Home Blog Pagina 419

Nieuwbouw European Patent Office

0
Nieuwbouw

Met het gunnen van de nieuwbouw van het European Patent Office (EPO) in Rijswijk aan het TBI-consortium is een van de grootste Nederlandse bouwprojecten voor de komende jaren een feit. Het project is niet alleen bijzonder door zijn grootte. Het gebouw wordt opgeleverd met een uniek concept: in het ontwerp is een dubbelwandige gevel voorzien met een onderlinge afstand van acht meter. Ook op het terrein van de bouwplaatsinrichting worden creatieve oplossingen gevraagd.

Het EPO is de grootste internationale instelling in Nederland, met 3.000 werknemers. De nieuwbouw van 80.000 vierkante meter gaat circa 1.750 medewerkers huisvesten. Een consortium van vier TBI-ondernemingen won de internationale competitie: J.P. van Eesteren (bouw), HEVO (tender/projectmanagement), Croon (elektrotechnische installaties) en Wolter & Dros (werktuigbouwkundige installaties). ‘Voor die samenwerking is gekozen omdat het European Patent Office de opdracht als ‘design and construct’ in de markt heeft gezet. Door de integraliteit van het project zijn we van meet af aan met elkaar opgetrokken. Zo kunnen we optimaal gebruikmaken van de toegevoegde waarde die samenwerking tussen bouw en installatietechniek biedt’, zegt projectleider Ronald Elshout van J.P. van Eesteren.

Waterpartij

Het gebouw wordt uitgevoerd met een staalconstructie en veel glas, naar een ontwerp van de gerenommeerde architectenbureaus Ateliers Jean Nouvel (Parijs) en Dam & Partners Architecten (Amsterdam). Bijzonder aan het ontwerp is de grote waterpartij die het gebouw omringt. Daardoor lijkt de constructie te worden opgetild door de omgeving. Medewerkers en bezoekers lijken door ‘het water’ de entree van het nieuwe gebouw binnen te wandelen, doordat de entree lager is gesitueerd dan het wateroppervlak.

Innovatie

De integrale samenwerking heeft tot een aantal opmerkelijke innovaties geleid op het gebied van klimaatbeheersing, verlichting, akoestiek en duurzaam energiegebruik. Deze worden toegepast met de unieke dubbele gevel aan de zuidzijde die op circa acht meter afstand van de eigenlijke gevel wordt gebouwd. Zo wordt in de gevel een binnentuin gecreëerd die zorgt voor natuurlijke ventilatie. Aan de noordzijde is vooral de reflectie van de watermassa op de gevel zichtbaar. Daglicht dat door het water wordt -gereflecteerd, wordt via de gevel opgevangen en gedoseerd doorgelaten. Voor warmte en koeling maakt het kantoor gebruik van warmte- en koudeopslag in de bodem met warmtepompen. De EPC-waarde ligt daarmee op circa 30% onder de normen van het Bouwbesluit.

Lees verder in editie 4-2013

Herbestemming maakt Nederland leefbaar

0
Herbestemming

Oude Cereolfabriek wordt ingericht als multifunctionele accommodatie

Utrecht, de wijk Oog in Al. Daar waar water, park en woonwijk elkaar kruisen, staat een industrieel kasteel van meer dan honderd jaar oud. Nu al tien jaar leeg, want in 2002 constateerde de gemeente dat de fabriek te schadelijk was voor de omgeving en werden de deuren gesloten.

Jarenlang gebeurde er niets. Als rijksmonument mag het niet gesloopt worden, maar wat moet er dan wél mee gebeuren? Verschillende partijen namen het initiatief tot herbestemming. Na de zomer start een basisschool in het pand en vanaf 2014 komt er een theater, sportzaal, bibliotheek, buitenschoolse opvang, horecagelegenheid en bedrijfsruimte. Herbestemming zit in de lift, getuige de extra subsidie die minister Bussemaker ervoor beschikbaar stelt.

Historie is een belangrijk hulpmiddel om het heden beter te begrijpen. Dit geldt ook voor historische gebouwen, zeker als het gaat om industrieel erfgoed. Als getuigenissen van mensenwerk uit vorige generaties staan de fabrieken vandaag de dag overeind en herinneren ons eraan, waar wij onze welvaart aan te danken hebben. Tegelijkertijd dwingen ze tot actie in het heden en de toekomst. Slopen, niets doen, restaureren of herbestemmen? De laatste optie is tegenwoordig aan een opmars bezig. Herbestemming, een mooi woord, zeker in relatie met een economische of zelfs maatschappelijke crisis. Het ging altijd zo goed, maar nu even niet meer en dat doet teruggrijpen naar symbolen van de tijd waarin er nog vooruitgang werd geboekt. Gebouwen, oude fabrieken, zijn zulke symbolen. Het gevaar van nostalgie en fatalisme ligt dan altijd op de loer, maar het mooie van herbestemming is dat het verleden niet alleen wordt gekoesterd, maar ook wordt ingezet om de huidige situatie te veranderen. Het feit dat veel industrieel erfgoed wordt heringericht tot verzamelplaats van bedrijven, woningen en sociale voorzieningen toont een herstructurering van de huidige maatschappelijke (woon)orde, een ontwikkeling die vooral door gemeenten en provincies wordt gesubsidieerd. Stimulering van samenwerking tussen verschillende maatschappelijke instanties levert een socialere samenleving op, is de visie. Verder impliceert de opmars van herbestemming dat nieuwbouw even ongeoorloofde luxe is; kijk eerst eens wat er allemaal ongebruikt staat in het land, voordat je iets nieuws bouwt. En interessant, herbestemming legt de nadruk op andere zaken dan geld. Ook dat verklaart de extra aandacht ervoor ten tijde van crises. Beleving, schoonheid, karakter; gevoelswaarden spelen niet zelden een rol. Initiatiefnemers van herbestemming handelen vaak uit liefde voor een gebouw.

Lees verder in editie 4-2013

Huis van de Provincie

0
Huis van de provincie cover

Geavanceerd gebouwbeheersysteem solide basis voor flexibel concept

Het is een misvatting te denken dat gebouwautomatisering alleen geschikt is voor nieuwbouw. Dat bewees de Provincie Utrecht wel met de renovatie van het voormalige Fortis-pand aan de A27. Centraal in de derde aflevering business cases van de Nederlandse Brancheorganisatie voor Gebouw Automatisering: het huis van de Provincie Utrecht.

Lange tijd stond vast dat de Provincie Utrecht toe was aan een nieuw onderkomen. In welke vorm en op welke locatie de nieuwe of vernieuwde huisvesting zou ver- of herrijzen, is een belangrijk discussiepunt geweest. Uiteindelijk werd in 2010 besloten tot de aanschaf en duurzame renovatie van het voormalig hoofdkantoor van Fortis Bank, een slanke, rechthoekige toren van tachtig meter hoog. Volgens de planning en binnen het budget werd het 31.000 vierkante meter en achttien verdiepingen tellende gebouw twee jaar later in gebruik genomen. Naar tevredenheid van de gebruikers.
Aangeschoven aan tafel om te vertellen over deze bijzondere business case, zijn Bob Strookappe, programmamanager Nieuwe Huisvesting van de Provincie Utrecht, John Wendel, projectmanager bij hoofdaannemer Strukton, en Theo Smulders, directeur van system integrator Celsius Benelux. Strukton Bouw heeft als hoofdaannemer een vof gevormd samen met Strukton Worksphere. Deze vof droeg de hoofdverantwoordelijkheid voor de renovatie. Celsius Benelux fungeerde daarin als onderaannemer van Strukton. Verder werd de provincie Utrecht ondersteund door de Brink Groep als bouw-directie en op installatietechnisch gebied door ingenieursbureau Deerns.

Strakke planning

Wat direct opvalt, is het relatief korte tijdsbestek waarin de renovatie van het nieuwe provinciehuis werd voltooid. Bob Strookappe vat het traject samen: ‘In februari 2010 zijn we begonnen met het opstellen van het Programma van Eisen. Aan de hand hiervan hebben we het project aanbesteed in december van dat jaar. De renovatie ging van start in januari 2011. Het vernieuwde provinciehuis werd opgeleverd op 11 februari 2012 en op 16 april in gebruik genomen. Dat is behoorlijk rap, zeker voor een project van deze omvang. Een echte verklaring voor dit tempo is er eigenlijk niet. Wel werd het oude provinciehuis vrij snel verkocht en moest het in juli 2012 worden opgeleverd. Dat hadden we niet verwacht, maar voor ons was het wel een stok achter de deur om de renovatie dan ook echt gereed te hebben. En dat is gelukt.’

Lees verder in editie 4-2013

‘Op een gegeven moment is de bodem bereikt’

0
Taco van Hoek

Taco van Hoek, directeur Economisch Instituut voor de Bouw (EIB), over de woningbouwmarkt

‘Krijgt de economie internationaal geen grote klappen meer te verduren, dan zijn de vooruitzichten voor de woningmarkt in Nederland goed. En zal er een gezonde groei plaatsvinden’, aldus Taco van Hoek, directeur van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB). Bouw & Uitvoering praat met deze algemeen econoom over de huidige problemen én de mogelijke oplossingen voor met name de woningbouwmarkt in Nederland.

Sinds 2006 is Taco van Hoek directeur van het EIB, hét instituut dat economisch inzicht geeft en ontwikkelingen analyseert in de bouw en de gebouwde omgeving. Voordat hij bij EIB ging werken, was Van Hoek onderdirecteur bij het Centraal Planbureau (CPB). Hij richtte zich op de economie en de fysieke omgeving, zoals de woningbouwmarkt. Wat maakt deze markt, of eigenlijk de bouw, zo interessant voor hem? ‘Het is een maatschappelijke sector. Immers, alles moet gebouwd worden’, legt Taco van Hoek uit. ‘De bouw heeft een belangrijke rol, gericht op onder andere de infrastructuur, de kwaliteit van de woonomgeving en het maatschappelijke en commercieel vastgoed. Het is een breed gebied. Ook de contacten met de overheid en het meedenken over het overheidsbeleid, spreken mij aan.’

Stevige vraag

Hoe staat de bouw er anno 2013 voor? Taco van Hoek antwoordt resoluut: ‘Slecht. We hebben vijf jaren achter de rug – met een kortstondige opleving in 2011 – waarin alles is teruggelopen. Kijk naar het dramatisch verlies aan werkgelegenheid. Veel bedrijven zijn failliet gegaan. Op dit moment is de weg omhoog er nog steeds niet.’ Dat klinkt niet best. Maar later in dit verhaal zal blijken dat er zeker hoop is.

We concentreren ons op de woningbouwmarkt. Momenteel is nog geen sprake van een serieus herstel, maar volgens Van Hoek ligt er wel een stevige vraag onder.
Hij legt uit: ‘De huishoudensgroei bepaalt het aantal woningen dat wij nodig hebben. In de afgelopen jaren zien we dat de productie van woningen duidelijk achterblijft bij de structurele huishoudensgroei. Grofweg zouden wij zo’n 70.000 woningen per jaar moeten bouwen. Dat zijn er nu ongeveer 50.000. Dat gaat al jaren zo. De markt verkrapt. Gevolg? We zien de bezettingsgraad per woning toenemen. En minder mensen stappen over van een sociale huurwoning naar een koopwoning. Echter, dit is een tijdelijk proces in crisistijd. Op het moment dat de markt weer aantrekt, zal er een inhaalvraag komen. Het kan hard omhoog gaan. Dat zien we in andere landen. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld staan alle signalen op groen. Op een gegeven moment is de bodem bereikt. Zal het herstel ‘van nature’ plaatsvinden.’

Lees verder in editie 4-2013

Publiekscentrum Schatkamer Domplein II

0
Schatkamer

Een reis door de tijd

Zo’n dertig jaar geleden ontstond het idee. De weg was lang. Maar nu is het zover. Op 16 mei jl. is de bouw gestart van Schatkamer Domplein II, een ondergronds publiekscentrum van 20 eeuwen geschiedenis in Utrecht. Voor het eerst zal in Nederland archeologie op deze schaal en permanent voor het publiek toegankelijk zijn. Hoe begon het en welke architectonische en constructieve, klimaattechnische uitdagingen liggen er?

Het Domplein in Utrecht is een schatkamer; van de resten van het Romeinse castellum een paar meter onder de grond tot aan de windvaan van Sint Maarten op de 112 meter hoge Domtoren. In 2005 heeft het College van B&W het Domplein benoemd tot Schatkamer van de Utrechtse, Nederlandse en Europese geschiedenis. In 2010 is het Domplein bij de minister van OCW voorgedragen als Rijksarcheologisch Monument. In hetzelfde jaar heeft het College de Ontwikkelingsvisie Domplein 2013-2018 omarmd: het ontsluiten van de verborgen geschiedenis van het Domplein.

Particulier initiatief

Een luik, daar begint het verhaal van Theo van Wijk, architect. Hij vertelt: ‘Veertig jaar geleden ontmoette ik Frans Kipp, bouwhistoricus van de gemeente Utrecht, recent gepensioneerd. Hij vertelde mij over een Romeinse castellummuur onder het Domplein. Ik was het verhaal vergeten… tot 1986. Ik ging met mijn dochtertje naar de toenmalige muziekschool op het plein. In de hal keek ik naar de binnenplaats. Daar zag ik een luik. Zou dit het luik zijn dat toegang verschaft tot de Romeinse resten? De volgende dag ging ik terug, op zoek naar de sleutel van het luik. Niemand had die, niemand wist wat er onder het luik zat. Enkele maanden later was het toch zo ver. Ik opende het luik, ging vijf meter naar beneden en zag de restanten van de castellummuur. Toen begon mijn fantasie te werken. Wat is hier aan de hand? Hoe zijn we in 20 eeuwen vijf meter omhoog gegroeid? Zijn er nog meer van dergelijke keldertjes? Waarom houden we dit geheim. Direct ben ik naar Frans Kipp gegaan. Hij wijdde me in in de wereld van archeologie en het erfgoed van de Romeinse tijd. Toen begon een spannend jongensboek.’

Lees verder in editie 4-2013

Wederopbouw levert monumenten op

0
Wederopbouw

De jaren vijftig en de vroege jaren zestig: wederopbouwjaren. Nooit werd in Nederland zoveel gebouwd als destijds. De tijd is rijp om deze periode te waarderen. Althans, zo lijkt het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap erover te denken. In maart van dit jaar maakte minister Bussemaker bekend dat negenentachtig gebouwen uit de periode 1959-1965 in aanmerking komen voor de titel Rijksmonument, afdeling ‘wederopbouwmonumenten’. In 2007 werden al honderd gebouwen uit de periode 1940-1958 benoemd tot Rijksmonument.

Vandaag de dag is, wat nieuwbouw betreft, haast een tegenovergestelde tijd aangebroken ten opzichte van de wederopbouw periode. Herbestemming en herwaardering van gebouwen is nu min of meer noodzaak. Een paradox dat een periode waarin volgens veel mensen te weinig rekening is gehouden met dat wat er al stond, nu zelf Rijksmonumenten blijkt op te leveren. Op internet werd al gauw lacherig gedaan over de selectie. Is sporthal ‘de Scharen’ in Breda niet gewoon een foeilelijk betonblok? De schoonheid van een gebouw blijkt echter geen beoordelingscriterium te zijn, het gaat om ‘de meest waardevolle en kenmerkende bouwwerken, die van belang zijn voor de ontwikkeling van de Nederlandse architectuur en die in de periode 1959-1965 zijn gebouwd’. Kenmerkend zijn de genomineerde gebouwen allemaal. Waardevol? Daar valt over te discussiëren. -Mensen beoordelen de waarde van een gebouw als het gaat om een monument toch het liefst op schoonheid, maar dat blijkt te kort door de bocht. De selectie, gedaan door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, heeft namelijk plaatsgevonden aan de hand van acht thema’s die de wederopbouwperiode kenmerken.
Op deze wijze worden de gebouwen in breder perspectief geplaatst en wordt de nadruk gelegd op de symbolische functie, wat nu eenmaal de belangrijkste functie is van een monument. De acht thema’s zijn: Onderdak, Verzorgingsstaat, Economie, Infrastructuur, Herdenking, Verzuiling, Vorming en Vrije tijd & Cultuur. De gebouwen die gekozen zijn vertellen iets over ons, Nederlanders, en onze geschiedenis. Minister Bussemaker sprak over de gebouwen als ‘stille getuigen’ en daar kan aan worden toegevoegd dat een gebouw, net als een beeld, soms meer zegt dan duizend woorden.

Lees verder in editie 3-2013

Veiligheid en vakbekwaamheid voorop

0
Veiligheid

Vereniging Verticaal Transport als deskundig aanspreekpunt

Wie werkt met hijs- en hefgereedschappen loopt een risico. Hooggekwalificeerd personeel kan dit risico minimaliseren. ‘Neem zo’n professional vroegtijdig in dienst’, waarschuwt Lion Verhagen, directeur van de Vereniging Verticaal Transport (VVT). Het resultaat? Minder faalkosten, minder vertragingen en minder onveilige situaties.

Verticaal transport staat voor hijsen, heffen en werken met een hoogwerker. De Vereniging Verticaal Transport (VVT) maakt als brancheorganisatie actief werk van veilig en vakbekwaam werken en van de belangen van de leden bij diverse relevante overheden. De VVT is met bijna tweehonderd lidbedrijven de grootste brancheorganisatie voor verhuur van materieel ten behoeve van verticaal transport. De representativiteit van de VVT in de sector verhuur van mobiele kranen bedraagt zo’n 75 tot 80 procent van alle kraanverhuurbedrijven in Nederland. ‘Een markt waar nog mogelijkheden liggen’, zo oordeelt Lion Verhagen. ‘En toch, volledige representativiteit zullen we niet halen. Zeker nu het in economisch opzicht tegenzit. Wij merken dat er veel bedrijven zijn die bezig zijn met overleven en de stap naar een lidmaatschap van de VVT nu niet kunnen en willen maken.’

Doelen VVT

  • Belangenbehartiging
  • Informatieverstrekking
  • Scholing
  • Binding van en met lidbedrijven

Veiligheid

Op de vraag of honderd procent veiligheid in de verticaaltransportsector bestaat, antwoordt Lion Verhagen: ‘Absolute zekerheid kan geen enkel bedrijf garanderen. Lid of geen lid. Maar je kunt de voorwaarden voor veiligheid wel optimaal invullen. Dat begint bij de machine zelf. Daarna volgt de fundering; is de kraan volledig afgestempeld en zijn de schotten goed geplaatst? De kraan moet stabiel en recht staan. Is er voldoende ruimte rondom? Immers, een kraan is een evenwichtstoestel. Balans is dus enorm belangrijk. En dan is er nog de machinist. Die moet goed zicht hebben op de wijze waarop de last wordt aangeslagen op de haak. Tot slot kun je er voor zorgen dat de communicatie op orde is. Niet alleen door middel van goede portofoonverbindingen, maar ook door het spreken van de juiste taal bijvoorbeeld. Als je alle zaken op orde hebt, durf ik wel te beweren dat 99,9 procent veiligheid gegarandeerd is.’

Lees verder in editie 3-2013

Slechtere wegen door bezuiniging gemeenten

0
Bezuiniging

Verdergaande bezuinigingen op infrastructuur vormen een bedreiging voor de bereikbaarheid en doorstroming in Oost-Nederland. Bovenop de bezuiniging van 6,4 miljard euro van de Rijksoverheid schroeven ook lagere overheden de financiering van infraprojecten terug. De gemeenten in Flevoland, Gelderland en Overijssel gebruiken de kaasschaafmethode op onderhoud van onder andere wegen, bruggen en viaducten en stellen vervangingen uit. Infrabedrijven in de regio, verenigd in Bouwend Nederland, vrezen het ergste voor de economie, de bereikbaarheid en de werkgelegenheid in de regio.

De Rijksoverheid wil in de periode tot 2028 in totaal 6,4 miljard euro bezuinigen op het infrastructuurfonds in Nederland. Oost-Nederland wordt zwaar getroffen door deze bezuiniging. Zo staat uitbreiding van onder andere de N35 en de de A1 onder druk en worden investeringen in diverse vaarwegen getemporiseerd, waaronder de verbreding en verdieping van de Twentekanalen. Hierdoor is de belangrijke mobiliteitsfunctie van de regio voor bijvoorbeeld goederenvervoer van en naar de Rotterdamse haven in gevaar. De rijksbezuinigingen zorgen dat ook lagere overheden de financiering van infraprojecten uitstellen of intrekken. Bijvoorbeeld bij de verbreding van de A1, waarvan de regio zou (voor)financieren.

Verkeersveiligheid

De infrabedrijven in Oost-Nederland vrezen het ergste voor de toekomst. Door de crisis in de bouw hebben zij hun omzet de afgelopen jaren zien teruglopen, met alle gevolgen voor de werkgelegenheid. Faillissementen bij bouw- en infrabedrijven zijn aan de orde van de dag.

Daarbij komt dat ook in de gemeentelijke begrotingen wordt bezuinigd op infrastructuur. Dit terwijl gemeenten zelf aangeven dat het onderhoud achterloopt. Het gevolg hiervan is dat de wegen minder goed toegankelijk zijn en dat ze onveiliger worden, waardoor de kans op verkeersongelukken toeneemt. Voor wegbeheerders is er een extra risico dat zij in de toekomst vaker juridisch worden aangesproken door de weggebruiker op schade vanwege achterstallig onderhoud.

Een aantal gemeenten bezuinig ook op vervanging (zoals van bruggen en viaducten) waardoor sommige bruggen al zijn gesloten voor het verkeer. Nieuwe investeringen in bijvoorbeeld rondwegen worden op de lange baan geschoven, terwijl de economische en infrastructurele maatregelen nodig zijn.

Mobiliteit

Voorzitter Johnny Koster van het Infraplatform Oost van Bouwend Nederland: ‘De terugval in investeringen in infrastructuur heeft gevolgen voor de gehele regio. Niet alleen infrabedrijven, maar allerlei aan de bouw gelieerde sectoren komen nog verder in de problemen. Daarbij komt dat achterstallig onderhoud en het -uitstellen en afblazen van noodzakelijke infrastructurele projecten de mobiliteit in de regio verder onder druk zetten, wat zich ook zal vertalen in economische teruggang.’

Klik hier voor meer informatie

Lees verder in editie 3-2013

De race naar Monte Carlo

0
Monte Carlo

Co-creatiesessie Jonge Geesten, 16 april jl. in het Duinhuis te Bergen aan Zee

Het circuit van Monaco is een stratencircuit in het prinsdom Monaco. In de volksmond aangeduid als het circuit van Monte Carlo. Dit omdat het grotendeels door deze wijk loopt. Eén keer per jaar wordt hier de Formule 1 Grand Prix gehouden. Diverse vertrekpunten leiden naar het eindpunt: Monte Carlo. Een metafoor voor de weg naar een goed opdrachtgeverschap in onder andere de bouw volgens deelnemers aan de co-creatiesessie ‘De kunst van het opdracht geven’. De sessie werd georganiseerd voor Jonge Geesten in samenwerking met het Opdrachtgeversforum.

In het voorjaar 2012 verscheen in Bouw & Uitvoering een artikel over Jonge Geesten: opdrachtgevers, opdrachtnemers, adviseurs en toeleveranciers die ongeacht leeftijd, generatie en cultuur het verschil willen maken in de bouw. Dit doen zij door kennis, actualiteiten en trends met elkaar uit te wisselen. Jonge Geesten is een initiatief uit 2009 van de Nieuwbouw, Trainees en Baanbrekers in de Bouw. Initiatiefnemer is Maurice van Rooijen, account manager Business Strategy bij Movares. Sinds 2009 zijn er zes evenementen georganiseerd. Het laatste – Schoonheid van de Bouw – belichtten we in genoemde editie.

Radicale omslag

Van Rooijen ging echter door, samen met mensen om hem heen die hem inspireerden en dat nog steeds doen. Hij vertelt: ‘De sessies met Jonge Geesten waren mooi. Maar ik bleef me afvragen hoe we voor een radicale omslag in de bouw kunnen zorgen.’ Van Rooijen verdiepte zich in het co-creatieproces. Hij legt uit: ‘In een dergelijk proces zitten mensen met verschillende achtergrond en kennis bij elkaar. Daar komen de mooiste ideeën uit. Wat brengt het op? Wanneer je het altijd met elkaar eens bent, dan is er één overbodig.’ Via professor Mariëlle Heijltjes van Universiteit Maastricht kwam Van Rooijen vervolgens in aanraking met het boek Theory U van Otto Scharmer. Een boek over persoonlijk leiderschap met als kernvraag: Hoe kan ik als mens een volstrekt eigen bijdrage leveren aan de maatschappij die tegelijkertijd aansluit bij wat de omgeving echt nodig heeft? Het gaat om een nieuwe manier van zien.

Lees verder in editie 3-2013

citizenM in control

0
CitizenM

Spannende mix van guest experience en room automation

CitizenM is een nieuw hotelconcept voor moderne, mobiele reizigers. De informatietechnologie die er achter zit, is tot in de details doordacht, ontwikkeld en geïmplementeerd. In de serie business cases van de Nederlandse Brancheorganisatie voor Gebouw Automatisering vertellen de partners over dit unieke project, een prachtige ‘business case’.

CitizenM is een keten van moderne, trendy hotels die zijn uitgerust met alle mogelijk denkbare faciliteiten op het gebied van hightech informatietechnologie. De uiteindelijke realisatie van de gebouwautomatisering is een joint effort geweest van citizenM, Swisscom Hospitality Services, Saia-Burgess Controls en Regel Partners. Onder penvoering van Swisscom hebben de drie automatiseerders gezamenlijk een oplossing ontwikkeld als antwoord op de visionaire business case van citizenM. Resultaat: een heel bijzondere guest experience en een flinke besparing op personeelskosten en energieverbruik.

Technologie

Met moderne IP-technologie worden de boeking, self check-in via kiosken en toegang via RFID gerealiseerd, de verlichting over IP gestuurd en de temperatuur over IP geregeld. De IP-TV biedt gratis video on demand en een ruime keuze aan tv-kanalen en muziek. En dat alles wordt aangestuurd met een Samsung tablet die beschikbaar is in iedere kamer. Swisscom beheert op afstand alle hotels 24/7 vanuit hun operating centers, een opzet die betrouwbaar is, flexibeler en goedkoper in het beheer.

Moderne reiziger

‘Met citizenM wilden we laten zien dat het ook anders kan.’ Aan het woord is Gunnar Knevel, sinds 2007 werkzaam als R&D manager bij de award winning citizenM Hotelgroup. ‘De hotelbranche is van oudsher nogal traditioneel. Echte vernieuwingen kom je nauwelijks tegen, om nog maar niet te spreken van technologische innovaties. Wij hebben gekeken naar de wijze waarop de moderne reiziger zich verplaatst. Daarbij hebben we oplossingen gekozen die in andere branches, zoals de vliegtuigindustrie, al volledig geaccepteerd zijn. Een voorbeeld: waarom zou je in de rij moeten staan om in te checken als je dit ook via een terminal prima zelf kunt doen? Moderne, mobiele travellers zijn zeer zelfstandig en zijn gewend dit soort processen uit te voeren. Door op deze manier te werken, is het mogelijk om tot zes gasten gelijktijdig in te checken, waardoor we dus praktisch geen wachttijden hebben. Onze ‘Ambassadors’ zijn daarom in staat service te verlenen in plaats van administratieve handelingen uit te voeren. Dergelijke gedachten hebben we ingepast in het concept. Uiteindelijk is citizenM een spannende mix geworden van guest experience en room automation. En nog betaalbaar ook.’

Lees verder in editie 3-2013