Home Blog Pagina 131

Innovatie Kwartier Den Bosch in ontwikkeling

0
Innovatie Kwartier (IKDB) in Den Bosch ontwikkeld door AM-Coebax

Ontwikkelcombinatie gebiedsontwikkelaar AM-Coebax is geselecteerd om samen met de gemeente ’s-Hertogenbosch het Innovatie Kwartier Den Bosch (IKDB) te ontwikkelen.

“Innovatie Kwartier wordt een werk-, innovatie- en woondistrict, gericht op data en ICT”

De Bossche economie kent relatief veel banen in de data en ICT. De gemeente versterkt de regionale data-economie door het bouwen aan lokale ecosystemen en het stimuleren van kennisuitwisseling en ondernemerschap.

De fysieke uitwerking daarvan vindt plaats in de noordelijke Spoorzone; het Innovatie Kwartier Den Bosch. De ontwikkelpotentie is circa 80.000 m² programma, met ruimte voor werken, leren, wonen en voorzieningen.

Toekomstbestendig

Marcel Janssen, Senior Ontwikkelingsmanager AM: “Met het realiseren van een toekomstbestendig Innovatie Kwartier geven we een enorme impuls aan het gebied én de stad als geheel. Vanuit een langjarige betrokkenheid en samenwerking maken wij ons hard voor een inspirerend, innovatief en duurzaam IKDB.”

AM-Coebax

AM-Coebax is als partner voor het IKDB geselecteerd omdat zij de ambities en visies van de gemeente heeft vertaald naar een vernieuwend toekomstbeeld. Zo wordt nadrukkelijk de verbinding gezocht tussen de binnenstad, het onderwijs en de toekomstige bedrijven die zich in het IKDB gaan vestigen.

Daarnaast blijft het niet bij alleen ontwikkelen en bouwen, het team zet in op een langjarige betrokkenheid bij IKDB. Hoe dit vorm krijgt wordt aan de hand van het haalbaarheidsonderzoek verder bepaald en uitgewerkt.

Wim Boers, Founder/Directeur Coebax: “AM-Coebax steunt Den Bosch in haar doorontwikkeling naar een succesvolle datastad. Daarvoor is een hoogwaardig IKDB essentieel, met een duurzaam en inspirerend ecosysteem voor innovators. We kijken ernaar uit om samen een toekomstbestendig IKDB te realiseren!”

Verdere ontwikkeling

Komende periode gaan de gemeente en AM-Coebax samen de contouren van het plan schetsen. Over een aantal maanden worden vervolgens concrete afspraken gemaakt over de verdere ontwikkeling van het IKDB.

In die fase worden toekomstige gebruikers van het gebied en bewoners van de omliggende buurten op verschillende momenten betrokken.

Ralph Geers, Wethouder Economie, Leefomgeving & Milieuzaken: “Om toonaangevende bedrijven in data en ICT te trekken zijn goede faciliteiten, een uitdagend en uitnodigend gebied nodig. AM-Coebax levert als ontwikkelaar meerwaarde door lokale kennis en kennis van communityvorming rond data en ICT te verbinden met vastgoedontwikkeling en langjarige betrokkenheid”.

Tender windpark op zee Hollandse kust gewonnen

0
Tender windpark op zee Hollandse kust gewonnen door Oranje Wind Power II

De winnaar van de vergunning voor een van de twee windparken in het gebied Hollandse Kust (west) is Oranje Wind Power II, een dochteronderneming van RWE AG.

Het betreft de vergunning voor de bouw en exploitatie van het windpark Hollandse Kust (west) kavel VII, een van de twee nieuwe windparken in de Noordzee in 2026. Hierbij worden nieuwe innovaties toegepast.

Het windenergiegebied Hollandse Kust (west) – HKW – ligt ruim 50 kilometer uit de Nederlandse kust. Binnen dit windenergiegebied liggen twee kavels: HKW VI en HKW VII. Voor de vergunningen voor de bouw en exploitatie schreef de overheid dit voorjaar een tender uit. Het windpark HKW VII wordt zonder subsidie gerealiseerd. Nieuw aan de tender is dat partijen een financieel bod konden uitbrengen en dat zij innovatieve plannen maken op het gebied van systeemintegratie.

Integratie energiesysteem

Naast de productie van elektriciteit heeft het kabinet partijen uitgedaagd om oplossingen te bedenken om alle opgewekte elektriciteit goed te integreren in het Nederlandse energiesysteem. Dit betekent onder andere dat – wanneer er bij veel wind meer elektriciteit wordt opgewekt dan op dat moment nodig is – dit een bestemming krijgt.

Oranje Wind Power II heeft diverse plannen hiervoor, waaronder 600 MW elektrolysers (productie groene waterstof) op land, 225 MW aan e-boilers voor stadsverwarming en industriële toepassingen, batterijen en drijvende zonne-energie op zee.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Minister Rob Jetten: “Dit windpark zal goed zijn voor zo’n zes procent van het huidige elektriciteitsverbruik in Nederland, rond de 1 miljoen huishoudens. Windenergie is daarnaast erg belangrijk voor bedrijven en de industrie dat steeds meer de fossiele brandstoffen en grondstoffen vervangt door elektrische toepassingen. Zo zetten we weer een concrete stap in het doel naar 21GW rond 2030.”

21 GW 2030

Alle geplande windparken op zee samen zullen rond 2030 voorzien in circa 75 procent van de huidige elektriciteitsbehoefte. Het kabinet heeft de ambitie voor windenergie op zee verhoogd naar 21 GW rond 2030. Momenteel is circa 2,5 GW windenergie op zee volledig in bedrijf genomen en is een aantal windparken in aanbouw of vergund.

Het eerstvolgende windpark dat zal worden vergund is IJmuiden Ver (4 GW). In de routekaart Windenergie op Zee 2030 staat voor de periode 2024 – 2030 beschreven hoe en wanneer de aangewezen windenergiegebieden worden ontwikkeld tot windparken.

Lees ook: Productie groene stroom met 40 procent gestegen

Comfortabel klimaat voor Ampt van Nijkerk

0
Comfortabel klimaat voor Ampt van Nijkerk, STULZ ClimaPac

STULZ, partner voor klimaatbeheersing, voorzag het restaurant van het Golden Tulip-hotel Ampt van Nijkerk van een grid met luchtbehandelingskast inclusief warmtepompen. Eric Veltman: “Die installatie is plug & play, alles is vooraf gemonteerd en ingeregeld. De installateur heeft er geen omkijken naar.”

Iedereen moet mee in de energietransitie. Als hotel zijnde is het zaak om goed te kijken naar de installaties, zodat je deze op een op een natuurlijk moment kunt vervangen. Het Golden Tulip hotel Ampt van Nijkerk zette recentelijk een flinke duurzame stap.

Het aan de rand van de Veluwe gelegen hotel verwelkomt jaarlijks vele gasten. Het hotel heeft 110 kamers, zestien multifunctionele zalen en faciliteiten als zwembad, sauna en solarium en sinds kort een nieuw restaurant. Met de torenhoge gasprijzen kun je je energiehuishouding maar beter op goede orde hebben.

Inhaalslag

De directie van Ampt van Nijkerk besloot onlangs om het restaurantgedeelte uit te breiden. STULZ-accountmanager Eric Veltman: “Het restaurant is uitgebreid met een grote glazen serre en telt nu zo’n driehonderd vierkante meter. Voor het restaurant werd een andere manier van koelen en verwarmen gezocht. Comfort voor de gasten is hier natuurlijk essentieel. Het mag niet te warm of te koud zijn en tocht is al helemaal uit den boze.”

Gasloos

Voorwaarde van de opdrachtgever was dat ze niet meer afhankelijk zouden zijn van aardgas. Ampt van Nijkerk benaderde Klimaplan Klimaattechniek voor een elegante oplossing. Die werd in overleg met STULZ gevonden in een luchtbehandelingskast (lbk) inclusief warmtepompen. Een plug-and-play oplossing voor koelen, verwarmen en ventileren.

Veltman: “We hebben hier de ClimaPac Compact-range ingezet. Deze bestaat uit een unit die op een zelfdragend frame is gemonteerd. Er zijn twaalf modellen lbk’s met luchthoeveelheden van 1.500 m3 tot 14.100 m3. Dus voor ieder project kunnen we maatwerk leveren.”

Als er een bestelling voor de Compact-range binnenkomt worden de componenten alvast klaargezet in de werkplaats in Hoofddorp. “Als het frame binnenkomt wordt alles op het frame gezet, samengebouwd, aangesloten, uitgetest en getransporteerd naar het project.”

Comfortabel klimaat voor Ampt van Nijkerk

Ontdooicyclus warmtepomp

De thermisch onderbroken systeembehuizing is samengesteld uit een aluminium frame en dubbelwandige panelen. Er wordt gebruik gemaakt van twee Mitsubishi Heavy Industries warmtepompen. Veltman: “Dit omdat een warmtepomp soms in een ontdooicyclus moet draaien en dan is er altijd een back up. Regeltechnisch hebben we in de fabriek in Madrid de communicatie tussen de toerengeregelde warmtepompen en de lbk afgestemd en geoptimaliseerd.”

Veel glas

Het restaurant in Nijkerk heeft veel glas, luchtbehandeling voor een optimaal comfort is dan ook essentieel. “De lbk zorgt voor de luchtverversing en de warmtepompen voor de verwarming en de koeling. De naregeling wordt gedaan door een vrf-systeem met cassette-units in het plafond. Er wordt met een graad of 18 ingeblazen en als dat niet voldoende is, koelt of verwarmt het vrf-systeem vanzelf bij.”

Plug and play

De eenvoudige handleiding was voor installateur Klimaplan de reden om voor ClimaPac Compact-range van STULZ te kiezen. De lbk wordt aangesloten op het kanaalwerk met een voeding erop. De regelaars zijn vooraf ingesteld zodat er niet achteraf een in bedrijfstelling noodzakelijk is. “In basis kan de knop worden omgedraaid, de warmtepompen worden vrijgegeven en het systeem draait.”

Voorraden

Waar veel leveranciers kampen met het tijdig leveren van warmtepompen of luchtbehandelingskasten, is daar bij STULZ weinig van te merken. Veltman: “Begin vorig jaar is de beslissing genomen om een grotere voorraad aan te leggen. We kunnen jaren voorruit. En het maakt niet uit of een grid CO2-gestuurd moet zijn of er demping voor geluid nodig is. Alles is mogelijk.”

Frisse Scholen

De ClimaPac Compact-range vindt inmiddels ook veelvuldig zijn weg naar het Schooldomein. Voorwaarde voor een Frisse School is een laag energiegebruik en een gezond binnenmilieu. Er wordt gekeken naar de thema’s: energie, luchtkwaliteit, temperatuur, licht en geluid.

Scholen maken hierbij gebruik van Het Programma van Eisen (PvE) Frisse Scholen 2021. Hierbij worden de eisen in het Bouwbesluit op 1 januari 2021 gehanteerd. Eric Veltman: “Bij de frisse scholen zijn er veel eisen met betrekking tot filters en CO2-concentratie in de klas. Met sensoren meten we de CO2 in het retourkanaal. De installatie acteert hierop en zorgt voor een perfect binnenklimaat.”

Beperking van geluid is belangrijk in Frisse Scholen. Je hebt te maken met geluid wat het gebouw ingaat als omgevingsgeluid. Daarom wordt er gebruik gemaakt van geluidsdempers voor de kanalen. Veltman: “Je moet soms terug tot 35 dB en dat is bijzonder laag voor dit soort installaties. Maar voor de Compact-range is dat geen probleem.”

Infrarood- en stralingspanelen in de woningbouw

0
Kleintje Infraroodpanelen als hulp in de moderne woningbouw

Het nieuwe ‘ISSO Kleintje Infraroodpanelen, elektrische stralingsverwarming’, biedt actuele kennis over de toepassing van infraroodpanelen en elektrische stralingsverwarming.

“Bij gebruik van infraroodpanelen moet je goed nadenken over een goede kierdichting en na-isolatie”

Elektrische stralingsverwarming is in opkomst. Soms wordt deze verwarming ingezet als alternatief voor centrale verwarming met watergevoede systemen, zoals radiatoren en vloerverwarming.

Het nieuwe Kleintje biedt de vakman in zo’n geval veel actuele kennis over de toepassing van infraroodpanelen en elektrische stralingsverwarming.

All-electric uitgangspunt

In de moderne woningbouw is all-electric steeds vaker het uitgangspunt. Dat wil zeggen dat de klimaatinstallatie uitsluitend met elektriciteit wordt gevoed. Om die reden kijkt men steeds kritischer naar het klimaatsysteem en overweegt de ontwerper om weinig gebruikte ruimtes niet meer op een centraal verwarmingssysteem aan te sluiten. In dat geval kiest hij of zij voor lokale verwarming en niet zelden zijn dit elektrische infraroodpanelen.

Randvoorwaarden

“In de basis een slimme keuze”, zegt Dennis van der Kooij, “maar er zijn wel veel randvoorwaarden die bij de keuze en installatie komen kijken.” Kortom, er is behoefte, zo blijkt ook uit onderzoek, aan goede richtlijnen voor toepassing, het benodigde vermogen en hoe dit vermogen over de ruimte(n) te verdelen.

“Met dit ISSO Kleintje helpen we de markt bij het maken van al dergelijke keuzes en geven we handvatten voor het kiezen van de juiste plek en het installeren van de IR-panelen.”

Over de publicatie

Aan bod in deze publicatie komen onderwerpen als goed dimensioneren, de optimale regeling, de comfortbeleving van elektrische infraroodverwarming en vooral hoe en wanneer je deze toepast. De wettelijke eisen die gelden voor verwarming met IR-panelen worden ook besproken.

Wie elektrische infraroodpanelen als verwarmingssysteem voor ruimten toepast, krijgt wel te maken met speciale randvoorwaarden. Zo is minimaal een goede kierdichting en na-isolatie bij renovatietoepassingen nodig.

Randvoorwaarden

Als men aan deze randvoorwaarden voldoet, levert elektrische IR-verwarming veel voordelen op. Dit zijn bijvoorbeeld lage aanschaf- en installatiekosten, weinig ruimtebeslag, nagenoeg geen onderhoud, snelle responstijd en vrijwel geen systeemverliezen.

Nadelen zijn er ook, bijvoorbeeld de potentieel hogere energielasten en de toenemende druk op het elektriciteitsnet door een hogere piekbelasting.

Dit ISSO Kleintje behandelt de toepassing van elektrische IR-panelen in woningen, kantoren en vergelijkbare situaties. De kennis is niet bedoeld voor industriële toepassingen.

Betaalbaar, biobased bouwen voor zorg, aan Grote Kreek Rotterdam

0
Betaalbaar, biobased bouwen voor de zorg aan de Grote Kreek in Rotterdam

Het eerste door Urban Climate Architects ontworpen volledig in CLT uitgevoerde zorggebouw van Nederland wordt gerealiseerd aan de Grote Kreek in Rotterdam. Om dit feestelijk te vieren is recentelijk een eerste sneak preview gegeven.

“Als we alle gebouwen zouden bouwen zoals hier bij de Grote Kreek is er geen stikstofprobleem voor de bouw”

De Rotterdamse wethouder voor klimaat, bouwen en wonen Chantal Zeegers, regiodirecteur van het Leger des Heils Gert Jan Freeke en directeur bedrijfsvoering Regina Broeze-Mateovics mochten hierbij symbolisch de eerste constructieve schroeven in het houten casco draaien.

Mijlpaal

Samen met Egbert van den Bergh, directeur bij VIOS vastgoed en Gert Jan Freeke gaf Dennis Hauer, architect directeur bij Urban Climate Architects nog een toelichting over de totstandkoming van dit unieke project wat een nieuwe standaard zet in het betaalbaar, biobased bouwen voor de zorg. Samen met de toekomstige bewoners van het complex is deze mijlpaal feestelijk ingeluid.

Download het inspratieboek hout en woningbouw 

Houten casco

Waar twee weken geleden nog alleen een beganegrondvloer lag, staat nu al een groot deel van het houten casco overeind. Voor het eind van het jaar is het gebouw wind en waterdicht, en voor de zomer van 2023 zal de 2400m2 grote opvanglocatie met 50 zorgunits en dagbesteding, gericht op bewoners die zorg en begeleiding krijgen van het Leger des Heils, de deuren kunnen openen.

Het project wordt gekenmerkt door een hoge innovatieve- en duurzaamheidsambitie. Zo is de volledig massief houten draagconstructie (CLT) volledig demontabel en wordt een hoog percentage biobased- en circulaire materialen toegepast, waaronder houten geveldelen van Nederlands loofhout.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Nieuwe normaal

Het gebouw slaat ongeveer 570.000 kg CO2 op in de toegepaste houtproducten. Dat is vergelijkbaar aan de uitstoot van bijna vijf miljoen km aan uitlaatgassen van een auto. En is vergelijkbaar aan het elektriciteitsverbruik van 634 huishoudens per jaar!

Het gebouw wordt zeer energiezuinig en het grootste deel van de resterende energievraagvraag wordt op locatie opgewekt. Ook wordt aandacht besteed aan de inrichting van de aangrenzende publieke ruimte zodat het gebouw ook iets terug doet voor de wijk, en wordt door middel van groene gevels en een groene terreininrichting tevens bijgedragen aan het bieden van onderdak voor plant en dier.

Dennis Hauer: “Dit project is voor ons het nieuwe normaal. Als we alle gebouwen in Nederland op deze wijze zouden bouwen is er geen stikstofprobleem voor de bouw. Wij zien dat het kan. We willen ook niet anders meer bouwen en dagen iedereen uit om dit ook te doen.”

Meer informatie: Urban Climate Architects

9.500 woningen erbij door transformaties – lager dan voorgaande jaren

0

In 2021 zijn er 9.500 woningen ontstaan uit transformaties van niet-woningen, zoals kantoren en winkels. Dit is het laagste aantal in zeven jaar. Terwijl het aantal transformaties in kantoren en winkelpanden toenam, is het aantal woningen ontstaan uit transformaties van andere type panden afgenomen. Dat blijkt uit onderzoek van het CBS.

“Bij iets minder dan een derde van de transformaties wordt vrijwel het gehele pand getransformeerd“

Het aantal woningen dat in 2021 uit transformatie van bestaande panden is ontstaan, vormt tien procent van de toevoegingen aan de woningvoorraad. Nieuwbouw blijft nog altijd de belangrijkste factor voor groei van de woningvoorraad. In 2021 waren dat ruim 71.000 woningen.

Uit een eerste voorlopige schatting blijkt dat er in het eerste halfjaar van 2022 circa 4.500 woningen zijn ontstaan uit transformaties.

Kantoren en winkelpanden

In 2021 ontstonden 4.100 woningen in voormalige kantoorpanden, 13 procent meer dan in 2020. Het aandeel woningtransformaties in voormalig kantoorpanden is daarmee toegenomen tot 43 procent. Er werden 7 procent minder kantoorpanden getransformeerd tot woningen, maar per kantoorpand kwamen er gemiddeld meer woningen bij dan in 2020.

Getransformeerde kantoren vormen de grootste bijdrage aan het aantal woningtransformaties, gevolgd door winkels met 15 procent. Bijna een vijfde van de woningtransformaties is ontstaan uit industriepanden en maatschappelijk vastgoed samen. Transformaties uit kantoorpanden en winkels zijn toegenomen in 2021, bij industriepanden en maatschappelijk vastgoed is sprake van een afname ten opzichte van vorig jaar.

In veel gevallen betreft een transformatie een deeltransformatie; bij iets minder dan een derde van de transformaties wordt (bijna) het gehele pand getransformeerd (meer dan 75 procent van het pand). In meer dan de helft van de gevallen werd minder dan 50 procent van het pandoppervlak verbouwd tot woonruimte.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Woningtransformaties in grote steden

In 2021 werden de meeste woningen uit transformaties opgeleverd in Amsterdam; 12 procent (1155) van alle woningtransformaties vond in de hoofdstad plaats. Daarna volgen Groningen, Rotterdam en Den Haag met respectievelijk 480, 405 en 375 woningtransformaties. Van de toegevoegde woningen in Amsterdam is 12 procent ontstaan uit transformatie.

In Groningen en Rotterdam vormden deze ongeveer een vijfde van de toegevoegde woningen. In Den Haag gaat het om 16 procent. Van de vier grootste steden (de G4) vond in de gemeente Utrecht het minste aantal woningtransformaties plaats; in 2021 ontstonden 125 woningen uit transformatie (in 2020 waren dit er nog 545).

In onderstaande kaart staat voor alle gemeenten het aantal ontstane woningen door transformatie uitgedrukt als percentage van de totale toevoegingen aan de woningvoorraad in 2021. Het aandeel woningtransformaties van de toegevoegde woningen in de gemeente Schiedam was het grootst: met 290 woningtransformaties betrof bijna 59 procent van de toegevoegde woningen een transformatie.

In de periode 2015-2021 werden 76.000 woningen gerealiseerd via transformaties (oftewel 12 procent van het totale aantal toegevoegde woningen in deze periode). In Amsterdam ontstonden de meeste woningen uit transformatie, de hoofdstad nam 10 procent voor haar rekening. Den Haag en Eindhoven nemen de tweede en derde plek in met respectievelijk 6 en 5 procent.

Ook in andere grotere steden (Rotterdam, Groningen, Utrecht, Arnhem, Maastricht, Leeuwarden en Nieuwegein) waren relatief veel woningtransformaties. Samen leverden de top tien in de periode 2015-2021 ruim 40 procent van de woningtransformaties. In deze tien gemeenten zijn gemiddeld 24 procent van de toegevoegde woningen ontstaan uit transformaties.

Nieuwe bestemming voormalige school Utrecht als donorgebouw.

0
Donorgebouw - Voormalig schoolgebouw Pagelaan krijgt nieuwe bestemming

Delen van het voormalig ROC-schoolgebouw aan de Pagelaan in Hoograven-Zuid in Utrecht krijgen een nieuwe bestemming.

“Elk gebouw heeft de potentie om donorgebouw te worden”

Door het gebouw in Utrecht te laten oogsten door zusteronderneming New Horizon Urban Mining in plaats van simpelweg te slopen, draagt Janssen de Jong Projectontwikkeling bij aan een enorme CO₂-besparing. Op de locatie worden tijdelijke woonunits geplaatst.

Donorgebouw

De start van de ontmanteling van het pand – wat hiermee een ‘donorgebouw wordt – werd symbolisch vormgegeven door de overhandiging van een plaquette in de vorm van een hart aan wethouder Circulaire Economie Susanne Schilderman door Stefan Boere, regiomanager Janssen de Jong Projectontwikkeling.
De wethouder nam het hart in ontvangst met de woorden: “Circulariteit in de bouw is nog lang niet vanzelfsprekend. Des te belangrijker dat er (bouw)partners met lef zijn die actie ondernemen. Utrecht wil vijftig procent minder primaire grondstoffen gebruiken in 2030. Daar zijn alle partners in de stad hard voor nodig. Het vraagt om verandering in de manier waarop grondstoffen uit bestaande gebouwen hergebruikt worden, maar ook verandering in de wijze waarop we met nieuwe gebouwen omgaan.”

Magazijn

New Horizon Urban Mining ziet de bebouwde omgeving als een magazijn dat vol zit met bruikbare grondstoffen. Directeur Alex Verkuijlen: “Elk gebouw heeft de potentie om ‘donorgebouw’ te worden. Door op deze manier naar de bebouwde omgeving te kijken, bewijzen wij dat een circulaire aanpak nu al concurrerend is ten opzichte van een lineaire aanpak. Het duurt niet langer en is veel leuker.”

Het bedrijf heeft begin dit jaar voor Janssen de Jong Projectontwikkeling een voormalig verpleeghuis in Gouda ontmanteld. Ontmantelen in plaats van slopen levert een enorme CO₂-besparing op. Stefan: “Ons doel is om een versnelling in de transitie naar een circulaire bouw- en vastgoedeconomie te bewerkstelligen.”

Circulaire tijdelijke woningen

Als het oogst-proces is afgerond, worden op deze locatie tijdelijke woningen geplaatst. De opbouw start begin 2023 en naar verwachting worden de eerste bewoners rond de zomer verwelkomd. Het betreft circa 280 woonstudio’s in de sociale sector voor een tijdelijke periode van maximaal tien jaar.

Bijschift
Stefan Boere, regiomanager Janssen de Jong Projectontwikkeling, en wethouder Circulaire Economie Susanne Schilderman.

De Circulaire Weg, 100 procent Circulair Asfalt in Amsterdam

0
De Circulaire Weg – honderd procent Circulair Asfalt in Amsterdam

Bij de Johan Cruijff ArenA is een weg aangelegd van honderd procent circulair asfalt.

“Circulair Asfalt bestaat uit hergebruikt asfalt, secundaire grondstoffen en gerecyclede bitumen”

Direct naast de Johan Cruijff ArenA bouwt gemeente Amsterdam de komende drie jaar de Smart Mobility Hub. Hierin komen straks veel verschillende parkeer- en vervoersvoorzieningen samen in één gebouw. Dura Vermeer verzorgt in opdracht van de gemeente het bouwrijp maken van het gebied.

Tijdens de aanleg wordt het huidige verkeer omgeleid over een weg die vijf jaar in gebruik zal zijn. Voor Dura Vermeer een uitgelezen kans om deze tijdelijke weg, genaamd De Passage, zo circulair mogelijk aan te leggen.

Circulair Asfalt

Voor de aanleg van de weg is gebruik gemaakt van honderd procent Circulair Asfalt. Dit eigen mengsel van Dura Vermeer bestaat uit hergebruikt asfalt, secundaire grondstoffen en gerecyclede bitumen. Daarnaast is al het materiaal na einde levensduur van deze weg ook weer herbruikbaar.

Hierdoor is dit mengsel volledig, dus honderd procent, circulair, wat een milieuwinst oplevert van bijna veertig procent voor onder- en tussenlagen en zelfs zeventig procent voor deklagen. Tegelijkertijd is de kwaliteit minimaal gelijkwaardig aan die van reguliere mengsels.

Deklaag

Robbert Naus, manager productontwikkeling bij Dura Vermeer: ‘Het is de eerste keer dat honderd procent Circulair Asfalt ook in de deklaag van de weg aangebracht is. Dit is een mooie ontwikkeling, want nu kunnen we het volledige asfaltpakket honderd procent circulair aanleggen, wat een aanzienlijke milieuwinst oplevert’.

Hergebruik

Voor de weg is een ontwerp gemaakt dat zoveel mogelijk past binnen de ambities van gemeente Amsterdam met een hoge mate van lokaal hergebruik. Zo is de fundering gemaakt van betonafval uit de gemeente en worden de verlichting en het straatwerk hergebruikt vanuit andere lokale projecten.

Ook het oude dak van het nabijgelegen sportcomplex Borchland komt terug in de weg. Het bedrijf Roof2Road heeft de dakbedekking geoogst en gerecycled tot herbruikbare bitumen, een belangrijk component van 100% Circulair Asfalt.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Infra as a service

Dura Vermeer voert sinds 2019 projecten (Klein Wegenwerken en Elementenverhardingen) uit voor de gemeente binnen de Samenwerkingsovereenkomst (SOK) Amsterdam. De aanleg van de tijdelijke weg is uitgevoerd binnen het partnerprogramma De Circulaire Weg, dat een model heeft ontwikkeld waarmee verschillende infraprojecten als dienst (as a service) worden uitgevoerd.

De opdrachtnemer blijft eigenaar van de weg en biedt het gebruik ervan aan als dienst aan de gemeente. Hierdoor blijft hij geprikkeld om in een eerder stadium en op een andere manier na te denken over de materialen, onderhoud van de weg en hergebruik na levensduur, wat de circulariteit bevordert.

Jeroen van Wijngaarden, programmacoördinator De Circulaire Weg bij Dura Vermeer: “Door samen op te trekken in onze circulaire ambities binnen het partnerprogramma en door de ruimte plus het vertrouwen dat de gemeente ons heeft gegeven, kunnen we tot dit soort innovaties komen. Deze voorbeeldprojecten zijn voor ons enorm belangrijk om circulair bouwen verder op te schalen.”

Top 25 duurzaamste publieke aanbesteders

0
25 duurzaamste publieke aanbesteders

Eén keer per jaar analyseert het Aanbestedingsinstituut alle openbare aanbestedingen van de afgelopen twee jaar. Daar komt een Top 25 uit voort. Grote winnaar dit jaar is provincie Noord-Brabant.

“Gemeente Groningen is de beste van de publieke aanbesteders, met 11 duurzame gunningen op in totaal 13 aanbestedingen”

De aanbestedende diensten die innovaties het meeste aanjagen door marktpartijen uit te dagen op duurzaamheid worden gerangschikt in een Top 25. Voor de vierde keer op rij voert de provincie Noord-Brabant de ranglijst van duurzame publieke opdrachtgevers aan. Het hoogheemraadschap van Rijnland boekt de grootste progressie en eindigt op de tweede plaats. De gemeente Groningen heeft de stijgende lijn van de afgelopen jaren doorgetrokken en wordt beloond met een prachtige derde plaats.

(Lees verder onder de Top 25.)

Progressie

Vorig jaar zag het Aanbestedingsinstituut een sterke vooruitgang bij de koplopers en weinig beweging bij de aanbesteders buiten de Top 25. Ditmaal is een stijgende lijn te zien in alle geledingen van het peloton.

De gemiddelde score van alle beoordeelde aanbesteders stijgt van 1,31 naar 1,92. Vier jaar geleden behaalden slechts 2 aanbestedende diensten een score van 2,00 of hoger. In de vorige editie waren dat er 17 en in de huidige uitgave zijn dat er 35, een verdubbeling.

Aanbesteden op duurzaamheid

“In 2021 werd bij 43,4% van de aanbestedingen gegund op duurzaamheid,” benadrukt samensteller van de lijst Jos van Alphen. “Dit is beduidend meer dan in 2020 (37,2%) en 2019 (35,2%). Ik ben ook blij dat een grotere groep opdrachtgevers stevige vooruitgang heeft geboekt. Ik zie graag dat alle opdrachtgevers zich door deze lijst laten inspireren en vaker duurzaam gaan aanbesteden. Dat is nodig om te bereiken dat Nederland in 2050 energieneutraal, circulair en klimaatbestendig is.”

Top 10

– De winnaar krijgt bij 9 van haar 14 aanbestedingen de hoogste score en handhaaft zich daarmee wederom op de eerste plaats.
– Hoogheemraadschap van Rijnland stijgt van plaats 11 naar plaats 2. In 17 van haar 18 aanbestedingen heeft duurzaamheid een relevant gewicht in de gunning. Zes aanbestedingen krijgen de maximale score van zes punten.
– Groningen is ditmaal de best presterende gemeente met 11 duurzame gunningen op in totaal 13 aanbestedingen. Groningen stijgt van plaats 9 naar plaats 3.
– De gemeente Assen, de nummer drie van vorig jaar, valt uit de lijst weg omdat het aantal geregistreerde openbare aanbestedingen niet groot genoeg is.
– De Top 25 telt 13 nieuwkomers waarvan gemeente Gooise Meren op plaats 11 de hoogst geklasseerde is.

Hoe komen de scores tot stand?

Het Aanbestedingsinstituut scoort alle aanbestedingen afzonderlijk en berekent de gemiddelde score over het aantal geregistreerde openbare aanbestedingen. Het klassement wordt vastgesteld door de rangschikking van de gemiddelde scores.
Er geldt een minimum van zeven geregistreerde aanbestedingen om representatieve scores te kunnen krijgen. Een aanbesteder krijgt een hogere score naarmate duurzaamheid zwaarder weegt bij het gunnen op beste prijs-kwaliteitsverhouding.

Ook een bouwteam kan een zeer geschikt instrument zijn om duurzame ambities te realiseren. Een bouwteam krijgt een maximale score als duurzaamheid is benoemd als prioriteitsdoel en een gemiddelde score als het een van de projectdoelstellingen is.

Een lagere score wordt gegeven als duurzaamheid alleen in een aanbesteding voorkomt in de vorm van eisen of verplichtingen. Er ontbreekt dan een stimulans die nodig is om te groeien naar het niveau dat de milieudoelstellingen van de nabije toekomst worden waargemaakt.

Toegekende scores

– 6 punten: Duurzame gunningscriteria met onderscheidend vermogen: vanaf € 500.000 of 40%. Bouwteam met duurzaamheid als prioriteitsdoel;
– 3,5 punt: Duurzame gunningscriteria met onderscheidend vermogen: beneden € 500.000, beneden 40%. Duurzame gunningscriteria met onderscheidend vermogen zonder opgave van bedrag of percentage Bouwteam met duurzaamheidsopgave, maar ander prioriteitsdoel;
– 1 punt: CO2-prestatieladder of duurzaam gunningscriterium met zeer laag bedrag/percentage;
– 0,5 punt: Geen duurzaam gunningscriterium, wel duurzaam kenmerk (eis, selectiecriterium, opdrachtbeschrijving);
– 0 punten: Geen duurzaam gunningscriterium en geen duurzame kenmerken

Bekijk de Factsheet Duurzaam Inkopen 

Bouwvrijstelling, geen algemene bouwstop, vrijstelling stikstof van tafel

0
Bouwvrijstelling - geen algemene bouwstop, maar vrijstelling stikstof van tafel

De bouwvrijstelling stikstof voldoet niet aan het Europese natuurbeschermingsrecht. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan daardoor niet anders dan constateren dat de bouwvrijstelling niet gebruikt mag worden bij bouwprojecten.

“In de tussenuitspraak wordt geconstateerd dat de bouwvrijstelling niet mag worden toegepast”

Hoewel de bouwvrijstelling met de uitspraak van de Raad van State daarmee van tafel is, betekent dat niet dat er nu een algehele bouwstop geldt. Net als in de situatie vóórdat de bouwvrijstelling werd ingevoerd, blijft het mogelijk om per project onderzoek te doen naar de mogelijke gevolgen van de uitstoot van stikstof.

Dit staat in een tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 november 2022)in de zaak over het zogenoemde Porthos-project.

Vertraagd

Het Porthos-project maakt de opslag mogelijk van CO2 uit het Rotterdamse havengebied in lege gasvelden onder de Noordzee. Voor het project is gebruikgemaakt van de bouwvrijstelling. Nu de bouwvrijstelling niet gebruikt mag worden, loopt het project vertraging op, maar is het niet van de baan. Voor het project moet een individuele beoordeling van de stikstofgevolgen worden gemaakt.

Die is er al, maar dat onderzoek is te laat in deze procedure ingediend. Daarom heeft de Afdeling bestuursrechtspraak nu eerst een tussenuitspraak gedaan en de bezwaarmaker zes weken de tijd gegeven om alsnog op het onderzoek te reageren. Daarna zal de Afdeling bestuursrechtspraak de behandeling van de zaak Porthos voortzetten en later een einduitspraak doen.

Inhoud bouwvrijstelling

Sinds 1 juli 2021 bevat de Wet natuurbescherming de bouwvrijstelling. De bedoeling daarvan was dat bij de vergunningverlening voor een project geen rekening hoefde te worden gehouden met de stikstofuitstoot van bepaalde bouwactiviteiten. Het werd hierdoor eenvoudiger om vergunningen te verlenen voor bouw- en infrastructurele projecten.

Volgens de wetgever leidde de bouwvrijstelling niet tot aantasting van Natura 2000-gebieden dankzij een breder ‘robuust en effectief pakket aan maatregelen’. Volgens de wetgever leidt dit totale pakket van maatregelen, samen met de autonome daling van de stikstof, op een landelijk ‘hoger schaalniveau’ tot een zodanig grote verbetering van de natuur, dat de stikstofgevolgen van activiteiten tijdens de bouwfase daartegen zouden wegvallen.

Europees natuurbeschermingsrecht

Maar de bouwvrijstelling voldoet niet aan het Europese natuurbeschermingsrecht. Uit de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie in Luxemburg volgt allereerst dat alleen toestemming voor een project mag worden gegeven als uit onderzoek blijkt dat zeker is dat individuele beschermde natuurgebieden daardoor geen schade oplopen.

Dat is wat anders dan een beoordeling op een hoger schaalniveau waarvan de wetgever uitgaat. Verder volgt uit de rechtspraak van het Europese Hof dat een maatregelenpakket zoals de wetgever voorstelt alleen als onderbouwing gebruikt mag worden als die maatregelen ook echt zijn uitgevoerd en de verwachte voordelen daarvan vaststaan.

Het pakket van maatregelen dat de wetgever heeft gebruikt als onderbouwing om de bouwvrijstelling in de Wet natuurbescherming op te nemen, voldoet daar niet aan. Het overgrote deel van de maatregelen is namelijk nog niet uitgevoerd.

Belang bouwvrijstelling

De Afdeling bestuursrechtspraak is zich bewust van het belang van de bouwvrijstelling voor bijvoorbeeld de woningbouwopgave en de energietransitie. Daarom heeft ze overwogen om het Europese Hof van Justitie via een zogenoemde prejudiciële procedure naar de mogelijkheden te vragen voor een nuancering van de rechtspraak over het Europese natuurbeschermingsrecht. Maar zelfs als het Europese Hof zou bevestigen dat op ‘hoger schaalniveau’ naar de gevolgen gekeken mag worden en daarnaast ook vooruitgelopen kan worden op de verwachte voordelen van de maatregelen die nog niet zijn uitgevoerd, dan nog zijn de onzekerheden over de verwachte voordelen van het maatregelenpakket te groot.

Maatregelenpakket

Zo is het overgrote deel van de genoemde maatregelen niet concreet uitgewerkt en is een flink deel van de maatregelen afhankelijk van vrijwillige keuzes van ondernemers. Deze onzekerheid is niet op te lossen met wettelijke regels waarin doelstellingen zijn vastgelegd, en ook niet met monitoring of bijsturing.

Daarbij speelt mee dat er geen rekening mee is gehouden dat de bouwvrijstelling onbeperkt kon worden ingezet, zonder beperking in de tijd of naar locatie. Bovendien gold deze niet alleen voor concrete woningbouwprojecten, maar ook voor grote, meerjarige infrastructurele projecten. Al met al staat niet vast dat de toekomstige verbetering van de natuur zo groot is, dat de stikstofneerslag van bouwactiviteiten daartegen wegvalt.

Tussenuitspraak en de bouwsector?

In de tussenuitspraak wordt geconstateerd dat de bouwvrijstelling niet mag worden toegepast. Dat betekent niet dat er een algehele bouwstop geldt. Net als in de situatie van vóór de bouwvrijstelling, blijft het mogelijk om voor een plan of project een zogenoemde voortoets uit te voeren en, zo nodig, een passende beoordeling te maken. Daarnaast kan voor projecten van groot openbaar belang toestemming worden gegeven als daarvoor geen alternatieven zijn en de natuurschade gecompenseerd wordt.