Home Blog Pagina 148

Proef overbelasten van historische kades

0
Proef met het overbelasten van historische kades in Amsterdam

De constructies van kades in steden als Amsterdam, Delft en Dordrecht zijn soms al 300 jaar geleden gebouwd. Vaak gebeurde dit op houten palen. De kademuren moeten goed onderhouden worden om ook in de drukkere steden van nu veilig te blijven.

“Tijdens de proef met het overbelasten van de kades worden in proefvakken palen weggehaald om de kade te verzwakken”

Promovendus Mart-Jan Hemel van De TU Delft wil historische kades beter begrijpen om de staat van de kade beter te kunnen bepalen. In een groot experiment in Overamstel mag hij nu exact doen wat gemeentes normaal gesproken willen voorkomen: de kade belasten totdat hij bezwijkt.

Wie het terrein van de voormalige Zuidergasfabriek in Amsterdam oploopt, denkt op een bouwplaats te zijn beland. Toch is deze oude insteekhaven aan de Amstel van eind februari tot medio april het toneel van een belangrijk experiment, zegt Mart-Jan Hemel. “We kunnen hier testen bij welke belasting een kade buigt of instort. Zo’n proef kun je in de binnenstad natuurlijk niet uitvoeren. Daarom heeft de gemeente dit braakliggend stuk grond aangewezen als tijdelijk openlucht laboratorium. Over een paar jaar staan hier kantoren en appartementen.”

Kwetsbare kademuren

Dat dit experiment in Amsterdam plaatsvindt, is niet zo vreemd. De stad heeft langs de vele grachten liefst tweehonderd kilometer aan op hout gefundeerde kades staan. Doordat ze al zo lang geleden zijn gebouwd, ontbreekt het vaak aan goede documentatie. Niet altijd is exact te zeggen waar zwakke plekken zitten of hoe lang een constructie nog vrij van onderhoud is.

“In 2020 stortte de kade van de Grimburgwal over een lengte van dertig meter in de gracht. Hoewel deze kademuur in privaat beheer was, laat dit zien dat dit tot gevaarlijke situaties kan leiden. De gemeente verstevigt doorlopend de kademuren en houdt potentieel zwakke plekken veilig met veiligheidsconstructies. Maar wil graag preciezer in kunnen grijpen en beter prioriteiten kunnen stellen.”

Voorspellen

Om vooruit te kunnen kijken is volgens Hemel meer data nodig. “Met harde cijfers kun je inschatten of een kade aan reparatie toe is. De kans op een verzakking is niet altijd met het blote oog te zien. Andersom geldt ook: een scheur of uitbuiging betekent niet direct dat er instortingsgevaar is.”

Hemel: “Dit model bestaat uit wiskundige vergelijkingen en natuurkundige formules. Door het model te voeden met informatie – zoals het bodemtype, de hoeveelheid palen waarop de kademuur staat of de krachten die erop drukken van bijvoorbeeld verkeer of betonblokken – kun je berekenen hoe lang een kade nog stabiel blijft.”

Model valideren

Een model is echter pas bruikbaar als het gekalibreerd en gevalideerd is, zegt Hemel. “En daarvoor is deze proef nodig. Hiermee kunnen we toetsen of mijn aannames op basis van de theorie kloppen met gegevens uit de praktijk. Het kan natuurlijk zijn dat een kade volgens mijn model bij een bepaalde belasting vijf centimeter uitzet, maar in de praktijk tien centimeter. In dat geval wil ik weten waardoor dat komt. Het kan zijn dat de input niet goed is of dat ik bepaalde processen en parameters aan het model moet toevoegen.”

Vier proefvakken

De kadeproef is het resultaat van 2,5 jaar voorbereiding. Hemel: “Uiteindelijk hebben we de kade opgedeeld in vier kademuur-proefvakken en één palen-proefvak. Hierdoor kunnen we het experiment herhalen onder verschillende omstandigheden. Zo wordt er gevarieerd in waterdiepte, locatie van belasting, varieert de grondopbouw achter de kade of de aanwezigheid van boomwortels in het grondpakket.”

Ook halen we in sommige vakken palen weg om de kade te verzwakken. Om te voorkomen dat bij een proef meteen de hele kade instort, zit er tussen elk vak een paar meter ruimte. Deze stukken zijn verstevigd met constructies van buizen en damwanden.”

Lees ook: Slimme baksteen voor monitoring kades

Onderwaterfoto’s

Voordat de belastingproef van start kan gaan, moet eerst in beeld worden gebracht hoe de kade er onder het oppervlak precies uitziet, zegt Hemel. “Om iets te kunnen zeggen over de staat van de kade moeten we onder meer weten hoeveel palen er precies staan, hoe dik ze zijn, op welke diepte ze zitten. Hiervoor hebben duikers sonarapparatuur gebruikt en onder water foto’s genomen. Ook zijn er tal van monitoringsystemen op en onder de kade aangebracht zodat we tijdens de belastingproef kunnen zien wat er gebeurt met de diverse constructie-onderdelen.”

Voortgang kadeproef

Over de resultaten van de eerste proef kan Hemel nog weinig zeggen. Wel ziet hij al wat ‘interessante afwijkingen’ ten opzichte van de voorspellingen van z’n model. “Maar het is nog veel te vroeg om daar conclusies uit te trekken.”

Qua uitvoering is het experiment tot nu toe in ieder geval gegaan zoals we wilden, vertelt Hemel. “Nu gaan we verder met de andere proefvakken. Het kan zijn dat we op sommige plekken de kade nog wat extra verzwakken of de belasting sneller opvoeren. Het mooiste zou zijn als we een punt bereiken waarop de kade bezwijkt. We gaan zien of en wanneer dat gebeurt.”

Lees het originele bericht van de TU Delft

Leefbaarometer, verbetering in steden en dorpen

0
Leefbaarometer - verbetering van de leefbaarheid in steden en dorpen

Het gaat steeds beter met de leefbaarheid in Nederlandse steden en dorpen. Tegelijkertijd zijn er zorgen over wijken en buurten waar de leefbaarheid langjarig onder druk staat en de problematiek hardnekkig is. Dat blijkt uit het analyserapport ‘Leefbaarheid in Nederland 2020’.

“In vijftig gemeenten staat de leefbaarheid structureel onder druk”

Hoewel het overgrote deel van de Nederlandse wijken voldoende of goed scoren, zijn er circa tweehonderd wijken waar de leefbaarheid structureel onder druk staat en bewoners ontevreden zijn over de eigen leefomgeving. De uitkomst onderstreept de noodzaak om een Nationaal programma Leefbaarheid en Veiligheid voor te bereiden om te voorkomen dat de meest kwetsbare gebieden verder achteropraken.

Er is een harde kern van (delen van) buurten en wijken die niet meekomt in de algemene positieve ontwikkeling. Met de uitkomsten van de nieuwe Leefbaarometer wordt gekeken hoe het Nationaal programma Leefbaarheid en Veiligheid kan worden versterkt. Dit programma wordt begin juni gepresenteerd en richt zich op het verbeteren van het perspectief van mensen in gebieden die kampen met grootstedelijke leefbaarheids- en veiligheidsproblematiek.

Grote contrasten steden

De leefbaarheid van een buurt of wijk betreft de mate waarin de omgeving aansluit bij de eisen en wensen van de mensen die er wonen. Het gaat dan om de fysieke omgeving, woningvoorraad, voorzieningen, sociale samenhang, en om overlast en (on)veiligheid.

In het overgrote deel van Nederland is sinds 2002 sprake van een voortdurende verbetering van de leefbaarheid. De langjarige stijgende lijn zette ook in de periode 2018-2020 door. Hoewel de verschillen tussen regio’s en binnen steden en dorpen gemiddeld zijn afgenomen, is er sprake van grote contrasten tussen en binnen de G4-gemeenten en de G40.

Wijken onder druk

Op basis van omvang, ernst en duur van de leefbaarheidsproblematiek komt naar voren dat in (delen van) buurten en wijken in vijftig gemeenten de leefbaarheid structureel onder druk staat. In totaal gaat het om 426 buurten in 193 wijken. In deze gebieden wonen ongeveer 537.000 huishoudens.

De meeste hiervan bevinden zich in en rond de grote steden: Rotterdam-Rijnmond, Groot-Amsterdam, Haaglanden, Utrecht. Ook in andere delen van Nederland zijn deze gebieden aan te wijzen. Het gaat dan bijvoorbeeld om Drechtsteden, IJmond en Parkstad Limburg en om buurten en wijken in onder meer Lelystad, Delfzijl, Leeuwarden, Emmen, Den Helder en Maastricht. Ook betreft het de veelal grotere steden in Gelderland en Noord-Brabant.

Vernieuwde Leefbaarometer

Het model en de website van de Leefbaarometer zijn beide geheel herzien. In het model 3.0 zijn nieuwe kenmerken toegevoegd, zoals ervaren onveiligheid, verkeersongevallen, luchtkwaliteit en sociale cohesie. Indicatoren die mogelijk als stigmatiserend kunnen worden ervaren zijn niet meer gebruikt, zoals migratieachtergrond, huishoudsamenstelling en uitkeringsafhankelijkheid.

Lees ook: Nieuwe definitie van sociale huisvesting is nodig

Routekaart ‘Ventilatie en Luchtdichtheid’ verschenen

0
Routekaart Ventilatie en Luchtdichtheid verschenen

De Routekaart Ventilatie en Luchtdichtheid is bedoeld voor energieadviseurs, energiecoaches, energielokketten, uitvoerende partijen.

De Routekaart Ventilatie en Luchtdichtheid biedt een stappenplan om woningeigenaren te helpen bij het verduurzamen van hun woning

Juist nu het Rijk de start van het Nationaal Isolatieprogramma heeft aangekondigd en bewoners met de campagne Zet ook de knop om oproept het energieverbruik terug te dringen, staat het isoleren van woningen volop in de aandacht.

Maar bij isoleren en kierdicht maken van woningen is het net zo belangrijk om te blijven ventileren. Voldoende ventilatie is belangrijk voor een gezonde en comfortabele leefomgeving. Het vermindert de kans op vocht- en schimmelproblemen en schadelijke stoffen in de woning. De Routekaart Ventilatie en Luchtdichtheid is bedoeld voor energieadviseurs, energiecoaches, energielokketten, uitvoerende partijen.

Het biedt een stappenplan om woningeigenaren te helpen bij het verduurzamen van hun woning op het gebied van ventilatie en luchtdichtheid.

Routekaart na-isolatie

De Routekaart Ventilatie en Luchtdichtheid is een vervolg op de eerder gepubliceerde Routekaart na-isolatie. Het geeft een stappenplan voor een grote groep grondgebonden woningen en laat zien welke maatregelen geschikt zijn om een woning op energiezuinige wijze te ventileren én daarbij een gezonde, comfortabele woning te realiseren.

Naast alle informatie biedt de routekaart ook een formulier dat samen met de bewoner doorlopen kan worden, om ventilatiemaatregelen op korte en lange termijn af te stemmen op de wensen van de bewoner.

De Routekaart is ontwikkeld door TKI Urban Energy in samenwerking met Bouwend Nederland en Stroomversnelling.

Natural Pavilion Floriade is circulair en natuurinclusief

0
Natural Pavilion op de Floriade is circulair en natuurinclusief

Met The Natural Pavilion op de Floriade laat een consortium van bijna twintig Nederlandse bedrijven zien dat het nu al mogelijk is om op industriële schaal volledig circulair, biobased, energieneutraal en in nauwe samenhang met de natuur woningen, scholen en kantoren te bouwen.

“The Natural Pavillion dient als schoolvoorbeeld voor circulair en modulair bouwen”

De Nederlandse bouwsector staat voor een enorme uitdaging. Niet alleen is de woningnood hoog, ook zorgen CO2- en stikstofuitstoot in combinatie met aangescherpte wet- en milieuregelgevingen voor grote complexiteit bij projectontwikkeling.

Andere maatschappelijke uitdagingen zijn de energietransitie en de toenemende uitsluiting van de middenklasse van de markt voor koopwoningen. Daarbij heeft de branche de ambitie om in 2050 volledig circulair te zijn.

Klimaatakkoord

“Maar waarom wachten tot 2050?”, stelt Gerben Kuipers, oprichter van de Noordereng Groep, initiatiefnemer en ontwikkelaar van The Natural Pavilion. “Met het door ons consortium ontwikkelde HoutKern Bouwmethode bewijzen we dat we nu al aan de klimaatambities van 2050 kunnen voldoen. Dit is Parijs in praktijk!”

Biobased materialen

Het paviljoen, met een bruto vloeroppervlak van bijna 1000m2, is vrijwel geheel opgebouwd uit biobased materialen en is letterlijk een opeenstapeling van innovaties. Zo laat het paviljoen de mogelijkheden zien van de toepassing van groen in de woon- en werkomgeving (zelfs bij gestapelde bouw tot 80 meter hoog), nieuwe vormen van regenwateropvang, duurzame funderingsoplossingen, een optimaal gebruik van natuurlijk daglicht, natuurlijke ventilatie en minimaal energiegebruik.

Strikte voorwaarden

Om The Natural Pavilion te mogen realiseren moest het bouwconsortium voldoen aan zeer strikte voorwaarden in de aanbesteding. In de allereerste plannen voor het Rijkspaviljoen is daarom al uitgegaan van honderd procent biobased bouwen; innovatieve en schaalbare oplossingen voor de hele markt; een circulair bouwproces met oog voor biodiversiteit; een emissieloze bouwplaats; een parametrisch ontwerp; duurzaamheidsprestaties van het hoogste niveau en de eis dat de hele business case circulair zou zijn.

Het gebouw is natuurinclusief ontworpen en sluit aan bij het Floriade-thema Growing Green Cities. Buiten en tegen de gevel groeien inheemse beplantingen aansluitend op de aanwezige flora en fauna in Flevoland. De beplanting zuivert water en lucht, faciliteert biodiversiteit, houdt hemelwater vast en slaat stikstof en CO2 op.

Na de Floriade wordt het paviljoen gedemonteerd om vervolgens gedurende drie jaar lang in verschillende Nederlandse natuurgebieden dienst te doen als expositieruimte en filmtheater. Het paviljoen dient daarmee als schoolvoorbeeld voor circulair en modulair bouwen. Na 2025 worden delen van het Rijkspaviljoen gebruikt voor de nieuwbouw van de FlevoCampus, het kennisinstituut dat helpt oplossingen te creëren voor stedelijke voedselvraagstukken.

In Bouw en Uitvoering nummer 3 wordt uitgebreid ingegaan op de innovaties van The Natural Pavillion, zie hier de laatste editie van Bouw en Uitvoering

Meer informatie over de Floriade in Almere 

Foto: Scagliola Brakkee

‘Smart Circular Bridge’ van biocomposiet

0
Eerste stedelijke 'Smart Circular Bridge' van biocomposiet

De ‘Smart Circular Bridge’ voor voetgangers en fietsers wordt officieel geopend tijdens de wereldtuinbouwtentoonstelling Floriade in Almere op 22 april.

“De brug van biocomposiet is 15 meter lang en kan met gemak het gewicht van 275 mensen tegelijk dragen”

Vlas is een materiaal dat we al duizenden jaren gebruiken, in de vorm van kleding, zakken, en touwen voor schepen. Onlangs is dit oude materiaal ‘herontdekt’, en zou het wel eens het bouwmateriaal van de toekomst kunnen worden. Het door de Technische Universiteit Eindhoven geleide EU-project ‘Smart Circular Bridge’ onderkent dit potentieel door drie stadsbruggen te bouwen van een biocomposietmateriaal dat bestaat uit vlas en een speciale biohars. Dit materiaal is licht en zeer stabiel, met eigenschappen vergelijkbaar met aluminium of licht staal. De eerste stadsbrug is inmiddels geplaatst in Almere.

In oktober 2016 bouwden studenten van de TU/e, TU Delft, Avans en de Eindhovense vakscholen een voetgangersbrug op de TU/e-campus. Het unieke aan deze brug was niet dat hij op de TU/e-campus werd gebouwd, maar dat hij werd gemaakt van een biocomposietmateriaal met onder meer vlas, en dat het ’s werelds eerste biocomposietbrug was.

(Lees verder onder de afbeelding.)

“Ik denk met veel plezier terug aan die brug”, herinnert Rijk Blok van de faculteit Built Environment van de TU/e zich. “Het was een spannende tijd voor alle betrokkenen bij het project, en een geweldige manier om de mogelijkheid van het maken van constructies van biocomposiet te verkennen.”

“Biocomposieten bieden een enorm potentieel voor een bio-based circulaire economie, vooral omdat vlas, in tegenstelling tot bijvoorbeeld hout, een snelgroeiende plant is”, zegt Blok. “Ze bieden ook een geweldige kans voor de bouwsector, die een enorme CO2-voetafdruk heeft en een enorm verbruik van grondstoffen. Allebei die dingen moeten worden aangepakt.”

Intensieve samenwerking

Fast forward naar 2022: de Eindhovense onderzoeker leidt het EU-project ‘Smart Circular Bridge’. “Dit project is de volgende stap, deze materialen staat een grote toekomst te wachten”, zegt Blok, optimistisch gestemd na de eerste helft van het project. “Met name de intensieve samenwerking tussen wetenschap, industrie en gemeenten heeft de ontwikkeling van materialen een flinke duw in de rug gegeven. Deze volgende stap wordt in Almere gezet.”

De voetgangersbrug in Almere is 15 meter lang en kan met gemak het gewicht van 275 mensen tegelijk dragen. Hij wordt gepresenteerd op de Floriade 2022 in Almere. De brug verbindt twee delen van de tentoonstelling.

Biohars

“De bouw van de brug in Almere stemt ons optimistisch: we verwachten in de toekomst bruggen te kunnen bouwen met aanzienlijk grotere overspanningen en hogere belastingen”, zegt Patrick Teuffel van de TU Eindhoven, de lead partner in het internationale Smart Circular Bridge consortium.

Naast de honderd procent natuurlijke vlasvezels, zal ook de hars die gebruikt wordt om de vezels bij elkaar te houden zoveel mogelijk afkomstig zijn van niet-fossiele bronnen. Het aandeel biohars in de totale hoeveelheid gebruikte hars is 25 procent voor de eerste brug in Almere, maar het zal oplopen tot 60 procent of meer voor de vervolgbruggen. Dit wordt bereikt door gebruik te maken van afvalproducten van de biodieselproductie en gerecyclede PET-flessen.

Monitoring

Het onderzoek naar biocomposieten is volop aan de gang en kan worden ondersteund door de reactie van de materialen in de brug real time te volgen. Om dit te bereiken, leveren bijna honderd sensoren in de brug informatie over het gedrag van het materiaal tijdens het dagelijks gebruik.

“Met de sensoren kunnen we de prestaties van het materiaal in specifieke situaties monitoren”, zegt Blok. “Hoe gedraagt de brug zich bijvoorbeeld als er 200 mensen tegelijk overheen lopen? Of wat gebeurt er tijdens verschillende seizoenen van het jaar en verschillende weersomstandigheden?”

Trillingssensoren

Het monitoringsysteem registreert de structurele conditie van de brug: optische glasvezelsensoren meten materiaalspanningen, terwijl trillingssensoren zelfs de fijnste door wind veroorzaakte trillingen detecteren. Sensorgegevens worden vervolgens geëvalueerd met behulp van kunstmatige intelligentie om patronen in het materiaalgedrag te zoeken.

Ingenieurs kunnen met deze gegevens hun materiaalmodellen verfijnen om materialen te ontwerpen voor de hierop volgende bruggen, maar ook voor andere toepassingen zoals zuilen, gevelelementen en zelfs rotorbladen voor windturbines.

Consortium

Het project ‘Smart Circular Bridge’ is een consortium van 15 partners onder leiding van de Technische Universiteit Eindhoven. Het projectteam bestaat uit vijf universiteiten, zeven innovatieve bedrijven en drie gemeenten.

Lees ook: Langste 3D betongeprinte fietsbrug ter wereld

In Bouw en Uitvoering nummer 3 meer Floriade. Een artikel over The Natural Pavilion

Lees het originele artikel via de link naar het TU/e-artikel

Asterweg Amsterdam wordt circulaire stadswijk

0
Asterweg in Amsterdam wordt circulaire stadswijk

Asterweg is gelegen in het industriële bedrijventerrein in Buiksloterham, een veelbelovend gebied aan de noordelijke IJ-over. De gemeente Amsterdam heeft de ambitie van dit gebied de meest circulaire stadswijk van de stad te maken.

Het vertrekpunt is om een substantieel deel van de bestaande bedrijfsruimten aan te houden. Het doel is om de huidige huurders in de nieuwe ontwikkeling een plaats te bieden. Het behouden van bestaande bedrijvigheid sluit aan op de gemeentelijke ambities. Hiermee blijft het authentieke karakter van Buiksloterham behouden. Daarnaast sluit de ontwikkeling ook aan op het circulariteitsbeleid van de gemeente Amsterdam.

Circulariteit integraal onderdeel

Het deel van de gebouwen dat niet behouden blijft maakt plaats voor een uitdagende mix van bedrijvigheid en wonen. De ambitie is om zoveel mogelijk onderdelen van de bestaande gebouwen te hergebruiken. Het sloopproces is hier volledig op ingericht. Zo krijgen onder andere dakpannen, sanitair, deuren, technische installaties, aircosystemen, trappen, brandhaspels en systeemplafonds een nieuw leven. Onderdelen die niet in de herontwikkeling passen krijgen een nieuwe bestemming.

“De positie aan de Asterweg is een mooie aanvulling op onze reeds bestaande gebiedsontwikkelingen en beleggingen in Amsterdam Noord. Het unieke is dat wij deze nieuwe woon- en werkomgeving kunnen herontwikkelen met respect voor het authentieke karakter van Buiksloterham. Met uiteindelijk als doel om toekomstige bewoners een fijn thuis te kunnen bieden“, aldus Bas van de Ven, directeur Development Amvest.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Wonen en werken

Naast de huidige zakelijke huurders, is een evenredige mix aan bewoners het uitgangspunt. De woningen zijn bestemd voor sociale huur, middenhuur en koop.

“We maken Asterweg tot een thuis en werkomgeving waar mensen tot bloei komen op een florissante en historisch rauwe plek, waar tegelijkertijd het welzijn van alle mensen en de leefomgeving gerespecteerd wordt”, aldus Marijke Nas, directeur Dura Vermeer Bouw Midden West.

De gebouwen in verhuurde staat zijn per 1 april 2022 geleverd aan Dura Vermeer Bouw Midden West en Amvest. Het Residential Capital Markets team van Cushman & Wakefield heeft de transactie namens verkoper begeleid. Met diverse betrokkenen zijn gesprekken opgestart om verder invulling te geven aan de plannen en ambities voor het realiseren van het circulaire stuk stad.,

Betonfabrikanten verder onder druk door sterk stijgende energieprijzen

0
Betonfabrikanten verder onder druk door sterk stijgende energieprijzen

De Russisch-Oekraïense oorlog heeft gevolgen, ook voor Nederlandse betonfabrieken en betoncentrales. Ze worden na de prijsstijging van CO₂-rechten in het European Trading System (ETS) nu ook geconfronteerd met een sterke stijging van de energieprijzen. Betonfabrikanten komen hierdoor verder onder druk.

“Betonhuis waarschuwt opdrachtgevers en aannemers om rekening te houden met een prijsverhoging op beton en betonproducten”

“Brandstof- en energieprijzen stijgen snel en tekorten van grondstoffen nemen ook toe. We moeten voorkomen dat we stil gaan vallen door de grote onzekerheden die nu de markt insluipen”, aldus Ron Peters, directeur Betonhuis.

De brancheorganisatie ziet momenteel ongekende marktontwikkelingen. “Daaar moeten we in alle redelijkheid en billijkheid mee omgaan. We staan in Nederland voor een enorme duurzame bouwopgave en die komt anders in het gedrang.”

Onder druk

De gehele grondstoffenmarkt is momenteel instabiel geworden en ook de betonindustrie zal daar hinder van gaan ondervinden. De schaarste is merkbaar bij grind en zand. Dit wordt veroorzaakt door het ontbreken van vergunningen voor toekomstige winning.

Ook de beperkte beschikbaarheid van circulaire producten zoals hoogovenslak en poederkoolvliegas speelt de industrie parten. “Deze circulaire stroom komt steeds meer onder druk. De vraag naar circulaire producten neemt toe en veroorzaakt logistieke problemen. Daarnaast komt het voor de industrie belangrijke wapeningsstaal ook in het gedrang. Het resultaat is dat leveringen stagneren en prijzen zullen stijgen”, aldus Peters.

ETS

In september 2021 kondigde Betonhuis ook al een prijsverhoging aan. Het European Trading System (ETS) was toen één van de oorzaken. Peters”“Deze ETS speelt nog steeds een grote rol omdat deze in één jaar tijd exorbitant is gestegen.” (bron: ember-climate.org)

Hierbij komt ook nog eens dat de droogte de industrie parten speelt en laag water nu al een actueel probleem is. “Alle effecten bij elkaar geven de doorslag en daarom verwacht ik dat door deze effecten de prijzen verder zullen stijgen. Hoeveel en wanneer valt moeilijk te zeggen doordat deze dagelijks fluctueren.”

Lees ook: Duurzamer beton voor alle projecten Rijkswaterstaat

Betonfabrikanten verder onder druk door sterk stijgende energieprijzen.

Bouwkosten blokkeren realisering 25.000 woningen

0
Bouwkosten zitten realisering van 25.000 woningen in de weg

Door een enorme stijging van de bouwkosten bestaat het risico dat de bouw van mogelijk 25.000 woningen in 2022 wordt uitgesteld, blijkt uit onderzoek van Capital Value.

“Een tijdelijke verlaging van BTW op bouwmaterialen voor de woningbouw kan helpen”

In februari 2022 was de verwachting dat het woningtekort tot 2024 verder op zou lopen naar 316.000 woningen. Slechts twee maanden later staat de woningmarkt voor een nieuwe uitdaging. Door een enorme stijging van de bouwkosten bestaat het risico dat de bouw van mogelijk 25.000 woningen in 2022 wordt uitgesteld.

Dit blijkt recent onderzoek van Capital Value, waarin 23 procent van de ontwikkelaars, 25 procent van de corporaties en 37 procent van de beleggers verwacht dat bouwprojecten worden uitgesteld.

Woningtekort

Uitstel van bouwprojecten betekent dat het woningtekort in 2024 en 2025 nog verder zal oplopen dan eerder verwacht en dat de ambitie van het Kabinet om 100.000 woningen per jaar te realiseren voorlopig niet haalbaar is.

Marktpartijen en overheid zullen alles in het werk moeten stellen om de bouwproductie op gang te houden, temeer omdat er momenteel veel kapitaal beschikbaar is bij pensioenfondsen en woningcorporaties om te investeren in betaalbare huurwoningen.

Uitstel

Gebaseerd op de verwachte groei van het aantal huishoudens en de bouwproductie was in februari geprognosticeerd dat het woningtekort oploopt naar 316.000 woningen in 2024. Dit komt neer op 3,9% van de voorraad. Door de enorme stijging van de bouwkosten, mede door de coronacrisis en de oorlog in Oekraïne, bestaat het risico dat de bouw van mogelijk 25.000 woningen in 2022 wordt uitgesteld.

Aangezien de bouwtijd van grote projecten gemiddeld twee tot drie jaar duurt, betekent dit dat er in 2024 en 2025 minder woningen zullen worden opgeleverd. Het woningtekort zal hierdoor nog verder en langer stijgen dan in februari voorspeld. Op het moment zijn de grootste tekorten te vinden in de grote steden, waaronder in de regio’s Groot-Amsterdam (6,7 procent), Delft en Westland (6,5 procent) en Flevoland (5,5 procent).

(Lees verder onder de afbeelding)

Discrepantie

In absolute aantallen zijn de grootste discrepanties tussen vraag en aanbod te vinden in de gereguleerde huursector, waar de jaarlijkse vraag het aanbod met 64.000 woningen overtreft. Ook in de geliberaliseerde huursector is er een aanzienlijke discrepantie en overtreft de jaarlijkse vraag het aanbod met 16.000 huurwoningen.

Voor de gehele koopsector bedraagt het verschil tussen vraag en aanbod 137.000 woningen. Ruim 60 procent betreft goedkope koopwoningen (NHG grens). Het realiseren van voldoende goedkope huur- en koopwoningen vormt de komende jaren een enorme uitdaging. Naast de stijging van de bouwkosten komt dit ook door hoge grondkosten en de stijging van de rente. Beleggers geven aan dat vooral de productie van middeldure huurwoningen getroffen wordt door de hoge bouwkosten.

Waar mogelijk zullen gemeenten op zeer korte termijn genoegen moeten nemen met een lagere grondprijs om projecten te kunnen redden. Eventueel kunnen deze verlagingen op termijn goed worden gemaakt met een nabetaling indien een belegger, woningcorporatie of particulier de woning(en) op termijn verkoopt.

Stijging bouwkosten

De prijzen van bouwmaterialen zijn de afgelopen anderhalf jaar enorm gestegen. Deze prijsstijgingen worden veroorzaakt door een opeenstapeling van factoren. Door corona was er al een grote vraag naar bouwproducten met hoge prijzen tot gevolg en door de stijging van de energieprijzen zijn de prijzen van bouwmaterialen als staal, aluminium, glas en stenen explosief gestegen.

Volgens cijfers van het CBS bedroeg de gemiddelde stijging van bouwkosten in februari zo’n 8 procent ten opzichte van een jaar geleden, maar vakblad Cobouw schrijft over prijsstijgingen van tientallen procenten voor specifieke materialen.

Aannemers willen nu een zogeheten ‘Oekraïne clausule’ inbouwen met een open eind voor de kopers. Voor veel investeerders zoals pensioenfondsen en woningcorporaties is dit niet werkbaar omdat er geen enkel zicht is op een eindprijs. Ook particulieren kunnen bij de aankoop van een nieuwbouwwoning door onbekende bouwtijd en stijgende bouwkosten in de problemen komen.

Marijn Snijders, directeur bij Capital Value: “Bouwbedrijven, toeleveranciers, woningcorporaties en pensioenfondsen zullen gezamenlijk moeten werken aan een oplossing om te voorkomen dat er open einden blijven in aannemingsovereenkomsten. Een tijdelijke verlaging van BTW op bouwmaterialen voor de woningbouw kan helpen om te voorkomen dat een groot deel van de projecten stil komt te liggen. Een alternatief is een subsidie op betaalbare koop- en huurwoningen die eventueel moet worden terugbetaald bij verkoop op termijn.”

(Lees verder onder de afbeelding.)

Bouwvergunningen

Om de bouwproductie op gang te houden moeten er voldoende bouwvergunningen worden afgegeven. Hoewel de cijfers over 2021 (circa 75.000 vergunningen) hoger waren dan de afgelopen jaren bestaat er een groot risico dat het aantal in 2022 lager zal uitvallen. De eerste cijfers over januari laten een daling zien van circa 10 procent ten opzichte van januari 2021.

Bij veel projecten is er nog steeds vertraging door onder meer bezwaarschriftenprocedures of te weinig capaciteit bij gemeenten. Het kabinet heeft toegezegd extra middelen beschikbaar te stellen voor capaciteitsuitbreiding bij gemeenten en bij de Raad van State. Door de enorme stijging van de bouwkosten bestaat het risico dat bouwplannen moeten worden aangepast. Dit kan directe gevolgen hebben voor vergunningenprocedures en leidt mogelijk tot verdere vertragingen.

Hoogheemraadschap Rijnland verduurzaamt afvalwaterproces

0
Hoogheemraadschap van Rijnland verduurzaamt het afvalwaterproces

De komende jaren gaat het Hoogheemraadschap van Rijnland aan de slag met drie waterzuiveringen in Noord-Holland. De werkzaamheden staan in het teken van renovatie, vervanging en uitbreiding.

“De waterzuiveringen in Heemstede en Haarlem-Schalkwijk zijn aan het einde van hun technische levensduur”

Het Hoogheemraadschap van Rijnland kijkt naar de toekomst en wil met deze werkzaamheden een belangrijke stap zetten in het verbeteren van de zuiveringsresultaten en de inzet van duurzame energie.

BAM Energie & Water is na een aanbesteding geselecteerd voor de aanleg van de transportleiding tussen Haarlem-Schalkwijk en Zwanenburg en de slibleiding tussen Zwanenburg en Haarlem Waardepolder.

Transportgemalen

De twee zuiveringen (Heemstede en Haarlem-Schalkwijk) zijn aan het einde van hun technische levensduur. Rijnland heeft ervoor gekozen om deze zuiveringen te vervangen voor transportgemalen.

Op deze manier kan al het afvalwater in de regio rond Haarlem en de Haarlemmermeer op één centrale plek gezuiverd worden, namelijk bij de zuivering in Zwanenburg. Om deze capaciteit aan te kunnen, wordt de zuivering in Zwanenburg uitgebreid en krijgt deze meteen een grote onderhoudsbeurt.

Drie bouwers

Na een geslaagde en intensieve aanbestedingsperiode zijn de werkzaamheden aan drie bouwers gegund. Deze hebben hun plannen ingediend op de EMVI-criteria samenwerking, duurzaamheid en risicobeheersing.

Zij zullen zich eerst bezig houden met voorbereidende werkzaamheden. Vanaf eind 2022 gaat daadwerkelijk de schop in de grond. Volgens planning wordt begin 2025 het nieuwe afvalwatersysteem in gebruik genomen.

Het leggen van de transportleiding tussen Haarlem-Schalkwijk en Zwanenburg en de slibleiding tussen Zwanenburg en Haarlem Waardepolder is gegund aan BAM Energie & Water, het bouwen van de transportgemalen Haarlem-Schalkwijk en Heemstede aan Vobi Infra en de renovatie en uitbreiding van de zuivering aan Mobilis.

Terugwinnen

Rijnland zuivert afvalwater van huishoudens en bedrijven. Rijnland zuivert het afvalwater volgens de normen en zo efficiënt mogelijk. En zo duurzaam mogelijk door minder energie en grondstoffen te gebruiken en meer schone energie en grondstoffen terug te winnen uit het afvalwater.

Stepstone, grootschalige sociale woningbouw Amsterdamse Zuidas

0
Stepstone - Grootschalige sociale woningbouw in Amsterdamse Zuidas

Begin april is de bouw gestart van 216 sociale huurwoningen voor starters in Zuidas, Amsterdam Zuid. In woonproject Stepstone van Lieven de Key krijgen jongeren de kans om te wonen in het Kenniskwartier in Zuidas.

“Inmiddels is de Zuidas een levendige wijk waar gewerkt, gewoond en gerecreëerd wordt”

Op dit moment zijn er 2.775 woningen in Zuidas en de komende jaren komen er zo’n 55.00 woningen bij, met nieuwe voorzieningen zoals een conservatorium, een museum voor moderne kunst en de OBA Next. Stepstone is onderdeel van deze ontwikkeling.

Kansen voor jongeren

Wethouder Marieke van Doorninck (Zuidas, waarnemend): “Zuidas kent iedereen als een kantorenlocatie voor bedrijven en banken, maar inmiddels is het gebied veel meer dan dat: een levendige wijk waarnaast gewerkt, ook gewoond en gerecreëerd wordt. In Zuidas werd nog nooit eerder zo’n groot aantal sociale woningen gebouwd: meer dan tweehonderd. Dit biedt mooie kansen voor jongeren, maar ook voor het behouden van de diversiteit in Amsterdam.”

Duurzame woontoren

De slanke, duurzame woontoren van tachtig meter hoog (zie de afbeelding onderaan dit bericht) is ontworpen door LEVS Architecten en wordt gebouwd door Vorm Bouw. Het gebouw bestaat straks uit veel glas, omkaderd door prefab betonnen gevels in de kleuren grijs en groen.

De woningen zijn maisonnettes en één- en tweekamerwoningen, hebben een grootte van 20 tot 55m2 en eigen balkons. In het gebouw komt een fietsen- en scooterstalling. Er is ruimte voor ontmoeting in de gemeenschappelijke woonkamer op de begane grond, de flexruimte op de 1e verdieping en op het dakterras op de 23e verdieping, waar ook kan worden gesport.

Bewoners huren een woning voor een sociale huurprijs van 418 – 752 euro per maand (prijspeil 1-1-2022) en kunnen huurtoeslag aanvragen.

Prefab casco

Ook het bouwproces is bijzonder. De aannemer, Vorm Bouw, was al in een heel vroeg stadium geselecteerd, waardoor bouwer en adviseurs intensief konden samenwerken tijdens het ontwerpproces. De constructeur, de bouwer, de bouwfysisch adviseur en de groenontwerper stemden alle aspecten goed op elkaar af.

Eén van de resultaten is dat het betonnen casco en de betonnen gevels al vooraf worden gemaakt op een andere locatie. Hierdoor duurt de bouw in Zuidas zelf drie maanden korter en is er dus minder overlast voor de bewoners en de medewerkers van omliggende bedrijven.

De bouw is naar verwachting in 2024 klaar. Eind 2023 worden de woningen aangeboden via WoningNet.