Home Blog Pagina 415

Bekwame allrounder met solide basis

0
13145 PR BU De Kuiper

Al meer dan vijftig jaar een begrip in de grond-, weg- en waterbouw sector. De Kuiper Noordeloos b.v. biedt aan diverse opdrachtgevers in de regio Noordeloos, maar ook ver daarbuiten, een uitgebreid dienstenpakket aan.

Een solide basis, dat is waar het bedrijf voor staat. Door te investeren in vakmensen en modern personeel en door in te ­spelen op overheidsmaatregelen en vraagstukken staat De Kuiper Noordeloos bekend als bekwaam partner in de branche. Alle honderd man personeel staan garant voor perfectie, kundigheid, oplossingsgericht denken en zetten woord bij daad. Bij dit proactieve Zuid-­Hollandse bedrijf geen nonsens. Complexe problemen zijn door de jaren heen altijd opgelost. Mede door deze opgedane kennis kan de organisatie snel schakelen, waardoor forse tijd- en kostenbesparingen mogelijk worden gemaakt.

Takenpakket

Baggeren is een groot onderdeel van de werkzaamheden in ­landelijk en stedelijk gebied. Het werk wordt uitgevoerd met materieel dat aan de laatste emissie-eisen voldoet. De baggerschuifboten kunnen elke watergang met gemak aan. Ook bij grondwerken – ontgraven van kelders, garages of dempen van watergangen – wordt De Kuiper Noordeloos ingezet. Duurzaam met kwaliteit. Het bedrijf is veel­zijdig gespecialiseerd in waterbouwkundige werken, bodemsaneringen en riolering, oeverbeschermingen, het leveren van steigers, vlonders en botenhellingen, bruggenbouw (verkeersbruggen, ophaalbruggen, fietsbruggen) en groenvoorzieningen zoals het aanleggen en onderhoud van wegbermen, dijktaluds, gazons en watergangen. Ook het onderhoud en de vernieuwing van planten behoren tot het takenpakket.

Flora en fauna

Duurzaamheid staat bij de organisatie hoog in het vaandel. Er wordt dan ook rekening gehouden met factoren die een belangrijke invloed hebben op de wijze van aanpak van een project. Een veilige werkomgeving voor het personeel en zoveel mogelijk rekening houden met de natuurlijke habitat van planten en dieren. Niet voor niets is De Kuiper Noordeloos goed bekend met de flora- en fauna wet en is het bedrijf ISO 9001:2000, VCA2** , SC 530 en BRL SKIB 7000 gecertificeerd. Sinds enkele jaren biedt de organisatie – als erkend leerbedrijf – aanstormend talent een kans om door middel van een stage, kennis en ervaring in de praktijk op te doen.

Toekomstblik

Ook aan de toekomst wordt gedacht. De technieken ontwikkelen zich in hoog tempo en worden door De Kuiper Noordeloos nauwlettend bijgehouden. De continue zetting van de veenweide gebieden zorgen ervoor dat de watergangen op diepte gehouden moeten worden. Dit zorgt ook in de toekomst voor continuering van de orders.

[tabs] [tab title=”De Kuiper Noordeloos b.v.” ]
Postbus 1067
Middenweg 7
3380 AB Giessenburg
0183 406000
a.dekuiper@dekuiper.nl
www.dekuiper.nl​

[/tab]
[/tabs]

Op alle wateren thuis

0
13144 PR BU Chris van Beest

Al meer dan honderd jaar werkt Van Beest uit Vreeswijk op de wateren van Nederland. Het bedrijf werd opgericht in 1893 als zand- en grindwinning en handelsbedrijf en anno 2014 staat de vierde generatie (Chris van Beest) aan het roer en zijn ze specialist op het gebied van alle werkzaamheden in en om het water. Inmiddels is de vijfde generatie (Willem Jan van Beest) volop werkzaam in het bedrijf om over enige tijd de bedrijfsvoering over te nemen.

Het steeds meer op dienstverlening toespitsende bedrijf heeft onderhoudscontacten met diverse aannemers en overheids­instellingen voor reparaties en/of vernieuwing van vaarwegmeubilair. Onder andere assisteren zij bij brug­inspecties- en onderhoud, het nemen van bodemmonsters en baggerwerken. Bij de bergingswerkzaamheden in geval van averij, werkt Chris van Beest samen met diverse hulpinstanties zoals Rijkswaterstaat en ­politie, maar ook met brandweer, verzekeringsmaatschappijen en duik­bedrijven

Juiste apparatuur

Om deze werkzaamheden optimaal uit te voeren zijn ze in het bezit van twee schepen. Op het m.k.s. ‘Twee Gebroeders’ zijn alle mogelijke moderne communicatietechnieken aan­wezig. Het kraanschip wordt ingezet bij onderhoud aan sluizen, bruggen en kademuren. Inspecties en reparaties onder bruggen worden uitgevoerd met behulp van een hoogwerker, die ook heel handig is voor film- en televisieopnames vanaf het water. Het tweede schip, w.s. Haaften, wordt o.a. gebruikt als patrouille vaartuig en is geheel ingericht volgens RWS-eisen. Dit schip wordt ingezet bij regelen van het scheepvaartverkeer en is uitermate geschikt voor werkzaamheden laag boven de waterlijn.

Allrounder

Dat Chris van Beest een echte allrounder op het water is, wordt bewezen doordat zij – naast eerder genoemde werkzaamheden – ook zorgen voor het onderhoud en reparatie van de verlichting op en langs het water. Autowrakken worden uit meren en grote binnen­wa­teren gehaald en sluizen worden gerepareerd. De VCA* gecertificeerde organisatie werkt met passie en toewijding. Niet voor niets zijn ze zeven dagen per week, 24 uur per dag, inzetbaar bij calamiteiten.

[tabs] [tab title=”Chris van Beest Maritieme Dienstverlening b.v.” ]
Jutphasestraatweg 24
3434 BN Nieuwegein
M 06 55701701
cvb@chrisvanbeest.nl
www.chrisvanbeest.nl

[/tab]
[/tabs]

Uitbreiding Mauritshuis nadert einde

0
Uitbreiding_2

Museumorganisatie eindverantwoordelijke in bouwproces

Na een omzwerving door Japan en VS is ‘het meisje met de parel’ van Vermeer vanaf 27 juni gewoon weer in het Mauritshuis te bezichtigen. Na een verbouwing van krap vijf jaar bestaat het museum plotseling uit drie verschillende gebouwen, die op bijzondere wijze aan elkaar verbonden zijn.

Het oorspronkelijke Mauritshuis is grondig gerenoveerd. Ertegenover is Plein 26 – onderdeel van Sociëteit de Witte – door het museum in gebruik genomen. Als verbinding tussen die twee is een foyer gebouwd, die onder de tussenliggende straat doorloopt. De museumorganisatie was van begin tot eind direct bij het bouwproces betrokken. Een unieke gang van zaken. Dat musea financieel steeds meer op eigen benen moeten staan is bekend. Dat een museale verbouwing en uitbreiding door de organisatie zelf op poten gezet kan worden, is een eye-opener. Directie over het bouwproces is volledig in eigen hand gehouden, met behulp van Hans van Heeswijk architecten en ABT, één van de zeven bouwaannemers die het project rijk is.

Hollands minimalisme

Na de renovatie voldoet het Mauritshuis aan alle eisen van een 21e-eeuws museum en kan het weer minimaal vijftig jaar mee. Veel tijd is gebezigd aan bouwhistorisch onderzoek. Door bestudering van het oorspronkelijke ontwerp van Jacob van Campen is de buitenkant van het gebouw dichter bij het origineel uit 1644 komen te staan. De drie gebouwen vormen dus één geheel, maar er is goed nagedacht over de onderlinge verhoudingen. Architect Hans van Heeswijk, van het gelijknamige bureau: “De drie gebouwen hebben totaal verschillende architectonische stijlen. Het Hollands-classicistische Mauritshuis is het belangrijkste Renaissancegebouw van Nederland. Plein 26 is onderdeel van Sociëteit de Witte uit 1930, in Art Deco-stijl. De nieuwe foyer is ontworpen in Nieuwhollands-minimalistische stijl. Het was voor ons belangrijk onderscheid te maken tussen wat nieuw is en wat oud. Het historische Mauritshuis wordt daardoor monumentaler en zelfstandiger. Met aanpassingsarchitectuur dingen aan het monument aanbouwen zou onduidelijk maken wat nu echt historisch is en wat namaak. Wat betreft interieur is wel gekozen voor eenduidige kwaliteit. Door het hele gebouw komen ook dezelfde soort elementen voor, bijvoorbeeld borstweringen die allemaal van glas zijn. Lampgebruik en bewegwijzering die overal terugkomt. Intern is die materialisering overal op dezelfde manier gebruikt; lambrisering in hout, vloeren in steen, plafond in stucwerk, dat zie je overal terug. De drie gebouwen horen bij elkaar, het is goed zichtbaar hoe de situatie in elkaar zit en hoe die is ontstaan.”

Lees verder in editie 3-2014

Gebouwautomatisering Emmeloord

0
Gemeentehuis_Emmeloord_1

Volledige integratie ICT en installaties

Elk gebouwautomatiseringsproject heeft zijn eigen DNA, zijn eigen stempel. Zo ook het gemeentehuis in Emmeloord. Een geavanceerd gebouwbeheersysteem draait er sinds kort op dezelfde infrastructuur als het ICT netwerk voor de werkplekken en de financiële administratie. Sterker nog, ook twee gemeentelijke sporthallen zijn erop aangesloten. De zevende business case van de Nederlandse Brancheorganisatie voor Gebouw Automatisering is weer een heel bijzondere.

Het begon allemaal een aantal jaren geleden met een directeur concernstaf van de gemeente Noordoostpolder. Haar wens was om het gemeentehuis in Emmeloord te upgraden naar de wensen en eisen van deze tijd en deze operatie meteen te koppelen aan het invoeren van Het Nieuwe Werken. Het gebouw zelf dateert van halverwege de jaren tachtig. Sindsdien was er in al die jaren niet gerenoveerd, op wat kleine verbouwingen na. Adviesbureau draaijer + partners, gespe-cialiseerd in gebied, gebouw en gebruik, werd gevraagd een business plan te schrijven. De gemeenteraad ging akkoord met een investeringsplan van 4,5 miljoen euro om het gemeentehuis geschikt te maken voor Het Nieuwe Werken en tegemoet te komen aan de eisen van deze tijd. Het werd een knap staaltje gebouwautomatisering, waarbij partijen het beste in zichzelf en in elkaar naar boven hebben gehaald. Dat de ICT afdeling van meet af aan een van de samenwerkende partijen was en tot nu toe steeds is gebleven, is best bijzonder, ook in de wereld van de gebouwautomatisering.

Partijen

Aan tafel zitten Henri van de Brug, coördinator van het team Vastgoedbeheer van de gemeente Noordoostpolder, Marco Smetsers van HVAC-Techniek en Edwin Mulder van installatiebedrijf en hoofdaannemer Klein Poelhuis. Adviserend partij in dit project was verder DWA.
Voor de gemeente Noordoostpolder beheert Henri van de Brug circa zeventig gebouwen. Drie sporthallen en elf gymlokalen draaien op Priva regelsystemen. Twee sporthallen, het zwembad en het gemeentehuis draaien op Webeasy regelsystemen. Priva en Webeasy zijn beide gerenommeerde lidbedrijven van de brancheorganisatie. Net als HVAC-Techniek, dat sinds een jaar of vijf de partij is voor de regeltechniek in veel van de gemeentelijke gebouwen. Klein Poelhuis is de partij voor het onderhoud van de installaties. Henri van de Brug: ‘Onze vaste partners hebben hier de klus geklaard, hoewel we aanvankelijk met een andere partij zijn gestart.’

Lees verder in editie 3-2014

Renovatie energievoorziening AMC

0
Energievoorziening_9

Complex én boeiend

Het is niet zomaar een project; de renovatie van de energiecentrale van het Academisch Medisch Centrum (AMC). De continuïteit van energievoorziening is immers van levensbelang. Een calamiteit kan grote gevolgen hebben voor patiënten. Met Egbert Klop, managing partner van DWA en betrokken bij de nieuwe energievoorziening in het AMC praten we over de manier waarop het project gestalte is gegeven. Waarom zijn bepaalde keuzes gemaakt?

Het AMC heeft de energievoorziening de afgelopen jaren volledig vernieuwd. De ruim 30 jaar oude centrale zat aan het eind van zijn technische levensduur. Bovendien was in de loop van de tijd de behoefte aan energie toegenomen en bleek de noodstroomcapaciteit onvoldoende. Daar is aan gewerkt. Alsook aan maatregelen om aan de strengere milieueisen te voldoen. “De everingszekerheid speelde ook een rol”, vertelt Egbert Klop. “Het AMC heeft slechts één voedingsstation voor elektriciteit. De meeste grotere ziekenhuizen worden gevoed vanuit twee onafhankelijke stations. De netvoeding is nu betrouwbaarder gemaakt door het inkoopstation niet meer in het energiestation te plaatsen, maar erbuiten. Ook zit het AMC aan de eindtak van de aardgasleiding. Ze hebben geen dubbele voeding. Daarom hebben we nu gekozen voor warmtekrachtmotoren die niet alleen op aardgas, maar in noodgevallen ook op diesel kunnen functioneren. Valt het gas uit, dan kan het ziekenhuis door op diesel.” De redenen tot renovatie mogen duidelijk zijn.

Warmtekrachtcentrale

Het AMC krijgt al dertig jaar stroom via een warmtekrachtcentrale. Ook als het openbare net uitvalt, is het AMC verzekerd van elektriciteit. Onmisbaar voor een ziekenhuis. Hoe werkt dit systeem? Egbert Klop: “In Nederland zijn we gewend aan betrouwbare energievoorziening. Statistisch hebben we slechts 10 tot 20 minuten uitval per jaar. Daar merken we nauwelijks iets van. Maar voor een ziekenhuis is dat veel. Stel dat er net een calamiteit is, dan kunnen de gevolgen enorm zijn. Dus is er altijd behoefte aan noodstroom. Daar zijn verschillende oplossingsrichtingen voor, zoals een noodstroomaggregaat dat opstart als de netvoeding wegvalt. De afnemer van de elektriciteit merkt dan een kortstondige onderbreking. We noemen dit ook wel ‘door het donker gaan’. De andere variant – waar een aantal grotere ziekenhuizen mee werken – is de draaiende noodstroomvoorziening. Valt de spanning weg, dan heeft het ziekenhuis een eigen stroomvoorziening, in het geval van het AMC een warmtekrachtinstallatie. Het ziekenhuis kan dan gewoon ‘doordraaien’. De patiënt of gebruiker merkt er niets van.”

Lees verder in editie 3-2014

Synthetisch en organisch isolatiemateriaal

0
Synthetisch en organisch isolatiemateriaal

Boekweitdoppen, buntgras, haverkaf, hooi, houtkrullen, jenever-besvezels, zeegras, mos, hennep, hopbellen, houtwol, kurk, riet en schelpen. Het zijn voorbeelden van historisch organisch isolatiemateriaal. Tegenwoordig gebruiken we veelal synthetisch en schuimmateriaal. Hoe ziet de historie van isolatiemateriaal er uit? Wat zijn de verschillende eigenschappen en toepassingen? En, kunnen we iets leren van weleer?

Isolatiemateriaal is onder te verdelen in organisch isolatiemateriaal, anorganisch materiaal zoals asbest en synthetisch en schuimmateriaal, denk hierbij aan glas- en steenwol, polystyreen en polyurethaan”, vertelt Ben Kooij. Hij is bouwhistoricus en werkzaam bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Zijn verhaal over isolatiemateriaal begint in de eerste helft van de zeventiende eeuw. De eeuw waarin voor het eerst gesproken werd over isolatie.

Vochtwerend

Ben Kooij: “Organisch isolatiemateriaal was gemakkelijk voorhanden en goedkoop. In de grutterij bijvoorbeeld pelden de mensen boekweit. De doppen, een afvalproduct, werden gebruikt als isolatie.” Tegenwoordig passen we isolatie toe voor energiebesparing, meer comfort en tegen geluidsoverlast. Vroeger echter was isolatie met name bedoeld om bezittingen veilig te stellen tegen kou en warmte.“Isolatiemateriaal werd bijvoorbeeld aangebracht in een oranjerie”, vervolgt Kooij. “Planten, die een vermogen vertegenwoordigden, werden ’s winters in de oranjerie geplaatst om een -‘winterslaap’ te houden. Ze moesten vorstvrij staan.
De kassen die eind zeventiende eeuw ontstonden in Nederland, kenden daarom bijvoorbeeld deuren met daarin boekweitdoppen en daken met rietmatten. Ook bij bibliotheken – met vele dure boeken – werden spouwmuren met organisch isolatiemateriaal veilig gesteld.”

Vanaf de zeventiende eeuw treffen we isolatiemateriaal aan in ondervloeren en boven plafonds, in spouwmuren, in luiken en in deuren. Later is isolatiemateriaal gebruikt in binnen- en buitengevels, tussen binnenwanden, in gewelven en onder platte en schuine daken. Jongere toepassingen zijn te vinden in afwerkvloeren, bij installaties, om luchtkanalen en in schoorstenen.”

Lees verder in editie 3-2014

Ondergrond moet katalysator zijn

0
Ondergrond_1

Het wordt drukker in de grond. Steeds meer wordt de ondergrond benut voor bouw- of gebiedsontwikkelings-projecten. Het gaat dan niet alleen om ondergrondse parkeer-garages, maar ook om bijvoorbeeld de aanleg van ondergrondse systemen voor Warmte Koude Opslag (WKO). Dat deze projecten ook impact hebben op de al bestaande functies in de ondergrond, zoals de kabels en leidingen voor de energie-voorziening, is vaak onderbelicht.

Gevolg hiervan is dat niet alleen energienetbeheerders, maar ook andere netbeheerders, in de praktijk nog veel te weinig door gemeenten worden betrokken in de planfase van een bouw- of gebiedsontwikkeling. Deze situatie, die leidt tot aanzienlijke kosten voor de maatschappij, vraagt volgens de energienetbeheerders dringend om meer bestuurlijke én politieke aandacht bij gemeenten. Deze problematiek zou vooral kunnen worden opgelost door een slimmere regie van gemeenten op de ondergrond. De Structuurvisie Ondergrond kan een belangrijke stap zetten in deze richting.

Regierol gemeenten

De ervaring leert dat energienetbeheerders, en dat geldt ook voor andere netbeheerders, vaak in een te laat stadium worden betrokken bij bouw- en gebiedsontwikkelingsplannen. Het verleggen van kabels en leidingen – om een praktisch voorbeeld te noemen – is in de meeste gevallen dan niet meer te voorkomen. Vervolgens kunnen er in de uitvoeringsfase van een bouw- of gebiedsont-wikkelingsproject problemen ontstaan, omdat als gevolg van beperkte ruimte in de ondergrond de betreffende kabels en leidingen moeten worden verlegd naar een voor netbeheerders lastig te bereiken plaats. Om deze praktijksituatie te voorkomen en maatschappelijke kosten zoveel mogelijk te verminderen, is het noodzakelijk dat gemeenten een sterke regierol vervullen. Gemeenten zijn immers zowel in de planfase als uitvoeringsfase van een bouwproject of gebiedsontwikkeling de eigenlijke regisseur. In de praktijk wordt deze stap soms al gemaakt. Een voorbeeld betreft het convenant dat de gemeente Tilburg, energienetbeheerder Enexis en Brabant Water vorig jaar hebben gesloten. In dit convenant zijn afspraken neergelegd over het afstemmen van lange-termijnplannen voor gasnet- en waterleiding-investeringen in gemeentelijke bouw- en gebiedsontwikkelingsprojecten. Dit positieve voorbeeld doet er desondanks niet aan af dat netbeheerders in veel andere gemeenten pas in de uitvoeringsfase worden betrokken. De ondergrond moet daarom structureel hoger op de bestuurlijke en politieke agenda van gemeenten komen te staan, ook vanwege de maatschappelijke belangen, zoals een duurzame energievoorziening.

Lees verder in editie 3-2014

Bouwsector dit jaar nog onder druk

0
Bouwsector

Bouwsector dit jaar nog onder druk, maar krachtig herstel is onderweg

 

Ondanks de berichten over herstel op de woningmarkt, zal de woningbouwproductie dit jaar verder dalen. De nieuwbouwproductie van woningen is sinds het uitbreken van de crisis al met 35% gedaald en deze zal in 2014 opnieuw met 7% krimpen. Het aantal opgeleverde woningen daalt daarbij naar 45.000. Enig tegenwicht wordt binnen de woningbouw geboden door de renovatie- en onderhoudsmarkt die dit jaar licht kan groeien. Bij de utiliteitsbouw en de grond-, water- en wegenbouw is sprake van een stabilisatie van de productieniveaus. Daarmee wordt 2014 voor de totale bouwproductie vooral een overgangsjaar.

Het aantal voltijdse banen van werknemers is sinds het uitbreken van de crisis al met 70.000 gedaald en dit jaar daalt de werkgelegenheid hier opnieuw met 10.000 arbeidsjaren. Op middellange termijn is het beeld voor de bouw juist gunstig met dubbele groeicijfers bij de nieuwbouwproductie van woningen en gematigde, solide groei bij de overige onderdelen van de bouwproductie. Het herstel wordt veroorzaakt door marktkrachten, onder de aanname dat (nieuwe) ongunstige overheidsmaatregelen de komende jaren uitblijven. Dit concludeert het EIB in het zojuist verschenen rapport ‘Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid 2014’.

BouwsectorBouwproductie afgenomen

De bouwnijverheid heeft de productie in 2013 met 
€ 2,5 miljard zien teruglopen naar een niveau van € 50 miljard. Dit komt overeen met een krimp van bijna 5%. De sombere verwachtingen voor het afgelopen jaar zijn hiermee werkelijkheid geworden. Vooral de woningbouw is zwaar getroffen.
De nieuwbouwproductie liep met meer dan 10% terug, nadat in 2012 ook al 10% productievolume verloren was gegaan. De investeringen in de bouw stonden echter breder onder druk: ook bij de utiliteitsbouw en de grond-, water- en wegenbouw was sprake van krimp. Alleen de onderhoudswerkzaamheden bleven – mede door een tijdelijke btw-verlaging – enigszins op peil.

Lees verder in editie 2-2014

Inhaalslag Nederland in duurzame energie

0
Duurzame Energie

Koploperspositie voor de bouw

Volgens Teun Bokhoven, voorzitter van de Stichting Duurzame Energie Koepel, kan Nederland Duitsland opvolgen als koploper 
in duurzame energie. Maar een gelopen race is het nog niet.  
Wat zijn de noodzakelijke randvoorwaarden om de groei te doorlopen? En wat is de rol van de bouwwereld?

Nederland kent diverse brancheorganisaties voor duurzame energietechnieken. Denk hierbij aan Holland Solar, De Nederlandse Wind Energie Associatie, de Nederlandse vereniging voor Energie uit Water, het Platform Bio-energie, de Dutch Heat Pump Association en BodemenergieNL. Omdat de behoefte groot is om als duurzame sector op te treden, werd in 2001 de Stichting Duurzame Energie Koepel opgericht. ‘We vertegenwoordigen 80 tot 90% van de bedrij-ven in Nederland die te maken hebben met duur-zame energie. Namens deze bedrijven en dus de sector onderhandelen we met politiek en beleidsmakers ten -gunste van duurzame energie’, aldus Teun Bokhoven.

Nederland versus Europa

Waar staan we als Nederland op het gebied van duurzame energie? Bokhoven: ‘Bij de toepassing staan we onderaan. Ongeveer 4% van onze energievoorziening wekken we duurzaam op. Dit, terwijl het gemiddelde in Europa boven de 10% ligt. Het is de bedoeling dat Europa in 2020 zo’n 20% duurzaam opwekt. We lopen dus achteraan. Dat heeft onder andere te maken met ons vrij grote aandeel in energie-intensieve industrie en de ruime aanwezigheid van eigen aardgas. Sommige landen hebben een voorsprong kunnen nemen doordat ze al veel duurzame energiebronnen hebben. Zweden bijvoorbeeld kent veel biomassa. Noorwegen heeft veel waterkracht. Naast deze relatieve achterstand heeft Nederland de afgelopen vijftien jaar niet echt een stimulerend beleid op duurzame energie gevoerd. 
Dit in vergelijking met andere landen. Met onze grote gasvoorraden konden we redelijk relaxed achteruit zitten. Andere Europese landen hebben veel meer de urgentie de import van energie terug te dringen. Die import van fossiele brandstoffen van buiten de EU ligt, als we Europa als een geheel beschouwen, nu al op zo’n 60% met een verwachte groei van 80% naar de komende jaren. We importeren uit bijvoorbeeld Rusland of het Midden-Oosten, politiek kwetsbare gebieden. Een snelle omslag naar duurzame energie is dus van uitermate belang. Vandaar het streven naar 20% in 2020. Tot dusver ging Nederland, zoals gezegd, te langzaam.’

Lees verder in editie 2-2014

Dakpark Rotterdam

0
Dakpark cover

Bijzondere samenwerking

Dakpark Rotterdam een groendak op het dak van een gloednieuwe winkelboulevard. Eind 2013 werd het park geopend in Bospolder/Tussendijken, nog niet zo lang geleden Rotterdams minst groene woonwijk. Inwoners van de wijk fungeerden als coproducent in een ongebruikelijke samenwerking met gemeente en aannemer. De stad ontwikkelen wil iedereen, maar hoe verenig je diverse belangen en houd je iedereen tevreden. Wat betreft het dakpark slaagde de gemeente in die missie. De betrokkenen spreken over ‘leermodel dakpark’. De participatiemaatschappij in het echt.

2014_02_BU_ARTIKEL-04-02_rgbEind vorige eeuw was het een dubbeltje op zijn kant of het park er zou komen. Bospolder/Tussendijken was destijds een verwaarloosd gebied. Kraakpanden en straatprostitutie karakteriseerden het gebied, openbare voorzieningen verpauperden. Inwoners pikten het niet langer en klopten steeds vaker bij de gemeente aan. Die besloot hen niet als klagers te zien, maar koos ervoor de signalen serieus te nemen en de burgers verantwoordelijkheid te geven in de zoektocht naar een betere toekomst. Maar economische belangen liegen nooit en destijds werd vanuit de centrale gemeente ingezet op verbinding tussen haven en stad. De haven naar de stad halen en omgekeerd. De fruithaven in Rotterdam-West verder ontwikkelen en de verpauperde aangrenzende woonwijk in die ontwikkeling meenemen, dat was het oorspronkelijke plan. Het verouderde railemplacement, precies tussen haven en wijk in, werd verkozen om als epicentrum van de nieuwe ontwikkelingen te fungeren. Maar wat bleek: de bewoners wilden daar een park en de gemeente en Havenbedrijf Rotterdam een nieuw station, in dienst van de fruithaven. 
Een derde partij als bindende factor leek de gemeente een goed idee. Ten tijde van grootschalige stadsontwikkeling staat de verhouding gemeentepolitiek versus burger vaak op scherp, niet zelden veroorzaakt door miscommunicatie of überhaupt geen communicatie.

De gemeente Rotterdam besloot te investeren in samenwerking met omwonenden, destijds zeker niet vanzelfsprekend. Vanuit de idee dat wanneer mensen betrokken worden die belang bij het project hebben, je een beter eindproduct krijgt. Zoiets moet wel georganiseerd worden. Vandaar dat de gemeente Rotterdam Piet Huiskens en zijn bureau De Werkplaats inschakelde.

Lees verder in editie 2-2014