Home Blog Pagina 145

Bouwstenen enquête: ‘Gemeenten lopen vast met verduurzaming’

0
Bouwstenen-enquête: 'Gemeenten lopen vast met verduurzaming'

Gemeenten zijn er organisatorisch klaar voor om het eigen vastgoed snel te verduurzamen, maar het groeiend gebrek aan mensen en middelen gooit roet in het eten. Dat blijkt uit de jaarlijkse Bouwstenen-enquête.

“Groeiend gebrek aan personeel is een belangrijke beperking, blijkt uit de Bouwstenen-enquête”

Uit de enquête blijkt dat alle gemeenten stappen hebben gezet in het verduurzamen van het eigen vastgoed. Ze moeten nog wel op stoom komen om de energiedoelen op tijd te halen. Nog maar weinig panden zijn energiezuinig of leveren energie.

Wel is een flinke slag gemaakt in het monitoren van het energiegebruik. Zo’n negentig procent van de gemeenten doet dat tegenwoordig; zo’n driekwart op basis van het feitelijk energiegebruik. Daardoor is er nu goed zicht op welke panden prioriteit hebben.

Vastgoedafdeling

Ruim tachtiig procent% van de gemeenten heeft tegenwoordig een vastgoedafdeling die al of een groot deel van het vastgoed beheert. Het gaat daarbij om de panden die de gemeente zelf in gebruik heeft en sport-, cultuur- en welzijnsgebouwen.

Bij een kleine zestig procent van de gemeenten is ook het onderwijsvastgoed bij de centrale vastgoedafdeling ondergebracht. Daarmee is de basis gelegd voor integrale portefeuillesturing en (meer) professioneel vastgoedmanagement. Ze hebben ook de taken en verantwoordelijkheden die daarbij horen.

Bundelen

Steeds meer gemeenten sturen actief op organisatieontwikkeling en waarschijnlijk is er nog (tijd) winst te halen door het onderhoud beter te organiseren. Grote gemeenten bundelen het werk meer dan kleine gemeenten, maar zowel grote als kleine gemeenten hebben ervaring met prestatiecontracten. Dat dan weer wel. De omvang van de gemeente lijkt geen indicator voor wel of geen professioneel beheer.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Uitvoering

Of in de uitvoering vaart kan worden gemaakt, is afhankelijk van mensen en middelen. Het groeiend gebrek aan personele capaciteit is een belangrijke beperking. Ook ontbreekt het bij een fors deel van de gemeenten (35 procent) aan de financiële middelen om het vastgoed op het huidige kwaliteitsniveau te houden, laat staan te verbeteren. Alle beschikbare middelen worden benut om toch stappen te zetten, inclusief het eigen (leen)vermogen. Vraag is wanneer het vast loopt.

Jaarlijkse enquête

De cijfers zijn gebaseerd op een enquête die Bouwstenen in 2021 heeft gehouden. Aan de enquête hebben zeventig gemeenten, groot en klein en verspreid door het land, meegedaan. Bij elkaar een goede afspiegeling van het vastgoedmanagement door gemeenten in Nederland.

Bekijk alle resultaten via de link

Staat van Ons Water 2021: Weerbaar blijven tegen overstromingen

0
Staat van Ons Water 2021: Weerbaar blijven tegen overstromingen

In 2021 kwamen de gevolgen van klimaatverandering heel duidelijk naar voren. Na drie jaren met extreem hete zomers en langdurige droogte waren de temperaturen vrij normaal, maar kregen we te maken met extreme neerslag. In de rapportage De Staat van Ons Water een update over 2021.

“De financiële bijdrage vanuit het Rijk aan de Waterschappen moet minimaal constant blijven”

De extreme neerslag leidde in juni en juli 2021 tot grote wateroverlast in Friesland en Noord-Holland, en tot overstromingen in Limburg, Duitsland, België en Luxemburg. Dat staat in de Staat van Ons Water 2021.

De Staat van Ons Water is de rapportage waarmee de minister van Infrastructuur en Waterstaat elk jaar in mei de Tweede Kamer informeert over de ontwikkelingen in het waterbeleid. Het rapport over 2021 is deze week gepubliceerd.

Klimaatbestendig inrichten

In 2021 hebben de waterschappen en de Deltacommissaris zich hard gemaakt voor het klimaatbestendig inrichten van Nederland. Ze adviseerden het nieuwe kabinet onder meer water en bodem leidend te laten zijn voor ruimtelijke plannen.

Het kabinet nam dit advies over in het coalitieakkoord. De noodzaak hiervoor werd in de zomermaanden van 2021 met overstromingen en hoogwater door extreme regenval goed zichtbaar.

Klimaatadaptatie

Om ons aan te passen aan het steeds vaker voorkomende extreme weer is de impulsregeling Klimaatadaptatie ook in 2021 van kracht geworden. Het Rijk financierde 49 miljoen euro mee aan projecten die Nederland weerbaarder moeten maken tegen de klimaatverandering.

Daarnaast doet het kennisprogramma Zeespiegelstijging onderzoek naar wat de gevolgen van zeespiegelstijging voor Nederland zijn.

Waterschappen

De waterschappen vinden dat er genoeg geld moet zijn om Nederland tegen zeespiegelstijging te beschermen, zodat ze Nederland daar weerbaarder tegen kunnen maken. De waterschappen willen voldoende middelen voor waterveiligheid via het Hoogwaterbeschermingsprogramma en het Deltafonds.

Daarbij moet de financiële bijdrage vanuit het Rijk minimaal constant blijven. Mogelijk moet er in de toekomst meer geld in het Deltafonds worden gestort om ons te wapenen tegen de effecten van zeespiegelstijging en hogere rivierafvoeren.

De Staat van Ons Water 2021

Lees hier: De Staat van Ons Water 2021

De Staat van Ons Water 2021 is een gezamenlijke rapportage van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de Unie van Waterschappen, de Vereniging van Waterbedrijven in Nederland, het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Waterdebat

Op 7 juni vindt het Commissiedebat Water in de Tweede Kamer plaats. De Kamer praat dan onder meer over waterkwaliteit en wateroverlast. De Unie van Waterschappen pleit in aanloop naar het Commissiedebat voor landelijke normen voor klimaatbestendigheid. Daarmee is er een stok achter de deur om Nederland weerbaarder te maken in de strijd tegen klimaatverandering.

Groene woonwijk Venserpolder in Amsterdam

0

Woningcorporatie Stadgenoot, zorgpartij Amstelring en de gemeente willen in Venserpolder het oude woonzorgcentrum De Venser vervangen door nieuwbouw met ruimte voor 300 zorg- en seniorenwoningen, 550 woningen toevoegen en de openbare ruimte opknappen.

“Bewoners van de Venserpolder zijn betrokken de plannen voor de groene woonwijk”

Er komen verbeterde fiets- en wandelroutes en een levendig plein. Ook komt er veel ruimte voor voorzieningen, zoals een buurtkamer en kleine ondernemingen. In de plannen is veel aandacht voor duurzaamheid: er komen groene daken, zonnepanelen en opvang en hergebruik van regenwater. Vanaf half mei kunnen Amsterdammers reageren op de plannen.

Wethouder Marieke van Doorninck (Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid): “Na ruim veertig jaar voldoet het zorgcentrum niet meer aan de eisen van deze tijd. Samen met Stadgenoot grijpen we de nieuwbouw aan om veel extra woningen te bouwen, die voor het overgrote deel betaalbaar zijn, en de buurt op te knappen en te verduurzamen.”

Doorstroming stimuleren

Stadgenoot-bestuursvoorzitter Anne Wilbers onderschrijft dit en ziet een mooie toekomst voor de buurt: “We willen de buurt bereikbaar en aantrekkelijk maken voor iedereen. Voor mensen die er nu al wonen, mensen die willen verhuizen binnen de buurt en mensen die er nu nog niet wonen. De komende jaren voegen we veel woningen toe op bestaande en nieuwe locaties.”

Het merendeel zijn sociale huurwoningen, vertelt Wilbers. “Maar we voegen ook woningen toe in andere segmenten, om zo de doorstroming te stimuleren. Hiermee dragen we bij aan het oplossen van het woningtekort en helpen we Amsterdam bewoonbaar te houden voor uiteenlopende groepen mensen.”

Bewonersparticipatie

Voordat De Venser gesloopt wordt, gaat Stadgenoot het nieuwe woonzorgcentrum in twee fases bouwen. Zo kunnen de huidige bewoners die in De Nieuwe Venser willen gaan wonen in één keer verhuizen, en hoeven ze niet tijdelijk ergens anders te wonen.

Bij het maken van de plannen zijn buurtbewoners en bewonerscommissie betrokken, en naar aanleiding van hun wensen en opmerkingen zijn de plannen gewijzigd. Zo is er een aantal woonblokken verplaatst en wordt de nieuwbouw op verschillende plekken lager dan in het oorspronkelijke ontwerp de bedoeling was. Zo behouden omwonenden meer uitzicht en privacy.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Oevers

De nieuwe buurt wordt groen met verbeterde fiets- en wandelroutes en plekken voor sport en ontspanning, zoals fitnesstoestellen en zit- en speelplekken. Daarnaast komt er een nieuw, levendig plein: een centrale plek om samen te komen.

Ook de straten rondom De Venser worden verbeterd, met meer groen en meer ruimte voor de fiets, zodat de nieuwe buurt en de omliggende buurt beter met elkaar verbonden zijn. Daarnaast komen er ‘natuurvriendelijke oevers’. Deze lopen geleidelijk af van het land naar het water, wat gunstig is voor planten en dieren.

Aardgasvrij

In de nieuwbouw en openbare ruimte staat duurzaamheid centraal. Er komen zonnepanelen op een aantal daken en het regenwater wordt opgevangen en hergebruikt.

Ook komt er veel groen op de daken en tussen de gebouwen. Dit zorgt voor verkoeling op warme dagen. De warmtevoorziening voor de nieuwbouw zal aardgasvrij zijn.

Inspraak

Vanaf half mei tot eind juni vindt de inspraak plaats. Daarna wordt het definitieve plan opgesteld, dat aan de gemeenteraad zal worden voorgelegd. De eerste bouw- en sloopwerkzaamheden beginnen op zijn vroegst eind 2023. Het werk zal klaar zijn tussen 2028 en 2030.

Lees ook: Stepstone grootschalige sociale woningbouw in Amsterdamse Zuidas

Afbouw salderingsregeling PV uitgesteld tot 2025

0
Afbouw salderingsregeling uitgesteld tot 2025

De afbouw van de salderingsregeling wordt uitgesteld naar 1 januari 2025. Een goed plan volgens Vereniging Eigen Huis. De prima werkende regeling stelt zonnepaneeleigenaren in staat om de woning te verduurzamen en de energienota te verlagen.

“Vraag naar zonnepanelen neemt toe, maar de wachttijden lopen op vanwege de schaarste”

Uit een brief van minister Jetten aan de Tweede Kamer blijkt dat zonnepaneeleigenaren twee jaar langer de tijd krijgen om volledig te salderen. Eerder was al bekend gemaakt dat de beoogde datum van 1 januari 2023 niet gehaald zou worden. Vanwege dit uitstel krijgen netbeheerders, energieleveranciers, toezichthouders en huiseigenaren langer de tijd om zich voor te bereiden op het beoogde afbouwplan van de salderingsregeling.

Teruggeleverde stroom

Zonnestroom die niet gebruikt wordt lever je terug aan het elektriciteitsnet. De salderingsregeling zorgt ervoor dat je deze teruggeleverde stroom in mindering mag brengen op je ontvangen stroom. Een goedwerkende regeling die volgens Vereniging Eigen Huis zonnepaneeleigenaren in staat stelt de woning te verduurzamen en de energienota te verlagen.

Nu het kabinet deze regeling wil afbouwen, is het van belang dat de terugverdiengarantie van zeven jaar gewaarborgd blijft. Dat geeft niet alleen huiseigenaren investeringszekerheid, het is ook een extra stimulans voor steeds meer zonnepanelen op zoveel mogelijk daken.

2031

Ondanks dat de afbouw van de salderingsregeling later in werking treedt, wil het kabinet nog wel blijven vasthouden aan het jaar 2031 waarin de salderingsregeling volledig is afgebouwd. Dat heeft gevolgen voor het afbouwpad. Met ingang van 2025 mag je nog maar een percentage van de elektriciteit die je hebt teruggeleverd in mindering brengen op de hoeveelheid stroom die je hebt verbruikt.

Dit percentage gaat elk jaar omlaag en daalt in 2025 met 36 procent. Tussen 2026 en 2031 daalt het percentage jaarlijks met 9 procent. Vanaf 2031 daalt het salderingspercentage met 28 procent tot 0 procent.

Het afbouwvoorstel van de minister heeft geen effect op de stroom die je zelf opwekt en direct in huis verbruikt. Daarvoor betaal je als kleinverbruiker nog steeds geen energiebelasting en Opslag Duurzame Energie (ODE). De afbouw geldt alleen voor de elektriciteit die je zelf niet nodig hebt en teruglevert aan het net.

Onduidelijk

De vraag naar zonnepanelen neemt toe, maar de wachttijden lopen vanwege de schaarste op. Het is onduidelijk of de energieprijzen nog verder gaan stijgen en ook de prijsontwikkeling van de zonnepanelen zelf is niet te voorspellen. Vereniging Eigen Huis houdt de ontwikkelingen rondom de salderingsregeling dan ook nauwlettend in de gaten.

Lees ook: Salderingsregeling afbouwen en thuisbatterij stimuleren

Minder keuzestress rond duurzame installaties

0
Minder keuzestress rond duurzame installaties

De publicatie “Strategische keuzes maken in duurzame installaties” is onlangs tijdens het Energy Up-congres van Stroomversnelling gepresenteerd. De publicatie helpt om te bepalen welke duurzame installaties het meest geschikt zijn voor veel voorkomende woningtypen.

Duurzame installaties moeten vaak op een nét wat andere manier worden geïnstalleerd, ingeregeld en onderhouden

Mede-auteur Marten Witkamp overhandigde de digitale publicatie op symbolische wijze aan Doekle Terpstra, voorzitter van Techniek Nederland en aan Leen van Dijke, voorzitter van Stroomversnelling.

Integraliteit van oplossingen

“Deze publicatie is erop gericht om de sector een handvat te bieden bij het beoordelen van wat een goed installatieconcept is voor een bepaald type woning,” aldus Leen van Dijke.

En vooruitkijkend voegde de voorzitter van Stroomversnelling daaraan toe: “De wirwar van installatietechnische mogelijkheden die er nu nog is zal uiteindelijk worden gecomprimeerd tot goedkopere en betere producten, waar de monteurs goed mee bekend zijn”.

Doekle Terpstra vulde aan: “Het gaat niet alleen om de technische installaties, maar ook om de schil, om steeds meer integraliteit van oplossingen en om opschaling. Dit boek is voor een deel ook een poging om de vraag te beantwoorden hoe we meer collectiviteit en connectiviteit kunnen bewerkstelligen.”

Duurzame warmtebron

In de komende jaren zullen in Nederland honderdduizenden woningen worden gerenoveerd, om klaar te zijn voor aansluiting op een duurzame warmtebron. Momenteel is er een rijke schakering aan technische oplossingen. Bouwkundig, maar ook op het gebied van duurzame installaties.

Met name voor duurzame installaties geldt dat ze vaak op een nét wat andere manier ontworpen, geïnstalleerd, ingeregeld en onderhouden moeten worden. Welke duurzame installatie voor welke woning geschikt is, blijkt nog best een puzzel. Een goed totaaloverzicht van de keuzes en mogelijke combinaties ontbrak tot nu toe.

Samenwerking

Daarom hebben de brancheorganisaties Aedes, Bouwend Nederland, OnderhoudNL en Techniek Nederland samen met Stroomversnelling de handen ineengeslagen om meer inzicht te geven in de belangrijkste afwegingen bij het kiezen van duurzame installaties.

Niet door voor te schrijven hoe het moet, maar door een denkwijze aan te reiken op basis van tot nu toe opgedane praktijkervaringen. De auteurs noemen het een ‘redeneerlijn’ waarlangs afgewogen kan worden welke installaties het beste passen bij een bepaald woningtype.

Download de publicatie ‘Strategische keuzes maken in duurzame installaties’

Betaalbare woningen voor middeninkomens dichterbij

0

De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Hugo de Jonge, heeft zijn plannen bekendgemaakt om meer mensen aan een betaalbare woning te helpen.

“Aanvangshuren in het middenhuursegment worden gereguleerd”

Mensen met een middeninkomen vallen nu tussen wal en schip en mensen met een laag inkomen houden na het betalen van de huur soms te weinig over om van te leven. Daarom moeten er meer betaalbare woningen gebouwd worden en wordt de middenhuursector gereguleerd. Huurders en kopers worden beter beschermd.

Minister de Jonge van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening: “Veel mensen kunnen geen betaalbare woning vinden of hebben te hoge woonlasten. Dat raakt aan de bestaanszekerheid van mensen. Daarom moeten er meer betaalbare woningen worden gebouwd, in het sociale segment maar zeker ook in het middensegment. En daarom reguleren we de middenhuur en worden huurders en kopers straks beter beschermd.”

Woningwaarderingstelsel

Om huurwoningen voor middeninkomens betaalbaarder te maken, worden aanvangshuren in het middenhuursegment gereguleerd. Een deel van de woningen die nu in de vrije huursector valt, valt daardoor straks onder de gereguleerde middenhuur.

Straks bepaalt het woningwaarderingstelsel (het puntensysteem) de huurprijs, zodat een huurder een eerlijke prijs betaalt, die past bij de kwaliteit van de woning. De exacte bovengrens van de regulering moet nog worden bepaald, maar komt tussen de 1.000 en 1.250 euro te liggen.

Voldoende aanbod

Het is belangrijk dat er voldoende aanbod aan middenhuur blijft en de regulering de bouw van middenhuurwoningen niet in de weg staat. Op dit moment wordt in drie gemeenten (Utrecht, Zwolle en Doetinchem) gekeken wat de effecten zijn van verschillende varianten van de regulering op onder andere de bouw van middenhuurwoningen. Op basis hiervan wordt de exacte vormgeving van de regulering bepaald, inclusief de bovengrens van de middenhuurregulering.

Nieuwbouw voor middeninkomens

Er moet meer gebouwd worden voor midden- en lage inkomens. In het programma Woningbouw is aangekondigd dat er tot en met 2030 900.000 woningen gebouwd moeten worden.

De overheid streeft regionaal na dat bijna veertig procent (350.000 woningen) van deze nieuw te bouwen woningen betaalbare koop of middenhuurwoningen zijn.

Positie koopstarters

Het vergroten van het aanbod leidt ook tot een verbetering van de positie van koopstarters. Zij krijgen een extra duwtje in de rug door de inzet van goedwerkende en nieuwe verkoopoplossingen. Door een handreiking aan gemeenten, ontwikkelaars en corporaties te doen, kan het gebruik van verkoopoplossingen zoals KoopStart een impuls krijgen en leiden tot meer betaalbare koopwoningen.

Met de introductie van een huisvestingsvergunning kunnen gemeenten bovendien betaalbare koopwoningen toewijzen aan mensen met een middeninkomen.

Hoge woonlasten

Een deel van de mensen met een laag inkomen zijn een te groot deel van hun inkomen kwijt aan de huur. Te hoge woonlasten worden aangepakt door huurstijgingen te beperken en door mensen een woning toe te wijzen die bij het inkomen past.

Voor mensen met een laag inkomen worden de huren verlaagd. Hogere inkomens die in een goedkope sociale huurwoning wonen, kunnen een inkomensafhankelijke huurverhoging krijgen.

Met Aedes, VNG en IPO worden prestatieafspraken gemaakt over onder andere de bouw en verduurzaming van woningen. Een nieuw Sociaal Huurakkoord met Aedes en de Woonbond over onder andere de jaarlijks maximaal toegestane huurverhoging wordt onderdeel van deze afspraken.

Huurtoeslag

De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat het toeslagenstelsel voor een deel van de mensen onzekerheid met zich meebrengt. We zetten daarom stevig in op het vereenvoudigen van de huurtoeslag.

Hiervoor worden onder andere genormeerde huren ingevoerd. De hoogte van de huurtoeslag is daarmee niet meer afhankelijk van de feitelijke huurprijs, maar gaat uit van een vast, genormeerd huurbedrag. Afhankelijk van het inkomen betalen mensen een eigen bijdrage, die van dit genormeerd huurbedrag af wordt getrokken. Wat overblijft is de te ontvangen huurtoeslag.

De maximale huurgrens wordt geschrapt. Zo kunnen meer huurders huurtoeslag krijgen. Daarnaast wordt de leeftijdsgrens voor jongeren verlaagd van 23 jaar naar 21 jaar en vervalt de bijdrage aan de subsidiabele servicekosten.

Eind 2022 moet het wetsvoorstel klaar zijn en moet vanaf 2024 ingaan. De genormeerde huren worden geleidelijk ingevoerd over een periode van vijf jaar.

Lees ook: Snel extra honderden huurwoningen in Almere

Zie hieronder een overzicht van Economisch Instituut voor de Bouw (EIB).

 

Samenwerking NL en BE rond duurzame infra en bouw

0
Samenwerking Nederland en België op het gebied van duurzame infrastructuur en circulaire bouw

Bijna 80 Nederlandse bedrijven en organisaties nemen in België deel aan de handelsmissie duurzame infrastructuur en circulaire bouw. De missie staat onder leiding van minister Liesje Schreinemacher en staatssecretaris Vivianne Heijnen. Samenwerking Nederland en België rond duurzame infra en bouw

“Er wordt door Nederland en België stilgestaan bij grensoverschrijdende samenwerking in de bouwketen en opschalen van circulaire businessmodellen rond infra en bouw”

Ondernemers, kennisinstellingen (o.a. TNO en Vito), steden (o.a. Amsterdam, Mechelen en Leuven) en sectororganisaties (o.a. Bouwend Nederland, Vlaamse Confederatie Bouw) uit Nederland en België delen ervaringen met elkaar. Daarnaast komen ze tot zaken in de duurzame en circulaire bouwsector. De totale bouwomzet in Nederland en België wordt gezamenlijk geschat op 130 miljard euro per jaar.

Economische innovaties

Minister Liesje Schreinemacher: “België is onze tweede handelspartner wereldwijd. De delta van Schelde, Rijn en Maas is één geïntegreerd economisch geheel. België en Nederland zijn al vierhonderd jaar koploper bij economische innovaties in Europa, zoals de aanleg van moderne havens. Ook op het gebied van de circulaire economie willen we samen voorop lopen.”

De toepassing van circulaire bouwmethoden is belangrijk om te komen tot een duurzame economie. Zowel België als Nederland hebben ambitieuze duurzaamheidsdoelstellingen. Nederland en België delen de wens om tegen 2050 volledig circulair te zijn.

Infraprojecten

Staatssecretaris Vivianne Heijnen: “Om deze doelstelling te realiseren, zullen we nog veel intensiever moeten gaan samenwerken in Europa en kennis en ervaringen delen. De komende jaren worden in zowel Nederland als België bijvoorbeeld heel wat infrastructurele projecten gerepareerd en vervangen. Wij kunnen hierbij als overheden met circulair aanbesteden echt een boost geven en zo de transitie naar een circulaire economie versnellen.”

Circulariteit en het hergebruik van materialen zorgt ervoor dat we ons milieu schoner achterlaten aan volgende generaties en we minder afhankelijk worden van grondstoffen uit andere landen.

Memorandum of Understanding

Om het belang van gezamenlijk optreden te onderschrijven, wordt op donderdag 19 mei in de Handelsbeurs te Antwerpen ook een Memorandum of Understanding getekend voor het Europese Interreg Vlaanderen-Nederland project BOUW-MIJN.

Dat gebeurt in het bijzijn van minister Schreinemacher en de Vlaamse minister Zuhal Demir. Dit project zal de circulaire transitie in de bouwsector in Vlaanderen en Nederland versnellen door aandacht te besteden aan circulair slopen, retourlogistiek en materialenregie.

Samenwerking Nederland en België

Tijdens de missie zal stil worden gestaan bij grensoverschrijdende samenwerking in de bouwketen, opschalen van circulaire businessmodellen en toepassing van circulaire en biobased materialen in wegen, bruggen en gebouwen. De Nederlandse deelnemers zullen ook diverse bedrijfsbezoeken afleggen in Brussel en Antwerpen.

Samenwerking NL en BE rond duurzame infra en bouw.

Huizenbezitters willen verduurzamen, maar zien geen mogelijkheden

0

Hoewel 44 procent van de Nederlandse woningbezitters van plan is zijn woning in de komende twee jaar te verduurzamen, geeft tevens bijna de helft aan dat hiervoor de mogelijkheden ontbreken. Dat blijkt uit een onderzoek dat PanelWizard in opdracht van ABN AMRO heeft verricht onder ruim 1.800 Nederlanders.

Bijna driekwart van de huizenbezitters let nu veel beter op het energieverbruik

Voor veel Nederlanders (47 procent) zouden te hoge kosten de belangrijkste reden zijn om ervan af te zien. Bijna drie op de tien woningbezitters geven daarnaast aan de kat uit de boom te kijken, in afwachting van subsidies die het verduurzamen van de woning betaalbaarder maken. Tegelijkertijd zijn veel Nederlanders wel doordrongen van de urgentie van verduurzaming, mede doordat de energiekosten sterk zijn gestegen, zo blijkt uit het onderzoek van PanelWizard.

Volledig gasloos

Veruit de meeste huizenbezitters zijn zich bewust van het belang van duurzaamheid en hebben de intentie om hun huis milieuvriendelijker te maken. Zo geeft 42 procent van de huizenbezitters aan dat ze de eigen woning graag volledig gasloos willen maken en 35 procent dat zij zonnepanelen willen installeren. Bijna de helft erkent dat zij door de oplopende energiekosten hiertoe nu ook eerder zijn geneigd. Maar liefst 54 procent van woningeigenaren zegt daarnaast bij de aankoop van een nieuwe woning beter te zullen letten op het energielabel.

Zeven op de tien huiseigenaren vinden het belangrijk dat de huidige woning een hoog energielabel met laag energieverbruik heeft. Opvallend is dat bijna de helft van de starters en doorstromers bij de zoektocht naar een nieuwe woning een duidelijke voorkeur heeft voor een nieuwbouwwoning. Voor 40 procent van de huizenbezitters zou een doorslaggevende reden om een nieuwbouwwoning te kopen zijn dat het energieverbruik lager is dan bij bestaande bouw.

Gebrek aan kennis

Door de oplopende energiekosten letten bijna driekwart van de huizenbezitters in Nederland nu veel beter op hun energieverbruik. Zo geeft 62 procent aan dat ze hun kachel de afgelopen maanden regelmatig een aantal graden lager zet en geeft 53 procent aan dat zij regelmatig korter douchen.

Hoewel veel huizenbezitters overtuigd zijn dat verdere en meer ingrijpende verduurzaming van hun woning momenteel een onhaalbare kaart is, blijkt uit het onderzoek dat erg weinig mensen kennis hebben van de financiële mogelijkheden die er wel zijn. Zo weet 57 procent niet dat het bij de aankoop van een duurzame woning mogelijk is om extra te lenen.

Daarnaast is bijna de helft er niet van op de hoogte dat het mogelijk is de hypotheek te verhogen als er energiebesparende maatregelen worden getroffen. Verder is het bij zes op de tien woningbezitters niet bekend dat zij korting op de hypotheekrente kunnen krijgen als zij een duurzame woning kopen of laten bouwen.

Financieren

“Uit ons onderzoek komt naar voren dat het verduurzamen van de woning voor veel Nederlanders weliswaar belangrijk is, maar dat de meeste mensen onvoldoende weten hoe zij dit het beste kunnen financieren”, vertelt Kitty de Heiden, Lead Hypotheken bij ABN AMRO.

“We zien óók dat 61 procent van de mensen zich er, ondanks onzekere omstandigheden, niet van laten weerhouden grote financiële beslissingen te nemen. De bereidheid om uitgaven te doen is er dus nog wel degelijk. Dat geldt ook voor het verduurzamen van de woning, maar veel Nederlanders weten niet dat er in financieel opzicht meer mogelijk is dan zij denken.”

Lees ook: Salderingsregeling afbouwen en thuisbatterij stimuleren 

Hybride warmtepomp of alternatief vanaf 2026

0
Verplichting hybride warmtepomp of duurzaam alternatief vanaf 2026

Het kabinet kondigt aan dat vanaf 2026 hybride warmtepompen de standaard worden voor het verwarmen van woningen. Dat betekent dat bij vervanging van de cv-installaties mensen moeten overstappen op een duurzamer alternatief.

Tot en met 2030 heeft het kabinet €150 mln. per jaar gereserveerd om woningeigenaren te ondersteunen

In veel gevallen komt een hybride warmtepomp in aanmerking, maar ook alternatieven zoals de volledig elektrische warmtepomp of een aansluiting op een warmtenet zijn mogelijk.

Het kabinet wil hiermee voor leveranciers, installateurs en woning- en gebouweigenaren duidelijkheid bieden en wijzigt hiervoor het besluit bouwwerken leefomgeving, ook wel bouwbesluit genoemd.

Tempo moet omhoog

Minister De Jonge: “De urgentie van verduurzaming is groot en het tempo moet omhoog. Ook voor ieders portemonnee is het beter als we minder aardgas gebruiken. Daarom wil het kabinet dat vanaf 2026 de hybride warmtepomp de standaard wordt als de cv-ketel aan vervanging toe is.”

De Jonge: “Samen met installateurs en leveranciers wil het kabinet een omslag maken. Voor woningen die niet geschikt zijn, of als een woning op korte termijn op een alternatief voor aardgas wordt aangesloten, is er uiteraard een uitzonderingsmogelijkheid.”

Besparing aardgas

Door over te stappen op meer duurzame verwarmingsinstallaties kan veel aardgas worden bespaard, dat is goed voor het klimaat en zorgt voor een lagere energierekening. Een hybride warmtepomp is een combinatie van een warmtepomp en een cv-ketel. Doordat de cv-ketel op koude dagen bijspringt is de hybride warmtepomp voor veel woningen geschikt, en kan zowel op korte als lange termijn (in combinatie met een duurzaam gas) bijdragen aan de verduurzaming van de gebouwde omgeving.

Dit leidt tot gemiddeld 60% besparing op het aardgasverbruik. In goed geïsoleerde woningen kan ook direct worden overgestapt naar een volledig elektrische warmtepomp, deze gebruikt helemaal geen aardgas. In een deel van Nederland is of komt een warmtenet beschikbaar, ook dat is een duurzame manier om de woning te verwarmen.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Normering verwarmingsinstallaties

Het kabinet bereidt normering voor zodat deze in 2026 in kan gaan. Met de normering worden eisen gesteld aan de efficiëntie van de verwarmingsinstallatie. Dat betekent dat bij vervanging van de huidige cv-ketel mensen moeten overstappen op een duurzamer alternatief.

Voor woningen die niet geschikt zijn, of op korte termijn op een ander alternatief voor aardgas worden aangesloten (bijvoorbeeld een warmtenet), is er een uitzonderingsmogelijkheid. Om de ontwikkeling van deze techniek te ondersteunen, biedt het rijk subsidie op de aanschaf van een (hybride) warmtepomp.

Deze subsidie is vanaf dit jaar verhoogd naar gemiddeld dertig procent. Tot en met 2030 heeft het kabinet €150 mln. per jaar gereserveerd om woningeigenaren te blijven ondersteunen bij de aanschaf van een (hybride) warmtepomp. Daarnaast is er financiering via het Nationaal Warmtefonds, met een rentetarief van 0 procent voor lage- en middeninkomens, beschikbaar.

Installateurs en fabrikanten

Het kabinet trekt hierin samen op met de installatiebranche (vertegenwoordigd door Techniek Nederland) en de fabrikanten (vertegenwoordigd door de Nederlandse Verwarmingsindustrie en de Vereniging Warmtepompen). Techniek Nederland zet alles op alles om ervoor te zorgen dat er voldoende warmtepompmonteurs zijn. Door te zorgen dat er straks in iedere regio een opleidingslocatie is waar monteurs zich kunnen laten bijscholen en door het ontwikkelen van specifieke opleidingen voor zij-instromers.

Ondersteuning

Techniek Nederland gaat monteurs ondersteunen door tools die bijvoorbeeld laten zien welke woningen geschikt zijn voor (hybride) warmtepompen. Woningeigenaren worden geholpen doordat er kwaliteitseisen gesteld gaan worden aan producten, installaties en vakmanschap. Fabrikanten investeren in een forse opschaling van de productie, onder andere door op korte termijn drie extra productielocaties in Nederland te openen.

Daarnaast komen er meer trainingsfaciliteiten voor monteurs. Hybride warmtepompen worden eenvoudiger, gebruiksvriendelijker en uniformer. Dit zorgt voor goedkopere apparaten die veel makkelijker te installeren zijn.

Lees ook: Isolatie en warmtepomp in 2022 meer subsidie

Inschrijven voor de Job Dura Prijs 2022

0
Inschrijven voor de Job Dura Prijs 2022 vanaf nu mogelijk

De inschrijving voor de Job Dura Prijs 2022 is geopend. Traditiegetrouw is het thema van de Job Dura Prijs een actueel onderwerp. Dit keer is dat ‘Circulariteit’. In aanmerking komen projecten in de regio groot Rotterdam.

Projecten voor de Job Dura Prijs 2022 kunnen tot uiterlijk 15 juni 2022 worden ingediend

De transitie naar een circulaire economie is cruciaal bij het vinden van een duurzame relatie met de wereld om ons heen. Het gebruik van primaire grondstoffen is momenteel zo groot dat de impact ervan onomkeerbare schade teweegbrengt aan het milieu en grondstoffen wereldwijd uitgeput raken.

In 2030 moet ‘circulair’ de maatstaf zijn in Rotterdam, waarbij de nadruk ligt op het voorkomen van afval en een afnemend gebruik van primaire grondstoffen. Zo moeten er minder producten gebruikt worden, de levensduur van producten zo lang mogelijk zijn en wordt hergebruik of recycling van materiaal het uitgangspunt.

Grootverbruiker

De bouwwereld kan hier, als grootverbruiker van primaire grondstoffen, een doorslaggevende bijdrage aan leveren door in te zetten op bio-based en circulair bouwen, bouwafval hoogwaardig her te gebruiken en materiaalgebruik te beperken.

Zeker nu Rotterdam met vele andere Nederlandse steden staat voor een immense woningbouwopgave en bestaande gebouwen verduurzaamd zullen moeten worden, moeten we toe naar een nieuwe manier van bouwen.

Dit vraagt om een gezamenlijke inspanning van alle partijen in de bouwketen. Van opdrachtgevers tot architecten, van ontwikkelaars tot bouwers en van materiaalleveranciers tot sloopbedrijven. Er zal gezocht moeten worden naar nieuwe bouwmethodes, ontwikkelprocessen en samenwerkingsconstructies. Naar innovatieve materiaaltoepassingen, flexibele ontwerpen en demontabele constructies. En naar een nieuwe esthetiek die symbool staat voor duurzaam bouwen.

Deeelname

Voor deelname aan de Job Dura Prijs 2022 is de jury op zoek naar projecten die aansluiten bij deze thematiek en die voldoen aan (zoveel mogelijk van) de volgende criteria:
• De toekomstbestendigheid en repliceerbaarheid van het project.
• De mogelijke systeemverandering die het project teweeg kan brengen.
• Het innovatieve karakter in concept of techniek.
• Een unieke samenwerking of bijzonder ontwikkelingsproces.
• De bijdrage van het project aan de bewustwording van het thema.

Projecten voor de Job Dura Prijs 2022 kunnen tot uiterlijk 15 juni 2022 worden ingediend. Stuur een projectbeschrijving van maximaal 1000 woorden en maximaal 5 lage resolutie beelden naar info@jobdurafonds.nl. De uitreiking van de Job Dura Prijs 2022 vindt plaats op woensdag 19 oktober 2022 in Theater Zuidplein.

Jury

De jury staat onder leiding van voorzitter Alexandra den Heijer (hoogleraar Publiek Vastgoed TU Delft). De andere juryleden zijn Job van Zomeren (directeur Era Contour en winnaar van de Job Dura Prijs 2020 voor de ontwikkeling van project Little C), Tillmann Klein (hoogleraar Building Product Innovation TU Delft), Leontien de Waal (Sector Banker Bouw ABN AMRO) en Laura Rosen Jacobson (medeoprichter en algemeen directeur Buurman).

Voor meer informatie: www.jobdurafonds.nl