Home Blog Pagina 178

Rijkswaterstaat wil gericht en samen met anderen innoveren

0
Rijkswaterstaat wil gericht en samen met anderen innoveren

“Het veilig, leefbaar en bereikbaar houden van ons land vraagt om nieuwe oplossingen”, bericht Rijkswaterstaat over Innovatieagenda 2030. Ontwikkelingen binnen het werkgebied gaan steeds sneller. Veranderend klimaat, groenere energie, groeiende mobiliteit en schaarsere ruimte vragen om gerichte- en meer innovatie. Bovendien moeten de komende jaren worden honderden bruggen, sluizen, viaducten en tunnels opgeknapt worden. Werk aan de winkel!

“Rijkswaterstaat Innovatieagenda 2030 met 4 thema’s: Vervanging en Renovatie, Klimaatneutraal en Circulair, Smart Mobility, Data en Informatievoorziening”

Innovatieagenda 2030 ?

Om richting te geven aan het denken over die nieuwe oplossingen presenteerde Rijkswaterstaat onlangs, de Innovatieagenda 2030. De komende tijd wil Rijkswaterstaat hiermee in gesprek gaan met onder meer kennisinstellingen, het bedrijfsleven en andere overheden om vooral samen te innoveren. De innovatieagenda is nooit helemaal af. Er kunnen nieuwe onderwerpen bij komen, bijvoorbeeld door het gesprek met de samenleving of aangegeven vanuit een nieuw regeerakkoord. De innovatieagenda is te vinden op de website RWS Innoveert.

In gesprek

Om nu vast focus te geven aan de innovatieopgaven heeft Rijkswaterstaat vier innovatiethema’s benoemd: Vervanging en Renovatie, Klimaatneutraal en Circulair, Smart Mobility, Data en Informatievoorziening (IV). Deze thema’s die we in de innovatieagenda benoemen, zijn stuk voor stuk maatschappelijke opgaven waar overheid en partners uit onder meer het bedrijfsleven en de kenniswereld gezamenlijk voor staan. Daarom wil Rijkswaterstaat de komende periode daarover in gesprek gaan.

Richting

Hoofdingenieur-directeur Wegen Verkeer en Leefomgeving van Rijkswaterstaat, Marlouke Durville is verantwoordelijk voor de innovatieagenda. Rijkswaterstaat heeft per thema diverse roadmaps opgesteld.

“In die roadmaps staat wat ons einddoel is en welke innovatierichtingen we voor ons zien, om dat te bereiken. Ze zijn nog niet in beton gegoten en zijn een startpunt voor het gesprek met onze partners.”

Met de innovatieagenda wil de dienst er ook voor zorgen dat ontwikkelde innovaties van pilots daadwerkelijk in de praktijk gebracht worden. Durville: “Om dit te bereiken, kijken we onder meer naar manieren om in contracten niet alleen afspraken te maken over de ontwikkeling van innovaties, maar ook over de eerste toepassing ervan.”
In gesprek met de sector

Aanpak

Durville introduceerde de Innovatieagenda 2030 tijdens de Innovatie Expo 2021 in een gesprek met Doekle Terpstra. Terpstra is boegbeeld van het Bouw en Techniek Innovatiecentrum (BTIC), waarin overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen samenwerken. “De afgelopen tijd is duidelijk geworden dat de hele gebouwde omgeving voor grote uitdagingen staat. De agenda van Rijkswaterstaat verdient topprioriteit. Het BTIC zal met een innovatieve aanpak alles op alles zetten om de ambitieuze doelen van Rijkswaterstaat te helpen realiseren.”

Voor Terpstra is de combinatie van onderzoek, praktijktoepassing en continu leren cruciaal. “‘Als we blijven doen wat we altijd hebben gedaan gaan we het niet redden. Er zijn nieuwe oplossingen nodig en mensen die in staat zijn om die uit te voeren. Daarvoor zijn investeringen nodig maar we moeten óók visie tonen en lef en risico durven nemen.”

Innovatieagenda 2030: Rijkswaterstaat wil gericht en samen met anderen innoveren. Lees ook: Rijkswaterstaat inventariseert ervaringen met ‘2 fasen proces’ en Investeringen in onderhoud aan wegen, spoor, dijken en vaarwegen.

Betonindustrie herbruikt hout uit bekistingsmallen

0
Betonindustrie herbruikt hout uit bekistingsmallen

Prefab producenten in de betonindustrie, verenigd in BPN, hebben een circulaire oplossing gevonden voor hun gebruikte houten bekistingsmallen. Beton Producenten Nederland en Unilin sluiten overeenkomst voor verwerking van houten bekistingen tot nieuw spaanplaat.

“We zorgen nu voor een nieuw leven van dit hout uit de betonindustrie”

Hubs

Deze kunnen voortaan worden aangeboden bij Unilin, dat het hout in z’n Belgische fabriek verwerkt tot nieuwe spaanplaten. Betonproducenten kunnen de houten bekistingen bij diverse hubs in Nederland aanleveren, zodat ook het transport naar België efficiënt en milieuvriendelijk plaatsvindt.

Eindbestemming

Projectleider Paul de Vries: “Houten mallen worden veelal op maat gemaakt voor specifieke betonelementen. Tot op heden werden de gebruikte houten mallen meestal opgespaard in de hoop dat ze ooit nog een keer van pas zouden komen als om dezelfde elementen zou worden gevraagd.”

“Na verloop van tijd werden ze echter afgevoerd naar milieustraten en afvalverwerkers. Je wist vervolgens niet wat er met dit hout gebeurde. Veelal was de vuilverbrandingsoven de eindbestemming, al dan niet inclusief energieopwekking, maar dat past niet meer in de maatschappelijke beweging naar meer duurzaamheid en circulariteit. Vandaar onze zoektocht naar een hoogwaardigere oplossing. We zorgen nu voor een nieuw leven van dit hout.”

Circulair

Kristof Van Hoye, van Unilin Panels: “Vandaag de dag recyclen wij in onze moderne fabriek in Wielsbeke (B) ongeveer een miljoen ton hout per jaar tot spaanplaat dat voor 90% uit reststromen bestaat. Tot voor kort haalden we onze grondstoffen onder andere uit de houtindustrie, van sloopwerven en van containerparken. Nu sluiten we grotendeels zelf de cirkel, door ook hout op te halen bij onze klanten.

“Door de samenwerking kunnen we ook hout uit de betonindustrie een tweede leven geven via onze duurzame en stijlvolle plaatproducten. Het hout wordt ingezameld, opgeschoond en verwerkt in spaanplaten die de leden van BPN opnieuw kunnen inzetten.”

(Lees verder onder de foto.)

Betonindustrie herbruikt hout uit bekistingsmallen

Nieuwe mallen in de betonfabriek, v.l.n.r. Paul de Vries (Focus-C projectleider), Math Pluis (Adviseur Betonhuis), Jan de Koning (voorzitter BPN en directeur van De Jong Beton), Kristof Van Hoye (category manager circular economy and waste bij Unilin Panels), Ton Pielkenrood (sectorsecretaris BPN).
 

Enthousiast

Jan de Koning Jan de Koning, voorzitter BPN en directeur van De Jong Beton: “De houten bekistingen zagen wij eerst als afval, waar we in de loop der jaren steeds meer voor moesten betalen om dit afval kwijt te raken. We zijn om twee redenen enthousiast over deze overeenkomst: ten eerste zijn de mallen nu geen afval meer maar grondstof, wat helemaal past in de maatschappelijke circulaire opgave. Ten tweede kunnen wij onze afvalkosten reduceren. Het mes snijdt zo aan twee kanten.”

“Ik zie dan ook veel enthousiasme bij de collega-betonproducenten die veel specialistische betonelementen vervaardigen waarbij houten maatwerkbekistingen worden ingezet. Voor ons bedrijf scheelt het recyclen van houten mallen circa 3% op onze ecologische footprint en levert zo’n 100 ton CO2-reductie op.”

“Fabrikanten krijgen een certificaat van Unilin, van belang bij alle milieuberekeningen. Na de pilotfase, waarin wij 12 ton resthout per vrachtwagen lieten transporteren, shredderen wij samen met transporteur Gebr. Van Eijck het houtafval eerst op ons terrein. Zo kunnen wij ruim 18 ton per vrachtwagen vervoeren. Dat scheelt in het aantal transportbewegingen.”

Duurzaamheidsambitie

Volgens Ton Pielkenrood, sectorsecretaris BPN, past deze nieuwe circulaire aanpak in de duurzaamheidsambitie van de vereniging en leden.

“Het voordeel van prefabricage is dat je al efficiënt met grondstoffen omgaat en afval tijdens de productie en het bouwproces vermindert. Prefab is een schone, doelmatige manier van bouwen, waarbij we toewerken naar modulaire bouwconcepten waarbij elementen na tientallen jaren opnieuw in hun oorspronkelijke vorm worden hergebruikt.”

“Bij de productie passen we zoveel mogelijk secundaire grondstoffen en CO2-arme bindmiddelen in onze betonproducten toe, daar waar dit technisch en constructief verantwoord is. Deze overeenkomst met Unilin voor het recyclen van onze houten bekistingen is een volgende stap in het sluiten van de kringloop van prefab beton.”

BPN (Beton Producenten Nederland) is lid van Betonhuis.

Hout uit prefab betonindustrie krijgt tweede leven.

Nul-op-de-meter-woning Helmond door studenten team CASA

0
Nul-op-de-meter-woning Helmond door studenten team CASA

Comfortabel, betaalbaar en extreem duurzaam zijn eigenschappen van de toekomstbestendige woning van Team CASA. Het TU/e studententeam ontwierp de woning samen met bouwbedrijf Hurks en woningcorporatie Woonbedrijf.

CASA – Uniek is het feit dat de warmtepomp vooral in de zomer aanstaat

De studenten van Team CASA en partner Hurks startten in december 2020 met de bouw van de woning genaamd CASA 1.0. Daar ging vier jaar onderzoek aan vooraf. Het doel van het team is om een duurzaam alternatief voor sociale woningbouw te ontwikkelen met technologieën die nu al beschikbaar zijn.

Grote schaal

“Het huis moet daarom snel op grotere schaal gebouwd kunnen worden”, benadrukt bedenker en teammanager Antoine Post. Zo is de betonloze woning gemaakt van staal en volledig herbruikbaar hout. Uniek is het feit dat de warmtepomp vooral in de zomer aanstaat en niet in de winter, waardoor veel minder stroom nodig is om het huis te verwarmen.

Hoe dit kan? Het geheim bevindt zich onder het huis: het gaat om een waterbassin van 104 kubieke meter. De warmte van de warmtepomp wordt namelijk gebruikt om het bassin te verwarmen om die vervolgens in de koude wintermaanden als verwarming te gebruiken.

Er is via dit systeem dus geen sprake van overtollige energie in de zomer en een tekort in de winter, waarmee een piekbelasting op het elektriciteitsnet wordt voorkomen. De energie die de warmtepomp gebruikt is overigens afkomstig van het energiedak dat via een zonnepanneel en zonneboiler zowel elektriciteit als warmte genereert. CASA 1.0 is daarmee in feite en nul-op-de-meter-woning die een stap verder gaat.

Dit innovatieve bouwwerk wordt opgetrokken in wat inmiddels bekendstaat als ‘de slimme wijk’: Brainport Smart District in Helmond Brandevoort. In deze wijk wordt geëxperimenteerd met nieuwe en innovatieve vormen van bouwen, energie en vervoer.

(Lees verder onder de foto.)

Beeld: Team CASA

Eerste bewoners

CASA 1.0 bestaat uit twee verdiepingen met in totaal drie appartementen die na oplevering worden verhuurd. Post en zijn vriendin zijn twee van de toekomstige bewoners. Post: “We gaan op de benedenverdieping wonen en het huis uittesten. Dat is leuk en spannend. Na de test wordt een tweede appartement verhuurd. Het derde appartement gaat men voorlopig gebruiken voor promotiedoeleinden.”

Het CASA 1.0 project wordt medegefinancierd door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling in het kader van OPZuid, de Metropoolregio Eindhoven en een bijdrage uit de subsidieregeling economie en innovatie Noord-Brabant. Verdere ontwikkeling wordt medegefinancierd met een Topsector Energiesubsidie (Demonstratie Energie Innovatie) van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Lees het hele bericht op de site van de TU Eindhoven

Nul-op-de-meter-woning Helmond door studenten team CASA.

Gebiedsontwikkeling met 300 woningen De Groene Heerlijkheid Deurne

0
De Groene Heerlijkheid in Deurne met 300 woningen in gang

Gebiedsontwikkelaar AM start met een haalbaarheidsonderzoek om een nieuwe, duurzame gebiedsontwikkeling toe te voegen aan Deurne. De gebiedsvisie ‘De Groene Heerlijkheid’ omvat ongeveer driehonderd woningen en appartementen.

“Nieuwe en duurzame gebiedsontwikkeling De Groene Heerlijkheid in Deurne komt een stap dichterbij”

De visie komt tegemoet aan de behoefte aan nieuwe koop- en huurwoningen in de Brabantse gemeente. Gemeente Deurne, AM en Voergroep Zuid hebben hiertoe samen de intentie ingezet.

Visie

De gebiedsvisie is uitgedacht op het bedrijventerrein tegen het spoor, waar nu Praxis en Welkoop gevestigd zijn. In de volksmond het ‘Boerenbondterrein’. Hierdoor wordt eveneens gekeken naar verplaatsing van deze retailers elders in de gemeente Deurne. Het woningaanbod in de huidige plannen bestaat uit in totaal circa driehonderd koop- en huurwoningen.

Het betreft verschillende typen huizen met twee of drie woonlagen en ook komen er appartementen. De nieuwe woonlocatie krijgt een dorpse sfeer en gemoedelijkheid passend bij het huidige karakter van Deurne.

Natuurinclusiviteit

Het uitgangspunt is om de woningen en appartementen duurzaam en gasloos te ontwikkelen met een hoge ambitie op het gebied van energie en comfort. De aanleg van groene verbindingen en een groen hart als ook de aandacht voor biodiversiteit zijn elementen waardoor natuurinclusiviteit extra aandacht krijgt. De haalbaarheid, het ruimtelijke ontwerp van de woningen en het bestemmingsplan worden verder uitgewerkt en daarna in procedure gebracht.

Woningtekort Deurne

Wethouder Marinus Biemans van Deurne is zich dagelijks bewust van het grote tekort aan woningen in zijn gemeente. “Met woningbouw op de ‘Boerenbondlocatie’ komt een lang gekoesterde wens tot uitvoering. De gebiedsvisie van AM vormt een startpunt om samen met betrokken partijen te streven naar een breed gedragen plan voor dit stukje Deurne.”

Adjunct-directeur Jaap van Engelshoven van AM als mede-initiatiefnemer. “Na de realisatie van het woongebied Façade in de Spoorzone zijn wij trots en verheugd de kans te krijgen om opnieuw een prachtig woongebied aan Deurne te kunnen toevoegen.”

Gedurfd en gelukkig

“Met de gebiedsontwikkeling De Groene Heerlijkheid wil AM invulling geven aan haar kernthema’s Gedurfde duurzaamheid en Gelukkig leven. Groen en duurzaam leven is niet alleen belangrijk voor de woning waarin je woont, maar ook in de buurt waar deze woning zich bevindt.”

“Door de gebiedsvisie ‘De Groene Heerlijkheid’ zal een bedrijventerrein transformeren naar een fijne, toekomstbestendige buurt waar groen, ontmoeten en natuurinclusiviteit de dragers zullen zijn”, aldus de gebiedsontwikkelaar.

Gebiedsontwikkeling met 300 woningen De Groene Heerlijkheid in Deurne.

VERAS en VVTB kritisch over ontwerp nieuw Asbeststelsel

0
VERAS en VVTB kritisch over ontwerp nieuw Asbeststelsel

VERAS en VVTB reageerden in een gezamenlijke reactie op het ontwerp Arbobesluit nieuw Asbeststelsel. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), heeft het voorstel tot wijziging van de asbestregelgeving eerder al voor inspraak gepubliceerd. De brancheverenigingen gaven toen al aan, dat zij na ruggespraak met hun leden zouden reageren. Die reactie kwam net voor de Pasen.

“VERAS en VVTB vinden het loskoppelen van certificatieplicht en risicoklasse wel een goede zaak”

Wijzigingen in het ontwerp

De brancheverenigingen VERAS en VVTB gaven in een reactie naar hun leden eind februari al een overzicht van de belangrijkste wijzigingen in het ontwerp Arbobesluit nieuw Asbeststelsel. Daarin werd onder meer genoemd:

– De loskoppeling van de risicoklasse-indeling van de certificatieplicht.
– Indeling van asbestbronnen in groep A en B, waarbij voor groep B de certificatieplicht voor bedrijven en personen geldt.
– Verdere differentiatie van de onafhankelijke eindbeoordeling, waarbij in veel gevallen geen onafhankelijke eindbeoordeling meer verplicht zal zijn.
– De komst van een SMART nieuwe stijl, SMART-ns genoemd. Een door de overheid voorgeschreven beoordelingsinstrument waarin ook de te treffen maatregelen om blootstelling te voorkomen worden voorgeschreven.
– Vervallen van de DAV certificatieplicht voor machinisten.

Meer lezen over de details op de eerste inventarisatie Ontwerp Nieuw Asbeststelsel van VERAS en VVTB.

Feitelijke inspraakreactie

In een gezamenlijke reactie op het ontwerpbesluit voor de wijziging van de asbestregelgeving betreffende het Certificatiestelsel Asbest, gaven VERAS en VVTB eind maart de kern van hun standpunten weer. Lees meer hieronder:

Certificatieplicht, bronnen en restanten

De brancheverenigingen onderschrijven het voornemen om certificatieplicht los te koppelen van de risicoklasse-indeling. Daarmee wordt tegemoetgekomen aan een knelpunt waarvoor men de aandacht vroeg.

Zij geven mede aan dat de criteria voor de indeling van asbestbronnen in groep B (certificatieplicht) meer rekening gehouden moet worden met het risico op het achterblijven van asbestrestanten en secundaire besmettingen.

Tevens zijn zij van mening dat het een slecht idee is om asbesttoepassingen in risicoklasse 2 vrij te stellen van de certificatieplicht. De vaststelling zou moeten zijn dat asbest per definitie risico’s met zich mee brengt, zo stelt men. Uitgangspunt moet zijn dat er een “certificatieplicht geldt, tenzij er sprake is van een wettelijke uitzondering”.

Ook ziet men graag wijzigingen in de indeling van asbestbronnen. “Hoog risicotoepassingen ontbreken”, zo geeft men in de reactie aan, en “er wordt geen rekening gehouden met gangbare werkmethoden”.

Vaststelling, praktijktoets, eindbeoordeling

VERAS en VVTB steunen het voornemen om ‘Best Practices’ voor het uitvoeren van asbestsaneringen vast te leggen. Maar niet via de eenzijdige vaststelling door TNO (SMART-ns). Waarbij zij het Ministerie van SZW met klem oproepen om de voorstellen voor de aanpassing van deze ‘Best Practices’ te versnellen. Voorstellen voor verbetering van uitvoeringsmethoden liggen nu meer dan 2,5 jaar bij het Ministerie van SZW, zo bericht men in de inspraakreactie.

Men heeft ook twijfels bij de validiteit van het beoordelingsinstrument SMART-ns voor asbestblootstelling. “Er is geen praktijktoets toegepast en de juridische status van het beoordelingsinstrument is onduidelijk.”

Verder merkt men op: “Wij onderschrijven de keuze om te differentiëren in de wijze van onafhankelijke eindbeoordeling, maar de keuze om dit alleen te koppelen aan de (modelmatig) verwachte blootstelling tijdens de sanering kunnen wij niet volgen. Wij vragen ons af of dit methodisch valide is.”

Grenswaarden

Ten aanzien van van vastgestelde grenswaarden rond asbest bericht men nog: “Er ontbreekt in het ontwerpbesluit een doorkijk naar toekomstige asbestgrenswaarden, nu de SER Subcommissie Grenswaarde voor Stoffen op de Werkplek de huidige grenswaarde voor amfibool asbest (2016) gaat evalueren.”

Volledige inspraakreactie inzien

De volledige inspraakreactie van VERAS en VVTB op het ontwerp Arbobesluit nieuw Asbeststelsel is hier in te zien en te downloaden.

VERAS (Branchevereniging voor sloopaannemers en asbestverwijderingsbedrijven) en VVTB (Vereniging voor Verwijdering van Toxische en gevaarlijke Bouwmaterialen) kritisch over ontwerp nieuw Asbeststelsel.

Lees ook: Vervolg voor de aanpak van asbestdaken.

Beeldherkenning om de kwaliteit van huurwoningen te bepalen

0
Beeldherkenning om de kwaliteit van huurwoningen te bepalen

Woningcorporatie de Alliantie en Spotr.ai hebben de handen ineen geslagen om met beeldherkenning de kwaliteit van huurwoningen in kaart te brengen. Ramen, dakkapellen, scheurenen zonnepanelen worden met verzameld beeldmateriaal geïnspecteerd.

“Op afstand met beeldherkenning bepalen of onderhoud nodig is aan de huurwoningen”

Met deze innovatieve manier van werken wordt op afstand bepaald of een woning bijvoorbeeld is verzakt, een schilderbeurt of extra isolatie nodig heeft. Naast de tijdwinst die het oplevert, draagt het bij aan het vertrouwen van de huurder doordat er een actueel beeld ontstaat van de volledige vastgoedportefeuille van de woningcorporatie.

Strategische investeringen

De Alliantie speelt een belangrijke rol in maatschappelijk opgaves zoals betaalbaar wonen, verduurzamingen circulair gebruik van materialen. Hier zijn strategische investeringen voor nodig.

Actueel inzicht in de staat van het vastgoed is een vereiste om de juiste keuzes te maken, want een euro kun je maar één keer uitgeven. In praktijk is het onmogelijk om eerst elke woning te bezoeken voordat de strategie wordt uitgezet.

Vastgoed in kaart

Maartje Brans, directeur Vastgoedonderhoud bij de Alliantie: “Door de samenwerking met Spotr.ai kunnen we op afstand bepalen welke acties nodig zijn om de kwaliteit van de woning goed te houden. Ze brengen ons vastgoed in kaart met beeldherkenning via onder andere foto’s van satellieten, vliegtuigen en drones.

Zo bekijken we onze woningen ieder jaar digitaal en op afstand”. Het geeft de woningcorporatie antwoord op vragen als; welk huis heeft een schilderbeurt nodig? Waar liggen te veel bladeren in de goot? Welke woningen dreigen te verzakken en waar is de valbeveiliging op het dat wel of niet aanwezig?

Brans: “We komen in actie als dat noodzakelijk is. Dit voorkomt onnodige locatiebezoeken, onveilige situaties én het verhoogt de informatiegraad voor een goede vastgoedstrategie. Zo zorgen we voor veilige en goed onderhouden woningen voor onze huurders.”

Digitale database

Spotr.ai digitaliseert, verrijkt, analyseert en actualiseert vastgoeddata in een toegankelijke applicatie met Artificial Intelligence. Dirk Huibers, CEO/Cofounder Spotr.ai: “Wij analyseren de vastgoedportefeuille en zoeken daar automatisch de beschikbare foto’s bij via Street view, vliegtuig- en satellietbeelden. Met speciale computer vision modellen vinden we vervolgens elementen en afwijkingen op deze beelden. Zo ontstaat een goed georganiseerde en doorzoekbare database, zonder handwerk”.

Hiermee kan de Alliantie o.a. het verlies aan kennis door uitstroom van medewerkers beter opvangen, werkprocessen verbeteren, de kosten verlagen door precies op het juiste moment onderhoud uit te voeren en de onderhoudsvraag in de toekomst beter voorspellen.

Daarnaast helpt het onderhoudspartners en leveranciers bij de voorbereidingen en kun je besluitvorming beter onderbouwen omdat er een scherper beeld is van het vastgoed. Ook dalen onnodige verkeersbewegingen en dus de CO2 uitstoot, wat een belangrijke doelstelling is voor de Alliantie.

Lees ook: Zeeuwse bruggen worden met drone geinspecteerd

Beeldherkenning om de kwaliteit van huurwoningen te bepalen.

Zij-instromers gezocht voor baan in bouw Gelderland

0
Zij-instromers gezocht voor een baan in de bouw in Gelderland

Eind maart gaf gedeputeerde Peter Kerris het startsein voor het Transitiehuis Gelderland in Apeldoorn. Een nieuw bouwinitiatief dat zij-instromers klaarstoomt voor een baan in de bouw, installatie en elektrotechniek.

“Veel mensen die solliciteren op een baan in de bouw maar buiten de boot vallen verdwijnen nu uit beeld”

Peter Kerris: “We moeten de komende vijf jaar 45.000 woningen bouwen om de woningnood in Gelderland aan te pakken. We hebben vakmensen nodig om die woningen te bouwen. Met het Transitiehuis Gelderland (THG) geven we zij-instromers een kans op een baan in de bouw, installatie en elektrotechniek.’

Bouwmensen Apeldoorn

Het Transitiehuis Gelderland is een initiatief van Bouwmensen Apeldoorn. In samenwerking met de ROC’s in de regio zet het THG onderwijstrajecten op voor de verschillende soorten zij-instromers. Naast een eigen campagne werkt het THG voor de werving van nieuwe kandidaten samen met de gemeente en het UWV. Het THG is er voor: mensen die van werk naar werk willen gaan, mensen in de bijstand, mensen met een uitkering, statushouders en schoolverlaters.

Snel opleiden

Het THG in Apeldoorn wil zij-instromers versneld opleiden voor een baan in de bouw, installatie en elektrotechniek. Met aandacht voor de opleiding van statushouders en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Naast scholing biedt het THG ondersteuning op sociaal maatschappelijk gebied, o.a. met het programma ‘Tel mee met Taal’.

Toekomstige arbeidsmarkt

Nieuwe werknemers worden breed opgeleid in de techniek, door samen te werken met Bouw, Installatietechniek en de Onderhoudsbranche. Hierdoor krijgen deelnemers een betere voorbereiding op de toekomstige arbeidsmarkt, krijgen werkgevers voldoende inzicht in de talenten van nieuwe werknemers en kan het onderwijs meer ervaring opdoen in maatwerk voor scholingstrajecten.

Talent Beter Benutten

“Het maken van een goede match voor zij-instromers met de juiste medewerker op de juiste plek, is nodig om de bouwversnelling te kunnen maken”, zegt Martien van Reen van het THG: “We moeten talent beter benutten. Veel mensen die solliciteren op een baan in de bouw maar buiten de boot vallen verdwijnen nu uit beeld. Zonde, ze zijn namelijk wel geïnteresseerd om in de bouw aan de slag te gaan, misschien niet als timmerman, maar wel als monteur. Dus laten we er samen voor zorgen dat we deze mensen behouden voor de bouw in Gelderland.”

BCRG overgangsperiode oude verklaringen energieprestatie

0
BCRG overgangsperiode oude verklaringen energieprestatie

1 januari trad de stelselwijziging voor het berekenen van de energieprestatie in werking. Dit heeft ook gevolgen voor gecontroleerde kwaliteits- en gelijkwaardigheidsverklaringen. Nu de energieprestatieberekeningen volgens de NTA 8800 worden gemaakt, moeten ook de toegepaste producten en systemen aan die eisen voldoen. BCRG hanteert een overgangsperiode.

BCRG: “Nu de BENG volgens de NTA 8800 gebeurt, moeten ook de kwaliteits- en gelijkwaardigheidsverklaringen van producten in die berekening daaraan voldoen”

Twee jaar

Bureau CRG, de beheerder van de database met gecontroleerde kwaliteits- en gelijkwaardigheidsverklaringen, hanteert in samenspraak met het ministerie van Binnenlandse Zaken voor specifieke situaties een overgangsperiode van twee jaar.

De verklaringen van producten en systemen die BCRG tot 31 december controleerde en in haar database opnam, moesten aan de NEN 7120 voldoen. Nu de berekening van de nieuwe energie-eis, de BENG, volgens de NTA 8800 gebeurt, moeten ook de kwaliteits- en gelijkwaardigheidsverklaringen van producten in die berekening aan de NTA 8800 voldoen. Dat betekent dat veel van de ‘oude’ verklaringen moeten worden omgezet.

Omzetting

“Voor het overzetten van die verklaringen hanteren we een overgangsperiode”, vertelt Kees Arkesteijn, secretaris van BCRG.

“Deze is bedoeld om bedrijven de tijd te geven om die omzetting in orde te maken. De overgangsregeling is van toepassing op producten en systemen waarvoor is aangetoond dat de energieprestatie via de NEN 7120-verklaring van het systeem of product gelijk of conservatiever is dan energieprestatie conform de methoden in de NTA 8800.”

Volgens Arkesteijn was het zonder de overgangsregeling voor veel leveranciers met producten in de database erg ingrijpend om overal nieuwe kwaliteits- en gelijkwaardigheidsverklaringen voor aan te leveren.

Moeite

Arkesteijn gaat verder: “Nu zie je dat voor warmtepompen en combiketels, zo toonde een studie aan, de energieprestatie conform de NTA 8800 nagenoeg gelijk is aan die van NEN 7120. In een aantal gevallen zijn de methode voor het bepalen van de energieprestatie van het product of systeem in de NTA 8800 gelijk aan de methode in de NEN 7120.”

“Dit geldt onder meer voor douche-wtw’s en pv-panelen. Voor zonneboilersystemen of ventilatie-wtw is het weer anders; daar zijn er wel aanzienlijke verschillen tussen de methode in NEN 7120 en NTA 8800, en zullen de leveranciers dus echt wel wat moeite moeten doen voor nieuwe verklaringen.”

Eindmeting

“Daarnaast speelt ook nog dat de verklaringen, die zijn opgesteld voor het Nader Voorschrift (NEN 7120), ook de komende twee jaar nog de databank blijven staan. Dit doen we voor woningbouwcorporaties die voor 1 januari 2021 een nulmeting van woningen hebben laten uitvoeren voor de aanvraag van een subsidie.”

“De eindmeting van deze woningen met specifieke energiebesparende maatregelen moet namelijk ook worden uitgevoerd met het Nader Voorschrift dat zij voor de nulmeting gebruikten. De NEN 7120 verklaringen spelen dus nog een belangrijke rol bij deze eindmeting. De eindmeting kan de komende 2 jaar nog plaatsvinden”, aldus Kees Arkesteijn

Druk

In de database van BCRG kunnen de gebruikers de verschillende verklaringen opzoeken. Om het verschil tussen oude en nieuwe verklaringen te kunnen zien, heeft BCRG filters ingebouwd. Zoals je ook kunt zoeken op gelijkwaardigheid, kwaliteit of EMG-verklaring, kun je nu ook op richtlijn filteren, dus op NEN 7120 of NTA 8800.

De afgelopen maanden was het meteen al erg druk bij BCRG, omdat veel leveranciers hun verklaringen zo snel mogelijk up-to-date in de database willen krijgen. Arkesteijn schat dat inmiddels 70% van de verklaringen is omgezet of in de overgangsregeling zit, en daarmee dus aan de NTA 8800 voldoet.

Over BCRG

Bureau CRG controleert en publiceert gelijkwaardigheids- en kwaliteitsverklaringen van producten en systemen die in de bouw- en installatiesector worden toegepast. Ook verklaringen over de energieprestatie van maatregelen op gebiedsniveau (EMG), zoals een warmtenet, worden door BCRG gecontroleerd.

Energieprestatieadviseurs kunnen op basis van deze verklaringen verbeterde en/of innovatieve technieken waarderen in de energieprestatieberekening van een gebouw. Medewerkers van Bouw- en Woningtoezicht en vastgoedeigenaren kunnen in de database controleren of toegepaste producten en systemen aan de wettelijke eisen voldoen.

8.000 woningen en nieuwe bedrijventerreinen in Zuidplaspolder

0
8.000 woningen en nieuwe bedrijventerreinen in Zuidplaspolder

Het Zuid-Hollandse ‘masterplan Middengebied Zuidplaspolder’ gaat uitgevoerd worden. Hierdoor kan in de Zuidplaspolder een nieuw dorp met 8.000 woningen en nieuwe bedrijventerreinen in een vernieuwend landschap worden gerealiseerd, zo bericht de provincie.

De helft van de woningen in het Middengebied Zuidplaspolder bestaat uit betaalbare huur- en koopwoningen

Reden

De provincie Zuid-Holland heeft de Zuidplaspolder in 2004 aangewezen als ontwikkellocatie voor woningbouw. Dat had een reden, want er is al jaren een grote vraag naar woningen. En dan vooral betaalbare woningen en huizen voor kleine huishoudens.

De afgelopen jaren heeft de gemeente Zuidplas in samenspraak met de bestuurlijke partners gewerkt aan de planvorming voor het Middengebied. De gemeente Zuidplas toont lef door de regie voor de ontwikkeling van het nieuwe ‘Vijfde Dorp’ in eigen hand te nemen.

De provincie Zuid-Holland en de deelnemers aan de Grondbank RZG Zuidplas dragen hieraan bij door het aanpassen van beleid, het inbrengen van grond en het inzetten van geld.

Doorbraak

Anne Koning, gedeputeerde Wonen en Ruimtelijke Ordening: “Trots dat we na een periode van bijna twintig jaar nu echt een doorbraak hebben bereikt. Door een constructieve samenwerking met alle partijen realiseren we achtduizend nieuwe woningen, voor een belangrijk deel in het betaalbare en sociale segment. Hier ontstaat een groen en duurzaam gebied waar mensen prettig kunnen wonen, werken en recreëren.”

Vijfde Dorp

Achtduizend woningen betekent dat ongeveer tussen de tien- en twintigduizend woningzoekenden zich in het nieuwe Vijfde Dorp kunnen vestigen. Daarmee is er voldoende draagvlak voor een zelfstandig en levendig dorp met genoeg mogelijkheden voor voorzieningen. Van de 8.000 woningen bestaat meer dan de helft uit betaalbare huur- en koopwoningen.

Info

15 april is er een online informatiebijeenkomst over de ontwikkelingen in de Zuidplaspolder. Daar wordt het masterplan gepresenteerd voor het Middengebied van de Zuidplaspolder en wordt verteld hoe de inbreng van deelnemers aan de consultatierondes in het plan zijn verwerkt.

Lees ook: EU-subsidie voor duurzame wijkwarmte in Zuid-Holland 

8.000 woningen en nieuwe bedrijventerreinen in Zuidplaspolder.

Eigen Haard bouwt 2.000 nieuwe woningen

0
Eigen Haard bouwt 2.000 nieuwe woningen

Woningcorporatie Eigen Haard uit Amsterdam, heeft met een drietal bouwers een vijfjarige overeenkomst gesloten voor de bouw van zo’n 2.000 woningen. Hierbij staat ketensamenwerking centraal, aldus de corporatie.

Eigen Haard: “Samenwerking in de keten met Hemubo-onderneming Hillen&Roosen, TBI-onderneming ERA Contour en KBK Bouw”

Dit jaar al 900 stuks

Voor dit jaar gaat het om zo’n 900 woningen, verdeeld over zeven nieuwbouwprojecten in Amsterdam. Daarmee is een bedrag van ruim 220 miljoen euro gemoeid.

Betrokken

Bij ketensamenwerking zitten alle partijen in de bouwketen aan tafel. Door integratie van ontwerp en uitvoering is de kans op faalkosten lager. Ook doorlopen de partners verschillende fases tegelijk. Dat betekent een kortere doorlooptijd. Ketensamenwerking is erop gericht het beste product binnen het gegeven budget op te leveren. Betaalbare en duurzame woningen waar huurders comfortabel wonen. Om dat te garanderen blijven de partners van de eerste ontwikkeling tot en met de eerste periode van bewoning betrokken.

Verbeteren

“Ketensamenwerken past bij onze filosofie van continu verbeteren’, zegt Danny Wijnbelt, directeur Ontwikkeling van Eigen Haard. ‘En dat is nodig. We willen als Eigen Haard ieder jaar 800 woningen bouwen. Dat vraagt om partners die mee willen in die verbeterfilosofie. Ketensamenwerking ligt dan voor de hand. Daarvoor is wel van belang dat je elkaar goed begrijpt, elkaar kunt aanspreken op de geleverde prestaties en samen verder verbetert”.

Scherp

Dit is voor de drie bouwbedrijven een mooie bouwopdracht en een manier om te ontwikkelen. In deze overeenkomst gaan Hemubo, ERA Contour en KBK Bouw ook van elkaar leren. Ze werken projectoverstijgend en kijken bij elkaar in de keuken. Dat is niet alleen inspirerend maar zo houden ze elkaar ook scherp.

Bouwimpuls ook goed voor de economie

De zeven projecten uit de eerste tranche zijn in Amsterdam en omvatten zo’n 900 woningen. Met de bouw is ruim 220 miljoen euro gemoeid. “De wooncrisis is een feit en we hebben behoefte aan goede bouwers”, zegt Danny Wijnbelt.

“Het is dan ook mooi dat we deze bouwpartners deze nieuwbouwprojecten in het vooruitzicht kunnen stellen. Het bewijst dat corporaties investeren in de woningmarkt en in de economie. We willen dat graag blijven doen en dat het nieuwe kabinet dit mogelijk maakt. Bijvoorbeeld door de verhuurderheffing af te schaffen”.

Op de foto hierboven v.l.n.r. Nicole de Vrij en Danny Wijnbelt (Ontwikkeling Eigen Haard), Jeroen Heijdra (Directeur Era Contour), Paul Klouwer (Directeur KBK Bouw) en Tom Bergmans (Directeur Hemubo).