Home Blog Pagina 368

Groen sein voor warmtenetten

0
Groen sein voor warmtenetten
Foto: Nuon/Jorrit Lousberg

Met de recente Warmtevisie van minister Kamp staat het potentieel van stadswarmte volop in de belangstelling. Wordt de gebouwde omgeving binnenkort verduurzaamd via warmtelevering?

Nederland is een gasland. Voor warmte is structureel minder aandacht. En warmte is een stuk minder sexy dan zonnepanelen en windturbines”, zegt Benno Schepers van CE Delft. Een aantal veelzeggende cijfers: bijna 40 procent van het Nederlandse energieverbruik wordt gebruikt voor verwarming, terwijl het aandeel hernieuwbare warmte minder dan 4 procent is. De Warmtevisie die minister Kamp van Economische Zaken in april presenteerde, moet hier verandering in brengen.
Volgens de Warmtevisie is verduurzaming van de warmtevoorziening cruciaal voor het realiseren van een duurzame energiehuishouding in 2050. Die ambitie is actueler dan ooit, nu de mogelijkheden voor gaswinning in Groningen onder druk staan en de Nederlandse ­aardgasvoorraden afnemen. Benutting van (rest)warmte kan helpen om te voorkomen dat ons land in de toekomst afhankelijk wordt van import van gas uit Rusland en uit politiek instabiele regio’s, aldus minister Kamp. Tegelijkertijd liggen er volop kansen om het duurzame potentieel van warmte beter te benutten. Zo is de CO2-uitstoot bij stadswarmte tot wel 75 procent minder dan van gasgestookte cv-ketels. En voor ongeveer 60 procent van de restwarmte van elektriciteits- en afvalverbrandingscentrales wordt geen nuttige bestemming gevonden. Al die warmte gaat ongebruikt de lucht of het water in. Minister Kamp wil met de Warmtevisie het aanbod hernieuwbare warmte laten groeien en op die manier de energievoorziening in Nederland diverser en milieuvriendelijke maken. Op dit moment is verreweg het grootste deel van de energie afkomstig uit (niet-groen) gas.

Socialiseren

“De Warmtevisie beschrijft goed hoe de energiemarkt in Nederland eruit ziet, en geeft een beeld van de problematiek van besparing en verduurzaming”, zegt Schepers over de kabinetsplannen. “Maar concrete streefgetallen en praktische maatregelen ontbreken, waardoor de ambities en uitdagingen oppervlakkig blijven.” Een van de cijfermatige doelstellingen van de Warmtevisie is om de warmteproductie uit afvalenergiecentrales te verhogen van 9 PetaJoule in 2013 naar 11 PetaJoule in 2023. “Dat is een haalbaar doel mits er binnenkort strakke regulering komt en een echte energietoekomstvisie”, zegt onafhankelijk milieu- en energiedeskundige Teus van Eck. “Er zou bijvoorbeeld een marktmodel moeten komen met een financiële waardering voor de milieuprestaties van warmtelevering. En er is een oplossing nodig voor de hoge investeringskosten in de aanloop naar een stadswarmteproject.” Nuon, dat stadswarmte levert in onder andere Amsterdam, Rotterdam en Arnhem, vindt overheidssubsidiëring op dat vlak geen overbodige luxe. “Als bedrijf geloven wij in stadswarmte, omdat het milieuvriendelijk, betrouwbaar en innovatief is”, zegt Alexander van Ofwegen, directeur Warmte van Nuon. “Maar er is op korte termijn geen businesscase voor grootschalige projecten in de bestaande bouw. Vanwege de hoge kosten voor de aanleg van een netwerk voor bestaande woningen is de terugverdientijd wel twintig jaar. Bovendien moeten warmtenetwerken vaak concurreren met de bestaande gasinfrastructuur.” De Warmtevisie erkent dat het relatief lage financiële rendement van restwarmteprojecten een energietransitie in de weg staat. Het is één van de knelpunten die de minister wil oplossen. Het probleem heeft niet alleen te maken met de investeringskosten voor de noodzakelijke infrastructuur. De inkomsten van warmteleveranciers zijn namelijk begrensd door het niet-meer-dan-anders-principe, wat betekent dat een afnemer niet meer betaalt voor restwarmte dan voor ‘warmte uit gas’ (inclusief energiebelasting). Minister Kamp belooft in de Warmtevisie om samen met stakeholders een rekenmodel te ontwikkelen dat de integrale businesscase van warmteprojecten in beeld brengt. Zodat warmteproductie- en levering uiteindelijk een concurrerend alternatief worden voor aardgas en elektriciteit.

Houtkachels

De afgelopen jaren is de warmtevraag ongeveer gelijk gebleven, zo blijkt uit onderzoek van CE Delft. Het besparingspotentieel ligt op de korte termijn (in 2020) op ruim 25 procent. En daarnaast kan 25 procent van de warmtevraag hernieuwbaar worden ingevuld. Met de Warmtevisie is eindelijk erkenning gekomen voor de bijdrage die het gebruik van restwarmte levert aan verduurzaming van steden, vindt Van Ofwegen. “De gasinfrastructuur dateert uit de periode vlak na de Tweede Wereldoorlog, en raakt verouderd. Dan ontstaat de vraag: gaan we investeren in modernisering van de gasnetten, of in uitbreiding van het warmtenetwerk? De Warmtevisie kondigt aan dat restwarmte en duurzame warmte beter benut gaan worden. Het gebruik van restwarmte in steden zorgt ter plekke voor een vermindering van de CO2-uitstoot van tot wel 75 procent. Dus waarom zou je de industriële restwarmte die nu nog wordt weggegooid niet gebruiken voor warm tapwater en verwarming van woningen?” Volgens Benno Schepers is naast verduurzaming van de energievraag ook energiebesparing noodzakelijk om de doelstellingen uit het Energieakkoord te behalen. “Aan het brede spectrum van warmte – van geothermie en stadswarmte tot houtkachels en warmte-koude-opslag- wordt in de praktijk nog weinig aandacht besteed. En over besparing wordt veel gepraat, maar er wordt nog nauwelijks actie ondernomen.”

Prijsprikkel

Gemeenten vervullen een spilfunctie in de uitrol van restwarmtegebruik en de doorontwikkeling van warmtebronnen, zo is de breed gedragen visie. Een gemeente kan bijvoorbeeld via een warmteplan voor een wijk of gebied vastleggen of er een warmtenet komt, en of hier in het geval van nieuwbouw een aansluitplicht geldt. In Amsterdam en Rotterdam is het al staand beleid om nieuwbouwwijken aan te sluiten op stadswarmte. Zo’n benadering is niet voor elke stad geschikt, benadrukt Van Eck. “Er is vooral rendement te verwachten op locaties waar restwarmte beschikbaar is en waar een forse warmtevraag bestaat. Naast Amsterdam en Rotterdam zijn dat bijvoorbeeld Purmerend en de stadsregio Arnhem-Nijmegen.” Een verplichte aansluiting op stadswarmtenetten in de bestaande bouw zou de warmtevraag kunnen stimuleren. Maar zo’n verplichting is – ook voor de Warmte­visie- nog een brug te ver, ziet Schepers. “Daarmee zou de rijksoverheid individuele bewoners gaan verplichten om een bepaalde warmtevoorziening te kiezen.” Volgens Nuon kan het gebruik van stadswarmte in de bestaande bouw al een impuls krijgen door subsidiëring van warmtenetten. “Wij zouden eigenlijk willen dat bewoners minder betalen voor stadswarmte dan voor gas, zodat ze gemotiveerd worden om de switch te maken. Zo’n prijsprikkel is mogelijk als de investeringskosten voor het netwerk verminderen. En daarvoor zijn subsidies nodig. Op dit moment zijn er alleen subsidies -vanuit de zogenoemde Stimulering Duurzame Energieproductie – voor bronnen zoals zon, wind en biomassa. Maar de CO2-reductie die restwarmte biedt, zou een vergelijkbare overheidssubsidie zeker rechtvaardigen.”

Nulenergie

Op dit moment geven gemeenten of regio’s elk een eigen invulling aan warmtevoorzieningen. Vanuit de duurzame ambities van gemeenten bestaan hoge verwachtingen van klimaatneutrale bouw. Bij de zogenoemde nulenergiewoningen kunnen bewoners voor een aanzienlijk deel zelf zorgen voor energie en verwarming. Ook bij dit soort projecten kan warmte een rol spelen, weet Nuon uit de ervaringen in de Amsterdamse wijken Buiksloterham en Houthavens. “Bewoners die oplossingen zoeken voor de eigen, lokale energievoorziening kunnen daar gebruik maken van de back-up van stadswarmte. Door de structurele afspraken die wij hebben met producenten, zoals AEB, is er altijd voldoende warmte-energie beschikbaar”, zegt Van Ofwegen. Ook voor andere Nederlandse huishoudens is het warmtenet zeker niet overbodig, vindt Schepers. “In ons land staan zo’n acht miljoen woningen, en hoogstens de helft daarvan komt in aanmerking voor klimaatneutrale (ver)bouw. Voor de overige vier miljoen huizen, waaronder appartementen, zijn alternatieven nodig. En dan biedt het stadswarmtenet uitkomst.” Tegelijkertijd zijn energiebesparende maatregelen in de gebouwde omgeving een must, benadrukt Van Eck. “Alleen als we het energieverbruik fors verminderen, wordt volledige verduurzaming haalbaar. Alles met restwarmte of geothermie willen oplossen is gekkenwerk. Stadswarmte mag nooit een excuus zijn om niets aan energiebesparing te doen: met besparen is meer te winnen dan met restwarmte of welke andere energiebron dan ook. En besparen kunnen we morgen al, terwijl de aanleg van warmtenetten een jarenlange investering vergt.”

Warmtevisie 2.0

Een terugkerend discussiepunt in de ontwikkeling van warmteprojecten betreft de duurzame prestaties. Stadswarmtenetten die draaien op de restwarmte van afvalverbranders, zoals in onder andere Alkmaar gebeurt, zijn op de lange termijn in essentie geen duurzame optie, vindt Van Eck. “Naarmate we meer recyclen, is er minder afval om te verbranden. We importeren nu al afval om al onze centrales te kunnen voeden. En het over grote afstanden versjouwen van afval is natuurlijk geen duurzame oplossing voor onze energiebehoefte.” Daarnaast is er kritiek op het gebruik van restwarmte van kolen- en gascentrales, omdat hiermee niet-hernieuwbare energiebronnen een bestaansrecht zouden behouden. Een voordeel van stadswarmtenetten is dat er allerlei energiebronnen aan kunnen worden gekoppeld – inclusief de allergroenste. Op termijn kunnen bijvoorbeeld geothermie, biovergisting en zonnewarmte gebruik maken van de infrastructuur. Schepers onderschrijft dan ook de aandacht voor verschillende vormen van warmtevoorziening in de Warmtevisie. “Voor het langetermijndoel – een klimaatneutrale gebouwde omgeving in 2050- zijn allerlei alternatieven nodig voor warmtelevering door aardgas. Groen gas en zonnepanelen kunnen maar beperkt soelaas bieden. Stadswarmte is een van de snelste manieren om stappen richting verduurzaming te zetten. Eigenlijk moet er een praktisch actieplan komen om de kansen daarvan te benutten, een soort Warmtevisie 2.0. Maar er staan nu in ieder geval gelukkig meer seinen op groen dan op rood als het gaat om warmte­levering.”

[tabs]
[tab title=”Cijfers en feiten”]
Bijna alle Nederlandse huishoudens (ongeveer 95 procent) zijn aangesloten op gas. Bijna de helft van het energieverbruik in ons land is nodig voor warmteopwekking. Niet meer dan 5 procent van de warmtevoorziening wordt geleverd door restwarmte uit de industrie, zoals elektriciteitscentrales en afvalverbrandingsinstallaties. De ambitie van het kabinet is om de warmtelevering in 2023 flink te vergroten ten opzichte van 2013. Bij warmtekoudeopslag is het doel een verdriedubbeling, bij geothermie gaat het om meer dan een vertienvoudiging. En de benutting van warmte uit afvalenergiecentrales zou stijgen van 9 PetaJoule in 2013 naar 11 Petajoule in 2023. Er zijn momenteel zo’n twintig grote projecten met stadswarmte in Nederland. De Warmtevisie sluit aan bij de doelstellingen van het Energieakkoord waaronder veertig partijen (waaronder overheidsinstellingen, werkgeversorganisaties, vakbonden, natuur- en milieuorganisaties en financiële instellingen) in 2013 hun handtekening zetten. Het Energieakkoord omvat een integraal pakket voor het verminderen en verduurzamen van de energievraag. Doel is onder meer het verminderen van het energieverbruik met jaarlijks 1,5 procent en het verhogen van het aandeel hernieuwbare energieopwekking van de huidige 4 procent naar 17 procent in 2023.

[/tab]
[tab title=”Leerervaringen”]
Levert de aansluiting van bestaande woningen op stadswarmte winst op voor alle betrokken partijen: bewoners, gemeente, woningcorporaties, de huurdersvereniging en warmtebedrijf Westpoort Warmte? Om dat te onderzoeken is in de Amsterdamse wijk Amerbos, in stadsdeel Noord, een proefproject uitgevoerd. Voor 3000 woningen is berekend hoe stadswarmte zou presteren ten opzichte van warmtevoorziening op basis van gas. Bijzonder is dat alle belanghebbenden aan tafel hebben gezeten om het rendement te berekenen van stadswarmte in sociale woningbouw. Een van de conclusies van het onderzoek: bij collectieve systemen, zoals blokverwarming, biedt stadswarmte voor alle partijen winst. Voor individuele woningen pakt het kostenplaatje in vergelijking met gas minder gunstig uit. Maar daarbij is de CO2-reductie die stadswarmte mogelijk maakt niet meegerekend.

[/tab]
[tab title=”Warmtevisie”]
De insteek van de Warmtevisie van minister Kamp van Economische Zaken is dat de (betere) benutting van restwarmte ervoor kan zorgen dat ons land ook op de langere termijn voldoende energie opwekt en dat de energievoorziening verduurzaamt. De Warmtevisie bespreekt twee knelpunten bij de ontwikkeling van warmteprojecten. Deze hebben te maken met leveringszekerheid en met financieel rendement. De rijksoverheid wil daarom de wet- en regelgeving voor warmtelevering hervormen. Daarnaast biedt de overheid (financiële) ondersteuning bij warmteprojecten. De Warmtevisie noemt verschillende goede voorbeelden van warmteprojecten. Het stadswarmtenet van de gemeente Dordrecht krijgt het predicaat uniek. Het netwerk wordt gevoed door verschillende producenten, zodat warmteopwekking gegarandeerd is. Daarnaast investeert de overheid in het Westland in proefboringen om warmte uit diepe aarde te halen (geothermie). Daarmee zou in 80 procent van de warmtevraag in de regio kunnen worden voorzien.

[/tab]
[/tabs]

Foto: Nuon/Jorrit Lousberg

Proef zonnepanelen in geluidsschermen

0
Innovatieve zonnepanelen in geluidsschermen
Innovatieve zonnepanelen in geluidsschermen

Een proefopstelling langs de Randweg in Den Bosch test de mogelijkheid van het opwekken van zonne-energie uit geluidsschermen. Op het eerste oog een ontwikkeling met potentie. De labresulataten beloven veel goeds. De nieuwe proefopstelling test of deze resultaten ook in ‘real life’ behaald kunnen worden. Proef zonnepanelen in geluidsschermen.

Ze vallen behoorlijk op, de twee proefschermen met hun gele en rode vlakken van 5 bij 4,5 meter. De panelen zijn semi-transparant, gemaakt uit plexiglas en perspex. Deze zogenoemde ‘luminescent solar concentrators’ (LSC), vangen zonlicht op en geleiden die naar de zijkant van het paneel. Daar landt het licht in geconcentreerde vorm op de daar aanwezige traditionele zonnecellen. “De LSC is met zijn kleuren veel mooier om te zien, wat een voordeel is voor toepassing in de gebouwde omgeving. Bovendien is het materiaal goedkoop, je kan het uitvoeren in elke kleur, het is stevig en de LSC’s werken ook wanneer het bewolkt is. Het heeft enorme potentie.” Aldus Michael Debije, als TU/e-onderzoeker bij het project betrokken.

Vandalismebestendig

Traditionele zonnepanelen zijn niet geschikt voor langs de snelweg, vanwege de kwetsbaarheid voor opspattende steentjes. In het nieuw ontwikkelde systeem worden de zonnecellen echter beschermd, doordat ze in het materiaal zijn geïntegreerd. Deze integratie in de geluidsschermen zorgt ook voor vandalismebestendigheid. “Door de test in de openbare ruimte uit te voeren, wordt de ontwikkeling versneld en levert deze waardevolle resultaten op die niet verkregen kunnen worden in een laboratorium”, zo zegt Heijmans.

Potentie

De potentie bij een geslaagde test moge duidelijk zijn. Eén kilometer aan dergelijke geluidsschermen levert elektriciteit op voor vijftig huishoudens, op jaarbasis een energiehoeveelheid waar een auto 900.000 kilometer op kan rijden. Nederland kent momenteel ongeveer 1250 kilometer aan geluidsschermen. De ‘Solar Noise Barriers’, zoals de geluidsschermen genoemd worden, zijn gebaseerd op de modulaire geluidsschermen van Rijkswaterstaat, waardoor ze direct toepasbaar zijn op nieuwe projecten en eventueel verwisselbaar zijn met huidige geluidsschermen.

Samenwerking

De TU/e heeft de schermen ontwikkeld, die door Heijmans zijn geplaatst. De Topsector Energie en de gemeente ’s Hertogenbosch hebben het project deels gesubsidieerd, waaraan verder Van Campen Industries, Airbus Defence and Space Netherlands, Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) en Solar Energy Application Centre (SEAC) meewerken.

Innovatieve duinhuisjes op Oerol

0
Innovatieve duinhuisjes op Oerol
Innovatieve duinhuisjes op Oerol

Foto’s: Marcel Bilow

Duinvriendelijke huisjes moeten duinverzwakking tegengaan

Het Oerol-festival is deze week in volle gang. Niet alleen muziek en theater staan op het programma, ook studenten van de TU Delft vertonen er hun kunsten. Ze presenteren hun innovatieve duinhuisjes op Oerol.

Op Terschelling, waar het festival plaats vindt, is door de studenten het ‘Stuiflab’ opgericht. 12 prototypen van duinhuisjes, gebouwd uit stijgerbuizen en stranddoek. De ontwerpen laten zien welke invloed de vorm van een strandhuisje heeft op de zandverstuiving. Het Stuiflab is ontwikkeld op aanvraag van Rijkswaterstaat.

Verstoring natuurlijke aanleg

Rijkswaterstaat kampt met het probleem dat strandhuisjes steeds populairder worden, maar dat dergelijke huisjes het duin aantasten. Duinen dienen namelijk laagje voor laagje opgebouwd te worden, middels zand dat door de wind wordt verplaatst. Gebouwen onderbreken deze natuurlijke aanleg en ondermijnen daarmee de stevigheid van een duingebied. Het onderzoek van de studenten trekt de discussie rondom strandbebouwing uit de gemeentelijke politiek, waar nu nog vaak wordt beslist over wat wel en niet mag. Rijkswaterstaat wil met dit onderzoek een bredere visie en oplossingen voor deze op de problematiek aanbieden.

Duinvriendelijk bouwen

De twaalf ontwerpen maakt de wisselwerking tussen het duin en de huisjes inzichtelijk. Op de tentoonstelling zijn voorbeelden te zien van duinvriendelijke strandhuisjes ontworpen door afstudeerders van aE/intecture. Daarnaast presenteren studenten van Buckylab in een paviljoen hun onderzoek naar duinvriendelijke bouwdeeloplossingen, inpassing en aansluiting op het duinlandschap en makkelijk te monteren en transporteren huisjes. Met de windtunnel wordt het gedrag van het zand zichtbaar gemaakt.

Dit alles is dus te zien op Oerol, dat nog tot en met zondag duurt. Onderstaand filmpje laat zien hoe de studenten te werk zijn gegaan.

Isoleert en verfraait

0
DUO-Systems Nederland B.V.

Sinds de introductie tijdens de week van de Bouw 2015 in Utrecht is Duo Systems een groot succes. Het Duo-Systems gevelisolatie systeem is een resultaat van meer dan 25 jaar ervaring en toepassing als gevelisolatie systeem bij bestaande en nieuwbouwprojecten en biedt vele voordelen. Isoleert en verfraait.

In deze tijd waarin de energieprijzen nog altijd stijgen in plaats van dalen speelt het thema gevelisolatie een belangrijke rol. Bestaande gebouwen en woningen verliezen veel energie en dat moet aangepakt worden.

Rinze Rietstra als productspecialist en adviseur: “Duo Systems biedt energiebesparing, behaaglijkheid en niet onbelangrijk, gevelverfraaiing.” De grijze geprofileerde EPS hardschuimplaten met keramische afwerking zorgen voor een verbetering van de warmteweerstand en wel tot 40 procent besparing. U heeft de keuze uit talloze isolatiediktes, de systeemdikte varieert van 4 cm tot 20 cm en een breed assortiment aan (keramische) steenstrips of tegels. Voor de afwerking met steenstrips zijn de mogelijkheden bijna oneindig (handvorm, vormbak, strengpers of kalkzandsteen). Kortom of de kleur, de afmeting, het metselwerkverband en of de passende voeg wit of grijs moet worden uw ontwerpvrijheid is enorm. Een unieke mogelijkheid voor een architect of opdrachtgever om zich uit te leven. DUO-Systems is duurzaam, betrouwbaar en uitgebreid getest en gecertificeerd. Het hoogwaardige systeem doet wat het belooft, het verhoogt de waarde van uw gebouw.

Groot of klein project

DUO-Systems is uitermate geschikt voor (semi)vrijstaande woningen, rijtjeshuizen, etagebouw, kantoren en fabriekshallen. Bij grotere projecten kunnen kleuren en nuances eventueel op vraag gemaakt worden. Helemaal naar gelang de wens van de opdrachtgever. Duurzaamheid, stabiliteit en brandweerstand bepalen de kwaliteit van het systeem. Duo Systems biedt tien jaar garantie op het gevelisolatiesysteem en is aangesloten bij het gevelgarantieplan.
Kijk voor referenties op: www.duo-systems.nl

[tabs]
[tab title=”DUO-Systems Nederland B.V.”]
Vlasakker 49
3417 XT Montfoort
T 0348 47 04 47
www.duo-systems.nl

[/tab]
[tab title=”Voordelen Duo-Systems”]
Goede isolatie
Behoud van originele constructie
Metselwerk uiterlijk
Gegarandeerde kwaliteit, Duits vakmanschap en milieuvriendelijk
Keuze uit meer dan 100 kleuren en nuances
Gezond en aangenaam
binnenklimaat
Getest en gecertificeerd
Zekerheid

[/tab]
[/tabs]

De bodem in balans

0
Innogreen

Bij Innogreen is de bodem de basis. Deze moderne onderneming is de specialist als het gaat om milieuvriendelijke producten. Vanuit hun visie werken zij aan een beter milieu met als uitgangspunten: eenvoud, effectiviteit, veiligheid, kwaliteit, milieu en rendement. De bodem in balans.

Als ontwikkelaar en producent van hoogwaardige bodemverbeteringsproducten en organische meststoffen heeft Innogreen veel kennis, ervaring en enthousiasme in huis. Met zeven man sterk werken zij elke dag vol passie aan diverse werkterreinen in de openbare ruimte door heel Nederland. Innogreen adviseert en levert organische bemesting en bodemverbetering ten behoeve van: plantsoenen, bomen, sportvelden, depotgronden, daktuinen, begraafplaatsen en bedrijfsterreinen. Maar dat is niet alles wat het bedrijf in huis heeft. Ook adviseren zij hun opdrachtgevers over ge-wasbeschermingsmiddelen en kunnen deze vervolgens ook leveren. Zij bestrijden onkruid, mossen en algen, geven cursussen en workshops op maat en begeleiden bij verwerving van projecten. Klanttevredenheid staat voorop.

Duurzaam

Aandacht voor milieu en maatschappelijk verantwoord ondernemen is anno 2015 een must. Gemeenten gaan steeds duurzamer inkopen en kwekerijen telen bewust. Innogreen heeft de drie P’s (People, Planet, Profit) hoog in het vaandel staan. De organisatie werkt met duurzame materialen en gebruiken verpakkingen van herwinbare grondstoffen. Sinds 2013 hebben zij dan ook duurzaamheid certificaten (NL Greenlabel) behaald op hun meststoffen en bodemverbeteraars.

Innovaties

Innogreen is altijd in beweging als het gaat om innovaties op het gebied van bodemverbetering. Een van deze innovaties is de toepassing van BioBodem. De unieke samenstelling van BioBodem verrijkt het bodemleven waardoor de bodemstructuur en beworteling ­verbeteren. Zodra de bodem door het gebruik van deze biologische korrel een goed evenwicht heeft bereikt, zijn gezonde vitale planten het resultaat. Voor het bestrijden van onkruid, algen en mossen gebruikt Innogreen het middel CITO Global Herbicide. Dit middel is biologisch en breekt volledig en zeer snel af. Daarnaast is het middel ook toepasbaar langs hagen, geeft het geen schadelijk residu, is het ecologisch verantwoord en kan het zes keer per jaar toegepast ­worden.

Groene daken

Groen op daken en tegen wanden is sterk in opkomst. Daar zijn echter wel een aantal randvoorwaarden aan verbonden om te ­zorgen voor een goed eindresultaat. De keuze van de grond, het substraat en de toevoegingen zijn daarom van cruciaal belang. ­Innogreen is zeer ervaren op het gebied van groene daken en wanden en geeft uitgebreid advies over waarop gelet moet worden bij de aanleg, het onderhoud, de voeding voor de planten en de nazorg. Kijk op www.innogreen.nl voor aanvullende informatie.

[tabs]
[tab title=”Innogreen”]
Beatrixhaven 25
4251 NK Werkendam
T 0183 – 509 796
F 0183 – 509 795
www.innogreen.nl

[/tab]
[/tabs]

Kennis hebben is macht, kennis delen is kracht

0
Reanco benelux bv

Reanco is al jarenlang een begrip op het gebied van milieuvriendelijke geluidswerende voorzieningen en schanskorf-constructies die zowel functioneel als esthetisch zijn. Kennis hebben is macht, kennis delen is kracht.

Reanco biedt een totaalpakket aan en creëert een leefbare omgeving door het reduceren van de geluidsoverlast bij grote projecten, maar ook op kleine schaal voor gemeenten, overheid en semi-overheid. Het bedrijf levert twee soorten schanskorven: grondgevulde korven en/of steengevulde korven. Steeds meer opdrachtgevers ontdekken de voordelen van schanskorven. Ze zijn licht- en luchtdoorlatend en geven bijvoorbeeld een viaduct een mooie uitstraling. Reanco levert de schanskorven geheel op maat met eigen engineering voor de hogere schanskorven. De schanskorven kunnen met diverse soorten vullingen (cradle to cradle) gevuld worden.

Projecten

In de afgelopen jaren heeft het bedrijf vele projecten uitgevoerd in opdracht van diverse opdrachtgevers. Hieronder lichten we er een drietal recent afgeronde projecten uit. De plaatsing van een acht meter hoog geluidsscherm, een grondkering met schanskorven en 600 meter groene schermen gevuld met substraat en beplanting.

Ontwikkeling

Kwaliteit staat centraal bij de organisatie. Om elke dag dit streven te bereiken beschikt Reanco over de nodige certificaten zoals ISO9001-2000 en het VCA** certificaat. Kennis hebben is macht en de kennis delen is de kracht is het motto van directeur H.J. Spoelstra. Reanco heeft jarenlange ervaring in de branche en heeft alle kennis in huis. Reanco is volop in ontwikkeling. Begin dit jaar introduceerden zij prefab schanskorven die snel gebouwd kunnen worden. De vulling wordt op locatie of van te voren aangebracht. Uiteraard kunnen deze prefab schanskorven op maat gemaakt worden naar gelang de wens van de klant. Want die staat bij Reanco altijd voorop.

Reanco biedt de volgende producten aan:
[list color=”dark”]

  • Geluidswerende voorzieningen
  • Grondkeringen
  • Uitstroomvoorzieningen
  • Gevelbekleding
    • [/list]
      [tabs]
      [tab title=”Reanco benelux bv”]
      Kantonnaleweg 1
      3542 DB Utrecht
      T 030 240 70 07
      F 030 248 67 98
      www.reanco.nl

      [/tab]
      [/tabs]

Licht op hoogte

0
Oostendorp Nederland B.V.

Al decennia lang installeert en onderhoudt Oostendorp Nederland b.v. licht op hoogte. Met 22 man sterk zetten zij zich iedere dag in voor verlichting op sportvelden en de laatste tijd ook voor licht op terreinen voor grote specifieke industrie of infra projecten.

Oostendorp Nederland kan met haar diverse professionele ­verlichtinginstallaties aan vrijwel alle eisen en wensen voldoen. Het bedrijf is marktleider op het gebied van sportveldverlichting. Maar ook voor terreinverlichting worden zij steeds vaker in de arm genomen. Denk hierbij aan weg- en spoorverlichting, verlichting van parkeer-, station-, opslag-, rangeerterreinen, vliegvelden en overslagterreinen van havens. Aan openbare verlichting worden hoge eisen gesteld. De organisatie is er dan ook heel trots op dat zij voor een groot aantal NS-stations de verlichting van de parkeerterreinen mocht aanleggen alsmede de verlichting voor het project Waalhaven. Bij het laatste project vormden het prestigieuze karakter, het gebruik van innovatieve LED-armaturen en web-based aan­sturingsmogelijkheden een enorme uitdaging. Oostendorp Nederland heeft door haar continue beschikbaarheid en de adequate houding ten aanzien van de uitvoering van het project, het project met groot succes afgerond.

Data, ICT en Techniek

Met een gemotiveerd team van jonge enthousiaste engineers en software ontwikkelaars houdt Oostendorp Nederland DATA zich bezig met het combineren van moderne ICT technologieën met nieuwe en bestaande technieken. Het bedrijf is altijd in ontwikkeling. Vanuit de visie om meer te betekenen voor hun opdrachtgevers omtrent de bestaande en toekomstige lichtinstallaties, wordt er te allen tijde meegedacht met de klant. Er wordt gezocht naar oplossingen die het gebruiksgemak vergroten en de kosten verminderen. De combinatie van het bedrijf, haar kennis van informatie- en communicatietechnologie en de expertise en ervaring van Oostendorp Nederland in de (Electro) techniek zorgen voor een uniek concept op het gebied van automatisering.

Onderwijs- en researchapparatuur

De afdeling Oostendorp Research vertegenwoordigt meerdere leveranciers van hoogwaardige en geavanceerde onderwijs- en research­apparatuur voor zowel hogescholen en universiteiten als voor de voedings-, maritieme en automobielindustrie. De kleinschalige, veelal computergestuurde practicum proefopstellingen verschaft studenten inzicht op het gebied van chemische, voedings-, civiele- en maritieme technologie, milieu-, werktuig-, water- en bouwkunde. De onderzoeks- en ontwikkelingssystemen op miniatuurschaal stellen onderzoeks- en ontwikkelingsteams in staat om nieuwe producten en formuleringen snel en makkelijk te testen en meerdere kosten­effectieve proeven uit te voeren in een gecontroleerde laboratorium omgeving.

Ontwikkeling

Oostendorp opereert landelijk en internationaal. Via aannemers worden opdrachten in Duitsland, België, Suriname en Haïti uitgevoerd. Het bedrijf heeft de nodige certificaten in huis zoals VCA* en de ISO 9001. Elke dag staat de organisatie volop in ontwikkeling. Vanuit de markt kwam de vraag tot uitbreiding van de openbare en industriële verlichting. Oostendorp levert kwaliteit en zet zich daarmee als specialist in de markt.

[tabs]
[tab title=”Oostendorp Nederland B.V.”]
Fruiteniersstraat 1
3334 KA Zwijndrecht
Postbus 1104
3330 CC Zwijndrecht
T 078 610 51 00
F 078 610 40 62
www.oostendorpbv.nl

[/tab]
[/tabs]

Innovatief in grondverbetering

0
Wicks

Wicks is een internationaal opererende aannemer in grondverbeteringtechnieken, dat VCA**, ISO 9001 en ISO 14001 gecertificeerd is. Het bedrijf biedt oplossingen voor grondverbeteringprojecten van elke omvang en complexiteit, overal ter wereld. Het hoofdkantoor staat in Gorinchem en de regiokantoren in Bolsward en Singapore. Innovatief in grondverbetering.

Grondconsolidatie is een langdurige en kostbare zaak bij landaanwinningprojecten e.d. op samendrukbare ondergrond. Verticale en horizontale drainage-oplossingen bieden aanzienlijke besparingen in tijd en geld. De economische verdichtingtechnieken, oppervlakte- en diepverdichting van Wicks verbeteren de draagkracht van de ondergrond. Het geotechnisch team van de organisatie staat te allen tijde klaar voor het geven van advies en het ontwerpen van oplossingen.

Verticale en horizontale drainage

Wicks heeft een breed scala aan draineermachines. Het machinepark wordt constant aangepast aan de specifieke eisen van de klanten. Het aanbrengen van verticale drainage levert tijd- en kostenbesparing.

Specifieke voordelen van verticale drainage zijn:[list color=”dark”]

  • Minder en kortere voorbelasting in de voorbereidende fase;
  • Sneller bouwrijp maken van een terrein omdat de grond sneller consolideert;
  • Minder restzetting in de toekomst en daardoor minder onderhoud.

[/list]
De capaciteit van de draineerstellingen variëren in installatiediepte en -kracht. De grootste stelling kan drainage aanbrengen tot 60 meter diep en met een kracht van 45 ton. De stellingen van Wicks zijn uitgerust met data-loggers en sommige makelaars zijn volledig geautomatiseerd, zodat hoge producties en zelfs onder water aanbrengen van drainage tot de mogelijkheden behoort. Horizontale drainage wordt onder andere toegepast in de traditionele landbouw, bij bouwputbemaling en bij het draineren van sportvelden. Wicks heeft jarenlange ervaring in installatie van horizontale drainage. De installatiecapaciteit varieert van 0 tot 6 meter diepte.

Verdichten

Wicks biedt mogelijkheden voor bodemverbetering door middel van verdichting zoals diepverdichting en oppervlakteverdichting. Voor halfdiepe grondlagen werkt het bedrijf met compactiehamers die aan graafmachines zijn bevestigd. Dit is een kosteneffectieve manier om de bodem te verdichten tot een diepte van 8 meter. Ondiepe grondlagen van 1 tot 2 meter worden verdicht met Broons rollers die door een tractor worden voorgetrokken.

Innovatie

Vernieuwing en innovatie staan bij Wicks hoog aangeschreven. Recente voorbeelden zijn de ontwikkeling van de grootste verticale drainagestelling ter wereld en de 3000 m jumbo drainrol. De grootste verticale drainagestelling ter wereld is in 2012 in gebruik genomen en heeft een compleet aangepaste Hitachi EX1200 als basis en is geheel in eigen beheer gebouwd op het werf van Wicks in Bolsward. Samen met een drain producent heeft Wicks drainrollen van 3000 m ontwikkeld. Deze drainrollen hebben in vergelijking met de conventionele systemen een hogere output en een verbeterde cyclustijd. Voor actuele projecten zie: www.wicks.nl

[tabs]
[tab title=”Wicks”]
Jan Blankenweg 2
4207 HN Gorinchem
T 088 8265500
www.wicks.nl

[/tab]
[/tabs]

Specialist in staalkabelnetten

0
Hans Jansen Staalkabels

Hans Jansen Staalkabels vindt zijn oorsprong in de watersport. Het inmiddels 25 jaar oude familiebedrijf is in de breedte gaan opereren door een prangende vraag vanuit de markt. Nu zijn zij al vele jaren verantwoordelijk in Nederland voor de verkoop en montage van RVS staalkabelnetten. Specialist in staalkabelnetten.

De laatste jaren wordt er in de bouwwereld meer gebruik gemaakt van RVS staalkabelnetten. Het product is uiter­mate geschikt om o.a. toe te passen op bruggen. Roestvaststalen staalkabel­netten hebben namelijk vele voordelen. Ze zijn licht in gewicht, transparant, volledig recyclebaar, onderhoudsvrij en ze hebben een lange levensduur zonder een milieubelastende behandeling. Daarnaast worden de RVS staalkabelnetten op een milieuvriendelijke wijze geproduceerd. Door de voordelen van dit unieke product is het niet meer dan logisch dat de bouwwereld inmiddels overstag is gegaan, gezien de hoge eisen die gesteld worden in de bouw en industrie.

Kwaliteit

Hans Jansen Staalkabels levert kwaliteit. Niet alleen leveren zij de staalkabelnetten, ook monteren zij de netten op locatie. Hiermee garanderen zij service, kwaliteit en vertrouwen. Alle staalkabelnetten worden op maat gemaakt in hun eigen productiefabriek in ­Alphen aan den Rijn. Hans Jansen Staalkabels heeft daarvoor een machine ontwikkeld die grote capaciteit aankan en duurzaam te werk gaat. De kwaliteit stijgt daarmee naar een hoger niveau. De gemiddelde levertijd van de RVS staalkabelnetten is vier weken. Door hun jarenlange ervaring in de branche heeft het bedrijf al vele RVS staalkabelnetten gemonteerd in de meest uiteenlopende projecten. De projecten zijn bijvoorbeeld gedaan voor scholen, bruggen, zorginstellingen en appartementen. Kijk voor uitgebreide beschrijvingen en foto’s op: www.staalkabelnetten.nl.

Ontwikkelingen

Het bedrijf zit uiteraard niet stil en is elke dag volop in beweging om de opdrachtgever nog beter van dienst te kunnen zijn. Hans Jansen Staalkabels richt zich bijvoorbeeld ook op tafels en stoelen waar RVS staalkabelnetten in verwerkt zijn. Alles is mogelijk. Ook zijn zij continu bezig om hun machines te optimaliseren en ook het minimaliseren van de ecologische foodprint staat hoog op de prioriteitenlijst.

[tabs]
[tab title=”Hans Jansen Staalkabels”]
Koperweg 11 M
2401 LH Alphen aan den Rijn
T +31(0)172 519172
www.staalkabelnetten.nl

[/tab]
[tab title=”Toepassingen”]
Scholen/kinderdagverblijven
Appartementencomplexen
Woonhuizen
Bruggen
Zorginstellingen
Interieurdesign
Diversen

[/tab]
[/tabs]

Vegen met passie

0
VZB Nederland B.V.

VZB is de afkorting voor Veeg-Zuig-Bedrijf en houdt zich bezig met het schoonmaken van onder andere straten, wegen en terreinen, asfalt en betonverharding voor Rijkswaterstaat, gemeenten, provincies, aannemers en particuliere bedrijven. Vegen met passie.

VZB is gevestigd in Geldermalsen en vanuit die locatie worden de opdrachtgevers door heel Nederland bediend. De doelstelling van het bedrijf is dat kwaliteit altijd boven kwantiteit gaat en dat een verregaande serviceverlening hoog in het vaandel staat. Niet voor niets zijn ze bij VZB van mening dat hoe beter het werk is dat je aflevert, hoe meer schik je er in hebt om het af te leveren. VZB is 24/7 bereikbaar voor calamiteiten en werkt met haar tien fulltime gespecialiseerde werknemers elke dag met volle enthousiasme aan diverse projecten.

Uitgebreid wagenpark

Een van de in het oog springende kenmerken van het bedrijf is dat zij een uitgebreid wagenpark tot hun beschikking hebben. VZB ontwikkelt zelf hun machines om nog beter aan de vraag van de klant te kunnen voldoen. De machines worden in eigen beheer geproduceerd wat het bedrijf internationaal in de kijker zet.

Euro 6

De Europese emissiestandaard is de emissienorm voor voertuigen die in de Europese Unie van kracht is. De emissiestandaard wordt voortdurend strenger: voertuigen mogen steeds minder schadelijke stoffen in het milieu uitstoten. Bij een onlangs afgerond project dat het reinigen van een tunnel op de A4 betrof, mochten er alleen wagens gebruikt worden die voldeden aan de Euro 6 norm. In Nederland zijn er drie wagens die aan deze norm voldoen. VZB bezit twee van deze wagens.

Certificering

Niet alleen serviceverlening staat hoog in het vaandel, ook zorg voor mens en milieu staat hoog op de prioriteitenlijst bij VZB. Niet voor niets zijn zij een VCA** en ISO 9001 gecertificeerd bedrijf. Het beleid van de organisatie is een steeds verdergaande interpretering van het veiligheid- en gezondheidsplan. Naast deze certificeringen is het Arbo- en milieuzorgsysteem geïntegreerd in de dagelijkse bedrijfsvoering.

[tabs]
[tab title=”VZB Nederland B.V.”]
De Iepenwei 6
4191 PD Geldermalsen
T 0800 – 8928928
www.vzbnederland.nl

[/tab]
[tab title=”Machines in het wagenpark”]
Combinatiemachines
Veeg/zuigwagens 2,2 meter breed
Veeg/zuigwagens 2,45 meter breed
Waterwagen
Vrachtwagen en dieplader
Vrachtauto 6×6

[/tab]
[/tabs]