De Nederlandse Staat zet een grote stap in de verdere positie van kernenergie binnen de nationale energievoorziening. Met de voorgenomen overname van 70 procent van de aandelen in EPZ, de exploitant van de kerncentrale in Borssele, krijgt het Rijk meer invloed op de toekomst van deze installatie. Voor de bouw- en infrasector is dat relevant, omdat een langer openblijvende kerncentrale gevolgen heeft voor investeringen, vergunningstrajecten, technisch onderhoud en de inzet van specialistische kennis.
“Voor de aandelen van de kerncentrale Borssele betaalt de Staat 115,7 miljoen euro”
Akkoord
De Staat heeft een onderhandelaarsakkoord gesloten over de aankoop van alle aandelen van ZEH Energy. Dit bedrijf bezit 70 procent van EPZ. De huidige verkopers zijn de Provincie Zeeland en Zeeuwse gemeenten. Zij hadden al eerder aangegeven dat zij voor zichzelf geen rol meer zagen als aandeelhouder bij een mogelijke verlenging van de bedrijfsduur van de kerncentrale. Met de overname verschuift de regie dus nadrukkelijk naar het Rijk.
Voor de aandelen betaalt de Staat 115,7 miljoen euro. Daarnaast komt er 119 miljoen euro extra beschikbaar als vermogenssteun voor de onderneming. Dit bedrag is bedoeld om de financiële stabiliteit van EPZ te waarborgen en om lopende uitgaven te kunnen blijven betalen. Het kabinet heeft de prijs onafhankelijk laten toetsen. Volgens die toets is het overeengekomen bedrag marktconform. De overige 30 procent van EPZ blijft in handen van het Duitse energiebedrijf RWE.
Overname van aandelen in Borssele
De kerncentrale in Borssele heeft al jaren een vaste plaats in de Nederlandse elektriciteitsvoorziening. De centrale levert 485 megawatt CO2-vrije elektriciteit. Daarmee is de productie bijna gelijk aan het stroomverbruik van alle inwoners van Zeeland en Noord-Brabant samen. Voor een energiesysteem dat steeds meer afhankelijk wordt van weersafhankelijke bronnen zoals zon en wind, heeft een kerncentrale vooral waarde als stabiele producent van baseload.
Voor jouw werkveld is dat van belang, omdat de levensduurverlenging van een kerncentrale vaak gepaard gaat met technische modernisering, inspecties, vervangingsinvesteringen en extra veiligheidseisen. Zulke trajecten vragen om gespecialiseerde aannemers, ingenieursbureaus en partijen met ervaring in nucleaire regelgeving. Ook op het gebied van assetmanagement en onderhoud ligt hier een langdurige opgave. De combinatie van publieke sturing en industriële uitvoering maakt Borssele daarmee tot een project met bestuurlijke én technische impact.
De overname is nog niet definitief afgerond. Eerst moeten het parlement en de huidige aandeelhouders instemmen met het akkoord. Pas daarna kunnen de aandelen formeel worden overgedragen. Meer informatie over de betrokken exploitant staat op de website van EPZ. Achtergrond over nucleaire veiligheid en toezicht is te vinden bij de ANVS.
Wijziging van de kernenergiewet maakt centrale langer inzetbaar
Naast de aandelentransactie is ook wetgeving aangepast. De Eerste Kamer heeft ingestemd met een wijziging van de Kernenergiewet. Die stap was nodig, omdat in de bestaande wet 2033 was vastgelegd als eindjaar voor de kerncentrale. Door de wetswijziging ontstaat de juridische ruimte om de centrale langer open te houden. Dat betekent niet dat de verlenging automatisch doorgaat, maar het maakt het traject wel mogelijk.
De overheid koppelt aan deze stap ook een bredere energievisie. Kernenergie moet bijdragen aan een diverse en stabiele energievoorziening in Nederland. Daarbij speelt niet alleen de productie van elektriciteit een rol, maar ook het behoud van nucleaire kennis en vakmanschap. Juist dat punt is belangrijk voor de uitvoeringspraktijk, omdat specialistische capaciteit schaars is en langdurige projecten vragen om continuïteit in mensen, processen en opleidingen.
Vervolgstappen voor de centrale na 2033
Hoewel de richting duidelijker is geworden, ligt er nog geen definitief besluit over het openhouden van de kerncentrale Borssele na 2033. De aandeelhouders van EPZ moeten nog een investeringsbeslissing nemen. Dat is een zwaarwegend moment, omdat daar financiële, technische en bestuurlijke afwegingen samenkomen. Ook moet EPZ nog een vergunning aanvragen voor langere bedrijfsduur. Pas daarna kan de onafhankelijke toezichthouder beoordelen of voortzetting veilig en verantwoord is.
De Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) kijkt daarbij onder meer naar nucleaire veiligheid, technische staat en stralingsbescherming. Voor een kerncentrale betekent dit een intensief toetsingsproces met hoge eisen aan documentatie, inspecties en onderbouwing. Voor marktpartijen die bij onderhoud, engineering of aanpassingen betrokken raken, is dat een omgeving waarin kwaliteit, traceerbaarheid en naleving centraal staan.
Bron: Rijksoverheid, ANVS, Wikiedia.











