Home Blog Pagina 320

Asfalt gerecycled als ballast voor biogasboot

0
Asfalt gerecycled als ballast voor biogasboot

BAM en broedplaats De Ceuvel hebben gezamenlijk een duurzame bestemming gevonden voor het oude asfalt van de Klaprozenweg in Amsterdam-Noord. De Klaprozenweg en het Mosplein worden momenteel opnieuw ingericht. Nadat het oude asfalt is gerecycled in de Amsterdamse asfaltcentrale van BAM (ACB), wordt het maandag 5 september verwerkt als ballast op de bodem van de biogasboot van broedplaats De Ceuvel. Het terrein van De Ceuvel ligt op een steenworp van de Klaprozenweg.

Duurzaam

Het asfalt fungeert niet alleen als ballast, maar maakt de boot tevens waterdicht. Het asfalt, dat handmatig in de boot wordt aangebracht, bestaat voor 80 procent uit gerecycled materiaal van de Klaprozenweg. Daarnaast past BAM het duurzame LEAB (Laag Energie Asfalt Beton) toe, dat met een aanzienlijk lagere temperatuur wordt geproduceerd, waardoor 30 procent minder CO2-uitstoot optreedt en 30 procent energie wordt bespaard.

Innovatie en creativiteit

De Ceuvel is een broedplaats voor innovatie en creativiteit, die voor iedereen open staat en ruimte biedt voor experimenten die duurzaamheid bereikbaar, begrijpelijk en leuk maken. De biogasboot – de eerste in de wereld – zet organisch afval om in biogas waar op gekookt gaat worden in het restaurant van De Ceuvel. Dit is de volgende stap in de missie van broedplaats De Ceuvel om zoveel mogelijk afvalkringlopen te sluiten en zo bij te dragen aan een transitie naar een duurzame circulaire economie.

Architectenbureaus minder te porren voor selectieprocedures

0
Architectenbureaus minder te porren voor selectieprocedures

Architectenbureaus zouden minder vaak deelnemen aan selecties. Ze vinden de eisen vaak te star en de deelnamekosten te hoog. Bovendien is de kans om te winnen gering. Dat bericht de Nederlandse architectenbranche BNA.

Fred Schoorl, BNA-directeur: ‘We zien dat steeds meer bureaus hun business case niet meer rondkrijgen en het bedrijfsrisico niet meer willen nemen. Bureaus worden kritischer en daardoor selectiever. De creatieve uitputting in de afgelopen tijd vertaalt zich nu hierin. Opdrachtgevers hebben minder te kiezen.’

Besloten selectieprocedures wel populair

Van alle selectieprocedures zijn besloten selectieprocedures (op uitnodiging) verreweg het populairst. Het merendeel van de ondervraagde bureaus (68%) doet mee aan dit soort selecties, zo bericht de BNA. Bij de open selecties is het beeld anders. Slechts 35% van de bureaus doet mee aan (EU) aanbestedingen en prijsvragen. De voornaamste redenen om van deelname af te zien zijn een zeer geringe kans om te winnen (78%), te rigide geschiktheidseisen (76%) en buitensporige deelnamekosten (60%).

traditionele architectuuropdrachten

Met betrekking tot contractvormen is de situatie vergelijkbaar. Het leeuwendeel van de architectenbureaus is geïnteresseerd in traditionele (volledige of beperkte) architectenopdrachten. Bij de geïntegreerde contracten is de markt een stuk krapper. Total engineering en Design & Build zijn het domein van een beperkte groep grotere bureaus. Bij de grote DB(F)MO contracten is het spelersveld nog beperkter; slechts 16% van de bureaus is in de markt voor dit soort opdrachten.

Tiny house bezig aan opmars

0
Tiny house bezig aan opmars

Lente 2016 lijkt het moment daar: de doorbraak van het tiny house in Nederland. Plotseling blijkt overal in Nederland te worden geknutseld aan zelfgebouwde, zelfvoorzienende minihuisjes. De plaatjes spreken tot de verbeelding, de media staan er vol mee. Een nieuwe woonvorm, die vraagt om ‘experiment, testlocaties en bestuurders die hun nek uitsteken’. Aldus pleiten de pioniers van de tiny house beweging.

Hoe groot is de potentie van kleinschalig wonen?

Het fenomeen is, zoals wel vaker gebeurt, overgewaaid uit de Verenigde Staten. Nadat de Amerikaanse Dee Williams tien jaar geleden het boek The Big Tiny schreef, zijn er in de VS naar schatting zo’n 10.000 tiny houses gebouwd. Op wielen verplaatsbare huisjes van maximaal 50 vierkante meter, liefst zonder hypotheek. Dat is de min of meer officiële beschrijving die door Tiny House Movement in de VS wordt gebruikt. De kosten: gemiddeld een krappe 35.000 euro. De beweging werd in de VS echt groot tijdens de crisis, toen mensen geen huis meer konden kopen en termen als ontspullen en consuminderen in opkomst kwamen. Het fenomeen is dus al jaren bekend, maar van tiny houses in Nederland was lange tijd geen sprake. Een zoektocht naar een tiny house dat daadwerkelijk gerealiseerd was in ons land, en door de instanties als zodanig werd erkend, leverde tot voor kort nog niet veel op. Tien jaar na dato lijkt 2016 echter het jaar te worden waarin Nederland kennis maakt met kleinschalig wonen.

Tiny house bezig aan opmars

Woonwensen veranderen

Goedkoop, snel, flexibel, duurzaam, modulair. De voordelen van een tiny house sluiten aan op veel ontwikkelingen die momenteel in de maatschappij gaande zijn, ook in de bouw. Een tiny house speelt in op de behoefte aan vrijheid, duurzaamheid, eenvoud, zelfexpressie en natuur. Waarden die in de samenleving in opkomst zijn. Het huis als verlengstuk van haar bewoners. Sinds het modernisme, eind negentiende eeuw, is de architect de autoriteit die zijn persoonlijkheid in een gebouw legt, niet de bewoner. Maar daar komt langzaam verandering in. De afgelopen honderd jaar werden gekenmerkt door een vergaande functionalisering en standaardisatie van de woonvorm: zo veel mogelijk ruimte voor zo weinig mogelijk geld. Dat is de basis voor de huidige beschikbare woonvormen in Nederland. De uiterste consequenties van deze gedachte zijn te zien in wijken als de Bijlmer, waar rijen flats ervoor diende te zorgen dat ‘iedereen gelijk is’.


“Faciliteer de maatschappelijke meerwaarde die de tiny house beweging met zich mee kan brengen”


Maximalisatie, noemt filosoof Arne Hendriks dit. Hij houdt de ontwikkelingen rondom tiny housing in de gaten en constateert een groeiende tegenbeweging, waarbij mensen hoe langer hoe meer kwaliteit verkiezen boven kwantiteit. Volgens hem verandert de maatschappelijke zucht naar ‘steeds meer’, langzaam naar ‘steeds minder’. In een gedachte-experiment voorziet hij zelfs dat alles, tot aan het menselijk lichaam, de komende jaren juist weer kleiner zal worden, na de exponentiële groei van de afgelopen eeuw. Los van dergelijke interessante opvattingen worden er nog andere maatschappelijke mogelijkheden van tiny houses genoemd. Ze bieden mogelijkheden voor studenten, starters en vluchtelingen. Deze bevolkingsgroepen liggen in het huidige woningaanbod vaak krom voor een huurwoning in de grote steden en kunnen of willen nog geen koopwoning betalen. Daarnaast gaat het ontwerpen van tiny houses vaak gepaard met innovatie en duurzaamheid en liggen er mogelijkheden voor het revitaliseren van leegstaande industrieterreinen. Het is dus niet gek dat er momenteel in Nederland een ‘tiny house beweging’ ontstaat. Sterker nog, het is eerder vreemd dat er in Nederland nog weinig échte tiny houses bewoond worden en een officiële status hebben.

Tiny house bezig aan opmars

FabCity toont eerste voorbeelden

Maar de bom lijkt dit voorjaar te zijn gebarsten. Almere is de eerste gemeente die actief de mogelijkheden van tiny houses onderzoekt (zie kader), met behulp van een prijsvraag. De echte pioniers hebben deze prijsvraag echter niet afgewacht. Op FabCity, een tijdelijke campus waar de Willie Wortels van de bouwsector hun nieuwste uitvindingen delen, stonden dit voorjaar de eerste voorbeelden van vernieuwende tiny houses te glimmen van trots. En afgelopen mei werd in lokale media zowel in Alkmaar als in Ouddorp het eerste tiny house van Nederland gepresenteerd. Maar ja, op FabCity stonden er dus ook al twee. “Het is zoals met de piramides. Die zijn op hetzelfde moment in de geschiedenis op verschillende plekken in de wereld gebouwd, zonder vorm van communicatie. Op de één of andere manier is het fenomeen ‘tiny house’ dit voorjaar een enorme hype geworden.” Aan het woord is Hans Peter Föllmi, initiatiefnemer van de Tiny TIM, die op FabCity een prominente plaats inneemt. De Tiny TIM is een ingenieus huisje dat zelfvoorzienend is op het gebied van energie en water. Dat gaat zover dat de eigen urine gezuiverd en hergebruikt kan worden. Een bijzonder project, omdat het verbinding legt tussen duurzaamheid, woningnood, kleinschalig wonen en leegstand. Waas Thissen, student Future Planet Studies aan de UvA en medebouwer van de Tiny Tim, vertelt dat de bouw van het huisje een direct gevolg is van een moeizame zoektocht naar een studentenwoning in Amsterdam. “Toen besloten we als studenten zelf maar een huisje te bouwen, samen met Hans Peter en een architect. Omdat we via onze opleiding bezig zijn met duurzaamheid, was het een logische stap om het huisje volledig zelfvoorzienend te maken en daar de nodige innovatie voor te bedenken.” Het huisje maakt zichtbaar dat het kan, hoewel strenge wintermaanden de nodige improvisatie vereisen om het aangenaam te houden in het huisje, zo geven de bouwers toe. Vandaar dat ze hard op zoek zijn naar locaties waar hun gebouwtje voor langere tijd getest kan worden.

Testlocaties gezocht

Financiering voor het project werd gevonden bij een woningbouwvereniging en de gemeente Texel. Het toont aan dat zowel de politiek als de markt wel degelijk interesse hebben en de potentie zien van tiny housing. Een tweede Tiny TIM wordt tentoongesteld op het festival Oerol, op Ameland. Het eerste huisje zal op Texel worden getest als recreatiewoning. Het eiland, dat volledig CO2-neutraal wil worden, kampt met talloze kleine huisjes die ‘zo lek zijn als een mandje wat betreft energiehuishouding’, aldus Föllmi. Naast functionaliteit als vakantiewoning ziet Waas Thissen de Tiny TIM nog altijd als oplossing voor de woningnood bij starters en studenten. Leegstaande bedrijventerreinen zijn volgens hem perfect geschikt voor huisvesting van tiny houses. “Dan wordt het opeens mogelijk om goedkoop en duurzaam op de meest gave plekken in de stad te wonen. De gemeente wint ook, aangezien duurzaamheid en innovatie de ruimte krijgen, woningnood wordt aangepakt en braakliggende grond een waardevolle bestemming krijgt.”


“Ik krijg per dag wel 25 mailtjes van zzp’ers die anders willen wonen en durven investeren in duurzame woninkjes.”


De bewoner van een huis is de laatste honderd jaar een consument die, zolang hij of zij genoeg betaalt, vrijheid heeft om te kiezen. Maar zelf een woonvorm of droomhuis bedenken en laten ontwikkelen, hoe klein en goedkoop ook, dat is tot de dag van vandaag erg moeilijk. Afwijken van de standaard was lang onmogelijk. En juist afwijken van de standaard, of meer de vrijheid om af te kunnen wijken, is wat de pioniers van de tiny house-beweging zoeken. Het spel van vraag en aanbod heeft in Nederland ondertussen zulke groteske vormen aangenomen dat een tiny house, volledig naar de wensen van de gebruiker, theoretisch gezien goedkoper kan uitpakken dan dezelfde hoeveelheid ruimte in een flat in Amsterdam of Utrecht. In de praktijk blijkt het echter nog zeer ingewikkeld om ergens een tiny house neer te mogen zetten. Het gebrek aan testlocaties voor tiny houses komt ten eerste doordat de projecten nog erg jong zijn. Het idee voor de Tiny TIM stamt uit 2014. Ten tweede is er de horde van wet- en regelgeving die overwonnen dient te worden. Zo voldoen tiny houses vaak niet aan het bouwbesluit, waarin staat dat een huis een meterkast moet hebben, een halletje, twee deuren en een plafond van minimaal 2,4 meter hoog. “Wat we nodig hebben, naast investeerders, zijn goede juristen”, concludeert Thissen droog.

Tiny house bezig aan opmars

Woonpioniers

Pal naast de Tiny TIM op de FabCity, prijkt de Porta Palace van Jelte Glas, mede-oprichter van Woonpioniers. Een huisje van slechts 17 vierkante meter dat opvallend ruim oogt. Efficiency ten top. Wie heeft het nog over 50 vierkante meter? Glas, 29 jaar oud, wil volle kracht vooruit en laat zich daarbij niet hinderen door wetten en regels. Als oud medewerker bij de provincie Utrecht weet hij als geen ander dat de geest van de wet altijd belangrijker is dan de wet zelf. Ook hij raakte betrokken bij de tiny house beweging door eigen ervaringen op de woningmarkt. Hij besefte dat het in het huidige aanbod feitelijk onmogelijk is om er een andere woonvorm op na te houden dan een koopwoning met hypotheek of een huurwoning. “Het kan wel, maar dan beland je al snel in het schimmige circuit van 365 dagen per jaar recreëren op een vakantiepark”, aldus Glas.


“De meest gehoorde roep is die om ruimte en grond, om aan de slag te kunnen gaan.”


Twee jaar geleden stopte hij zijn werk bij de provincie om zich te richten op zijn woonwens: “een woonvorm tussen koopwoning en sociale huurwoning, speciaal voor starters. Het is namelijk gewoon niet eerlijk dat je als starter of student eindeloos moet wachten op een sociale huurwoning, omdat je nog geen geld hebt voor een koopwoning. Dan ben je genoodzaakt via particuliere huur te veel te betalen voor te weinig ruimte, waardoor de rijke generatie flink gespekt wordt.” Glas ging zelf in een caravan slapen en onderzocht de mogelijkheden om dit als woonadres op te geven bij de gemeente. De enige optie was om zich te registreren als dakloze. Glas ging de dialoog aan. “Ik vertelde de gemeente Utrecht dat er steeds meer starters zijn die andere vormen van wonen zoeken en vroeg de gemeente wat er mogelijk was. Uiteindelijk stonden ze toe dat ik op mijn antikraakadres stond ingeschreven, terwijl ik in de caravan sliep.” Toch wringt er nog iets. “Iedereen weet dat er heel veel mensen wonen op recreatieparken, maar niemand grijpt in. Zodra ik zeg dat ik in een caravan woon, mag het niet. Als dakloze zou ik geen gemeentebelasting hoeven te betalen, maar dat wilde ik wel. Ik woonde in Utrecht en gebruikte de voorzieningen.” Om de beweging een stap verder te krijgen is het volgens Glas belangrijk om in overleg met Rijk, provincie en gemeente naar oplossingen te zoeken. “Zodat ze beseffen dat ik geen zonderling ben die zich als een hobbit terugtrekt. Ik wil meedraaien in de maatschappij en verantwoording nemen en niet bezig hoeven zijn om de mazen van de wet op te zoeken.”

Tiny house bezig aan opmars

Bouwbesluit en de praktijk

Nu zoeken veel mensen namelijk noodgedwongen de obscuriteit op. Ze vinden creatieve woonvormen die buiten de regelgeving vallen. Zo kampt de gemeente Amsterdam met het groeiende fenomeen van spook­jongeren. Jongeren die nergens staan ingeschreven, maar toch een dak boven hun hoofd hebben. Glas pleit voor een faciliterende overheid. “In Tienhoven worden recreatiewoningen veranderd in gewone woningen. De praktijk was al dat er gewoond werd, maar dat wordt nu gelegaliseerd.” Wat betreft tiny housing is de meest gehoorde roep die om ruimte en grond, om zo aan de slag te kunnen gaan. Veel zelfbouwers, zoals de Woonpioniers, hebben al een ontwerp of een huisje gerealiseerd, maar nog geen locatie om te kunnen wonen. Volgens Glas is er binnen de huidige wetgeving al veel meer mogelijk dan men denkt, zolang gemeenten er maar aan meewerken. “Tiny houses voldoen inderdaad meestal niet aan het bouwbesluit. Maar pakt men de wet voor woonwagens en caravans erbij, dan is er opeens veel meer mogelijk. Daarnaast is er de regelgeving omtrent tijdelijke bebouwing. Die kan ervoor zorgen dat men ontheffing krijgt van het bouwbesluit. De termijn voor tijdelijkheid is onlangs opgerekt naar tien jaar. Bij succes kan dit nog eens met tien jaar verlengd worden. Dan zou men twintig jaar ergens kunnen wonen. Dat is voor starters en studenten natuurlijk een serieuze optie.” Woonpioniers bestaat, naast Glas, uit architect Daniël Venneman en mixed media artist Arthur van der Lee. De ultieme droom is de realisatie van een woongemeenschap van vijf á tien tiny houses, rondom een boerderij of een leegstaand pand. “Ik krijg per dag wel 25 mailtjes van zzp’ers die anders willen wonen en durven investeren in duurzame woninkjes.” Hij ziet het voor zich, heeft het zelfs al uitgetekend. “De bewoners kunnen hun eigen huisje samenstellen uit verschillende componenten, functies en duurzame bouwmaterialen. De huisjes delen gemeenschappelijke nutsvoorzieningen, rondom een centraal punt, dat wordt gevormd door de boerderij of het lege pand. Daar hebben de zzp’ers direct een werkplek.” De vraag van de consument bestaat, zo blijkt wel tijdens het gesprek met Glas, dat plaatsvindt op FabCity. De ene na de andere geïnteresseerde loopt naar binnen in zijn tiny house. Een enthousiaste Amsterdammer begint zelfs direct met bieden en afdingen op het huisje. ‘Hij is te koop, maar eerst een plek zien te vinden om te mogen staan’, reageert Glas, waarna hij zijn betoog vervolgt. “Al die zzp’ers die me mailen kan ik alleen helpen wanneer er ruimte komt voor mooie initiatieven. Wat nu nodig is zijn bestuurders die lef tonen, hun nek uit durven steken. Die van de woonwagenwet iets moois maken om duurzame, innovatieve tiny houses te faciliteren.”

Aan de slag

Glas heeft ze allemaal langs zien komen op FabCity: Maxime Verhagen, minister Blok, burgemeester van der Laan en Rijksbouwmeester Floris Alkemade. “Er is een kentering gaande. Allemaal zoeken ze naar nieuwe woonvormen. Ga er dan ook in de praktijk mee aan de slag. Geef testprojecten van pakweg tien jaar de ruimte en kijk hoe het bevalt, dat is naar mijn mening de enige manier om er achter te komen, in plaats van eindeloze ruggespraak.” De toekomst is rooskleurig, als het aan Glas ligt. “Binnen twee jaar zijn er denk ik wel tien van die minidorpjes zoals wij ze voor ogen hebben.” Natuurlijk zal de tiny house beweging in Nederland niet de woningmarkt op z’n kop gooien met de komst van tienduizenden kleine huisjes. Daarvoor blijft de doelgroep te beperkt en is er in Nederland simpelweg te weinig ruimte. Maar als extra aanbod voor starters, studenten en vluchtelingen die buiten de boot dreigen te vallen, kan het een verschil maken. Daarnaast zijn de pilotprojecten uitstekend geschikt om innovatie en duurzaamheid te realiseren. Zoals een architect eerst een maquette bouwt, fungeren de tiny houses als kraamkamer voor de energietransitie in de huidige woningbouw. Voorbeelden als de Tiny TIM laten zien hoeveel ideeën, snelheid en creativiteit het oplevert wanneer op eigen initiatief, kleinschalig, aan iets reëels geknutseld kan worden door pioniers. Juist het feit dat het kleine huisjes betreft blijkt uit te nodigen tot experiment. Nieuwe dingen worden nu eenmaal altijd makkelijker eerst in het klein uitgetest.
De Tiny House beweging trekt langzaam steeds meer naar elkaar toe. De pioniers weten elkaar te vinden en beseffen dat ze samen sterker staan. Ieder heeft zijn eigen specialisme op het gebied van duurzaamheid, techniek of het creëren van nieuwe woonvormen. Ook de eerste woningbouwverenigingen en gemeenten tonen interesse. Een direct gevolg van FabCity is dat op het dak van een leegstaande parkeergarage in de Bijlmer hoogstwaarschijnlijk een tiny house testdorp wordt ontwikkeld, in opdracht van een woningbouwvereniging. Zowel de Tiny TIM als de Woonpioniers zijn bij het project betrokken. Wanneer het in Amsterdam lukt om op de dure grond een tiny house project neer te zetten, dan is de kop er definitief af.

[tabs]
[tab title=”Info”]

Tiny TIM

De grote ambitie van de makers van de Tiny TIM was om een volledig zelfvoorzienend tiny house te bouwen, dat toch comfortabel is. TIM staat voor Timber Independent Mobile. Een huisje dat verder gaat dan andere vormen van mobiel wonen, op het gebied van duurzaamheid, onafhankelijkheid en flexibiliteit.
Meest in het oog springen de oplossingen voor energie en water. Het gebouwtje heeft twee verschillende windmolens; één voor hoge windsnelheden en één voor lagere windsnelheden. De zonnepanelen winnen op drie verschillende manieren energie uit één oppervlak; via zonnestralen, warm water en lucht. Elektriciteitsvoorziening is de grootste uitdaging, overtollige elektriciteit wordt opgeslagen in de PowerOak met een lithium-ion accu van 6,8 kWh. Aan de zijkant zorgt een volledig groene wand voor waterzuivering. Deze uitvinding van Our Green Spine-Green Art Solutions is de eerste zuiverende gevelwand ter wereld. Op een gebied van ruim 6 m wordt douchewater, afwaswater en urine volledig gezuiverd tot schoon drinkwater. Dit gebeurt via een stelsel van watertanks en speciale plantensoorten. Naast waterzuivering zorgt de groene wand ook voor opname van CO2 en reductie van hitte, een interessante optie dus voor gebruik in de stad.
Het huisje is voor 90% van duurzaam geproduceerd naaldhout. Daarbij is gebruik gemaakt van de oude Shou Sugi Ban-techniek. Door de buitenzijde van het hout te verbranden ontstaat een sterke laag, die langer meegaat. Materiaalgebruik en gewicht is gereduceerd door zogenaamde SIP-panelen (structural insulated panels), die het huisje laten ‘ademen’. Volgens de bouwers is het totale gewicht slechts een honderdste van een gewoon huis.


Pioniersgemeente Almere

De gemeente Almere staat al langer bekend om haar pioniersgeest als het gaat om nieuwe woonvormen en vrijheid voor bewoners om zelf hun leefomgeving in te richten. Het nieuwste project, de BouwEXPO Tiny Housing, onderzoekt de mogelijkheden van kleinschalige woonvormen. De BouwEXPO draait om een prijsvraag, waarbij iedereen zijn of haar ontwerp kon inzenden. De beste 25 inzendingen worden uiteindelijk gerealiseerd op de prijsvraaglocaties in Almere Poort. De prijsvraag bevat drie categorieën: één voor speciale off-grid projecten, huisjes die zelfvoorzienend zijn. Eén voor tiny houses die twee jaar getest zullen worden. En tot slot een categorie tiny houses die permanent bewoond kunnen worden in Almere Poort. De bouw van de huisjes zal worden aangegrepen om te onderzoeken welke regelgeving het ontwikkelen en daadwerkelijk bouwen en bewonen van de Tiny Houses in de weg staat. Tjeerd Herrema, wethouder Ruimte, wonen & wijken in Almere, hierover: “Innovatie ontstaat niet vanuit de regels. Geef dit soort initiatieven de ruimte om te experimenteren en ga dan pas bekijken of je iets met de regels moet doen.”
De prijsvraag levert in ieder geval nu al een antwoord over het animo in de samenleving. Er werden maar liefst 245 ontwerpen ingezonden. Herrema is verguld met de veelzijdigheid van de inzenders. Architecten, bouwers, hobbyisten, kunstenaars en zelfs enthousiaste kinderen kwamen met een eigen ontwerp. Als opvallende afwezige tussen de inzendingen noemt hij de woningcorporaties. Juist zij kunnen volgens hem profiteren van de innovatie die tiny housing met zich meebrengt, op het gebied van techniek en duurzaamheid. Komende zomer kunnen de gelukkige winnaars aan de slag. De BouwEXPO wordt door de gemeente georganiseerd. Via het Woningbouw­atelier is er ook contact met het Rijksvastgoedbedrijf en het ministerie van BZK.
Als jurylid van de prijsvraag in Almere zit Jelte Glas met zijn neus bovenop het eerste project waar daadwerkelijk tiny houses gerealiseerd worden voor permanente bewoning. “Het gave is dat de gemeente Almere de praktijk opzoekt. Doen in plaats van denken.” De Tiny TIM heeft zich op haar beurt ingeschreven voor de prijsvraag, categorie off-grid. 6 juli worden de winnaars bekend gemaakt. De 245 maquettes voor de prijsvraag worden momenteel tentoongesteld in de Kunstlinie Almere Flevoland (KAF).

[/tab]
[/tabs]

Foto’s: Woningpioniers

“1,5 miljoen kinderen dupe van foutje in wet”

0
1,5 miljoen kinderen dupe van foutje in wet

De politiek is nog op vakantie, maar de scholen zijn alweer begonnen aan een nieuw seizoen. Voor veel basisschoolleerlingen toch altijd een beetje spannend, want nieuw. Zijn er nieuwe kinderen in de klas, hoe is de nieuwe juf of meester? “Niet nieuw of verrassend is jammer genoeg de toestand van de schoolgebouwen, waar anderhalf miljoen kinderen dit jaar weer veel tijd in doorbrengen. Renovatie is vaak hard nodig bij deze gebouwen, die gemiddeld 40 jaar oud zijn. Maar het gebeurt niet, door geharrewar tussen schoolbesturen en gemeenten. Als ze er nu weer niet uitkomen, moet het kabinet ingrijpen”, stelt Maxime Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland.

Inzicht

Ineke Dezentjé Hamming, voorzitter van de ondernemersorganisatie voor de technologische industrie FME, onderstreept de problemen: “We weten allemaal dat de meeste schoolgebouwen ’s zomers te warm zijn. Heel wat scholen hebben bijvoorbeeld geen airco. De tropische temperaturen van vorige week waren dan ook een slopend begin voor veel kinderen en leraren. En de winters zijn niet beter. Dan zijn de scholen juist te koud, terwijl ze het hele jaar door een slecht binnenklimaat hebben. Dat is te verhelpen, als schoolbesturen en de politiek weten wat er moet gebeuren. Daarom willen we graag CO2, fijnstof en temperatuur per school in kaart brengen en monitoren, en de uitkomsten daarvan openbaar maken. Monitoren geeft ook inzicht hoe technologie de leerprestaties positief beïnvloedt. Dan weten het schoolbestuur en de gemeente wat de beste investeringsbeslissingen zijn, per gebouw. Maar individuele schoolbesturen hebben maar zelden ervaring met het ingrijpend renoveren van hun gebouwen. Om veel meer scholen gezond en energiezuinig te maken, zou kennis en kunde van dat soort bijzondere verbouwingen geclusterd moeten worden. Bijvoorbeeld op één plek in de gemeente. Dan hoeft een volgende school niet opnieuw het wiel uit te vinden.”

Deze problemen met gebouwen zijn hardnekkig. Verhagen: “Dat komt door een systeemfout in de onderwijshuisvesting, want daarin bestaan maar twee smaken: ‘nieuwbouw’ en ‘onderhoud’. Dus ‘renovatie’ of ‘verduurzaming’ bestaat in het systeem niet. Gemeenten en schoolbesturen zien de noodzaak van monitoring van het binnenklimaat wel, ook onderkennen ze de noodzaak van gerichte investeringen in renovatie en verduurzaming. Maar ze blijven vaak soebatten over wie welke kosten moet dragen. Daar schieten de kinderen niets mee op.”

Actie

“De Tweede Kamer ziet dat ook en dringt aan op actie. Maar staatssecretaris Dekker wil ‘renovatie’ nog steeds niet regelen in de wet. De PO-Raad (primair onderwijs raad) en VNG (vereniging Nederlandse gemeenten) proberen hier namelijk onderling afspraken over te maken. In het derde kwartaal van 2016 – ongeveer nu dus – moet dat tot positief resultaat leiden. Zo niet, dan ligt de bal bij de staatssecretaris. Haast lijkt hij nog niet te hebben.”

Dezentjé: “Het kan zo natuurlijk niet verder. Daarom roepen we de staatssecretaris op tot actie: wacht niet op de PO-Raad en VNG. Maak zelf ook alvast een regeling en reserveer budget. Laten we geen tijd verliezen. Als de PO-Raad en de VNG er dan niet uit komen, dan kan de staatssecretaris direct zijn voorstel indienen bij de ministerraad. Dan kan het kabinet er snel voor zorgen dat schoolbesturen samen gaan werken, zodat ze als opdrachtgever professioneel en efficiënt al deze hoognodige renovaties laten uitvoeren. Nog deze Kabinetsperiode kan dan begonnen worden met het onderhanden nemen van de schoolgebouwen. De staatssecretaris kan zijn periode zo afsluiten met een belangrijke beslissing, waardoor alle leerlingen en docenten nog jarenlang goed kunnen leren en lesgeven in een gezond, passend en energiezuinig gebouw.”

Bron: FME

‘Stalen eiland’ van Scheveningse Pier wordt ontmanteld

0
'Stalen eiland' van Scheveningse Pier wordt ontmanteld

Het ‘stalen eiland’ van de Scheveningse Pier is losgemaakt en vervolgens met behulp van een drijvende bok in zijn geheel afgevoerd naar Vlaardingen. Het verwijderen van het eiland maakt onderdeel uit van de grootschalige renovatie van De Pier. Eerder deze maand werd het spraakmakende nieuwe reuzenrad geopend.

Het was oorspronkelijk de bedoeling om het ‘stalen eiland’ begin deze maand al te slopen, maar toen werden de werkzaamheden vanwege slecht weer uitgesteld, zo bericht VolkerWessels. De constructie van ruim 1.000 ton wordt na demontage naar Vlaardingen afgevoerd. Hier zal het eiland door specialisten uit elkaar worden gehaald en met behulp van een drijvende bok afgevoerd worden naar Jansen Recycling Group. Daar wordt het verder ontmanteld.

Ontmantelingswerf

De complete operatie wordt geleid door de firma Kruiswijk uit Vlist. Op zee worden de stalen pijlers waar het bovendeel op rust doorgesneden. Het geheel komt vervolgens te hangen in een drijvende bok, die de constructie op een ponton zet. Vanaf de Noordzee wordt het 1.004 ton wegende object via de Nieuwe Waterweg naar de ontmantelingswerf gevaren. De werf is vanwege haar open verbinding met de Noordzee goed geschikt om grote objecten te ontvangen, en te verwerken tot duurzame eindproducten. Dat gebeurt met state-of-the-art faciliteiten als een gecertificeerd vloeistofdicht terrein, een eigen waterzuivering en moderne, volledig elektrische kranen en scharen. Het schroot wordt tot slot als secundaire grondstof aan staalsmelterijen geleverd, waar het wordt hergebruikt.

'Stalen eiland' van Scheveningse Pier wordt ontmanteld2

Reuzenrad

Inmiddels draait het reuzenrad op De Pier zijn eerste rondjes. Hiermee is Den Haag een toeristische topattractie rijker: Europa’s eerste reuzenrad gebouwd boven zee. Het ruim vijftig meter hoge reuzenrad telt 36 gesloten gondels met airco waaronder één vip-gondel die is voorzien van een glazen bodem. Alle gondels beschikken over luxe zitjes en bieden stuk voor stuk ruimte aan maximaal zes personen. De Pier is sinds 18 juli 2015 weer open voor het publiek, nadat KondorWessels Vastgoed (VolkerWessels) en DanZep deze in oktober 2014 kochten. De vernieuwde Pier is getransformeerd tot culturere foodboulevard.

Amsterdam met renovatiesubsidie naar energiezuinige woningen

0
Amsterdam met renovatiesubsidie naar energiezuinige woningen

De Amsterdamse renovatiesubsidie voor het energiezuinig maken van huizen en appartementen is een succes. In totaal stelt de Europese Commissie €2.6 miljoen euro beschikbaar via de ‘City-zen subsidie’. Inmiddels is €2 miljoen al gebruikt. Voor de resterende 6 ton worden inspirerende projecten gezocht.

City-zen richt zich op het verduurzamen van de stad door slimme elektriciteitsnetten, warmte- en koudetoepassingen, energieopslag, games en duurzame renovatie van huizen. Er is geld besteed aan isoleren, isolerend glas, slim ventileren, zuinige installaties en duurzame energie zoals zonnepanelen of een aansluiting op het warmtenet. ‘In de eerdere aanvraagrondes viel het brede scala aan projecten op’, aldus Annelies van der Stoep, coördinator van City-zen voor Amsterdam Smart City.

Ook voor woningcorporaties

De subsidie stelt €50 per m2 beschikbaar voor eigenaren die een huis of appartement heel energiezuinig willen maken, met een maximum van 50% van de bouwkosten voor deze energiemaatregelen. Alle soorten woningen komen in aanmerking: villa, woonboot, voormalig kantoorpand of huurcomplex. De City-zen subsidie staat dan ook open voor particulieren en VvE’s, maar ook voor woningcorporaties of andere organisaties die woningen in hun bezit hebben. Woningeigenaren die een aanvraag willen doen kunnen deze tot uiterlijk 1 december 2016 indienen, tenzij de subsidiepot eerder leeg is. De aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld.

Energiecoaches

De gemeente wil laten zien dat energiebesparing te bereiken is met eenvoudige maatregelen. Wethouder Wonen Laurens Ivens: “Veel oudere woningen in Amsterdam zijn niet energiezuinig. Niet alleen wordt zo de uitstoot van CO2 verminderd, maar ook op de woonlasten kan er flink worden bespaard. We verwachten dat de energielasten van de huishoudens met zo’n €100 tot €120 per jaar omlaag kunnen. Dus dat is dubbele winst: voor mens en milieu.” De gemeente Amsterdam gaat vanaf dit najaar van start met de inzet van energiecoaches. Deze vrijwilligers geven bij mensen thuis gratis advies over energiebesparing. Bewoners mogen daarnaast voor €15 aan bespaarproducten kiezen uit een bespaarpakket. Daar in zit o.a. radiatorfolie, tochtband, een brievenbusborstel, een waterbesparende douchekop en LED lampen. Aanvullend kan de bewoner de andere producten kopen tegen 50% van de inkoopprijs.

Nieuwe opleiding tot systeem architect gebouwautomatisering

0
Nieuwe opleiding tot systeem architect gebouwautomatisering

Gebouw automatisering speelt een steeds grotere rol in de bouw. Een bijzondere tak van sport waarbij de verantwoordelijk partij, vaak de systeem architect genoemd, op het snijvlak acteert van zeer diverse terreinen, zoals architectuur, installatietechniek en software. Feitelijk is de systeem architect een spin in het web, die van alle markten thuis moet zijn. Er is echter geen opleiding ‘gebouw automatisering’, zo constateerde ook de nationale brancheorganisatie Gebouw Automatisering.

In opleidingsorganisatie TVVL vond de brancheorganisatie de natuurlijke partner om een post-hbo curriculum uit te rollen, de opleiding tot Systeemarchitect Gebouwautomatisering. Komende oktober start de eerste jaargang van de opleiding, die zal bestaan uit drie hoofdthema’s: Gebouwbeheer & ICT, Methodieken & Skills en Functionele subsystemen & Installatietechnieken. De brancheorganisatie signaleerde de noodzaak om professioneel opgeleide systeemarchitecten in te zetten bij de implementatie van automatiseringssystemen in gebouwen.

Consistente systeeminvulling

“Er is dringend behoefte aan systeemarchitecten die relevante kennis in huis hebben en als leading partner partijen in de waardeketen bij de les houden. De consistentie van een goed ontworpen systeem blijkt regelmatig onderuit te gaan in de uitvoering. Dat leidt tot slechte of niet functionerende automatisering”, zo schrijft de brancheorganisatie. De opleiding is post-hbo, voor professionals die zich verder willen ontwikkelen en specialiseren. Zij leren functie-eisen van de gebouweigenaar en -gebruikers te vertalen naar adequate en consistente systeeminvulling in de automatisering en beheer van gebouwen.

Vraag competente systeemarchitect neemt toe

De brancheorganisatie verwacht dat jaarlijks dertig tot vijftig systeemarchitecten kunnen worden opgeleid. Uiteindelijk zal elk bedrijf dat in de markt actief en succesvol wil zijn als system integrator, een aantal opgeleide systeemarchitecten nodig hebben. Daarnaast zullen de engineerings- en adviesbureaus die actief zijn in de vastgoedmarkt, deze discipline ook steeds meer in huis moeten hebben. De ontwikkeling naar Internet of Things en Smart Buildings / Smart Cities zorgen dat de behoefte aan competente systeemarchitecten de komende jaren blijft toenemen.

Kandidaten voor de opleiding dienen ten minste één hbo/wo-opleiding als basis te hebben in verband met het vereiste werk- en denkniveau. Intekening voor de opleiding is mogelijk via www.tvvl.nl of via een email bericht aan Liesbeth Zijlstra van de FHI-brancheorganisatie Gebouw Automatisering (l.zijlstra@fhi.nl).

Moderniseren van Maaslijn in volle gang

0
Moderniseren van Maaslijn in volle gang

De Maaslijn tussen Nijmegen en Roermond wordt aangepakt. De overbelaste en verouderde spoorlijn moet worden omgebouwd tot een moderne, snelle en betrouwbare verbinding. De huidige verbinding kent overvolle treinen en is storingsgevoelig, met veel vertragingen en uitval tot gevolg. De provincies Limburg, Noord-Brabant en Gelderland spraken daarom af om de situatie te verbeteren.

Ingenieursadviesbureau Sweco kreeg opdracht van Limburg en ProRail en werkt momenteel aan de spoorlijn. De Maaslijn is een van de langste, drukste en meest intensief bereden enkelsporige spoorlijnen in Nederland. De diesellijn doorkruist de provincies Limburg, Noord-Brabant en Gelderland en vormt een belangrijke economische verbinding.

Moderniseren

Om de spoorlijn te moderniseren startten de provincies Limburg, Gelderland en Noord-Brabant en ProRail dit jaar het project ‘Kwaliteitsverbetering Maaslijn’. De maatregelen omvatten onder andere elektrificatie van de spoorlijn, de aanleg van meerdere passeersporen en een extra station bij Grubbenvorst. Sweco ondersteunt provincies bij de engineering, de bestuurlijke besluitvorming, de conditionerende activiteiten en de contractvorming. Er worden ontwerpen gemaakt voor onder andere het baanlichaam, de treinbeveiliging, de bovenleiding en de elektrische voeding. Daarnaast wordt het technisch ontwerp getekend voor het nieuwe station Grubbenvorst Greenport Venlo. De werkzaamheden van Sweco moeten in 2017 zijn afgerond. Het gehele project moet in 2020 zijn opgeleverd.

Schoner Nederland

De maatregelen zetten in op minder vertragingen, minder treinuitval en betere aansluitingen op treinen in Nijmegen, Venlo en Roermond. Ook dragen ze bij aan duurzaamheidsdoelstellingen. In plaats van dieseltreinen rijden er straks elektrische treinen op de drukke lijn en dat levert een structurele CO2-reductie op. Ook wordt geluidsoverlast verminderd. “Wij dragen graag bij aan een schoner Nederland en zien dit contract dan ook als een mooi voorbeeld”, zegt Robert Dwars, projectmanager bij Sweco. “Het project is in meerdere opzichten een prachtige uitdaging. Er zijn veel partijen bij betrokken, het project mag geen vertraging oplopen en er moeten allerlei wettelijke procedures worden doorlopen. Maar ik heb er het volste vertrouwen in dat we samen de klus gaan klaren en ervoor gaan zorgen dat de Maaslijn een moderne, snelle en betrouwbare verbinding wordt.”

Grote zonneparken in Friesland, Delfzijl en Sappemeer

0
Grote zonneparken in Friesland, Delfzijl en Sappemeer

Er staan flink wat grote zonneparken op het punt te worden aangelegd. Alleen de provincie Friesland krijgt er al drie zonneparken bij. De parken worden onderdeel van het programma Vrij-Baan. In dit programma werken het Rijk, de provincie Friesland en de gemeente Leeuwarden samen aan infrastructurele projecten. Friesland is niet de enige plek waar zonneparken op de planning staan. In Delfzijl en Sappemeer staan parken op de planning van respectievelijk 120.000 en 350.000 zonnepanelen.

De zonneparken in Friesland zullen gezamenlijk goed zijn voor ten minste 4 megawatt piek. RoyalHaskoning DHV is door de partijen aangesteld om de aanbesteding te regelen, die inmiddels is gestart, zo bericht Solar Magazine.

Infrastructuur energieneutraal

Eén van de ambities van Leeuwarden Vrij-Baan is de realisatie van zonneparken langs de Haak om Leeuwarden en de invalswegen met het doel om de nieuwe infrastructuur energieneutraal te maken. De precieze locatie daarvan is nog onbekend. Twee andere zonneparken, De Zwette en Hemriksein, hebben reeds in november 2014 een SDE+-subsidie aangevraagd en toegekend gekregen. Gegadigden voor de aanbesteding dienen voor alle 3 de percelen een inschrijving in te dienen. De opdracht omvat “de integrale exploitatie – en het verder ontwerpen, realiseren, beheren, in stand houden, onderhouden, exploiteren en al hetgeen daarmee verband houdt – van de zonneparken door en voor rekening van de exploitant.” De uiterste termijn voor inschrijving van de aanbesteding is 30 september.

Grote zonneparken

Ondertussen is in Delfzijl al begonnen aan wat, qua aantal zonnepanelen, het grootste park van Nederland moet worden. Sunport Delfzijl wordt met 120.000 zonnepanelen goed voor een vermogen van 30 megawatt. Het park in Delfzijl moet aan het eind van 2016 klaar zijn. Financiering, bouw en exploitatie is in handen van het Duitse Wirsol. In Sappemeer (Groningen) staat echter een nog groter zonnepark, van 350.000 panelen, op de planning. Powerfield Nederland, gevestigd in Dokkum, wil daarmee het grootste park van West-Europa aanleggen. Ook denkt het Friese bedrijf aan Groningen als vestigingsplaats voor een zonnepanelenfabriek. De provincie Groningen staat positief tegenover de plannen. Momenteel is de subsidie-aanvraag voor het park in behandeling.

Circulaire gebouwinstallaties nieuwe stap verduurzaming

0
Circulaire gebouwinstallaties nieuwe stap verduurzaming

De automatisering van gebouwen neemt de laatste jaren een grote vlucht. Tegelijkertijd is ook duurzaamheid een hot issue. Toch is het nog geen uitgemaakte zaak dat automatisering en verduurzaming altijd hand in hand gaan. En dat terwijl een combinatie tussen die twee vaak wel voor de hand ligt. Met de komst van circulaire gebouwinstallaties lijkt er weer een stap in de goede richting gezet te worden.

Een aantal automatiseringspartijen heeft zich nu verenigd met als doelstelling de ontwikkeling en realisering van circulaire gebouwinstallaties. Het gaat om de bedrijven Carrier, Priva, Thermaflex, Van Dorp Installaties en Valstar Simonis, die elkaar kennen vanuit het TVVL netwerk.

Pilotproject

Na een aantal brainstormsessies deden de betrokken partijen eind mei een oproep voor het aanmelden van een geschikt pilotproject. Verduurzaming en automatisering vinden elkaar vaak op het vlak van energiereductie. Slimme meters, data analyse en wko zijn maar enkele voorbeelden van energiereductie waarbij automatisering van installaties een grote rol speelt. Het pilotproject dat nu wordt uitgerold in een rijksmonument heeft een andere insteek. Namelijk om bestaande materialen zo veel mogelijk her te gebruiken: circulaire gebouwinstallaties.

Veel animo

Na de oproep bleek er direct veel animo te zijn voor het onderwerp. Binnen een week waren er tien concrete aanmeldingen. Daarnaast bleken er veel geïnteresseerden in de werkwijze en melden partijen zich aan voor participatie in een werkgroep. De eerste beoordeling werd gedaan aan de hand van voorgenomen planning, concreetheid op het gebied van financiering of looptijd. Een tweede beoordeling vond plaats aan de hand van inhoudelijke aspecten. Het bekende model van de Ellen MacArthur Foundation werd gekoppeld aan de criteria die Cradle 2 Cradle stelt ten behoeve van haar certificering. De betrokken partijen hebben veel ambitie en gaan nu gezamenlijk aan de slag om hun ideeën te realiseren in het pilotproject.