Home Blog Pagina 373

Monumentale steden populair en duur

0
Monumentale steden populair en duur
Monumentale steden populair en duur

De populariteit van erfgoed kent voorlopig geen grenzen. Uit de ‘Atlas voor gemeenten’, die vandaag wordt gepresenteerd, blijkt dat monumentale steden harder groeien, minder last hebben van vergrijzing en gunstige ontwikkelingen van de huizenprijzen kennen vergeleken met andere, nieuwe steden. Monumentale blijken erg populair onder zowel bewoners als toeristen.

De nieuwe atlas heeft als thema erfgoed en behandelt vragen als: Wat is het belang van een monumentale binnenstad? En hoe waarderen mensen musea en monumenten in hun woonomgeving?
De onderlinge verschillen tussen steden blijken toe te nemen, in het voordeel van de monumentale steden. De onderzoekers concluderen dat monumenten bijdragen aan de aantrekkingskracht van de stad; mensen wonen en werken er graag. De (potentiële) beroepsbevolking krimpt in veel steden, behalve dus in steden met veel monumenten. Genoemd worden Alkmaar, Amsterdam, Amersfoort, Bergen op Zoom en Delft. De bevolking is daar ook gemiddeld hoger opgeleid en jonger.

Duurdere huizen

De populariteit blijkt ook uit het feit dat de prijs van een huis in deze steden de laatste tien jaar met acht procent is gestegen, terwijl in andere, nieuwe steden, de huizenprijs juist daalde, met gemiddeld 1,6 procent. De onderzoekers zeggen dat de bereidheid om meer te betalen puur veroorzaakt wordt vanwege het historische karakter van het pand, en staat los van de vele voorzieningen die zo’n woonplek vaak biedt.

Op radio 1 licht onderzoeker Gerard Marlet toe dat er een tweedeling dreigt te ontstaan in stedelijk Nederland.

Museum MORE opgeleverd en geopend

0
More 4- foto Luuk Kramer

Nieuw Museum voor Nederlands Modern Realisme gerealiseerd door uitbouw voormalig gemeentehuis

Dinsdag 2 juni om 10.00 uur opent in Gorssel het nieuwe Museum voor Nederlands Modern Realisme –Museum MORE– de deuren voor het publiek. De uitbreiding van het voormalige Gemeentehuis is ontworpen door Hans van Heeswijk architecten. Museum MORE opgeleverd en geopend.

De initiatiefnemer van Museum MORE is zakenman en miljardair Hans Melchers, die in het museum de collectie Nederlands Realisme die hij had verworven uit het faillissement van DS Art B.V. tentoonstelt. De collectie bevat verder werken van onder meer Arnout Killian en Carel Willink. Het museum is ingericht in het voormalige gemeentehuis van Gorssel, waar door Hans van Heeswijk een paviljoenachtige aanbouw van zeven grote tentoonstellingszalen voor is ontworpen. Vanaf 2 juni 2015 kan een breed publiek (opnieuw) kennismaken met een selectie uit de grootste collectie Nederlands Modern Realisme.

Architectuur

Het voormalige gemeentehuis van Gorssel werd na een gemeentelijke fusie met Lochem beschikbaar voor andere doeleinden. Het monumentale deel van het uit 1914 daterende gebouw is intact gebleven en
krijgt als nieuwe functie museumcafé en evenementenzaal. De paviljoenachtige nieuwbouw van het museum heeft twee verdiepingen en zeven museumzalen met doorkijkjes naar de parkachtige omgeving. Naast het tentoonstellen van delen uit de vaste collectie, biedt het gebouw ook ruimte aan wisselende exposities, kantoren en een restauratieatelier. Net als het ontwerp voor de uitbreiding van het Mauritshuis, bevat ook dit ontwerp van Hans van Heeswijk architecten veel glas. De verschillende blokken van het gebouw worden onderling met glas verbonden. Er is niet bezuinigd op – duurzame – materialen. Zo zijn de buitenmuren van de nieuwbouw opgetrokken uit natuursteen.

Wereldwijde opmars particuliere musea

Het museum in Gorssel sluit aan bij een wereldwijde opmars van particuliere musea voor moderne en hedendaagse kunst. Uit een inventarisatie van de Volkskrant blijkt dat wereldwijd de afgelopen tien jaar 150 van dergelijke museums zijn geopend. De oprichters zijn vaak vermogende ondernemers of hun erfgenamen. Duitsland voert de lijst aan, met vijftien musea, maar ook in landen waar van oudsher weinig kunstinstellingen zijn, zoals China en Indonesië, zijn musea voor moderne kunst geopend.

Fotografie: Luuk Kramer

‘Ontslakken doe je zo’ over het tegengaan van regeldruk

0
Ontslakken doe je zo over het tegengaan van regeldruk
'Ontslakken doe je zo' over het tegengaan van regeldruk

Afgelopen maand werd het rapport ‘Ontslakken doe je zo! Samen eenvoudiger ontwikkelen’ gepubliceerd. Dit rapport, uitgevoerd door Stadsruim, in opdracht van het ministerie van Economische Zaken, onderzoekt hoe regeldruk vanuit overheid en gemeenten tegengegaan kan worden.

Rapport in opdracht van ministerie EZ over ontslakken pleit voor ruimte initiatiefnemer in de bouw

“De afgelopen jaren heeft het kabinet veel gedaan aan het verminderen van regeldruk voor bedrijven. Bedrijven geven echter keer op keer aan dat ze weinig merken van de verbeteringen en ervaren in hun dagelijkse bezigheden nog steeds hinder door toedoen van de overheid. In de zogenoemde maatwerkaanpak regeldruk bedrijven, wordt er vanuit het oogpunt van de ondernemer gekeken naar gevoelde regeldruk. Vervolgens gaat de overheid in gesprek met de ondernemer en gaat men samen op zoek naar de oplossingen voor de ervaren knelpunten.” Zo licht Gé Linssen van het ministerie van EZ in de inleiding toe. Voor de bouwwereld geldt de maatwerkaanpak BOUW. “Ontslakken vormt een belangrijk onderdeel hiervan. Nu is de hamvraag natuurlijk of deze maatwerkaanpak wel zal leiden tot het gewenste
resultaat?”

Zoek het experiment

Ontslakken wordt omschreven als “enerzijds het opschonen van de gemeentelijke regelgeving en anderzijds een ruimtelijk project “andersom” benaderen.” Er is gekeken naar ervaringen van twaalf initiatiefnemers bij diverse pilots die regeldruk, organisatiehinder en bureaucratie bij gebiedsontwikkelingen tegengaan. Daaruit blijkt dat de snel veranderde situatie in de bouw nog niet voldoende navolging heeft gekregen in de samenwerking tussen gemeenten, Rijk en bouwondernemers. Het rapport pleit voor een dagelijkse zoektocht naar het experiment, nieuwe werkwijzen, gepaard aan reflectie en analyse. “Voor de gemeente betekent dit dat zij niet automatisch vervalt in haar toetsende rol en het initiatief centraal stelt. Voor de initiatiefnemer biedt dit ruimte om de regie te nemen, om snelheid in het proces aan te brengen en vraaggericht te ontwikkelen.

Innovatie is geen mysterieus proces

Aan de hand van de twaalf ‘ontslakkers’ worden de volgende resultaten genoemd van een flexibelere manier van denken en samenwerken.

• Initiatieven worden niet meer onnodig gefrustreerd door beleid en regels waarvan niemand meer weet waarom ze er zijn;
• Gemeente en initiatiefnemers onderzoeken samen de haalbaarheid van het plan zonder eerst een lijstje regels af te vinken;
• De gewenste versnelling in het proces ontstaat, omdat gemeente en initiatiefnemers op één lijn zitten waardoor een efficiënt proces ontstaat;
• De regie ligt meer in handen van de initiatiefnemers. Daarmee wordt tijdwinst behaald, is kostenverlaging mogelijk en worden plannen (weer) gerealiseerd;
• Groter gebruiksgemak voor de initiatiefnemers;
• Het maakt het voor initiatiefnemers en ambtenaren veel leuker en interessanter: geen lijstjes afvinken, maar meedenken en helpen aan een (voor de stad) beter eindproduct.

Het rapport concludeert dat ontslakken laat zien dat niet zozeer de regels in de weg zitten, maar juist de manier waarop overheden er mee omgaan. “Daarnaast blijkt dat het ontslakken en het idee van innovatie helemaal geen ‘mysterieus proces van een eenzame genie’ is, maar juist een collectief proces van hele gewone mensen die samenwerken, een gezamenlijk doel nastreven en open en transparant met elkaar communiceren, waarbij vertrouwen de boventoon voert.”

NLingenieurs: ‘opdrachtgevers kunnen MVO ondersteunen’

0
NLingenieurs: 'opdrachtgevers kunnen MVO ondersteunen'
NLingenieurs: 'opdrachtgevers kunnen MVO ondersteunen'

Advies- en ingenieursbureaus vinden dat opdrachtgevers weinig aandacht besteden aan MVO, wanneer zij advies- en ingenieursbureaus inschakelen. Dat blijkt uit een enquête van branchevereniging NLingenenieurs onder haar leden over MVO, maatschappelijk verantwoord ondernemen. De branchevereniging pleit ervoor dat organisaties én individuen verantwoording nemen voor gedrag en bedrijfsvoering. Opdrachtgevers dienen bij ingenieursdiensten ook te kijken naar het MVO-gehalte van de adviezen en ontwerpen, in plaats van alleen naar MVO-aspecten in de bedrijfsvoering van ingenieursbureaus. NLingenieurs: ‘opdrachtgevers kunnen MVO ondersteunen’.

Imago

MVO blijkt onder 36 van de 40 deelnemers aan het onderzoek een aandachtspunt. Als voornaamste redenen worden genoemd: ‘imago/reputatie’ en ‘bijdragen aan een schonere en betere wereld’. De organisaties die zich bezig houden met MVO vinden het over het algemeen belangrijk dat anderen, bijvoorbeeld klanten, dit weten. Deze organisaties gebruiken tools om aan te tonen dat zij bezig zijn met MVO. De belangrijkste tools blijken het lidmaatschap van NLingenieurs en het certificaat CO2 prestatieladder. Een tool die steeds belangrijker wordt is duurzaam GWW. Gaf in 2012 nog slechts 6% aan duurzaam GWW te gebruiken als tool, in 2015 is dit 23%.

Overheid als stimulator

Opvallend is dat in 2012 nog maar 21% van de ondervraagden ‘wet- en regelgeving’ als reden voor MVO opgaf. In 2015 is dit maar liefst 33%. Energieverbruik en maatschappelijke betrokkenheid blijken de thema’s waar organisaties zich met name op richten. Ten opzichte van 2012 is het thema ‘afval en recycling’ behoorlijk gedaald, van 49% naar 28%. Als concreet middel om te komen tot maatschappelijk verantwoord ondernemen wordt met stip op één het stellen van meetbare doelen genoemd. 22% geeft aan dat er in de organisatie een formele MVO-functie bestaat. Volgens NLingenieurs komt dit wellicht doordat de meerderheid van de ondervraagden de druk om aandacht te besteden aan MVO niet voelen. Als die druk al bestaat, komt dit voornamelijk vanuit de afnemers, klanten en/of opdrachtgevers. In algemene zin komt deze druk vooral vanuit de overheid.

Opdrachtgevers vragen onvoldoende naar MVO

Een ruime meerderheid geeft aan dat opdrachtgevers onvoldoende vragen naar MVO-aspecten in adviezen en ontwerpen. Ook hier wordt een duidelijk verschil genoemd tussen nationale overheidsinstanties (ministeries, RWS), provincies en waterschappen die er wel naar vragen, en Non-profit en nutsbedrijven, industrie, projectontwikkelaars en bouwbedrijven en aannemers die hier volgens de ondervraagden onvoldoende naar vragen. Ditzelfde onderscheid is te zien in de confrontatie met de CO2-prestatieladder en/of social return in aanbestedingen.

Te weinig seniorproof-woningen

0
Te weinig seniorproof-woningen
Te weinig seniorproof-woningen

De toename van het aantal ouderen in Nederland wordt nog niet gevolg door toename van het aantal geschikte woningen voor ouderen. Door het ontbreken van een landelijke visie op de bouw van seniorproof woningen, haken beleggers af en dreigt een tekort aan geschikte woningen voor ouderen te ontstaan. Naar verwachting zal het aantal ouderen toenemen van drie miljoen, naar 4,7 miljoen in 2040.

De Telegraaf meldt dat wanneer niets gebeurd, Nederland in 2018 zo’n 40.000 seniorenwoningen tekort komt. Beleggers zouden niet geïnteresseerd zijn door het politiek stelsel, aldus Directeur Hans van der Ploeg van brancheorganisatie VBO Makelaar. „Het kabinetsbeleid verandert zo vaak, dat het voor beleggers niet interessant is.” Volgens Van der Ploeg vinden lokaal vinden lokaal wel mooie initiatieven plaats, maar ontbreekt een landelijke visie op wonen voor ouderen ontbreekt.

Gevolgen

Als gevolg wordt genoemd dat ouderen te lang blijven wonen in woningen die te groot en niet seniorproof zijn. De kosten van het aanpassen van die woningen komen voor rekening van de gemeenten. Uit recent onderzoek van de ANBO blijkt dat die daar vaak niet voor willen opdraaien. Vervolgens komen ouderen die in een niet geschikte woning wonen in een zorginstelling terecht, wat duurder is dan de woningen aanpassen.

Woningcorporatie voor seniorenwoningen?

In Utrecht speelt men in op deze ontwikkelingen. Het CDA wil dat de wethouder onderzoekt of er een speciale woningcorporatie voor seniorenwoningen kan worden opgericht. Men denkt dat er winst te boeken valt als de expertise wordt gebundeld, bijvoorbeeld door middel van het oprichten van een aparte corporatie voor ouderen.

Brandveilig wonen voor ouderen

Het Aedes-Actiz Kenniscentrum kwam deze week met een handreiking voor woningcorporaties om woningen seniorproof te maken wat betreft brandveiligheid. Als er bijvoorbeeld brand uitbreekt in, of om de woning, is zijn ouderen extra kwetsbaar. De handreiking laat zien aan welke eisen een brandveilige corporatiewoning moet voldoen. Er is speciale aandacht voor verschillende vormen van wonen met zorg, waaronder (voormalige) verzorgingshuizen, aanleunwoningen en ‘gewone’ wooncomplexen. Met de handreiking kunnen woningcorporaties ook bepalen waar hun verantwoordelijkheid ligt; die is nu lang niet altijd duidelijk.

Platteland dreigt zorgenkindje te worden

0
Platteland dreigt zorgenkindje te worden
Platteland dreigt zorgenkindje te worden

Zowel rapport VNG als College van Rijksadviseurs signaleren uitdaging voor het platteland

Zowel de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, VNG, als het College van Rijksadviseurs kwam afgelopen maand met een rapport over de situatie van landelijk gebied in Nederland. Beiden signaleren dat het platteland onder druk staat, leegstand en verpaupering liggen op de loer. De conclusies: om het platteland vitaal en aantrekkelijk te houden zijn transformatie en sloop noodzakelijk.

Disbalans in aandacht voor stad en platteland

Geconcludeerd wordt dat er vanuit het Rijk teveel aandacht naar de stad gaat, vergeleken met het platteland. De VNG schrijft dat 364 van alle Nederlandse gemeenten voor meer dan de helft uit landelijk gebied bestaat. Alterra onderzocht in opdracht van de VNG de trends, de opgaven en de vragen waar landelijke gebieden voor staan. Uit het rapport ‘Ruimte voor de toekomst in het landelijk gebied‘ wordt duidelijk dat de toekomst ligt in het creëren van een multifunctionele omgeving, waar technologie en samenwerking tussen burgerinitiatieven en gemeentelijke betrokkenheid hand in hand gaan. Zorgelijk is dat geconstateerd wordt dat de kwaliteit van de leefomgeving onder druk staat.

Verpaupering op de loer

Het rapport van het College van Rijksadviseurs gaat daar dunnetjes overheen. Het grootste probleem zit in de vrijkomende stallen en andere bedrijfsgebouwen uit de periode 1970-2000. De architectonische en cultuurhistorische waarde van deze opstallen is laag. Vaak is er ook nog sprake van asbest, waarvan de sanering duur is. Een oplossing kan worden gevonden in het opschalen van de opgave naar een groter gebied, zodat herontwikkeling wél mogelijk kan worden gemaakt. Het Rijk zou een rol kunnen spelen in het faciliteren van onderzoek en kennisdeling hierover op landelijke schaal. Het college constateert dat verpaupering van het platteland op de loer ligt.

Biodiesel-erf

Het verplicht saneren van asbest biedt kansen voor transformatie, met name in combinatie met het introduceren van nieuwe functies zoals duurzame energieopwekking.
Volgens het College kan duurzame energie-opwekking als motor fungeren voor transformatie van vrijkomende agrarische bebouwing. In het onderzoek worden deze kansen op de verschillende schaalniveaus van gebouw, erf, gebied, regio en Nederland als geheel bekeken. Kansen op gebouwniveau liggen in het aanbrengen van een nieuwe, energieopwekkende schil. Zoals het opvangen van zon op het dak, mini-windturbines plaatsen op het dak, maar ook het kweken van algen op de huid van het gebouw. Ook voor het erf worden diverse scenario’s onderzocht, zoals het zonne-erf, het biomassa-erf en het biodiesel-erf. Op gebiedsniveau wordt het opwekken van duurzame energie gecombineerd met andere functies, zoals recreatie of opslag, maar ook de huisvesting van asielzoekers en arbeidsmigranten.

Zwarte zonnepanelen worden steeds efficiënter

0
Zwarte zonnepanelen steeds efficiënter
Zwarte zonnepanelen steeds efficiënter

Finse onderzoekers hebben een nieuw record gevestigd op het gebied van zwarte zonnepanelen, zo meldt Renovatieprofs.nl. De efficiëntie van de panelen is nu 22,1 procent, 4 procent hoger dan de laatste keer. Een van de onderzoekers van de Universiteit van Aalto legt uit waar dat aan ligt. “We hebben de coating van de panelen verbeterd. De efficiëntie kan nog beter worden, wanneer het silicium waarmee we werken nog zuiverder is.” Zwarte zonnepanelen worden steeds efficiënter.

Laag zonlicht

Het voordeel van de zonnepanelen boven de klassieke blauwe, is dat zwarte zonnecellen zonlicht kan absorberen dat niet recht, maar vanuit een scherpe hoek op de panelen valt. Dit maakt de zwarte panelen vooral geschikt voor landen die ver van de evenaar liggen, zoals de Scandinavische landen. Daar staat de zon namelijk voor het grootste gedeelte laag in de lucht, wat voor een scherpere hoek zorgt.

Mooier en efficiënter

Hoewel Nederland dichter bij de evenaar ligt, neemt ook hier de populariteit van de donkere zonnepanelen toe. De reden is vooral dat veel mensen de zwarte panelen er mooier vinden uitzien. Wanneer het Finse onderzoek inderdaad zorgt voor meer efficiëntie, zal dat het gebruik van zwarte zonnepanelen alleen maar doen toenemen.

Zie ook: Nieuw zonnepark in Geldermalsen bevestigt trend.

Rabobank voorziet verdere groei koopwoningmarkt

0
Rabobank voorziet verdere groei koopwoningmarkt
Rabobank voorziet verdere groei koopwoningmarkt

De groei van de Nederlandse koopwoningmarkt zet verder door. Na een beter dan verwacht eerste kwartaal zal de markt in 2015 en 2016 verder aantrekken. De prijzen stijgen naar verwachting licht: in 2015 met 1 1/2 tot 3 1/2% ten opzichte van 2014. Een milde versnelling wordt verwacht in 2016 met een gemiddelde prijsstijging van 2 tot 4%. In heel 2015 zullen naar verwachting tussen de 160 en 180 duizend woningen van eigenaar wisselen. Dit aantal zal in 2016 verder stijgen naar 165 tot 185 duizend verkopen. Dat schrijven economen van de Rabobank in hun Kwartaalbericht Woningmarkt.

“Het gaat aanmerkelijk beter met de Nederlandse economie, die dit jaar sterk begon”, licht woningmarkteconoom Pieter van Dalen toe. “Voor de woningmarkt is het goed dat de werkgelegenheid aantrekt en het besteedbare inkomen verder stijgt. Ook de lage hypotheekrente en het hogere consumentenvertrouwen zijn redenen waarom we een verdere groei verwachten.”

Positieve factoren sterker dan negatieve

Toch zijn er volgens Van Dalen ook factoren die een al te uitbundige groei van de Nederlandse koopwoningmarkt in de weg staan. “Stimuleringsmaatregelen zoals de schenkingsvrijstelling zijn beperkt en huishoudens kunnen ten opzichte van hun inkomen minder lenen dan voorheen. Maar deze negatieve factoren zijn minder sterk dan de positieve factoren, waardoor we al met al een gematigde verdere groei van de woningmarkt verwachten voor dit en komend jaar.”

Groei in alle provincies

Hoewel de regionale verschillen in ons land groot zijn, ziet de Rabo-econoom alle provincies profiteren van de groei op de woningmarkt. Van Dalen: “Dat komt vooral doordat de hypotheekrente geen regionale verschillen kent. De inkomensontwikkeling en het vertrouwen in de economie verschillen ook niet sterk per regio. Wel zien we een bovengemiddelde prijsstijging in Noord-Holland en Utrecht. De steden Amsterdam en Utrecht spelen daarin een grote rol.” Verder wordt verwacht dat de totale uitstaande hypotheekschuld vanaf 2015 weer licht zal stijgen door de toename van de nieuwe verstrekkingen.

Middeleeuws watermanagement saboteert Rijkswaterstaat in Kampen

0
Middeleeuws watermanagement saboteert Rijkswaterstaat in Kampen
Middeleeuws watermanagement saboteert Rijkswaterstaat in Kampen

Rijkswaterstaat wil bij Kampen de IJssel uitdiepen, maar stuitte bij onderzoek op een staaltje middeleeuws watermanagement. In de weg ligt een middeleeuws vrachtschip, dat eind vijftiende eeuw waarschijnlijk tot zinken is gebracht om… de IJssel uit te diepen.

De uitdieping die Rijkswaterstaat in gedachten heeft is bedoeld om de regio beter te beschermen tegen hoog water, in het kader van ‘Ruimte voor de Rivier‘. De werkzaamheden beginnen waarschijnlijk na de zomer, zo meldt RTV Oost. Het schip dat in de weg ligt is twintig bij acht meter groot en ligt onder een laag van vier meter zand. In Kampen heerst groot enthousiasme over het schip, een kogge, het type schip waar de Hanzeroute om bekend staat. Sinds jaar en dag ligt er al een replica kogge in de Kamper haven, beheert door stichting Kamper Kogge. Kampen kende gouden tijden aan het eind van de middeleeuwen dankzij de Hanzeroute, die via Duitsland naar de Oostzee voert.

Euforie in Kampen

Dat er nu een echte Kogge – naar omstandigheden nog zeer intact – op de bodem van IJssel blijkt te liggen, zorgt voor euforie bij de stichting Kamper Kogge. Bestuurslid Rob Alferink: “Voor Kampen zou het een geweldige trekpleister zijn. Wat de Eiffeltoren is voor Parijs, dat is straks de kogge voor Kampen.” Inmiddels is een begin gemaakt met de bergingsoperatie, die enkele maanden in beslag zal nemen. Het handelsschip zonk ongeveer 600 jaar geleden naar de bodem van de IJssel, maar ligt nu dus flink in de weg. Nog nooit eerder werd er een kogge gevonden die nog zo in tact is als dit exemplaar. Het aan de oppervlakte brengen van de boot zal naar verwachting de nodige media-aandacht met zich meebrengen. Waarom het schip ooit zonk is nog een mysterie.

Middeleeuws ‘watermanagement’

Spook- en oorlogsverhalen, een vloedgolf, een strenge winter; in Kampen heeft ieder zo zijn eigen theorie. Maar de meest waarschijnlijke is een stuk minder heroïsch. De Kampenaren hebben waarschijnlijk zelf de boot tot zinken gebracht. Historicus Michel van Wijngaarden deed in opdracht van Rijkswaterstaat archiefonderzoek. “Het zou kunnen zijn dat het schip gezonken is tijdens een gevecht. Maar een echt conflict met de kogge wordt niet beschreven. Jan van Beieren was destijds hertog van Holland en richtte met zijn oorlogsvloot veel schade. Het kan zijn dat het schip is afgezonken om zijn oorlogsvloot te belemmeren.” Volgens Van Wijngaarden ligt het echter meer voor de hand dat het schip is afgezonken om de loop van de rivier te beïnvloeden. Opvallend is namelijk dat naast de kogge ook twee kleinere schepen liggen; een aak en een punter. “De scheepvaart was in die tijd uitermate belangrijk voor de handel en uit de archieven blijkt dat de IJssel in de tweede helft van de 15de eeuw slecht bevaarbaar was. Door het laten zinken van een aantal schepen kon een dam worden gevormd, waardoor de vaardiepte positief werd beïnvloed. Watermanagement in de Middeleeuwen zeg maar.”

Beproefde methode

Dat zou betekenen dat de Kogge tot zinken is gebracht om precies dezelfde redenen als dat het nu opgedoken gaat worden. De Kamper historicus Theo van Mierlo vermoedt dat die theorie klopt. Hij dook in opdracht van RTV Oost in de stadsarchieven van Kampen en vond meerdere voorbeelden van watermanagement waarbij schepen werden afgezonken. “In 1615 zie je een voorbeeld waarbij de IJsselbrug bij Kampen moet worden vernieuwd. De brug bestaat vooral uit brugschepen. In de archieven lees je dat het stadsbestuur van plan is om de oude brugschepen af te laten zinken in een zijarm van de IJssel. Op die manier wordt de zijarm afgesloten en de bevaarbaarheid van de rivier verbeterd.”

Onderstaand filmpje van Rijkswaterstaat laat zien hoe de bergingsoperatie aangepakt zal worden.

Ondernemingsdossier voor vermindering regeldruk

0
Ondernemingsdossier voor vermindering regeldruk
Ondernemingsdossier voor vermindering regeldruk

“Meer tijd om te ondernemen, betere naleving van regels, betere dienstverlening en vereenvoudiging van het toezicht.” Zo introduceert Bouwend Nederland op haar website vandaag het Ondernemingsdossier, een nieuwe manier van informatie uitwisselen tussen bedrijven en overheden. Ondernemingsdossier voor vermindering regeldruk.

Met het Ondernemingsdossier kan een onderneming de gemeente (en andere vergunningverleners en toezichthouders) toegang geven tot gegevens uit haar bedrijfsvoering. Verder kan de onderneming digitaal vergunningen aanvragen en meldingen doen. De gemeente kan met het Ondernemingsdossier de actuele gegevens van het bedrijf inzien. Toezicht houden kan daardoor gerichter en efficiënter, doordat de gemeente vooraf beter inzicht heeft in de informatie en dit niet meer hoeft worden gezocht of nagezonden.

Eén plek voor bedrijfsgegevens

Zo krijgt de gemeente meer tijd voor andere taken, zoals advies en preventie. Ondernemingen kunnen zelfstandig hun weg vinden in de regels door gebruik te maken van regelhulpen: aan de hand van een vragenboom krijgt de ondernemer per onderwerp de acties, maatregelen en voorschriften inzichtelijk waaraan hij moet voldoen. Ook hebben ondernemingen zo op één plek een overzicht van al hun bedrijfsgegevens. Gemeenten aan de andere kant krijgen minder vragen en incomplete aanvragen voor vergunningen.

Milieu en brandveiligheid

De eerste twee modules die ingericht worden hebben betrekking op “milieu” en “brandveiligheid”. De gemeenten Roosendaal en Oosterhout werken inmiddels al met het Ondernemingsdossier. De gemeenten Moerdijk, Steenbergen, Halderberge, Woensdrecht, Oosterhout, Dongen en Breda alsmede de Omgevingsdienst hebben volgens Bouwend Nederland serieuze interesse. “Het is belangrijk dat niet alleen alle gemeenten uit het werkgebied van de Omgevingsdienst maar ook onze lidbedrijven participeren. Geïnteresseerden kunnen zich melden via de website.