Ga bij nieuwbouw uit van een keuken met kookeiland

Traditioneel wordt bij nieuwbouwprojecten uitgegaan van huishoudens die hun woning na de oplevering ervan voorzien van een L- of U-vormige keuken. Je ziet het terug aan de positionering van leidingen in deze ruimte. Interessant is het voor projectontwikkelaars om bij nieuwe projecten uit te gaan van een keuken met kookeiland. Dat kan een eilandkeuken zijn, maar bijvoorbeeld ook een parallelle keuken. In kleinere woningen is mogelijk onvoldoende ruimte voor een volwaardig kookeiland, maar wordt door toekomstig bewoners wel gekozen voor een compacte bar. De opkomst van keukens met zo’n bar of kookeiland staat niet op zichzelf. Het hangt samen met de veranderende functie van deze ruimte binnen woningen. Keukens zijn steeds meer een sociale ruimte geworden.

Keuken met een kookeiland biedt voordelen

Wie een keuken met kookeiland ontwerpt in de 3D ontwerptool van Keuken Kampioen, ziet al snel welke voordelen dit model biedt. Het kookeiland biedt gezinsleden, maar ook de buren of bijvoorbeeld vrienden de kans om al tijdens de bereiding van een maaltijd bij te praten met de kok des huizes. Voorheen was het vaak zo dat zij op deze momenten alvast plaatsnamen aan tafel of op de bank in de woonkamer ploften. Het maakt het koken minder gezellig voor de kok.

Een ander belangrijk voordeel van een keuken met kookeiland is dat een bewoner straks meer ruimte heeft op het aanrechtblad. Een tekort aan ruimte voor de snijplank, het vergiet en bijvoorbeeld de pannen is een van de grootste ergernissen voor huishoudens. Naast de mogelijkheid om het eiland van een bar te voorzien, hebben bewoners hier ruimte voor extra kasten, voor een compacte wijnklimaatkast, enzovoorts.

Andere positionering van leidingen

Houd rekening met deze trend door de leidingen voor de wasbak en afvoer daarvan voortaan op een andere plek in de keuken te positioneren. Het beperkt het meerwerk voor toekomstig bewoners. Ook een aansluitpunt voor de afzuigkap is lang niet altijd meer nodig. Steeds vaker kiezen huishoudens bewust voor een kookplaat op inductie met een geïntegreerd afzuigsysteem. Het komt de uitstraling van de keuken ten goede.

Tijdloze Japandi keukens in opkomst

Niet alleen de populariteit van verschillende soorten keukenopstellingen is door de tijd heen veranderd. Datzelfde geldt voor de stijl van keukens. Projectontwikkelaars met de focus op (sociale) huurwoningen kozen voorheen vaak voor een moderne, witte keuken. Het was een model keuken die veel mensen aansprak en daarbij tijdloos van aard was. Er zijn echter veel meer verschillende stijlen voor een keuken. Zo wint tegenwoordig de Japandi keuken het van een traditionele moderne, witte stijl.

De Japandi kenmerkt zich door zijn warme kleuren en het gebruik van verschillende duurzame, natuurlijke materialen. Denk aan robuuste houten keukenkasten in combinatie met een aanrechtblad van natuursteen. Zo’n aanrechtblad blijft lang mooi, vlekt niet en zal ook bij een intensief gebruik niet snel grote krassen bevatten. Het duurzame karakter van zo’n keuken past bij het streven van veel projectontwikkelaars om maatschappelijk verantwoord te bouwen met een minimale impact op de wereld om hen heen.

Foto: Sven Brandsma via Unsplash.

De kruipruimte als vergeten bouwdeel: waarom inspectie vóór isolatie het verschil maakt

De kruipruimte verdwijnt na de ruwbouw letterlijk uit beeld, maar blijft bouwfysisch onderdeel van de begane grond. Leidingen, bodemvocht, ventilatie en de onderzijde van de vloer komen er samen. Bij renovatie wordt isolatie soms direct als productvraag benaderd: welk materiaal en welke dikte? Een betrouwbaarder proces begint één stap eerder. Eerst moet duidelijk zijn wat voor vloer aanwezig is, hoe vochtig de ruimte is en welke beperkingen de bestaande situatie oplevert.

Een opname moet meer zijn dan de hoogte meten

Werkhoogte is belangrijk voor uitvoerbaarheid, maar zegt niet genoeg. Leg ook vloertype, balkrichting, leidingen, riolering, ventilatieopeningen en zichtbare vochtsporen vast. Controleer of er puin of obstakels liggen en of alle delen van de vloer bereikbaar zijn. Bij seriematige woningbouw kunnen afwijkingen per woning ontstaan door latere verbouwingen of leidingwerk.

Gebruik foto’s met een vaste volgorde en schaalreferentie. Daarmee kan een werkvoorbereider beter beoordelen welke zones extra aandacht vragen. In krappe ruimtes kunnen camerastokken of andere inspectiemiddelen helpen, mits ze een veilige inspectie niet vervangen wanneer constructieve twijfel bestaat.

Bepaal eerst het doel van de maatregel

‘Kruipruimte isoleren’ kan verschillende doelen impliceren. Wil men primair warmteverlies via de vloer beperken, bodemvocht beheersen of comfortklachten verminderen? De positie van het materiaal verschilt afhankelijk van de gekozen oplossing. Bij kruipruimte isolatie moet daarom expliciet worden gemaakt of de maatregel tegen de vloer, op de bodem of als combinatie wordt uitgevoerd.

Voor thermische verbetering van de beganegrondvloer is continuïteit belangrijk. Balken, leidingen en opleggingen kunnen het moeilijk maken om overal dezelfde laag aan te brengen. Details rond het kruipluik verdienen eveneens aandacht; een goed geïsoleerd vloeroppervlak met een sterk lekkend luik houdt een lokaal zwak punt.

Vocht is een diagnosevraag, geen materiaalkeuze

Water in een kruipruimte kan samenhangen met grondwater, lekkage, afvoerproblemen of onvoldoende terreinwaterafvoer. Condens en hoge luchtvochtigheid hebben weer andere oorzaken. Voordat isolatie wordt aangebracht, moet worden voorkomen dat een actief bouwkundig probleem wordt ingepakt of aan het zicht wordt onttrokken.

Bij houten vloeren is langdurig vocht extra relevant vanwege risico op aantasting van hout. Controleer balkkoppen en verdachte verkleuringen en laat bij twijfel nader onderzoek uitvoeren. Ventilatieopeningen mogen niet zonder onderbouwing worden afgesloten. De isolatiemethode moet passen binnen een vochttechnisch verantwoord systeem.

Let op brandveiligheid en installaties

Een kruipruimte bevat vaak gas-, water-, elektra- en verwarmingsleidingen. Niet ieder isolatiemateriaal mag zonder detail rond warmtebronnen, verbindingen of apparatuur worden aangebracht. Volg product- en installatievoorschriften en houd noodzakelijke inspectiepunten bereikbaar. Een afsluiter die na isolatie niet meer te bedienen is, creëert een nieuw beheerprobleem.

Ook kabels en leidingen moeten hun functie kunnen blijven vervullen. Denk aan warmteafgifte, bevestiging en bereikbaarheid voor toekomstig onderhoud. Markeer verborgen tracés waar dat zinvol is en documenteer wijzigingen. Bij renovatieprojecten kan een fotoarchief per woning later veel zoektijd voorkomen.

Kwaliteit zit in randen en onderbrekingen

Op een vlak stuk vloer is isoleren meestal niet het lastigste onderdeel. De kwaliteit wordt bepaald bij balken, funderingsranden, leidingdoorvoeren en hoeken. Maak voor die details uitvoeringsafspraken en controleer ze vóór oplevering. Een gemiddelde dikte zegt weinig als langs de hele gevel een brede ongeïsoleerde strook blijft bestaan.

Bij reflecterende systemen of folies gelden bovendien specifieke eisen aan montage en luchtlagen; bij plaat- of schuimsystemen spelen weer andere aansluitdetails. Beoordeel een product daarom niet los van de verwerkingsmethode. Vraag om systeemdocumentatie en instrueer monteurs op de details die in het project daadwerkelijk voorkomen.

Veilig werken in besloten en krappe ruimtes

Kruipruimtes zijn niet automatisch formeel geclassificeerd als besloten ruimte, maar kunnen wel beperkte toegang, slechte ventilatie en andere risico’s hebben. Voer een projectspecifieke risico-inventarisatie uit. Denk aan toegangsopening, communicatie, verlichting, scherpe materialen, ongedierte, water en eventuele leidinglekkages. Stop werkzaamheden wanneer omstandigheden afwijken van de voorbereiding.

Werk niet alleen vanuit productiviteit. Een zeer lage kruipruimte kan technisch misschien bereikbaar lijken, maar ergonomisch onaanvaardbaar zijn. Kies dan een andere uitvoeringsmethode of beoordeel alternatieven. Veiligheid is een ontwerpcriterium, geen correctie achteraf.

Oplevering moet controleerbaar zijn

Omdat de maatregel na afloop uit het zicht blijft, is fotodocumentatie waardevol. Leg per woning representatieve vlakken én kritieke aansluitingen vast. Noteer gebruikte producten, dikte of systeemopbouw en bijzonderheden. Controleer daarnaast of ventilatievoorzieningen en kruipluik correct zijn achtergelaten.

Voor opdrachtgevers maakt deze documentatie steekproeven en later beheer mogelijk. Bij klachten hoeft niet direct opnieuw iemand de hele kruipruimte in om te achterhalen wat is uitgevoerd. In grotere projecten kan een uniforme opleverchecklist de kwaliteit tussen ploegen vergelijkbaar maken.

Inspectie is de goedkoopste kwaliteitsstap

Veel faalkosten bij isolatie zijn terug te voeren op aannames over de bestaande bouw. Een half uur extra opname kan voorkomen dat een ploeg ter plaatse ontdekt dat de werkhoogte ontbreekt, de vloer anders is opgebouwd of een waterprobleem eerst moet worden opgelost. Dat is niet alleen efficiënter; het leidt ook tot een eerlijker technisch advies.

De kruipruimte verdient daarom dezelfde ontwerpdiscipline als zichtbare bouwdelen. Diagnose, detailering, veilige uitvoering en bewijs van kwaliteit horen vóór de keuze voor snelheid of standaardisatie. Pas dan wordt een onzichtbare isolatiemaatregel een controleerbaar onderdeel van goed renovatiewerk.

Historisch bankgebouw Haarlem herbestemd naar kantoor en woningen

Het 19e-eeuwse bankgebouw aan het Houtplein in Haarlem krijgt een nieuwe functie die past bij de huidige vraag naar duurzame werkruimte en woningen in de binnenstad. Met deze herbestemming zet RS Participaties in op behoud van cultuurhistorische waarde, toevoeging van woonprogramma en een stevige verduurzamingsslag. Daarmee krijgt het markante pand aan het Houtplein opnieuw betekenis voor de stad, zonder dat het historische karakter verloren gaat.

Herbestemming met respect voor historie

Het voormalige bankgebouw aan het Houtplein maakt deel uit van het historische stadsweefsel van Haarlem. Juist bij dit soort panden vraagt een functiewijziging om een zorgvuldige aanpak. De bestaande architectuur, de gevelopbouw en karakteristieke onderdelen van het interieur bepalen in hoge mate de identiteit van het gebouw. De vastgoed participatiemaatschappij kiest daarom voor een herbestemming waarbij behoud en vernieuwing naast elkaar bestaan.

De transformatie richt zich op moderne kantoorruimte in combinatie met twee vrije-sectorappartementen. Dat programma sluit aan op de behoefte aan gemengde binnenstedelijke ontwikkelingen, waar werken en wonen op een compacte locatie samenkomen. Voor uitvoerende partijen betekent dit doorgaans dat zij rekening moeten houden met bouwkundige beperkingen van een oud pand, zoals bestaande draagstructuren, beperkte installatieruimte en hoge eisen aan brandveiligheid en akoestisch comfort. Tegelijk biedt een gebouw op het Houtplein kansen door de centrale ligging en de herkenbare uitstraling.

Verduurzaming van het pand aan Houtplein

Naast herbestemming is verduurzaming een belangrijk onderdeel van het project. Het doel is om het pand te brengen naar energielabel A++ of zelfs volledig gasloos te maken. Voor een 19e-eeuws gebouw is dat een flinke opgave. De technische uitwerking vraagt meestal om een goede balans tussen isolatie, ventilatie, kierdichting en efficiënte installaties. Zeker in een bestaand gebouw moet elke ingreep worden afgestemd op de historische bouwfysica, om problemen met vocht of warmteverlies te voorkomen.

Voor de kantoorfunctie en de appartementen ligt het voor de hand dat wordt gekeken naar maatregelen zoals hoogrendementsbeglazing waar mogelijk, dak- en vloerisolatie, lage-temperatuurverwarming en energiezuinige ventilatiesystemen. Ook elektrificatie speelt vaak een rol bij dit type binnenstedelijke renovatie. Daarmee sluit het project aan op de bredere verduurzamingsopgave die in Haarlem en de rest van Nederland speelt. Praktische richtlijnen over energieprestaties van gebouwen zijn onder meer beschikbaar via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

De uitvoering op een locatie als het Houtplein vraagt daarbij om maatwerk. Niet elke standaardoplossing is toepasbaar in een historisch pand. Aannemers en adviseurs moeten daarom nauw samenwerken om technische prestaties te combineren met esthetische en bouwhistorische eisen. Juist dat maakt dit soort projecten interesant voor professionals in ontwerp, bouw en vastgoed.

Toevoeging aan de binnenstad

Met de komst van twee vrije-sectorappartementen levert het project ook een concrete bijdrage aan de woningvoorraad in de Haarlemse binnenstad. Hoewel het om een beperkte toevoeging gaat, past deze ontwikkeling in een bredere trend waarbij bestaande panden slimmer worden benut. Binnenstedelijke verdichting gebeurt daarbij niet alleen via nieuwbouw, maar ook via transformatie van leegstaand of onderbenut vastgoed. Het Houtplein is daarvoor een logische plek, omdat bereikbaarheid, voorzieningen en stedelijke dynamiek hier samenkomen.

Bron en beeld: RS Participaties.

Kerncentrale Borssele langer open? Staat neemt meerderheidsbelang over

De Nederlandse Staat zet een grote stap in de verdere positie van kernenergie binnen de nationale energievoorziening. Met de voorgenomen overname van 70 procent van de aandelen in EPZ, de exploitant van de kerncentrale in Borssele, krijgt het Rijk meer invloed op de toekomst van deze installatie. Voor de bouw- en infrasector is dat relevant, omdat een langer openblijvende kerncentrale gevolgen heeft voor investeringen, vergunningstrajecten, technisch onderhoud en de inzet van specialistische kennis.

“Voor de aandelen van de kerncentrale Borssele betaalt de Staat 115,7 miljoen”

Akkoord

De Staat heeft een onderhandelaarsakkoord gesloten over de aankoop van alle aandelen van ZEH Energy. Dit bedrijf bezit 70 procent van EPZ. De huidige verkopers zijn de Provincie Zeeland en Zeeuwse gemeenten. Zij hadden al eerder aangegeven dat zij voor zichzelf geen rol meer zagen als aandeelhouder bij een mogelijke verlenging van de bedrijfsduur van de kerncentrale. Met de overname verschuift de regie dus nadrukkelijk naar het Rijk.

Voor de aandelen betaalt de Staat 115,7 miljoen euro. Daarnaast komt er 119 miljoen euro extra beschikbaar als vermogenssteun voor de onderneming. Dit bedrag is bedoeld om de financiële stabiliteit van EPZ te waarborgen en om lopende uitgaven te kunnen blijven betalen. Het kabinet heeft de prijs onafhankelijk laten toetsen. Volgens die toets is het overeengekomen bedrag marktconform. De overige 30 procent van EPZ blijft in handen van het Duitse energiebedrijf RWE.

Overname van aandelen in Borssele

De kerncentrale in Borssele heeft al jaren een vaste plaats in de Nederlandse elektriciteitsvoorziening. De centrale levert 485 megawatt CO2-vrije elektriciteit. Daarmee is de productie bijna gelijk aan het stroomverbruik van alle inwoners van Zeeland en Noord-Brabant samen. Voor een energiesysteem dat steeds meer afhankelijk wordt van weersafhankelijke bronnen zoals zon en wind, heeft een kerncentrale vooral waarde als stabiele producent van baseload.

Voor jouw werkveld is dat van belang, omdat de levensduurverlenging van een kerncentrale vaak gepaard gaat met technische modernisering, inspecties, vervangingsinvesteringen en extra veiligheidseisen. Zulke trajecten vragen om gespecialiseerde aannemers, ingenieursbureaus en partijen met ervaring in nucleaire regelgeving. Ook op het gebied van assetmanagement en onderhoud ligt hier een langdurige opgave. De combinatie van publieke sturing en industriële uitvoering maakt Borssele daarmee tot een project met bestuurlijke én technische impact.

De overname is nog niet definitief afgerond. Eerst moeten het parlement en de huidige aandeelhouders instemmen met het akkoord. Pas daarna kunnen de aandelen formeel worden overgedragen. Meer informatie over de betrokken exploitant staat op de website van EPZ. Achtergrond over nucleaire veiligheid en toezicht is te vinden bij de ANVS.

Door wijziging wet is centrale langer inzetbaar

Naast de aandelentransactie is ook wetgeving aangepast. De Eerste Kamer heeft ingestemd met een wijziging van de Kernenergiewet. Die stap was nodig, omdat in de bestaande wet 2033 was vastgelegd als eindjaar voor de kerncentrale. Door de wetswijziging ontstaat de juridische ruimte om de centrale langer open te houden. Dat betekent niet dat de verlenging automatisch doorgaat, maar het maakt het traject wel mogelijk.

De overheid koppelt aan deze stap ook een bredere energievisie. Kernenergie moet bijdragen aan een diverse en stabiele energievoorziening in Nederland. Daarbij speelt niet alleen de productie van elektriciteit een rol, maar ook het behoud van nucleaire kennis en vakmanschap. Juist dat punt is belangrijk voor de uitvoeringspraktijk, omdat specialistische capaciteit schaars is en langdurige projecten vragen om continuïteit in mensen, processen en opleidingen.

Vervolgstappen voor de centrale na 2033

Hoewel de richting duidelijker is geworden, ligt er nog geen definitief besluit over het openhouden van de kerncentrale Borssele na 2033. De aandeelhouders van EPZ moeten nog een investeringsbeslissing nemen. Dat is een zwaarwegend moment, omdat daar financiële, technische en bestuurlijke afwegingen samenkomen. Ook moet EPZ nog een vergunning aanvragen voor langere bedrijfsduur. Pas daarna kan de onafhankelijke toezichthouder beoordelen of voortzetting veilig en verantwoord is.

De Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) kijkt daarbij onder meer naar nucleaire veiligheid, technische staat en stralingsbescherming. Voor een kerncentrale betekent dit een intensief toetsingsproces met hoge eisen aan documentatie, inspecties en onderbouwing. Voor marktpartijen die bij onderhoud, engineering of aanpassingen betrokken raken, is dat een omgeving waarin kwaliteit, traceerbaarheid en naleving centraal staan.

Bron: Rijksoverheid, ANVS, Wikiedia.

Een elektrisch zonnescherm monteren: vijf uitvoeringsdetails die het verschil maken

Een elektrisch zonnescherm monteren: vijf uitvoeringsdetails die het verschil maken
Een zonnescherm lijkt een eenvoudige klus: een paar consoles tegen de gevel, doek erin, klaar. In de praktijk bepalen juist de details of een scherm jarenlang probleemloos werkt. Dat geldt nog sterker voor een elektrisch zonnescherm, waar naast gewicht en windbelasting ook elektra en bediening een rol spelen. Vijf punten waar vakmensen en ervaren klussers op letten.

1. Ken je ondergrond

Een knikarmscherm oefent bij volle uitval een flinke trekkracht uit op de bevestiging. Bij een massieve muur is dat overzichtelijk, maar bij een spouwmuur zit de bevestiging in het buitenblad en bij een geïsoleerde gevel moet je door een isolatielaag heen. Gebruik daar een bevestigingssysteem dat daarvoor bedoeld is, zoals afstandsconsoles of chemische ankers met voldoende inbouwdiepte. Bij houten gevels of gevelbekleding is een degelijke achterconstructie onmisbaar.

2. Hoogte en hellingshoek

Monteer hoog genoeg zodat er bij volle uitval voldoende doorloophoogte overblijft aan de voorzijde. Stel de hellingshoek zo af dat regenwater kan weglopen en er geen waterzak in het doek ontstaat. Een te vlak afgesteld scherm is een van de meest voorkomende oorzaken van schade na een onverwachte bui.

3. Stroompunt en doorvoer

Bepaal vooraf waar de motor zit en waar de kabel de gevel in gaat. Een nette doorvoer met goede afdichting voorkomt vochtproblemen in de spouw. Werk volgens NEN 1010 en laat de aansluiting bij twijfel door een erkend installateur doen. Plan ook de positie van de schakelaar binnen, zodat de bediening logisch is voor de gebruiker.

4. Wind- en zonsensoren

Een elektrisch scherm wordt vaak uitgerold terwijl er niemand thuis is. Een windsensor, of een trilsensor op de voorlijst, laat het scherm automatisch inrollen bij harde wind. Plaats een windsensor op een plek waar hij de wind echt vangt en niet in de luwte van een erker of dakrand. Een zonsensor maakt het systeem compleet voor wie het scherm volledig automatisch wil laten werken.

5. Inregelen en overdracht

Stel na montage de eindstanden van de motor zorgvuldig in, zodat het doek niet te strak of te slap wordt opgerold. Controleer of het scherm recht uitrolt en de armen gelijk lopen. Leg de gebruiker vervolgens uit hoe de bediening en sensoren werken. Veel klachten achteraf blijken bedieningsvragen te zijn. Meer technische achtergrond over uitvoering en detaillering vind je in de vakartikelen van Bouw en Uitvoering.

Een scherm dat goed is gemonteerd, merk je niet op. Het doet gewoon wat het moet doen, zomer na zomer.

Bouw- en sloopafval afvoeren: de juiste container kiezen

Bij vrijwel elke bouw-, renovatie- of sloopklus komt afval vrij, en de manier waarop u dat afvoert bepaalt mede het tempo en de kosten van een project. Een verkeerd gekozen container leidt tot naheffingen, extra ritten of een bak die vol raakt voordat het werk klaar is. Wie vooraf bepaalt welke afvalstromen vrijkomen en daar de juiste container bij kiest, houdt de logistiek op de bouwplaats overzichtelijk. Dit artikel loopt de belangrijkste afwegingen langs.

Wat valt onder bouw- en sloopafval?

Bouw- en sloopafval is gemengd afval dat vrijkomt bij bouw-, renovatie- en sloopwerkzaamheden. In een enkele stroom zitten dan verschillende materialen door elkaar: hout, steen, metaal, isolatiemateriaal, kunststof, gipsplaten en plaatmateriaal. Om dit te kunnen verwerken worden de materialen achteraf op een sorteerinstallatie van elkaar gescheiden en zo veel mogelijk gerecycled. Belangrijk om te weten is dat niet alles zomaar in dezelfde bak mag, en dat er per afvalsoort grenzen gelden aan bijvoorbeeld het aandeel puin, glas of gips. Wie die grenzen kent, voorkomt problemen en meerkosten bij de verwerking.

Bouwafval, puin of grofvuil: kies de juiste stroom

De grootste winst zit in de juiste indeling vooraf. Voor gemengd materiaal uit een verbouwing of sloop is een aparte container voor bouw- en sloopafval de logische keuze; zo biedt Bouwbakkie een Bouwafval Container huren waarin die materialen door elkaar mogen. Heeft u vooral schoon puin, dan is een aparte puinbak voordeliger, omdat die stroom direct te recyclen is. En komt er bij een oplevering of ontruiming vooral volumineus restafval vrij, zoals oude vloerbedekking, meubels of kastwerk, dan past dat beter in een Grofvuil container huren. Door de stromen te scheiden betaalt u niet het duurdere verwerkingstarief over materiaal dat eigenlijk apart kon.

Wat mag er wel en niet in?

Een bouw- en sloopafvalcontainer is bedoeld voor een mix van materialen, maar kent duidelijke uitzonderingen. Asbest of asbestgelijkend materiaal, dakleer en bitumen, gevaarlijk en chemisch afval, apparaten met een stekker of batterij en autobanden horen er niet in. Ook geldt vaak een maximum voor het aandeel steen- en betonpuin en voor glas en gips. Wordt een bak vervuild met verkeerd afval, dan volgt doorgaans een naheffing en soms afkeuring van de hele vracht. Instrueer daarom het personeel op de bouwplaats duidelijk over wat waar in gaat, zeker als er meerdere containers naast elkaar staan.

Scheiden aan de bron loont

Materiaal dat aan de bron al gescheiden wordt, heeft bij de puinverwerker de grootste kans om te worden gerecycled tot nieuwe grondstof. Milieu Centraal beschrijft op zijn pagina over bouwmateriaal, sloopafval en puin hoe u dat het beste aanpakt, van zorgvuldig slopen tot het apart houden per materiaalsoort. Dat scheiden is niet alleen een milieukwestie: het raakt ook de portemonnee en past bij de bredere beweging in de sector richting circulair bouwen. Dat duurzaamheid daarbij soms schuurt met de kosten voor de opdrachtgever is een bekend spanningsveld in de branche, maar juist bij afvalstromen valt de rekensom vaak gunstig uit.

Formaat, gewicht en logistiek

Containers zijn er in grofweg 3, 6, 10 en 15 kubieke meter, plus big bags voor kleinere hoeveelheden. Naast het volume telt het gewicht: puin en beton zijn zwaar en bereiken het maximale laadgewicht eerder dan licht materiaal. De kosten hangen af van het formaat, de afvalsoort en de huurperiode, of u nu voor een week of langer huurt. Houd op de bouwplaats ook rekening met de ondergrond en de bereikbaarheid voor de vrachtwagen, en met een eventuele objectvergunning wanneer de container op de openbare weg komt te staan. Die praktische zaken bepalen vaak of levering en ophalen zonder oponthoud verlopen.

Bouwmarkt of gespecialiseerde verhuur?

Voor een enkele, kleine klus kunt u bij een bouwmarkt als GAMMA of Praxis soms een big bag of losse zak aanschaffen, maar voor structureel bouw- en sloopafval met bezorging, ophalen en verwerking komt u doorgaans bij een gespecialiseerde containerverhuurder uit. Het voordeel is dat de bak op het gewenste moment wordt gebracht en na afloop wordt opgehaald, met een all-in tarief waarin de verwerking is inbegrepen. Voor terugkerende projecten scheelt dat administratie en onzekerheid over de eindafrekening. Kies de partij die past bij de omvang en frequentie van uw werk, zodat de afvalafvoer meebeweegt met de planning in plaats van die te vertragen.

Aanjaagteam gaat aanvullende huisvesting versnellen

Het Rijk, andere overheden en woningcorporaties werken aan het sneller realiseren van meer aanvullende vormen van huisvesting voor een brede groep woningzoekenden, zoals starters, mensen die acuut een woning nodig hebben en statushouders. De partijen hebben hiervoor al de nodige stappen gezet en maken verdere afspraken na de zomer, aldus minister Elanor Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.

“Zij bericht mede namens minister Bart van den Brink van Asiel en Migratie, gisteren is een brief naar de 2e Kamer gegaan over versnelling van aanvullende huisvesting en het aanjaagteam”

Aanvullende huisvesting vormen

Er is behoefte aan aanvullende vormen van huisvesting die snel te realiseren zijn en waarin verschillende groepen een start kunnen maken op de woningmarkt. Door het aanbod te vergroten, vermindert de druk op de reguliere sociale huurvoorraad. Daar lopen de de wachttijden op tot meer dan tien jaar. Aanvullende huisvesting kan bestaan uit flexwoningen, transformatiewoningen, woningdelen en doorstroomlocaties. Op veel plaatsen werken gemeenten, woningcorporaties, provincies en anderen hier al aan. Opschaling naar hogere aantallen woningen vraagt om een extra impuls. Boekholt-O’Sullivan heeft daarom een aanjaagteam in het leven geroepen.

De bouwstenen die de samenwerkende partijen hebben gemaakt, moeten leiden tot bestuurlijke afspraken over aanvullende vormen van huisvesting. Die moeten de beschikbare wooncapaciteit vergroten. Tevens de bestaande woningvoorraad beter benutten. ook moeten ze bijdragen aan het terugdringen van de achterstand bij de huisvesting van statushouders. Het uitgangspunt is dat aanvullende vormen van huisvesting ruimte bieden aan woningzoekenden voor wie een tijdelijke, flexibele of gedeelde woonvorm passend is. Tegelijkertijd moeten deze zorgen voor versnelling van de uitstroom van statushouders uit de asielopvang.

Doel is te beginnen bij gemeenten met een achterstand op de taakstelling. Gemeenten werken de achterstand versneld weg. Dat doen ze met aanvullende vormen van huisvesting in drie taakstellingsperiodes. De ambitie is daarnaast om 20 procent van de te huisvesten te huisvesten in aanvullende vormen van huisvesting.

Uitwerking

De komende tijd werken de partijen door aan concrete afspraken die na de zomer aan gemeenten (VNG), provincies (IPO) en woningcorporaties (Aedes) worden voorgelegd. De ambitie is dat gemeenten en woningcorporaties in kaart brengen welke aanvullende vormen van huisvesting kansrijk zijn om versneld te realiseren. Dit om een brede doelgroep te huisvesten, waaronder lokale starters en in de toekomst ook Oekraïense ontheemden.

Het aanjaagteam gaat een brede groep van woningzoekenden, zoals starters, mensen die acuut een woning nodig hebben en statushouders, (indirect) mede helpen ondersteunen.

Verder worden afspraken gemaakt over de concrete ondersteuning die gemeenten en woningcorporaties van het Rijk kunnen verwachten. Dit kan gaan om financiële ondersteuning, Rijkslocaties, expertise, regelgeving en andere randvoorwaarden. Succesvolle voorbeelden in het land worden in beeld gebracht. Vooral met als doel deze op te schalen en te versnellen. Waar belemmeringen een lokale oplossing overstijgen, zetten de partijen zich gezamenlijk in om deze op landelijk niveau op te lossen.

Aanjaagteam

Verschillende gemeenten zijn al aan de slag met aanvullende vormen van huisvesting. Boekholt-O’Sullivan heeft daarom een aanjaagteam aangesteld. Bedoeling is dat deze goede voorbeelden in kaart brengt en gemeenten en corporaties nu al helpt om aanvullende huisvesting te realiseren. Dat team bestaat uit kwartiermakers vanuit het Rijk, VNG en Aedes.

Bron: Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.

Hanab neemt Van Boekel Groep over en versterkt positie in water en infra

Hanab zet een volgende stap in de uitbreiding van zijn activiteiten met de voorgenomen overname van Van Boekel Groep uit Uden. Met deze transactie vergroot Hanab zijn bereik in waterinfrastructuur, wegenbouw en civiele constructies. Voor de sector is dat een relevante ontwikkeling, omdat schaal, technische kennis en uitvoeringscapaciteit steeds zwaarder wegen bij (complexe) projecten.

Samenwerking verbreedt capaciteit van Hanab en Van Boekel

Volgens de berichtgeving blijft Van Boekel actief onder de eigen naam. Ook de directie, de dagelijkse werkzaamheden, de werkplekken en de contacten met klanten blijven in stand. Daarmee kiest Hanab voor een integratie waarbij de bestaande organisatie herkenbaar blijft voor opdrachtgevers en medewerkers. Dat is vooral van belang in markten waar langdurige relaties, regionale binding en specialistische vakkennis een grote rol spelen.

De overname past binnen een bredere groeilijn van Hanab. Het bedrijf werkt al langer aan versterking van zijn positie in ondergrondse infrastructuur, energie, water en technische omgevingen met een hoge complexiteit. Door Van Boekel aan de groep toe te voegen, krijgt Hanab meer slagkracht in projecten waarin civiele techniek, leidingen, aanleg en beheer samenkomen.

Van Boekel heeft de afgelopen jaren een stevige positie opgebouwd in de markt voor waterinfrastructuur, wegenbouw en civiele constructies. Juist in deze segmenten neemt de vraag toe naar partijen die niet alleen specialistisch werk kunnen uitvoeren, maar ook grotere en multidisciplinaire opdrachten aankunnen. Door de komst naar Hanab ontstaat meer ruimte om dergelijke projecten aan te nemen en uit te voeren.

Samenvoeging kwaliteiten

De combinatie brengt verschillende kwaliteiten samen. Van Boekel voegt praktijkgerichte expertise, technische kennis en uitvoeringskracht toe. Hanab brengt daar een groter netwerk, schaalgrootte en multidisciplinaire kennis tegenover. Voor opdrachtgevers kan dat voordeel opleveren, omdat vraagstukken rond drinkwater, energie, infrastructuur en duurzaamheid steeds vaker in samenhang worden aanbesteed. Een aannemer of infrapartner die meerdere disciplines kan verbinden, heeft in dat speelveld vaak een sterkere marktpositie.

Voor klanten verandert er volgens beide bedrijven niets aan de dagelijkse dienstverlening. De vaste aanspreekpunten blijven behouden. Tegelijk komt extra capaciteit beschikbaar en kan gebruik worden gemaakt van aanvullende expertise uit de bredere organisatie van Hanab. Daardoor kunnen projecten mogelijk sneller worden voorbereid en uitgevoerd. Ook biedt de samenwerking meer continuïteit bij grotere opdrachten, waar personele bezetting en specialistische kennis vaak onder druk staan.

Namens Van Boekel stelt Twan Spanjers dat de projecten in de markt groter en complexer worden. Die ontwikkeling is herkenbaar in zowel de waterketen als de civiele bouw. Netbeheerders, overheden en industriële opdrachtgevers vragen vaker om integrale oplossingen, waarbij ontwerp, aanleg, onderhoud en omgeving goed op elkaar moeten aansluiten. Binnen Hanab krijgt Van Boekel toegang tot aanvullende kennis, meer capaciteit en een breder netwerk, terwijl de eigen naam en familiecultuur behouden blijven. Dat model moet ruimte geven voor verdere groei en een stabiele basis voor medewerkers en klanten.

Onderdeel van Hanab Pipelines & Utilities

Na afronding wordt Van Boekel onderdeel van Hanab Pipelines & Utilities. Deze divisie richt zich op ondergrondse infrastructuur voor onder meer energieleidingen, transportleidingen en warmtenetten. De activiteiten binnen deze tak lopen van engineering en ontwerp tot aanleg, onderhoud en assetmanagement van ondergrondse en bovengrondse leidingen en installaties.

Daarmee sluit Van Boekel inhoudelijk goed aan op de bestaande structuur van Hanab. De kennis van civiele constructies, waterinfrastructuur en wegenbouw vormt een logische aanvulling op de werkzaamheden binnen leidingen en nutsvoorzieningen. In de praktijk liggen deze disciplines vaak dicht bij elkaar. Bij de aanleg of vervanging van netwerken spelen grondwerk, verhardingen, bouwlogistiek, engineering en beheer immers gelijktijdig een rol.

Groeikansen

Voor Hanab is de watersector bovendien een markt met duidelijke groeikansen. De opgaven rond drinkwater, vervanging van verouderde infrastructuur, klimaatadaptatie en leveringszekerheid vragen om forse investeringen. Tegelijk is er, net als in de energiesector, sprake van een tekort aan technische capaciteit. Juist daarom is uitbreiding met een partij als Van Boekel strategisch interessant. De organisatie beschikt over ervaring in uitvoering en kent de praktijk van complexe infra-opgaven.

COO Guus de Vries van Hanab Energy & Water wijst erop dat de uitdagingen in de watersector sterk lijken op die van de energietransitie. Het gaat in beide gevallen om een grote maatschappelijke opgave, oplopende investeringen en een beperkte beschikbaarheid van vakmensen. Met Van Boekel krijgt het bedrijf volgens hem een sterke uitgangspositie in een markt die de komende jaren naar verwachting verder groeit.

Recente overnames versterken koers Hanab

De overname van Van Boekel staat niet op zichzelf. Hanab heeft eerder dit jaar meerdere bedrijven toegevoegd aan de groep. In het Verenigd Koninkrijk nam het concern hoogspanningsspecialist Green Frog Connect over, evenals AMS Trenchless, dat actief is in horizontaal gestuurd boren. In Nederland werd ook CTC Solutions uit Best toegevoegd, een specialist in cleanrooms en technische omgevingen met hoge eisen.

Daarnaast breidde Hanab zijn Nederlandse activiteiten verder uit met drie installatiebedrijven in Zuid- en Midden-Nederland. Met deze reeks overnames werkt het bedrijf aan een bredere aanwezigheid in meerdere segmenten van de markt. Naast Nederland, Duitsland en België groeit ook het Verenigd Koninkrijk uit tot een belangrijkere markt voor de groep.

Bij de foto: (v.l.n.r.) Guus de Vries COO Hanab Energy & Water, Erwin Berendsen Commercial Director Hanab, Peter van Boekel, Directie Van Boekel, Paul van Boekel, Directie Van Boekel, Twan Spanjers, Directie Van Boekel.

Zie ook:
Overnames in ondergrondse infra zetten door.
Sweco Nederland blijft groeien door overnames.

Stijgende materiaalkosten en leveringsproblemen zetten particuliere bouwers onder druk

Een verbouwing of nieuwbouwproject begint vaak met een helder budget en een strakke planning. Toch merken veel particuliere opdrachtgevers dat de werkelijkheid weerbarstiger is geworden. Bouwmaterialen zijn de afgelopen jaren duurder geworden, levertijden zijn minder voorspelbaar en aannemers hebben steeds vaker te maken met verstoringen in de keten. Voor particulieren kan dat flinke gevolgen hebben, zeker wanneer de financiering al rond is en werkzaamheden niet zomaar kunnen worden uitgesteld.

Van begroting naar tegenvaller

Waar prijzen van hout, staal, isolatiemateriaal en installatietechnische componenten vroeger relatief stabiel waren, kunnen kosten tegenwoordig in korte tijd flink oplopen. Een offerte die enkele maanden geleden nog realistisch was, blijkt tijdens de uitvoering soms niet meer toereikend. Vooral bij projecten met een lange voorbereidingstijd kunnen prijsstijgingen het verschil maken tussen een haalbaar plan en een bouwproces dat financieel onder druk komt te staan.

Aannemers berekenen prijswijzigingen regelmatig door. Maar particuliere bouwers hebben vaak minder mogelijkheden om onverwachte meerkosten op te vangen dan professionele ontwikkelaars. Dat maakt een goede financiële voorbereiding belangrijker dan ooit. Steeds meer particuliere bouwers kijken daarom niet alleen naar de aanneemsom, maar ook naar de beschikbare reserve en eventuele financieringsmogelijkheden. Op de website van Freo vind je meer informatie over het vooraf financieren van geplande verbouwingskosten en het verantwoord bepalen van je leenruimte.

Vertragingen in de supply chain werken door op de bouwplaats

Niet alleen de prijs, maar ook de beschikbaarheid van materialen speelt een rol. Warmtepompen, technische installaties, kozijnen en specifieke afwerkingsmaterialen hebben soms langere levertijden dan verwacht. Daardoor schuift de planning op en kunnen verschillende bouwfasen elkaar in de weg zitten.

Een vertraging van enkele weken lijkt beperkt, maar kan grote gevolgen hebben. Wanneer een leverancier later levert, moeten onderaannemers hun werkzaamheden verplaatsen. Dat leidt niet alleen tot extra kosten, maar vergroot ook de kans dat de oplevering later plaatsvindt dan oorspronkelijk gepland.

Voor particulieren betekent dit vaak dubbele lasten. Terwijl de bestaande woning nog niet is verkocht of de hypotheeklasten al lopen, laat de nieuwe woning of verbouwing langer op zich wachten. Zeker bij nieuwbouwprojecten kan een verschuiving van enkele maanden een aanzienlijke impact hebben op de totale woonlasten.

Vooruitdenken voorkomt veel problemen

De bouwsector blijft afhankelijk van internationale markten, grondstoffen en logistieke processen. De prijsbewegingen en leveringsproblemen op particuliere bouwprojecten blijven dan ook gevoelig voor marktontwikkelingen.

Voor particuliere opdrachtgevers wordt een gedegen voorbereiding daarom steeds belangrijker. Realistische planningen, duidelijke afspraken met aannemers en voldoende financiële ruimte maken het verschil tussen een project dat vastloopt en een bouwproces dat ondanks tegenwind beheersbaar blijft. Wie vooraf rekening houdt met onzekerheden, vergroot de kans op een succesvolle oplevering aanzienlijk.

Hoe houden we Nederland tot 2100 weerbaar tegen klimaatverandering?

Het klimaat verandert ook als alle doelen worden gehaald. Hevige buien, droogtes en een stijgende zeespiegel dwingen Nederland tot actie. Niets nieuws en al jaren een belangrijke aandachtspunt. Maar er moet meer gebeuren, zowel binnen als buiten de bebouwde omgeving. Het kabinet presenteert daarom de Nationale Klimaatadaptatiestrategie 2026. Daarin staan concrete opties per ministerie om ons land tot 2100 weerbaar te houden tegen klimaatverandering. Reageren op de plannen kan.

“Met de Nationale Klimaatadaptatiestrategie geven we aan hoe we Nederland veilig en weerbaar kunnen houden”

Nieuwe keuzes rond klimaatverandering

Minister Vincent Karremans van Infrastructuur en Waterstaat: “De laatste jaren zijn natuurlijk veel aandacht en middelen gegaan naar het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen, maar veel minder naar hoe we ons het beste kunnen aanpassen aan een veranderd klimaat. Terwijl dat wel al verstandig is: denk aan de hitte van deze week, maar ook aan de hevige buien in Limburg in 2021 en Enschede in 2024.”

Karremans bericht verder: “Om te voorkomen dat we later verzuchten onder steeds hetere zomers, steeds meer wateroverlast door extreme buien ervaren en andere gevolgen van klimaatverandering ondervinden, moeten we nu vooruit kijken. Vandaag geven we aan hoe we Nederland veilig en weerbaar kunnen houden. Op termijn zijn er duidelijke keuzes nodig, het is daarom zaak dat er tijdig wordt besloten tot die maatregelen. Nederland staat al eeuwen bekend om de kennis en kunde op het gebied van water, al eeuwen voeren we die strijd. En als iemand die strijd kan winnen, dan is het Nederland Waterland.”

Waterbeheer en bebouwing bij klimaatverandering

Om wateroverlast te verminderen is meer nodig dan snelle afvoer. Ruimtegebruik moet worden aangepast aan water en bodem. Bouwen en wonen daar waar het kan is noodzaak. Ook bij aanhoudende wateroverlast moet de bebouwde plek klimaatbestendig en veilig zijn. Daarnaast is het wenselijk om in droge periodes meer zoet water vast te houden. Dit voorkomt problemen bij toenemende klimaatverandering, bericht men onder meer.

Reactieperiode en vaststelling

Vanaf 9 juni kan iedereen reageren op het rapport. Eind 2026 wordt de Nationale Klimaatadaptatiestrategie 2026 definitief.

Bron: Rijksoverheid, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Zie ook:
Vechtdijkenensemble doet dijkversterking Overijsselse Vecht.
Ruimte voor de rivier 2.0 hard nodig.
Werken bij warmte: raadpleeg het veiligheids hitteprotocol!

Platform voor Bouw, Infra en Techniek