Toonbeeld van duurzaamheid
Het nieuwe gebouw Energy Academy Europe (EAE) belooft het duurzaamste onderwijsgebouw van Nederland te worden. Het topinstituut waarin bedrijfsleven, onderwijs en wetenschap samen werken aan onderzoek en innovatie op energiegebied, zal in het najaar op de Zernike Campus Groningen in gebruik genomen worden.
De Zernike Campus huisvest momenteel al een groot scala aan onderwijs- en onderzoeksinstellingen waaronder EnTranCe (Energy Transition Center), een onderzoekspark voor de ontwikkeling van producten die moeten helpen bij de energietransitie en de Energy Academy Europe (EAE). Om onderzoekers, studenten en het bedrijfsleven op het gebied nader tot elkaar te brengen, is besloten tot nieuwbouw van de EAE. Bedoeling is, dat het nieuwe gebouw een plek is, waar ontmoeting en kennisuitwisseling centraal staat, dat innovatie en energie uitstraalt en tegelijkertijd natuurlijk aanvoelt.
Minder dak, meer zonnepanelen
Voor het gebouw is gekozen voor een low tech benadering van het energievraagstuk; er wordt optimaal gebruik gemaakt van de natuurelementen aarde, water, lucht en zonlicht als primaire energiebron. Met Pieter van Hoesel, projectmanager van de afdeling vastgoed en investeringsprojecten van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), praten we over deze benadering.
Wat houdt dit in de praktijk in?
Van Hoesel: “Het schuine dak, gericht op het zuiden, heeft een oppervlakte van 4.000 m2. Door 2.000 m2 van dit dak stroomt daglicht naar binnen. De andere helft ervan is belegd met zonnepanelen. Deze panelen staan in een dakvormig – niet plat, in alle richtingen geplaatst – patroon opgesteld, waardoor we 4.000 m2 aan zonnepanelen hebben. De hellingshoek van het dak ligt net onder de 20 graden; de collectie van zonne-energie onder die hoek is optimaal. Het gebruikte patroon van zonnepanelen zorgt voor een optimale opvang van zonne-energie; van ’s morgens vroeg tot tegen de avond.”
Bewust is niet gekozen voor met de zon mee bewegende panelen. Pieter van Hoesel legt uit: “Technisch gezien is het vrij ingewikkeld om zoveel zonnepanelen op een dak mee te laten bewegen met de zon. Meedraaiende zonnepanelen zijn veel storingsgevoeliger, er komt sneller vuil tussen en het maakt behoorlijk wat lawaai. Op kleinere schaal wordt deze techniek wel toegepast. Op onze campus bijvoorbeeld staat een soort ‘zonnebloem’, die met de zon mee draait.”
Meer zonnepanelen op een kleinere oppervlakte van een dak lijkt ideaal om zo veel mogelijk energie te vergaren. Waarom wordt deze methode niet vaker toegepast. “Het is lastig daar een antwoord op te geven”, zegt Van Hoesel. Zie de EAE als voorbeeld voor andere gebouwen. Misschien dat we de methode in de toekomst vaker tegen zullen komen. Let wel, 4.000 m2 aan zonnepanelen op 2.000 m2 dak is duurder dan 2.000 m2 aan zonnepanelen op dat zelfde dak. De trend is echter, dat zonnepanelen goedkoper worden en steeds meer bekend is over het daadwerkelijk rendement. Dus, wie weet.”
Vanwege het hellende dak van het nieuwe gebouw telt het aan de zuidzijde en aan de noordzijde niet evenveel verdiepingen. Aan de zuidkant komen er tweeënhalve bouwlaag, aan de noordzijde vijf bouwlagen. “Het is een praktische keuze. Onder het lage gedeelte kunnen we minder verdiepingen kwijt dan onder het hoge”, aldus Van Hoesel.
Meer duurzaamheid
Niet alleen het zonnedak zorgt voor duurzaamheid, ook andere maatregelen dragen daar aan bij. Van Hoesel: “Onder het gebouw bevindt zich om de kelder heen een soort labyrint. Een lange gang, niet voor mensen om door heen te lopen, maar om lucht door naar binnen te laten. In de wintersituatie is de buitenlucht koud. Voordat we deze lucht gebruiken om het gebouw te ventileren, gaat het door het doolhof heen. De lucht wordt opgewarmd door de aardwarmte. Gebruik je deze lucht om te ventileren, dan hoef je er minder energie in te stoppen.”
Ook de zogenaamde ‘zonneschoorsteen’ draagt een steentje bij. Pieter van Hoesel legt uit: “Tussen de twee bouwdelen bevindt zich een atrium, waar de ventilatielucht van het gebouw bij elkaar komt. Afvoer moet via het dak gebeuren. Normaal gesproken worden hier ventilatoren voor gebruikt. Wij bouwen echter een zonneschoorsteen, een kokerachtige constructie,
die opgewarmd wordt door de zon. Hierdoor ontstaat er een natuurlijke trek. Vergelijk het met een kolenkachel. De verbrandingsgassen gaan op natuurlijke wijze – omdat de gassen warm zijn – via de schoorsteen naar buiten.”
Tot slot noemt Pieter van Hoesel de wintertuin. “Deze bevindt zich aan de zuidzijde van het gebouw onder het laagste punt van het zonnedak. Eigenlijk is het een soort kas, waar een tussenklimaat in heerst. In koude perioden van het jaar wordt de lucht, bedoeld voor ventilatie van het gebouw, voorverwarmd. Dus ook hier hebben we minder energie nodig. In het voor- en najaar kan het ook andersom werken. Op hete zomeravonden maken we ’s nachts gebruik van de koele buitenlucht om het gebouw vanuit de wintertuin in één keer af te ‘spoelen’.”
Outstanding
Voor de bouw van de EAE wordt gewerkt met een BREEAM-certificering. BREEAM beoordeelt gebouwen op negen verschillende duurzaamheidsonderwerpen: management, gezondheid, energie, transport, water, materialen, afval, landgebruik en ecologie en vervuiling. Op elk onderdeel zijn punten te behalen. Bij het ontwerp van de nieuwbouw van de Energy Academy Europe is ruim ingezet op het behalen van energiebesparende maatregelen. In totaal is hiermee 89,62% aan punten behaald. Voor BREEAM Outstanding is een score van 85% of hoger nodig. De Dutch Green Building Council (DGBC) heeft het ontwerp van de nieuwbouw EAE dan ook gecertificeerd met de Outstanding status.
Pieter van Hoesel: “Qua bouwmateriaal is er gekozen voor beton en staal. Bij BREEAM krijg je strafpunten voor het gebruik van ‘foute’ materialen en pluspunten voor het gebruik van goed materiaal. We maken zo onze afwegingen. Kies je voor beton, dan moet het wel beton zijn met granulaat van bijvoorbeeld sloopmateriaal. Staal is beter dan aluminium, enzovoorts. Zoals gezegd, de omgeving van het gebouw is ook belangrijk voor de Outstanding status. Een van de eisen is, de bewoners te betrekken bij de totstandkoming van het gebouw. Goede voorlichting dus. Daarnaast is een ‘gezond’ binnenklimaat voor de mensen die er in komen te werken, vereist. Een andere eis is het rekening houden met de dieren. Daarom dat we een ‘dierenhotel’ creëren naast het gebouw. Een onderkomen waarin dieren, zoals vogels, kunnen huizen en nestelen.”
Zero emission
Pieter van Hoesel is trots op het ontwerp van het EAE. Hij zegt: “Naar ons idee is het uniek. Het wordt het meest duurzame onderwijsgebouw van Nederland. We hebben heel wat ambities opgesteld, toen we begonnen. Zoals de ambitie van een zero emission gebouw. Oftewel, het tot nul brengen van de CO2-uitstoot. Dat kan alleen als je het gebouw energieneutraal maakt of energieleverend per saldo. Zero emission moet je wel als ‘gemiddeld’ zien. Is het in de winter erg koud en zit er veel tegen, dan is het mogelijk dat we energie uit elektriciteit moeten gebruiken. Maar er zijn ook momenten in het jaar dat we energie terug kunnen leveren.”
Tot slot, is het lastig om een dergelijk gebouw neer te zetten? Pieter van Hoesel: “De voorbereiding kost behoorlijk wat tijd. Voor veel partijen is het iets nieuws. Ook het bouwen zelf vergt alles van de aannemer en installateur. Maar ik merk wel dat partijen snel leren. Tot nu toe is alles redelijk probleemloos verlopen.”
Wie zijn er betrokken bij de bouw van de EAE?
De nieuwbouw van de EAE in Groningen is een initiatief van de Rijksuniversiteit Groningen, de Hanzehogeschool, Energy Delta Institute, Energy Academy Europe en
Energy Valley. Het project wordt mede gefinancierd door het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN), Ruimtelijk Economisch Programma en door het Ministerie van Economische Zaken.
Pieter van Hoesel: “Het bedrag mag ik helaas niet noemen. “Wel kan ik zeggen, dat we 15% meer aan totale bouwkosten uitgeven, dan wat gebruikelijk is bij nieuwbouw van een dergelijk gebouw. Dat heeft te maken met de bijzonder maatregelen, zoals genoemd in het artikel. Op termijn hopen we deze extra investering er weer uit te halen.”
Het ontwerp van de Academy staat op naam van Broekbakema, pvanb architecten, Ingenieursbureau Wassenaar, DGMR, ARUP, dr. heinekamp en ICS adviseurs. De bouw van de EAE wordt gerealiseerd door Friso/Koopmans Bouwgroepcombinatie en ENGIE (voorheen Cofely GDF Suez).
Oppervlakte
Energy Academy europe
Brutovloeroppervlak in m2 (NEN 2580) | 14.819 m2 |
Totaal terreinoppervlak in hectare | 4.350 m2 |
Vloeroppervlakken
Naar functie en afmetingen (NEN 2580)
Bijeenkomstfunctie | 2.097 m2 |
Gemeenschappelijke ruimte | 895 m2 |
Industriefunctie | 2.492 m2 |
Kantoorfunctie | 5.513 m2 |
Onderwijsfunctie | 750 m2 |
Overige gebruiksfunctie | 2.071 m2 |
Verkeersruimtes | 1.156 m2 |
Opslagruimten / Facilitair | 275 m2 |
Facts & Figures
Energy Academy Europe
Verwacht energiegebruik in kWh/m2 BVO | 12,6 kWh/m2 BVO/jaar elektrisch |
Verwacht verbruik van fossiele brandstoffen in kWh/m2 BVO/jaar | 0 kWh-elektrisch/m2 BVO/jaar |
Verwacht verbruik van duurzame energiebronnen in kWh/m2 BVO | PV-panelen: 64 kWh primair/M2 BVO/jaar, WKO: 13 kWh primair/m2 BVO/jaar |
Verwacht waterverbruik in m3/persoon/jaar | 7,1 m3/persoon/jaar |
Verwacht waterverbruik dat wordt betrokken via hemelwater of grijs water in procenten | 29% |