Home Blog Pagina 144

Met flexwoningen en transformatie naar 100.000 woningen per jaar

0
Met flexwoningen en transformatie naar 100.000 woningen per jaar

Onderdeel van de groei naar 100.000 woningen per jaar is de realisatie van 15.000 flexwoningen en 15.000 woningen door transformatie. Er komt er een ‘Taskforce versnelling tijdelijke huisvesting’ die in combinatie met € 100 miljoen aan middelen voor meer slagkracht zorgt.

“De Jonge springt met 100 miljoen aan bij om kansrijke projecten een flinke zet te geven”

De ‘Taskforce versnelling tijdelijke huisvesting’ spoort snel te realiseren projecten op en helpt medeoverheden, woningcorporaties en andere partijen bij het snel aanpakken van struikelblokken. Dat schrijft minister De Jonge (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) in een brief die hij met het Nationaal Transformatieplan naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Snel huurwoningen toevoegen

De Jonge: “Flexwoningen bouwen is de snelste manier om nieuwe huurwoningen toe te voegen. De wachtlijsten zijn al lang en verdringing moeten we zoveel mogelijk voorkomen. Of het nu gaat om spoedzoekers, Oekraïners of statushouders: iedereen die recht heeft op een huis willen we kunnen helpen.”

Flexibele schil

Het transformeren van bestaande gebouwen is voor zowel tijdelijk als permanent gebruik mogelijk. De transformatie van leegstaande gebouwen draagt verder bij aan de vitaliteit van onze steden en dorpen en de doelstellingen op het gebied van duurzaamheid en circulariteit.

Bij flexwoningen gaat het om kwalitatief hoogwaardige gebouwen die maximaal herbruikbaar zijn: een flexwoning die op enig moment niet meer nodig is, kan gemakkelijk worden verplaatst naar een andere plek. Deze relatief snel te realiseren woningen vormen daarmee een flexibele schil die helpt bij het opvangen van plotselinge pieken en dalen in vraag en aanbod.

Ondersteuning

De ‘Taskforce versnelling tijdelijke huisvesting’ staat onder leiding van Rob Haans, Nicole Maarsen en Harriët Tiemens. De taskforce heeft een aparte uitvoeringsorganisatie die gemeenten, provincies, woningcorporaties en bouwbedrijven praktisch ondersteunt met het bij elkaar brengen van vraag en aanbod en het opsporen van kansrijke locaties of gebouwen.

De uitvoeringsorganisatie van de taskforce bestaat uit externe deskundigen. Zij werken samen met het Rijksvastgoedbedrijf, het Expertteam Woningbouw van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), de VNG en Aedes. Voor de werkzaamheden heeft de taskforce tot eind volgend jaar een budget van € 12 miljoen.

Steun

De Jonge springt met € 100 miljoen aan financiële steun bij om kansrijke projecten een flinke zet te geven en vertragingen te voorkomen. De Transformatiefaciliteit wordt met € 22 miljoen aangevuld tot € 80 miljoen, waardoor meer projecten in aanmerking kunnen komen voor een lening.

Over het aandeel transformatie en flexwoningen in de woningbouwopgave gaat de minister prestatieafspraken maken met de regio’s en de gemeenten.

Terugbrengen geluidshinder 19.000 woningen Rotterdam

0
Terugbrengen geluidshinder bij 19.000 Rotterdamse woningen

Rotterdam gaat versneld aan de slag met het terugbrengen van geluidshinder in Rotterdamse woningen.

“Bij geluidshinder kunnen simpele maatregelen veel verschil maken”

Circa 19.000 woningen, gebouwd voor 1 maart 1986 en gelegen aan luidruchtige wegen, komen de komende jaren in aanmerking voor een bouwkundige opname. Daarin wordt onderzocht of geluidsbeperkende maatregelen (zoals bijvoorbeeld nieuwe kozijnen en beglazing) nodig zijn. De benodigde maatregelen worden vervolgens kosteloos uitgevoerd.

Vervanging kozijnen

“Verkeerslawaai is de grootste bron van geluidhinder”, zegt duurzaamheidwethouder Arno Bonte. “Tienduizenden Rotterdammers hebben daar last van, met vaak een verstoorde nachtrust of zelfs gezondheidsschade tot gevolg. Simpele maatregelen als het isoleren van de buitenmuur of het plaatsen van triple glas kunnen een wereld van verschil maken. En bijkomend voordeel is dat het ook flink scheelt in de stookkosten.”

Er zijn verschillende maatregelen om geluidshinder in huis te beperken. In de meeste gevallen gaat het om het vervangen van kozijnen, glas en ventilatievoorzieningen en/of de gevelisolatie. Daarvoor maakt de gemeente gebruik van de door de Rijksoverheid in het leven geroepen Subsidieregeling sanering verkeerslawaai (Ssv-regeling).

Lees ook: Verdrievoudiging aantal zonnepanelen in Rotterdam

Intensiveren aanpak

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de huidige Ssv-regeling vervangen door een nieuwe subsidieregeling. Om te voorkomen dat woningen daardoor buiten de boot vallen, heeft Rotterdam ingezet op intensivering van de aanpak van geluidsanering voor bestaande woningen.

Voor alle woningen waarvoor de gemeente een subsidieaanvraag kon doen (ca. 25.000), is deze ingediend bij het Rijk. Voor 19.000 Rotterdamse woningen is de subsidieaanvraag toegekend. In de komende jaren zal voor die woningen bouwkundige opnames worden uitgevoerd en waar nodig maatregelen worden getroffen. Daaraan zijn voor de bewoners geen kosten verbonden.

Saneren is tijdrovend

Het geluidsaneringprogramma wordt begeleid door milieudienst DCMR. Het saneren van woningen is een tijdrovende operatie. Iedere woning die mogelijk in aanmerking komt voor gesubsidieerde gevelisolatie, wordt individueel bezocht om de bouwkundige staat vast te stellen.

De woning komt in aanmerking voor subsidie als het geluid in de woning niet voldoet aan de geldende norm. DCMR stelt vervolgens een saneringsplan op waarin maatregelen worden genomen om de geluidproductie te beperken.

Klik hier voor meer informatie

MIMO, nieuwe aanpak en tool TNO, voor duurzamer beton

0
Mimo-nieuwe aanpak TNO naar duurzamer beton

De bouw- en infrasector verbruikt de helft van alle grondstoffen in ons land en is goed voor 40 procent van het energieverbruik en een derde van de totale CO2-uitstoot. Omdat de helft van al het bouwmateriaal beton is, valt veel winst te boeken door dat te verduurzamen. TNO heeft hiervoor een nieuwe aanpak en tool ontwikkeld.

“TNO zal 14 juni 2022 op de Betondag de aanpak naar duurzamer beton presenteren”

Verandering naar duurzamer beton

Die TNO aanpak richt zich met name richt op de inzet van duurzamere betonsoorten en hergebruik van secundaire grondstoffen. Tot nu toe worden deze materialen nog niet grootschalig ingezet, met name doordat toepassing in betonconstructies complex is. Immers, aan de ene kant is er verandering gaande in het beton dat we altijd al kenden, en aan de andere kant komen er steeds meer eisen, een constructie moet niet alleen veilig en betaalbaar zijn, maar ook duurzaam en circulair.

MIMO aanpak

De nieuwe aanpak, voluit ‘Materiaal gedreven Multi-criteria Ontwerp-optimalisatie’ (MIMO), is een ontwerp aanpak voor duurzamer beton die helpt bij het maken van optimale keuzes voor meerdere betrokken partijen: opdrachtgevers, bouwbedrijven, aannemers, sloopbedrijven, recyclingbedrijven.

De MIMO-aanpak (pdf) vormt een knooppunt tussen data, modellen en slimme optimalisatie-software. Informatie over lokaal beschikbare grondstoffen staat centraal: ‘resource based engineering’. Bijvoorbeeld, van elementen of korrels uit betonpuin worden de materiaaleigenschappen bepaald, de data. Daarnaast worden gelijktijdig alle eisen meegegeven, zoals minimaliseren van milieu-impact en kosten maar ook het maximaliseren van veiligheid, we willen immers veilige betonconstructies.

MIMO verwerkt de data vervolgens met behulp van rekenmodellen tot ontwerpscenario’s die optimaal en meetbaar voldoen aan de verschillende eisen tegelijk. De gebruiker kan nu eenvoudig afwegen wat het beste scenario is op basis van wensen en planning.

(Lees verder onder de afbeelding.)
MIMO, nieuwe aanpak TNO naar duurzamer beton

CO2-reductie

Elk jaar komt er zo’n 22 miljoen ton steenachtig afval vrij door sloop. Op dit moment wordt daarvan slechts 2 miljoen ton hergebruikt en dat terwijl we jaarlijks 33 miljoen nieuw beton produceren. De inschatting van TNO is dat MIMO kan ondersteunen in het afwegen en optimaal inzetten van hergebruik en recycling uit bouw- en sloopafval.

“Deze stroom is goed voor meer dan de helft van de huidige betonproductie!”, vertelt Siska Valcke van TNO, expert op het gebied van circulair beton. “Bij het optimaliseren van hergebruik, ook voor CO2 reductie, komen dankzij MIMO algauw twee belangrijke strategieën in beeld: volledig hergebruik van elementen uit bestaande betonconstructies en inzet van gemalen metselwerk-puin zouden naar schatting 0,75 tot wel 1,25 miljoen ton CO2 reduceren per jaar”, licht Valcke toe.

Informatie optimaal inzetten

MIMO sluit aan op initiatieven die de sector nu al ontwikkelt, zoals nieuwe betonsoorten met minder cement, slanker construeren en demontabel bouwen. Partijen kunnen verschillende strategieën voor verduurzaming en circulariteit tegen elkaar afwegen en optimaal combineren.

De nieuwe aanpak wordt inmiddels op beperkte schaal als tool beproefd. Daaruit blijkt welke voordelen de aanpak biedt voor de betrokken partijen als deze op verschillende stadia in besluitvorming en ontwerp wordt ingezet. Constructeurs kunnen in een vroeg stadium de mogelijkheden en data van leveranciers, sloopbedrijven en recyclers betrekken in hun ontwerp om tot een optimale oplossing te komen.

Opdrachtgevers krijgen inzicht in oplossingen die meetbaar voldoen aan hun eisen en die ze transparant met elkaar kunnen vergelijken. Aannemers en sloopbedrijven krijgen meetbaar inzicht in de kosten en baten van slim demonteren en de opslag van materialen.

Basis naar duurzamer beton gelegd

MIMO is zo opgezet dat nieuwe ontwerpvragen, eisen, data en modellen kunnen worden toegevoegd en gekoppeld zodat het stap voor stap breder kan worden ingezet.

Siska Valcke: “Onze aanpak levert de meeste waarde als de samenwerking in de betonsector gaat groeien: bedrijven, overheden en kennisinstellingen. Dan kan de MIMO een enabler zijn in de ketenbrede transitie naar duurzamer beton. De basis is gelegd en van hieruit kunnen we samen met de sector aan de slag om de transitie te maken naar grootschalige resource based engineering op weg naar duurzamer beton.”

Meer TNO informatie

TNO zal 14 juni 2022 op de Betondag de MIMO aanpak presenteren.

Milieu-investeringen stegen fors in 2021

0
Milieu-investeringen stegen fors in 2021

Bedrijven hebben in 2021 fors meer geïnvesteerd in innovatieve milieuvriendelijke technieken en bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor belastingvoordeel. Dit blijkt uit het jaarverslag MIA/Vamil dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) publiceert.

“In totaal is er voor bijna 3.5 miljard MIA/Vamil aangevraagd”

Het jaarverslag geeft een beeld van innovatieve milieuvriendelijke technieken en middelen waarin bedrijven in 2021 met fiscaal voordeel van de MIA/Vamil hebben geïnvesteerd en hoeveel er is geïnvesteerd in verschillende branches.

De overheid wil investeringen in innovatieve bedrijfsmiddelen stimuleren. Via twee fiscale regelingen maakt de overheid het investeren in innovatieve milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen extra aantrekkelijk: Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil).

Duurzame investeringen

In totaal hebben in 2021 14.000 ondernemers aanvragen ingediend. Er is in totaal over een investeringsbedrag van bijna 3.5 miljard euro MIA/Vamil aangevraagd. Dit is een stijging van 24 procent ten opzichte een jaar eerder.

Het totaalbedrag dat ondernemers via belastingvoordeel met de MIA/Vamil ontvangen komt in 2021 naar verwachting uit op 119 miljoen euro. Dit netto fiscale voordeel was in 2020 nog 90 miljoen euro (een stijging van ruim dertig procent).

Milieulijst

Basis van de regelingen is de zogenoemde Milieulijst, een lijst met ruim 300 bedrijfsmiddelen en investeringen die in aanmerking komen voor fiscaal voordeel met de MIA/Vamil. Voorbeelden zijn investeringen in circulair bouwen, slimme afvalbakken voor buiten ter voorkoming van zwerfafval, software voor registratie en analyse van voedselverspilling en duurzame paardenstallen.

De Milieulijst wordt jaarlijks aangepast door RVO. Of een bedrijfsmiddel nieuw op de Milieulijst verschijnt, hangt af van verschillende criteria: een bedrijfsmiddel moet een aanzienlijke milieuverdienste hebben (boven de wettelijke norm) en ook innovatief zijn (en daarmee vaak duurder ten opzichte van het gangbare alternatief in de branche).

Circulaire economie

Grote groeier in 2021 is het onderdeel circulaire economie (CE), met bijna drie keer zoveel gemelde investeringen ten opzichte van 2020. Circulair produceren en CO₂-reductie krijgen bij ondernemers steeds meer aandacht.

In 2021 is de Milieulijst voor CE flink uitgebreid (147 CE-gerelateerde bedrijfsmiddelen in 2021 tegenover 93 in 2020). Circulaire economie op de Milieulijst draagt bij aan technieken en bedrijfsmiddelen die gericht zijn op onder meer hergebruik en recyling.

Denk aan: het slimmer maken en slimmer gebruiken van producten en grondstoffen (refuse, rethink, reduce) en levensduurverlenging van producten (reuse, repair, refurbish, remanufacture, repurpose).

Voorbeelden zijn apparatuur voor recycling, productieapparatuur waarmee grondstoffen kunnen worden bespaard en oplossingen voor afval(water)inzameling en -verwerking. Binnen het onderdeel circulaire economie lieten vooral investeringen in circulaire woningbouw en circulaire bedrijfsgebouwen een grote groei zien.

1 miljard euro

Op basis van de Milieulijst 2021 groeide het totaal gemelde investeringsbedrag binnen het thema circulaire economie tot 1.085 miljoen euro. Dit is bijna eenderde van het totaal gemelde investeringsbedrag op grond van de Milieulijst 2021.

Het netto belastingvoordeel op investeringen op het onderdeel circulaire economie komt daarmee op bijna 45 miljoen euro. Dit is een stijging van bijna 150 procent ten opzichte van het netto fiscaal voordeel op grond van de Milieulijst 2020, goed voor 38 procent van het totaal berekend fiscaal voordeel in 2021 van alle gemelde investeringen op grond van de Milieulijst 2021 (totaal: 118,7 miljoen euro).

Nieuwe aanvragen 2022

In december 2021 is de nieuwe Milieulijst 2022 gepubliceerd. Met daarin opgenomen nieuwe milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen en technieken. Aanvragen voor 2022 zijn het hele jaar mogelijk via RVO.

Project, realisatie 1221 in Delft

0
Project - realisatie 1221 in Delft

Gemeente Delft, gebiedsontwikkelaar AM, Batenburg Bouw & Ontwikkeling en de kopers van project 1221 Delft hebben gezamenlijk het startsein gegeven voor de bouw van vijftien vrije sector koop eengezinswoningen en 39 huurappartementen.

“1221 gaat uit van een toekomst waarin de rol van de auto steeds kleiner wordt”

1221 wordt gebouwd volgens de laatste kennis en kunde op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit, schone mobiliteit en een circulaire economie. De bebouwing slaat zo een brug naar een nieuwe toekomst, waarin duurzaam samenleven met de natuur de standaard is. Zo gaan de woningen op in de groene omgeving en worden ze voorzien van beplanting en huisvesting voor vogels, vleermuizen en insecten.

Bovendien worden alle woningen voorzien van een regenton en worden er voorzieningen getroffen om na hevige regenval het water vertraagd af te voeren en/of een tijd te bergen, waarmee hittestress gereduceerd wordt en het water kan verdampen.

Deelmobiliteit

1221 gaat uit van een toekomst waarin de rol van de auto steeds kleiner wordt. Vanwege de centrale ligging van de wijk en goede toegang tot alternatieve vervoerswijzen krijgt elke woning één parkeerplaats en worden er geen parkeervergunningen afgegeven.

Voor de huurappartementen kan gebruik worden gemaakt van deelmobiliteit. Zo dragen de nieuwe bewoners bij aan een autoluwe toekomst met meer ruimte voor groen.

Geluidsoverlast

Bij de realisatie van project 1221 wordt extra rekening gehouden met de omgeving. Het heisysteem is trillingsarm, zodat dit overlast naar de omgeving reduceert. De oplevering aan de kopers is naar verwachting eind 2023.

Martina Huijsmans, wethouder mobiliteit: “Delft groeit. De komende jaren bouwen we flink wat woningen bij. Er blijft weinig openbare ruimte over als het aantal auto’s ook blijft groeien. Daarom zetten we in op deelmobiliteit. Om je snel, makkelijk en gezond te verplaatsen in de stad zijn deelfietsen en deelscooters een duurzaam alternatief.”

Huijsmans: “Het station is op loopafstand. Voor verre ritten kunnen bewoners gebruik maken van (elektrische) deelauto’s. Dat levert veel voordelen op. Het bespaart kosten en vermindert de CO2-uitstoot. En het schept ruimte in de stad voor meer groen en ontmoetingsplekken. Zo houden we onze stad goed bereikbaar en leefbaar.”

Lees ook: Groene woonwijk Venserpolder

1e hybride stopmachine Nederland

0
Eerste hybride stopmachine voor de Nederlandse markt

VolkerWessels investeert in de ontwikkeling en productie van de eerste hybride stopmachine voor de Nederlandse markt.

“de hybride stopmachine kan voor meer dan 80 procent emissievrij kan worden ingezet”

De 65 meter lange stopmachine met hybride aandrijving is de eerste in zijn soort die zowel kan rijden als werken op het Nederlandse spoor (1500V DC en 25kV AC) en is daarmee een cruciaal en uniek emissiearm materieelstuk voor spoorwerkzaamheden.

Eerdere investeringen

De investering is volledig in lijn met eerdere investeringen in duurzaam materieel door VolkerWessels en diverse dochterondernemingen. Zo werden er de afgelopen maanden een volledig elektrische 160 ton rupshijskraan, elektrische asfaltspreidmachines, walsen en trilapparaten aangekocht.

Concurrentievoordeel

Cees de Wijs, lid van de Raad van Bestuur VolkerWessels en verantwoordelijk voor de divisie Infrastructuur: “De investering in de hybride stopmachine is de grootste investering op het gebied van duurzaam materieel van VolkerWessels tot nog toe, maar levert ons een duidelijk concurrentievoordeel op gezien de ambitieuze klimaatdoelstellingen van Nederland. Met deze investering voegen we de daad bij het woord in het realiseren van onze duurzaamheidsambities. We werken op deze manier aan een emissievrij VolkerWessels in 2030.”

Technologiedrager

De machine maakt tijdens de werkzaamheden gebruik van de elektriciteit van de bovenleiding. Als er door (veiligheids-) omstandigheden geen spanning op de bovenleiding staat, maakt de machine gebruik van een ‘schone’ dieselmotor.

Uiteindelijk is de inschatting dat de hybride stopmachine voor meer dan tachtig procent emissievrij kan worden ingezet. Daarnaast is de machine installatie zodanig ontworpen, dat op termijn de dieselmotor vervangen kan worden door een waterstofaandrijving.

Compleet proces

De nieuwe stopmachine is als technologiedrager inzetbaar voor het complete proces rond spoorligging van de Nederlandse railinfra, van nieuwbouw en vernieuwing tot onderhoudswerkzaamheden.

De machine voert metingen uit, corrigeert spoor- en wisselligging, verdicht het ballastbed en veegt het spoor schoon. Daarmee is de machine een mijlpaal voor het wereldwijde veranderingsproces naar geïntegreerd gedigitaliseerd spooronderhoud.

Infra scan- en meetsysteem

De machine wordt onder andere uitgerust met de nieuwste digitale systemen, waaronder een infra scan- en meetsysteem waarmee diverse parameters in en rond het spoor automatisch geregistreerd en gecontroleerd worden.

Dit maakt het mogelijk om potentiële gevaren in een vroeg stadium te identificeren, maar ook om direct tijdens de werkzaamheden de juiste corrigerende maatregelen te nemen.

Daarnaast kan de verdichting van het ballastbed automatisch worden geregeld en geregistreerd, krijgt de machine een geavanceerd positiemeetsysteem en een automatisch wisselassistentiesysteem.

De stopmachine Unimat 09-8×4/4S Dynamic E3 wordt in de zomer van 2024 in Nederland geleverd.

Amstelstroombrug in gebruik genomen

0
Amstelstroombrug in gebruik genomen

Amsterdam is een grote brug rijker. Onlangs is de Amstelstroombrug officieel geopend. Deze brug verbindt het Amstelkwartier in Oost met de overkant van de Duivendrechtsevaart.

“De Amstelstroombrug biedt tevens schuilplekjes voor ijsvogels, vleermuizen, zwaluwen, hommels en vissen”

Met de nieuwe brug wordt de bereikbaarheid verbeterd van de 10.000 woningen die in Overamstel worden gebouwd. De brug is voor een groot deel gebouwd met duurzame materialen. De bakstenen zijn gemaakt van gerecycled keramiek, de balustrades en bankjes van duurzaam hout en de verlichting bestaat uit ledlampen. Voor vogels, vissen en insecten zijn er holletjes en nisjes om te schuilen of nestelen.

Voorzieningen voor dieren

In het ontwerp van de brug zijn allerlei voorzieningen gemaakt voor dieren. In de pijlers zitten holletjes waar ijsvogels hun nest kunnen bouwen. In de brugbalken zijn nestkastjes opgehangen voor oeverzwaluwen en in de middenpijlers zitten kraamkamers voor vleermuizen.

Voor insecten zijn er insectenhotels, ondiepe boorgaten in betonnen delen van de brug. In het water onder de brug zijn korven met hout en stortstenen afgezonken. Daar kunnen vissen schuilen. Verschillende nestkastjes bovenaan en ook in de pilaar, voor vleermuizen en diverse soorten vogels.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Groene Middenberm

Voor vlinders, bijen en hommels is een groene middenberm op het brugdek gemaakt. Daar zaaien we ook veel bloemen, zodat bijen, hommels en vlinders hier kunnen landen en bijtanken.

De groenstrook sluit aan bij de groene middenberm van de Amstelstroomlaan. Die is ook in het ontwerp meegenomen en is voorzien van een waterbuffer. Die zorgt ervoor dat de planten voldoende water krijgen, ook als het langere tijd droog is.

Door een soort waterbuffer in de brug wordt regenwater opgevangen waardoor het groen ook bij droogte voldoende water krijgt.

Lees het in Bouw en Uitvoering verschenen artikel ‘Baanbrekende, natuurinclusieve Amstelstroombrug’

Kabinet pakt door, duurzame woning voor iedereen

0
Het kabinet pakt door - Duurzame woning voor iedereen

Met de nieuwe plannen van minister De Jonge voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening moet voor iedereen een duurzame woning binnen handbereik komen. Per 1 januari 2030 zullen er wettelijke eisen worden gesteld aan de verhuur van corporatiewoningen en private huurwoningen.

“Het kabinet wil stapsgewijs af van slecht geïsoleerde woningen, slechte energieprestatie bij utiliteitsgebouwen en de mono cv-ketel”

De maatregelen zijn onder andere: het aanpakken van alle slecht geïsoleerde woningen en gebouwen voor 2030. Het kabinet heeft speciale aandacht voor mensen met een kleine portemonnee. Door nieuwe financieringsmogelijkheden wordt het ook voor hen mogelijk om hun woning betaalbaar te kunnen isoleren.

Minister De Jonge: “De ambitie is om een duurzame woning voor iedereen mogelijk te maken. Dat is goed voor het klimaat, voorkomt een hoge energierekening en maakt ons minder afhankelijk van aardgas. Dit doen we door mensen beter op weg te helpen hoe zij hun woning kunnen isoleren en door het wegnemen van financiële drempels. Een duurzame woning moet tenslotte voor iedereen te betalen zijn. We willen voorkomen dat mensen onnodig op hoge kosten worden gejaagd.”

Energiebesparing

Om de energiebehoefte terug te dringen heeft het kabinet het Nationaal Isolatieprogramma gelanceerd. Het doel is om 2,5 miljoen woningen te isoleren tot en met 2030. Daarnaast is het doel om 1 miljoen hybride warmtepompen in de bestaande bouw te installeren voor 2030. Ook komt er een bijmengverplichting voor groen gas.

Betaalbaar

Deze plannen vragen om forse investeringen van overheden, instellingen, bedrijven en mensen. Iedereen moet hieraan mee kunnen doen. Ook mensen met een kleine portemonnee en kleine bedrijven en instellingen.

Daarom verbetert het kabinet de voorwaarden om mee te kunnen doen via aantrekkelijke energiebespaarleningen en -hypotheken via het warmtefonds. Deze zijn ook voor mensen die niet of beperkt kunnen lenen, zodat zij toch geld krijgen om de woning te verduurzamen zonder dat zij te veel betalen of met een restschuld kunnen blijven zitten.

Mensen met lagere inkomens kunnen lenen tegen een 0%-rentetarief. Daarnaast zijn de subsidies verhoogd en wordt het mogelijk om voor één isolatiemaatregel ook subsidie te krijgen.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Nieuwe normen

Er komt normering voor het verduurzamen van huurwoningen, utiliteitsgebouwen en voor verwarmingsinstallaties. Hierdoor krijgen gebouweigenaren duidelijkheid over welke stappen wanneer gezet moeten worden en kunnen zij dit meenemen in hun overwegingen bij het investeren in een woning of het afsluiten van een lening of hypotheek.

Zo wil het kabinet stapsgewijs af van slecht geïsoleerde woningen, slechte energieprestatie bij utiliteitsgebouwen en de mono cv-ketel.

Wettelijke Eisen

Om wettelijk te borgen dat alle slecht geïsoleerde huurwoningen worden verbeterd, zullen per 1 januari 2030 wettelijke eisen worden gesteld aan de verhuur van corporatiewoningen en private huurwoningen. Ook utiliteitsgebouwen met slechte energielabels (E, F en G) worden aangepakt.

Vanaf 2026 wordt de hybride warmtepomp de nieuwe standaard. Dat betekent dat bij vervanging van de cv-installaties mensen moeten overstappen op een installatie die minder of geen aardgas gebruikt, mits de woning hiervoor geschikt is.

Compensatie gemeenten

Het kabinet gaat gemeenten en provincies compenseren voor hun uitvoeringskosten. Er komt een nationaal programma ter ondersteuning van de lokale warmtetransitie en er komt een helder wettelijk kader. Naast de nieuwe Warmtewet wordt er gewerkt aan de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie.

Tot slot wil het kabinet dat er innovatiever en duurzamer gebouwd en verbouwd gaat worden. Door de bouw te helpen om de kosten te verlagen, de productiviteit te verhogen en verduurzaming zo efficiënter te maken. Om dit mogelijk te maken stimuleert het kabinet innovatieve bouwmethoden en technieken en betere samenwerking binnen de sector. Daarbij zal de bouw ook meer natuurinclusief, emissievrij en circulair moeten gaan werken.

Lees ook: Afbouw salderingsregeling uitgesteld tot 2025

Woningconcept iWonen in Eindhoven’s NEXT

0
Woning-concept iWonen in Eindhoven’s appartementengebouw NEXT

In het Eindhovense stadsdeel Strijp-S betrekken in november bewoners hun appartementen in het 23-verdiepingen hoge NEXT.gebouw. Hier is het slimme woning-concept iWonen gerealiseerd.

“Geautomatiseerde programma’s monitoren de luchtkwaliteit in de iWonen appartementen”

VolkerWessels iCity, Hyrde, TNO en VU Amsterdam hebben in NEXT samen het slimme woning-concept iWonen gerealiseerd. Dit als onderdeel van het Europese innovatieproject Interconnect.

iWonen zorgt ervoor dat op een slimme manier het leven aangenamer wordt gemaakt door meer comfort te bieden, echt iets te doen voor gezondheid en bij te dragen aan een duurzame leefstijl van de bewoners. Bij de ontwikkeling en het gebruik van de slimme diensten zijn de bewoners doorlopend betrokken.

Basis voor de toekomst

Geautomatiseerde programma’s verhogen de levenskwaliteit van bewoners. Vanzelfsprekend gaat in de slaapkamer het licht niet automatisch aan, maar in alle andere vertrekken zitten de bewoners nooit meer in het donker. Bewegingssensoren die ook de lichtsterkte meten houden dit in de gaten, zodat bewoners hier zelf niets voor hoeven te doen.

Door slim om te gaan met energie houden bewoners het verbruik laag. Door de vertraagde startfunctie zijn de vaatwasser, droger en wasmachine klaar op het moment dat de bewoner dat wil. Indien een bewoner kiest voor een energie urencontract, kiest de software in dit geval het goedkoopste moment uit.

De iWonen technologie draagt ook bij aan een gezond leefklimaat. Geautomatiseerde programma’s monitoren de luchtkwaliteit in het appartement, zodat er altijd voldoende verse lucht is.

Technologie verbinden

iWonen bevat software om apparaten en sensoren van verschillende merken met elkaar te verbinden. Het verbindt op een slimme manier o.a. witgoed, verlichting, elektriciteit, warmtemeters en het ventilatiesysteem.

De software in de apparatuur is aangesloten op het slimme besturingssysteem, waarover bewoners van het appartement de controle hebben via hun eigen smartphone of tablet. Met deze app stellen de bewoners hun persoonlijke programma’s in en is dit op afstand aan te passen.

Baas over eigen data

Met zoveel communicatie en zoveel apparaten op verschillende locaties is er natuurlijk een optimale en veilige verbinding nodig in het appartement. iWonen bevat een hoogwaardig inpandig beveiligd IoT netwerk. Dit is een draadloos en gesloten systeem voor appartement-gebonden apparaten, dat is verbonden met het glasvezelnetwerk van Strijp-S.

Deze combinatie biedt optimale privacy en dataveiligheid, gecombineerd met de grenzeloze mogelijkheden van het Internet of Things.

Rob Linssen, Asset Manager van het Bouwinvest Dutch Residential Fund: “De appartementen zijn voorzien van de nieuwste snufjes op het gebied van smart living, gezondheid en duurzaamheid. Het wooncomfort is optimaal. En om de huidige extreme energiekostenstijging het hoofd te kunnen bieden, stimuleert de app bij bewoners het energiebewustzijn en zijn de witgoed apparaten geschikt om geautomatiseerd ‘aan’ te gaan tegen het laagste energie uurtarief.”

(Lees verder onder de afbeelding.)

Open standaarden

Het innovatieproject Interconnect van de Europese Commissie wil de digitalisering van woningen, gebouwen en elektriciteitsnetwerken verbeteren door Internet of Things architectuur.

Door nieuwe open standaarden, zoals SAREF en innovatieve technologieën zoals Artificial Intelligence, Blockchain, Cloud en Big Data, wordt interoperabiliteit tussen apparatuur en systemen gegarandeerd. Interoperabiliteit is een universeel protocol waardoor apparatuur met elkaar kan ‘praten’, zonder de apparatuur fysiek te hoeven ombouwen.

Daarnaast wordt voor de bewoners de privacy en cyberveiligheid gegarandeerd. De iWonen appartementen in NEXT zijn de eerste in Nederland die voldoen aan deze toekomstige Europese standaard. In het eerste jaar wordt onderzocht welke gedrags- en duurzaamheidseffecten dit oplevert. Niet alleen in Nederland, maar ook bij diverse andere projecten door heel Europa.

Uiteindelijk worden de resultaten van Interconnect ook ingezet voor de ontwikkeling van een nieuwe Europese bouwnorm voor de bebouwde omgeving.

Meer informatie VolkerWessels iCity

De Jonge sluit bouwen op terpen en palen niet uit

0
Hugo de Jonge sluit bouwen op terpen en palen niet uit

Voor het einde van het jaar komen er aanvullende criteria voor de bouw van woningen die klimaatveranderingen moeten aankunnen; ook wel klimaatadaptief bouwen genoemd. Dat heeft woonminister Hugo de Jonge gezegd.

“Woonminister De Jonge is wel huiverig om alle bestaande woonplannen open te breken”

Als woningen onder zeeniveau worden gebouwd of in de buurt van rivieren die buiten hun oevers kunnen treden, moet ervoor worden gezorgd dat bewoners ‘droge voeten’ blijven houden. De Jonge denkt daarbij onder meer aan het bouwen op palen of op terpen.

Extreme regenval

“Nieuwe woningen moeten we daar neerzetten opdat we de volgende generatie niet opzadelen met een enorme kostenpost of enorme schade”, zei De Jonge voorafgaand aan de ministerraad. Er moet bij de bouw rekening worden gehouden met de gevolgen van klimaatverandering, zoals de stijging van de zeespiegel en extreme regenval waardoor rivieren buiten hun oevers treden.

De locatiekeuze moet een “klimaatadaptieve keuze” zijn, vindt de minister. “Je kunt klimaatadaptief bouwen, ook in een gebied dat kwetsbaar is. We moeten er wel rekening mee houden dat het water de komende tijd meer ruimte nodig heeft.”

(Lees verder onder de afbeelding.)


Nieuwbouw in de Zuidplaspolder.

Zuidplaspolder

Een deel van geplande woningbouw moet ook nog eens tegen het licht worden gehouden. In de Zuidplaspolder (Zuid-Holland) zijn achtduizend nieuwe woningen gepland. Het gebied ligt ver onder het zeeniveau. “We moeten opnieuw kijken of de eerder geplande woningen wel haalbaar zijn”, zei De Jonge.

De minister is wel huiverig om alle bestaande woonplannen open te breken. Daarvoor is de woningnood te groot. In gebieden waar woningen zijn gepland, maar die onder het zeeniveau liggen of andere potentiële waterproblemen kunnen opleveren, moet worden gekeken of de geplande aantallen nog wel haalbaar zijn of aan welke voorwaarden de nieuwbouw moet voldoen, vindt De Jonge.

Bron: ANP