Home Blog Pagina 367

Maatregelen stimuleren energiezuinige nieuwbouw

0
Maatregelen stimuleren energiezuinige nieuwbouw
Maatregelen stimuleren energiezuinige nieuwbouw

Er is gerede kans dat energiezuinige nieuwbouw over vijf jaar vanuit de EU een wettelijke vereiste is. Vandaag de dag is de vraag vanuit de markt naar energiezuinige nieuwbouw echter nog gering. Overheid en bedrijfsleven beginnen te beseffen dat het nodige moet gebeuren om de doelstellingen te halen. Met het ‘Programma Zeer Energiezuinige Nieuwbouw (ZEN) voor de Klant’ stimuleren Bouwend Nederland, NEPROM, NVB en Aedes dat de overgang naar de nieuwe eis van 2021 soepel verloopt. Los daarvan dienden de ministers Blok en Van der Steur een wetsvoorstel in omtrent dit onderwerp.

Transitie

Het doel van het programma is om het systeem en denkpatronen te veranderen, zodat energie niet meer wordt beschouwd als kostenpost, maar een unique buying point is voor de consument. ZEN wil een ondersteunende functie vervullen, voorbeeldprojecten realiseren die voldoen aan de eisen en daarover kennis ontwikkelen en uitwisselen met consumenten, bouwprofessionals en stakeholders. Bij de eerste bijeenkomst waren 75 deelnemers, afkomstig van ontwikkelbedrijven, bouwbedrijven, corporaties en beleggers. Bouwend Nederland benadrukt dat aanmelden voor deelname aan het Platform ZEN nog altijd mogelijk is.

Wetsvoorstel energieprestatievergoeding

Een maatregel vanuit de overheid die hier op inspeelt is een wetsvoorstel dat vorige week werd ingediend door de ministers Blok (Wonen en Rijksdienst) en van der Steur (Veiligheid en Justitie). Dat wetsvoorstel omvat dat verhuurders die hun woningen tot een (bijna) energieneutrale woning of nul-op-de-meter woning renoveren, een energieprestatievergoeding aan hun huurders vragen. Hierbij wordt gestreefd dat huurder en verhuurder in overleg tot de juiste berekening komen. Beoogt moet worden dat de totale woonlasten voor de huurder niet stijgen. Het geld dat de huurder bespaard op de energierekening, zal hij na renovatie huur en een energieprestatievergoeding betalen aan de verhuurder.

Provincies vergeten te slopen

0

Onderzoek toont aan dat vanuit de provinciën weinig tot geen aandacht is voor sloop van leegstaand vastgoed. Drie maanden na de provinciale verkiezingen hebben elf provincies (alleen Zeeland niet) hun collegeakkoord rond. Volgens onderzoek van onafhankelijk kennisinstituut Platform31 blaken de provincies van het zelfbewustzijn, maar vergeten ze daarbij de grote opgave op het gebied van leegstand. Het lijkt erop dat provincies vergeten te slopen.

Provincies prijken in de coalitieakkoorden vooral met ambitieuze plannen gericht op duurzaamheid en economische ontwikkeling. In het Nederlands Dagblad van gisteren lichtte onderzoeker Koos van Dijken van Platform31 het onderzoeksrapport toe. “Ik snap dat het voor een nieuwe coalitie leuker is te zeggen dat zij de economie gaan bevorderen en gaan investeren in duurzaamheid, dan dat je met een oplossing komt voor de leegstand. Maar dat is wel hét probleem waar ze zich voor geplaatst zien en waarvoor zij geacht worden een oplossing te vinden. Het is tijd dat de provincies hun verantwoordelijkheid nemen.”

Innovatie in krimpgebieden

Er is veel aandacht voor herbestemming, maar cijfers wijzen uit dat dit nooit het volledige aanbod van met name lege kantoren kan opvangen. Er staat zo’n 9 miljoen vierkante meter aan kantoren leeg. Zelfs bij economische groei zal maar een minderheid van dat aantal weer in gebruik worden genomen. Als het gaat om krimpgebieden pleit het rapport voor investering in innovatie. Als voorbeeld wordt genoemd de bouw van een nieuwe sluis bij Terneuzen, ter waarde van een miljard euro.

Onderlingen concurrentie

De oude economische gedachte, waarbij bedrijventerreinen en campussen kennis bij elkaar brengen, moet volgens Platform31 deels worden herzien, in een tijd waar zzp’ers met weinig behoefte aan werkruimte een belangrijke economische rol vervullen. Het rapport signaleert verder dat provincie’s en regio’s elkaar concurreren, en dat daardoor gedeelde belangen over het hoofd kunnen worden gezien.

Gemeentelijke financiën

Daarnaast wordt de controle van gemeentelijke financiën genoemd. ‘De financiële risico’s bij gemeenten zijn aanzienlijk door de overheveling van de AWBZ en de jeugdzorg. Dat verzwaart de taak van provincies behoorlijk in het toezicht houden op gemeentelijke financiën’. Platform31 geeft aan in de coalitieakkoorden geen visie te zien op de controle van dergelijke potentiële financiële risico’s.

Politiek akkoord over Omgevingswet

0

Vorige week bleek in de Tweede Kamer een brede steun voor de Omgevingswet. Minister Melanie Schultz van Infrastructuur en Milieu kan zich nu richten op een bestuursakkoord met de koepelorganisaties. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten, VNG, meldt dat achter de schermen al overeenstemming is over de inhoud en organisatie van de invoering van de nieuwe wet- en regelgeving. Daarmee blijkt een politiek akkoord over de Omgevingswet.

Deze overeenstemming tussen Rijk, VNG, IPO en Unie van Waterschappen over de te volgen koers zal worden vastgelegd in een bestuursakkoord dat waarschijnlijk deze week wordt getekend, zo meldt VNG.
De Omgevingswet beoogt het omgevingsrecht te vereenvoudigen en te verbeteren. Wetten als de Wro, Wabo en de Tracéwet, moeten vervangen worden door een wet die de belangrijkste delen van het omgevingsrecht zowel procedureel als materieel omvat: de Omgevingswet.

Rol gemeenten

Vorige week was de plenaire behandeling van de Omgevingswet in de Tweede Kamer. Minister Schultz zei daar dat het succes van de enorme stelselherziening staat of valt met de uitvoering ervan door gemeenten. Met oog daarop is het ministerie heel vroeg begonnen om met VNG, IPO en Unie van Waterschappen de implementatie voor te bereiden. Schultz gaf aan geen enkel ander wetstraject te kennen waarbij ooit zo vroegtijdig gestart is met de implementatie.

Dalende kosten

Volgens de eerste berekeningen zullen lasten voor gemeenten structureel dalen met 35 tot 51 miljoen euro. De kosten en baten van de uitvoeringsregelgeving worden later bepaald.
Er wordt inmiddels gewerkt aan het Omgevingsloket online. In 2017 worden de centrale en decentrale regelgeving verwerkt in het digitale systeem. In 2018 – het jaar van de Omgevingswet – gaat het geheel online, samen met de internetmodule voor het Activiteitenbesluit en de site Ruimtelijkeplannen.nl.

Winnend ontwerp gebruikt verkoold hout voor Guggenheim Helsinki

0
Winnend ontwerp gebruikt verkoold hout voor Guggenheim Helsinki
Winnend ontwerp gebruikt verkoold hout voor Guggenheim Helsinki

De internationale ontwerpwedstrijd voor een nieuw Guggenheim Museum in Helsinki is gewonnen door Moreau/Kusunoki. Dit jonge en kleine architectenbureau is geselecteerd uit maar liefst 1.715 deelnemers. De ontwerpwedstrijd was daarmee één van de meest prestigieuze van de afgelopen jaren. Het ontwerp plaatst het museum nadrukkelijk in de stedelijke omgeving en maakt gebruik van natuurlijke en traditionele bouwtechnieken, zoals verkoold hout.

Het winnend ontwerp bouwt het museum op uit verschillende paviljoens en pleinen, een variatie aan open en gesloten binnen- en buitenruimten, waarmee de bezoekers worden uitgenodigd om de ‘dialoog aan te gaan met de kunst, de architectuur en de plek’. Openheid en transparantie waren prioriteit voor het architectenbureau. Lastig, aangezien musea van nature vragen om gesloten ruimten, in verband met licht en atmosfeer. Daarom is gekozen voor een gefragmenteerde oplossing, waarbij met name de begane grond en de loopgang en binnenstraat openheid verschaffen. Zo wordt het museum nadrukkelijk in de stedelijke context geplaatst, die bepaald wordt door de zee en omliggende markten, musea en winkels.

Guggenheim

Houtskool

Speciaal tintje aan het museum is het gebruik van verkoold hout voor de gevels, wat het museum een specifiek zwart karakter geeft. Het Japans/Franse architectenkoppel hierover: “Dit materiaal is al in het beginstadia van het ontwerp geselecteerd. Het gebruik van verkoold hout is diep verankerd in de traditie van houtbewerking in Finland en ook in die van Japan. Het is een traditionele techniek om het hout sterker en weerbaarder te maken tegen water en vuur. Daarnaast is het erg mooi, speciaal wanneer het verouderd en er een doffe glans ontwikkeld.”

Moreau_Kusunoki_GUG_H_00_H_©_Moreau_Kusunoki_-_ArtefactoryLab

Slim en simpel

De horizontale verspreiding van de paviljoenen en gebouwen laat zo veel mogelijk zonlicht toe, daarnaast zorgt getripleerd glas voor isolatie en is gekozen voor natuurlijke bouwmaterialen. Dit alles vanuit de gedachte ‘back to nature’. Niet de technologie staat centraal, maar het denkwerk, met duurzame oplossingen en slimme verwijzingen naar de haven van Helsinki en de Guggenheim musea in Bilbao en New York. Of in Cruijffiaanse terminologie: ‘we willen gewoon een slim en simpel systeem’.

Moreau_Kusunoki_GUG_H_02_H_©_Moreau_Kusunoki_-_ArtefactoryLab

Respect voor omgeving

De prijs is een initiatief van het Solomon R. Guggenheim Foundation. De jury, onder leiding van architect Mark Wigley sprak van een ontwerp met ‘diep respect’ voor de plek en situatie. “Het waterfront, het park en de nabije stedelijke omgeving staan allemaal in dialoog met het losse cluster van paviljoens en de stroom van mensen en activiteiten ertussen.” Moreau/Kusunoki kan rekenen op een bedrag van 100.000 euro, terwijl aan de andere vijf genomineerden 55.000 euro wordt uitgekeerd. Met de realisatie van het museum is naar verwachting 140 miljoen euro gemoeid. Het museum zal kunst gaan tonen van Scandinavische kunstenaars en de gangbare Guggenheim collectie.

Moreau_Kusunoki_GUG_H_07_H_©_Moreau_Kusunoki Beeld: Moreau Kusunoki – ArtefactoryLab, Moreau Kusunoki

Europees fonds voor stadsinnovatie met voorbeeldfunctie

0
Europees fonds voor innovatie met voorbeeldfunctie
Europees fonds voor innovatie met voorbeeldfunctie

€371 miljoen voor innovatieve oplossingen voor ruimtelijke problemen

De Europese Commissie presenteerde begin deze maand tijdens het CITIES Forum in Brussel de uitkomsten van de consultatie over de EU Urban Agenda. Geconcludeerd werd dat deze Urban Agenda zich wil richten op een ‘nieuw partnerschap tusen steden, regio’s, lidstaten en de EU. Prioriteit ligt op smart, duurzaam en inclusief. Iets concreter is de aankondiging van een fonds van €371 miljoen voor Urban Innovative Actions, Europees fonds voor stadsinnovatie met voorbeeldfunctie.

Voorbeeldfunctie

Deze aankondiging werd gedaan door Eurocommissaris voor de Energie Unie Šefčovič en die voor Regionaal Beleid Crețu. Per project kunnen innovatieve oplossingen voor prangende stedelijke vraagstukken rekenen op een investering van maximaal € 5 miljoen. Het gaat hier specifiek om de voorbeeldfunctie. Om innovaties die ook voor andere steden of stedelijke gebieden interessant kunnen zijn om over te nemen. De gehonoreerde projecten mogen maximaal 3 jaar duren en een project moet in ieder geval betrekking hebben op 50.000 inwoners. Samenwerking tussen meerdere steden of in een stedelijk gebied is daarbij toegestaan.

Concrete resultaten

Meer informatie over deze Urban Innovative Actions volgt in het najaar. Zoals gezegd is het fonds opgericht in het kader van de Europese Urban Agenda. Bij de bijeenkomst in Brussel bleek dat niet zozeer behoefte is aan nieuwe regelgeving of beleid, maar aan het beter benutten van bestaande structuren en beleidsinstrumenten. Men wil meer focus op specifieke prioriteiten waaruit concrete resultaten komen zoals smart cities, in het bijzonder als het gaat om de koolstofarme economie, klimaatbestendige steden en sociale inclusie. Daarom wordt ingezet op betere afstemming en coördinatie van EU-beleid voor steden middels het Europese Climate Adaptation Platform, het European Innovation Partnership on Smart Cities & Communities en vanaf komend najaar dus de Urban Innovative Actions.

Platform voor stadsontwikkeling en architectuur in Den Haag

0
Nieuw platform voor stadsontwikkeling en architectuur in Den Haag
Nieuw platform voor stadsontwikkeling en architectuur in Den Haag

Op de Dag van de Architectuur, afgelopen zaterdag, is in Den Haag de komst van het ‘Platform voor Stedelijke Ontwikkeling en Architectuur’ aangekondigd. Het platform wil het debat over stedenbouw, ruimtelijke economie, duurzaamheid en architectuur in de Hofstad stimuleren. Kennis, netwerk en innovatie in de Hofstad dient volgens de initiatiefnemers gebundeld te worden.

Het Haags Architectuur Café (HaAC), BNA Kring Haaglanden en Stroom Den Haag hebben met de gemeente Den Haag meer dan twee jaar gewerkt aan de komst van het platform. “Met dit platform wil de gemeente Den Haag bewoners, bedrijven en bezoekers actief uitnodigen mee te denken over stedenbouwkundige vraagstukken in hun stad. De stad is aan het veranderen”, meldt wethouder Joris Wijsmuller (Stadsontwikkeling, Wonen, Duurzaamheid en Cultuur).

Gefragmenteerde stadsontwikkeling en architectuur

Volgens HaAC kenmerkt Den Haag zich door fragmentatie van organisaties met eigen doelstellingen die weliswaar elkaar wel via netwerken weten te vinden. De vergelijking wordt getrokken met Delft en Rotterdam, waar architectuur centra functioneren als ‘geoliede machine met een professionele aanpak’. “De Haagse netwerkorganisaties hebben geen top, geen bestuur, geen hoofdkwartier, geen beleidsplan, slechts incidentele financiering en sponsoring door betrokkenen. Met het platform komt er één aanspraakpunt.” Na de zomer wordt een voorzitter aangesteld die het platform vorm zal geven. “Eén persoon die ons en de visie die wij allemaal delen, representeert naar de gemeente, landelijke organisaties, woningcorporaties, projectontwikkelaars etc. Een platform kan een belangrijke rol spelen bij het zichtbaar maken van alle organisaties binnen het netwerk, kennis bundelen en een voortdurend debat stimuleren in en met de hele stad. Daarom is een platform noodzakelijk.”

Afstoot rijksvastgoed

De huidige ruimtelijke opgaven in Den Haag zijn interessant. Enerzijds is er te weinig woonruimte om aan de vraag te kunnen voldoen. Anderzijds stoot de Rijksoverheid in Den Haag een aanzienlijk deel van haar kantoren af de komende vijf jaar. Maar liefst 296.991 m2 vloeroppervlak aan overtollig rijksvastgoed komt de komende jaren op de markt in Den Haag. Aangezien hier de vraag het ver laat afweten ten opzichte van het aanbod, lijkt een kans te liggen voor herbestemming en transformatie van dergelijke kantoren tot woonruimte.
Op architectonisch gebied beoogt de gemeente al langere tijd seriematige bebouwing tegen te gaan en bewoners middels de kavelwinkel meer ruimte te geven voor inspraak en zelfbouw, maar ook hier lijkt nog een cultuuromslag te maken.

Platform voor stadsontwikkeling en architectuur in Den Haag. Zie ook:
Transformatie voormalige kantoorpand Octrooiraad.

Nieuwe cijfers tonen herstel bouwketen

0
Nieuwe cijfers tonen broos herstel bouwketen
Nieuwe cijfers tonen broos herstel bouwketen

De pas verschenen Monitor Bouwketen voorjaar 2015 laat een voorzichtig positief beeld zien. Over de hele bouwketen is de orderportefeuille van bedrijven toegenomen met gemiddeld drie-tiende maand. Bedrijven zijn positiever geworden over de omzetontwikkeling. Maar het herstel vertaalt zich nog niet sterk door in verwachtingen over het personeelsbestand. Qua prijsniveau wordt stabilisatie of mogelijke een lichte stijging verwacht. Nieuwe cijfers tonen herstel bouwketen.

De Monitor Bouwketen is gebaseerd op de conjunctuurmetingen onder de leden van de BNA, Bouwend Nederland, NLingenieurs en UNETO-VNI. De toename over de gehele linie verhult onderlinge verschillen. Grootste stijgers zijn architecten, ingenieursbureaus en installatiebedrijven. Bij bouwbedrijven steeg de werkvoorraad in de woningbouw, maar daalde deze in de utiliteitsbouw en wegenbouw.
Ondernemers hebben positieve verwachtingen voor de omzet in het 2e kwartaal (zie grafiek hierboven). Dit komt zeer waarschijnlijk door de afloop van het laag btw-tarief, wat tot 1 juli een tijdelijke toename van de omzet tot gevolg heeft. Gevreesd wordt dan ook dat de stopzetting van het lage btw-tarief een forse terugval van het aantal opdrachten teweeg zal brengen. De naweeën van de crisis zijn nog altijd voelbaar en het herstel is broos. BNA, Bouwend Nederland, NLingenieurs en UNETO-VNI roepen dan ook continu op om het lage btw-tarief vooralsnog met een jaar te handhaven.

De volledige monitor is hier te vinden.

BNA-directeur gaf op BNR Nieuwsradio een korte toelichting op de cijfers.

Nieuwe cijfers tonen broos herstel bouwketen
Bron: EIB

Glas-glas zonnepanelen meest populair in Nederland

0
Glas-glas zonnepanelen meest populair in Nederland
Glas-glas zonnepanelen meest populair in Nederland

Nederlandse consumenten kiezen steeds vaker voor glas-glas-zonnepanelen. Dat meldt Solarwatt, martkleider in zonnepanelen in de Benelux. Glas-glas-zonnepanelen vormen nu tachtig procent van het totaalaantal door Solarwatt verkochte panelen aan consumenten in Nederland, terwijl dat twee jaar geleden nog nul procent was. In de rest van de wereld is dit zo’n veertig procent.

De oudere typen zonnepanelen leveren minder op voor zonnepaneleneigenaren. Het vermogen van deze panelen degradeert in de loop der tijd, waardoor het totale vermogen van het zonne-energiesysteem jaarlijks terugloopt. Tegelijkertijd groeit de stroombehoefte: doordat er steeds meer apparatuur in huis komt, neemt het stroomverbruik van de consument elk jaar toe.

Stabiliteit

Erik de Leeuw, commercieel directeur van SOLARWATT: “Bij de aanschaf is het belangrijker te letten op stabiliteit dan op initieel vermogen. Want over tien jaar haal je met dezelfde toepassingen – die meer gaan verbruiken, maar steeds minder leveren – niet meer voldoende opbrengst uit sommige panelen. Consumenten kiezen daarom steeds vaker voor de nieuwe-generatie zonnepanelen van glas-glas, omdat de degradatie van deze panelen vrijwel nihil is.”

Komst van thuisaccu’s

Daarnaast kiezen consumenten glas-glas-zonnepanelen ook om alvast in te spelen op de komst van thuisaccu’s. Het vermogen van zo’n accusysteem wordt bepaald op basis van het verwachte verbruik in een woning en het vermogen van de panelen. Huishoudens en bedrijven zullen steeds vaker kiezen voor een thuisaccu waarmee ze energie opslaan en die later gebruiken, omdat het terugleveren aan het net in de toekomst waarschijnlijk steeds minder oplevert.

Glas-glas zonnepanelen meest populair in Nederland. Zie ook:
Zonnepotentieel per Nederlands dak in beeld.

Installatiebranche en transformatiewereld ontmoeten elkaar

0

Transformatie van karakteristieke gebouwen vereist installatiewerk op maat. Daarover gaat de NRP/DUMO bijeenkomst van volgende week dinsdag, 30 juni. Installatiebranche en transformatiewereld ontmoeten elkaar op die dag in Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam

Totale opgave

Bij de transformatie van karakteristieke gebouwen is installatiewerk vrijwel altijd een onderdeel van de totale opgave. Bijvoorbeeld om het binnenklimaat van een gebouw te verbeteren, het comfort te verhogen, het energieverbruik te verlagen of het gebouw te verduurzamen. In dergelijke situaties ontstaat een uitdagende wisselwerking tussen enerzijds het inpassen van de benodigde techniek en anderzijds het respecteren van de historische waarde van het bestaande gebouw. Een evenwicht tussen beide is bij elke transformatie mogelijk. Standaardoplossingen bestaan niet; het blijft maatwerk waarbij vakmanschap en kwaliteit belangrijk zijn. Dat vraagt om transparantie, bereidheid over de eigen grenzen te kijken en onderling vertrouwen tussen de verschillende disciplines.

Duurzame monumenten

Hierover gaat de eerstvolgende bijeenkomst van de themagroep DUMO, dat staat voor DUurzame MOnumenten. Daarin wordt de dialoog gezocht tussen beide werelden. Waar loopt de installatiebranche tegenaan bij de transformatie van karakteristieke gebouwen? Er wordt gekeken naar informatie, communicatie of aansturing door de ontwerpende partij/hoofdaannemer. En vice versa. Dit gebeurt aan de hand van een aantal voorbeeldprojecten. Gastheer is Deerns (een internationaal ingenieursbureau gespecialiseerd in installatietechniek, energie en bouwfysica met 600 medewerkers in kantoren wereldwijd. En nieuw lid van de themagroep DUMO). De bijeenkomst is bedoeld voor diegenen die betrokken zijn bij de transformatie van karakteristieke gebouwen. In het bijzonder voor installateurs, installatieadviseurs, architecten, aannemers en werkvoorbereiders.

Partners en begunstigers NRP, platform voor transformatie en renovatie, kunnen kosteloos deelnemen.
Andere geïnteresseerden betalen € 75,- zie ook nrp.nl

Groen sein voor warmtenetten

0
Groen sein voor warmtenetten
Foto: Nuon/Jorrit Lousberg

Met de recente Warmtevisie van minister Kamp staat het potentieel van stadswarmte volop in de belangstelling. Wordt de gebouwde omgeving binnenkort verduurzaamd via warmtelevering?

Nederland is een gasland. Voor warmte is structureel minder aandacht. En warmte is een stuk minder sexy dan zonnepanelen en windturbines”, zegt Benno Schepers van CE Delft. Een aantal veelzeggende cijfers: bijna 40 procent van het Nederlandse energieverbruik wordt gebruikt voor verwarming, terwijl het aandeel hernieuwbare warmte minder dan 4 procent is. De Warmtevisie die minister Kamp van Economische Zaken in april presenteerde, moet hier verandering in brengen.
Volgens de Warmtevisie is verduurzaming van de warmtevoorziening cruciaal voor het realiseren van een duurzame energiehuishouding in 2050. Die ambitie is actueler dan ooit, nu de mogelijkheden voor gaswinning in Groningen onder druk staan en de Nederlandse ­aardgasvoorraden afnemen. Benutting van (rest)warmte kan helpen om te voorkomen dat ons land in de toekomst afhankelijk wordt van import van gas uit Rusland en uit politiek instabiele regio’s, aldus minister Kamp. Tegelijkertijd liggen er volop kansen om het duurzame potentieel van warmte beter te benutten. Zo is de CO2-uitstoot bij stadswarmte tot wel 75 procent minder dan van gasgestookte cv-ketels. En voor ongeveer 60 procent van de restwarmte van elektriciteits- en afvalverbrandingscentrales wordt geen nuttige bestemming gevonden. Al die warmte gaat ongebruikt de lucht of het water in. Minister Kamp wil met de Warmtevisie het aanbod hernieuwbare warmte laten groeien en op die manier de energievoorziening in Nederland diverser en milieuvriendelijke maken. Op dit moment is verreweg het grootste deel van de energie afkomstig uit (niet-groen) gas.

Socialiseren

“De Warmtevisie beschrijft goed hoe de energiemarkt in Nederland eruit ziet, en geeft een beeld van de problematiek van besparing en verduurzaming”, zegt Schepers over de kabinetsplannen. “Maar concrete streefgetallen en praktische maatregelen ontbreken, waardoor de ambities en uitdagingen oppervlakkig blijven.” Een van de cijfermatige doelstellingen van de Warmtevisie is om de warmteproductie uit afvalenergiecentrales te verhogen van 9 PetaJoule in 2013 naar 11 PetaJoule in 2023. “Dat is een haalbaar doel mits er binnenkort strakke regulering komt en een echte energietoekomstvisie”, zegt onafhankelijk milieu- en energiedeskundige Teus van Eck. “Er zou bijvoorbeeld een marktmodel moeten komen met een financiële waardering voor de milieuprestaties van warmtelevering. En er is een oplossing nodig voor de hoge investeringskosten in de aanloop naar een stadswarmteproject.” Nuon, dat stadswarmte levert in onder andere Amsterdam, Rotterdam en Arnhem, vindt overheidssubsidiëring op dat vlak geen overbodige luxe. “Als bedrijf geloven wij in stadswarmte, omdat het milieuvriendelijk, betrouwbaar en innovatief is”, zegt Alexander van Ofwegen, directeur Warmte van Nuon. “Maar er is op korte termijn geen businesscase voor grootschalige projecten in de bestaande bouw. Vanwege de hoge kosten voor de aanleg van een netwerk voor bestaande woningen is de terugverdientijd wel twintig jaar. Bovendien moeten warmtenetwerken vaak concurreren met de bestaande gasinfrastructuur.” De Warmtevisie erkent dat het relatief lage financiële rendement van restwarmteprojecten een energietransitie in de weg staat. Het is één van de knelpunten die de minister wil oplossen. Het probleem heeft niet alleen te maken met de investeringskosten voor de noodzakelijke infrastructuur. De inkomsten van warmteleveranciers zijn namelijk begrensd door het niet-meer-dan-anders-principe, wat betekent dat een afnemer niet meer betaalt voor restwarmte dan voor ‘warmte uit gas’ (inclusief energiebelasting). Minister Kamp belooft in de Warmtevisie om samen met stakeholders een rekenmodel te ontwikkelen dat de integrale businesscase van warmteprojecten in beeld brengt. Zodat warmteproductie- en levering uiteindelijk een concurrerend alternatief worden voor aardgas en elektriciteit.

Houtkachels

De afgelopen jaren is de warmtevraag ongeveer gelijk gebleven, zo blijkt uit onderzoek van CE Delft. Het besparingspotentieel ligt op de korte termijn (in 2020) op ruim 25 procent. En daarnaast kan 25 procent van de warmtevraag hernieuwbaar worden ingevuld. Met de Warmtevisie is eindelijk erkenning gekomen voor de bijdrage die het gebruik van restwarmte levert aan verduurzaming van steden, vindt Van Ofwegen. “De gasinfrastructuur dateert uit de periode vlak na de Tweede Wereldoorlog, en raakt verouderd. Dan ontstaat de vraag: gaan we investeren in modernisering van de gasnetten, of in uitbreiding van het warmtenetwerk? De Warmtevisie kondigt aan dat restwarmte en duurzame warmte beter benut gaan worden. Het gebruik van restwarmte in steden zorgt ter plekke voor een vermindering van de CO2-uitstoot van tot wel 75 procent. Dus waarom zou je de industriële restwarmte die nu nog wordt weggegooid niet gebruiken voor warm tapwater en verwarming van woningen?” Volgens Benno Schepers is naast verduurzaming van de energievraag ook energiebesparing noodzakelijk om de doelstellingen uit het Energieakkoord te behalen. “Aan het brede spectrum van warmte – van geothermie en stadswarmte tot houtkachels en warmte-koude-opslag- wordt in de praktijk nog weinig aandacht besteed. En over besparing wordt veel gepraat, maar er wordt nog nauwelijks actie ondernomen.”

Prijsprikkel

Gemeenten vervullen een spilfunctie in de uitrol van restwarmtegebruik en de doorontwikkeling van warmtebronnen, zo is de breed gedragen visie. Een gemeente kan bijvoorbeeld via een warmteplan voor een wijk of gebied vastleggen of er een warmtenet komt, en of hier in het geval van nieuwbouw een aansluitplicht geldt. In Amsterdam en Rotterdam is het al staand beleid om nieuwbouwwijken aan te sluiten op stadswarmte. Zo’n benadering is niet voor elke stad geschikt, benadrukt Van Eck. “Er is vooral rendement te verwachten op locaties waar restwarmte beschikbaar is en waar een forse warmtevraag bestaat. Naast Amsterdam en Rotterdam zijn dat bijvoorbeeld Purmerend en de stadsregio Arnhem-Nijmegen.” Een verplichte aansluiting op stadswarmtenetten in de bestaande bouw zou de warmtevraag kunnen stimuleren. Maar zo’n verplichting is – ook voor de Warmte­visie- nog een brug te ver, ziet Schepers. “Daarmee zou de rijksoverheid individuele bewoners gaan verplichten om een bepaalde warmtevoorziening te kiezen.” Volgens Nuon kan het gebruik van stadswarmte in de bestaande bouw al een impuls krijgen door subsidiëring van warmtenetten. “Wij zouden eigenlijk willen dat bewoners minder betalen voor stadswarmte dan voor gas, zodat ze gemotiveerd worden om de switch te maken. Zo’n prijsprikkel is mogelijk als de investeringskosten voor het netwerk verminderen. En daarvoor zijn subsidies nodig. Op dit moment zijn er alleen subsidies -vanuit de zogenoemde Stimulering Duurzame Energieproductie – voor bronnen zoals zon, wind en biomassa. Maar de CO2-reductie die restwarmte biedt, zou een vergelijkbare overheidssubsidie zeker rechtvaardigen.”

Nulenergie

Op dit moment geven gemeenten of regio’s elk een eigen invulling aan warmtevoorzieningen. Vanuit de duurzame ambities van gemeenten bestaan hoge verwachtingen van klimaatneutrale bouw. Bij de zogenoemde nulenergiewoningen kunnen bewoners voor een aanzienlijk deel zelf zorgen voor energie en verwarming. Ook bij dit soort projecten kan warmte een rol spelen, weet Nuon uit de ervaringen in de Amsterdamse wijken Buiksloterham en Houthavens. “Bewoners die oplossingen zoeken voor de eigen, lokale energievoorziening kunnen daar gebruik maken van de back-up van stadswarmte. Door de structurele afspraken die wij hebben met producenten, zoals AEB, is er altijd voldoende warmte-energie beschikbaar”, zegt Van Ofwegen. Ook voor andere Nederlandse huishoudens is het warmtenet zeker niet overbodig, vindt Schepers. “In ons land staan zo’n acht miljoen woningen, en hoogstens de helft daarvan komt in aanmerking voor klimaatneutrale (ver)bouw. Voor de overige vier miljoen huizen, waaronder appartementen, zijn alternatieven nodig. En dan biedt het stadswarmtenet uitkomst.” Tegelijkertijd zijn energiebesparende maatregelen in de gebouwde omgeving een must, benadrukt Van Eck. “Alleen als we het energieverbruik fors verminderen, wordt volledige verduurzaming haalbaar. Alles met restwarmte of geothermie willen oplossen is gekkenwerk. Stadswarmte mag nooit een excuus zijn om niets aan energiebesparing te doen: met besparen is meer te winnen dan met restwarmte of welke andere energiebron dan ook. En besparen kunnen we morgen al, terwijl de aanleg van warmtenetten een jarenlange investering vergt.”

Warmtevisie 2.0

Een terugkerend discussiepunt in de ontwikkeling van warmteprojecten betreft de duurzame prestaties. Stadswarmtenetten die draaien op de restwarmte van afvalverbranders, zoals in onder andere Alkmaar gebeurt, zijn op de lange termijn in essentie geen duurzame optie, vindt Van Eck. “Naarmate we meer recyclen, is er minder afval om te verbranden. We importeren nu al afval om al onze centrales te kunnen voeden. En het over grote afstanden versjouwen van afval is natuurlijk geen duurzame oplossing voor onze energiebehoefte.” Daarnaast is er kritiek op het gebruik van restwarmte van kolen- en gascentrales, omdat hiermee niet-hernieuwbare energiebronnen een bestaansrecht zouden behouden. Een voordeel van stadswarmtenetten is dat er allerlei energiebronnen aan kunnen worden gekoppeld – inclusief de allergroenste. Op termijn kunnen bijvoorbeeld geothermie, biovergisting en zonnewarmte gebruik maken van de infrastructuur. Schepers onderschrijft dan ook de aandacht voor verschillende vormen van warmtevoorziening in de Warmtevisie. “Voor het langetermijndoel – een klimaatneutrale gebouwde omgeving in 2050- zijn allerlei alternatieven nodig voor warmtelevering door aardgas. Groen gas en zonnepanelen kunnen maar beperkt soelaas bieden. Stadswarmte is een van de snelste manieren om stappen richting verduurzaming te zetten. Eigenlijk moet er een praktisch actieplan komen om de kansen daarvan te benutten, een soort Warmtevisie 2.0. Maar er staan nu in ieder geval gelukkig meer seinen op groen dan op rood als het gaat om warmte­levering.”

[tabs]
[tab title=”Cijfers en feiten”]
Bijna alle Nederlandse huishoudens (ongeveer 95 procent) zijn aangesloten op gas. Bijna de helft van het energieverbruik in ons land is nodig voor warmteopwekking. Niet meer dan 5 procent van de warmtevoorziening wordt geleverd door restwarmte uit de industrie, zoals elektriciteitscentrales en afvalverbrandingsinstallaties. De ambitie van het kabinet is om de warmtelevering in 2023 flink te vergroten ten opzichte van 2013. Bij warmtekoudeopslag is het doel een verdriedubbeling, bij geothermie gaat het om meer dan een vertienvoudiging. En de benutting van warmte uit afvalenergiecentrales zou stijgen van 9 PetaJoule in 2013 naar 11 Petajoule in 2023. Er zijn momenteel zo’n twintig grote projecten met stadswarmte in Nederland. De Warmtevisie sluit aan bij de doelstellingen van het Energieakkoord waaronder veertig partijen (waaronder overheidsinstellingen, werkgeversorganisaties, vakbonden, natuur- en milieuorganisaties en financiële instellingen) in 2013 hun handtekening zetten. Het Energieakkoord omvat een integraal pakket voor het verminderen en verduurzamen van de energievraag. Doel is onder meer het verminderen van het energieverbruik met jaarlijks 1,5 procent en het verhogen van het aandeel hernieuwbare energieopwekking van de huidige 4 procent naar 17 procent in 2023.

[/tab]
[tab title=”Leerervaringen”]
Levert de aansluiting van bestaande woningen op stadswarmte winst op voor alle betrokken partijen: bewoners, gemeente, woningcorporaties, de huurdersvereniging en warmtebedrijf Westpoort Warmte? Om dat te onderzoeken is in de Amsterdamse wijk Amerbos, in stadsdeel Noord, een proefproject uitgevoerd. Voor 3000 woningen is berekend hoe stadswarmte zou presteren ten opzichte van warmtevoorziening op basis van gas. Bijzonder is dat alle belanghebbenden aan tafel hebben gezeten om het rendement te berekenen van stadswarmte in sociale woningbouw. Een van de conclusies van het onderzoek: bij collectieve systemen, zoals blokverwarming, biedt stadswarmte voor alle partijen winst. Voor individuele woningen pakt het kostenplaatje in vergelijking met gas minder gunstig uit. Maar daarbij is de CO2-reductie die stadswarmte mogelijk maakt niet meegerekend.

[/tab]
[tab title=”Warmtevisie”]
De insteek van de Warmtevisie van minister Kamp van Economische Zaken is dat de (betere) benutting van restwarmte ervoor kan zorgen dat ons land ook op de langere termijn voldoende energie opwekt en dat de energievoorziening verduurzaamt. De Warmtevisie bespreekt twee knelpunten bij de ontwikkeling van warmteprojecten. Deze hebben te maken met leveringszekerheid en met financieel rendement. De rijksoverheid wil daarom de wet- en regelgeving voor warmtelevering hervormen. Daarnaast biedt de overheid (financiële) ondersteuning bij warmteprojecten. De Warmtevisie noemt verschillende goede voorbeelden van warmteprojecten. Het stadswarmtenet van de gemeente Dordrecht krijgt het predicaat uniek. Het netwerk wordt gevoed door verschillende producenten, zodat warmteopwekking gegarandeerd is. Daarnaast investeert de overheid in het Westland in proefboringen om warmte uit diepe aarde te halen (geothermie). Daarmee zou in 80 procent van de warmtevraag in de regio kunnen worden voorzien.

[/tab]
[/tabs]

Foto: Nuon/Jorrit Lousberg