Home Blog Pagina 147

Nieuwbouw accommodaties Beekse Bergen

0
Nieuwe accommodaties Safari Resort Beekse Bergen

Op Beekse Bergen is de bouw begonnen van 112 nieuwe accommodaties. De eerste prefab unit waarin de gastenkamers komen werd eind april geplaatst.

“Beekse Bergen krijgt ook een nieuw centrumgebouw met multifunctionele ruimtes en restaurants”

Rondom een eveneens nieuw aan te leggen savanne komen 15 lodges, met in elk acht kamers of vier suites. Ook komen er een aantal rolstoelvriendelijke kamers. Verder verrijst er in deBeekse Bergen een stallencomplex en een centrumgebouw met multifunctionele ruimtes, een a la carte restaurant en een buffetrestaurant voor ontbijt, lunch en diner. Voorjaar 2023 moet alles afgerond zijn.

Terras

De kamers komen met hotelservice en hebben allemaal een terras of balkon met uitzicht op de savanne. Hier zullen onder andere giraffen, zebra’s, struisvogels, antilopen en witte neushoorns te zien zijn. Deze dieren komen uit het Safaripark of andere dierentuinen in Europa.

Ontzorging

Met deze nieuwe fase wil het park gasten nog meer mogelijkheden bieden. “Uit onderzoek is gebleken dat gasten graag de mogelijkheid willen hebben om een kortere periode, bijvoorbeeld één of twee nachten, bij ons te verblijven”, vertelt general manager Stephanie Struis van Safari Resort Beekse Bergen.

Daarnaast is er volgens Struis een grote vraag naar ontzorging. “Mensen willen er echt even uit en dan is het heel erg fijn als je gewoon kan aanschuiven voor het ontbijt, lunch en diner.”

De nieuwbouw is een uitbreiding van het Safari Resort, dat in 2018 werd geopend. Hier zijn al 225 accommodaties, twee savannes, twee leeuwenvlaktes en een grote waterplas met zeehonden te vinden.

Foto’s
Mariska Vermij-Van Dijk.

Verduurzamen gebouwen gemeente Den Haag

0
Concrete stappen verduurzamen gebouwen gemeente Den Haag

Van veel gebouwen van de overheid kan het energieverbruik omlaag. Dit gebeurt doordat ze warmte en koude gaan delen. Het Rijk, de Gemeente Den Haag, de provincie Zuid-Holland en diverse partners werken samen binnen EnergieRijk Den Haag om hun gebouwen in het centrum van de stad te verduurzamen.

“De komende jaren gaat de gemeente Den Haag 320 eigen panden verduurzamen”

De eerste concrete stap is gezet met de koppeling tussen twee rijksgebouwen op de Bezuidenhoutseweg B20 en B30 voor het delen van warmte- en koudeopslag (wko) in de bodem. Wethouder Liesbeth van Tongeren van de gemeente Den Haag heeft symbolisch een gat in de muur geboord om te zorgen dat een wisselwerking ontstaat tussen de twee gebouwen waar de koude van de één geruild wordt tegen de warmte van de ander.

Wethouder Liesbeth van Tongeren: “Een prachtig duurzaam systeem waar koude en warmte uitgeruild wordt tussen gebouwen. Zo besparen we energie, gebruiken we meer schone energie en stoten we minder CO2 uit.

De gebouwen op de Bezuidenhoutseweg B20 en B30 worden dus energiezuiniger door energie te delen en gebruiken schone energiebronnen. We laten eenvoudig gezegd leidingen aanleggen, inclusief regeltechniek en kleppen. Koude gaat heen, warmte weer terug.”

Aanpak

Bij nieuwe gebouwen zoals Amare staat een duurzame aanpak centraal. Amare is een duurzaam gebouwd kunstencomplex, waarbij al sinds het bouwproces rekening is gehouden met verschillende maatregelen. Bestaande gemeentelijke panden worden stap voor stap aangepakt.

Het gaat bijvoorbeeld om betere isolatie, ledverlichting, het plaatsen van zonnepanelen of het vervangen van gasfornuizen voor inductiekookplaten. Ook cv-installaties worden waar mogelijk beter ingeregeld, zodat het energiegebruik omlaag kan.

Allemaal maatregelen, die stap voor stap bijdragen aan zuinigere panden, minder CO2-uitstoot en straks gemeentelijke gebouwen over kunnen stappen op schone energiebronnen, zoals warmtepompen met wko of laagtemperatuur stadswarmte.

Lees ook: Te weinig bedrijventerrein en bedrijfsruimte in Den Haag

Duurzame gebouwen

De komende jaren gaat de gemeente in totaal 320 eigen panden verduurzamen. Dat zijn naast het stadhuis en de stadsdeelkantoren ook buurt- en wijkcentra, sporthallen, zwembaden, theaters, kinderdagverblijven en ateliers. Vorig jaar is de gemeente gestart met de verduurzaming van 36 panden.

Zo zijn er achthonderd zonnepanelen geplaatst op het dak van het hoofdkantoor van de Haeghe Groep. Ook is het monumentale gebouw van het internationale instituut Clingendael in het gelijknamige park vorig jaar verduurzaamd.

Green Citydeal

In het programma EnergieRijk Den Haag verduurzamen het Rijksvastgoedbedrijf, de gemeente en de provincie hun vastgoed door beter gebruik maken van de bestaande energiebronnen. In 2018 is de Green Citydeal EnergieRijk Den Haag door staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland, wethouder Van Tongeren van de gemeente Den Haag en andere bestuurders ondertekend.

Voor meer informatie zie ook energierijkdenhaag.nl

Bijschrift foto (vlnr): Rik Altena en wethouder Liesbeth van Tongeren.

Verduurzamen gebouwen gemeente Den Haag.

Onderwaterbos in Wolderwijd

0
Rijkswaterstaat legt onderwaterbos aan in het Wolderwijd

In het noordoosten van het Wolderwijd, bij Zeewolde, tussen de eilanden De Biezen en Knarland, start Rijkswaterstaat met een aantal maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren.

“Het onderwaterbos bestaat uit minimaal 15 complete bomen met kroon en kluit”

Door luwe en ondiepe zones te creëren en een onderwaterbos aan te leggen in het Wolderwijd, verbetert de waterkwaliteit voor vogels, vissen en waterplanten. Het project draagt bij aan schoon en ecologisch gezond water, als onderdeel van de Europese Wetgeving Kaderrichtlijn Water (KRW).

Door de aanleg van de ondiepte ontstaat ten noordoosten daarvan een luwtezone met natuurlijke land-water overgangen. Deze ondiepe wateren zijn zeer geschikt als schuil-, paai- en opgroeigebied voor vissen en macrofauna zoals slakken en waterkevertjes.

Legakkers

Voor de aanleg van het ondiepe natuurgebied wordt plaatselijke zand en grond verwerkt in een langwerpig eiland met flauwe oevers. Dit eiland ligt grotendeels onder water. Aan de uiteinden zorgen legakkers, gemaakt van wilgenhout, voor de insluiting van het gebied.

De volgende stap is het aanbrengen van oeverbeplanting om de grond stabiel te houden en te verrijken. Het zand en de grond waarmee het eiland wordt aangelegd, wordt plaatselijk gewonnen door eerst een diepe zone in het water te creëren. In deze diepe zone komt het onderwaterbos dat bestaat uit minimaal vijftien complete bomen met kroon en kluit die op de bodem worden verankerd.

Verankering

Door de verankering blijven ze op hun plek waardoor de vaarweg vrij blijft voor schepen. Na verloop van tijd ontstaat een nieuwe en gevarieerde begroeiing die zorgt voor schoner, voedselrijker water met een beter en aantrekkelijk leefgebied voor verschillende vissen.

Dode bomen

Op plekken in en rondom de diepte worden dode bomen geplaatst om de biodiversiteit te stimuleren. Door het gebrek aan dood hout zijn rivieren en meren voor veel inheemse dieren en planten geen geschikte leefomgeving meer. Het plaatsen van de bomen brengt dat leven terug. Op deze manier willen we de balans in het meer herstellen.

In 2013 startte Rijkswaterstaat een proef met rivierhout. Hiermee zijn zulke goede resultaten behaald, dat het aanbrengen van rivierhout in onder andere de IJssel verder is uitgewerkt binnen het programma Kaderrichtlijn Water. Zo verbetert de ecologische leefomgeving voor vissen, waterplanten én vogels.

Aannemer Martens en Van Oord realiseert het nieuwe natuurgebied in het Wolderwijd. De oplevering is volgens planning rond 2023.

Lees ook: Extra geld nodig beheer en onderhoud waterwerken

Aanpak energiearmoede opgepakt door klusteams

0
Aanpak energiearmoede versnelt opgepakt in Arnhem

Het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) heeft een bedrag van € 2,2 miljoen aan de gemeente Arnhem uitgekeerd om op korte termijn bij mensen thuis energiebesparende maatregelen te nemen. De gemeente Arnhem gaat het bedrag gebruiken voor het intensiveren en uitbreiden van de Arnhemse aanpak energiearmoede.

“Klusteams gaan kleine energiebesparende maatregelen uitvoeren bij Arnhemmers met een laag inkomen”

De energietarieven zijn de afgelopen maanden enorm gestegen en veel Arnhemmers kunnen hun energierekening niet of nauwelijks betalen. De urgentie is hoog om meer te doen.

Wethouder Cathelijne Bouwkamp: “Het is goed dat de Rijksoverheid ziet dat er hulp nodig is voor deze huishoudens, maar we maken ons nog steeds zorgen. Met de Arnhemse aanpak energiearmoede zetten we in op energie besparen, want wat je niet verbruikt hoef je niet te betalen. We helpen Arnhemmers met het verlagen van hun energieverbruik.”

Bouwkamp: “Gezien de stijgende energieprijzen van de afgelopen maanden is het noodzakelijk dat het kabinet met structurele oplossingen komt voor mensen in energiearmoede. De hoge energietarieven raken mensen enorm. In de tussentijd doen we er alles aan om de Arnhemse aanpak energiearmoede te intensiveren. Zo kunnen we meer Arnhemmers beter helpen bij het verlagen van hun energieverbruik. Dat scheelt op hun energierekening.’’

Eenvoudige bespaarmaatregelen

De Arnhemse aanpak energiearmoede is onder meer gericht op energiebesparende maatregelen waarbij een energiecoach bij mensen thuis komt. Samen wordt bekeken welke eenvoudige bespaarmaatregelen genomen kunnen worden en wat daarvan het effect is op het energieverbruik. Arnhemmers met een laag inkomen, kunnen zich aanmelden voor een energiecoach.

Dichten van kieren

Daarnaast worden er klusteams ingezet. De klusteams gaan kleine energiebesparende maatregelen uitvoeren bij Arnhemmers met een laag inkomen, zoals het dichten van kieren bij ramen en deuren, plaatsen van radiatorfolie en het goed inregelen van de cv-installatie. Het opzetten van klusteams is in volle gang.

Energietoeslag

Naast de uitkering van € 2,2 miljoen euro keert het Rijk een energietoeslag van € 800 per huishouden uit voor de laagste inkomens. Dit gebeurt automatisch via de gemeente en zal rond eind april en begin mei 2022 overgemaakt worden aan de huishoudens die hiervoor in aanmerking komen

Om huishoudens te bereiken van wie onvoldoende gegevens bekend zijn, maar wel recht hebben op de energietoeslag, gaat de gemeente een campagne voeren.

Structurele oplossing

Wethouder Cathelijne Bouwkamp: “We hebben de afgelopen jaren al flink ingezet op het verduurzamen van woningen in Arnhem. Maar door de enorme stijging van de energiekosten is de urgentie daarvan vele malen groter geworden. Het is fijn dat we de mogelijkheid krijgen om met deze Rijksbijdrage extra ondersteuning te kunnen geven aan Arnhemmers die nu al of op korte termijn te maken krijgen met een hoge energierekening.”

Maar daarmee zijn we er nog niet, vertelt Bouwkamp. “Er zijn structurele oplossingen nodig. We zullen daarbij de komende tijd onderzoeken wat er nodig is om woningen sneller en beter te isoleren en ook hoe we meer zonnepanelen kunnen plaatsen.”

Lees ook: Webtool voor energiezuiner en gezondere woning

Met NL2120 verbetering ‘groene verdienvermogen’

0
Lancering NL2120 voor verbetering Groene Verdienvermogen

We lopen wereldwijd voorop als het gaat om de aanpak van water- en landbouwvraagstukken. Investeringen in deze sectoren zijn een deel van ons ‘nationaal verdienvermogen’. Het kennis- en innovatieprogramma NL2120 legt de basis voor structurele verbetering hiervan.

“NL2120 investeert in onderzoek naar natuurlijke oplossingen”

Klimaatverandering en de afname van biodiversiteit zetten wereldwijd de leefbaarheid van delta’s onder druk. Ook in Nederland hebben deze urgente opgaves gevolgen. Een integrale aanpak, gericht op duurzaam en klimaatbestendig gebruik van onze land- en watersystemen is noodzakelijk.

De komende jaren wordt onderzoek gedaan naar hoe we met natuurlijke oplossingen (‘nature based solutions’) onze Nederlandse delta leefbaar en aantrekkelijk kunnen houden.

Zandmotor

NL2120 is een unieke samenwerking van overheden, maatschappelijke organisaties zoals Natuur & Milieu en bedrijven en kennis- en onderwijsinstellingen om gezamenlijk te zoeken naar praktisch toepasbare natuurlijke oplossingen: ‘nature based solutions’.

Voorbeelden hiervan zijn kustversterking met zand en slib, zoals bij de zandmotor, natuurlijke buffergebieden ter bescherming tegen overstromingen van rivieren en het gebruik van slimme groene oplossingen voor het opvangen van water en het koelen van steden.

Integrale aanpak

Het kennis- en innovatieprogramma NL2120 investeert in onderzoek naar natuurlijke oplossingen (nature-based solutions). Met de ontwikkelde kennis en ervaring draagt het programma bij aan beleidskeuzes voor een toekomstbestendige ruimtelijke inrichting van Nederland.

De integrale aanpak maakt NL2120 uniek. Bestaande kennis en ervaring zijn versnipperd, waardoor innovaties niet snel gemeengoed worden. Door kennisontwikkeling en praktijkervaring te combineren, integreert, verdiept en verrijkt NL2120 bestaande kennis. Er wordt € 333 miljoen gevraagd op een totaalbedrag van € 621 miljoen. Er is een reservering gedaan van € 125 miljoen voor toekomstige uitvoeringsprojecten binnen het kustgebied.

Lancering NL2120 voor verbetering ‘Groene Verdienvermogen’.

Miljoenen woningen gasvrij maken met warmtebatterij

0
MIA en Vamil aantrekkelijk voor circulaire ondernemers

Een warmtebatterij op basis van zout en water van de TU Eindhoven, TNO en het bedrijfsleven is klaar voor de eerste praktijkproeven. Waarom kan dit een ‘gamechanger’ worden in de energietransitie?

“Het principe van de warmtebatterijbatterij mag dan eenvoudig zijn, het toepassen ervan in een batterij is dat zeker niet”

De noodzaak om woningen van het gas te halen is sinds de oorlog in Oekraïne groter dan ooit. Een warmtebatterij met zout en water als simpele bestanddelen kan een snelle en grootschalige oplossing bieden voor ruim drie miljoen huishoudens in Nederland – twee keer de Nederlandse overheidsambitie. Deze warmtebatterij, in ontwikkeling door een consortium van TU/e, TNO, spin-off Cellcius en bedrijven, is goedkoop, compact, verliesvrij en nu klaar voor de eerste praktijktests.

Met warmteopslag in woningen en het benutten van de enorme hoeveelheden industriële restwarmte die anders wordt weggegooid is deze batterij een potentiële ‘gamechanger’ voor de energietransitie.

1. De basis van de batterij is verbluffend simpel

Uit een eenvoudig proefje wordt de essentie van de warmtebatterij direct duidelijk. Een klein flesje gevuld met witte zoutkorreltjes, een beetje water erbij en het begint te sissen. Alsof het magie is, voelt het flesje bovendien direct ontzettend heet aan. Olaf Adan heeft het proefje al talloze keren gedemonstreerd en altijd weer zijn de toehoorders verbluft.

Adan, TU/e-hoogleraar en hoofdonderzoeker bij TNO, staat aan de basis van de Eindhovense warmtebatterij. Die in essentie draait om een relatief oud thermochemisch principe: de reactie van een zouthydraat met waterdamp. “De zoutkristallen nemen het water op, worden groter en hierbij komt warmte vrij”, zegt Adan. Vandaar het sterk opwarmende flesje.

Maar omgekeerd kan ook. “Door warmte toe te voegen, verdamp je het water eraf en ‘stook je het zout in feite droog’. De zoutkristallen worden weer kleiner”, legt Adan uit. Zolang er geen water bij dit droge zoutpoeder komt, blijft de warmte hierin altijd opgeslagen. Er gaat – in tegenstelling tot andere soorten warmteopslag – dus niets verloren: de batterij is volledig verliesvrij.

Dit proces kun je eindeloos herhalen, de ene of de andere kant op. En daarmee heb je een basis voor een warmtebatterij die warmte kan opslaan, om het op een later moment – en op een andere plaats – weer te kunnen gebruiken. Een oplossing dus voor het fluctuerende aanbod van hernieuwbare energie in woningen en gebouwen, en om ‘warmteafval’ op een andere plek weer nuttig hergebruiken.

“Het oogde nog vrij basic, met bestaande, volwassen technologie, maar we konden hiermee wel aantonen dat ons concept, hoe simpel ook, werkte.

Het principe van de batterij mag dan eenvoudig zijn, het toepassen ervan in een batterij is dat zeker niet. Getuige het feit dat Adan hier al ruim twaalf jaar mee bezig is. Zo is de keuze van het specifieke zoutmateriaal niet vanzelfsprekend. Er zijn duizenden reacties bekend van zouthydraten met water. Adan bestudeerde ze allemaal tot in groot detail, om te ontdekken dat er uiteindelijk maar een zeer beperkt aantal de juiste eigenschappen heeft voor in een batterij.

“Zo’n zoutkristalletje wordt groter en kleiner, er gaat voortdurend warmte in en uit. Dus er gebeurt wat met zo’n deeltje. Dat kan daardoor snel uit elkaar vallen, of samenklonteren met andere deeltjes. Je hebt dus een materiaal nodig dat je cyclisch kunt blijven gebruiken”, legt Adan uit. Uiteindelijk kwam hij met zijn team uit op kaliumcarbonaat als basis, een makkelijk te delven zout dat je in veel producten terugvindt, zoals in voedsel, zeep of glas.

Foto: Vincent van den Hoogen

Uiteindelijk kwam Adan tot het zogeheten ‘closed-loop systeem’, waarvan hij een demonstrator bouwde in 2019. Een recirculerend systeem, bestaande uit onder meer een warmtewisselaar, ventilator, verdamper/condensor en een ketel met zoutdeeltjes. Met 7 kWh was het ding nog vrij minimaal – in theorie zou een typisch gezin van vier personen hiermee twee dagen kunnen rondkomen met warmte.

“Het oogde nog vrij basic, met bestaande, volwassen technologie, maar we konden hiermee wel aantonen dat ons concept, hoe simpel ook, werkte.” Bewijs waarmee Adan binnen het Europese consortium HEAT-INSYDE (met o.a. TU/e, TNO, Caldic en partijen uit Frankrijk, België, Polen en Zwitersland) een Europese subsidie van 7 miljoen euro kon binnenslepen voor de verdere ontwikkeling. Vervolgens ging het team aan de slag om de demonstrator te ‘upgraden’ tot een prototype die klaar was voor de praktijk. Dat is intussen gelukt.

2. De technologie is geoptimaliseerd voor de praktijk

Qua afmetingen is het inmiddels gerealiseerde prototype wellicht vergelijkbaar met de demonstrator, maar daarmee houden de zichtbare overeenkomsten dan ook op. Het prototype oogt als een soort grote kast met tientallen lockers, waarbij allerlei losse kabels uit de zijkant steken.

Verbazingwekkend genoeg vertegenwoordigt elk duo van kleine ‘lockers’ een warmtebatterij die qua opslagcapaciteit overeenkomt met de gehele, originele demonstrator. Het gehele apparaat bevat zo’n dertig ‘lockers’, met een totale opslagcapaciteit van ruim 200 kWh. “Dat is vergelijkbaar met twee volgeladen Tesla’s”, brengt Adan het in perspectief.

“Op talloze manieren hebben we de eerdere versie geoptimaliseerd”, vertelt Adan trots. “De losse onderdelen, zoals de verdamper en warmtewisselaar hebben we herontworpen, we hebben de ruimte beter benut en andere materialen gebruikt.” Ook bevat het apparaat intussen een meet- en regelsysteem, om bijvoorbeeld te weten wanneer je kunt laden en hoeveel warmte nog in het systeem zit.

De meeste toepassingen behoeven niet zo’n grote batterij. Daarom is bewust gekozen voor die meerdere, kleine units die je naar believen kunt combineren; een modulair systeem dus. “Als je één grote bak met zout hebt, dan moet je die in één keer gaan gebruiken. Dat is heel inefficiënt”, aldus Adan. Daarom kun je ‘stukjes’ van de batterij gebruiken, apart van de rest.

Daarnaast bieden de losse units allerlei mogelijkheden voor het ontwerp, om te spelen met verschillende vormen en groottes, afhankelijk van de gewenste praktijksituatie. Adan spreekt van een user-oriented prototype. “Het is nog geen product, maar alles is nu klaar om voor de eerste keer in een praktijksituatie te kunnen testen.”

En dat testen gaat later dit jaar van start, met de eerste pilots met de warmtebatterij in woningen. In vier woningen – twee in Eindhoven, één in Polen en één in Frankrijk – zal een batterij van ongeveer 70 kWh geïnstalleerd worden – voldoende om een paar dagen zonder zon of wind te kunnen overbruggen.

Ook al zijn het ‘slechts’ vier woningen, Adan verwacht dat ze hier “verschrikkelijk veel van gaan leren”. Zo gaat de proef waardevolle input opleveren wat er verder in de praktijk nodig is om de batterij op grote schaal toe te passen. Maar ook wat de gebruiker ervan vindt. Moet er bijvoorbeeld een app komen om de batterij te bedienen?

“In Nederland hebben we ongeveer 150 PetaJoule aan restwarmte uit de industrie per jaar. Daarmee kun je bijna 3,5 miljoen woningen van het gas af halen.”

Foto: Vincent van den Hoogen

3. Warmtetransport is cruciaal in de energietransitie

De warmtebatterij als opslagmedium in woningen, met dat idee begon het ooit allemaal. Maar intussen kijkt het consortium ook naar bijvoorbeeld warmteopslag in kantoorgebouwen, glastuinbouw of bijvoorbeeld elektrische bussen of luxe schepen.

Maar, zo realiseerden ze zich, als je met deze warmtebatterij warmte verliesvrij kunt opslaan, kun je het ook verliesvrij transporteren. Immers, met het droge zout gebeurt verder niets zolang er geen water bij komt. Juist daarin zou de warmtebatterij wel eens het verschil kunnen maken, want andere vormen van warmtetransport – zoals door leidingen of door faseovergangen – hebben altijd te maken met verliezen.

Het consortium richt de aandacht daarom nu ook op industriële restwarmte als warmtebron – een soort ‘warmte-afval’. Het gaat dan bijvoorbeeld om warmte die in fabrieken als bijproduct ontstaat of overtollige warmte uit datacenters. Deze warmte is niet meer zo ‘warm’; met temperaturen onder de 150 graden Celsius heeft het voor de meeste industrie geen waarde meer.

Voor woningen is zulke warmte echter zeer bruikbaar. Voor het verwarmen van je huis of warm douchen zijn zulke temperaturen ruimschoots voldoende. Als je industriële restwarmte zou kunnen benutten voor het verwarmen van woningen sla je twee vliegen in één klap: woningen kunnen van het gas af – door de afhankelijkheid van (Russisch) gas een nog urgentere wens – en de CO2-uitstoot wordt verminderd.

Adan rekent even snel voor. “In Nederland hebben we ongeveer 150 PetaJoule (een getal met 15 nullen) aan restwarmte uit de industrie per jaar. Daarmee kun je bijna 3,5 miljoen woningen van het gas af halen. Dat is ruim twee keer de ambitie van de Nederlandse overheid, namelijk 1,5 miljoen woningen van het gas af in 2030.”

Leg je op een kaart van Nederland de locaties van bronnen van industriële restwarmte en woningen over elkaar heen, dan matcht dat volgens Adan redelijk goed. Er zit maximaal dertig kilometer tussen.

Dat is echter nog steeds te veel voor warmtenetten, de methode waar de overheid nu vooral op in zet. “Warmtenetten gebruiken leidingen met water, dat afkoelt en dus je actieradius beperkt”, zegt Adan. “Bovendien hebben warmtenetten een fors investeringsrisico en moet het hele landschap open worden gebroken om ze aan te leggen – geen aantrekkelijke optie.”

Met dank aan de TU/E

Aardwarmte Nederland in cijfers

0
Aardwarmte (geothermie) in Nederland in cijfers

De potentie van aardwarmte (geothermie) is groot, maar de productie van aardwarmte bleef afgelopen jaar nagenoeg gelijk aan het jaar daarvoor. Er werd in 2021 6,4 PJ (PetaJoule) warmte geproduceerd en in 6,2 PJ in 2020. Geothermie Nederland berichtte hieromtrent onlangs en vraagt om extra aandacht en actie van politiek en overheid.

“Ongeveer 25 procent van de Nederlandse warmtevraag kan in de toekomst duurzaam ingevuld worden door geothermie”

Bepleiten

Er is maar een handvol projecten bijgekomen dat warmte produceert ten opzichte van 2020. 19 nieuwe projecten hebben een SDE-subsidie en willen nog tot productie komen. Voor het merendeel van deze projecten is het nog onzeker of zij tijdig van de grond zullen komen. Zij hebben te maken met vertraagde vergunningverlening of de warmtevraag in de gebouwde omgeving is nog complex.

Geothermie Nederland pleit daarom voor een verlenging van de realisatietermijn van de SDE voor geothermie naar zes jaar om te voorkomen dat goede, duurzame projecten niet gerealiseerd worden. In totaal zijn er nog circa 70 projecten die de komende jaren willen starten, mits subsidie, vergunningen en warmtevraag tijdig worden geregeld.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Aardwarmte (geothermie) in Nederland in cijfers, bron Geothermie Nederland

Infographic: Geothermie Nederland.

Actie nodig

Hans Bolscher, voorzitter Geothermie Nederland: “Er is actie van de overheid en politiek nodig om die projecten die nog steeds in ontwikkeling zijn ook daadwerkelijk van de grond te krijgen. De sector staat klaar voor een sterke groei maar de afgelopen twee jaar zijn er geen SDE-subsidies voor geothermie verstrekt. Tientallen projecten staan klaar als het beter gaat met vergunningen en subsidies.”

Hij verteld verder: “Ongeveer 25 procent van de hele Nederlandse warmtevraag kan in de toekomst duurzaam ingevuld worden door geothermie, in de glastuinbouw zelfs voor meer dan 50 procent. Gelukkig krijgen we vanuit de politiek volop steun – wat blijkt uit de moties en amendementen die zijn ingediend bij de wijziging van de Mijnbouwwet – en roepen politici de staatssecretaris en minister op om geothermie op verschillende manieren te steunen. Maar de overheid moet echt versnellen om die potentie voor duurzame warmte – juist nu – te kunnen realiseren.”

Geothermie als alternatief

Het gebruik van aardwarmte levert op dit moment een besparing op van meer dan 181 miljoen m3 aardgas per jaar. Dit staat gelijk aan het gebruik aan aardgas voor een stad met de omvang van Eindhoven. Dat betekent alles bij elkaar dus nu al een aanzienlijke besparing van de CO2-uitstoot. Deze eerste initiatieven hebben een stevige basis gelegd om verder op te schalen. Er zijn veel meer putten op veel meer plaatsen nodig om de ambities uit het Klimaatakkoord te realiseren. Hiermee worden we ook snel minder afhankelijk van aardgas.

Info

Meer informatie over aardwarmte op de site van Geothermie Nederland.

Webtool energiezuiniger en gezondere woning

0
Webtool voor energiezuiniger en gezondere woning

Om antwoord te geven op de graag ‘Hoe gezond en energiezuinig is uw huis?’ is een nieuwe webtool gelanceerd voor iedere woningeigenaar: Gezond en Energiezuinig.

Bij veel woningeigenaren is kennis over een energiezuiniger en gezonde woning niet aanwezig

Met de tool krijgen woningeigenaren inzicht in de mogelijkheden om een woning energiezuiniger én gezonder te maken. En nog belangrijker: de tool behoedt gebruikers voor het maken van de verkeerde keuzes op basis van één criterium. Gezond en Energiezuinig is te gebruiken via www.gezondenenergiezuinig.nl.

Comfort en gezondheid

Hoe zorg je namelijk voor een energiezuinig gebouw en het behoud of verbeteren van een comfortabel en gezond binnenklimaat? Vanwege energiezuinigheid willen woningeigenaren bijvoorbeeld ventilatie (en infiltratie) en het daarmee gepaarde energieverbruik beperken. Dit kan consequenties hebben voor de gezondheid, omdat verontreinigingen in de lucht minder effectief worden afgevoerd.

Dit is één van de voorbeelden waarbij aanpassingen aan de woningen om energie te besparen, van invloed zijn op het comfort en de gezondheid van de gebruikers. Bij veel woningeigenaren is kennis om de juiste keuzes te maken niet aanwezig. Met de nieuwe webtool Gezond en Energiezuinig wordt iedereen geholpen om de juiste stappen te zetten voor zijn eigen woning.

Samenhang

Veel deelaspecten op gebied van binnenklimaat en energiezuinigheid hangen met elkaar samen. Om verkeerde beslissingen – alleen gebaseerd op gezondheid of energiezuinigheid –  zoveel mogelijk te voorkomen, is in 2018 de TVVL Community Gezonde Gebouwen opgericht. Hierbij is de kennis op de deelaspecten temperatuur, luchtkwaliteit, licht en geluid gekoppeld en inzichtelijk gemaakt voor een breed publiek.

Duurzaam gebouwde omgeving

Op die manier wil de community bijdragen aan een duurzame gebouwde omgeving. De community is een gezamenlijk initiatief van NVBV (Nederlands Vlaamse Bouwfysica Vereniging), TVVL (kennispartner in de technologiesector) en ISIAQ-NL (International Society of Indoor Environment Quality and Climate). De leden van deze community hebben verschillende achtergronden zoals bouwfysisch adviseurs, installatieadviseurs en docenten en onderzoekers van universiteiten.

De toekomstvisie van de community is gericht op het realiseren van energiezuinige én gezonde gebouwen. Het gebouw en zijn directe omgeving faciliteren de wensen en behoeften van zijn gebruikers. Daarbij maakt het efficiënt gebruik van de beschikbare middelen passend bij de directe omgeving van het gebouw.

Circulaire baksteen van puin Domtoren

0
De Domsteen - Circulaire baksteen gemaakt van puin uit Domtoren

Brokkenmákers en New Horizon lanceren een circulaire baksteen gemaakt van puin afkomstig van de Utrechtse Domtoren. De stenen worden vervaardigd en toegepast in duurzame bouwprojecten in Utrecht, zoals de Merwedekanaalzone en Cartesiusdriehoek. Zo wordt het restmateriaal van een historisch monument gebruikt voor toekomstige, duurzame gebouwen.

“Als basisgrondstof voor de Domsteen wordt mede Nederlandse rivierklei gebruikt”

Tussen 2020 en 2024 wordt de Utrechtse Domtoren gerestaureerd. Al het materiaal dat van de toren afkomt wordt zoveel mogelijk hergebruikt. Brokkenmákers en New Horizon namen in samenwerking met bakstenenfabrikant Wienerberger het initiatief voor het vervaardigen van een speciale, circulaire baksteen van puin en gruis van de Domtoren. De Domsteen draagt bij aan het voorkomen van sloopafval en verspilling van bruikbare bouwmaterialen. Ook komt een deel van de opbrengst ten goede aan een lichtkunstwerk op de toren.

Duurzaam

New Horizon heeft het puin van de Domtoren verwerkt en maakt het geschikt om toe te passen in de Domsteen. Als basisgrondstof voor de steen wordt Nederlandse rivierklei gebruikt: een duurzaam materiaal dat oneindig en lokaal beschikbaar is. Het restmateriaal van de Dom wordt als grondstof aan de baksteen toegevoegd. Deze samenstelling staat garant voor een lange levensduur, met alle functionele en esthetische eigenschappen van een baksteen.

De Domsteen is in verschillende kleuren beschikbaar en ook is nagedacht over het einde van de Domsteen na de levensduur: de circulaire bakstenen kunnen selectief gesloopt, verwerkt en als materiaal hergebruikt worden. Dat maakt de circulaire cirkel weer rond.

Lees ook het Bouw en Uitvoering artikel  over de restauratie van De Domtoren

Hoogwaardig hergebruik

De circulaire Domsteen is een initiatief van Brokkenmákers en New Horizon binnen het project ‘Van Dom tot steengoed’, dat tot doel heeft het restmateriaal dat vrijkomt tijdens de restauratie een duurzame bestemming te geven en geld op te halen voor het lichtkunstproject ‘In Lumine Tuo’. Brokkenmáker Hylke Faber: “Weggooien is oliedom, hoogwaardig hergebruik steengoed. Dat is wat wij als circulaire doeners willen aantonen en zichtbaar maken. In New Horizon vonden we onze droompartner.”

Michel Baars, New Horizon: “Slim om Dompuin in te zetten voor nieuwe producten. Impact maak je namelijk niet alleen met aantallen, maar ook met aansprekende verhalen. Daarom maken we producten met een verhaal, een verleden en toekomst. Met duurzame partners zoals Brokkenmákers en Wienerberger, die duurzame bouw- en bestratingsoplossingen produceert en ontwikkelt.”

Van Dom tot steengoed

Voor ‘Van Dom tot steengoed’ hebben Stichting Utrechts eigenDom, die gelden werft voor extra restauratieprojecten van de Domtoren, en de circulaire doeners van Brokkenmákers de krachten gebundeld met de gemeente Utrecht en Utrecht Marketing. Wethouder vastgoed van gemeente Utrecht, Eelco Eerenberg: “Circulair bouwen in Utrecht met materiaal van de Domtoren is een buitenkans voor aannemers en ontwikkelaars.

Utrecht kijkt bij al haar projecten naar circulaire mogelijkheden. Dus zeker ook als het gaat over hergebruik van materiaal van de Domtoren. Grijp die kans!” De Domsteen is beschikbaar via New Horizon Material Balance.

Op de foto

V.L.N.R. Rob van Lith (New Horizon), Hylke Faber (Brokkenmákers) en Mirjam Schmull (Brokkenmákers).

Hoogste 3D geprinte betonnen object ter wereld op Floriade

0
Hoogste 3D geprinte betonnen object ter wereld op de Floriade Expo 2022

Een van de meest opvallende objecten op de Floriade Expo 2022 in Almere wordt gepresenteerd door Qatar: een 3D geprinte moderne versie van de Burj al-Hamam. Deze ‘duiven toren’ is ontworpen door Wittteveen+Bos en de Expo Pavillion group, geprint door Saint-Gobain Weber Beamix in Eindhoven en met zijn 12,1 meter het hoogste 3D geprinte betonnen object ter wereld.

“De Burj al-Hamam is zonder stalen bewapening of gegoten beton gebouwd”

Duiventoren

De 3D geprinte Burj al-Hamam is een eerbetoon aan de traditioneel gebouwde duiventorens in Qatar en wordt gekenmerkt door zijn speciale, architectonische vorm. De toren biedt tijdens het trekseizoen een beschermende plek voor meer dan duizend duiven. Hiermee voorziet hij tegelijk in een ecologische manier van landbouw.

Dankzij de slimme constructie kunnen de uitwerpselen van de duiven worden verzameld en worden gebruikt als meststof voor lokale boerderijen. Bezoekers van de Floriade kunnen ook in de toren en zodoende van dichtbij kennismaken met de 3D geprinte structuur en constructie. Aangezien vele wilde duiven inmiddels dankbaar gebruik maken van de toren is de toegang uiteraard geheel op eigen risico.

Grensverleggend

De Burj al-Hamam is zonder stalen bewapening of gegoten beton gebouwd. De 3D geprinte constructie voorziet in een geautomatiseerde manier om het ontwerp van de torens te bouwen. Om de CO2 voetafdruk nog verder te verminderen, heeft Weber de energiebehoefte van het productieproces en de hoeveelheid materiaal flink gereduceerd.

Hierdoor is voor de torens tot 60 procent minder CO2 uitgestoten dan bij de traditionele manier van bouwen. Op deze manier heeft de Weber Beamix betonprintfabriek de grenzen van beton printen verder verlegd.

Specificaties toren

Totale element 65 pcs
Gewicht 56 ton
Volume 26 m3
Print tijd 107 uur
3DCP mortel W160-3D
3DCP Factory Saint-Gobain Weber Beamix, Eindhoven
Design Witteveen+Bos & Expo Pavillion group
Construction Eng. Witteveen+Bos
3DCP Eng. Saint-Gobain Weber Beamix
Constructor KPM3

Hoogste 3D geprinte betonnen object ter wereld op Floriade.