Home Blog Pagina 130

Kabinet wil passende woonruimte voor ouderen

0
Het kabinet wil passende woonruimte voor ouderen

Door woningbouw te versnellen, ouderen beter te informeren en ontzorgen in hun verhuizing en de leefomgeving te verbeteren wil het kabinet ouderen voorzien in passende woonruimte. Dit staat in het programma Wonen en Zorg voor Ouderen dat ministers De Jonge (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) en Helder (Langdurige Zorg en Sport) hebben gepresenteerd.

“Er worden 290.000 van de 900.000 te bouwen woningen geschikt gemaakt voor ouderen”

Met het veranderen van de gemiddelde leeftijd van de bevolking verandert ook de behoefte aan woonruimte. Door de woningbouw te versnellen, specifiek woningen voor ouderen te bouwen en voor voldoende voorzieningen in de wijk te zorgen wil het kabinet de doorstroming verbeteren.

Bovendien draagt een leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten eraan bij dat ouderen langer fit, gelukkig en zelfstandig kunnen blijven wonen.

Grote meerwaarde

Minister De Jonge: “We worden steeds ouder. En daar moeten we ons goed op voorbereiden. Een derde van de 900.000 huizen die we tot en met 2030 hebben te bouwen, moeten geschikt moet zijn voor ouderen. Het bouwen van die huizen zorgt ook voor meer doorstroom. Want als een oudere een eengezinswoning achterlaat, biedt dat ruimte voor een gezin om daarnaar toe te verhuizen, wat weer zorgt voor een vrije plek voor een starter. Meer passende woningen voor ouderen zijn dus voor iedereen van grote meerwaarde.”

Versnellen woningbouw

Er komen meer woningen beschikbaar die aansluiten bij de wensen van onze ouderen. Dit doet het kabinet door knelpunten weg te nemen bij de bouw van woningen en de regie op de ouderenhuisvesting te versterken. Om dit doel te behalen worden 290.000 van de 900.000 te bouwen woningen geschikt gemaakt voor ouderen.

Voorbeelden van deze woningen zijn zogenaamde nultredenwoningen zonder trappen (170.000), geclusterde woonvormen zoals hofjes ter bevordering van het sociaal contact (80.0000) en geclusterde verpleegzorgplekken voor bijvoorbeeld mensen met dementie (40.000). Voor ouderen die dat nodig hebben, blijft bovendien het verpleeghuis als mogelijkheid om te wonen en zorg te ontvangen bestaan. Over de 900.000 woningen worden bouwafspraken gemaakt met provincies, gemeenten en woningcorporaties.

“In hun eigen omgeving blijven mensen vaak actiever en kunnen ze hun eigen gewoontes aanhouden. Daardoor blijven ze vitaler en zelfstandig. Dat is wat we allemaal willen, maar ook wat nodig is om onze zorg toegankelijk te houden. Ik wil mensen aanmoedigen en in staat stellen de stap naar een passende woning op tijd te maken, want op die manier houden zij zelf de regie over hun leven en hun welzijn”, aldus minister Helder.

Informeren en ondersteunen

Het kabinet wil dat ouderen eerder nadenken over het wonen van straks. Naast de bouw van geschikt aanbod zet het kabinet in op het actief informeren van ouderen over de mogelijkheden door bijvoorbeeld een informatiecampagne. Eventuele belemmeringen worden aangepakt. Dat heeft ook positieve gevolgen voor de doorstroming op de woningmarkt.

Leefomgeving

Zelfstandig blijven wonen gaat niet alleen om de woning. Het gaat ook om de leefomgeving. Dat betekent dat de wijk toegankelijk is, dat er voorzieningen in de buurt zijn en dat de omgeving uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. In alle gemeenten zullen deze aspecten van de leefomgeving worden meegenomen in de lokale visie op wonen en zorg. Het ondersteuningsteam Wonen en Zorg ondersteunt gemeenten bij het maken van die visie. De Rijksbouwmeester maakt in samenwerking met de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving concrete ontwerpen voor om de leefomgeving te verbeteren.

Lees ook: Zet investeerders in bij tekort seniorenwoningen

Corporatiewoning verduurzaamd en verbeterd

0
Corporatiewoningen in 2022 verduurzaamd en verbeterd

Woningcorporaties blijven hun woningen actief verduurzamen. Afgelopen jaar zijn de huurwoningen verder geïsoleerd en verbeterd, meldt Aedes, zodat ruim twee procent minder energie nodig is. Corporatiewoning verduurzaamd en verbeterd.

Aedes: “Gemiddelde energieverbruik corporatiewoningen neemt steeds verder af”

Door verbetering van bestaande woningen is het aandeel van energielabels B, A of A+ toegenomen met 6,9% naar 1.081.100 woningen. Dit blijkt uit de benchmark van Aedes. Door nieuwbouw is het aandeel corporatiewoningen met energielabels van A++, A+++ en A++++ toegenomen van 30.000 naar ruim 44.000.

Corporatiewoning verbeteren

Het aantal slechte woningen (EFG) is afgenomen met 31.800. Ook namen de investeringen in onderhoud en verbetering flink toe met 8,9 procent: per woning is € 345 meer geïnvesteerd dan het jaar ervoor. Dat blijkt uit de jaarlijkse benchmarkcijfers van Aedes vereniging van woningcorporaties.

Energieverbruik neemt af

Al jarenlang investeren woningcorporaties in verduurzaming. Ook uit de nieuwste cijfers blijkt dat zijn vruchten af te werpen. Door meer isolatie, meer zonnepanelen en duurzamere technische installaties neemt het gemiddelde energieverbruik steeds verder af.

Zo heeft inmiddels 80,5 procent van de woningen een HR107 ketel en is het aantal woningen met zonnepanelen wederom gestegen: van 13,1 tot 16,2 procent. Ook verbetert de gemiddelde isolatiewaarde gestaag. Zo zijn de isolatiewaarden van dak, gevels, vloer en ramen in de afgelopen 2 jaar tussen de 9 en 13% verbeterd.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Energielabels

Sinds vorig jaar wordt het energielabel bepaald op basis van het primair fossiel energiegebruik per vierkante meter (kilowattuur per vierkante meter). Tussen 2021 en 2022 is deze gemiddelde waarde afgenomen met 6,8 kWh/m2. Dit betekent een verbetering van 3,3 procent. Een deel van deze verbetering komt voort uit isolatiemaatregelen en het dichtstoppen van kieren. Zonnepalen tellen ook bij de bepaling van het energielabel, net als het installeren van duurzame en efficiëntere installaties voor verwarming en tapwater.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Toename aantal woningen label B en beter, sterke afname EFG-labels
Tabel met aantallen, verdeling en ontwikkeling van de verschillende energielabels

In de Nationale Prestatieafspraken is als doel gesteld dat er geen woningen meer zijn met energielabel E, F en G aan het eind van 2028. Daarbij is uitgegaan van 250.000 woningen conform de data en methodiek van 2020. Sindsdien is de methode voor de labels drastisch gewijzigd, met als gevolg dat kleine woningen zijn ‘verslechterd’ in energielabel, terwijl feitelijk niets is veranderd. De uitgangspositie is daardoor veranderd naar bijna 280.000 woningen.

Woningcorporaties zetten flinke stappen met het wegwerken van 31.800 woningen met energielabel E, F en G in het afgelopen jaar. Het aandeel corporatiewoningen met energielabel E, F en G nam af van 13,4 naar 11,8 procent (247.400 woningen). Om geen woningen met een slecht label meer te hebben eind 2028, moet het tempo verder omhoog tot gemiddeld ruim 35.000 woningen per jaar.

Meer geld naar onderhoud

De verduurzaming van corporatiewoningen wordt vaak tegelijk aangepakt met gepland of groot onderhoud. De investeringen van corporaties voor onderhoud en verbetering stegen met maar liefst 8,9 procent. Omgerekend per verhuureenheid is dat een stijging van 3.136 naar 3.481 euro. De corporatiesector is een grote opdrachtgever in de markt: in totaal investeert de sector 8,1 miljard per jaar in onderhoud en verbetering.

Tegelijk met de toegenomen investeringen, steeg ook de technische kwaliteit: voor alle soorten woningen ging die vooruit. Vergeleken op bouwjaar, maakten de woningen gebouwd voor 1945 de grootste kwaliteitssprong.

Lees ook: Corporaties gaan twee keer zoveel sociale huurwoningen bouwen

Corporatiewoning verduurzaamd en verbeterd.

Eerste kabelleverancier met elektrisch zwaar transport

0
Eerste kabelleverancier met elektrisch zwaar transport

Het wegtransport van Prysmian Netherlands moet in 2050 volledig emissievrij zijn. Om dat te bereiken, is zij een pilot gestart met elektrisch zwaar transport voor tonnages van 20 tot 25 ton.

“Veel meer met elektrisch zwaar transport mogelijk dan we aanvankelijk dachten”

De resultaten van de pilot, waarmee de Nederlandse vestiging wereldwijd voorop loopt, zijn zeer hoopgevend voor de organisatie én de hele bouwsector. De kooldioxide-uitstoot die Prysmian Group met de logistieke verduurzaming bespaart, zal geleidelijk oplopen tot 900.000 kilo well-to-wheel per jaar.

Nul emissie in 2050 is een grote ambitie. Niet alleen doordat het bedrijf in een sector met een hoge CO2-uitstoot opereert (de bouw), maar ook vanwege haar eigen CO2-uitstoot. Op jaarbasis vervoeren logistieke dienstverleners voor Prysmian Netherlands circa 65.000 ton goederen naar klanten, bouwprojecten en distributiecentra.

Dit transport vindt geheel plaats met dieseltrucks en gaat gepaard met een kooldioxide-uitstoot van 900.000 kilo well-to-wheel. Die milieu-impact tot nul reduceren, is even ambitieus als haalbaar, zo blijkt uit een lopende pilot.

Primeur

Onlangs vond het eerste elektrische bouwtransport van de onderneming plaats. Breytner vervoerde acht volle kabelhaspels van de kabelfabriek in Delft naar de locatie van netbeheerder Stedin in Rotterdam. De proeflevering met de vrachtwagencombi was de zichtbare aftrap van een driejarige pilot (2022-2024) met emissievrij zwaar transport.

Een unieke operatie voor Prysmian Group én de sector. “Wij zijn, voor zover ik weet, de eerste kabelleverancier met elektrische aandrijving voor zwaar transport”, zegt Dennis Schuten, supply chain director van Prysmian Netherlands.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Meer mogelijk

De pilot stemt Schuten erg hoopvol. “Er blijkt veel meer met elektrisch zwaar transport mogelijk dan we aanvankelijk dachten. Operationeel zijn de logistieke processen voor ons identiek. We kunnen het dus eenvoudig voor meer klanten in de nutssector en in andere marktsegmenten inzetten.”

Schuten is zich bewust van de ketenverantwoordelijkheid in de bouwlogistiek: “Om grote stappen te zetten, willen we samenwerken met andere ketenpartners. We zijn momenteel in gesprek met diverse klanten en leveranciers om de transitie verder voort te zetten. Hiermee hopen we op zeer korte termijn een aantal toonaangevende projecten aan onze pilot toe te voegen.”

Footprint

De motivatie om emissievrij transport te realiseren, is volgens Schuten tweeledig. “Ten eerste willen we als Prysmian Group onze carbon footprint reduceren en het SBTi-doel van nul uitstoot in 2050 halen. Daarin willen we bovendien een voorloper zijn, zowel qua implementatie als prestaties.”

De pilot is onderdeel van een corporate strategie waarmee men de uitstoot in de hele waardeketen wil verminderen, dus zowel in producten en productieprocessen als transport. Daarvoor ondersteunt zij de klimaatwetenschappelijk onderbouwde doelstellingen van het Science Based Targets initiatief (SBTi).

Lees ook: Elektrische asfaltspreidmachine legt eerste meters asfalt

22 miljoen voor meer waterstoftankstations

0
22 miljoen uitgetrokken voor meer waterstoftankstations

Het kabinet wil vaart maken met vrachtwagens en ander zwaar verkeer op waterstof. Zij stelt een subsidieregeling in voor meer waterstoftankstations, met bijbehorende vrachtwagens. In eerste instantie wordt hier € 22 miljoen voor uitgetrokken.

“Subsidieregeling voor waterstoftankstations gaat naar verwachting begin 2024 van start”

Heijnen: “Ik zie waterstof als schone brandstof voor met name vrachtwagens erg zitten. Zwaar verkeer kan op waterstof veel kilometers maken, zonder uitlaatgassen. Onze transportsector is ambitieus en ik ook, samen kunnen we tempo maken.”

Subsidieregeling

Met de subsidieregeling wil Heijnen het gebruik van waterstof als brandstof op de weg een impuls geven. Om de klimaatdoelen te halen, wil ze inzetten op meerdere technieken om zonder uitstoot te rijden. Elektrisch met een batterij, of op waterstof. Dat past ook bij Europese regelgeving waar Nederland zich voor heeft ingespannen. Die schrijft voor dat er meer waterstof gebruikt moet worden in de industrie en in de transportsector, en langs de snelweg elke 100-150 kilometer en bij de grote stedelijke knooppunten een waterstoftankstation moet komen, in de hele Europese Unie (EU).

Waterstoftankstations

Er zijn in ons land momenteel veertien waterstoftankstations, die lang niet allemaal zijn ingericht op zware vrachtwagens. Dat er weinig van die stations zijn, vormt een drempel om te investeren in waterstofvrachtwagens. En omdat er weinig vrachtwagens rijden, is het niet aantrekkelijk een waterstoftankstation te openen.

Dit kip-ei-probleem wil Heijnen doorbreken met een subsidieregeling. Subsidie is nodig, omdat investeren in waterstofvrachtwagens of -bussen een stuk duurder is dan in hun broertjes en zusjes op diesel.

De subsidieregeling gaan naar verwachting begin 2024 van start. Kern is dat plannen subsidie krijgen als zowel een tankstation gebouwd wordt, als de bijbehorende vrachtwagens aangeschaft worden. Gemiddeld zo’n 20-25 per tankstation. Dat kan ook in samenwerking tussen partijen. Zo komt vraag en aanbod tegelijkertijd tot stand, en kunnen op steeds meer plekken in het land rendabele waterstoftankstations het levenslicht zien.

Stappen zetten

Bestuursvoorzitter van Transport en Logistiek Nederland Elisabeth Post: “Het is belangrijk en goed dat er geïnvesteerd wordt in de infrastructuur van zero-emissie voertuigen. Dat geldt niet alleen voor batterij-elektrische voertuigen, maar zeker ook voor waterstof-elektrische. Het is dus goed dat IenW helpt om daarin belangrijke stappen te zetten. De komende jaren is de uitdaging om snel verder op te schalen.”

De € 22 miljoen die Heijnen uittrekt voor de subsidieregeling is naar schatting voldoende om op vijf tot tien plekken in het land tankstations met bijbehorende vrachtwagens van de grond te krijgen. Het exacte aantal hangt af van de precieze projectvoorstellen die ingediend worden. Dat is een goed begin, maar er is meer nodig om waterstof grootschalig van de grond te krijgen en de klimaatdoelen te halen. Heijnen verkent daarom de komende periode hoe er meer budget beschikbaar kan komen.

2050

Nederland wil met steeds meer andere landen dat alle nieuwe vrachtwagens vanaf 2040 zonder uitlaatgassen rijden. Daarmee zijn alle vrachtwagens, die gemiddeld ongeveer 10 jaar rondrijden, schoon in 2050. Ondernemers kunnen nu en de komende jaren met subsidie overstappen op een schone vrachtwagen. Het kabinet investeert niet alleen voor transport in waterstof, ook voor de industrie en het verwarmen van woningen zijn er plannen.

Project – Hoofdgebouw Radboudumc Nijmegen

0
Project - Hoofdgebouw Radboudumc in Nijmegen

Het nieuwe hoofdgebouw van het Radboudumc in Nijmegen telt elf verdiepingen en heeft een vloeroppervlak van circa 46.000 m². Het gebouw heeft veel daglicht en uitzicht, die een groene en gezonde zorgomgeving verwezenlijkt.

“Hoofdgebouw Radboudumc bezit het BREEAM-Excellent certificaat”

Aanpasbaar ontwerp

Radboudumc heeft als missie voorop te lopen in het vormgeven van duurzame, innovatieve en betaalbare gezondheidszorg. Daarvoor leent het nieuwe hoofdgebouw zich bij uitstek. Juist ook in samenwerking met recente andere renovaties en nieuwbouw van EGM architecten, is het hoofdgebouw de aanzet tot een groene campus.

De heldere structuur van het hoofdgebouw met strategisch geplaatste ondersteunende en logistieke ruimten, slim aanpasbare audiovisuele punten en de inpassing van technologische innovaties bieden de benodigde indelingsvrijheid voor verschillende specialismen. Dit onderscheidende, adaptieve vermogen is de basis voor een prettig, duurzaam en blijvend gebruik.

Humanisme

De architectuur van het nieuwe hoofdgebouw is een moderne vertaling van de Bossche School-stijl, waarin de karakteristieke eigenschappen van het Radboudumc duidelijk resoneren: het humanisme, de menselijke maat, de verbinding met de natuur en de ‘eigen’, passend bij de plek (couleur locale). De authentieke architectuurvorm ondersteunt de identiteit van het Radboudumc en sluit aan op de bestaande monumentale gebouwen – in Bossche School-stijl – op het campusterrein.

Het ontwerp is afgestemd volgens de ideale maatverhouding, gebaseerd op de gulden snede. Alhoewel enkele verdiepingen de omvang hebben van een voetbalveld, voelt het nergens groot aan; eerder rustgevend en vertrouwd. De maatverhoudingen, een heldere ruimtelijke opbouw en route, dragen daadwerkelijk bij aan het welzijn en de gezondheid van de zorgverleners en patiënten.

Daglicht en uitzicht

Veel daglicht, overal uitzicht op de eigen binnentuin en verrassende doorkijkjes maken elke ruimte prettig. Werken en verblijven in natuurlijk licht – de hele dag door – ondersteunt het bioritme en is cruciaal voor lichamelijk en geestelijk herstel. Het centrale atrium over zeven verdiepingen zorgt voor daglicht in het hart van het gebouw. Volwassen bomen en groene planten halen de natuur naar binnen. De getrapte polipleinen, ontvangstgebieden en het restaurant liggen achter een glazen gevel, die zich in één beweging omvouwd tot glazen kap. Zo wordt de natuur voel- en tastbaar. De dynamische lichtscharkeringen spelen een essentiële rol in het gebouw voor een prettig en gezond verblijfsklimaat.

Duurzaamste ziekenhuis

Het ontwerp voldoet aan de hoogste duurzaamheidseisen en bezit – als eerste universitair medisch centrum in Nederland – het BREEAM-Excellent certificaat. Met ook nog eens de hoogste score van alle ziekenhuizen. Zo heeft het hoofdgebouw een materiaalbesparende constructie, dunne vloervelden, veel prefab-onderdelen, 700 m² zonnepanelen op het dak, een WKO-installatie, waterbesparende maatregelen en verbruikt het geen fossiele brandstoffen. Daarbij is biophilic design toegepast en heeft het Radboudumc de eigen processen en facilitaire inkoop ingericht op basis van duurzaamheid en gezondheid. Alle ontwerpkeuzes en innovaties samen maken van het gebouw het duurzaamste ziekenhuis van West-Europa.

Ontmoetingen

Het hoofdgebouw faciliteert een nieuwe manier van werken en samenwerken: van klassieke afdelingen naar elf centra. Professionals, patiënten en studenten kunnen zich zo nog makkelijker en beter mengen. Dit helpt hen de gezondheidszorg van morgen vorm te geven. Gezellig bijpraten, kennisdelen en inspireren kan in het open restaurant beneden, de pantry’s op de verdiepingen en de overleg-, workshop- en studieruimten op de stafafdelingen.

Specialismen

Het hoofdgebouw biedt onderdak aan de poliklinieken, verpleegafdelingen, stafafdelingen en ook centra als Neurologie, KNO, Oogheelkunde en Interne Geneeskunde. Specialismen die voorheen op afzonderlijke locaties zaten. Op de begane grond zijn de centrale ontvangst en het voorbereidingsplein. De ruime spreek- en onderzoekskamers zijn zo gebouwd dat ze door meerdere specialismen te gebruiken zijn. De verpleegafdelingen beschikken over 150 eenpersoonskamers met grote ramen en eigen sanitair.

Ook is er op de kamer ruimte voor de partner of mantelzorger om te blijven slapen. De kamer is ontworpen voor verschillende gebruiksvormen, afgestemd op stadia van herstel van de patiënt. Ondersteund door een smart hospital-systeem, dat de kamer aanpasbaar maakt naar de wensen van de patiënt. De inrichting op elke afdeling nodigt uit tot meer bewegen: om de gang op te gaan of een bezoek te brengen aan de centrale lounge, een van de kleinere huiskamers of de toegankelijke daktuinen.

Projectgegevens

Radboudumc Hoofdgebouw, Nijmegen
Feiten en cijfers
Omvang 46.300 m² bvo
Ontwerpperiode 2012 – 2018
Opleveringsjaar 2022

Fotografie: Scagliola + Brakkee
De foto’s bij dit artikel zijn op verschillende tijdsmomenten gemaakt en waren ten tijde van productie altijd in lijn met de destijds geldende coronamaatregelen.

Circulaire sloop maakt ruimte voor sociale huurwoningen

0
Odeon - Circulaire sloop maakt ruimte voor 114 sociale huurwoningen

Op de locatie van het historische Odeon in de Gouvernestraat in Rotterdam komen 114 nieuwe huurwoningen. De circulaire sloop en bouw zorgt voor extra sociale huurwoningen met daarbij een fijne differentiatie door het toevoegen van midden huur en een klein aantal vrije sector huurwoningen.

“Veel bruikbare en historische materialen van Odeon krijgen een 2e leven”

Er is lang over de definitieve planvorming gesproken waarbij in eerste instantie gekeken is naar renovatie van het oude pand. Maar door de te slechte funderingscondities is uiteindelijk gekozen voor circulaire sloop waarbij met respect voor de historie het oude gebouw is ontmanteld.

Zo zijn de oude lichtbakken van Odeon geschonken aan het Wereld Museum in Rotterdam. Daarnaast is het hekwerk door Woonstad en A. van Liempd Sloopbedrijven gedoneerd aan het Dierenhof, de kinderboerderij die in Wijkpark het Oude Westen zit.

Veel bruikbare en historische materialen zijn bij de circulaire sloop bewaard gebleven en zullen dan ook een tweede leven krijgen via Gebruiktebouwmaterialen.com.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Nieuw woongebouw

Ook is de sloop van het oude wijk- en kindercentrum van Odeon gestart. Hier wordt een nieuw woongebouw gebouwd. In totaal komen hier 114 nieuwe woningen en een kinderdagverblijf. Ongeveer de helft van de nieuwe woningen worden sociale huurwoningen.

Daarnaast komen er woningen in de middenhuur en een klein aantal duurdere vrije sector huurwoningen. De voormalige bewoners uit Odeon die terug willen keren hebben voorrang op een woning in het nieuwe woongebouw.

Start sloop

De circulaire sloop is eerder dit jaar gestart en de nieuwbouw start halverwege 2023 met doorloop tot en met december 2024. De komende weken zullen de laatste sloopwerkzaamheden plaatsvinden. Sloopbedrijf A. van Liempd hoopt eind 2022 met de sloop klaar te zijn.

Variabele aanpak verduurzamen bestaande huurwoningen met Fits

0
Productserie Fits variabele aanpak voor verduurzamen van bestaande huurwoningen

Met de productserie Fits kan BAM Wonen op een rendabele manier bestaande huurwoningen versneld verduurzamen. Met de producten van Fits worden bewoonde rijwoningen in één keer of in stappen gasloos gemaakt.

“Met Fits kan de netto-warmtevraag van rijwoningen worden gereduceerd tot onder de EPV-grens”

De variabele aanpak biedt woningcorporaties en vastgoedbeleggers keuzes in het investeringsniveau, het financieringsprincipe, de techniek, het onderhoud én de uitstraling. Het resultaat: versneld een haalbare en betaalbare oplossing voor het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad.

Nul-op-de-meter

BAM Wonen beschikt als enige bouwpartner over het volledige NOM keur. Maar in één keer verduurzamen naar nul-op-de-meter (NOM) is niet in alle gevallen haalbaar, rendabel of wenselijk. Daarom komt BAM Wonen nu met de variabele productserie Fits.

Met Fits verduurzaamt de opdrachtgever in zijn eigen tempo, in één keer of in stappen, zijn bestaande rijwoningen naar een netto-warmtevraag lager dan 50 kWh/m2/per jaar.

Variabele verduurzamingsoplossing

De productieserie Fits bestaat uit DakFit, Muurfit, RaamFit, VloerFit en EnergieFit. Elke Fit biedt de opdrachtgever keuzes in hoogwaardige en duurzame toepassingen voor de gewenste netto-warmtevraag. Vanzelfsprekend biedt Fits natuurinclusieve en circulaire oplossingen. De producten van Fits kunnen ook gefaseerd toegepast worden.

Dinant te Brinke, directievoorzitter BAM Wonen: “We hebben goed naar de verduurzamingswensen van onze klanten geluisterd. Vandaar dat we nu meer variaties én een gefaseerde aanpak bieden om huurwoningen gasloos te maken. Gezien de stijgende energiekosten is verduurzamen actueler en urgenter dan ooit.”

EPV-grens

BAM Wonen kan met Fits de netto-warmtevraag van rijwoningen reduceren tot onder de EPV-grens. Zelfs zonder het plaatsen van een voorzetgevel. Voor opdrachtgevers ontstaat dan de mogelijkheid om een energieprestatievergoeding (EPV) of servicekosten voor de nieuwe installaties te vragen.

Daarnaast zijn de onderhoudskosten bij Fits vooraf bekend, zodat de initiële investering afgewogen kan worden tegen de verlengde exploitatieduur van de rijwoningen. Bovendien geeft BAM Wonen een prestatiegarantie af aan de opdrachtgever en zijn huurders.

Meer informatie: BAM Wonen

Langs de N-H snelwegen wordt straks energie opgewekt

0
Langs de Noord-Hollandse snelwegen wordt straks energie opgewekt

Het Rijk, de provincie en de gemeenten willen graag duurzame energie opwekken langs snelwegen in Noord-Holland. Het gaat om de snelwegen A9, A5, A22 en noordelijke gedeelten van de snelwegen A1 en A2.

“Langs de Noord-Hollandse snelwegen is een oppervlakte van 1.000 voetbalvelden beschikbaar”

In het komende jaar onderzoeken Rijkswaterstaat, de provincie Noord-Holland, de 12 omliggende gemeenten (Alkmaar, Heiloo, Castricum, Uitgeest, Heemskerk, Beverwijk, Velsen, Haarlemmermeer, Amsterdam, Amstelveen, Ouder-Amstel, Diemen) en Liander gezamenlijk welke mogelijkheden hiervoor zijn. Dat hebben de publieke partijen afgesproken in de intentieverklaring die zij hebben ondertekend.

Klimaatdoelen

Door het ondertekenen van de intentieverklaring is Noord-Holland weer een stapje dichterbij het bijdragen aan de klimaatdoelen. In 2030 moet zeventig procent van de elektriciteit uit hernieuwbare bronnen komen, zoals wind- en zonne-energie.

De hiervoor benodigde ruimte is daarbij in Noord-Holland, net als in de rest van Nederland, een grote uitdaging. Daarom werken regionale en lokale partijen in Noord-Holland samen aan de Regionale Energiestrategie. Deze beschrijft hoe en waar duurzame elektriciteit met zonne- en windenergie kan worden opgewekt. Het beschikbaar stellen van ruimte langs snelwegen is daar onderdeel van.

Zonnepanelenveld in Flevoland

Vanaf het voorjaar 2022 is er een vooronderzoek gedaan naar hoe geschikt de ruimte langs snelwegen in Noord-Holland is. Hieruit blijkt zo’n 694 hectare potentieel beschikbaar voor het opwekken van energie, dat is een oppervlakte van bijna duizend voetbalvelden. Het gaat dan om zijbermen en aansluitingen, geluidsschermen en naastgelegen open stukken grond.

De volgende stap is dat de kansrijke locaties beter worden onderzocht, waarbij goede communicatie en betrokkenheid met omwonenden een grote rol speelt. De verwachting is dat het onderzoek een jaar in gaat duren en eind 2023 wordt afgerond.

OER-Programma

Het onderzoek gebeurt in het kader van het OER-Programma (Opwek van Energie op Rijksvastgoed). Met dit rijksbrede programma stelt het Rijk haar vastgoed beschikbaar voor de ontwikkeling van hernieuwbare energie. Dit gebeurt wanneer gemeenten en provincies hier een verzoek voor doen.

Er worden al een aantal pilotprojecten in Nederland uitgevoerd. Zo kan er ervaring worden opgedaan in hoe je het opwekken van energie langs snelwegen het beste kunnen aanpakken. In Noord-Holland is eerder een pilotproject gestart langs de snelweg A7, bij 4 knooppunten: Wognum, Abbekerk, Medemblik en Middenmeer. Met deze pilot wordt gekeken naar de kosten van energieopwekking, inpassing in het landschap en verkeersveiligheid.

Lees ook: Zonnepanelen in de weg nu ook op rijksweg getest 

Langeveld Building, duurzaam onderwijsgebouw Erasmus Universiteit

0
Langeveld Building - duurzaam onderwijsgebouw voor de Erasmus Universiteit

De Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) is een onderwijsgebouw rijker. Het Langeveld Building is een van de meest duurzame onderwijsgebouwen in Nederland volgens BREEAM.

“In het Langeveld Building wordt 85 procent minder energie verbruikt dan met een traditioneel ventilatiesysteem”

Met als thema ‘Building the future’ opende de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) op donderdag 10 november 2022 het nieuwe Langeveld Building, vernoemd naar hoogleraar Emancipatievraagstukken Henny Langeveld (1926-2004).

Dit multifunctionele onderwijsgebouw is een van de meest duurzame onderwijsgebouwen in Nederland volgens BREEAM, ’s werelds meest toonaangevende duurzaamheidsbeoordelingsmethode.

Innovatief ventilatiesysteem

Zowel de EUR als opdrachtnemer BAM Bouw en Techniek hebben lef getoond en een maximale inspanning geleverd om de duurzaamheidsambities van de universiteit waar te maken.

Het gebouw, ontworpen door Paul de Ruiter Architects, onderscheidt zich door een innovatief en revolutionair ventilatiesysteem waarbij de wind en zonnewarmte de drijvende krachten zijn.

Kenmerkend is de groene studieomgeving en de houten boomhut in het atrium. Door de natuur naar binnen te halen creëert de universiteit een omgeving die bijdraagt aan het welzijn en de gezondheid van studenten en docenten.

Flexibel gebouw

De duurzaamheidsambities van dit project zijn groot. Zo wekt het gebouw zijn eigen energie op, heeft het een innovatief ventilatiesysteem waarmee 85 procent minder energie wordt verbruikt dan een traditioneel ventilatiesysteem, is het klimaatbestendig en flexibel in te zetten voor alle vormen van toekomstig onderwijs.

In het ontwerp komen tevens de groene en natuurlijke elementen terug en is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van gerecyclede materialen. Dit heeft geresulteerd in een BREEAM- outstanding certificering. Slechts minder dan 1% van de gebouwen in Nederland hebben deze topkwalificatie volgens ’s werelds meest toonaangevende duurzaamheidsbeoordelingsmethode.

Uitdagende marktvraag

Het ventilatiesysteem in Langeveld Building is revolutionair en is het resultaat van de aanbesteding waarin Erasmus Universiteit Rotterdam de markt uitdaagde om innovatieve oplossingen te bedenken in het kader van haar duurzaamheidsdoelstellingen.

De drijvende kracht achter het ventilatiesysteem zijn de natuurkrachten zon en wind die zorgen dat er op natuurlijke wijze veel frisse lucht in het gebouw aanwezig is. Nog niet eerder is dit systeem in een onderwijsgebouw toegepast. EUR koos, na zorgvuldig afweging van de voordelen en de risico’s, bewust voor dit systeem, dat zeer energiezuinig is en zorgt voor een gezond en behaaglijk binnenklimaat in het gebouw.

Bouwteam

Opdrachtnemer BAM Bouw en Techniek realiseerde de nieuwbouw in samenwerking met Paul de Ruiter Architects, Buro Harro landschapsarchitect, Halmos Adviseurs en LBP|SIGHT. BAM Advies en Engineering berekende de constructieve uitwerking. abcnova verzorgde namens de opdrachtgever het project- en contractmanagement.

Foto’s: Eric Fecken.

Veel geld voor goede bereikbaarheid woonwijken

0
Veel geld voor goede bereikbaarheid nieuwe woonwijken

Het kabinet heeft in het coalitieakkoord 7,5 miljard euro vrijgemaakt voor een goede bereikbaarheid van nieuwe woonwijken bereikbaar te maken.

Goede bereikbaarheid: “1,1 miljard extra voor de doorstroming op Rijkswegen”

Het gaat om Rijksinvesteringen in infrastructuur voor het openbaar vervoer (4 miljard euro), de auto (2,7 miljard euro) en de fiets (780 miljoen euro). Het gaat zowel om nieuwe spoorlijnen, wegen en fietspaden, als om de verbetering en verdere ontwikkeling van bestaande verbindingen.

Een deel van het geld gaat naar grote infrastructurele projecten, en een deel naar het versnellen van gemeentelijke en provinciale mobiliteitsmaatregelen bij nieuwe woningbouwprojecten. Er zijn veel onzekerheden, onder andere vanwege stikstof.

Bereikbaarheid Nederland

Maar het kabinet wil door blijven werken aan de bereikbaarheid van Nederland. Het doel is goede bereikbaarheid en ontsluiting van 400.000 nieuw te bouwen woningen tot en met 2030. Bij alle plannen is expliciet de keuze gemaakt dat woningbouw en infrastructuur veel meer hand in hand worden gerealiseerd.

Minister Harbers ((Infrastructuur en Waterstaat): “Nieuwbouw en bestaande woningen moeten goed bereikbaar zijn. Daarbij is een rotonde of een verbindingsweg in je eigen buurt erg belangrijk om fijn te kunnen wonen en daarom investeren we daarin. Maar ook goede doorstroming op de ringen rond grote steden en snelwegen, zodat je daar en ook op de wegen er omheen kunt doorrijden. Dit is van groot economisch belang en zorgt dat de supermarkt kan worden bevoorraad. “

Staatssecretaris Heijnen (Infrastructuur en Waterstaat): “We kiezen voor flinke investeringen in het openbaar vervoer en de fiets. Hiermee zorgen we dat door heel het land woningen op een duurzame manier bereikbaar worden. We kiezen niet alleen voor investeringen in de Randstad, maar juist ook in de regio. Zo zorgen we er bijvoorbeeld voor dat scholieren en studenten vanuit de Achterhoek met de trein makkelijker en sneller bij hun opleiding in Arnhem kunnen komen en maken we een nieuwe woonwijk in Groningen goed bereikbaar met het openbaar vervoer.”

(Lees verder onder de afbeelding.)

Minister De Jonge (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening): “Tot en met 2030 hebben we 900.000 woningen te bouwen. Om dat voor elkaar te krijgen, moeten we zorgen dat die nieuwe woningen bereikbaar zijn. Met het openbaar vervoer, met de auto of de fiets. Met deze 7,5 miljard doet het kabinet daarin een forse investering. Zes miljard voor de 17 grootschalige woningbouwlocaties, anderhalf miljard in de versnelling van 105 projecten. Binnenstedelijk en buitenstedelijk, binnen de randstad en in de regio. Van Oldambt tot Goes, van Kampen tot Sliedrecht. In het hele land zal gebouwd moeten worden.”

Stikstof

Door stikstofproblematiek, maar ook door stijgende prijzen en een tekort aan personeel zijn de uitvoering en oplevering van veel projecten onzeker. Harbers, Heijnen en De Jonge vinden het desondanks belangrijk tempo te maken en te blijven werken aan bereikbaarheid en woningbouw. Mensen moeten ergens wonen en hun huis dan ook goed kunnen bereiken. Het bestaande netwerk mag door huizenbouw niet dichtslibben. Het kabinet werkt hard aan oplossingen voor de stikstofproblematiek zodat de natuur kan herstellen en investeringen in wegen en sporen kunnen doorgaan.

Doorstroming hoofdwegen en ringwegen

Het kabinet investeert 1,1 miljard extra in de doorstroming op Rijkswegen. Hiervan wordt 801 miljoen euro uitgegeven aan het uitbreiden van wegcapaciteit op bestaande knelpunten en bij grote nieuwbouwlocaties. 300 miljoen euro wordt besteed aan mobiliteitsmaatregelen, zoals verkeersmanagement, op de ringwegen van Eindhoven, Rotterdam/Den Haag, Utrecht en Amsterdam

Investeringen Zuid-Holland

In Zuid-Holland wordt in totaal €1,566 miljard in de verbetering van het spoor en de stations tussen Leiden en Dordrecht geïnvesteerd. Eerder kreeg het project “Oude Lijn” al 1 miljard euro uit het Groeifonds toegekend. Tot 2040 worden langs of vlakbij het spoor in onder meer Leiden, Dordrecht, Den Haag, Schiedam en Rotterdam 77.000 woningen gebouwd.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Investeringen Zeeland

Met de Provincie Zeeland is afgesproken te verkennen welke mogelijkheden er zijn voor een innovatief en duurzaam mobiliteitssysteem. Hierbij zijn de combinatie van een flexibel OV-netwerk met een multimodaal fijnmazig netwerk het uitgangspunt, zodat het totale mobiliteitsaanbod voor de inwoners van de provincie Zeeland wordt verbeterd.

Investeringen Noord-Holland

In de regio Amsterdam hebben Rijk en regio een omvangrijk pakket aan afspraken gemaakt voor het doortrekken van de Noord/Zuidlijn naar Hoofddorp en het sluiten van de kleine metroring tot Hemknoop. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt over het realiseren van project Zuidasdok. Dankzij de afspraken kan station Amsterdam Zuid zich doorontwikkelen tot een internationaal belangrijk treinstation en ontstaat er meer ruimte op het spoor voor treinen naar alle delen van Nederland.

Investeringen Limburg

Het risico op overstromingen zoals in de zomer van 2021 in Limburg, moet verder worden aangepakt. Daarom investeert IenW in de waterveiligheid van rivieren. Het is verstandig om tegelijkertijd andere wateropgaven mee te nemen, zoals het verbeteren van de waterkwaliteit en de bevaarbaarheid. De investeringen op dit gebied gaan met name naar de provincie Limburg.

Zo wordt 28,8 miljoen euro uitgetrokken voor het project Venlo-Vierwaarden, waar dijken worden versterkt en rivieren worden verruimd. Ook wordt het stroomgebied van de Maas tussen Eijsden, Maastricht en de monding van de Geul aangepakt: het Rijk stelt 60 miljoen euro beschikbaar voor de rivierverruimingsopgave, de regio’s leggen bij om natuurdoelen te behalen en stadsontwikkeling te bevorderen.

Investeringen Brabant

Eindhoven en Helmond bouwen de komende jaren veel huizen in de omgeving van de treinstations. Om te zorgen dat nieuwe en huidige bewoners goed van A naar B kunnen komen investeert het kabinet 802 miljoen euro in de bereikbaarheid van de Brainportregio Eindhoven. Het gaat om een verkenning naar een multimodale knoop met genoeg ruimte voor het groeiende aantal reizigers met bus, fiets en trein. Voor het spoor moet dit leiden tot een goede dienstregeling met capaciteitsuitbreiding voor verbetering van de verbindingen met Limburg en met Aken. Ook een aparte busbaan waar bussen snel van en naar Veldhoven kunnen rijden maakt onderdeel uit van dat plan.

Investeringen Groningen

In de stad Groningen wordt op een oud fabrieksterrein van een suikerfabriek een nieuwe woonwijk en campus ontwikkeld waar 5000 woningen komen te staan. Het ministerie van IenW reserveert in totaal € 88,6 miljoen voor de ontwikkeling en bouw van een nieuw trein- en busstation.

Investeringen Gelderland

In de provincie Gelderland investeren Rijk en provincie samen 150 miljoen in de RegioExpres. Met dit bedrag kan het spoor tussen Arnhem en de Achterhoek worden aangepast – waaronder verdubbeling van het spoor tussen Didam en Doetinchem De Huet – waardoor er vaker en snellere treinen kunnen rijden. De reistijd tussen Winterswijk en Arnhem wordt zo verkort met 13 minuten en voor overstappers op een IC-verbinding naar de Randstad kan de reistijdwinst zelfs oplopen tot 26 minuten. De RegioExpres moet eind 2026 gaan rijden.

Investeringen Overijssel

In Overijssel wordt het spoor tussen Enschede en Münster geëlektrificeerd. Dat is een belangrijke stap voor het waarborgen van een internationale verbinding tussen Zwolle en Münster. En daarmee op weg naar betere spoorverbindingen tussen Nederland en Duitsland. Het Rijk investeert 30 miljoen.

Investeringen Utrecht

In Utrecht wordt de volgende stap gezet in het onderzoek naar de Merwedelijn. De nieuwe tramlijn moet tussen Utrecht Centraal en Nieuwegein Centrum komen te liggen en er wordt onderzocht of de tram deels ondergronds kan lopen. De verbinding maakt extra woningbouw mogelijk in heel Utrecht Zuidwest.