Home Blog Pagina 418

Schoolvoorbeeld van inzichtelijke gebouwprestaties

0
Schoolvoorbeeld

Gebouwautomatisering als onmisbare duurzame schakel

Gebouwautomatisering is een onmisbare schakel in het beheersen van het duurzaamheidsconcept. Dat blijkt wel uit de vierde business case van de Nederlandse Brancheorganisatie voor Gebouw Automatisering over het Van Lodenstein College in Barneveld. Schoolvoorbeeld van gebouwprestaties 
die inzichtelijk worden gemaakt.

Het Van Lodenstein College in Barneveld is een reformatorische school waar jongeren vmbo-, havo- en vwo-onderwijs volgen. De waarde die de school vanuit geloofsovertuiging hecht aan goed rentmeesterschap, is een belangrijke basis geweest voor de nieuwbouw. John Smith, facilitair manager van het Van Lodenstein College, legt uit: ‘Wij hebben de wereld slechts in bruikleen. Daarom vinden wij het belangrijk dat deze in goede staat wordt doorgegeven aan de volgende generatie. In relatie tot de nieuwbouw van de school zien wij goed rentmeesterschap dan ook als de duurzame ontwikkeling van een gebouw waarmee we met een gerust hart de toekomst tegemoet kunnen treden.’

Duurzaamheid

Het woord is gevallen. Duurzaamheid. Daarover wil Arie Huisman, managing partner van DWA, wel wat kwijt. ‘Duurzaamheid is een groot goed. Maar het wordt te veel en te vaak gebruikt zonder dat er inhoud aan wordt gegeven. Als een etiket dat wordt opgeplakt of een checklist die wordt afgevinkt. Ik vraag me oprecht af wat de meerwaarde is van duurzaamheid als je het geen invulling geeft? Met deze business case willen we nader ingaan op de rol van gebouwautomatisering in het integrale duurzaamheidsconcept. En daar hoort ook bij dat we de technologische oplossingen onderdeel maken van de gebruiksperiode voor een beheersbare exploitatie.’
Later meer over de wijze waarop de partijen in deze business case dit verder concreet hebben gemaakt. Eerst een korte introductie van de partijen die betrokken waren bij dit bijzondere samenwerkingsverband.

Lees verder in editie 6-2013

Stadsvernieuwing is eetbaar

0
Stadsvernieuwing

De flinke stagnatie in de bouwwereld heeft geleid tot een hausse aan stadslandbouwprojecten en stadsvernieuwing. Om maar te zwijgen van de kleinschalige initiatieven die elk ongebruikt plekje grond in de stad als potentiële mini-akker claimen. Er is sprake van een trend. De één noemt het idealisme in de marge, een ander voorziet een fundamentele herziening van de voedselproductieketen. Maar welke rol vervult stadslandbouw nu echt in het stedelijk landschap anno 2013?

In een kapitalistische democratie als Nederland zullen er altijd intelligente, zelfstandig nadenkende burgers zijn die tekortkomingen in de samenleving constateren. Of zij gehoor vinden bij een groot publiek en de politiek is vaak een kwestie van een samenloop van omstandigheden, afhankelijk van de krachtvelden in de samenleving. Zo riepen tien jaar geleden enkelingen dat het economisch systeem niet deugde. Zij hebben inmiddels gelijk gekregen van het collectief, alleen iets te laat. Een andere gedachte, die voor aanvang van de economische stagnatie meer aandacht kreeg, is dat de manier van leven in de westerse wereld schadelijk is voor milieu en klimaat. De roep om duurzaamheid wordt al jaren door veel mensen geuit.

Het moge duidelijk zijn, in Nederland is het debat over duurzaamheid in volle gang en ondanks het feit dat iedereen goede bedoelingen zegt te hebben, is men het oneens over hoe de problemen te bestrijden. Vaak verschilt men al van mening over de daadwerkelijke problemen en welk probleem voorrang heeft. Milieuvervuiling, uitbuiting van werknemers, kwaliteitsvermindering of vergiftiging van voedsel, het opmaken van grondstoffen, gebrek aan visie op verdergaande urbanisatie en toenemende wereldbevolking. Allemaal genoemde redenen voor herziening van de voedselproductieketen. Maar welke verhalen zijn waar en welke oplossingen de beste? Onduidelijkheid hierover en een gebrek aan politiek initiatief, zijn onder andere de oorzaken voor de explosie aan stadslandbouwinitiatieven, met name de kleine burger-initiatieven. Vanuit de gedachte ‘zolang de politiek niets doet, doe ik het zelf wel, de maatschappij dat ben ik’, zijn talloze braakliggende stukjes grond in stedelijk Nederland inmiddels veranderd in kleine stadsakkertjes.
De massaliteit en het succes van de initiatieven voor stadslandbouw in de afgelopen jaren is mede mogelijk gemaakt door de vastgoedcrisis. Zowel gemeenten als projectontwikkelaars kunnen al jaren veel van hun grond niet kwijt en sympathieke groene initiatieven springen in de opengevallen ruimte. Uitbaters en ondernemers van zulke initiatieven zul je niet snel horen klagen over de crisis, ze hebben van de nood een deugd gemaakt. Creatief, ondernemend, positief en flexibel, hebben ze weten te anticiperen op de dalende vraag naar bouwgrond en de stijgende vraag naar regionaal en duurzaam voedsel.

Lees verder in editie 6-2013

Risico benadering | Conventionele explosieven

0
Conventionele explosieven

Conventionele Explosieven of CE worden regelmatig in bouwputten aangetroffen. Elk jaar worden in Nederland gemiddeld 2.000 meldingen bij de EOD gedaan voor het ruimen van Conventionele Explosieven. Het gaat dan om maar liefst 50.000 Conventionele Explosieven.

Risico benadering in onderzoek naar Conventionele explosieven

Voordat grondroerende werkzaamheden worden uitgevoerd is het lang niet altijd duidelijk of er explosieven in de grond zitten. Om met dit bijna permanente risico voor bouwprojecten om te gaan is de WSCS-OCE regelgeving opgesteld. In het kader van het afstuderen van de studie Construction Management and Engineering aan de TU Delft, heeft Maarten Dijkstra in het afgelopen half jaar het onderzoeksproces naar Conventionele Explosieven bij Rijkswaterstaat onderzocht.

Vanuit de Arbowet is een opdrachtgever verplicht veiligheidsrisico’s mee te geven aan opdrachtnemers in bouwprojecten, zodat opdrachtnemers hiermee rekening kunnen houden bij de bieding. De opdrachtnemer is op basis van het Arbobesluit verplicht om op basis van deze veiligheidsrisico’s zijn (integraal) Veiligheidsplan en bijbehorende Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) op te stellen. Het mogelijk aanwezig zijn van explosieven in de grond is een expliciet risico dat in een RI&E dient te worden uitgewerkt. In de RI&E worden beheersmaatregelen ontworpen om veiligheidsrisico’s zoveel mogelijk bij de bron te beheersen en daarmee ongevallen te voorkomen. Er zijn twee redenen waarom het belangrijk is dat de opdrachtgever in deze fase de veiligheidsrisico’s in kaart brengt:

  1. De opdrachtgever kent als eigenaar de staat van het huidige bouwwerk, grond, restrisico’s voortvloeiend uit ontwerpbeslissingen en andere bijzonderheden;
  2. De opdrachtgever is als aanbestedende dienst verantwoordelijk voor veiligheid in de veiligheidsketen van aanbesteding en onderaanneming.

Omdat de bouw een van de gevaarlijkste sectoren is om in te werken, is aandacht voor veiligheid juist in deze sector van belang. De kans om in de bouw slachtoffer te worden van een ongeval is ruim 5x groter dan in de andere sectoren. De mogelijkheid om explosieven op te graven geeft daar bovenop een heel specifiek risico. Ongevallen met explosief materiaal zijn in principe vermijdbaar. Dat wil zeggen dat deze risico’s met de juiste veiligheidsmaatregelen zijn te voorkomen. Er zitten echter niet overal explosieven in de grond, het speurwerk en de opsporing van explosieven monden daarom snel uit in inefficiënte processen.

Lees verder in editie 6-2013

‘Niet praten, maar doen!’

0
Doen cover

Duurzaamheid is een hot item voor de Utrechtse ingenieurs. Het bedrijf is volop bezig om te verhuizen naar een compleet gerenoveerd kantoorgebouw bij het station. ‘Wij gebruikten dit gebouw al, maar toen was het milieulabel F en nu, na de renovatie, is het label A,’ aldus Jacco Buisman. Ook flexwerken wordt ingevoerd. ‘Per werknemer is er nog 0.7 bureau beschikbaar.’ Het is duidelijk, het blijft niet bij woorden.

Lokale pioniers

Tijdens de Duurzame Week vond een inspiratiemiddag plaats samen met relaties. Pepik Henneman, pionier op het gebied van lokaal innoveren, verzorgde de aftrap. Zijn stelling: ‘Tijdelijke vernieuwingsnetwerken zijn de sleutel om het duurzaamheidsvraagstuk op te lossen.’ De politiek en de gebruikelijke innovatie gaat dat niet lukken, want te veel gericht op de korte termijn. Radicale participatie is het toverwoord. Henneman baseert zich op de laatste inzichten uit het transitiemanagement. Hierbij spelen zogenaamde. ‘transformatoren’ een belangrijke rol. Transformatoren zijn succesvolle, vaak lokale, pioniers die samen innovatieprocessen proberen te versnellen. Zij beïnvloeden de ‘zittende macht’ en prikkelen die tot navolging.

Doen

Vernieuwingsnetwerk

Tijdens de daaropvolgende paneldiscussie benoemde Henneman de panelleden prompt tot ‘tijdelijk vernieuwingsnetwerk’. De paneldiscussie ging over het thema: ‘Hoe verduurzamen we duurzaamheid?’ Ofwel, hoe komen we van praten tot doen? Pieter Leyssius, directeur Rabobank Utrecht, pleitte voor eenvoud: ‘Ik geloof heel erg dat duurzaamheid zo simpel mogelijk gemaakt moet worden en dat alle stakeholders er voordeel van moeten hebben. Hou het simpel, een business case moet op de achterkant van een sigarendoosje passen! Maar de sommen moeten wel kloppen; uiteindelijk heb je ook materieel voordeel nodig wil het werken.’

Studenten

Duurzaamheid als deel van het curriculum is de ambitie van de Hogeschool Utrecht (HU). Erlijn Eweg: ‘Wij zijn onlangs uitgeroepen tot meest duurzame hogeschool van Nederland. Mooi natuurlijk maar ons doel is dat iedere student een relevant deel van zijn curriculum aan duurzaamheid besteedt. Per slot van rekening leiden wij de leiders van morgen op. De vraag is wel: hoe kunnen we de transitie naar een duurzamere maatschappij versnellen?’

Lees verder in editie 5-2013

Financiële gevolgen voor bouw 2014

0
Financieel

Het kabinet heeft op Prinsjesdag een aantal financiële maatregelen bekend gemaakt die de woningbezitter raken. Onderstaand treft u een kort overzicht, waarbij nadrukkelijk opgemerkt moet worden dat de Tweede en Eerste Kamer deze maatregelen later dit jaar nog moeten goedkeuren. Aanpassingen, veranderingen en wijzigingen zijn dus mogelijk.

Het percentage van de hypotheekrenteaftrek wordt verlaagd van 52 naar 38 procent. Dat gebeurt in 28 jaarlijkse stappen van een half procent. Per 1 januari 2014 is de eerste verlaging naar 51,5 procent.

Tijdelijke verhuurregeling vervalt

De tijdelijke verhuurregeling vervalt per 1 januari 2014. Dat betekent dat het verhuren van uw te koop staande woning minder aantrekkelijk wordt. Daarnaast komt er per gelijke datum een kortere termijn van renteaftrek voor uw leeg te koop staande woning. Vanaf 2014 krijgt u nog renteaftrek voor het jaar waarin u de woning leeg te koop zet plus de twee daarop volgende jaren.

Vrijstelling schenkbelasting naar een ton

Van 1 oktober 2013 tot 1 januari 2015 wordt de vrijstelling schenkbelasting verhoogd van € 51.407 naar € 100.000. Voorwaarde voor deze vrijstelling is dat de schenking wordt besteed aan de eigen woning of aflossing van de hypotheekschuld. In genoemde periode vervalt ook de eis dat eenmalig verhoogde schenkingen alleen van ouders mogen komen. Ook de leeftijdsgrens voor de ontvanger vervalt tijdelijk. Eventueel eerder genoten verhoogde vrijstellingen van ouder aan kind komen in mindering op deze verhoogde vrijstelling.

Laag BTW-tarief niet verlengd

De tijdelijke verlaging van het BTW-tarief voor renovatie vervalt per 1 maart 2014. Dat betekent dat het tarief op die datum weer stijgt van 6 naar 21 procent

Verlaging energiebelasting

Het tarief voor de energiebelasting wordt verlaagd voor lokaal opgewekte duurzame elektriciteit door coöperaties van particuliere kleinverbruikers en Verenigingen van Eigenaren (VvE’s). Het tarief in de eerste tariefschijf (tot 10.000 Kwh) wordt verlaagd met Ä 0,075 per kWh, voor zover de elektriciteit in het kader van een daartoe met een aangewezen coöperatie gesloten overeenkomst wordt geleverd aan een lid van de coöperatie. Voor de verlaging gelden verschillende voorwaarden.

Andere waardering serviceflats

Vanaf 2014 staat in de Successiewet dat serviceflats worden gewaardeerd naar de waarde in het economisch verkeer. Serviceflats worden dus niet meer gewaardeerd op basis van de WOZ-waarde. Door deze wijziging tellen waardeverlagende persoonlijke verplichtingen, zoals verplichte afname van warme maaltijden en bewaking, mee in de waardebepaling.

Lees verder in editie 5-2013

6,5 miljard voor duurzaam wonen

0
Huurwoningen

Enkele bouwers en woningcorporaties tekenden onlangs, in het bijzijn van de minister van Wonen, Stef Blok, de deal ‘Stroomversnelling’, voor de eerste 11.000 woningen. Dit initiatief moet uiteindelijk resulteren in een degelijke renovatie van 111.000 woningen, terwijl voor de huurders de woonkosten in de meeste gevallen gelijk kunnen blijven. Dit kan door een combinatie van drie nieuwe ideeën.

  1. Huurders betalen hun energiekosten aan hun corporatie.
  2. Corporaties investeren dat geld in renovatie.
  3. Bouwers leveren duurzaam gerenoveerde woningen zonder energiekostenduurzaam gerenoveerd.

Gunstig voor huurders, leefbaarheid, milieu en werkgelegenheid

Groot winstpunt van deze deal is dat huurders van relatief slechte woningen met hoge energierekeningen een comfortabele en duurzame woning krijgen tegen dezelfde woonkosten. Daarnaast gebruiken corporaties de nieuwe geldstroom om te investeren in de waarde van hun vastgoed en de leefbaarheid van wijken, zonder overheidssubsidies. Neveneffect is dat deze deal de bouwsector veel werkgelegenheid brengt. Bovendien levert de Stroomversnelling een bijdrage aan duurzaamheidsdoelstellingen. Minister Blok ondersteunt deze deal door zich sterk te maken voor twee aanpassingen in de regelgeving, waardoor corporaties naast huur ook energiediensten (als onderdeel van woonkosten) in rekening brengen, en corporaties lokale energie op het niveau van een woningcomplex kunnen salderen (verrekening van energie die teruggegeven wordt aan het net).

Forse innovatie bouwproces nodig

De Stroomversnelling richt zich primair op grote aantallen seriewoningen uit de jaren ’50-’70. De grote aantallen van de corporaties stellen de bouwers in staat om te investeren in een forse innovatie die nodig is om de gestelde ambitie van prijs en kwaliteit te realiseren. Met de huidige bouwprocessen is een kwaliteitsrenovatie die leidt tot woningen zonder energiekosten niet haalbaar noch betaalbaar. Door het bouwproces te industrialiseren, vergelijkbaar met de auto-industrie, kan de kwaliteit van de woning flink worden verbeterd tegen lagere kosten. Met een gemiddelde renovatieprijs van 60.000 euro komt de omvang van deze deal op ruim 6,5 miljard euro. De ontwikkeling van de eerste vier prototypes start na de zomer; de eerste clusters worden in 2014 aangepakt. Concreet zijn de energieambities mogelijk door een combinatie van: hoogwaardige isolatie, slimme installaties en de inzet van lokale duurzame energie.

Lees verder in editie 5-2013

Opheffing TU Bouwtechniek ‘onomkeerbaar’

0
Bouwtechniek

Opheffing TU Bouwtechniek ‘onomkeerbaar’

De opheffing van de mastertrack bouwtechniek/uitvoeringstechniek aan de TU Eindhoven per 1 september is ‘onomkeerbaar’. Dat heeft de universiteit duidelijk gemaakt in gesprekken met onder andere de studievereniging SUPport en brancheorganisatie Bouwend Nederland.

Voorzitter Patrick de Laat van SUPport noemde die mededeling zeer teleurstellend. ‘Wij waren in de veronderstelling dat het slechts een voorgenomen besluit was. De faculteit Bouwkunde zei bereid te zijn verder te praten. Dat impliceerde voor ons dat er over de opheffing nog te praten viel. Maar dat blijkt niet het geval.’ Bij een recent overleg maakte rector magnificus Hans van Duijn volgens De Laat meteen bij aanvang duidelijk dat het besluit ‘onomkeerbaar’ was.

Zichtbaarheid

Bouwend Nederland heeft in gesprekken met TU/e aangegeven dat het de opheffing van de mastertrack bouwtechniek betreurt. ‘Wij hebben benadrukt dat de sector mensen nodig heeft met een universitaire opleiding en met een praktijkgerichte, brede oriëntatie. Wij hebben graag mensen van de TU/e, met een technische kijk op bouwkunde’, aldus een zegsman.
‘Ons grote punt is dat met het opheffen van de mastertrack bouwtechniek/uitvoeringstechniek het voor studenten niet meer goed zichtbaar is hoe zij kiezen voor de uitvoerende bouw. Welke richtingen leiden daar toe op?’, verklaart de zegsman van de brancheorganisatie. ‘We hebben er op gehamerd dat de uitvoerende bouw zichtbaar moet worden. TU/e heeft bevestigd dat aan de zichtbaarheid gewerkt moet worden. De manier waarop dit gaat gebeuren, is voor ons nog niet duidelijk.’

Vernieuwingen samenbrengen

SUPport voerde de afgelopen tijd actie tegen het opheffingsbesluit. De vereniging zette eind mei het faculteitsgebouw symbolisch te koop, door het op Marktplaats.nl aan te bieden en door een banier aan de gevel te hangen. Of die acties doorgaan nu het opheffingsbesluit definitief is, zegt voorzitter Patrick de Laat nog niet te weten. Wel gaat de vereniging in gesprek met de faculteit over hoe hun studie bij andere richtingen ondergebracht kan worden. ‘Anders snijden we ons zelf in de vinger.’
‘Maar we blijven het een onverantwoord besluit vinden’, benadrukt hij. Juist omdat er in zijn ogen een enorme behoefte is aan integrale oplossingen voor de vragen waarmee de bouw te maken heeft, zoals energieschaarste en vergrijzing. ‘De huidige opleiding brengt de vernieuwingen samen. En de meeste mensen die -afstuderen vinden snel een baan. Dat kan niet iedereen van Bouwkunde zeggen.’

Lees verder in editie 5-2013

Ontwerp en uitvoering

0
Ontwerp en uitvoering

Schades en calamiteiten als gevolg van geotechnisch falen in uitvoering krijgen veel media-aandacht bij projecten met een grote maatschappelijke waarde. Maar het probleem komt heel vaak ook op kleinere bouwplaatsen voor. Naast forse imagoschade kunnen forse budgetoverschrijdingen en uitlopende planningen het gevolg zijn. Een deel van de oplossing zit hem in een betere samenwerking tussen de geotechnisch adviseur en de uitvoerder.

Geotechniek – een andere tak van sport

Geotechniek onderscheidt zich van andere vakgebieden als staal en beton, omdat geotechniek in principe meer onzekerheden en risico’s meebrengt. Bij fouten zijn de effecten doorgaans groter. Er wordt wel eens beeldend geschetst dat staal- en betonconstructeurs werken in millimeters, ontwerpers in centimeters en geotechnici in meters. Meer dan andere vakgebieden heeft de geotechniek te maken met de fysieke omgeving, die voor een belangrijk deel bepaalt hoe de constructie zich gedraagt. Dit alleen al onderscheidt de geotechnisch adviseur van bijvoorbeeld de staalconstructeur of betonconstructeur en vereist ander gedrag. Dat andere gedrag heeft vooral te maken met communicatie en het claimen van de juiste rol in het ontwerp- maar zeker ook in het bouwproces. De geotechnisch adviseur is zich vaak onvoldoende bewust van het noodzakelijke andere gedrag. Er zijn echter ook omstandigheden die de adviseur beperken in zijn mogelijkheden om z’n rol te claimen. In de communicatie met de klant of de uitvoerder wordt de geotechnisch adviseur niet meegenomen en ‘vergeten’ de verantwoordelijken kennis en bijzondere risico’s die zijn opgedaan in de onderzoeksfase met voldoende nadruk over te dragen.

Lees verder in editie 5-2013

‘Den Haag, kom in actie.’

0
Elco Brinkman

Elco Brinkman neemt na achttien jaar afscheid als voorzitter van Bouwend Nederland. Hij noemt het ‘niet zozeer een moment om een traantje weg te pinken. Maar vooral een mogelijkheid om te benadrukken dat er echt nog toekomst is.’ Hij voorziet een sector waarin de wens van de individuele klant bepalend is. Maar in het hier en nu maant hij Den Haag opnieuw te investeren in de bouw en de economie . ‘Ik weet dat het eng is om besluiten te nemen, maar de mensen wachten al lang.’ Podium van Bouwend Nederland deed het volgende interview.

Is het niet moeilijk om na achttien jaar weg te gaan?
Het was zeker emotioneel om bijvoorbeeld in de regio’s van Bouwend Nederland afscheid te nemen. Maar een afscheid is toch ook een evaluatiemoment. Ik wil niet alleen stilstaan bij het verleden van ‘das war einmal’, maar ook kijken naar de toekomst. Voor mij is het echt niet een moment waarop je alleen maar je tekeningen inpakt.

Over die toekomst. Minister Blok van Wonen stelde onlangs dat de nationale bouwproductie niet zijn zaak is. Hij wil die aan de markt overlaten. Is dat een goed perspectief?
Ik denk dat Blok de plank misslaat. Natuurlijk zullen bouwers en iedereen in de keten nieuwe dingen bouwen, nieuwe materialen gebruiken en nieuwe procedures hanteren. Maar de randvoorwaarden waaronder dat gebeurt en zeker de vraag: hoe kom je aan het geld voor dat woonproduct, heeft alles te maken met de politieke ruimte die wordt geboden. Vijf jaar geleden spraken we over de verbetering van de achterstandswijken en over de aanpassing van woningen aan de vergrijzing. Nu zie je dat er domweg weer een woningvraag is ontstaan en dat de wachtlijsten enorm groeien. En dat vragen over financieringen, garanties en risicoregelingen de boventoon voeren.
Dat is iets wat voor een deel door de maatschappij zelf moet worden opgelost, maar in onze zeer verweven maatschappij speelt de overheid wel een belangrijke rol. Als de minister van bouwzaken dat niet ziet, dan denkt hij wel heel minnetjes over zijn eigen portefeuille.

Lees verder in editie 5-2013

Strobouw

0
Strobouw

Beton, baksteen en cement? Nee, strobouw!

De belangstelling voor bouwen met stro neemt toe. Beton, baksteen en cement blijken niet langer meer dé bouwmethode te zijn. Een huis van stro spreekt tot de verbeelding, is sfeervol, economisch en ecologisch, vernemen we van Michel Post van ORIO architecten en voorzitter van de Vereniging Strobouw Nederland.

In het verleden is stro op verschillende manieren toegepast als bouwmateriaal. Het bouwen met stro – met name strobalen – is ontstaan in Nebrasca, een staat in Midden-Amerika. De oudste gebouwen van strobalen dateren uit begin van de 20ste eeuw. In de jaren 80 ontstond er een vernieuwde belangstelling voor deze techniek omdat het een milieuvriendelijke en eenvoudige bouwmethode is. Wereldwijd kennen we ongeveer 10.000 gebouwen gebouwd met strobalen. Nederland telt inmiddels zo’n 80 projecten. Het aantal zal naar verwachting de komende jaren flink stijgen.

Vereniging

Om het bouwen met strobalen meer aandacht te geven, werd in 1999 binnen de VIBA, de Vereniging Integrale Bio-Logische Architectuur, de werkgroep Strobouw Nederland opgericht. ‘In 2003 maakte de werkgroep de overstap naar stichting VIBA Expo – een praktijkgerichte exposantengroep van VIBA – om vervolgens in 2009 als zelfstandige vereniging verder te gaan’, legt Michel Post uit. ‘Strobouw Nederland is een informatieplatform over bouwen met stro voor architecten, overheden en particulieren. Een platform, in feite voor alle mensen die iets willen weten over deze bouwtechniek.’

Overheid en regels

De muur die door de gestapelde strobalen gevormd wordt, kan zowel een dragende als niet-dragende functie hebben. In Nederland echter zijn deze muren voor het grootste deel niet-dragend. Post legt uit waarom: ‘Onze regelgeving is redelijk streng. We moeten werken met materiaal dat getest is en een vaste waarde heeft. Stro is een organisch materiaal. Dit maakt het lastig een waarde vast te stellen. Is strobouw wel mogelijk? In andere landen, zoals Frankrijk, bestaan er al huizen die op deze manier gebouwd zijn. Strobouw heeft daar bestaansrecht en dus is het gemakkelijker er toestemming voor te krijgen. In Nederland zal het tijd vergen dragend te kunnen bouwen met strobalen.’

Lees verder in editie 4-2013