Home Blog Pagina 132

CO2-neutrale, circulaire en klimaatadaptieve TU Delft Campus

0
CO2-neutrale, circulaire en klimaatadaptieve TU Delft Campus

TU Delft gaat 100 miljoen euro investeren in het verduurzamen van de campus. Hiermee geeft de universiteit concreet invulling aan het Sustainable TU Delft – vision, ambition & action plan. De komende jaren wordt toegewerkt naar een CO2-neutrale, circulaire en klimaatadaptieve campus, met aandacht voor verbetering van biodiversiteit en leefkwaliteit.

“Op de TU Delft Campus wordt straks onder andere een innovatieve zonneschoorsteen getest”

Coördinator Duurzaamheid Andy van den Dobbelsteen en Jaco van Noppen, directeur Campus Real Estate & Facility Management, zijn enorm verheugd over deze mooie stap. Van Noppen: “Hiermee werken wij stapsgewijs aan onze duurzaamheidsdoelen en helpen we tegelijkertijd aan het opschalen van innovaties buiten de campus.”

Levendige campus

“In 2030 studeren en werken mensen op de campus in een levendige, groene omgeving, in met duurzame bronnen verwarmde gebouwen,” zegt Van den Dobbelsteen. “De restaurants bieden gezond en lekker voedsel dat vooral plantaardig is en dat deels op de campus wordt geproduceerd. Inkoop is helemaal gebaseerd op gesloten kringlopen.”

Experimenten

Overal op de TU Delft campus zullen experimenten worden uitgevoerd voor nieuwe duurzame technieken en processen. Van Noppen zegt daarover: “Een deel van de investering is beschikbaar om innovaties te testen. De campus zien we als living lab, een realistische omgeving om dit te bewerkstelligen. Zo willen we aan de slag gaan met de hoogbouw van de faculteit EWI. We gaan onder meer een innovatieve zonneschoorsteen testen om te kijken of deze kan worden ingezet voor duurzame ventilatie en het opwekken van elektriciteit.”

Klimaat van de toekomst

TU Delft richt zich op alle aspecten die invloed hebben op klimaat en milieu: gebouwen, energiesysteem, inkoop, afvalbeheer, mobiliteit, voedsel etc. Maar ook natuur: zo wordt gewerkt aan verbetering van biodiversiteit en wordt de campus geschikt gemaakt voor het klimaat van 2050.

Andy van den Dobbelsteen legt uit: “Met alles wat we momenteel ontwikkelen houden we rekening met de verwachtingen voor het klimaat van de toekomst: meer wateroverlast, langere periodes van droogte, extreme hitte en zwaardere stormen. Zo willen we een deel van de campus inzetten om regenwater op te vangen en nuttig te gebruiken in de gebouwen.”

Emissieloos energiesysteem

Veel van de innovaties hebben te maken met de energietransitie. Van Noppen: “We zetten duurzame bronnen in voor de verwarming van gebouwen en wellicht op termijn ook voor woningen in de gemeente Delft.”

Een deel van de campus krijgt een warmtenet waarmee warmte uit koelprocessen kan worden opgeslagen in de bodem en benut voor de verwarming van andere functies. “Onze nieuwe gebouwen op Campus Zuid hebben zoveel restwarmte dat we daar een buitenzwembad mee kunnen verwarmen,” aldus Van den Dobbelsteen. “Dus we zoeken naar creatieve oplossingen om alle energie optimaal te benutten.”

Living lab

Een deel van het duurzaamheidsbudget wordt besteed aan het faciliteren van innovaties. Van den Dobbelsteen: “Overheden en andere organisaties worstelen met verduurzaming; wij willen obstakels wegnemen.”

De TU Delft Campus wordt daarmee een living lab voor innovaties. “Hier komt de kracht van onze wetenschappers, ingenieurs, ontwerpers, de overheid en het bedrijfsleven samen”, aldus Van Noppen. “Zo leveren we een actieve bijdrage aan de verduurzamingsvraagstukken van de maatschappij. Kortom: impact for a better society.”

Lees ook: Slimme zonneparkplaats van de TU Delft in Dronten

Foto
Eva Bloem UN Studio

Groot prijsverschil tussen huizen met laag of hoog energielabel

0
Groot prijsverschil tussen huizen met laag of hoog energielabel

Woningen met een groen energielabel doen het in de huidige woningmarkt beter dan woningen met een minder groen label. Zo blijkt uit de analyse die NVM-dochter brainbay heeft gemaakt.

Prijsverschil “Een woning met label C brengt ongeveer een halve ton meer op dan een met label G”

Door de hard gestegen energielasten hebben ‘groene’ woningen een duidelijk voordeel. Zo is de woningwaarde van een duurzame woning ten opzichte van een minder duurzame woning hoger en neemt het verschil alleen maar verder toe.

Makelaars merken dat door de oorlog en de energiecrisis het energielabel van een woning steeds belangrijker wordt, en dat er meer vraag is naar energiezuinige huizen.

Boven vraagprijs

In een markt waarin het aanbod toeneemt en de concurrentie tussen huizenverkopers groter wordt, kan een goed energielabel het verschil maken. De verkoopaantallen van groene woningen lopen minder hard terug, de prijzen dalen minder hard, ze verkopen sneller en er wordt vaker en meer boven de vraagprijs betaald.

Dit blijkt uit de analyse die NVM-dochter brainbay heeft uitgevoerd van woningen met een label volgens de nieuwe, uitgebreide berekeningsmethode. Deze methode is verplicht voor particuliere woningen vanaf 2021.

Hogere woningwaarde

Verschil in woningwaarde tussen duurzaam en minder duurzaam is groot. In juli 2022 heeft brainbay onderzoek naar buiten gebracht dat hoe duurzamer de woning is, hoe hoger de woningwaarde. Bij elke stap naar een beter energielabel, leidt dat tot een hogere woningwaarde.

Brainbay heeft deze analyse opnieuw uitgevoerd, waarbij de methodiek is aangescherpt door de analyse te baseren op transacties die gelinkt zijn aan een NTA8800 energie-inspectie. Voor het eerst kan zo het onderscheid worden gemaakt tussen woningen met een label A en de categorie met een nog beter label, de A+ gelabelde woningen.

De meerwaarde tussen de verschillende energielabels is alleen maar groter geworden vergeleken met de analyse in juli. Een woning met label C brengt (op dit moment verkocht) gemiddeld 11,6% meer op dan een vergelijkbare woning met een label G. Met de huidige gemiddelde woningprijs kan het dan gaan om bijna vijftigduizend euro.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Waardevermeerdering groter

In de huidige woningmarkt is het woningaanbod gegroeid, wat leidt tot meer concurrentie tussen te koop staande woningen. Bovendien zijn de sterk gestegen energielasten steeds belangrijker bij de overweging om een ander huis te kopen. Dit zorgt ervoor dat de meerwaarde van een beter label de afgelopen tijd alleen maar verder is toegenomen.

De grootste waardevermeerdering zit in de sprong van een label G naar label C. Dat verschil lag in 2021 op zo’n 8%, maar is in 2022 gegroeid naar bijna 12%. Ook een sprong van label E naar label B laat een toename zien in waardeverschil, oplopend naar 10% in het 3e kwartaal van 2022.

Voor een woning met een label C is te zien dat de meerwaarde van een vergelijkbare woning maar dan met label A tot in het 2e kwartaal van 2022 stabiel bleef op 5,5%. Deze woningen waren in de krappe woningmarkt met hard oplopende prijzen dus wel meer waard, maar het waardeverschil loopt pas op sinds dit kwartaal, waarin het woningaanbod stijgt en de huizenprijzen dalen.

Groene woningen scoren

In de analyse is niet alleen gekeken naar de waardevermeerdering van een woning met een beter energielabel, maar ook naar de prestaties van woningen met een groener energielabel op de woningmarkt. Uit deze analyse blijkt dat de verkoopaantallen van groene woningen minder hard teruglopen, de prijzen minder hard dalen, de woningen sneller verkopen waarbij er vaker en meer boven de vraagprijs wordt betaald.

In het 3e kwartaal van 2022 werden in totaal 10% minder woningen verkocht dan een kwartaal eerder, wat deels te maken heeft met een seizoenseffect. De woningprijzen daalden op kwartaalbasis fors met 5,8%. Dit kwartaal had ruim een kwart van de verkopen een label A of hoger. Nog eens ruim een kwart viel in labelklasse C. Woningen met een label E, F of G maken gezamenlijk 18% van alle verkopen uit.

Lees het hele artikel op de site van de NVM

Job Dura Prijs 2022 naar kunstenaarsverblijf Charloisse Lagedijk

0
Job Dura Prijs 2022 naar kunstenaarsverblijf Charloisse Lagedijk

Het Kunstenaarsverblijf aan de Charloisse Lagedijk is uitgeroepen tot de winnaar van de Job Dura Prijs 2022 en BlueCity heeft de Daan Dura Prijs ontvangen.

“Kunstenaarsverblijf Charloisse Lagedijk is geconstrueerd uit kalkhennepbeton”

De Job Dura Prijs 2022 had als thema ‘Circulariteit’. Er is gezocht naar projecten die vooruitstrevend zijn op het gebied van circulariteit en duurzaam materiaalgebruik in Rotterdam en daarmee een bijdrage leveren aan het verbeteren van de leefkwaliteit van haar inwoners, voor nu én in de toekomst.

De prijs is een initiatief van Stichting Job Dura Fonds, een stichting opgericht in 1994 ter gelegenheid van het 140-jarig bestaan van het bouwbedrijf Dura Vermeer. Naast de prijs ondersteunt en stimuleert het Job Dura Fonds jaarlijks diverse initiatieven die de bebouwde omgeving van groot Rotterdam duurzaam innoveren en/of helpen opbloeien. De tweejaarlijkse Job Dura Prijs bestaat uit een kunstobject van Bruno Ninaber van Eyben en een geldbedrag van € 25.000,-. Aan de Daan Dura Prijs is een bedrag van € 7.500,- verbonden.

Job Duraprijs 2022

Winnaar Job Dura Prijs 2022 is geworden Kunstenaarsverblijf Charloisse Lagedijk. Het recentelijk opgeleverde woonhuis dat tevens woon- en werkruimte biedt aan kunstenaars, artiesten en theatermakers die tijdelijk in Rotterdam verblijven, is geconstrueerd uit het natuurlijke materiaal kalkhennepbeton.

De jury prijst de compromisloze, innovatieve toepassing van het biobased bouwmateriaal en de hoogstaande architectonische kwaliteit die daarmee is bereikt. De natuurlijke materialisering en bouwtechniek is zeer veelbelovend en roept op tot grootschaligere toepassing.

Het Kunstenaarsverblijf aan de Charloisse Lagedijk is ontworpen door Bureau SLA, een architectenbureau dat zich sinds jaar en dag heeft toegelegd op de ontwerpprincipes van het biobased en circulaire bouwen. Het verbluffende resultaat dient mede te worden toegeschreven aan opdrachtgever Chris de Jong die tragisch genoeg nauwelijks van de woning heeft mogen genieten. Kort na de oplevering in 2022 stierf hij onverwacht. De prijs is daarmee ook een eerbetoon aan de doortastendheid, volharding en durf van De Jong als opdrachtgever.

Daan Dura Prijs voor BlueCity

De jury heeft ervoor gekozen de Daan Dura Aanmoedigingsprijs toe te kennen aan BlueCity

De jury is onder de indruk van de breedheid, de daadkracht en realiteitszin waarmee de initiatiefnemers de gebouwde omgeving al jarenlang als proeftuin zien om circulair bouwen en denken te versnellen.

De herbestemming van het gebouw zelf is nog (lang) niet af maar de organisatie draagt in al haar andere gedaantes onmiskenbaar en fundamenteel bij aan de Rotterdamse circulaire opgave en de veranderende wereld. Deze missie reikt veel verder dan alleen de bebouwde omgeving die bij het gekozen thema voor de Job Dura Prijs 2022 centraal stond.

Om deze toekomstambities in de breedste zin, de ondernemingskracht en het tot nu toe verrichtte pionierswerk te ondersteunen beloont de jury de organisatie van BlueCity met trots met de Daan Dura Prijs 2022. De jury positioneert deze prijs nadrukkelijk niet als een aanmoedigingsprijs, BlueCity is immers lang en breed koploper op het vlak van circulariteit, maar eerder als beloning voor de geestdrift en daadkracht waarmee zij al jarenlang pioniert.

De prijzen werden uitgereikt door wethouder Chantal Zeegers (Klimaat, Bouwen en Wonen, gemeente Rotterdam).

Jury

De jury van de Job Dura Prijs 2022 bestaat uit vaste juryvoorzitter Alexandra den Heijer (hoogleraar Publiek Vastgoed TU Delft), Job van Zomeren (directeur Era Contour en winnaar van de Job Dura Prijs 2020 voor de ontwikkeling van Project Little C), Leontien de Waal (Sector Banker Bouw ABN AMRO), Tillmann Klein (hoogleraar Building Product Innovation TU Delft) en Laura Rosen Jacobson (medeoprichter en algemeen directeur Buurman).

38 woningen Noordoever in Den Haag

0
Project - realisatie van 38 woningen Noordoever in Den Haag

VOF Noordweg Den Haag heeft gezamenlijk met de kopers de realisatie van project Noordoever in Den Haag gevierd. Noordoever is het laatste deel van de populaire wijk Wateringse Veld.

“Met Noordoever zijn er meer kansen voor starters”

VOF Noordweg is een samenwerking van gebiedsontwikkelaar AM, BPD I Bouwfonds Gebiedsontwikkeling en Weboma. In Noordoever zijn op een schiereiland 38 koopwoningen, waaronder 26 twee-onder-een-kapwoningen en twaalf beneden- en bovenwoningen gerealiseerd.

Woonbehoefte

Met de beneden- en bovenwoningen is voorzien in de grote behoefte aan betaalbare koopwoningen in Den Haag. VOF Noordweg Den Haag: “Met project Noordoever geven we invulling aan de woonbehoefte van verschillende doelgroepen. De 26 twee-onder-een-kap woningen zijn bijzonder geschikt voor gezinnen die naar een volgende woning verhuizen. De beneden-/bovenwoningen, waarvan acht woningen met een VON prijs van € 194.000,- bieden juist kansen voor de starters.”

Ecologische zone

De tuinen aan de zuidzijde van het plan grenzen aan de groene en ecologische zone die van Wateringse Binnentuinen tot aan Erasmusveld door Wateringse Veld loopt. In het verlengde van de privétuin komen in de groene zone stapstenen en een vlonder. Het draagt met een plas- en drasberm en de juiste beplanting bij aan het versterken van de biodiversiteit.

Aan de voorzijde van de woningen is een autoluw woonerf. Toekomstige bewoners kunnen gebruikmaken van bestaande onderwijs-, sport- en winkelvoorzieningen in de nabije omgeving.

De woningen in Noordoever zijn ontworpen door PBV Architects uit Wassenaar. De oplevering is eind 2022. De bouw is in handen van Bouwmij Weboma.

Meer informatie over het plan is te vinden op www.nieuwbouw-noordoever.nl

Bijschrift
Links: Pim Koelemij (directeur Weboma) en Gilbert Kokenberg (directeur Projecten bij AM) leggen samen met kopers de puzzelstukjes op de vogelvlucht van het plan.

Energiebehoefte circulaire stad 75 procent lager

0
‘Circular City Transformation - Energiebehoefte circulaire stad 75 procent lager dan in de lineaire stad

Door steden circulair in te richten in plaats van lineair, kan de CO2-uitstoot met 97 procent en de energiebehoefte tot 75 procent worden teruggebracht. Dat blijkt uit internationale scenarioberekeningen in het rapport Circular City Transformation van ingenieursadviesbureau Sweco.

“Circular City Transformation bevat verschillende berekeningen die inzicht geven in de toegevoegde waarde van circulaire stedenbouw”

Een circulaire stadsinrichting gaat uit van het delen van materialen, energie en mobiliteit volgens een optimaal systeem dat de eigendoms- en sectorgrenzen overstijgt. Denk aan restwarmte van datacenters, herbenutten van afval voor compost, autodelen of schoonwaterwinning uit de industrie.

Circular City Transformation

Het nieuwe Urban Insight-rapport, Circular City Transformation, bevat verschillende berekeningen die inzicht geven in de toegevoegde waarde van circulaire stedenbouw. Zo kan de totale energiebehoefte van de circulaire stad in 2040 nog maar een kwart zijn van de huidige behoefte, mits de gestelde integrale samenwerking wordt aangegaan.

Bijvoorbeeld door restwarmte bij lokale voedselproductie in een stad in te zetten voor het verwarmen van 13.000 vierkante meter aan woongebouwen. Of door het benutten van het restafval van de voedselproductie, waardoor een gemiddelde school kan worden voorzien van warmte en elektriciteit.

Ook kan circulaire stadsinrichting duurzame mobiliteit (wandelen, fietsen en openbaar vervoer) dermate bevorderen, dat een huishouden van vier personen het autovervoer met 200 kilometer per maand kan verminderen. Dat resulteert in eenvijfde van het huidige autogebruik.

Lees ook: Het ontwerpen van gezonde steden

Openbare ruimte als facilitator

Het rapport beschrijft daarnaast hoe steden door circulaire stadsplanning koploper kunnen worden in de energie- en klimaattransitie. Aan de hand van acties en voorbeelden geeft de studie concrete handvatten met hoe verschillende systemen slim te combineren zijn.

In het rapport zijn drie Nederlandse circulaire voorlopers uitgelicht:
– Landgoed Wickevoort in Cruquius, met ongeveer duizend duurzaam gebouwde woningen. Bewoners delen ruimte, faciliteiten, mobiliteits- en voedselproductievoorzieningen met elkaar.

– Urban Waterbuffer in Rotterdam, een systeem dat regenwater opvangt via groen in de openbare ruimte, dat ondergronds zuivert en opslaat voor later gebruik.

– Sweco RECLAIM (Recovery Long-term Asset Inventory Management): een prototype programma dat op basis van machine-learning voorspelt welke herbruikbare bouwmaterialen beschikbaar zijn en gaan komen in de komende tien jaar.

“Steden staan vandaag de dag voor een dubbele uitdaging, namelijk het halen van klimaatdoelstellingen en tegelijkertijd het uitbreiden. Onze cijfers laten de voordelen zien van een circulaire stadsinrichting die voedsel, biogas en zonne-elektriciteit produceert met enorme energiewinst tot gevolg”, zegt Charlie Gullström, Research and Innovation Strategist bij Sweco in Zweden.

Download het rapport Circular City Transformation.

3D geprinte appartementen in Eindhoven

0

Op het Lab040 in Eindhoven wordt aan het allereerste 3D beton-geprinte appartement van vier verdiepingen gewerkt.

“De 3D module kan als basisbouwstenen of als volledig afgewerkt appartement op de bouwplaats worden geleverd”

Prefab Volume Bouw (PPVC) is een manier om complete en afgewerkte modules off-site te bouwen voor installatie ter plaatse. Bij deze modulaire bouwtechnologie worden 3D-modules geproduceerd in een gecontroleerde fabrieksomgeving met geoptimaliseerde bouwmethoden en bouwmaterialen.

De modules kunnen in verschillende vormen op de bouwplaats worden geleverd – van basisbouwstenen tot volledig afgewerkte appartementen, compleet met voorzieningen. Het assemblageproces verloopt snel en behoudt de voordelen van beton, zoals brandwerendheid, geluidsabsorptie en thermische massa.

Lees ook: 3d-betonprint transformeert conservatieve bouw

Modulaire modules

De CyBe G (Gantry) is een 3D-betonprinter die overal binnen een vastgestelde driedimensionale zone kan printen. Hij kan ter plaatse worden opgebouwd, maar is het meest geschikt voor het printen van grote modules, zoals afgewerkte appartementen, in een off-site fabrieksomgeving. Dit systeem is een stabiele opstelling van vier kolommen en drie balken en is ideaal voor PPVC-bouw.

De snelle en grootschalige mogelijkheden van de Gantry maken het ideaal voor het printen van gebouwen met meerdere modules en verdiepingen met PPVC. Met het Gantry-systeem kunnen modulaire PPVC-modules in de fabriek worden geprint en vervolgens ter plaatse worden getransporteerd en geassembleerd.

Met dit proces worden de installatieactiviteiten buiten de fabriek verplaatst, waardoor een betere fabrieksomgeving ontstaat met minder stof- en geluidsoverlast. Het montageproces op locatie wordt ook vereenvoudigd met PPVC, waardoor minder mankracht nodig is en de bouwomgeving veiliger wordt.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Over CyBe

De roots van CyBe komen vanuit bouwbedrijf Hendriks. Berry Hendriks begon in 2013 CyBe. Kort daarna werden de eerste 3D betonprinter hardware, software en materialen ontwikkeld voor industrieel gebruik.

Wereldwijd verkoopt men 3D betonprinters en is de belangrijkste 3D printing aannemer in Nederland. Naast 3D betonprinters produceert CyBe en biedt ook software, ontwerp- en engineering diensten aan.

Over Living LAB 040

Het Living LAB 040 s een initiatief van Jos Lichtenberg en Monique Donker en is in nauwe samenwerking met Gemeente Eindhoven en Amvest ontwikkeld.

Installatiebranche krijgt tot 1 april 2023 om CO-certificaat te halen

0
Installatiebranche krijgt tot 1 april 2023 om CO-certificaat te halen

Minister De Jonge heeft besloten om installatiebedrijven tot 1 april 2023 de ruimte te geven om het wettelijke CO-certificaat te behalen. Techniek Nederland is buitengewoon ontstemd over het besluit.

‘Door het uitstellen van het CO-certificaat naar 1 april 2023, geeft de overheid volgens Techniek Nederland een verkeerd signaal af’

Zonder het CO-certificaat mogen bedrijven vanaf 1 april 2023 geen gasverbrandingsinstallaties, zoals cv-ketels, geisers en gashaarden, meer onderhouden, repareren of plaatsen. Dit is bepaald in het wettelijke CO-stelsel, dat erop is gericht om incidenten met koolmonoxide te voorkomen.

Certificeren

Door vertraging in het proces zijn er op dit moment nog geen wettelijk gecertificeerde installatiebedrijven geregistreerd. Vasthouden aan de oorspronkelijke ingangsdatum van 1 januari 2023 zou betekenen dat er te weinig gecertificeerde installatiebedrijven zijn, om te voorzien in de vraag van consumenten en andere opdrachtgevers naar bijvoorbeeld onderhoud en reparatie aan gasverbrandingsinstallaties.

“Een onwenselijke situatie, zeker midden in de winterperiode”, aldus Hugo de Jonge, minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in zijn brief aan de Kamer. “Consumenten en andere opdrachtgevers moeten er op kunnen vertrouwen dat er voldoende bedrijven zijn om noodzakelijke werkzaamheden aan hun gasverbrandingsinstallatie uit te voeren.”

Lees ook: Minder keuzestress rond duurzame installaties

CO-certificaat aanvragen

Het voorbereiden op certificatie vergt tijd. Bedrijven moeten hun kwaliteitssysteem op orde brengen en minimaal één van hun monteurs moeten beschikken over de vereiste vakbekwaamheid op het gebied van koolmonoxide. Pas dan kan een bedrijf een aanvraag doen voor een certificaat.

Een certificerende instelling heeft vijf-zes weken procestijd nodig om een gemiddeld installatiebedrijf te certificeren. De Jonge: “Ik roep bedrijven daarom op om de noodzakelijke voorbereidingen ter hand te nemen en zo spoedig mogelijk een aanvraag voor certificering te doen.”

1 april 2023

Met het verschuiven van de ingangsdatum naar 1 april 2023 krijgen bedrijven voldoende tijd om zich te laten certificeren. De minister benadrukt dat deze ingangsdatum niet nog een keer zal worden heroverwogen.

Bedrijven die vanaf 1 april 2023 niet zijn gecertificeerd, mogen zolang ze geen certificaat hebben, niet meer werken aan gasverbrandingsinstallaties.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Reactie Techniek Nederland

Voorzitter Techniek Nederland Doekle Terpstra: “De Gasketelwet vraagt een enorme inspanning van onze leden. Zij hebben alles op alles gezet om er op tijd klaar voor te zijn. Dat de invoering nu wéér wordt uitgesteld, is niet meer uit te leggen.”

Veel leden van Techniek Nederland hebben al geïnvesteerd in bijscholing van monteurs, nieuwe meetinstrumenten en certificering van hun bedrijf. Doekle Terpstra: “Uitstel van de volledige invoering van de Gasketelwet is niet nodig en niet wenselijk. Er zijn op 1 januari 2023 al veel bedrijven gecertificeerd.”

Dat nog niet meer installateurs het proces hebben afgerond, komt onder meer doordat de overheid de regelgeving uitermate complex heeft gemaakt. Daardoor zijn pas vorige maand de eerste certificerende instellingen aangewezen.

Door het uitstellen van de Gasketelwet geeft de overheid volgens Techniek Nederland een verkeerd signaal af naar bedrijven die nog geen actie hebben ondernomen om te voldoen aan de CO-certificering.

Het bouwen van een huis en de aansprakelijkstelling

0
Het bouwen van een huis en de aansprakelijkstelling

Als je een huis bouwt of laat bouwen, kan er veel fout lopen. De architect of de aannemer kan bijvoorbeeld een fout maken. Niet alleen de opdrachtgever kan daarvan het slachtoffer worden, maar bijvoorbeeld ook de buurman of een toevallige voorbijganger. Daarom doe je er goed aan om na te denken over de aansprakelijkheid bij het bouwen van een huis.

Aansprakelijkstelling: “Bij bouwen van een huis speelt de aannemingsovereenkomst een belangrijke rol”

We lichten het een en ander toe en hebben het onder andere over de schuldaansprakelijkheid en de risicoaansprakelijkheid, twee belangrijke begrippen als het gaat over de aansprakelijkheid bij het bouwen van een huis.

Schuldaansprakelijkheid bij het bouwen van een huis

De algemene regel in het aansprakelijkheidsrecht is dat wie zich onrechtmatig gedraagt en daarbij schade veroorzaakt, aansprakelijk is voor die schade en de schade moet vergoeden. Als ook het slachtoffer zich onrechtmatig heeft gedragen, hoeft de aansprakelijke partij volgens een te bepalen verdeelsleutel slechts een deel van de schade te vergoeden.

We spreken in dit geval van de schuldaansprakelijkheid: de schuld van de twee partijen bepaalt de aansprakelijkheid. Of een gedraging al dan niet onrechtmatig is, is afhankelijk van verschillende factoren. Zo is een gedraging niet alleen onrechtmatig als het strijdig is met het geschreven recht, maar ook als het strijdig is met het ongeschreven recht. In de praktijk houdt men onder andere rekening met de omvang van het risico, de waarschijnlijkheid van een ongeval, de aard van de gedraging en de mate van bezwaarlijkheid van de te treffen voorzorgsmaatregelen. Of iemand al dan niet aansprakelijk is, valt met andere woorden niet altijd even eenvoudig te zeggen.

Aansprakelijkstelling

Neem bijvoorbeeld de situatie waarbij een aannemer tijdens het uitvoeren van werken een fout maakt, waardoor een muurtje instort en op een voorbijganger valt. De aannemer had natuurlijk geen fout mogen maken en had voorbijgangers moeten waarschuwen voor eventuele gevaren. Zijn gedrag is onrechtmatig en hij is aansprakelijk. Het kan echter ook dat het muurtje perfect in orde was, maar dat er een zware storm door het land trok en het muurtje de windstoten niet kon houden. Dan kan dit niet zomaar aan de aannemer worden verweten. Het kan dat de aannemer geen schuld treft en dat hij dus niet aansprakelijk is. Schuld en aansprakelijkheid zijn namelijk aan elkaar verbonden.

Risicoaansprakelijkheid en het bouwen van een huis

In ons aansprakelijkheidsrecht kennen we naast de schuldaansprakelijkheid ook de zogeheten risicoaansprakelijkheid. Dat wil zeggen dat je aansprakelijk bent omdat je anderen aan een risico blootstelt, ongeacht of je verder veel schuld treft of niet. De risicoaansprakelijkheid geldt bijvoorbeeld voor minderjarige kinderen (ouders zijn aansprakelijk voor schade die is aangericht door hun jonge kinderen) en voor dieren (het baasje is aansprakelijk als zijn hond bijt). Zo’n risicoaansprakelijkheid kennen we in ons land ook voor gebrekkige opstallen, zoals een gebrekkig huis.

Deze risicoaansprakelijkheid rust op de bezitter van het huis. Dat wil zeggen dat als de dakpannen niet goed zijn bevestigd en van het dak vallen, waarna ze een voorbijganger verwonden, deze voorbijganger recht heeft op een schadevergoeding van de bezitter van het huis. Als de eigenaar van het huis daarop oordeelt dat de dakwerker een fout heeft gemaakt – waarna we weer spreken van de schuldaansprakelijkheid –, kan de eigenaar op zijn beurt een schadevergoeding vragen aan de dakwerker. Deze schadevergoeding omvat dan de schade aan het dak en de aan de voorbijganger betaalde vergoeding. Uiteindelijk krijgt het slachtoffer, die natuurlijk niet weet wie de dakwerker is, altijd zijn geld en moet de juiste persoon betalen.

Aansprakelijk stellen van de aannemer

Niet alleen ten opzichte van derden is het hele aansprakelijkheidsverhaal belangrijk, maar ook in de verhouding tussen de aannemer en de opdrachtgever. De aannemer is verantwoordelijk voor het uitvoeren en het tijdig opleveren van het bouwproject. Als een aannemer het bouwproject niet goed uitvoert of niet tijdig uitvoert en er daardoor sprake is van schade, kan de opdrachtgever om een schadevergoeding vragen. Bij dit alles speelt de aannemingsovereenkomst een belangrijke rol. Daarin kunnen bijvoorbeeld ook afspraken over de aansprakelijkheid zijn opgenomen. Daarom is het enorm belangrijk om dergelijke contracten vooraf goed door te nemen.

Goede verzekeringen zijn onontbeerlijk

De aansprakelijkheid bij het bouwen van een huis is heel complex. Er zijn veel partijen bij betrokken en er kan veel fout lopen. Daarom zullen aannemers en architecten steeds over een aansprakelijkheidsverzekering beschikken. Als ze aansprakelijk zijn, zal de verzekeraar de schadevergoeding betalen. Ook als je een huis laat bouwen, kan je maar beter een goede aansprakelijkheidsverzekering hebben. Daarnaast zijn ook andere verzekeringen nuttig, zoals een rechtsbijstandverzekering. Als je dan gedoe krijgt met de aannemer zal de verzekeraar de juridische kosten vergoeden.

Bron: WA.nl

Het bouwen van een huis en de aansprakelijkstelling.

TNO roept op om juist nu vol in te zetten op verduurzamen

0
TNO roept op om juist nu vol in te zetten op verduurzamen

In een oproep aan de politiek, woningcorporaties en bouw- en energiebedrijven schrijft TNO dat het verduurzamen van huizen kan en moet sneller dan nu gebeurt.

TNO: “Verduurzamen moet topprioriteit zijn”

Een industriële en programmatische aanpak van de woningverduurzaming ligt voor de hand en is technisch mogelijk, meldt TNO. Het vormt een cruciale stap in het verlagen van onze afhankelijkheid van fossiele energie-importen en het halen van de klimaatdoelen en is dé manier om de huidige koopkrachtdaling structureel en effectief te repareren. Met andere woorden: liever de komende jaren bouwvakkers dan deurwaarders langs de deuren.

Energiearmoede

Het is bekend welke woningen er het slechtste aan toe zijn, wie daar wonen, wat er technisch gezien moet gebeuren en hoeveel energiebesparing dat oplevert.

We weten welke contingenten woningen zo op elkaar lijken dat we er dezelfde technische oplossingen kunnen toepassen. Zo kunnen de wijken en huishoudens die het meest kwetsbaar zijn voor energiearmoede met voorrang worden verduurzaamd.

De sterk gestegen energieprijzen maken het onvermijdelijk om op korte termijn grote groepen te behoeden voor een forse koopkrachtdaling en armoede. Het kabinet zet vooral in op compensatie van deze kosten waaronder het instellen van een prijsplafond voor gas en elektriciteit. Deze compensatie lost het onderliggende probleem echter niet op.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Forse investeringen

Om de komende vijf jaar 1,5 miljoen van deze slechtst geïsoleerde woningen zo snel mogelijk te verduurzamen en te vrijwaren van hoge energiekosten vergt een ambitieuze aanpak. Het vereist politieke prioriteit en een nationaal isolatieprogramma met scherpe doelen, prioriteren van werk middels premies en noodwetgeving.

Het vergt ook een andere manier van (samen)werken bij woningcorporaties, energiemaatschappijen, bouw- en installatiebedrijven en banken plus meer regie en financiële rugdekking van de overheid voor een lange termijn.

Voor het overgrote deel van de woningvoorraad geldt dat er weliswaar forse investeringen nodig zijn, maar bij hoge energieprijzen verdienen die zich terug. Vertraging kunnen we ons simpelweg niet veroorloven. Iedere maand uitstel kost Nederland miljarden en vergroot de financiële problemen van duizenden Nederlanders.

Lees het rapport: Koopkrachtcrisis vraagt om bouwvakkers i.p.v. deurwaarders

Woningrenovatie

De uitgaven voor woningrenovatie komen voor een groot deel terecht in Nederland, met gunstige effecten op de economie in het algemeen en de werkgelegenheid in het bijzonder.

Oftewel, het mes van de woningverduurzaming snijdt aan vijf kanten: het reduceert koopkrachtdaling, bestrijdt energiearmoede, vermindert de geopolitieke afhankelijkheid van ondemocratische landen, draagt bij aan de klimaatdoelen en versterkt de economie. Zoveel win-win is zeldzaam.

Politieke prioriteit

Versnelde uitvoering van de woningverduurzamingsopgave verdient daarom veel meer politieke prioriteit. Dit is hét moment. Opschaling van de woningverduurzaming is economisch gezien een no-brainer.

Nut en noodzaak om op grote schaal woningen te verduurzamen worden in politiek Den Haag erkend, er staan zelfs concrete doelen op papier. Maar het moet sneller en minder vrijblijvend dan wat er nu aan beleid ligt, aldus de notitie.

Woningverduurzaming reduceert koopkrachtdaling, bestrijdt energiearmoede, vermindert de geopolitieke afhankelijkheid, draagt bij aan de klimaatdoelen en versterkt de economie.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Groen Akkoord van Wassenaar

De krappe arbeidsmarkt is wellicht de grootste hobbel die we moeten nemen. De TNO-auteurs suggereren een nieuw – groen – Akkoord van Wassenaar om dit los te trekken. Daarin garandeert de Rijksoverheid de bouw- en installatiesector dat er het komende decennium grootschalig, structureel en met financiële garanties wordt ingezet op verduurzaming.

Als tegenprestatie moet de bouw- en installatiesector innoveren in slimmer en productiever werken én een forse loonpremie bieden voor bouwvakkers en installateurs die worden ingezet op het verduurzamen van de slechtste woningen. Omdat bij mensen met lage inkomens en in de woningen met de laagste labels de grootste energiebesparing en koopkrachtwinst is te halen, zou verduurzamen van die woningen dwingend voorrang moeten krijgen boven andere.

Lees ook: Energiecrisis: extra impuls verduurzaming bedrijfspanden

 

Overgrote deel bedrijven bezig met verduurzamen

0
MIA en Vamil aantrekkelijk voor circulaire ondernemers

Het merendeel (79 procent) van de bedrijven heeft dit jaar maatregelen genomen om de bedrijfsvoering duurzamer te maken. Dit meldt het CBS op basis van de maandelijkse conjunctuurenquête die begin september 2022 werd gehouden.

“Afhankelijkheid van derden is belangrijke belemmering bij het verduurzamen”

Het onderzoek is gedaan onder bedrijven in de industrie, auto- en detailhandel en de dienstverlening. Bijna 39 procent van de bedrijven zegt een combinatie van maatregelen te hebben genomen rond energie, uitstoot of de circulaire economie.

Bijna 20 procent heeft vooral verduurzaamd op het gebied van energie. Maatregelen omtrent circulaire economie (14 procent) en uitstoot (6 procent) worden minder vaak genoemd. 21 procent van de bedrijven heeft dit jaar hun bedrijfsvoering niet verder verduurzaamd.

Bedrijven actief in vervoer en opslag en in verhuur en overige zakelijke diensten geven vaker dan de andere bedrijfstakken aan dit jaar te werken aan hun uitstoot. Voor de bedrijfstakken verhuur en handel van onroerend goed en cultuur, sport en recreatie geldt dit voor energiemaatregelen. Voor de horeca zijn circulaire maatregelen van groter belang geweest.

Afhankelijkheid derden

Voor bijna een kwart van de ondernemers is de afhankelijkheid van derden de belangrijkste belemmering bij het verduurzamen van het bedrijf. Bijna 13 procent noemt een tekort aan financiële middelen als belangrijkste belemmering. Een bijna even grote groep (12 procent) ziet te weinig voordelen van verduurzaming. Daar staat tegenover dat ruim 3 op de 10 bedrijven geen belemmeringen ervaren bij het verduurzamen.

Bedrijven in de horeca en de cultuur, sport en recreatie geven een tekort aan financiële middelen vaker als belangrijkste belemmering aan dan bedrijven in andere bedrijfstakken. Bedrijven in vervoer en opslag en de verhuur en handel van onroerend goed noemen de afhankelijkheid van derden vaker als belangrijkste belemmering.

Duurzame bedrijfsvoering

Een derde van de bedrijven beoordeelt hun bedrijfsvoering als grotendeels of helemaal duurzaam. Bijna de helft zegt dat hun bedrijf deels duurzaam werkt, en volgens 15 procent is het bedrijf in kleine mate duurzaam. De uitkomsten betekenen niet dat alle economische activiteiten even duurzaam zijn. Bedrijven vergelijken hun prestaties bijvoorbeeld eerder met normen, collegabedrijven of verduurzamingsmogelijkheden binnen hun bedrijfstak dan dat zij zich vergelijken met (duurzamere) andere bedrijfstakken.