Home Blog Pagina 351

Renovatie bedrijfspand haalt hoogste BREEAM-score

0

In Duiven (bij Arnhem) is het ‘nieuwe’ kantoor van energienetwerkbedrijf Alliander geopend. Het grote bedrijfspand uit de jaren 80 is volledig gerenoveerd tot innovatief en duurzaam complex. Een mooi voorbeeld hoe bestaand vastgoed gerenoveerd kan worden tot iets moois. Het gebouw kreeg na oplevering de hoogste BREEAM-score, ‘Outstanding’, wat daarmee voor het eerst is toegekend aan een gerenoveerd pand.

Oorspronkelijk bedoeld voor 600 medewerkers, heeft het gebouw na oplevering meer dan 1.500 arbeidsplekken. Het project is uitgevoerd door een consortium, met Alliander, VolkerWessels en RAU Architecten als grootste partijen. Een belangrijk uitgangspunt voor de renovatie was om zo veel mogelijk materiaal te hergebruiken. Alliander meldt dat in totaal 80 procent van de aanwezige materialen is hergebruikt.

Oude werkkleding als geluidsisolatie

Slooppuin werd bijvoorbeeld verwerkt in nieuw beton en terreinverharding. De wc-potten en wasbakken zijn schoongemaakt en opnieuw geïnstalleerd. Gebruikte werkkleding van monteurs kreeg een tweede leven als geluidsisolatie van het gebouw. Pallethout werd voor de verbrandingsoven weggehaald om als gevelbekleding te dienen. De grondstoffen zijn geregistreerd in een ‘grondstofpaspoort’. Daardoor is het mogelijk, dat als het pand – of delen ervan – in de toekomst overbodig worden, het gedemonteerd kan worden en de materialen elders hergebruikt kunnen worden.

Energiepositief

Het gebouw wekt na oplevering meer energie op dan het zelf nodig heeft. Dit is mogelijk door slimme klimaatbeheersing, warmte- en koudeopslag, een met zonnepanelen overdekt parkeerterrein en twee windmolens op het terrein. Met in het achterhoofd de principes van het Nieuwe Werken, zijn overal in het gebouw werkplekken aangelegd, waardoor van 600 werkplekken 1.500 werkplekken konden worden gemaakt.

Totaalconcept

Bij de aanbesteding is niet gevraagd naar een specifiek aantal werk- en flexplekken, maar werd aan partijen gevraagd een totaalconcept voor een ultraduurzame huisvesting te bedenken. Inclusief het onderhoud voor de komende vijftien jaar. Ook is vanaf het begin de omgeving op het bedrijventerrein betrokken bij het proces. Dat heeft geleid tot een ‘Groene Alliantie’ met de omliggende bedrijven en overheden om het bedrijventerrein te verduurzamen. Zo hebben meer bedrijven zonnepanelen geplaatst, is de bereikbaarheid met openbaar vervoer, fiets en auto verbeterd en kunnen bedrijven gebruik maken van elkaars parkeerruimte. Het gebouw is vorige week donderdag geopend door Commisaris van de Koning in Gelderland, Clemens Cornielje.

– Renovatie bedrijfspand haalt hoogste BREEAM-score –

Bouwen met groen voor een beter stadsklimaat

0
Bouwen met groen voor een beter stadsklimaat

Workshop

[table caption=”” width=”100%” colwidth=”20%|80%” colalign=”left|left”]
Datum|25 november
Start|10.15 uur
Locatie|Brabant Hallen in Den Bosch
Beurs|Future Green City Vakevent 2015
[/table]

Groene oplossingen die inspelen op een veranderend klimaat geven meerwaarde aan uw project, zoals een hogere verkoopwaarde van huizen. Maar wat betekent het voor de bouw van een huis, óf voor de inrichting van een straat of wijk? In deze workshop gaan we in op de best practices van klimaatadaptatie in de stad. Ervaar aan de hand van concrete vraagstukken hoe u dit in de praktijk toepast.

Wordt u pionier van het klimaatbestendig bouwen?

Maak huizen en buurten beter bestendig tegen hitte, wateroverlast en droogte. Met deze workshop wordt klimaatbestendig bouwen met groen, voor u meer integraal onderdeel van duurzame huisvesting. Zo speelt u direct in op de huidige trend.

In deze workshop

Welke resultaten kunt u behalen bij het concreet implementeren van groene klimaatadaptieve maatregelen? Welke waarden en kwaliteiten van groene oplossingen zijn er? Welke impact hebben maatregelen hebben op de economische waarde van kavels, straten en wijken? En op het milieu en de gezonde leefomgeving? En met wie moet u daarvoor samenwerken? U leert het allemaal tijdens deze interactieve workshop.

Voor wie?

Architecten en ontwerpers, gemeenten, provincies, waterschappen, woningbouwverenigingen en projectontwikkelaars.

[tabs]
[tab title=”Info”]
De aanvang van de workshop is 10.15 uur en de lunch wordt verzorgd. We zijn op tijd klaar voor Key Note spreker Daan Roosegaarde.

Schrijf nu snel in voor de gratis workshop (maximaal 25 deelnemers)

Inschrijven

[/tab]
[/tabs]

Politiek akkoord nieuw stuk A16 Rotterdam

0
Politiek akkoord nieuw stuk A16 Rotterdam

Het verkeer in de regio Rotterdam neemt nog altijd toe, en daarmee ook verkeersopstoppingen en vertragingen. Minister Schultz van Haegen en wethouders Langenberg (Rotterdam) en Fortuyn (Lansingerland) hebben daarom maatregelen aangekondigd. Tussen de A13 en het Terbregseplein zal in de toekomst een verlenging van de A16 worden aangelegd. Met de nodige maatregelen om overlast te minimaliseren.

De minister en wethouders hebben een Inpassingsovereenkomst A16 getekend. Minister Schultz: “Het verkeer in de regio Rotterdam groeit en daarmee de files. De aanleg van deze nieuwe snelweg is goed voor de doorstroming van het verkeer in dit economisch belangrijke gebied. We zijn samen tot een mooi pakket van maatregelen gekomen en zetten daarmee weer een belangrijke stap richting de aanleg van de weg.” Wethouder Langenbeg benadrukt dat bij de Inpassingsovereenkomst rekening is gehouden met de omgeving. Ook Fortuyn is tevreden, omdat diverse voorstellen voor aanpassingen doorgevoerd gaan worden.

Minder overlast

Na eerdere afspraken voor de inpassing van de weg hebben de minister en de regio recent een aantal aanvullende maatregelen afgesproken. De gemeenteraden van Rotterdam en Lansingerland hebben daarop in oktober 2015 voor ondertekening gestemd. Afgesproken is dat de landtunnel in het Lage Bergse Bos vier meter lager wordt aangelegd dan nu in het ontwerp-tracébesluit is opgenomen. Dit zorgt voor minder (geluids)overlast voor de omstanders. Verder is vanwege landschapsbehoud, afgesproken dat de tunnelmond in het Terbregseveld verder naar het zuiden zal worden verlegd. De regio stelt hiervoor 4,4 miljoen euro extra ter beschikking. Bovendien is het recreaduct tussen de Vlinderstrik en het Schiebroeksepark verbreed naar 16 meter. Dit is een verbinding voor recreanten zoals fietsers en wandelaars. Het ministerie meldt dat de regio ruim 100 miljoen euro bijdraagt aan de inpassingsmaatregelen voor de A16. Het Rijk trekt ruim 165 miljoen euro uit voor inpassing van de weg.

ZOAB-fijn tegen geluidsoverlast

Daarnaast worden er op verschillende locaties langs het tracé extra of hogere geluidsschermen aangebracht dan wettelijk is verplicht. Ook wordt op de A16 Rotterdam en op delen van de A20 bij het Terbregseplein en de afslag Prins Alexander het zeer stille asfalt tweelaags ZOAB-fijn toegepast. Bovendien wordt bekeken of toekomstige innovaties kunnen worden toegepast om geluidsoverlast te beperken. Ook wordt onderzocht of de vormgeving van de tunnelmonden geoptimaliseerd kan worden voor een kwalitatief betere inpassing en om geluidsoverlast te beperken. De vaststelling van het Tracébesluit voor de nieuwe weg zal naar verwachting begin 2016 plaatsvinden. De oplevering van de weg is voorzien in de periode 2021-2023.

– Politiek akkoord nieuw stuk A16 Rotterdam –

Blijverslening financiert woningaanpassing senioren

0
Blijverslening laat ouderen langer thuiswonen

Ouderen blijven steeds langer thuiswonen. Dat willen ouderen vaak zelf, maar de overheid stimuleert dit proces ook. Door het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting, SVn, wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een Blijverslening. Daarmee kunnen ouderen een lening of hypotheek afsluiten voor woningaanpassingen, die het mogelijk maken dat ouderen langer thuis kunnen blijven wonen.

Of het nu gaat om het verwijderen van drempels bij de ingang, het aanbrengen van domotica, automatisering in huis, een traplift, inloopdouche, et cetera; kleine ingrepen kunnen een wereld van verschil maken voor het comfort en de zelfredzaamheid van een bewoner. In de praktijk blijkt dat het financieren van deze ingreep lastig is voor ouderen.

Vermogen ouderen zit in huis

De Blijverslening biedt gemeenten een financieel instrument om ouderen hierin bij te staan. De Blijverslening is door SVn ontwikkeld op verzoek van het landelijk ’Aanjaagteam Langer Zelfstandig Wonen’ en gemeenten en provincies. Marnix Norder, voorzitter van het Aanjaagteam Langer Zelfstandig Wonen, is blij dat de Blijverslening nu uitgerold kan worden richting de gemeenten. “Als gemeenten ervoor kiezen een fonds te openen, kunnen er vanuit dit fonds leningen worden verstrekt aan de inwoners. Dit kan een belangrijke impuls zijn om de woning aan te passen. Ouderen beschikken vaak wel over vermogen, maar in veel gevallen zit dat vast in hun huis. De Blijverslening kan dan een mooie financieringsoplossing zijn. Het gemeentelijke fonds voor Blijversleningen is bovendien revolverend. Dit is een duurzame vorm van financieren. Rente en aflossing op de Blijverslening kunnen steeds weer opnieuw worden ingezet voor nieuwe leningaanvragen.”

Rijksoverheid

Jan Willem van Beek, directeur van SVn: “Er zijn veel gemeenten die interesse hebben getoond. In de Tweede Kamer is al een motie aangenomen om te onderzoeken hoe de rijksoverheid zou kunnen bijdragen. Ouderen die denken dat ze morgen een lening kunnen aanvragen moet ik echter teleurstellen. Eerst zal de gemeenteraad van hun gemeente moeten besluiten hiervoor een fonds bij SVn te openen.” SVn stelt de Blijverslening zowel in een consumptieve als hypothecaire variant aan gemeenten en provincies beschikbaar. Beide varianten hebben hun eigen voorwaarden. Zodra de lening beschikbaar is, kan de consument bij de gemeente terecht voor een aanvraagformulier. De consument moet voldoen aan de voorwaarden die de gemeente vastlegt in een regeling. Tenslotte dient de aanvrager kredietwaardig te zijn. Dit wordt door SVn getoetst.

ANBO

Ouderenorganisatie ANBO is zeer te spreken over de ontwikkeling van de Blijverslening. Liane den Haan, directeur-bestuurder van ANBO: “Voor senioren die hun woning willen aanpassen om langer zelfstandig te blijven wonen biedt deze lening in veel gevallen een oplossing. Maar dan moeten gemeenten hem wel aan gaan bieden! Een consumptieve lening kan je vergelijken met een gewone lening bij een bank of particulier, maar dan tegen een voordelige rente en met een specifiek doel. De hypothecaire variant moet je echter bij een notaris afsluiten en heeft dus zwaardere eisen.” Den Haan noemt het een goede zaak dat de blijverslening geen leeftijdsgrenzen stelt. Banken geven namelijk minder snel een hypotheek aan mensen met een gevorderde leeftijd.

– Blijverslening financiert woningaanpassing senioren –

Verduurzamen van historische panden

0
Duurzame monumenten worden realiteit

Eerste voorbeelden gerealiseerd door De Groene Grachten

Het verduurzamen van historische panden, laat staan van monumenten, is nog altijd ongebruikelijk in Nederland. Hier en daar ligt een zonnepaneel op een Rijksmonument, maar de voorbeelden lopen nog niet te over. Er is behoefte aan visionairs en pioniers voor verantwoorde oplossingen.

Voorloper op dit gebied is de door Wubbo Ockels geïniteerde stichting De Groene Grachten, die als core business het verduurzamen van historische panden heeft. Onlangs werd voor het Tropeninstituut een oplossing bedacht om leegstand op duurzame wijze te exploiteren: door middel van een co-working space voor duurzame, internationale ondernemers.

‘Te ingewikkeld’, of: ‘beperkende wet- en regelgeving’. Dat zijn de twee veelgehoorde opmerkingen als het gaat over verduurzaming van historische panden. De wil is er, zeker bij pandeigenaren. En ook de landelijke politiek zet in op verduurzaming van gebouwen. Maar in de praktijk blijven monumenten en historische panden vaak grootverbruikers op het gebied van energie. Toen Wubbo Ockels lucht kreeg van de plannen van gemeente Amsterdam om 400 jaar Amsterdamse grachten in 2013 uitbundig te vieren, was zijn reactie: ‘dan kijken jullie hopelijk toch ook wel 400 jaar vooruit?’. Om te zorgen dat monumenten ook in de toekomst behouden blijven, is verduurzaming een belangrijke factor. Het verlagen van energiekosten kan besparing opleveren, die gebruikt kan worden om panden te renoveren. Ook kan het verduurzamen samengaan met onderhoud. Dat was het uitgangspunt.

Jonge honden

Met Wubbo Ockels had De Groene Grachten een uithangbord om u tegen te zeggen. Daarbij wilde Ockels per se onbevangen, jong talent betrekken, om de kar met hem te trekken. Hij kwam uit bij Suze Gehem, (onlangs verkozen tot ‘duurzame bouwvrouw 2015’), en Jelle Rademaker. Gehem was net afgestudeerd als industrieel ontwerper. Rademaker had net zijn master Industrial Ecology binnen. Een behoorlijk technische achtergrond dus, maar niet specifiek in de bouw. BU spreekt met laatstgenoemde. Waarom had Ockels die droom en waarom grachtenpanden? Waarom niet beginnen met het verduurzamen van jaren tachtig-woningen, dat zou toch meer opleveren en een groter effect bewerkstelligen? Het is een vraag die Jelle Rademaker meerdere malen voorbij hoorde komen. Maar dat was niet de ambitie van De Groene Grachten en Ockels, die in eerste instantie een signaal wilden afgeven. “Historische panden duurzaam? Als het hier kan, dan kan het overal”, is het citaat dat nog altijd prominent op de website van De Groene Grachten pronkt. Daarmee was het in eerste instantie een ideële organisatie. Ockels zocht jonge honden, onbevooroordeeld en feitelijk onbekend met de bouwwereld. Dat diende twee doelen, die in retrospectief beide zijn uitgekomen. Ten eerste de frisse blik, het ‘anders’ kijken. Een vereiste, gezien het wantrouwen van de markt voor het verduurzamen van monumenten. Ten tweede was jong enthousiasme, onbevangenheid, hét middel om bouwpartijen, van adviseur tot uitvoerder, duurzaamheidsorganisaties, erfgoedinstanties en de gemeente Amsterdam, gezamenlijk te doen geloven in het project.

Groene Menukaart

Voor zijn overlijden in 2014, zag Ockels nog juist één van zijn dromen verwezenlijkt worden: de realisatie van De Groene Menukaart, die online, open source, de basis laat zien van de mogelijkheden om een monument te verduurzamen. Het ‘bewijs’ dat het mogelijk is om ingewikkelde monumenten met een hoog energieverbruik te verduurzamen. De les die Rademaker uit het eerste jaar heeft geleerd, is dat het verduurzamen van monumenten een integrale aanpak vereist. Juist omdat sprake is van zoveel verschillende belangen, speciale wet- en regelgeving en soms technisch moeilijke opgaven, was het cruciaal dat alle partijen aan het begin van het project met elkaar rond de tafel zouden komen. Dat had wat voeten in de aarde. Verschillende bouwpartijen, en dus mogelijke concurrenten, samen aan tafel krijgen is één ding. Maar hoe zorg je ervoor dat ze vervolgens ook nog eens hun kennis en kunde open en bloot op diezelfde tafel leggen en met elkaar delen? Ook hier bracht het jonge enthousiasme uitkomst. Rademaker: “Wubbo zocht expres jonge mensen. Dat resulteerde in een unieke benadering. We hadden nergens belangen, geen gevormde visie op de bouw, maar wel een gedegen technische achtergrond.” Daarbij heeft de ideële achtergrond, de missie, het hogere doel, zeker geholpen om partijen enthousiast te krijgen, om te delen en van elkaar te leren. Grote spelers als netbeheerder Alliander en Philips, sloten zich aan als founding partners. Uiteindelijk zaten er meer dan 20 partijen met elkaar aan tafel. 7 founding partners, 7 kennispartners en nog een derde, maar niet minder belangrijke groep, met patijen als de Amsterdamse Monumentenzorg, het Nationaal Restauratiefonds en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. In werkgroepen werd gekeken naar de mogelijkheden tot verduurzaming per onderdeel: warmte, ict, isolatie & binnenklimaat, etcetera.

Verduurzaming vereist integrale aanpak

“We zaten dus met een heel aparte combinatie aan tafel. Een partij als monumentenzorg kom je normaal gesproken pas tegen bij het regelgevende gedeelte van een project. Die waren nu al bij de ontwikkelingsfase betrokken. Dat is erg belangrijk geweest”, zo legt Rademaker uit. Verduurzaming van monumenten, überhaupt verduurzaming, vereist een integrale aanpak. Dat is in één zin de conclusie die Rademaker getrokken heeft uit het beginjaar, 2013. Een les die al werd geleerd in de oriëntatiefase, toen rondvraag werd gedaan wat nu de belemmeringen waren, waarom verduurzaming van monumenten maar niet van de grond kwam. “Er ging teveel mis. Voor ons gevoel ontbrak de integrale aanpak. De keten functioneerde niet. Als je tien mensen een zin laat doorvertellen heb je bij de laatste persoon een andere zin. Maar als je tien mensen aan één tafel dezelfde zin vertelt, zitten ze op één lijn.” Een interessante rol was weggelegd voor Monumentenzorg. ‘Het kan allemaal wel, maar het mag toch nooit van Monumentenzorg’, was wat veel pandeigenaren in het begin zeiden. Die noemer ging in Amsterdam niet op, waar Monumentenzorg vanaf de beginfase was betrokken bij het project. ‘Veel mensen willen hun panden verduurzamen, dit is een trend die niemand kan ontkennen en waarop we willen aansluiten’ was dan ook hun reactie toen ze werden benaderd door De Groene Grachten. Verduurzaming kan een negatieve invloed hebben op een monument, door bijvoorbeeld verkeerde isolatie. Maar kan ook juist een positieve bijdrage leveren aan het behoud van een pand. Zeker waar onderhoudskosten van een monument de pan uitrijzen.
Duurzame monumenten worden realiteit - Pakhuis de Zwijger 1Duurzame monumenten worden realiteit - Pakhuis de Zwijger 2


Duurzame monumenten worden realiteit - Pakhuis de Zwijger 3Duurzame monumenten worden realiteit - Pakhuis de Zwijger 4

Pakhuis de Zwijger

Partijen en erfgoedinstanties die uit het verleden slechte ervaringen met elkaar hadden, werkten in het project goed samen. Gezamenlijk naar oplossingen zoeken, in plaats van vanuit de markt ideeën ontwikkelen, waar aan het eind een ambtenaar een kruis doorheen moet zetten. Meest recente voorbeeld is het nieuwe dak van Pakhuis de Zwijger, een Rijksmonument dat volledig met zonnepanelen is bedekt. Na de oplevering van de eerste grachtenpanden en het ontwikkelen van De Groene Menukaart, werd afscheid genomen van de founding partners en als ‘onafhankelijke’ stichting verder gegaan op de ingeslagen weg. De schaal werd verbreed naar heel Nederland, waar De Groene Grachten nu allerhande projecten van een integrale, adviserende aanpak voorziet. Daarbij proberen Gehem en Rademaker de jonge ondernemersgeest te bewaken, ook bij het ouder worden. Zo werd voor de verduurzaming van Pakhuis de Zwijger de ongebruikelijke weg van een prijsvraag opgezet. Met in de jury het hoofd van Monumentenzorg Amsterdam. Een uitgekookte zet. Onlangs werd door de winnaar van de prijsvraag een volledig met matzwarte zonnepanelen bedekt dak opgeleverd. Daarbij hielp het dat een jaar geleden de regel in Amsterdam werd afgeschaft die bepaalde dat een dak van een beschermd stadsgezicht slechts voor dertig procent met zonnepanelen bedekt mag worden. En dat terwijl vrijwel de gehele binnenstad van Amsterdam tot beschermd stadsgezicht behoort.

Vieze regels

Gemeenteraadslid Marijn Bosman was verantwoordelijk voor de afschaffing van de regel van maximaal dertig procent zonnepanelen per dak. De dertig procent regel stond in de Welstandsnota voor Amsterdam. “De ondertitel van de welstandsnota is: ‘de schoonheid van Amsterdam’. Maar het ging er bij mij niet in dat een dak dat voor dertig procent uit blauwe zonnepanelen bestaat, met aluminiumrand, mooier zou zijn dan een dak volledig bedekt met matzwarte panelen. Een gekke regel dus, overgenomen uit de regels voor dakkapellen, waarvoor dezelfde regel geldt. Men heeft gedacht, zonnepanelen liggen ook op het dak, dus laten we daar ook maar dertig procent voor hanteren.” Bosman diende een motie in voor afschaffing van de regel, maar werd bij het indienen ervan gewaarschuwd voor boze reacties van instanties als ‘de vrienden van Amsterdam’. “Maar de motie is unaniem aangenomen en ik heb nul boze reacties gehad.” Vaak loopt bestaande regelgeving achter op de nieuwste ontwikkelingen rondom duurzaamheid. De ontwikkeling van matzwarte, esthetische zonnepanelen is een voorbeeld van zo’n nieuwe ontwikkeling. Na afschaffing van de regel werden nieuwe richtlijnen ingesteld voor de toepassing van zonnepanelen, met daarin bepalingen voor de juiste aanpak op maat. Bijvoorbeeld dat zonnepanelen dezelfde kleur als het oorspronkelijke dak moeten hebben. Voor het opstellen van de bepalingen werd niet alleen met erfgoedinstanties overlegd, maar ook met architecten en maatschappelijke organisaties, waaronder De Groene Grachten. Bosman deelt het geloof van Rademaker dat het in dezen nodig is om verschillende partijen met elkaar aan tafel te zetten. “Ga niet alleen in gesprek met mensen die de regels maken, maar ook met mensen die de oplossingen bedenken. Architecten hebben bijvoorbeeld echt wel hart voor de historie van een pand.”

Legeskosten doorn in het oog

Zowel Rademaker als Bosman noemen de hoge legeskosten als drempel voor verduurzaming. Met name de hoge kosten voor het inbrengen van dubbel glas in monumenten. De grachtenpanden in Amsterdam hebben van oorsprong enkel glas. “Onmogelijk te isoleren”, aldus Bosman. “De regel is dat dubbel glas niet mag spiegelen. Als iemand nu dubbel glas wil aanbrengen, moet hij de gemeente betalen om een commissie van experts langs te laten komen. Die commissie bepaalt of de ramen spiegelen of niet. Daardoor worden de kosten voor dubbel glas vijf maal hoger dan normaal.”
De grote uitdaging is dus wet- en regelgeving die per monument een gepaste oplossing faciliteert. Er is aangetoond dat er generieke oplossingen zijn, die monumenten duurzamer en rendabeler maken. Maar hoe dit per pand wordt toegepast, waardoor geen afbreuk wordt gedaan aan het monument, is maatwerk en vereist een inhoudelijke blik. In het geval van Pakhuis de Zwijger heeft dit goed uitgepakt. Juist dat het hele dak werd bedekt en niet dertig procent, heeft ervoor gezorgd dat de oplossing niet opvalt en een esthetische, eenduidige uitstraling heeft gekregen. Bosman is er dan ook erg blij mee. Ze stuurde direct schriftelijke vragen in bij de gemeenteraad. “Wat kunnen we hiervan leren? Dit is het voorbeeldproject dat we nodig hadden. Het laat zien dat een mooie oplossing mogelijk is. Mensen van Monumentenzorg zullen minder snel schrikken, wanneer iemand aankomt met een vergunningsaanvraag voor zonnepanelen. Het is belangrijk om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om dit op te schalen.” Uiteindelijk is verduurzamen volgens Bosman een opgave van iedereen. Echter wordt vaak eerst naar anderen gewezen. “Monumentenzorg zegt: ‘er zijn maar 9000 monumenten in Amsterdam. Als je wilt verduurzamen, ga dan eerst maar eens praten met woningcorporaties’. De woningcorporaties zeggen: ‘Onze huurders zijn niet zo vermogend, begin maar eens bij de particulieren’. Terwijl die particulieren de eigenaren van de monumenten zijn. Wijs niet naar anderen, maar zoek oplossingen voor je eigen opgave. Soms doet Monumentenzorg dat al heel goed, soms kan er een tandje bij.”

Global Grounds@KIT

De pioniertijd is voor De Groene Grachten min of meer voorbij. Er is bewezen dat verduurzaming van monumenten op een integere wijze mogelijk is en marktpartijen pakken langzaam de handschoen op. De jonge honden zijn dus enigszins geïntegreerd in de bouwwereld, ware het niet dat een eigenzinnige kijk op verdienmodellen wordt doorontwikkeld. Het laatste grote afgeronde project is KIT Global Grounds. Het Koninklijk Instituut voor de Tropen, KIT, kampte met leegstand, verloor enkele jaren geleden haar subsidie, en moest op zoek naar een wijze om te voorkomen dat het gebouw en bijbehorende Tropenmuseum een financierings- en onderhoudsprobleem zou krijgen. Niet direct een moment om te investeren in duurzaamheid. Of toch wel? In intensieve samenwerking met De Groene Grachten werd een alternatieve oplossing gevonden. Niet zozeer het pand zelf is verduurzaamd, als wel de exploitatie van een deel ervan. Al op de eerste brainstormsessie met de directie van het KIT kwam het initiatief ‘Global Grounds’ naar boven. Een co-working space, waar duurzame, internationale, ondernemers elkaar ontmoeten op de werkvloer. Dit mes sneed aan vele kanten. Voor De Groene Grachten een oplossing om een nieuwe manier van verduurzaming van monumenten te ontwikkelen. Voor de internationale en duurzame ondernemers en zelfstandigen een unieke gelegenheid om laagdrempelig een netwerk van gelijkgestemden te ontmoeten. Daarbij kan naadloos worden aangesloten op het werk en de spirit van het Tropeninstituut, dat zich vanouds richt op internationale ontwikkeling, gezondheid en mensenrechten. En het Tropeninstituut heeft op haar beurt weer extra inkomsten, waarmee het monument onderhouden en verduurzaamd kan worden.

Open werkruimte

Dat is de gedachte. In eerste instantie een duurzame exploitatie, om daarna ook het pand zelf een verduurzaming te kunnen laten ondergaan. Inmiddels is de eerste stap afgelopen augustus afgerond, toen Global Grounds werd geopend in een flank van het immense pand van het KIT. In combinatie met draaijer+partners, gespecialiseerd in huisvesting en kantoren, werden zo’n 70 (flexibele) werkplekken gecreëerd op zo’n 600 vierkante meter. Open werkruimten waren een vereiste, om contact tussen de gebruikers te stimuleren. Maar in het monument mogen niet zomaar muren afgebroken worden. Bouwhistorisch onderzoek toonde aan dat het halve gebouw in de loop der tijd verpakt is, met gipswanden, weggewerkte plafonds en dergelijke. Op heel oude bouwtekeningen bleken deuren te zijn geweeest waar nu muren waren. De proef werd op de som genomen door op die plekken een gat in de gipsen muur te slaan. De deuropeningen bleken er nog te zitten, waardoor het pand in die zin nog meer ‘zoals vroeger’ is geworden en Global Grounds de gewenste open structuur kon krijgen. “Het is het eerste bedrijfsverzamelgebouw dat echt gericht is op internationale, duurzame ontwikkeling. En dat in het pand van een instituut waar dit al honderd jaar gebeurt.” Rademaker is zo trots op en tevreden met het resultaat, dat De Groene Grachten inmiddels zelf voor een deel vanuit Global Grounds opereert. Het pand wordt nu door het KIT zelf geëxploiteerd.

Cradle tot Cradle tapijt

Hij ziet dat de vraag voor dergelijke werkplekken leeft vanuit duurzame ondernemers, in Amsterdam en heel Nederland. Global Grounds is inmiddels vrijwel volgeboekt. Daarom wordt al gekeken naar uitbreiding. “Er resteren nog plekken met weinig natuurlijke lichtinval. Daar moet je misschien openingen in het dak maken om het voor huurders aantrekkelijk maken. Er wordt gedacht hoe dat in zo’n oud gebouw zou kunnen en mogen.” Niks geitenwollensokkenmentaliteit dus, maar zakeninstinct pur sang. Een groen zakeninstinct, dat wel. Ook de eerste stappen naar verduurzaming van het pand zelf zijn inmiddels gezet: De vloer wordt bedekt met cradle to cradle tapijt van Desso. De tl-verlichting zal worden vervangen voor een duurzame variant, gemaakt door mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt. Bovendien blijkt het KIT geschikt voor een WKO-oplossing, om de grote koelingsvraag van met name het museum op te vangen. Wat verdienmodel betreft wil Rademaker toe naar meer verantwoordelijkheid in de gebruikersfase. Dat is de uiteindelijke droom: het verduurzamen van panden combineren met een duurzame exploitatie. “We zijn nu van begin tot eind bij een project betrokken, maar het liefst wil ik niet meer betaald worden voor advies, maar uit de energiebesparing of exploitatie die wordt bereikt, dat we direct worden afgerekend op resultaat.” Een volgende stap is dus het ontwikkelen van juiste monitoring in de gebruikersfase. “Daarin moeten we nog veel meer ervaring opdoen. De gebruiksfactor is daarin belangrijk. Stel dat gezegd wordt: ‘we zijn nu lekker geïsoleerd, knal de verwarming maar op 22 graden’.”

Opschalen van verduurzaming

De Groene Grachten betrad als vreemde eend in de bijt de bouwwereld. Maar langzamerhand lijken zowel bouwpartijen als wet- en regelgeving de handschoen van verduurzaming van de meer dan 1,5 miljoen historische panden in Nederland op te pakken. Jaren tachtig-woningen verduurzamen kan natuurlijk ook prima, maar Rademaker blijft liever gericht op de potentie van oude gebouwen. Niet in de laatste plaats omdat daar veel te verduurzamen valt, zeker wat betreft verwarming en koeling. “Wij geloven in een grote potentie voor besparing, maar ook voor de markt, voor de bouw. Wat zou het mooi zijn om dit op grote schaal te kunnen doen. We hebben nu diverse voorbeeldprojecten afgerond, daarin een doorbraak bewerkstelligd, maar hoe schaal je dat op? Hoe schaal je op wat iedere keer weer maatwerk is?”De online menukaart is daarbij een begin. Die wordt, in samenwerking met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, landelijk gemaakt. Diverse gemeenten hebben zich gemeld voor de ontwikkeling van een eigen pagina binnen de landelijk site. De politiek lijkt de vraag die onder veel eigenaren van historische panden leeft, dus op te pakken. Ook gemeenten bezitten natuurlijk veel historische panden, waarvan de kosten soms geen sinecure zijn. Een goede gedachte daarbij is dat de ontwikkeling van gedegen oplossingen de komende vierhonderd jaar alleen maar sneller kan gaan dan de afgelopen vierhonderd jaar het geval was. Vooruitkijken blijft het devies, vraag dat maar aan de geestelijk erfgenamen van Ockels.
Duurzame monumenten worden realiteit - Algemeen

Extreem laagwater duurder voor bouw

0
Extreem laagwater duurder voor bouw

Dit jaar kampt de Rijn met de langst aaneengesloten laagwaterperiode sinds 40 jaar. NVLB, de Nederlandse Vereniging van Leveranciers van Bouwgrondstoffen, adviseert daarom opdrachtgevers in de bouw en bouwaannemers om rekening te houden met prijsverhogingen op grondstoffen door duurdere scheepvaart.

De waterstand van de Rijn is al een lange periode laag en zakt steeds verder. De afgelopen weken is de waterstand op de Rijn echter extreem laag en dat heeft grote gevolgen voor de kosten van het transport van bouwgrondstoffen per binnenvaart. Hoewel ieder jaar één of meerdere laagwaterperiodes van een paar dagen of enkele weken voorkomen, is dit jaar sprake van de langst aaneen­gesloten laagwaterperiode sinds 40 jaar.

Minder lading

De binnenvaartschepen kunnen door de lage waterstand de bestemmingen veelal maar half afgeladen bereiken. Voor het vervoer van dezelfde hoeveelheid bouwgrondstoffen zijn daarom meer schepen nodig. De belangrijkste taak van de leveranciers om voldoende schepen te vinden en er voor te zorgen dat hun klanten niet zonder materiaal komen te zitten, de leverzekerheid, staat daarmee sterk onder druk. Dit vraag en aanbod element heeft ook tot gevolg dat de vrachttarieven stijgen. De vooruitzichten voor de komende dagen geven geen verbetering van de situatie.

Toeslag

Om de kosten van de verhoogde transportkosten te kunnen afdekken, kennen de leveranciers van bouwgrondstoffen in hun algemene voorwaarden een laagwatertoeslag op de koopprijs van de per schip geleverde producten. De laagwatertoeslag wordt bepaald aan de hand van de laadplaats, in relatie tot de peilschalen langs de Rijn.

Deze laagwatertoeslag, die voor elke leverancier verschillend is, komt op de koopprijs van de per schip geleverde bouwgrondstoffen. Stel dat een leverancier met een afnemer een laagwatertoeslag van 10 % van de koopprijs per 10 cm beneden Kaub overeenkomt, beloopt de laagwatertoeslag, in het voorbeeld van de peilschaal bij Kaub*, 98 % van de koopprijs. De extreem lage waterstand maakt de aanvoer van bouwgrondstoffen via de Rijn dus duur.

Hoewel de laagwatertoeslag een contractueel vastgelegde en voor het transport van de bouwgrondstoffen noodzakelijke toeslag is, ondervinden veel leveranciers van bouwgrondstoffen door onbekendheid met het doel van de laagwatertoeslag, in toenemende mate grote weerstand tegen deze toeslag.

Peil

Dat er momenteel echt sprake is van laag water op de Rijn, blijkt wel uit de gegevens van de peilschaal (Pegel) bij Kaub*, want die stond maandagochtend 26 oktober 2015 op 82 cm met een vallende tendens. Dit is 98 cm lager dan de gemiddelde waterstand van 180 cm. Dit houdt in dat schepen van 2.000 ton nog maar 900 tot 1.100 ton mee kunnen nemen. Bij een dergelijke waterstand zijn er dus bijna twee maal zoveel schepen nodig om hetzelfde volume aan bouwgrondstoffen te vervoeren.

*Bij de plaats Kaub in Duitsland aan de Rijn, wordt de scheepvaart-relevante waterstand elektronisch gemeten. Dit peil wordt hierboven als referentiepeil Kaub gehanteerd.

Laagwater Rijn

Bureau Voorlichting Binnenvaart bericht:

BVB: “De Nederlandse binnenvaart heeft te maken met de langste laagwaterperiode op de Rijn sinds 1976. De komende dagen blijft noemenswaardige regen in het zuiden van Duitsland uit; de binnenvaart verwacht dan ook dat het laagste punt in de rivier nog niet bereikt is. Ondanks dat de klanten in het Rijnstroomgebied nog voldoende bevoorraad kunnen worden noemen de brancheorganisaties in de binnenvaart een verdere daling van het water zorgelijk. Binnen Nederland kampen de Waal, Rijn en IJssel met lage waterstanden, hetgeen nog niet tot noemenswaardige problemen heeft geleid.

Met name op het traject Koblenz – Mannheim in Duitsland is de rivier de Rijn op dit moment zeer ondiep. Nederlandse schepen die dit traject passeren kunnen gemiddeld slechts een kwart van hun maximale laadcapaciteit benutten. In het algemeen is de vraag naar scheepsruimte als gevolg van het lage water op dit moment groter dan het aanbod, hetgeen op bedrijfsniveau voor sommige binnenvaartondernemers gunstig is. Op macro niveau is de huidige waterstand voor het transport op de Rijn zorgwekkend. De logistieke kosten voor het bedrijfsleven nemen tijdelijk toe hetgeen de inzet van binnenvaart minder aantrekkelijk zou kunnen maken.

Binnenvaartdienstverleners zetten op dit moment noodscenario’s in waarbij tijdelijk aanvullend via het spoor en de weg klanten worden bevoorraad. Een structurele verplaatsing van het vervoer wordt echter niet verwacht; immers bij normale waterstand blijft de binnenvaart een kostenefficiënte oplossing. Ondanks dat deze samenloop van natuurlijke ontwikkelingen niet kan worden beïnvloed gaat de sector in debat met de Duitse overheid om te spreken over de ondieptes in het Duitse gedeelte van de Rijn.”

– Extreem laagwater duurder voor bouw –

Vluchtelingenhuis van karton

0
Vluchtelingenhuis van karton

Eén van de duurzame internationale ondernemers die in Global Grounds@KIT een plekje heeft gevonden is Lode Bruins. Momenteel ontwikkelt hij met een compagnon een opklapbare vluchtelingenhuis van karton. Twee jaar geleden is Bruins begonnen met het idee, maar door de huidige situatie staan de investeerders nu te dringen en is het project in een stroomversnelling geraakt.

Bruins wil zo snel mogelijk zijn prototype ontwikkelen. Voor de ontwikkeling van een prototype is Bruins van plan een combinatie van bestaande materialen, onder andere kraftliner en golfkarton, te gebruiken. Dit kan volgens hem een goedkope, zeer goed geïsoleerde, makkelijk te transporteren en op te bouwen vluchtelingenhuis opleveren. “De huisjes moeten door twee man binnen een uur op te zetten zijn, met zo min mogelijk losse onderdelen. IKEA heeft ook een vluchtelingenhuis, maar daar heb je minimaal twee uur voor nodig voordat het staat. Het huisje moet zo simpel mogelijk te fabriceren en te bouwen zijn. Het probleem van karton is dat het niet tegen vocht kan, maar middels bestaande materialen uit de verpakkingsindustrie, is het mogelijk om huisjes te maken die met gemak vijf jaar weer en wind doorstaan. Materialen die ook gebruikt worden voor pakken sap, die kun je ook jarenlang in de koelkast bewaren.” Ook de ingerilde vouwen in een pak sap dienen als voorbeeld voor de vouwen in het ontwerp van het kartonnen huis. De uiteindelijke combinatie van materialen is acht centimeter dik. Middels een wikkel, een spanner, wordt het geheel van segmenten bij elkaar gehouden, als het ware bij elkaar geperst. Deze techniek is reeds succesvol toegepast bij het ‘Wikkelhuis’, een idee van de Fiction Factory, waar Bruins aan meewerkte. “Het mooie van karton is dat het heel goed te impregneren is. Daarmee kun je het geheel verzegelen. Het zuigt zich vol en sluit zich af. Dat werkt heel mooi.” Bruins wil dat kartonfabrikanten het eindproduct zelf kunnen gaan produceren, daarom is het ontwerp zo recht en plat mogelijk. “Golfkarton isoleert net zo goed als glaswol, zowel tegen geluid als tegen koude. Belangrijk voor vluchtelingen. In feite isoleer je met heel kleine luchtkamertjes.” Bruins is opgeleid als beeldhouwer en houdt zich het liefst met de techniek bezig. Met zijn idee wil Bruins een bijdrage leveren aan het vinden van oplossingen voor (lokale) opvang van vluchtelingen. Hij vindt het dan ook niet erg wanneer het huisje voor grootschalige productie wordt overgenomen of wanneer andere goede varianten op de markt verschijnen. “Ik kan me voorstellen dat als het lukt, het heel makkelijk is aan te besteden. Er zijn zo veel kartonfabrikanten wereldwijd, er wordt aan de lopende band kilometers van dergelijk karton geproduceerd.” Bruins gelooft in karton als materiaal met veel potentie voor de bouw. Voor Global Grounds@KIT ontwierp hij zes werktafels van hetzelfde materiaal, als visitekaartje, om te laten zien hoe stevig het materiaal kan zijn. Uiteindelijk zou hij het karton zo willen verduurzamen, dat het volledig onder water zou kunnen worden gezet. Ook kunnen dergelijke huisjes volgens hem prima fungeren op een dak, of in een leegstaand kantoor, als comfortabele antikraak-oplossing.

Lees ook het artikel Verduurzamen van historische panden

Zalmhaventoren met 218 meter hoogste gebouw Nederland

0
Zalmhaventoren met 218 meter hoogste gebouw Nederland

De plannen voor de volgende wolkenkrabber aan de skyline van Rotterdam worden steeds concreter. De Zalmhaventoren die momenteel ontwikkeld wordt door Am en Amvest, zal maar liefst 218 meter hoog worden. Dat betekent dat het gebouw met ruime afstand het hoogste gebouw van Nederland wordt. Momenteel is de Maastoren nog het hoogste gebouw, op de Kop van Zuid in Rotterdam, met 165 meter.

De Zalmhaventoren zal waarschijnlijk een multifunctionele bestemming krijgen. Het gebouw moet zowel kantoorruimte, koopwoningen als hotelruimte gaan bevatten. Afhankelijk van of deze bestemmingswijziging lukt, zal het gebouw 475 appartementen krijgen en 7.000 vierkante meter aan commerciële ruimte. Amvest verwacht dat in oktober 2017 met de bouw van de immense toren kan worden begonnen.

150 miljoen

De Zalmhaventoren zal worden gebouwd aan de noordkant van de Erasmusburg, in het Scheepvaartkwartier. Volgens vastgoedmarkt.nl wordt de beleggings- en verkoopwaarde van de toren geschat op 150 miljoen euro, terwijl het voorlopig ontwerp tussen de 12,5 en 25 miljoen wordt geschat.

Zalmhaven Urban

De bouw van de toren maakt onderdeel uit van het nieuwbouwplan Zalmhaven Urban. In het gebied zullen nog twee gebouwen van 70 meter worden gebouwd, waarin 215 appartementen komen. Onder de gebouwen komt een onderbouw met maximaal vijf bouwlagen, waarin een parkeergarage, expeditieruimte en fietsenstalling zullen komen.

Plannen van vóór de recessie

De plannen voor de Zalmhaventoren bestonden al in 2007, vlak voor de bouwrecessie. Nu komt de toren er dus alsnog. Enerzijds kan beredeneerd worden dat de commerciële ruimte in het gebouw bijdraagt aan het aanbodoverschot op de kantorenmarkt in Rotterdam. Anderzijds kunnen voorstanders wijzen op de mogelijke impuls die een toename aan bewoners in het centrum kan geven.

– Zalmhaventoren met 218 meter hoogste gebouw Nederland –

De Resident heropend door koning

0
De Resident heropend door koning 3

Koning Willem-Alexander heeft afgelopen dinsdag, 10 november, de Resident heropend. Het Rijkskantorencomplex onderging een fikse modernisering en is ingericht naar de principes van het Nieuwe Werken. Het gebouw wordt in gebruik genomen door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De Resident huisvestte al eerder het ministerie van VWS. De renovatie maakt het mogelijk dat de ministeries van VWS en van SZW het gebouw nu samen gebruiken. Het huidige binnenplein – het Parnassusplein – is overkapt tot atrium. Naast de bouw van het atrium is het interieur van De Resident aangepast zodat er 2.400 werkplekken ontstaan voor 2.700 ambtenaren, zo meldt de Rijksgebouwendienst.

Atrium

De twee gebouwen van De Resident, Helicon en Castalia, zijn in de jaren negentig gebouwd en bevatten in totaal 55.000 vierkante meter. In overleg met bureau van Soeters heeft architect cepezed het gebouw onderhanden genomen. Onder andere werd een groot atrium toegevoegd. De constructie van grote staalportalen draagt een glazen dak. Het atrium bevat onder anderen een publiek café.

Flexplekken

De koning kreeg na de heropening een rondleiding onder begeleiding van minster Schippers van VWS en minister Asscher van SZW. Via de centrale hal volgde een rondleiding over de verschillende etages van beide ministeries. Het gebouw heeft na de verbouwing een flink aantal nieuwe flexplekken gekregen. Bij de renovatie was het Nieuwe Werken uitgangspunt.

Nieuwe Werken

De ambtenaren hebben geen eigen vast bureau en vaste telefoon meer, maar nog wel een ‘eigen’ etage met hun naaste collega’s. Zij kunnen op die etage – of ergens anders – in het pand terecht op flexibele werkplekken. Die variëren van open ruimtes waar meerdere gebruikers tegelijkertijd kunnen werken, tot meer besloten flexibele werkplekken, waar in stilte gewerkt of vergaderd kan worden. Daardoor is minder ruimte nodig om meer mensen te laten werken. Dit past in het beleid van minister Blok (Wonen en Rijksdienst) om effectiever met rijksvastgoed om te gaan.

– De Resident heropend door koning –

Nieuwbouw groot gerechtsgebouw in Breda

0
Nieuwbouw groot gerechtsgebouw in Breda

In Breda wordt binnenkort begonnen aan de voorbereidingen voor de bouw van een 66 meter hoog gerechtsgebouw. Het gebouw zal een rechtbank, het Openbaar Ministerie en de Raad voor de Kinderbescherming gaan huisvesten.

De gemeente Breda maakte dit bekend namens bouwconsortium InBalans, dat de klus op zich neemt. InBalans bestaat uit een samenwerking tussen VolkerWessels, Facilicom en Macquarie Capital Group. Het ontwerp is van architectenbureau A2 Studio.

januari 2016 begin bouw gerechtsgebouw

23 november wordt tijden een informatiebijeenkomst in PodiumBloos in Breda door de corporatie vertelt over de procedures, de planning en eventuele hinder voor omwonenden. In januari zal de bouwplaats worden ingericht. “Wij plaatsen bouwhekken, maken het terrein gereed voor de funderingswerkzaamheden en brengen bouwwegen aan”, zo meldt het consortium in het bouwschema. “Daarna wordt gestart met de funderingswerkzaamheden.”

Geprefabriceerde gevel

In mei 2016 zal worden begonnen met de ruwbouw en wordt de gevel, grotendeels geprefabriceerd, aangebracht. Dit heeft als reden dat in hoog tempo kan worden gebouwd en de kwaliteit beter is, dan wanneer de gevel op de bouwlocatie wordt gemonteerd of gemaakt, zo meldde het consortium aan bredavandaag.nl. Vervolgens zal de dakbedekking worden aangebracht, waarna in februari 2017 begonnen moet worden met de afbouw, het installeren van de technische installaties en de inrichting van het gebouw. Eind maart 2018 is de geplande opleverdatum.

527-gerechtsgebouw from A2STUDIO on Vimeo.

Nieuwbouw groot gerechtsgebouw in Breda. Zie ook: Consortium voor nieuwe rechtbank in Amsterdam.