Home Blog Pagina 133

Onderzoek naar ventilatie en virusverspreiding

0
Onderzoek naar ventilatie en virusverspreiding

De komende drie jaar financiert het ministerie VWS onderzoek naar ventilatie en virusverspreiding.

“Nog veel onduidelijk over werking ventilatie in verschillende situaties en omstandigheden”

Het is een breed kennisprogramma dat bijdraagt aan meer kennis over het effect van ventilatie in bepaalde omstandigheden en in bepaalde omgevingen, denk aan verpleeghuizen en sportaccommodaties.

Toekomstige pandemie

Het onderzoek draagt bij aan het beter omgaan met ventilatie om de risico’s op verspreiding van virusdeeltjes te verkleinen. Het onderzoek kan sectoren zo helpen om beter voorbereid te zijn op een toekomstige pandemie.

TNO coördineert het onderzoek, dat net is gestart, en voert dit uit samen met universiteiten en kennisinstituten zoals de Universiteit Utrecht (UU) en deTechnische Universiteit Eindhoven (TU/e).

Goede ventilatie kan het aantal virusdeeltjes in een ruimte verminderen. Dit kan helpen om de verspreiding van een virus zoals het coronavirus tegen te gaan.

Meer onderzoek

Tegelijkertijd is er nog veel onduidelijk over de werking van ventilatie in verschillende situaties en omstandigheden. Daarom is er meer onderzoek nodig. In het TNO-onderzoek kijken de onderzoekers onder andere naar vragen als: wat is de kans om via de lucht besmet te raken, wat is de effectiviteit van ventilatie- en luchtreinigingssystemen, en wat zijn de maatschappelijke baten en kosten van ventilatie of luchtreiniging.

Gezondheid mederwerkers en bewoners

Om goed voorbereid te zijn op een nieuwe pandemie is het belangrijk om meer te weten over ventilatie, bijvoorbeeld in instellingen voor langdurige zorg of in sportaccommodaties.

Dit is zowel van belang voor de gezondheid en veiligheid van medewerkers, als voor die van (kwetsbare) bewoners en bezoekers. Goede ventilatie verkleint de kans op virusverspreiding en daarmee ook de ziektelast en maatschappelijke schade.

Onderzoeken zoals het TNO-ventilatieonderzoek dragen bij aan een betere kennisbasis voor een versterkte pandemische paraatheid.

EIB: “Zet in op kleinschalige, groene woonlocaties”

0
EIB – 'Zet in op kleinschalige, groene woonlocaties'

Jaarlijks moeten we 87.000 woningen gaan bouwen. Het Economisch Instituut voor de Bouw concludeert dat we het heil moeten zoeken in snel te ontwikkelen kleinschalige, groene woonlocaties.

“Er is perspectief voor het bouwen van 300.000 woningen op kleinschalige groene woonlocaties in Noord-Holland”

Het kabinet zet in op het bouwen en transformeren van 100.000 woningen per jaar vanaf 2024. Na aftrek van vervangende nieuwbouw zou het aantal woningen in Nederland vanaf dat jaar met 87.000 per jaar moeten toenemen. Met het huidige beleid is deze doelstelling echter niet te realiseren.

Om op middellange termijn de woningbouw in de lift te brengen zijn veel meer geschikte en relatief snel te ontwikkelen locaties nodig. Kleine groene woonlocaties dicht aansluitend bij de bestaande bebouwing bieden een groot potentieel. Hierdoor kan zeer selectief worden ontwikkeld en een hoge ruimtelijk kwaliteit worden gerealiseerd aan de hand van concepten als landelijk wonen, natuurrijk wonen en natuur-inclusief wonen.

Dit concludeert het Economisch Instituut voor de Bouw in twee tegelijkertijd uitgebrachte rapporten: ‘De nationale woon- en bouwagenda’ en ‘Kleine groene woonlocaties’.

Planaanbod en inflatie

Het planaanbod zou vanaf 2018 spectaculair zijn gestegen van 690.000 naar ruim 1.000.000 woningen. Een nadere beschouwing van het planaanbod leert echter dat de groei volledig zit in zachte plannen, die vaak zelfs nog niet in een voorbereidingsfase zitten.

De harde plancapaciteit is in de afgelopen jaren gestagneerd, waarbij het aandeel van deze harde plancapaciteit is gedaald van 60 procent naar 34 procent. De ontwikkeling van de plancapaciteit vertaalt zich ook niet in extra woningbouwvergunningen, die dit jaar tot nu toe zelfs zijn gedaald ten opzichte van vorig jaar.

(Lees verder onder de afbeelding.)

17 Grootstedelijke projecten

Het ruimtelijk beleid vanuit de Rijksoverheid zet in op 17 grootschalige projecten voor de woningbouw. Wat opvalt aan deze projecten is de grote complexiteit die aan de orde is. Zo vereisen vrijwel alle projecten omvangrijke investeringen in infrastructuur voor openbaar vervoer. Daarnaast is vaak sprake van herstructurering en herinrichting van de betrokken gebieden.

Volgens een vorig jaar opgesteld rapport zou al meer dan de helft van de woningbouw pas na 2030 kunnen worden opgeleverd, maar op basis van recente ontwikkelingen en gesprekken met projectleiders die het EIB heeft gevoerd is deze inschatting duidelijk te optimistisch. Geconcludeerd moet worden dat via de 17 grootstedelijke projecten naar verwachting pas na 2030 belangrijke aantallen woningen kunnen worden opgeleverd.

Meer tijdelijke woningen

Het huidige volkshuisvestingsbeleid zet sterk in op de bouw van meer tijdelijke woningen. De huidige productie van ongeveer 2.500 woningen per jaar zou volgens het kabinet in 2024 al vervijfvoudigd moeten worden naar 12.500 woningen per jaar.

Ervaringsfeiten met tijdelijke woningen geven echter duidelijk aan dat er (ook) veel complicaties zijn met de bouw van deze woningen. Het eerste probleem is het vinden van juiste locaties. Het inpassen van zeer eenvoudige, modulaire woningen voor bijvoorbeeld statushouders in bestaande buurten stuit vaak op verzet van de lokale bewoners.

Ook geldt dat de gemeenten en corporaties die bij dergelijke projecten betrokken zijn, niet zelden stevige kwaliteitseisen stellen aan de woningbouw. Zo wil men voorkomen dat er tweederangs woningen komen voor de doelgroepen. Het gevolg is dat de eisen in de praktijk voor de tijdelijke woningen soms maar weinig verschillen van die voor reguliere woningbouw.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Transformatie utiliteitsgebouwen

Een andere belangrijke pilaar onder de woningdoelstellingen is transformatie van utiliteitsgebouwen naar woningen. Kantoren zijn de belangrijkste bron voor transformatie naar woningen gevolgd door maatschappelijke gebouwen. De transformatie-activiteit is toegenomen in de periode 2015-2019, maar vertoont sindsdien een dalende tendens.

Hier spelen twee factoren een rol. De eerste is dat de leegstand bij utiliteitsgebouwen daalt. Zo is de kantooroppervlakte afgenomen, terwijl de werkgelegenheid sterk is gegroeid. Daarnaast geldt dat met de transformatie- activiteit in de achterliggende jaren de meest geschikte objecten zijn getransformeerd. Het laaghangend fruit is geplukt en dat maakt het moeilijker om in de tijd de transformatie-activiteit te kunnen bestendigen laat staat verhogen.

Het valt niet goed in te zien hoe de transformaties vanuit dit perspectief een opmars zouden kunnen doormaken. Extra middelen die worden vrijgemaakt lijken alleen al nodig om de gestegen bouwkosten op te vangen. Ook werkt het woningbeleid soms de verkeerde kant op, zoals bij toevoegingen van woningen door splitsing. Het beleid hier is gericht op het terugdringen van de rol van beleggers en investeerders (overdrachtsbelasting, zelfbewoningsplicht) en dit heeft een drukkend effect op het aantal woningsplitsingen.

Kleine, groene woonlocaties

In een tweede studie heeft het EIB de mogelijkheden verkend van het op zeer kleine schaal toevoegen van woningen dicht rond bestaande bebouwing. Dit is om praktische redenen uitgevoerd voor een provincie: de relatief dichtbevolkte provincie Noord- Holland (NH).

Er is een verkenning gemaakt van mogelijkheden voor kleinschalige woningbouw in groene woonomgevingen die dicht aansluit op de bestaande bebouwing. Daarbij is uitgegaan van bebouwing die binnen een straal van maximaal 500 meter van de bestaande bebouwing moet plaatsvinden.

Het voordeel van deze stringente conditie is dat maximaal gebruik kan worden gemaakt van bestaande voorzieningen en infrastructuur. Ook zijn stringente ruimtelijke condities gehanteerd om natuur en landschap te beschermen en waar wel bebouwing plaatsvindt ruime mogelijkheden te bieden voor landelijk wonen, natuurrijk wonen en natuur-inclusief wonen. Dergelijke concepten vereisen ruimte om kwaliteit te kunnen realiseren.

Woningen in NH

Een opvallende constatering is het enorme potentieel aan woningbouwlocaties dat zich langs deze lijnen aandient. Ook met inachtneming vanbovengenoemde stevige ruimtelijke restricties en condities is er perspectief voor het bouwen van meer dan 300.000 woningen in de provincie NH.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Kleinschalige woningbouw

Kleinschalige woningbouw in groene gebieden kan een belangrijke bijdrage leveren aan het oplossen van de woningnood en lijkt zelfs onmisbaar om de woonambities te realiseren.

Er kan beter worden aangesloten op de kwalitatieve woningvraag en wordt meer doorstroming gerealiseerd, kan vaak gebruik worden gemaakt van bestaande voorzieningen en infrastructuur, worden risico’s betere gespreid door ‘veel ballen in de lucht te hebben’ en is minder arbeidscapaciteit nodig dan bij complexe binnenstedelijke projecten.

De sleutel ligt bij de overheden, die kleinschalig wonen in het groen mogelijk moeten maken via het ruimtelijk beleid. Tot nu toe is de animo hiervoor gering vanwege zorgen over aantasting van groene ruimtes en het beeld dat een dergelijk beleid niet voldoende woningen zou opleveren.

Energiezuinige winter met ‘Zet ook de knop om’ campagne

0
Tips voor een energiezuinige winter met ‘Zet ook de knop om’ campagne

De ‘Zet ook de knop om’ campagne met nieuwe energiebesparingstips is van start. De campagne beoogt het bewustzijn te verhogen om meer energie te besparen.

“Door ‘Zet ook de knop om’ is het gasverbruik is met een kwart afgenomen en het elektriciteitsgebruik 5 procent gedaald”

De energieprijzen zijn nog steeds hoog, en hoewel het prijsplafond veel mensen en ondernemingen flink helpt de kosten te verlagen, is het voor velen nog steeds belangrijk om de energiekosten te drukken.

Uitdaging

Minister Rob Jetten: “Sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne is er flink bespaard door Nederlanders. Het gasverbruik is met ruim een kwart afgenomen en het elektriciteitsgebruik is zo’n 5 procent gedaald.”

Met name op het gebied van elektriciteit ligt de uitdaging om de komende maanden de besparing te verdubbelen. “Met deze campagne-herstart willen we doorpakken met het besparen van energie en mensen verder helpen energiekosten te verminderen.”

Grote tips

Besparingstips richten zich nu op energie besparen in de wintermaanden, zoals:
– Thermostaat op maximaal 19 graden overdag en 15 graden in de avond
– Maximaal 5 minuten douchen
– Ledverlichting installeren
– Voor bedrijven deuren sluiten om warmte binnen te houden en de klimaatinstallatie zuiniger instellen.

Kleine tips

Ook kleine tips zoals: waterbesparende douchekoppen, radiatorfolie, naden en kieren dichten, gordijnen ’s avonds dicht en wassen op lagere temperaturen met volle trommel.

Begin April is de campagne gestart om mensen bewust te maken van de noodzaak energie te besparen door de stijgende energiekosten en energieschaarste als gevolg van de oorlog in Oekraïne.

Rust

Een meerderheid van de mensen zegt al energiebesparende maatregelen genomen te hebben of is dit van plan, zowel voor de korte termijn (79 procent) als voor de lange termijn (60 procent). Energie besparen vermindert niet alleen de kosten, het reduceert ook de vraag wat zal helpen om de energiemarkt tot rust te laten komen.

Alle tips en uitleg zijn te vinden op www.zetookdeknopom.nl

900.000 woningen erbij door provinciale woningbouwafspraken

0
900.000 woningen erbij door provinciale woningbouwafspraken

Het is nog even de vraag of ze er echt komen, maar de plannen liggen er: 900.000 woningen erbij voor de periode tot en met 2030. De overheid pakt weer de regie op de volkshuisvesting. WoningbouwersNL stelt dat de afspraken op drijfzand zijn gebouwd.

“Er worden 350.000 huur- en koopwoningen in het middensegment gebouwd en 250.000 sociale huurwoningen van de in totaal 900.000 woningen”

Alle twaalf provincies hebben met minister Hugo de Jonge voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening provinciale woningbouwafspraken gemaakt. Per provincie is vastgelegd hoeveel nieuwe woningen er worden opgeleverd.

De afspraken tellen op tot ruim 900.000 nieuwe woningen voor de periode tot en met 2030. Twee op de drie nieuwe huizen vallen in de categorie betaalbaar. Met de provinciale woningbouwafspraken omarmen de provincies de bouw-ambities van het kabinet, die ook zijn vastgelegd in het Programma Woningbouw.

Enorme opgave

Minister Hugo de Jonge: “We staan voor een enorme opgave om de komende jaren in totaal 900.000 woningen te bouwen. Dit vraagt een gezamenlijke inzet – schouder aan schouder – van overheden, corporaties en marktpartijen. Door deze afspraken gaan we met meer regie meer betaalbare woningen bouwen, want het tekort aan woningen is enorm. Alle provincies tekenen voor de taak om de komende jaren fors meer betaalbare woningen te bouwen.””

Provincies en gemeenten gaan de afspraken verder uitwerken in de regionale woondeals. “Daarin komen de concrete locaties, doelgroepen, verdeling huur/koop en prijscategorieën. Met deze aanpak hernemen we de regie op de volkshuisvesting.”

Betaalbare woningen

Er is een grote behoefte aan betaalbare woningen in Nederland. Daarom is het doel dat landelijk tweederde van de nieuwe woningen (600.000 tot en met 2030) betaalbaar zijn. Dit wordt bereikt door de bouw van 350.000 huur- en koopwoningen in het middensegment (40%) en 250.000 sociale huurwoningen. Hiermee wordt tevens bijgedragen aan het streven naar een aandeel van 30% sociale huur in de woningvoorraad per gemeente.

Woondeals

Vanaf december 2022 worden de bestuurlijke afspraken omgezet in regionale woondeals. In deze regionale woondeals wordt bijvoorbeeld vastgelegd welke locaties in samenwerking met corporaties en marktpartijen ontwikkeld worden, wat het aandeel betaalbare woningbouw is en voor welke groepen wordt gebouwd.

Daarvoor worden er eind november in het bestuurlijk overleg MIRT besluiten genomen over de toekenning van financiële middelen uit het Mobiliteitsfonds voor de ontsluiting van woningbouwlocaties om daarmee versnelling van de woningbouw te realiseren.

Ook worden dan bestuurlijke afspraken gemaakt over de besteding van middelen voor de ontsluiting van de grootschalige woningbouwgebieden. Begin december volgt het besluit over de toekenning van de vierde tranche van de woningbouwimpuls.

Totaal € 11 miljard beschikbaar

Voor het versnellen van woningbouwprojecten is € 1,5 miljard beschikbaar. Naast deze versnellingsafspraken investeert het kabinet in 17 grootschalige woningbouwgebieden op het gebied van infrastructuur. Daarvoor is € 6 miljard beschikbaar. Ook is er de Woningbouwimpuls (€ 1,25 miljard) om goede projecten vlot te trekken. Verder is er € 380 miljoen extra beschikbaar voor de versnelling van tijdelijke huisvesting.

In totaal betreft het bijna € 11 miljard voor de snelle bouw van meer woningen. Door het afschaffen van de verhuurderheffing per 1 januari 2023 komt er bij corporaties jaarlijks circa € 1,7 miljard vrij. Dit heeft geleid tot gezamenlijke afspraken waarbij woningcorporaties meer dan € 60 miljard in nieuwbouw investeren.

Drijfzand

De afspraken die op 13 oktober 2022 tussen Provincies en minister Hugo de Jonge zijn afgesloten over de woningbouwopgave zijn gebouwd op drijfzand. Dit meldt branchevereniging WoningBouwersNL na een analyse van de afspraken. Met name de enorme lijsten van randvoorwaarden waaraan moet worden voldaan om de afspraken te laten slagen zijn niet realistisch, zo stelt de brancheorganisatie. Lees hier het hele bericht van Woningbouwers.

Dieren en planten op Marker Wadden nemen toe

0
Dieren en planten op Marker Wadden nemen toe

Steeds meer dieren en planten zijn te vinden op de Marker Wadden. Daaronder zitten ook zeldzame soorten zoals de ijs-eend, de dwergmeeuw en de kwartelkoning. Afgelopen dagen presenteerden onderzoekers op het KIMA-congres in Amsterdam hoe het beleid op Marker Wadden is uitgevoerd. Dat onderzoek* is verricht in opdracht van minister Harbers.

“In een paar jaar tijd zijn er 47 broedvogels en 170 plantensoorten bijgekomen op de Marker Wadden”

Voorbeeld voor natuurherstel

Minister Harbers (Infrastructuur en Waterstaat): “Ik ben onder de indruk van de snelle en succesvolle ontwikkeling van Marker Wadden. In een paar jaar tijd zijn er 47 broedvogels en 170 plantensoorten bijgekomen op de Marker Wadden. Het gebied is hiermee internationaal een succesvol voorbeeld voor natuurherstel. Op het congres morgen en overmorgen komen allerlei landen kijken wat zij kunnen leren, want het onderzoek heeft een schat van kennis opgeleverd die ook in andere Europese gebieden toepasbaar is. Zo zie je dat Nederland-waterland niet alleen het water kan bedwingen, maar ook met het water kan werken om een mooi en gezond resultaat te bereiken.”

Natuur rond Marker Wadden herstelt en verbetert

Met het project op Marker Wadden – de kunstmatig aangelegde eilanden in het Markermeer – is veel kennis vergaard over het bouwen met slib, en over de ecologische effecten van dit type maatregelen. Allereerst is bewezen dat een groeiende groep vogels Marker Wadden bezoekt. Dit vanwege het grote aanbod aan vis en insecten en de aanwezige rust en broedplaatsen. Hierbij zitten ook zeldzame soorten.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Dieren en planten op Marker Wadden nemen toe (bron: KIMA).

Natura 2000

Daarnaast blijkt dat vegetatie goed op de slib-eilanden groeit. Het materiaal is voedselrijk en de samenstelling van het slib zorgt voor variatie in hoogte van de bodem, wat natuurontwikkeling versterkt. Al vanaf het eerste jaar leverden Marker Wadden nieuwe natuur, elk jaar ziet het gebied er weer anders uit en treffen de onderzoekers meer en andere soorten aan.

Ook is aan de oostkant van de eilanden de waterkwaliteit sterk verbeterd. Het gebied levert nu al een belangrijke bijdrage aan de landelijke Natura 2000-doelen, door een fijne leefomgeving te bieden voor vele en soms zeldzame soorten vogels.

Info

Meer informatie over het onderzoek op Marker Wadden. Bekijk onder meer de onderzoekslocaties in de interactieve infographic.

Verder is uitgebreide informatie te vinden op de site van Natuurmonumenten.

Partners onderzoek

Het *onderzoek is uitgevoerd door het Kennis en Innovatieprogramma Marker Wadden (KIMA), een initiatief van Natuurmonumenten, Rijkswaterstaat, Deltares en Ecoshape.
Het KIMA is een samenwerking tussen Rijkswaterstaat, Natuurmonumenten, Deltares, Wageningen Research, Witteveen+Bos, Arcadis, NIOO-KNAW, Rijksuniversiteit Groningen, Radboud Universiteit en Universiteit van Amsterdam.

Bron en beeld ‘Dieren en planten op Marker Wadden nemen toe’: Rijkswaterstaat / Ministerie Infrastructuur en Waterstaat / KIMA.

Energiecrisis: extra impuls verduurzaming bedrijfspanden

0
Energiecrisis-extra-impuls-verduurzaming-bedrijfspanden-Foto-VVB-Van-Bree

Vanaf 1 januari 2023 moeten bedrijfs- en kantoorpanden van meer dan 100m2 over een energielabel C beschikken. Veel panden voldoen momenteel nog niet aan deze eis. De huidige energiecrisis zal een extra impuls geven om versneld de juiste stappen te zetten, verwacht belangenbehartiger voor de lichtindustrie LightRec. Zij zien dat veel bedrijven oude verlichtingsinstallaties aan het vervangen zijn. Energiecrisis: extra impuls verduurzaming bedrijfspanden.

“Energiecrisis en verduurzaming bedrijfspanden: Hét moment om oude verlichtingsinstallaties te vervangen door LED”

Vanaf 1 januari 2023

De overheid zet al sinds 2015 in op het stimuleren van energiebesparende maatregelen in bedrijfspanden door middel van een energielabel. In de meeste gevallen is een energielabel verplicht bij de verkoop, verhuur of oplevering van een bedrijfspand. Dit geldt voor utiliteitsgebouwen (i.e. gebouwen zonder woonbestemming) met een gebruiksoppervlakte van ten minste 50 vierkante meter. Vanaf 1 januari 2023 geldt voor gebouwen van meer dan 100 vierkante meter zelfs een strengere eis: er moet minimaal sprake zijn van energielabel C.

Vervangen door LED

Onderzoek wijst in dat kader uit dat als we alle lichtpunten in Nederland vervangen door ledverlichting we jaarlijks 1,1 miljard euro aan energiekosten besparen, en de CO2-uitstoot met 2,9 miljoen ton kunnen terugdringen. Volgens Gied van Hoorn, directeur van LightRec en bestuurder bij Stichting OPEN, is het in combinatie met de hoge energieprijzen hét moment om oude verlichtingsinstallaties te vervangen door LED.

Uitfasering fluorescentielampen

Daar bovenop komt nog dat Brussel in de komende jaren de meeste gangbare tl- en spaarlampen (ook wel fluorescentielampen genaamd omdat deze licht geven door het oplichten van een fluorescerende laag, onder invloed van ultraviolette stralen die opgewekt worden door gasontlading in de lamp) gaat uitfaseren, ofwel verbieden. Sinds 1 sept 2021 zijn bijvoorbeeld compact fluorescentielampen met een geïntegreerd VSA (T2), en T12 38 mm fluorescentielampen (T12) al niet meer toegestaan. Sinds 1 september 2022 zijn ook andere producten op de lijst gezet, zoals 26 mm fluorescentielampen (T8) en de meeste laagvolthalogeenlampen.

Voor deze typen lichtbronnen kan een LED-retrofit lichtbron uitkomst bieden (ofwel een ledlamp die qua formaat en fitting past in een conventionele armatuur). Ook kan gekozen worden voor een modern LED-armatuur. Hoewel producten op voorraad nog wel verkocht mogen worden is het verstandig om door de EU uitgefaseerde lampen niet langer te (laten) monteren en deze waar mogelijk te vervangen.

Grijze circuit

Aan het vervangen van lampen en armaturen zit wel nog een belangrijk aspect: de afgedankte items dienen apart ingezameld te worden voor recycling. Want zoals Bouw+Uitvoering vorig jaar al noteerde uit de mond van Van Hoorn: in de sloop- en installatiesector verdwijnen nog steeds veel afgedankte armaturen in het zogeheten grijze circuit, waarmee hij met name doelde op de oudijzerhandel die voor afgedankte armaturen een vergoeding betaalt. Hoewel ook dit metaal op de een of andere manier gerecycled wordt, is echter onduidelijk of dat op een verantwoorde manier gebeurt (lees: door een CENELEC-gecertificeerd bedrijf dat ook de milieubelastende materialen en componenten verwijdert).

Bovendien telt e-waste die langs de niet-officiële kanalen wordt gerecycled, niet mee voor het behalen van de inzameldoelstelling die Brussel aan Nederland oplegt (te weten 65% van het volume van nieuw op de markt gebrachte apparatuur in de drie jaar ervoor, de zogeheten Put On Market of POM – red.). Volgens Van Hoorn kan dit op termijn financiële consequenties hebben voor Nederland, terwijl dat niet echt nodig is als iedereen zich gewoon aan de regels zou houden.

Vergoeding

De vorig jaar in het leven geroepen marktconforme vergoeding voor bouw- en installatiebedrijven die gebruik maken van het officiële Wecycle-inzamelsysteem, geldt overigens nog steeds, benadrukt Van Hoorn. Hij zegt: “Onverminderd geldt dat alle bouw- of installatiebedrijven een overeenkomst met Stichting OPEN kunnen tekenen voor de inzameling van armaturen”.

Deze overeenkomst geldt voor onbepaalde tijd en is maandelijks opzegbaar. Na afronding van de overeenkomst wordt de vergoeding ingeregeld en kunnen zij onbeperkt gebruik maken van de gratis inzamelmiddelen van Wecycle. Door een dergelijke overeenkomst met Stichting OPEN voldoe je als bedrijf in één keer aan alle wet- en regelgeving, en de verwerkingseisen die gelden voor e-waste. Daarbij kun je aanspraak maken op de logistieke service van Wecycle, met een aantrekkelijke inzamelvergoeding per ton armaturen als bonus.”

Meer informatie.

Energiecrisis: extra impuls verduurzaming bedrijfspanden.

5.500 woningen in Gnephoek Alphen aan den Rijn

0
5.500 woningen in Gnephoek Alphen aan den Rijn

Wim Kuijken, voormalig Deltacommissaris, heeft zijn onafhankelijke advies ‘Perspectief voor de Gnephoek en omgeving’ aan minister Hugo de Jonge aangeboden. Kuijken acht een scenario met 5.500 nieuwe woningen in de Gnephoek in Alphen aan den Rijn het meest realistisch.

“… 5.500 woningen in hoger gelegen delen Gnephoek, waar bodemgesteldheid meest geschikt is”

Minister De Jonge neemt het advies over en laat het voorkeursscenario verder uitwerken. De Jonge: ‘Ik zie dit advies als een doorbraak. Met dit voorkeursscenario, uit het opgestelde onafhankelijke advies van Wim Kuijken, ligt er nu na jarenlang praten en discussiëren een duidelijk en realistisch voorkeursscenario voor de Gnephoek. Het is nu zaak om samen met provincie, gemeente, Hoogheemraadschap en regio tot een definitieve beslissing voor de Gnephoek te komen.’

Kuijken werd begin juni door minister De Jonge gevraagd om advies uit te brengen over woningbouw in de Gnephoek. De centrale vraag was in hoeverre woningbouw zou moeten en kunnen bijdragen aan het realiseren van de woningbouwopgave voor ons land en in de regio. De betrokken overheden hebben daar al langere tijd een verschil van mening over.

Bestaande natuurwaarden

In zijn rapport schetst Kuijken vier scenario’s. Een scenario zonder (extra) woningbouw, maar met een opgave voor het landelijk gebied en drie scenario’s met woningbouw in verschillende omvang, samen met natuur, water en bodem. Het meest realistische scenario bevat volgens Kuijken 5.500 woningen in de hoger gelegen delen van de Gnephoek met stevige bodemgesteldheid.

Kuijken komt tot de conclusie dat met dit scenario een perspectief voor de ontwikkeling van de polder ontstaat waarin de bestaande natuurwaarden kunnen worden versterkt. En daarnaast de wateropgave en een duurzaam gebruik van de bodem kunnen worden opgepakt en kan worden bijgedragen aan de woningbehoefte en de dynamiek in Alphen aan den Rijn als gemeente met meer dan 100.000 inwoners.

Definitieve beslissing

Minister De Jonge heeft het advies met de bestuurders van de gemeente, de provincie, het Hoogheemraadschap en de regio besproken. Afgesproken is het voorkeursscenario nader uit te werken en te onderzoeken. Dit moet uitmonden in een Masterplan Gnephoek. Gezamenlijk wordt toegewerkt naar een besluit, waarover vóór de zomer van 2023 bestuurlijk wordt overlegd.

Verharding met koud asfaltrecyclingtrein

0
Eerste meter verharding aangebracht met koud asfaltrecyclingtrein

KWS, onderdeel van VolkerWessels, legt in het Friese Ferwert de eerste meters verharding aan met haar innovatieve koud asfaltrecyclingtrein.

“Met de asfaltrecyclingtrein is er minder transport en brandstofverbruik. Bovendien is er geen asfaltcentrale en minder verkeersoverlast“

De inzet van deze methode maakt het mogelijk om op locatie een weg te frezen en te verwerken. Door de zogenaamde (Cold) Asphalt Recycling Train – (C)ART – kan er vrijwel honderd procent circulair worden gewerkt en wordt aanzienlijk bespaard op de uitstoot van CO2. Deze methode sluit goed aan bij de duurzaamheidsambitie van KWS: Emissievrij 2030, honderd procent Circulair in 2040.

Weg naar 2030

De (C)ART heeft veel voordelen ten opzichte van asfalt recyclen in een asfaltcentrale. Doordat de verwerking van het asfalt bij omgevingstemperatuur plaatsvindt, wordt veel CO2 bespaard. Daarnaast is er minder transport én brandstof nodig, is er minder verkeersoverlast en is er geen asfaltcentrale nodig. Hierdoor wordt energie bespaard én is er geen uitstoot van schadelijke emissies. Voor het werk in Ferwert levert dit een totale CO2-besparing van vijftig procent op.

Asfaltlaag

Met de (Cold) Asphalt Recycling Train maakt KWS van de huidige wegverharding de nieuwe verhardingslaag op locatie. Voorafgaand aan het frezen verdelen we cement en zand over de te frezen asfaltlaag. Het asfalt wordt daarna gefreesd door KWS-deelneming Freesmij.

Hiervoor is een insitu schuimbitumen frees nodig. Deze freest, schuimt en mengt en lost het daarna direct in de asfaltspreidmachine. Na het frezen van het asfalt wordt op locatie de schuimbitumen toegevoegd, waarna dit wordt gemengd en gelost aan de asfaltspreider. Deze verwerkt en profileert het asfalt en geeft het de eerste dichtheid, waarna de wals zorgt voor de juiste verdichting.

Modelering

Het product dat met de (C)ART methode wordt aangelegd is Bitumen Stabilised Material (BSM). BSM is van origine een Zuid-Afrikaanse wegenbouwkundige methode en wordt wereldwijd toegepast.

Naast een materiaal is het ook een manier van modelering van de structurele verhardingseigenschappen. BSM is geen asfalt, maar ook geen granulaat fundering.

BSM combineert het beste van twee werelden. Zo is het beter dan een menggranulaat fundering in stijfheid, maar niet zo stijf dat het breekt en scheurvorming ontstaat in de deklaag. Daarnaast is het beter dan enkel conventioneel asfalt omdat de levensduur niet wordt bepaald door vermoeiing.

Doordat de fundering gedeeltelijk gebonden is, is het ook een stuk minder gevoelig voor water en daarmee het verlies van cohesie in de conventionele fundering.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Emissieloos

Raymond van de Stadt, directeur Asfaltbedrijf bij KWS: “Als innovatieve wegenbouwer zijn wij continu op zoek naar methodes om ons werk schoner en duurzamer uit te voeren. Wij zijn dan ook erg trots dat wij met de koud asfaltrecyclingtrein weer een grote stap zetten richting onze ambitie om in 2030 emissieloos te kunnen werken. We dagen opdrachtgevers uit om deze methode te overwegen in komende projecten. Zo kunnen wij op grote schaal deze innovatie toepassen en zo samen werken aan de weg van morgen.”

Naast de pilot in Ferwert wordt de methode dit jaar ook toegepast in Deventer. Vanuit hier willen wij ervaring opdoen en opdrachtgevers stimuleren deze methode te overwegen bij het aanbesteden van werk.

Lees ook: Asfaltspreidmachine met waterstofmotor

Project ’t Suikerwerk Bergen op Zoom

0
Project - ’t Suikerwerk in Bergen op Zoom

ERA Contour start met de bouw van 55 woningen op een historische locatie in Bergen op Zoom

“Alle woningen in ’t Suikerwerk beschikken over zonnepanelen”

De bouw van nieuwbouwproject ’t Suikerwerk in Bergen op Zoom is gestart. Wethouder Joey van Aken en ERA Contour directeur Job van Zomeren gaven samen met de toekomstige bewoners op 5 oktober 2022 het startsein voor de bouw van het woningbouwproject.

En wel op een bijzonder toepasselijke manier. Samen onthulden zij een extra grote picknicktafel. De picknicktafel vervult tijdens de bouw een speciale rol. Zo dient het als ontmoetingsplek voor de toekomstige bewoners van ’t Suikerwerk.

Als de bewoners in spé een kijkje komen nemen tijdens de bouw, kunnen ze hier een praatje maken met elkaar en ideeën uitwisselen. Na oplevering komt de tafel in de binnentuin van het nieuwbouwproject.

“In ’t Suikerwerk zie je volop diversiteit, zowel aan woningen als aan toekomstige bewoners, aldus Job van Zomeren, directeur ERA Contour. “Dit is weer een heel speciaal nieuwbouwproject door de prachtige gezamenlijk binnentuin. Scheldevesting is voor ons bekend gebied. We bouwden eerder al De Nieuwe Kaai, Wonen aan de Ham en de Soete Veste. ’t Suikerwerk is het laatste project in Scheldevesting.”

Koopwoningen

In ’t Suikerwerk komen in totaal 55 koopwoningen. Het nieuwbouwproject is een ontwikkeling van TBI-onderneming ERA Contour in samenwerking met de gemeente Bergen op Zoom.

ERA Contour is ook verantwoordelijk voor de bouw van het nieuwbouwproject. Het architectuurontwerp van de woningen is van Job Beerthuizen van Van Manen architecten. Marlies van Diest is verantwoordelijk voor het landschapsontwerp.

Stoer, industrieel en sfeervol

Kenmerkend voor ’t Suikerwerk is de gevarieerde architectuur. De 55 woningen lopen in elkaar over van stoere appartementen en statige kadewoningen naar industriële eengezins- en vriendelijke, levensloopbestendige woningen.

Architect Job Beerthuizen heeft zich voor het ontwerp erg laten inspireren door de geschiedenis van de omgeving. Op de nieuwbouwplek stond vroeger de fabriek waar Nedalco suikerbieten verwerkte tot alcohol. En in de architectuur van met name het appartementengebouw zie je de stoere fabrieksuitstraling terug.

Het ontwerp toont goed de metselwerkarchitectuur met togen van de fabrieken uit de 19e eeuw. Ook de grote raampartijen met vakverdeling verwijzen naar de architectuur uit die tijd. ’t Suikerwerk sluit naadloos aan op de omgeving en de verschillende woningen smelten samen tot een sfeervolle, uitnodigende buurt voor starters, jonge gezinnen en empty-nesters.

Gasloos

Alle woningen in ’t Suikerwerk beschikken straks over zonnepanelen. Meer dan vereist. Daarnaast zijn de woningen gasloos en voor de verwarming komt er een luchtwaterwarmtepomp. Onder het appartementengebouw komt een stallingsgarage voor 28 auto’s, 4 scootmobielplaatsen en ruimte om fietsen te stallen.

Binnentuin De Suikerbuik

Een gezamenlijke binnentuin voor alle bewoners om je even in terug te trekken, buren te ontmoeten en te genieten van het groen. Én een plek waar kinderen heerlijk kunnen ravotten. Dat is De Suikerbuik. Deze semi-openbare, collectieve binnenterrein van ’t Suikerwerk is ontworpen door landschapsontwerper Marlies van Diest. Het is een ontmoetingsplek, speelplek, wateropvang én natuurtuin in één.

Bovendien komt in het midden van de binnentuin een wadi. Het water dat bij regen op de daken van ’t Suikerwerk valt, wordt hierin opgevangen. Bij hevige regenval kan het water zelfs tot 90 centimeter hoog komen te staan. De wadi loop dan langzaam leeg richting de vaarten rondom de wijk. Enorm efficiënt en het zorgt ook voor bewustwording van goed watermanagement bij de bewoners en de omgeving.

(Lees verder onder de afbeelding.)

2024 klaar

De bouw van ’t Suikerwerk is nu van start. ERA Contour verwacht begin 2024 de eerste woningen van het nieuwbouwproject op te leveren. Meer informatie over ’t Suikerwerk 

Prins Clausbrug in Dordrecht ‘beste brug van Nederland’

0
Prins Clausbrug in Dordrecht ‘beste brug van Nederland’

De Prins Clausbrug in Dordrecht mag zich de beste brug van het land noemen. De brug tussen de wijk Stadswerven en de historische binnenstad heeft de Nationale Staalprijs 2022 in de wacht gesleept in de categorie ‘Infrastructuur’.

“De Prins Clausbrug heeft een uniek bewegingsprincipe”

Ingenieursbureau Iv-infra uit Sliedrecht, is verantwoordelijk voor het constructief ontwerp van de hypermoderne en bijzondere fiets- en voetgangersbrug.

Bewegingsprincipe

Het architectonisch ontwerp is van René van Zuuk Architects. De brug heeft een uniek bewegingsprincipe: een rechtopstaande ballastmast die met een pendelstaaf overeind wordt gehouden en de brug in elke stand in evenwicht houdt.

Een zeer uitdagend project waar bovendien met uiterste precisie aan moest worden gewerkt: de Prins Clausbrug is gerealiseerd met een maximaal toelaatbare afwijking op de vormgeving van slechts 5 millimeter.

Realisatie

Iv-Infra voerde het constructief ontwerp uit in opdracht van de bouwcombinatie Dura Vermeer – Hillebrand / ASK Romein, die verantwoordelijk is voor de realisatie van de brug. De gemeente Dordrecht is de opdrachtgever van het gehele project. Een impressie van het eindresultaat is te hier zien.

Opening

De brug over het Wantij werd op vorig jaar geopend door Prinses Beatrix en vormt een belangrijke schakel in de toekomstige snelfietsroute. Door het architectonisch ontwerp en de zorgvuldige uitwerking tot een haalbaar constructief ontwerp heeft de Prins Clausbrug naast een uniek bewegingsmechanisme, ook een unieke uitstraling.

Lees ook: Nieuwe brug over de Maas.

Foto: Topview Luchtfotografie, Michael Limburg