoop van een woning.

Daling huizenprijzen

Rabobank verwacht dat de huizenprijzen volgend jaar met 3 procent dalen en in 2024 met nog eens 1,5 procent. De stevigste daling zal in Amsterdam zijn, met daarbij de omliggende regio’s als Haarlem, Zaanstreek en IJmond. Daar dalen de prijzen volgend jaar met zo’n 4 procent, is de verwachting. In Zeeland wordt de kleinste daling verwacht, waarmee de huizenprijzen in die regio nagenoeg gelijk zijn aan die van dit jaar.

Meer verkoop?

Maar die dalende huizenprijzen leiden niet automatisch tot meer verkoop, onder meer door de gestegen hypotheekrente. “Een hogere rente betekent dat mensen ten opzichte van hun inkomen fors minder kunnen lenen voor een huis. En dus ook minder kunnen bieden”, legt woningmarkteconoom Carola de Groot uit.

Zelfs als men er wel in slaagt de financiering rond te krijgen, betalen mensen daardoor veel meer voor hun hypotheek. “Inmiddels zijn zelfs twee modale jaarinkomens onvoldoende om een gemiddeld geprijsde woning te kopen”, aldus De Groot. Daarmee blijft een koopwoning voor veel starters iets onbereikbaars.

Daling hypotheekrente

De econoom verwacht bovendien dat de vraag zal afnemen, omdat ook boodschappen en energie flink duurder zijn geworden. Daardoor blijft er onderaan de streep minder over voor een nieuwe woning.

“Dit leidt waarschijnlijk tot extra vraaguitval. Ook het slinkende vertrouwen in de huizenmarkt drukt de vraag naar koopwoningen. Inmiddels wijzen diverse marktindicatoren in die richting”, meldt De Groot.

Minder verkochte woningen

Rabobank verwacht dat het aantal verkochte woningen dit jaar uitkomt op 188.000. Dat is 38.000 minder dan vorig jaar. Voor volgend jaar is de verwachting van de bank dat er weer minder huizen worden verkocht, zo’n 179.000.

In 2024 trekt het aantal transacties wel weer aan. „We denken namelijk dat de kapitaalmarktrentes tegen die tijd weer wat zijn gedaald, waardoor, in combinatie met de gedaalde huizenprijzen, de vraag naar koopwoningen ook weer wat aantrekt”, aldus De Groot.

Bron: ANP

Leegstand woningen, kantoren en winkels afgenomen

0
Leegstand woningen, kantoren en winkels afgenomen

De leegstand van onder andere woningen, kantoren en winkels in Nederland is in vergelijking met een jaar eerder met ruim 10 duizend afgenomen naar 219 duizend objecten op 1 januari 2022.

“In totaal leegstand van meer dan 8.000 kantoren begin 2022”

In totaal stond 2,6 procent van alle verblijfsobjecten leeg. Op 1 januari 2021 was dit nog 2,7 procent. De relatieve leegstand daalde onder alle gebruiksfuncties, en was met bijna 10 procent het hoogst bij kantoren. In het oosten van het land was de leegstand relatief hoog. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS.

Op 1 januari 2022 stonden ruim 219 duizend verblijfsobjecten leeg. Daarmee was de totale leegstand 4,5 procent lager dan een jaar eerder (230 duizend objecten) en ook lager dan op 1 januari 2020 (222 duizend objecten). 40 procent van de leegstaande objecten op 1 januari 2022 stond een jaar eerder ook al leeg.

Gebruiksfunctie

De relatieve leegstand (het aantal leegstaande objecten ten opzichte van het totaal) nam bij alle soorten objecten af ten opzichte van een jaar eerder. De leegstand is het hoogst bij kantoren (9,6 procent). In totaal stonden meer dan achtduizend kantoren leeg op 1 januari 2022. Hoewel de relatieve leegstand het hoogst is bij kantoren, is dit ook de groep met de grootste daling. Op 1 januari 2021 was de relatieve leegstand bij kantoren 10,3 procent.

Woningen stonden relatief gezien het minst vaak leeg (2,3 procent). In absolute aantallen waren de meeste leegstaande verblijfsobjecten echter wel woningen, omdat 87 procent van alle verblijfsobjecten een woning is. Begin 2022 stonden bijna 180 duizend woningen leeg.

Gemeenten

De relatieve leegstand was met 8 procent het hoogst in de gemeente Appingedam. Ook de gemeenten Diemen, Rotterdam en in een aantal gemeenten in Zeeland en het zuiden van Limburg kenden een hoge relatieve leegstand. De leegstand was het laagst in Koggenland.

Andere regio’s met een lage relatieve leegstand waren in verschillende gemeenten in Groningen, Fryslân en Noord-Holland. De leegstand was ook laag op Ameland en Terschelling.

Leegstand in Limburg

Wanneer naar de verschillende gebruiksfuncties gekeken wordt, valt de relatief hoge leegstand in de provincies aan de oostgrens van Nederland op. Met name de leegstand van winkels en kantoren is in Limburg relatief hoog.

De gemeenten met de hoogste relatieve leegstand van winkels (28 procent) waren Renswoude en Bergen (Limburg). Hiernaast telt Limburg ook relatief veel gemeenten met een hoge leegstand van woningen. De gemeente met de meeste leegstaande woningen was echter Appingedam (8 procent).

De meeste leegstand van kantoren was in Doetinchem (28 procent). De leegstand van industrie was hoog in de provincies Utrecht, Limburg en delen van Overijssel. De gemeente met de meeste relatieve leegstand van industrie was Laren (31 procent).

Lees ook: Handreiking aan taxateurs bij Energielabel C kantoren

Haast maken met verduurzamen 1,5 miljoen woningen

0

Natuur & Milieu heeft in de Woningmonitor als eerste inzichtelijk gemaakt in welke gemeenten en wijken de woningen staan met de slechte energielabels E, F of G. Eerste conclusie: er moet vaart worden gemaakt met verduurzamen.

“Het onderzoek laat zien dat er met het verduurzamen van 1,5 miljoen woningen een enorme inhaalslag moet worden gemaakt”

Rob van Tilburg, directeur programma’s van Natuur & Milieu: “Het kabinet wil dat in 2030 alle woningen met energielabel E, F of G verdwenen zijn. Dat zijn in totaal zo’n 1,5 miljoen woningen en om dat waar te maken moet er in de komende zeven jaar haast gemaakt worden met bijvoorbeeld het isoleren van woningen.”

Voor het onderzoek werd gebruik gemaakt van data van het CBS en het Kadaster. Van Tilburg: “Het onderzoek laat zien dat het tijd is om een enorme inhaalslag te maken; gemeenten moeten aan de slag, woningeigenaren moeten tempo maken en de overheid moet het aangekondigde beleid concreet maken.”

Energielabels

In 2015 werd het energielabel voor woningen ingevoerd en voorlopige energielabels toegekend. Een geregistreerd energielabel is sindsdien verplicht bij verkoop, verhuur en oplevering. Op basis van het energieverlies van de woning, type verwarming en de aanwezige duurzame energieopwekking wordt het geregistreerd energielabel bepaald.

5 slecht presterende gemeenten

De vijf gemeenten met het grootste aandeel geregistreerde energielabels E, F en G zijn Heemstede, Bloemendaal, Westerwolde, Laren en Haarlem. Heemstede en Bloemendaal hebben zelfs een aandeel dat ruim twee keer zo hoog is als het landelijk gemiddelde van 16 procent.

De gemeenten met het grootste aantal geregistreerde energielabels E, F en G zijn Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht en Haarlem. Deze top vijf vertegenwoordigt 21 procent van deze energielabels. “Wat opvalt zijn de grote verschillen tussen de gemeenten, maar allemaal moeten ze hard aan de slag”, aldus Van Tilburg.

Particulieren

Over het algemeen kan gesteld worden dat woningen in bezit van corporaties het kleinste aandeel (10 procent) van de slechte energielabels E, F en G hebben. Woningen in bezit van particuliere verhuurders lopen nog ver achter (22 procent). Ook woningen in bezit van eigenaar-bewoners (19 procent) presteren slechter dan gemiddeld (16 procent).

Verbod

Natuur & Milieu concludeert dat de prestatieafspraken die met woningcorporaties zijn gemaakt, over het terugdringen van woningen met slechte energielabels, effect hebben. Helaas ontbreken er nog vergelijkbare afspraken met particuliere verhuurders, terwijl er voor hen wel een subsidieregeling beschikbaar is.

Van Tilburg: “Er is een verhuurverbod voor woningen met label E, F of G aangekondigd, maar dit is nog erg onduidelijk. Onze oproep aan het kabinet is: maak het verhuurverbod zo snel mogelijk concreet. Verplicht daarnaast dat bij verkoop of aankoop van een woning het stapsgewijs afbouwen van energielabels E, F of G gegarandeerd is. Op die manier worden alle woningeigenaren aangespoord om te verduurzamen.” Ook de Europese Unie onderzoekt een soortgelijke verplichting.

Regie

De milieuorganisatie vindt dat er meer regie vanuit de rijksoverheid nodig is om voor 2030 daadwerkelijk een einde te kunnen maken aan de grote hoeveelheid woningen met de slechtste energielabels. Zeker als het kabinet in 2050 alle huizen klimaatneutraal wil hebben.

Natuur & Milieu vindt het belangrijk dat gemeenten toegang krijgen tot de gegevens van het Kadaster, die gebruikt zijn voor dit onderzoek. Op die manier kan lokaal maatwerk geleverd worden om de energielabels te verbeteren. De rijksoverheid dient daarvoor afspraken te maken met het Kadaster.

Lees ook: Variabele aanpak voor verduurzamen huurwoningen met Fits

Adviseer ook een uitgekiend lichtplan

0
Adviseer ook een uitgekiend lichtplan

Licht is een belangrijk onderdeel van een bouwproject. Zowel binnens- als buitenshuis bepaalt licht een groot deel van de sfeer. Daarnaast kan licht ook heel praktisch zijn, zeker wanneer je bijvoorbeeld in de avonduurtjes wilt klussen of wanneer je een goed boek wilt lezen. Als aannemer of als medewerker in de bouw is het dan ook belangrijk om goed na te denken over een lichtplan en wat het advies aan je klanten wordt.

Plan

Met een goed lichtplan kan je namelijk praktisch te werk gaan. Kies voor warm en geel licht om brandend kaarslicht na te bootsen en laat je klanten de omgeving direct als gezellig ervaren. Om de meeste voordelen uit de verlichting te halen is het belangrijk om al direct een goed lichtplan op te stellen. Hierin neem je alle voorwaarden en wensen rondom de verlichting op. Kiest je klant voor duurzaam? Kies dan zeker voor het gebruik van LED lampen in je lichtplan om zowel het milieu als in jouw portemonnee te besparen.

Voordelen van een lichtplan binnen

Elke kamer in de woning vraagt om een ander lichtplan. Het is dan ook belangrijk om, voordat je een kamer gaat inrichten, goed na te denken over de activiteiten die je klant in de betreffende kamer gaat uitvoeren. Het spreekt voor zich dat een kamer waarin geklust wordt ander licht behoeft dan een kamer waarin met elkaar wordt gegeten.

LED lampen zijn ideaal om te gebruiken in het lichtplan. Deze lampen kennen namelijk meerdere kleuren, waardoor je eenvoudig met de sfeer in de kamer kan spelen. Kies voor warm en geel licht voor een intieme sfeer en kies voor helder blauw licht voor beter zicht. Dit blauwe licht bootst daglicht na, waardoor er in de ruimte goed zicht is en de alertheid wordt verhoogd.

Voordelen van een lichtplan buitenshuis

De verlichting van tegenwoordig bestaat bijna volledig uit LED lampen. En dat is ook niet zo gek, want deze lampen besparen maar liefst 40 procent aan energie ten opzichte van de klassieke halogeenverlichting. Dat is natuurlijk goed voor het milieu, maar ook zeker voor de portemonnee.

Naast dat het belangrijk is om over de verlichting binnen het huis na te denken, is het ook belangrijk om een lichtplan te adviseren voor de buitenruimten. Denk bijvoorbeeld aan de verlichting in de loungehoek of onder de veranda. Of aan verlichting om goed te kunnen zien in het donker wanneer je klant over een aangelegd pad wilt lopen. Ook voor buitenverlichting zijn LED lampen zeer geschikt. Ze sparen veel energie, zijn duurzaam en ook nog eens heel veilig. LED lampen worden namelijk niet warm wanneer ze aan staan. Dit heeft een positieve invloed op de brandveiligheid.

Ook de schuur of de garage moet je niet vergeten mee te nemen wanneer je een advies uitbrengt over het lichtplan. In een garage zijn er tenslotte andere behoeften aan verlichting dan in de achtertuin onder een overkapping.

Ga je dus een advies uitbrengen over een lichtplan? Zorg er dan voor dat je een advies uitbrengt dat zowel binnenshuis als buitenshuis kan worden uitgevoerd. En staat duurzaamheid hoog in het vaandel bij jouw aannemersbedrijf of bij jouw klanten? Kies dan zeker voor LED lampen.