Home Blog Pagina 179

Technipedia als nieuwe technische Wiki

0
Technipedia als nieuwe technische Wikipedia voor de installatietechniek

De technische encyclopedie Technipedia is openbaar en gratis beschikbaar voor iedere technische professional die zich bezighoudt met installaties en voorzieningen in de gebouwde omgeving. Het documentatiesysteem is door kennisplatform klimaattechniek TVVL ingericht om bestaande kennis zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven en te bewaren.

“Artikelen op Technipedia kunnen door iedereen worden aangemaakt, aangevuld en geactualiseerd”

Online encyclopedie voor installatietechniek

Technipedia is sinds kort beschikbaar. Het idee voor een Technipedia is ontstaan in de Expertgroep Klimaattechniek. Het komt voort uit de wens naar een actuele versie van het ‘Cijfers en Tabellen 2007’ van SenterNovem (nu RVO).

TVVL wilde in eerste instantie de kennis van haar leden en andere professionals inzetten om op een Wikipedia-achtige manier een nieuwe, online versie te maken. Deze wens is uitgegroeid tot een algemenere en bredere online encyclopedie voor de installatietechniek. Technipedia moet groeien met bijdragen van experts. Men moedigt dan ook iedere technische professional aan om zijn expertise te delen via deze online-encyclopedie.

Kennis delen

“Mijn ervaring is dat experts in het vakgebied het fantastisch vinden om hun kennis te delen. Technipedia is daarvoor nu het platform”, aldus Michiel van Bruggen, initiatiefnemer en lid van de TVVL Expertgroep Klimaattechniek.

Het delen van kennis is één van de kernactiviteiten. De leden van en deelnemers hebben samen een enorm reservoir aan kennis. Men brengt al jaren mensen en kennis samen via verschillende kanalen en wil deze kennisdeling nu ook via Technipedia interactief beschikbaar stellen.

Bron

John Lens, directeur: “TVVL is al jaren kennisautoriteit op het gebied van installaties in en om gebouwen. En nu gaan we hier een extra dimensie aan geven met Technipedia. Iedereen kan bijdragen aan het succes door wiki-artikelen aan te maken, kennis aan te vullen en te leren van wat door andere bijdragen. Samen bouwen aan een prachtige encyclopedie van ons vakgebied. Ik hoop op veel enthousiasme en een snelle groei van deze kennisbron op alle gebieden van installaties in- en om gebouwen.”

Info en bijdragen

Technipedia raadplegen en meehelpen aan de aanbouw daarvan, kan helaas niet langer.

Technipedia de nieuwe technische Wikipedia

Scheurdetectie metselwerk met AI op basis van foto’s

0
Scheurdetectie in metselwerk automatisch detecteren op basis van foto's

Scheurdetectie: Asset Hub is het eerste bedrijf in Nederland, dat in staat is om op basis van foto’s automatisch scheuren in metselwerk te detecteren, meten en monitoren.

“TNO heeft in samenwerking met Sobolt de startup Asset Hub opgericht en lanceert hiermee de spin-off voor automatische scheurdetectie in metselwerk”

Veel meer bruikbare informatie

Voorheen werden wel foto’s gemaakt van scheuren in gebouwen, maar met de technologie van Asset Hub kan men de scheur in de context van de algehele constructie vastleggen. Dat geeft veel meer bruikbare informatie voor bijvoorbeeld een tijdige reparatie. De basis hiervoor ligt in een door TNO ontwikkeld AI-model.

Kades en muren

Vorig jaar demonstreerde Asset Hub haar technologie succesvol op gemetselde kademuren in Amsterdam. Vanaf juni dit jaar biedt de onderneming haar diensten voor het detecteren en meten van scheuren commercieel aan. Deze maand ontving Asset Hub een subsidie van InnovationQuarter om haar technologie dit jaar in Gouda te demonstreren. In samenwerking met de gemeente Gouda gaat Asset Hub de kademuren in Gouda monitoren op scheuren.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Scheurdetectie in metselwerk automatisch detecteren op basis van foto's

Fundering

Om de veiligheid te borgen en waarde van deze constructies te behouden is tijdig ingrijpen noodzakelijk. Met de nieuwe technologie van Asset Hub wordt verandering van metselwerk constructies tijdig, betrouwbaar en efficiënt gesignaleerd. En de verwachting is dat door de klimaatverandering steeds meer schade gaat optreden.

Bodemdaling

Door zowel extreem droge periodes als extreem veel neerslag verandert het grondwaterpeil, waardoor bodemdaling kan ontstaan. Bodemdaling kan leiden tot scheefstand en scheuren in metselwerk van woningen, monumenten, bruggen en kades en daarmee aanzienlijke schade. Het belang van een gecoördineerde aanpak van deze problemen en de noodzaak van preventiemaatregelen is recent beschreven in het Deltaplan Funderingsschade.

Scheuren in metselwerk automatisch detecteren met AI op basis van foto’s.

Beeld 2 en video: TNO / Sobolt / Asset Hub.

2,5 miljoen voor meer goederenvervoer over water en spoor

0
2,5 miljoen voor meer goederenvervoer over water en spoor

Het (demissionair-) kabinet gaat ondernemers in de logistiek helpen om de verplaatsing van het goederenvervoer naar water en spoor te maken. Minder goederenvervoer over de weg dus. Daarvoor wordt een bedrag van 2,5 miljoen euro uitgetrokken. Dat is goed voor de afname van de verkeersdrukte op de weg, de verkeersveiligheid en het terugdringen van CO2-uitstoot. Bovendien is het nodig om de het vervoer over de weg meer te reguleren in verband met de opknapbeurt van bruggen, tunnels, sluizen en viaducten.

“Goederenvervoer anders regelen: 1.000 vrachtwagens per dag van de weg halen”

Bereikbaarheid noodzaak

Van Nieuwenhuizen: “We moeten onze wegen ontlasten en industrie en havencomplexen moeten bereikbaar blijven. Dat is geen wens maar noodzaak. Met deze regeling kunnen we minstens 1.000 vrachtwagens per dag van de weg halen. En niet onbelangrijk: dit is een steuntje in de rug voor ondernemers zodat ze de shift ook echt kunnen maken.”

Lef en anders over vervoer denken

Van Veldhoven: “Voor het maken van de overstap van weg naar water of spoor is lef nodig. Het vraagt van ondernemers een andere manier van denken, want natuurlijk gaat vervoer per boot of trein anders dan via een vrachtwagen. Maar het is noodzakelijk dat we de omslag maken om de transportsector te verduurzamen.”

Druk op wegennet gaat, ook door onderhoud, toenemen

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zet de komende jaren samen met de provincies, de Topsector Logistiek en de Logistieke Alliantie in op een modal shift. Meer vervoer van goederen via water en spoor in plaats van de weg is ook belangrijk omdat door de grootschalige vervangings- en renovatieopgave van Rijkswaterstaat de druk op het wegennet zal toenemen.

Bruggen, tunnels, sluizen en viaducten

Rijkswaterstaat vervangt of renoveert de komende jaren meer dan 100 bruggen, tunnels, sluizen en viaducten. Voor de periode 2020-2024 willen de betrokken partijen op de corridors Rotterdam-Venlo en Rotterdam-Arnhem/Nijmegen dagelijks 2.000 containers van de weg te ‘shiften’ naar de binnenvaart.

Dat betekent dagelijks 1.000 vrachtwagens minder op de weg. Logistieke bedrijven die kleine- of middelgrote transporten verzorgen, komen in aanmerking voor financiële steun als ze ladingen bundelen.

Voor wie?

Ondernemers die werk willen maken van een modal shift kunnen vanaf 1 april 2021 een aanvraag indienen met een maximum van 500.000 euro per project. Daarvoor is nodig dat ze met een concreet voorstel komen hoe ze goederen willen verplaatsen van weg naar water of spoor.

Voor ondernemers die hun transport willen verplaatsen naar het water geldt dat ze actief moeten zijn op de route tussen de Rotterdamse haven en Duitsland, via de regio’s Arnhem-Nijmegen en Venlo. Hiervoor is een totaalbedrag van 1,5 miljoen euro beschikbaar.

Voorstellen voor een shift van vrachtwagen naar trein komen door heel Nederland in aanmerking voor de regeling. De pot voor deze overstap is 1 miljoen euro. Aanvragen kunnen tot uiterlijk 1 september 2021 worden ingediend bij uitvoeringsorganisatie Connekt.

2,5 miljoen voor meer verplaatsing van goederenvervoer naar water en spoor.

Werkelijk energiegebruik meten en sturen met WEii

0
Werkelijk energiegebruik meten en sturen met WEii

Op WEii.nl is het nu mogelijk gebouwen eenvoudig en snel te beoordelen op het werkelijke energiegebruik. De afkorting staat voor Werkelijke Energie intensiteit indicator en maakt op een uniforme wijze inzichtelijk wat een gebouw per vierkante meter per jaar aan energie gebruikt.

“Gebouweigenaren krijgen direct inzicht in de werkelijke energieprestaties in relatie tot gelijkwaardige panden in hun sector”

De basis van de nieuwe tool vormt een breed gedragen, uniforme rekenmethode. WEii is een betrouwbare indicator voor de energie-efficiënte van een gebouw, omdat het op een gestandaardiseerde, objectieve wijze wordt vastgesteld. Een gebouw wordt beoordeeld op wat er op de energiemeter staat en niet wat het in theorie aan energie zou kunnen gebruiken.

Daarmee levert WEii een bijdrage aan het behalen van de klimaatdoelen van Parijs. Door het werkelijke energiegebruik inzichtelijk te maken, is het beter mogelijk om daarop te besparen. Energiebesparende maatregelen zijn dan ook direct terug te zien in de WEii van een gebouw, het werkelijke gebruik loopt terug en dat is terug te zien op de energiemeter.

BENG-norm

De ambitie van het Klimaatakkoord is een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 95% ten opzichte van 1990. Voor utiliteitsgebouwen wordt voor het realiseren van deze doelstelling vooral ingezet op het vaststellen van een wettelijke eindnorm voor de energetische kwaliteit van gebouwen in 2050.

Daarom moet bijvoorbeeld nieuwbouw voldoen aan de BENG-norm, die is vastgesteld aan de hand van de methode NTA 8800. In de praktijk blijkt er echter een mismatch te zijn tussen het werkelijke energiegebruik van gebouwen en het energiegebruik dat verwacht wordt op basis van een theoretische berekening.

De tool is dan ook, in tegenstelling tot BENG, ontwikkeld om wel inzicht te geven op de werkelijke energie-intensiteit van gebouwen.

Initiatiefnemers

WEii is een initiatief van DGBC en TVVL. Beide organisaties zijn overtuigd van het belang van meten op werkelijk energiegebruik. En ze werken dan ook al volgens dat principe: DGBC introduceerde in 2017 de Paris Proof-aanpak en TVVL is de initiator van WENG (Werkelijk EnergieNeutraal Gebouw).

Die twee doelstellingen voor gebouwen zijn nu verwerkt tot scores op de WEii-ladder, die loopt van heel onzuinig via Paris Proof tot WENG.

WEii is ontwikkeld voor en door de markt. Diverse overheidsinstanties en gezaghebbende marktpartijen hebben de afgelopen jaren in allerlei vormen meegewerkt aan de ontwikkeling van de rekenmethode, van TNO tot E-Nolis en van DWA tot het Rijksvastgoedbedrijf.

Daarnaast is er voor de methode al interesse onder handhavers. Bijvoorbeeld omgevingsdiensten kunnen WEii gebruiken om de energieprestaties van gebouwen snel en correct in beeld te brengen en daarop te handhaven.

Laagdrempelig

Martin Mooij is als programmamanager namens DGBC bij de ontwikkeling van WEii betrokken. Hij ziet grote kansen als het gaat om de toepasbaarheid van de tool. “Het is echt eenvoudig, je hoeft geen techneut te zijn om dit in te vullen.” Dat is volgens hem van groot belang, omdat de energietransitie ‘voor iedereen begrijpelijk moet zijn’.

Daarom blijft hij ook hameren op het meten op het werkelijke energiegebruik: “Het is toch niet meer uit te leggen dat een gebouw een goed energielabel heeft, maar toch te veel energie gebruikt. Het theoretische en gebruik in de praktijk is met WEii direct terug te brengen tot één eenheid: het werkelijke energiegebruik.”

 

Rotterdamse woningvoorraad niet toekomstbestendig

0
De Rotterdamse woningvoorraad is onvoldoende toekomstbestendig /Gemeente Rotterdam verkoopt groot deel van haar vastgoed

Een groot deel van de particuliere woonvoorraad in Rotterdam moet toekomstbestendig worden gemaakt. Maar voor tienduizenden woningeigenaren in kwetsbare wijken is de stapeling van opgaven onbetaalbaar.

Bij de woningen gaat het om funderingsherstel, achterstallig onderhoud, verduurzaming en de overstap naar aardgasvrij

Rotterdam is de eerste gemeente die een grootschalig onderzoek heeft gedaan naar de vitaliteit van 164.000 particuliere woningen.

Steun

De gemeente wil samen optrekken met Rotterdamse woningeigenaren en bewoners, en doet een beroep op het Rijk voor steun. “De noodzaak tot een nieuwe stadsvernieuwing tekent zich af. De bestaande woningvoorraad moet veel meer aandacht krijgen. Door de krapte op de woningmarkt is een vitale woningvoorraad nog belangrijker. In totaal is in Rotterdam ruim drie miljard euro nodig om zo’n 36.000 woningen van mensen met een kleine beurs toekomstbestendig te maken.
“Zonder deze investering lopen kosten op en wordt de stapeling van opgaven voor deze Rotterdammers nog groter”, zegt wethouder Bas Kurvers (Bouwen en Wonen).

Mensen met een hoger inkomen hebben over het algemeen budget voor onderhoud van hun huis waardoor die woningen toekomstbestendiger zijn dan huizen van mensen met de laagste inkomens. Het totaal aan opgaven in de particuliere woningvoorraad is tot aan 2050 begroot op 10,7 miljard euro.

Met bewoners optrekken

Vooral de combinatie van achterstallig onderhoud, de noodzaak tot het verduurzamen van woningen en het beperkte besteedbaar inkomen van de eigenaren, maakt dat investeringen te groot zijn voor een deel van eigenaren om alleen te dragen.

“Dit vraagt om grote investeringen die Rotterdammers met een kleine beurs niet op kunnen brengen’’, zegt Kurvers. ,,We willen hen helpen zodat zij comfortabel en met plezier in hun huis kunnen blijven wonen en deze woningen ook hun waarde behouden. Zo ontstaat een duurzame en aantrekkelijke woonstad.’’

De afgelopen jaren is de groep particuliere verhuurders sterk toegenomen. Deze groep zal ook moeten investeren in hun bezit om het klaar te maken voor de toekomst.

(Lees verder onder de foto.)

De Rotterdamse woningvoorraad is onvoldoende toekomstbestendig

Onderzoek

Nieuw aan het vitaliteitsonderzoek is dat de opgaven in de woningvoorraad (van funderingsherstel tot verduurzaming) gebundeld zijn en dat de financiële gevolgen zijn afgezet tegen het gemiddeld besteedbaar inkomen van eigenaar-bewoners.

Zo komen gebieden in beeld waar de stapeling van opgaven enorm is en eigenaar-bewoners benodigde investeringen vaak niet kunnen betalen. Dat geldt voor de focuswijken in de gebieden Charlois en Feijenoord en de wijk Lombardijen in gebied IJsselmonde van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ). Ook op de noordoever zijn een aantal kwetsbare gebieden.

Stadsvernieuwingsfonds

Rotterdam pleit al langer bij het rijk voor een stadsvernieuwingsfonds voor het vitaal maken van de particuliere woningvoorraad. Kurvers vindt het nieuwe Volkshuisvestigingsfonds met 450 miljoen euro voor allen in 2021 een mooi begin.

“Behalve Rotterdam hebben ook andere grote gemeenten te maken met het toekomstbestendig maken van de bestaande woningvoorraad. Ook zij hebben hulp nodig. Het rijk is door de woningnood te veel gespitst op nieuwbouw en vergeet in de achteruitkijkspiegel te kijken. Er moet ook echt meer geld en aandacht komen voor de bestaande woningvoorraad anders zijn er straks te veel achterblijvers.”

Lees ook: Bestaande buurt aardgasvrij en van hout

CascoTotaal CompacThuis prefab bouwconcepten

0
CascoTotaal CompacThuis prefab bouwconcepten

CascoTotaal ontwikkelt en realiseert prefab bouwconcepten. Deze zijn geschikt als huisvesting voor de koop-, huur- en recreatiesector, maar ook voor scholen en zorginstellingen. De woningen worden opgebouwd uit betonnen casco elementen.

“De prefab woningen zijn verplaats- en herbruikbaar en daardoor de ultieme circulaire oplossing”

Modulair

Een prefab casco element bestaat uit vier wanden inclusief funderingsbalken, een dak en geïsoleerde ribbenvloer en wordt uitgevoerd als zelfdragende constructie. Dankzij de modulaire bouwmethode realiseert men een korte bouwtijd, lage faalkosten en hoge efficiëntie. De duurzame casco’s zijn schakelbaar, demontabel, verplaatsbaar en eenvoudig te stapelen.

CompacThuis

Onder de naam CompacThuis kent men twee varianten. De compleet afgebouwde variant en de wind- & waterdichte versie die als ruwbouw prefab casco, inclusief kozijnen, buitendeuren en glas, wordt geleverd.

Just in time

Bouwen met beton zorgt voor een comfortabele en robuuste woonbeleving. De standaard casco’s bieden een lange levensduur en veel flexibiliteit. De casco elementen worden just in time geproduceerd. Zodra de casco elementen gereed zijn, worden ze getransporteerd naar de bouwlocatie. Daar kunnen ze in een korte tijd geplaatst en onderling gekoppeld worden. De wind- en waterdicht versie kan vanaf dat moment op de bouwplaats worden afgebouwd.

(Lees verder onder de foto.)

CascoTotaal CompacThuis prefab bouwconcepten

Flexibel

Het gehele gebouw bestaat uit geschakelde betonmodules van circa 35m² bruto vloeroppervlakte en kan worden gedemonteerd, en elders weer worden opgebouwd. Met deze manier van bouwen speelt CascoTotaal in op de groeiende vraag naar flexibele woonoplossingen. De casco elementen kunnen na demontage ook separaat worden benut voor kleinere gebouwen of zelfs enkele units. De mogelijkheid tot het kunnen verplaatsen en hergebruiken van complete woningen is de ultieme circulaire oplossing.

Voordelen

Enkele van de voordelen van de prefab bouwconcepten zijn:
– Hoog wooncomfort dankzij de bouwfysische eigenschappen van beton.
– Circulair bouwconcept.
– Voldoet aan het nieuwste bouwbesluit.

Kennis en ervaring

Bij CascoTotaal komen alle benodigde disciplines en knowhow samen, aldus de woordvoerder: “Onze jarenlange ervaring met prefab betonnen constructies en onze grote kennis van de markt van bouw- en afbouwmaterialen maakt van ons een vakbekwame en innovatieve partner in de realisatie van hoogwaardige en duurzame bouwprojecten.”

(Lees verder onder de foto.)

CascoTotaal CompacThuis prefab bouwconcepten

Info

Meer weten en aanvullende informatie.

CascoTotaal
Duitslandweg 2
4538 BK Terneuzen
0115 68 09 11
info@cascototaal.com

Transitiepad voor emissieloze bouwplaats

0
Transitiepad Bouwplaats en Bouwlogistiek voor een emissieloze bouwplaats

De belangrijkste oplossing voor een bouwplaats zonder schadelijke uitstoot is duidelijk: gebruik elektrisch materieel. Met het Transitiepad Bouwplaats en Bouwlogistiek daagt Rijkswaterstaat de markt uit om de nodige stappen te zetten.

Nu is de tijd rijp om ook de zware machines te elektrificeren

Vanaf 2030 stoten mobiele werktuigen en transportmiddelen op de bouwplaats van Rijkswaterstaat-projecten geen schadelijke stoffen meer uit. Nul CO2, stikstofoxiden (NOx) en fijnstof dus. Dat is het doel van het Transitiepad Bouwplaats en Bouwlogistiek.

“Dit betekent overgaan op niet-fossiele brandstoffen, oftewel elektrificeren”, benadrukt Dik de Weger, programmamanager van het transitiepad. “Wij doen dat voor de grond-, weg- en waterbouw, maar diezelfde transitie is over de hele linie nodig. Daarom moeten we nu eerst bewustzijn creëren, kennis ontwikkelen en het draagvlak vergroten. Daarvoor zoeken we samenwerking met marktpartijen en medeoverheden.”

Zware machnies

Rijkswaterstaat heeft zelf nog geen volledig emissieloze projecten, maar er worden wel belangrijke stappen gezet, bijvoorbeeld bij de A16 Rotterdam. Bouwcombinatie De Groene Boog zet bij dit project hoog in op duurzaamheid, onder meer met een elektrische graafmachine.

“De afgelopen jaren waren er eigenlijk alleen kleinere elektrische machines beschikbaar; nu is de tijd rijp om ook de zware machines te elektrificeren”, legt MVO-manager Sjoerd Gijezen uit.

De accu’s van de machines zouden een werkdag mee moeten kunnen, maar dit moet zich in de praktijk nog bewijzen. “De oplaadinfrastructuur is hoe dan ook een uitdaging. Wij hebben het voordeel dat we vrij vroeg in het project een zware aansluiting op het stroomnet konden realiseren, maar dat lukt niet zomaar overal.”

OEM-fabrikanten

Om de beschikbaarheid van elektrisch materieel te vergroten, moet de productiecapaciteit toenemen. De Weger: “De gevestigde OEM-fabrikanten, waarbij OEM staat voor Original Equipment Manufacturer, hebben tijd nodig om nieuwe productielijnen voor elektrisch materieel te ontwikkelen, omdat ze daarvoor eerst verschillende pilots doorlopen. Om voldoende tempo te maken op de korte termijn is het mooi als nieuwe partijen in dat gat springen.”

RWS faciliteert

De voorbeelden van UMS en De Groene Boog laten zien dat de sector bruist van de ideeën. Rijkswaterstaat brengt al die ontwikkelingen via het Transitiepad Bouwplaats en Bouwlogistiek bij elkaar. De Weger: “Uiteindelijk is het aan de aannemers om te kiezen hoe ze emissieloze machines en energievoorziening regelen. Wij denken graag mee en helpen met het voorwerk en het beschikbaar maken van de juiste randvoorwaarden. Bijvoorbeeld door na te gaan of het mogelijk is vooraf vergunningen te regelen. Of door afspraken te maken met netbeheerders.”

“We helpen ook door te communiceren dat er overheidsbudget voor stikstofbeleid beschikbaar komt voor onze sector. En door het gesprek aan te gaan met investeerders om hen bijvoorbeeld te bewegen om met leaseconstructies voor het dure elektrische materieel te komen.”

Haalbare eisen bij aanbesteding

“Belangrijk is ook dat we in afstemming met medeoverheden een goede inkoopstrategie ontwikkelen”, vervolgt De Weger. “We volgen de ontwikkelingen op de voet, zodat we weten wat technisch haalbaar is en welk materieel beschikbaar is. In aanbestedingen kunnen we daardoor stevige, maar haalbare eisen stellen en de markt niet frustreren.”

Door duurzaamheid een belangrijke plek te geven in de gunningscriteria prikkelt Rijkswaterstaat de markt verder om de benodigde ontwikkelingen in gang te zetten. “We dagen alle partijen uit om zelf initiatief te tonen. Investeren in emissieloos bouwen is zeker de moeite waard. Mijn oproep is dan ook: toon lef en zorg dat je meedoet!”

Lees ook:Eerste elektrische Bobcats in Nederland

Zet investeerders in bij tekort seniorenwoningen

0
Zet institutionele investeerders in bij groeiend tekort aan seniorenwoningen

Gemeenten en zorginstellingen moeten gebruik maken van de investeringskracht van institutionele beleggers om het nijpend tekort aan passende huisvesting voor senioren met en zonder zorgvraag weg te werken. Dat zegt Bouwinvest in een Position Paper.

Het tekort aan seniorenwoningen zal de komende jaren steeds verder toenemen

Nederland kent een woningbouwopgave van ongeveer 850.000 woningen tot 2035. Daarbij is er ook een groeiende behoefte aan woningen voor senioren met of zonder zorgvraag.

Dit komt doordat er sprake is van dubbele vergrijzing: het aantal ouderen neemt niet alleen toe, maar ze worden ook ouder. Doorstroming van senioren naar passende huisvesting speelt bovendien een belangrijke rol in het vlottrekken van de woningmarkt.

Langetermijninvesteringen

Erwin Drenth, Director Dutch Healthcare Fund Investments, zegt: “Institutionele beleggers zoals Bouwinvest hebben Nederlandse pensioenfondsen en verzekeraars als achterban. Die hebben kapitaal beschikbaar en zijn op zoek naar langetermijninvesteringen met stabiel rendement en vooral ook met maatschappelijke impact. Pensioenfondsen hebben kapitaal gereserveerd om in seniorenhuisvesting in het vrije sectorhuursegment en zorgvastgoed te investeren.”

Sinds de zorgstelselwijziging in 2013 ligt het huisvestingsvraagstuk bij gemeenten. Daarnaast zijn veel zorginstellingen van oudsher gewend om vastgoed in eigendom te hebben. Bouwinvest merkt daarbij op dat vastgoedvraagstukken drukken op de begrotingen van gemeenten en zorginstellingen. Dit kan echter ook anders. Institutionele investeerders kunnen met hun kapitaal, kennis van seniorenhuisvesting en zorgvastgoed, en hun netwerk in de vastgoedmarkt een groot deel van de investeringstaak voor hun rekening nemen.

Samenwerken

Bouwinvest pleit voor meer samenwerking tussen gemeenten, zorginstellingen, institutionele beleggers, corporaties en ontwikkelaars. Door nu samen te werken en te investeren in bestaande en nieuwe seniorenwoningen, profiteren alle stakeholders in de keten.

Gemeenten kunnen hun uitgaven voor vastgoedvoorzieningen die onder de Wet Maatschappelijke Onderteuning (WMO) vallen daardoor verlagen en op deze wijze ook invulling geven aan de toenemende woningbehoefte. Zorginstellingen hebben geen onverwachte uitgaven rondom vastgoed en kunnen zich focussen op hun kerntaak: het leveren van ouderenzorg.

Meer informatie: Bouwinvest
Download de Bouwinvest Position Paper – Oplossingen noodzakelijk groeiend tekort seniorenwoningen

1 april aanscherping geluidseisen warmtepompen en airco’s

0
1 april aanscherping geluidseisen warmtepompen en airco’s

Vanaf 1 april 2021 worden nieuwe geluidseisen gesteld aan (nieuw te plaatsen) buiten opgestelde installaties voor warmte- of koude opwekking. Het gaat hierbij om warmtepompen en airco’s die worden toegepast bij woningen en woongebouwen.

“De installaties mogen niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren”

Met de landelijke geluidsnorm worden buren beter beschermd tegen geluid van warmtepompen en wordt de ontwikkeling van stillere warmtepompen bevorderd. De warmtepompmarkt vertoont een blijvend sterke groei in aantallen en in warmteproductie. Deze geluidseis zal de warmtepomp helpen in zijn verdere opmars, en ook de ontwikkeling van nieuwe stillere warmtepompen versnellen. De verwachting is dat de verkoop ook de komende tijd verder doorgroeit.

Plaatsing

De bepalingsmethode voor de nieuwe geluidseisen is vastgelegd in de Regeling Bouwbesluit 2012 (Staatscourant 2020, 62676) die gelijktijdig inwerking zal treden. Deze bepalingsmethode is een geluidsmeting op locatie. Op basis van akoestische berekeningen kan men echter vooraf aannemelijk maken dat voldaan wordt aan de geluidseis. Voor deze berekeningen heeft het ministerie van BZK een rekentool (ODS-bestand) laten opstellen en een daarbij behorende handleiding.

De geluideisen gelden niet voor de warmtepomp zelf (uit de fabriek), maar voor een bij een woning geplaatste installatie. De warmtepomp zelf voldoet in het algemeen niet aan de 40 dB eis. Dit betekent dat de installatie op voldoende afstand van de buren moet worden geplaatst of moeten worden afgeschermd zodat de 40dB niet worden overschreden.

Standaard woningisolatie

Als men een warmtepomp gaat installeren is het verder van belang dat de eigen woning voldoende is geisoleerd. De ‘standaard voor woningisolatie’ helpt daarbij. Deze standaard geeft aan wanneer de woning goed genoeg geïsoleerd is om over te stappen op een andere warmtebron, zoals warmtepompen.

Daarnaast geeft de standaard inzicht in de mate van ventilatie, die nog nodig is in de woning. Met de standaard kunnen woningeigenaren en verhuurders hun woningen voorbereiden op de toekomst, waarin woningen zonder aardgas verwarmd worden.

Lees ook: Veel onkunde over geluid warmtepompen

NK Tegelwippen start 30 maart, ruim 40 gemeenten gaan strijd aan

0

Tenminste veertig gemeenten strijden in de competitie: welke gemeente verruilt de meeste (tuin)tegels voor groen? Dinsdag 30 maart gaat het jaarlijkse NK Tegelwippen van start.

NK Tegelwippen: ‘Een groener Nederland begint in je eigen tuin!’

Demissionair minister Cora van Nieuwenhuizen geeft samen met Nederlands bekendste TV-tuinman Lodewijk Hoekstra op 30 maart om 10.00 uur het startschot door de eerste tegel te wippen.

Ludiek, maar hoger doel

Door de sportieve rivaliteit tussen wethouders in het hele land biedt deze competitie een ludiek alternatief voor de (door corona) nog onzekere sportcompetities. Maar er is ook een hoger, gemeenschappelijk doel. Wanneer in heel Nederland tegels plaatsmaken voor gras, bloemperken en geveltuinen, worden onze steden en dorpen meer klimaatadaptief en biodivers.

Klimaatadaptief en biodivers

Het NK Tegelwippen wordt voor het tweede jaar op rij georganiseerd en er strijden ruim veertig gemeenten mee van 30 maart tot 30 september. 30 maart is tevens de eerste dag van De Week van de Groene Tuin en staat geheel in het teken van ontstenen. Gedurende het NK worden in heel Nederland tegels vervangen door groen om zo wateroverlast te voorkomen, koelte te bieden in tijden van hitte, water vast te houden bij droogte en de leefruimte voor planten en dieren te vergroten. Bovendien is een groene leefomgeving goed voor onze gemoedstoestand.

Cora van Nieuwenhuizen: “Ik hoop dat we dit jaar nog veel meer tegels gaan wippen dan vorig jaar tijdens het NK Tegelwippen. Tegels vervangen door groen is een manier om ons land aan te passen aan klimaatverandering. Groen werkt als een spons en koelelement tegelijk in perioden van droogte en hitte.”

(lees verder onder de foto.)

NK Tegelwippen start 30 maart, ruim 40 gemeenten gaan strijd aan 2

Heel Nederland

In heel het land wippen fanatieke wethouders de eerste tegel van hun gemeente – begeleid door een enthousiaste sportcommentator – om vervolgens bewoners op te roepen hetzelfde te doen. In het oog springen de spannende derby’s tussen Amsterdam en Rotterdam, Leeuwarden en Groningen, Breda en Tilburg, Deventer en Zwolle en Leiden en Haarlem. Andere gemeenten die er lustig op los wippen zijn onder meer Utrecht, Arnhem, Apeldoorn, Assen, ‘s-Hertogenbosch, Delft, Haarlemmermeer, Diemen, Oosterhout, West Betuwe, Tiel, Veenendaal, Woerden, de Bilt, Zaltbommel, Noordwijk, Lisse en Zaanstad.

Vanaf 30 maart kan iedereen zijn of haar gewipte tegels aanmelden via nk-tegelwippen.nl. Ook als je gemeente niet meedoet met het NK. Tegels worden automatisch opgeteld bij de Tegelstand en tellen mee voor de Nationale Tegelteller. Het NK is onderdeel van de campagne ‘Een groener Nederland begint in je eigen tuin!’.

Gouden Tegel en de Publiekswipper

De gemeente die de meeste tegels per inwoner wipt wint de prestigieuze Gouden Tegel. Ook actieve bewoners die hun (gevel)tuin transformeren maken kans op een prijs: de Publiekswipper die begin oktober wordt uitgereikt.
“De rivaliteit tussen gemeenten is natuurlijk leuk, maar we doen het uiteindelijk om heel Nederland zo groen mogelijk te maken. Wippen is belangrijker dan winnen.” – Eva Braaksma (Frank Lee), mede-initiatiefnemer van het NK Tegelwippen

95.000 stoeptegels gewipt in 2020

In 2020 was de eerste editie van het NK Tegelwippen, waarbij Amsterdam en Rotterdam de strijd aangingen. Bewoners staken massaal de handen uit de mouwen. Zo’n 95.000 tegels werden verruild voor gras, bloemperken en geveltuinen. De wedstrijd heeft dus een hectare aan groen opgeleverd: dat is meer dan het voetbalveld van de Johan Cruijff ArenA of De Kuip.

Info

Meer informatie en de actuele Tegelstand is hier te vinden op nk-tegelwippen.nl.

(lees verder onder de foto.)

NK Tegelwippen start 30 maart, ruim 40 gemeenten gaan strijd aan
Foto: Jan de Groen.

Groener Nederland

Gezamenlijke aanpak voor een groener Nederland – Het NK Tegelwippen maakt deel uit van de campagne ‘Een groener Nederland begint in je eigen tuin!’. De komende twee jaar worden door een groot aantal organisaties meerdere activiteiten georganiseerd in het kader van het vergroenen van tuinen. Zij slaan de handen ineen om de Nederlandse tuinen klimaatbestendiger te maken en de biodiversiteit te bevorderen – samen met bewoners.

Week van de Groene Tuin

Het NK Tegelwippen start tegelijk met De Week van de Groen Tuin, die loopt van 30 maart tot en met 5 april. Met het initiatief De Week van de Groene Tuin vragen Stichting Steenbreek, NL Greenlabel, Milieu Centraal, Tuinbranche Nederland en de Tuinen van Appeltern aandacht voor het belang van groene van tuinen. Dit met het doel om tuinbezitters te stimuleren hun eigen tuin en straat te vergroenen en te verduurzamen. Meer informatie.

Het NK Tegelwippen 2021 wordt gesteund door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Ons Water, Rotterdams WeerWoord en Amsterdam Rainproof. Het is een concept van activatiebureau Frank Lee en collectief Dus Wat Gaan Wij Doen.