Home Blog Pagina 355

Transformatie Pakhuismeesteren van start

0
Transformatie Pakhuismeesteren van start.
Transformatie Pakhuismeesteren van start.

In Rotterdam is de transformatie van Pakhuismeesteren gestart. Onder toeziend oog van wethouder Ronald Schneider, wethouder Stedelijke Ontwikkeling en Integratie, is de officiële starthandeling verricht. Pakhuismeesteren is een monumentaal pand op de Kop van Zuid in Rotterdam, dat wordt getransformeerd tot modern lifestylehotel.

Na talloze bouw- en renovatieprojecten de afgelopen jaren op de Wilhelminapier, is Pakhuismeesteren het laatste historische gebouw dat opgeknapt wordt. Het pakhuis van het voormalige bedrijf Pakhuismeesteren dateert uit 1890. Na een brand werd het gebouw in 1941 weer opgebouwd.

Historie

Van Agtmaal, onderdeel van VolkerWessels, is verantwoordelijk voor de transformatie tot lifestyle hotel van Room-Mate, met 217 kamers, diverse vergaderruimten een parkeergarage en op de begane grond een “Mercado”. Het ontwerp komt van de hand van het Belgische architectenbureau AWG. Bij de transformatie wordt gekeken naar de historie van het pand. Er zijn veel oude historische delen met monumentale waarde zoals de gevels. Behalve opslagruimte voor thee, zaden en noten, graan en meubels kende het pand een schonerij en een bewerkingscentrum voor- en door insecten en bacteriën beschadigde goederen.

Extra verdiepingen

De constructie van het pakhuis is voor een deel van gewapend beton met een kolommenstramien van vijf meter. De gevels zijn afgewerkt met een spouwconstructie van kalksteen en klinkers. Het geheel is verdeeld in acht afzonderlijke delen, die ieder een eigen ingang hebben. Middels een speciale constructie worden er twee extra verdiepingen op het pand aangebracht, met daarop een dakterras. Na oplevering zal het pand worden gebruikt door Room-mate hotels, een groeiende hotelketen die in Amsterdam haar eerste hotel in Nederland heeft geopend. De opening van het hotel in Pakhuismeesteren staat gepland rond de jaarwisseling van ’16-2017.

Transformatie Pakhuismeesteren van start.

Slim gebouw ondersteunt ouderenzorg

0
Gebouwautomatisering St Jan de Deo

Automatisering dient de mens

Wat is de sociale relatie tussen een gebouw en haar bewoner? Hoe ervaart de eindgebruiker een gebouw na de oplevering? Het is een vraag die vaak onderbelicht blijft in de bouwsector. Met de voortschrijdende automatisering in gebouwen, neemt ook de aandacht voor deze vraag toe. Eén van de sectoren waar dit vraagstuk per definitie wordt onderzocht, is de ouderenzorg. In Millingen aan de Rijn is bij nieuwbouw van het lokale zorgcentrum Sint Jan de Deo goed nagedacht over de functionaliteit van het gebouw voor de bewoners en verplegers. Automatisering diende de zorg een kwaliteitsinjectie te geven en het personeel te ontlasten.

De ouderenzorg is een sector waar automatisering al jaren onderwerp van gesprek is. Kijk alleen al naar het debat rondom zorgrobotica en het moge duidelijk zijn dat de voor- en tegenargumenten van automatisering in de zorg eindeloos zijn. Los van de ethische discussie, is het een feit dat automatisering van een zorggebouw in direct verband staat met de zorg voor de cliënt. Zo kan de ontwerpopgave van een zorgcentrum niet los worden gezien van de belevingswereld van een psychogeriatrisch patiënt. Met andere woorden: ontwerpen vereist psychologisch inzicht in dementerende ouderen, vereist kennis van en ervaring in de zorg.

Rijnlandschap

Het is interessant om te zien hoe een kleinschalig zorgcentrum, gelegen op enkele meters van de Duitse grens, de stap heeft weten te zetten naar nieuwbouw met een duurzaam en innovatief karakter. Hubert Kolkman, directeur van Gasthuis Sint Jan de Deo, gaat al zo’n dertig jaar mee in de ouderenzorg. Hij spreekt van een innovatieve sector. “Omdat de maatschappelijke druk groot is, maar tegenwoordig ook vanwege de inperking van financiële middelen, worden we gedwongen om het beschikbare geld effectief te gebruiken.”
Al sinds 1904 verzorgt het gasthuis de lokale ouderenopvang in Millingen. Tot aan de jaren zestig bevond zich er een klein ziekenhuisje en een kraamkamer. Die kraamkamer werd vooral gebruikt door vrouwen van schippers die op en neer richting Zwitserland voeren. Het bijzondere is dat sommige zuigelingen van destijds, nu in het ouderencentrum wonen. Het centrum vervult een sterke lokale en sociale functie in het dorp en de omliggende polder. Die streektrots is zichtbaar teruggekomen in het interieur van de nieuwbouw, waar de muren zijn beschilderd met beelden van het Rijnlandschap.

Kwaliteit van leven

De nieuwbouw speelt enerzijds in op de vergrijzing in de grensregio, anderzijds op de trend dat woon- en slaapruimten voor ouderen steeds groter worden. Maar de directe aanleiding van het project was het sociale motief van de honkvastheid van de regiobewoners. De sociale functie van het complex is met de jaren langzaam verschoven van bejaardenhuis naar woonzorgcentrum. Langzaam maar zeker bleven ouderen steeds langer thuis wonen en werd het centrum een opvang voor ouderen die noodgedwongen werden opgevangen, vanwege fysiek ongemak of een psychogeriatrische aandoening als dementie. Daar was het centrum echter maar deels op ingesteld, waardoor, als de situatie van een bewoner echt verslechterde, deze moest verhuizen naar een zorglocatie minimaal vijftien kilometer verderop. Voor de kwaliteit van leven en voor de familie van de persoon in kwestie een pijnlijke zaak. De nieuwbouw diende te voorkomen dat ouderen overgeplaatst moeten worden. Kolkman: “Sinds 2009 is de zorg ingedeeld op zorgzwaartepakket, afgekort zzp. Hoe meer zorg iemand nodig heeft, hoe meer geld daarvoor beschikbaar is. Dat gaat in categorieën van 1 tot en met 10. Aanvankelijk hebben we voor de demente ouderen ingezet op opvang tot en met de zwaarste categorie, dat wil zeggen, met behandeling en/of BOPZ-verklaring (Bijzondere Opname in Psychiatrische Ziekenhuizen, red.). Maar eind vorig jaar, toen het gebouw bijna opgeleverd werd, hebben we dat teruggedraaid.”

Dwaaldetectie

Deze opmerkelijke beleidsverandering kwam niet in de laatste plaats tot stand door een staaltje gebouw automatisering, verzorgd door technisch dienstverlener Leertouwer. De wettelijke bepaling voor opvang van de zwaarste zorgcategorieën bepaalt dat de buitendeur van een dergelijke instelling nadrukkelijk op slot moet, ter zelfbescherming van de bewoner. Hier kwam de wil van het gasthuis om de dementerenden lokaal te blijven verzorgen in aanraking met de visie om de mensen zich op hun gemak te laten voelen en loop- en leefruimte te bieden. In een presentatie over de mogelijkheden van domotica (automatisering in woonomgeving) bleek de oplossing te liggen in de vorm van dwaaldetectie. De mensen met dementie dragen polsbandjes, waarop hun ‘leefcirkel’ is ingesteld. Wanneer de drager van zo’n bandje de deur nadert, gaat die afhankelijk van zijn of haar leefcirkel, automatisch op slot of juist open. De nieuwbouw is nu ingericht, en al in gebruik, voor woongroepen met zorgzwaartepakket 5 en 7, waarbij de bewoners in principe vrij naar buiten kunnen. Wanneer de situatie van een bewoner verslechtert, kan het systeem met het polsbandje in individuele gevallen toegepast worden. Zogenoemde dwaaldetectie. Daardoor is overplaatsing niet direct meer noodzakelijk. Kolkman: “Het gaat tot nu toe uitermate goed. De bewoners en de familie zijn tevreden.”

Slimme automatisering

Zoals in de kadertekst is te lezen, is er een geïntegreerd systeem toegepast, opgebouwd uit de infrastructuur van kabels en draadloze netwerken, de software die gebruik maakt van de netwerken en de in het gebouw geïntegreerde hardware, die via de infrastructuur met de software communiceert. Een slimme automatisering waarvoor een gedegen technische kennis, alsook kennis van de zorg voor nodig is. Hoe organiseer je nu de juiste samenwerking tussen beide werelden, en wie kan het best bepalen welke toepassingen een bepaalde (zorg)instelling nodig heeft? Sint Jan de Deo schakelde als bouwadviseur SDB Groep in. Dat bedrijf profileert zich als aanbieder van HRM en innovatieve software oplossingen in de zorg. Laurens Verwijs is vanuit SDB als senior consultant gespecialiseerd op het gebied van ondernemingsplannen en vastgoedontwikkeling: “Er was vanuit Sint Jan de Deo een behoorlijk eisenpakket ten aanzien van de inzet van technologie. Daarom zijn ze bij ons, als specialist in zorgvastgoed, uitgekomen voor het opstellen van het ondernemingsplan en de directievoering. Vervolgens hebben wij Leertouwer na een zorgvuldig aanbestedingstraject bij het project betrokken, vanwege goede ervaringen uit een eerder project.”

Nieuwe tak van sport

Verwijs vervolgt: “De uitdaging, zowel organisatorisch voor het zorgcentrum, als wel in het krijgen van de financiering, was om de zwaardere zorg mogelijk te maken. Het gasthuis ging feitelijk over op een nieuwe tak van sport. In het vastgoed is dat vooral opgevangen middels de gebouwautomatisering. Die kan er voor zorgen dat personeel ontlast wordt, of dat er zelfs minder personeel nodig is. Met name de slimme sensoren kunnen een stuk controle van het personeel overnemen. Daarbij zorgt de automatisering ook voor een grotere veiligheid, wat je ook mee kunt nemen in het ondernemingsplan.”
Kolkman legt uit hoe algemene tendensen in de zorg van invloed waren op het project. “Over de gehele linie is sprake van een afname van verplegend personeel. Van meet af aan is gekeken hoe automatisering dat op kon vangen en tegelijkertijd de zorgkwaliteit een impuls zou kunnen krijgen. De nieuwbouw was voor ons een business case van jewelste. SDB heeft alles in kaart gebracht en uiteindelijk heeft de bank een deel van het project gefinancierd.” In de berekening heeft SDB gekeken welke functionaliteit automatiseringstechonologie zou kunnen vervullen. Welke toepassingen worden gebruikt, hoeveel kosten ze en hoeveel besparing kunnen ze in de toekomst opleveren. Volgens Verwijs is er inmiddels al enorm veel mogelijk. “Maar psychogeriatrische cliënten wil je zo veel mogelijk bij de techniek vandaan houden. Voor ons geldt altijd de afweging van de functionaliteit van de techniek voor de doelgroep. Dat is zoeken en levert heel verschillend resultaat op, want het gebeurt ook dat zelfstandige ouderen in een zorgcentrum draadloos een afspraak maken met de kapper en hun eigen keuzemenu kunnen opgeven.”

Samenwerking

Leertouwer is door SDB Groep bij het project betrokken voor de juiste elektrotechnische installatie en de goede toepassing van de gebouwautomatisering. Ook Leertouwer is ervaringsdeskundige in de zorg. In de persoon van Jasper Coppes heeft het bedrijf een verbindende schakel tussen zorgverlener en techneut in huis. Hij benadrukt het belang van die connectie. De crux is om de vertaalslag te maken tussen techniek en zorg – en omgekeerd.
In een continue samenwerking en samenspraak tussen de drie partijen, met ook nog eens extern installatieadviesbureau Overdevest Adviseurs, dat met Sint Jan de Deo het programma van eisen voor de automatiseringsinstallatie heeft opgesteld, is bepaald wat Sint Jan de Deo aan gebouwautomatisering nodig had en hoe dit het beste kon worden aangebracht.
Jasper Coppes hierover: “Er is een hele goede samenwerking geweest tussen alle adviseurs. We hebben Sint Jan de Deo al in een heel vroeg stadium de mogelijkheden laten zien. Tegen de tijd dat hier is gestart, hadden wij onze techniek echter al weer een stuk verder ontwikkeld. Toen is er samen, terwijl het programma van eisen er al lag, nogmaals naar gekeken. Daar kwamen weer verbeterslagen uit, met als sprekend voorbeeld dus de wijziging in de dwaaldetectie. De deuren worden nu zo veel mogelijk open gelaten, ten bate van de vrijheid van de bewoners. Door inzicht in nieuwe technologie is het beleidsplan veranderd.”

Inleefperiode

De oplevering van het gebouw betekende allerminst het einde van de samenwerking. Coppes: “Vervolgens begint de ‘inleefperiode’ van de systemen. De zorg­verleners gaan op een nieuwe manier werken, met intensief gebruik van smartphones. Zeker de oudere medewerkers moeten daaraan wennen. Naast dat wennen moeten ze ook kritisch kijken of alle apparatuur goed staat afgesteld in de kamers, daarom lopen wij in die periode mee met de eerstverantwoordelijke zorgverleners. Die inleefperiode is er ook voor ons. Technisch gezien moet alles natuurlijk op slot zitten, maar de echte uitdaging is om het werkproces te veranderen. Oneerbiedig gezegd: hoe zorg je ervoor dat een zorgverlener die via de slimme sensor op de smartphone een alarm krijgt, niet direct die kamer binnendendert, maar gebruik maakt van de videoverbinding om te zien of dat wel nodig is.” Kolkman beaamt dat dit een volslagen nieuwe manier van werken is voor zijn organisatie, en dat dit tijd en investering vergt. Coppes weer: “Zorgmedewerkers zijn in een speciale werkgroep al aan het begin van het proces betrokken bij de implementatie van de techniek. Na de oplevering zijn de medewerkers getraind en na die training hebben wij nog enkele keren meegelopen om te zien of het functioneert en waar bijgestuurd kan worden. Een voorbeeld: ‘van cliënt x komen valse alarmen, zet daar de geluidsdetectie minder gevoelig.”

Functionaliteit uitschrijven

Deze sterke aandacht voor de sociale integratie van de systemen is in de bouw lang niet altijd gebruikelijk. Maar de zorgsector kan zich hierin geen grove fouten permitteren. De gebruiksvriendelijkheid van een gebouw blijkt pas bij oplevering, is een belangrijke les uit dit project. Het belang van de inleefperiode bleek wel toen Coppes nog verbeterpuntjes aantrof wat betref de lichtschakelaar. In de afweging voor auto­matisering van de lichtfunctie is gekozen voor auto­matische lichtsensoren, terwijl vergeetachtige mensen dan op zoek kunnen blijven naar de lichtknop. “Dat zat in de aanvraag, maar achteraf wisten we dat dat geen goed idee was en hadden daarop moeten ingrijpen.
Het betreft kennis die je moet delen. Wat wij herkennen is dat de elektrotechnische installatie en de zorg­automatisering vaak door twee totaal verschillende partijen wordt gedaan, die langs elkaar heen werken. Terwijl die twee werelden steeds meer integreren. Vaak heeft de installateur de lead, met de system integrator als onderaannemer. De installateur kijkt in eerste instantie alleen naar de techniek en niet altijd naar de functionaliteit voor het zorgproces.” Hoewel Coppes onderschrijft dat technische specificaties makkelijker zijn uit te schrijven in een pakket van eisen dan functionaliteiten, ziet hij wel dat steeds meer adviseurs deze kant op gaan. Kolkman geeft aan dat er in dit geval ook sprake van was. “We hebben gezegd: ook al heb je de aanbesteding gewonnen, de functionaliteit is het belangrijkst, dus in overleg kunnen er altijd zaken veranderd worden. Flexibiliteit is voor zorgorganisaties een must, het zorgproces is immers ook constant in
verandering.”

[tabs]
[tab title=”Conview Care”]
Drie lagen behelst het systeem dat is toegepast door Leertouwer. Jasper Coppes presenteerde het als een tompouce aan Sint Jan de Deo. Drie lagen die elkaar versterken door één geheel te vormen. “De Conview Care oplossing die we hebben toegepast is een totaaloplossing voor zorgautomatisering. De infrastructuur van bekabelings- en draadloze technieken, de software om de technieken met elkaar te laten praten en te integreren, en tot slot de hardware in de kamers. In de kamers zelf zitten slimme sensoren. Afhankelijk van de zorgvraag kunnen die de cliënt bewaken. Als de zorgverlener van mevrouw x wil weten wanneer ze uit bed stapt, kan dat in een gebruiksvriendelijke app worden ingesteld. Wanneer dan het belletje gaat, kan de zorgverlener via de smartphone contact opnemen met de cliënt, of via de videoverbinding kijken of alles goed gaat. De parameters die in het kamers zijn geïntegreerd zijn: controle op geluid, op beweging en of de deur opengaat. Via privacymodus kan met de bewoner worden afgesproken welke niveau van controle deze, of de familie, wil. De sensoren zijn bekabeld via ethernet. Er wordt ingespeeld op toekomstige ontwikkelingen middels een extra inprikpuntje naast het bed. Zodat toekomstige apparatuur gemakkelijk toegevoegd kan worden. De oplossing kan omschreven worden als één groot op maat gemaakt recept, waar de klant volledig zijn eigen ingrediënten heeft kunnen kiezen. In de praktijk is het voor negentig procent een standaard configuratie, die voldoet aan de benodigde functionaliteiten in de zorg. Gebaseerd op merk­onafhankelijke technologie. De hardware is merkonafhankelijk en vrij in de markt verkrijgbaar. De software ontwikkelen we deels zelf. Ook maken we gebruik van het IQ-messenger platform. Belangrijk is dat dit softwareplatform verbinding mogelijk maakt tussen bijvoorbeeld een camera van merk x, een halszendertje van merk z en smartphone van merk y. De complete zorgautomatisering is geïntegreerd in het bestaande ICT-netwerk van Sint Jan de Deo. Het zou nog winst kunnen zijn om een koppeling te maken met het gebouwbeheersysteem, de klimaatregeling. Zeker wat betreft duurzaamheid.”

[/tab]
[tab title=”Info”]
Gebouwautomatisering

[/tab]
[/tabs]

Slim gebouw ondersteunt ouderenzorg.

In Tropicana bouwen aan de nieuwe stad

0
Innovatieve netwerken verleggen de grenzen

Gewildgroei en Blue City 010 verleggen de grenzen in de stad

De stedelijke ontwikkeling in Nederland staat niet stil. Een nieuwe stroming stadsvernieuwers zet vol in op duurzaamheid. Vaak is sociaal engagement de drijfveer, leefbaarheid het doel en een circulaire economie het middel. Hippies, hipsters, of wereld­verbeteraars, in hoeverre staat hun wereld tegenover die van beleidsmakers en de gevestigde orde? In Tropicana bouwen ze aan de nieuwe stad.

Mede vanuit het Rijk is de challenge ‘Stad van de Toekomst’ van start gegaan. Doel is om het stedelijke klimaat in Nederland een leefbaarheidsinjectie te geven, door tien innovatieve en duurzame projecten met behulp van geld en raad in een stroomversnelling te brengen.

Avant-garde

Een blik op de tien genomineerden biedt een inkijkje in de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van duurzame stedelijke ontwikkeling in Nederland. Veel van de projecten staan weliswaar nog in de kinderschoenen, maar die schoenen staan wel gegrond in de modder van de maatschappelijke realiteit. De nominaties bevestigen wat al langer gaande is. De opkomst van een beweging van stedelijk ontwerpers die zaken vanuit een nieuwe invalshoek bekijkt en autonoom aanpakt. De netwerken van stadsvernieuwers laten zich moeilijk definiëren, ze definiëren zichzelf. Stop ze in een keurslijf en ze glijden er als vloeistof tussenuit. Zo is dat met het ontdekkende deel van de samenleving, de avant-garde, misschien altijd wel geweest. In hoeverre is Nederland organisatorisch en politiek gezien voor­bereid op ‘nieuwe’ ontwerpers met hart voor innovatie en duurzaamheid. Staan beleidsbepalers en ambtenaren hen met open armen op te wachten, of kijken ze liever de andere kant op? Deze vragen kunnen het best aan de genomineerden zelf gesteld worden. BU spreekt twee genomineerden die grenzen verleggen: Blue City 010, actief in Tropicana en Gewildgroei.

Gewenst onkruid

‘Gewildgroei’ is een beweging die pleit voor een andere omgang met groen in de stad. Blue City 010 vormt een netwerk dat van het vervallen zwemparadijs Tropicana, in Rotterdam, een laboratorium gaat maken voor een duurzame, circulaire economie. Beide projecten herdefiniëren letterlijk het denken over stedelijk ontwerp. Vincent Wittenberg, sociaal en ruimtelijk ontwerper, is een van de initiatiefnemers van Gewildgroei. Hij legt uit dat de term op zichzelf een ontwerp is dat het denken over groen probeert te veranderen. “Nu noemt men spontane vegetatie in de stad vaak onkruid. Maar het is de context die bepaalt of een plant onkruid, dat wil zeggen, ongewenst, is. Er bestond nog helemaal geen term voor spontane vegetatie in de stad die wél gewenst is.”
Ook Floris Schiferli, het architectonisch brein achter de transformatie van Tropicana, hanteert een eigen terminologie. Blue City 010 werkt vanuit de gedachte dat afval een menselijk concept is. Zij zien in afval dus wat Gewildgroei in onkruid ziet. Blue City 010 richt zich op de blauwe economie zoals beschreven door Gunther Pauli. Die omschrijft honderd business cases op basis van reststromen en afval in de stad.

RotterZwam

Eén van die business cases is het verbouwen van oester­zwammen op koffiedik. Dit wordt nu al in Tropicana gedaan, door de onderneming RotterZwam, die deel uitmaakt van het Blue City-netwerk. Het koffiedik wordt bij lokale horecagelegenheden opgehaald. Ondernemer Siemen Cox verruilde zijn ruimbetaalde baan als pensioenaccountant voor een onzeker bestaan als paddenstoelenkweker. Lezingen en presentaties over zijn unieke project waren nodig om de investeringen te bekostigen. Hij is misschien wel het ultieme voorbeeld van een mentaliteitsverandering die de laatste jaren her en der plaatsvindt: een besef dat materiële welvaart en kwaliteit van leven niet per definitie gelijk op gaan. Veel jonge netwerken van stedelijk vernieuwers kijken vanuit deze gedachte naar de stad. Kom bij Schiferli niet aanzetten met termen als ‘bottom-up’ of ‘de terugkeer van de menselijke maat’ voor deze duurzame initiatieven. Het zijn termen die voor hem te veel bijklanken hebben om op Blue City 010 van toepassing te zijn. Als architect en stedenbouwkundige maakt hij deel uit van het geëngageerde architectenbureau Superuse Studios, dat eveneens werkt met restmateriaal en afvalstromen. “Bij ons op het bureau hebben we wel eens nagedacht over een woord voor wat we doen, maar we kwamen er niet uit. We beginnen weliswaar met vraagstukken die leven in de maatschappij. Dat kun je bottom-up noemen, maar dat suggereert amateurisme, de burger die het heft in eigen handen neemt. Maar je ziet juist dat het professionals zijn die die vraagstukken oppakken. We nemen zelf initiatief, maken onze eigen agenda en gaan daar vervolgens voor. En als je mensen tegenkomt met soortgelijke ideeën, met agenda’s die aansluiten of overeenkomen, ontstaat er een netwerk van gelijkgestemden.”

Gewildgroei

Zowel Gewildgroei als Blue City 010 is een voorbeeld van zo’n netwerk. Professionals met verschillende achtergronden, die met elkaar samenwerken aan een betere wereld, of op zijn minst een fijnere leefomgeving. Gewildgroei noemt zichzelf een beweging. ‘Richting de natuur-inclusieve stad, waarin de mens samenwerkt mét natuur in de stad, in plaats van ertegen.’ Wittenberg: “Nu werkt men in de stad vaak tegen de natuur in. Langzaam komt het besef dat groen niet alleen een kostenpost is, maar dat het een middel is naar het leefbaar maken van onze steden. Het dringt langzaam door dat groen een positief effect heeft op welzijn en gezondheid. Wij proberen dat besef in een stroomversnelling te brengen. Waarom zou je planten die vanzelf groeien – en het dus goed doen in de stad – weghalen, en vervolgens andere aanplanten die vaak met veel moeite in leven worden gehouden? We richten ons op een mindswitch bij burgers, maar vooral bij ontwerpers en beleidsmakers. Niemand wil een straat vol met brandnetels, maar bloeiende stokrozen vinden mensen wél mooi. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten wil de rioolheffing verhogen. Als je de mensen kunt uitleggen dat meer groen ervoor zorgt dat het water de grond in kan en mensen minder rioolheffing hoeven te betalen, snappen mensen dat heel goed.”

Open stoeptegel

Dergelijke waterafvoer wordt bereikt door een zelfontwikkelde open stoeptegel. Deze tegel is een statement vóór het toelaten van ‘ongewild’ groen. Op plekken waar niemand loopt kan het groen tussen de tegels door schieten. Waterafvoer wordt vereenvoudigd en bewoners profiteren van de psychologische en fysio­logische voordelen die meer groen met zich meebrengt. De stoeptegel is bewust uitgekozen omdat het een sterk symbool is in de Nederlandse openbare ruimte. Door deze open te breken en er flora uit te laten groeien, wordt meteen duidelijk hoe sterk Gewildgroei inzet op integratie tussen natuur en stad. Inmiddels zijn een omgevingspsycholoog en diverse ecologen bij de beweging aangesloten. Goed voor de onderbouwing van het belang van groen in de stad. “De omgevingspsycholoog doet aan de universiteit onderzoek naar in hoeverre mensen onkruid echt ongewenst vinden. Daaruit blijk: iedereen vaart wel bij groen, maar een bepaalde ordening is nodig. Het is niet ons plan de stad te laten verwilderen, maar planmatig te bepalen waar groen zijn gang mag gaan. Zodoende ontstaat kosten­besparing voor gemeenten, zowel wat betreft aanplanten als ­wegsnoeien.”

Het leegstaande zwembad Tropicana wordt een laboratorium voor duurzame business cases
Het leegstaande zwembad Tropicana wordt een laboratorium voor duurzame business cases


Gemeente volgt bewoners

Wittenberg pleit dus voor een mindswitch bij gemeenten en beleidsbepalers. Hij spreekt uit eigen ervaring. “We hebben diverse gemeenten benaderd voor test­locaties voor de open tegels, maar alleen Den Bosch stemde toe. We mochten onze gang gaan op een tijdelijke locatie, mits de bewoners het goed vonden. Uiteindelijk bleken de bewoners zo enthousiast dat de tegels zich hebben verspreid over de wijk. De gemeente volgde de bewoners daarin.” De andere benaderde gemeenten? “Daar bleef het steken op praktische bezwaren als ‘wat als iemand met een naaldhak in de tegel vast komt te zitten’. Ergens anders werden we gezien als tegelboeren die hun product kwamen slijten. Zeiden ze: wat als een andere tegelleverancier ook zijn tegels komt aanbieden?’. Enig besef van een grotere gedachte, de zoektocht naar een leefbare stad, was daar niet aanwezig.” Een treffend voorbeeld van hoe twee gedachtewerelden langs elkaar heen lijken te praten. “We passen niet in de standaardpatronen. Wat dat betreft pleit ik ervoor dat gemeenten het lef hebben om te proberen, en niet alles dichttimmeren. Er zijn heel veel mensen met goede ideeën die actief aan de stad willen werken. Geef die de ruimte.”

De straat op

De les voor Gewildgroei en Wittenberg was duidelijk. “Als je de stad wilt veranderen moet je de straat op gaan. We maken de tegels nu in eigen beheer. Met dat atelier gaan we de wijken in. We hebben een zelfde soort karretje gekocht dat gemeenten voor onkruidbestrijding gebruiken. Daarmee gaan we in Eindhoven met bewoners in gesprek over gewildgroei en groen in de wijk. Dat gaan we gewoon doen, en daarna pas met de gemeente praten. We draaien het dus om. Dat plan is nu door de challenge gehonoreerd is. Op het niveau van landelijke overheid, op metaniveau, wordt anders gekeken dan door de ambtenaar van de gemeente die gaat over het dagelijkse beheer in de stad. Ook wel heel erg logisch.”
Terug naar de tweede genomineerde, Blue City 010.
Hoe ervaart Schiferli de samenwerking met de gemeente Rotterdam? Hij ervaart vanuit de gemeente interesse en een open houding voor Blue City 010 en andere duurzame initiatieven. “Maar in het algemeen is de politiek mij te hysterisch. Je hebt je eigen plan waar je in moet geloven, en dat zet je zo goed mogelijk door. Het ligt er altijd maar net aan welke wethouder je spreekt en wat diens agenda, netwerk of achterban is. Wel is er goed contact met het planbureau voor de leefomgeving en de milieudienst DCMR, waar progressief gedacht wordt. Ook voor deze instanties is het soms lastig omgaan met wetgeving en beleid.”

Biodiversiteit

Schiferli houdt een pleidooi om de ‘geest van de wet’ te hanteren. ”De regels lopen altijd achter op nieuwe ontwikkelingen. Je bent afhankelijk van politieke grillen.
Om innovaties beter te faciliteren zullen ambtenaren gezamenlijk omgeturnd moeten worden naar een andere manier van functioneren, ik ben blij wanneer dat over twintig jaar gelukt is. We hebben het hier over zo’n groot en log lichaam en zulke complexe materie, dat je het niet eens iemand kwalijk kunt nemen.” Blue City 010 wil in Tropicana bedrijven en hun reststromen aan elkaar koppelen. “Dat gaat over afvalverwerking, voedsel, biotech, biochemische installaties. Verschillende takken van sport met eigen regelgeving stop je in één gebouw. Vanuit de regels een rampscenario voor de Milieudienst, maar in de praktijk voor hen een kans, omdat het gaat over het reduceren van afval door het ontwikkelen van nieuwe business cases met restmateriaal. Daarom willen we een laboratorium, waar start-ups hun uitvindingen doen. Kan een product vervolgens opgeschaald worden, graag, maar dan op een plek waar dat kan. We willen een toegankelijk platform creëren, een kweekvijver van nieuwe ontwikkelingen, waarvan mensen weten dat ze daar moeten zijn als ze een goed idee willen uitwerken in de praktijk. Ik geloof heel erg in de mix van verschillende soorten bedrijven. Zeker vanuit ecologisch oogpunt. Hoe meer bedrijven verschillen, hoe meer aanknopingspunten om van elkaars reststromen gebruik te maken. In biologische termen: een grotere biodiversiteit vergroot de kans op overleven.”

Rotterdams sentiment

Het verhaal van Tropicana is bijzonder. Een legendarisch zwemparadijs, zowaar een zwembad met architectonische uitstraling, en dat nog wel op een prachtig plekje aan de Maasboulevard in Rotterdam. Een gebouw waar het sentiment voor de Rotterdammer vanaf druipt, maar dat al jarenlang leegstaat. Het is meer dan symbolisch dat juist Tropicana gekozen is door Blue City als locatie voor een laboratorium voor duurzame business cases. Tropicana kwam namelijk midden in de crisis leeg te staan doordat de eigenaar, vastgoedmagnaat Roger Lips, op een faillissement afdenderde. Siemen Cox, de ondernemer achter de oesterzwammen in Tropicana, beschreef de situatie bij zijn eerste entree in het zwembad als volgt in Vrij Nederland: ‘Het leek hier wel Tsjernobyl. (…) Her en der stonden stoelen, overal lagen spullen, lichten brandden, ventilatoren draaiden, lampjes van besturingssystemen knipperden. Alsof mensen van het ene op het andere moment alles uit hun handen hadden laten vallen en naar buiten waren gerend.’ Een vervallen zwemparadijs, de vastgoedcrisis in fysieke vorm, een moderne hof van Eden. Het moet een fascinerend beeld zijn geweest.

Gloeilamppark

Feit is dat met groot geld een indmiddels niet-functionerende infrastructuur is neergezet, waar idealistische ondernemers met keihard werken een sociale of duurzame draai aan willen geven. Toch blijven deze ondernemers ook nu nog regelmatig tegen de grenzen van de markt aan lopen. Vincent Wittenberg van Gewildgroei kan ook daar over meepraten. Hij regenereerde in opdracht van de gemeente een verwilderd park dat voor onveiligheid zorgde bij station Eindhoven Beukenlaan. Hij kwam er achter dat het park historische waarde had, met een looppad in de vorm van een gloeilamp. Juist op het moment dat de gemeente enthousiast werd, begon het nabijgelegen Strijp S te functioneren en werd het stuk grond geld waard. Daarop werd de grond geveild door de curator van de voormalig eigenaar van het park, Roger Lips. De gemeente had het nakijken en Wittenberg, die het park vlak voor de veiling nog kraakte, uiteindelijk ook.

De open tegels zorgen onder meer voor een betere waterafvoer
De open tegels zorgen onder meer voor een betere waterafvoer


Uitgaan van het bestaande

Na een spannende strijd wist Blue City 010, met behulp van een duurzaam investeringsfonds, de andere gegadigden voor Tropicana in een openbare veiling voor te zijn. Negen partijen schenen er op de markt te zijn voor het vervallen gebouw. Schiferli: “Volgens onze berekeningen kost het tussen de 40 en 50 miljoen om er opnieuw een zwembad van te maken. Elke euro die mensen bieden is er trouwens één teveel voor wat er nog staat. Als je ziet wat er nodig is om iets operationeel te krijgen, zou het gebouw wat mij betreft een negatieve waarde hebben. Maar inventief en slim bouwen zit in ons dna. In onze berekeningen krijgen we de exploitatie rond. Het verschil met de andere geïnteresseerden is dat wij uitgaan van wat er staat. Die houding speelt zowel in op duurzaamheid als op sentiment. Rotterdam heeft de mond vol van duurzaamheid, dan is dit een ontzettende kans.” Een interessant aspect is de fysiologie van het gebouw en het metabolische, de transformatie, die Schiferli voor ogen heeft.

Spel van licht en constructie

Een van de plannen is om de glazen dakkoepels als kasstructuur te laten functioneren. Ook staat een openbare daktuin op het programma. Schiferli: “Je kunt de lege zwembaden overkoepelen met een zelfde soort koepels als het dak, waardoor je een paviljoenen creëert met een mooie wisselwerking tussen binnen en buiten. Wij grijpen alle kansen aan om wat er al ís, om te zetten naar een nieuwe gebouwtypologie en bedrijfsecologie. Stel dat je in de kelder een gevel zou kunnen maken aan de waterzijde. Daar bevindt zich de fundering van het gebouw, imposante schijven gewapend beton. Ik wil de beste man niet beledigen, maar daar kan een Libeskind-achtig spel van licht en constructie ontstaan. De ring met gebogen glas is heel kostbaar om te vervangen, maar die kun je open maken voor waterberging. Een autarkisch watersysteem zou leuk zijn.”
Maar uiteindelijk zal het gebouw geheel in functie van de bedrijven worden gebruikt die aan de slag willen in Tropicana. Verschillende start-ups hebben zich al aangesloten bij Blue City 010. Waaronder een stadsimker en een bedrijf dat gewassen verticaal verbouwt, waardoor groene gevels een optie zijn. “Dat geeft natuurlijk ook een effect.”

Spontane stad

Netwerken als Blue City 010 en Gewildgroei schieten momenteel als paddenstoelen uit de grond. Ecologie staat centraal, en niet alleen als basis voor de innovaties. Stadsvernieuwing an sich blijkt een organisch proces. Een continu proces van beweging en verandering. Geen halsstarrigheid, geen blauwdrukken en geen hokjesgeest, maar een vloeibaar proces van continu zoeken naar verbetering. Gevraagd naar zijn persoonlijke motivatie antwoord Wittenberg: “Ik kan me verbazen. Dingen worden gedaan op een manier zoals het altijd ging. De openbare ruimte is vaak formeel gestandaardiseerd. Het wilde van gewildgroei gaat voor mij niet per se alleen over groen, maar ook over de spontane stad.” Schiferli benadrukt het belang van ontwerpen vanuit de omgeving. “De informatie zit op de plek zelf. Intrinsiek. Natuurlijk heb je een agenda en visie nodig, maar de gegevens van een plek zelf vormen de basis voor de input van je plan. Als je dat niet doet, gooi je alle informatie van een plek weg, en dat is tot nu toe veel te vaak gebeurd. Mensen die zich daar gelukkig voelen, die daar samen een netwerk hebben opgebouwd, die zich vertrouwd voelen. Bedrijven. De manier waarop dat met elkaar functioneert. Dat is een haarvatensysteem dat kapot wordt gemaakt wanneer dat niet je vertrekpunt is. Het gaat er volgens mij om die informatie te ontdekken, te zien welke verbindingen daarin sterk zijn, welke je kunt verbeteren. En daarnaast aanknopingspunten zoeken om te vitaliseren of regenereer.”

[tabs]
[tab title=”Challenge Stad van de Toekomst”]
Alle tien genomineerde projecten ontvangen ter aanmoediging 10.000 euro. Daarnaast zoekt de organisatie van de challenge naar manieren waarop de ideeën verwezenlijkt kunnen worden, in een stroomversnelling kunnen worden gebracht. Het is interessant om te zien wie er achter de challenge Stad van de Toekomst zit. De challenge is een gezamenlijk initiatief van Agenda Stad, de Innovatie-estafette 2016, Pakhuis de Zwijger, Kennisland en Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Het Rijk heeft een behoorlijke, met name financiële, vinger in de pap. Dat betekent dat op landelijk beleidsniveau aansluiting gezocht wordt bij innovatieve initiatieven die uit de samenleving zelf ontstaan.
Want dergelijke initiatieven hebben de afgelopen jaren haast aan de lopende band goede voorbeelden afgeleverd van succesvolle stadsontwikkeling. Waar in de jaren tachtig, eveneens na een economische crisis, het ‘local initiative’ een geaccepteerd fenomeen werd, is er momenteel opnieuw een unieke culturele voedingsbodem voor deze wijze van opereren. Daarbij heeft de vastgoedcrisis als aanjager gewerkt. Door gebrek aan geld en een overschot aan niet functionerende gebouwen en publieke domeinen, werd de stedelijke infrastructuur plotseling het domein van innovatieve geesten, die de publieke ruimte als speelplaats zien en vanwege hun sociaal engagement vaak net iets meer ruimte krijgen. Archetype en mediasymbool voor deze manier van denken is Daan Roosegaarde, die met het prediken van de alternatieve benadering een miljoenenpubliek bereikt. Alternatief als nieuwe mainstream. Met de nadruk op individueel ondernemerschap, verbonden in vloeibare netwerken. Met de challenge Stad van de Toekomst is zelfs het punt bereikt dat de overheid de avant-garde subsidieert en stimuleert. Roosegaarde is namelijk deel van de jury van de challenge. Daarin zit verder war-child oprichter Willemijn Verloop, momenteel bezig met het reilen en zeilen van diverse impactinvesteringsfondsen en schrijfster van het boek ‘Verbeter de wereld, begin een bedrijf’. De jury wordt gecompleteerd door directeur van Triodos bank Matthijs Bierman.

[/tab]
[/tabs]

In Tropicana bouwen aan de nieuwe stad.

Dak van het jaar 2015

0
Dak van het jaar 2015 2
Het spectaculaire stationsdak van station Arnhem is een van de kanshebbers op de titel Dak van het Jaar 2015

Op 27 januari 2016 zal de Stichting Dakpromotie de eerste Nico Hendriks Award uitreiken aan het Dak van het Jaar 2015. Het Dak van het Jaar is het project dat in 2015 is uitgevoerd en zich heeft onderscheiden op het gebied van kwaliteit en innovatie. Het is nog tot 10 november 2015 mogelijk om projecten aan te melden.

Award

Jaarlijks wordt een flink aantal bijzondere daken uitgevoerd. Daken waar een goede en technisch perfecte oplossing is gerealiseerd; daken waar innovatieve materialen zijn toegepast; daken die in een uitzonderlijk goede samenwerking zijn gerealiseerd, enzovoorts. Tijdens het Nationale Daken Event 2016, van 27-28 januari 2016 in het NBC Nieuwegein, zal het Dak van het Jaar 2015 worden bekroond met de eerste Award.

De award is vernoemd naar prof. ir. Nico Hendriks, emeritus hoogleraar aan de TU Eindhoven en medeoprichter van BDA, als eerbetoon aan zijn verdiensten voor de dakenbranche in de afgelopen decennia en om de uitgangspunten van de award – het bekronen en stimuleren van kwaliteit en innovatie – te onderstrepen.

Aanmelden

Een deel van de projecten is te bekijken, maar de lijst is langer en kan nog worden aangevuld. Het is tot 10 november 2015 mogelijk uw project aan te melden.

Welke daken

De inschrijving staat open voor alle typen daken die in de periode oktober 2014-oktober 2015 zijn gerealiseerd. De vakjury zal de projecten beoordelen op onder andere technische en esthetische kwaliteit, duurzaamheid en innovatieve kracht. De longlist zal worden teruggebracht tot een shortlist van drie projecten. De winnaar zal tijdens het Nationale Daken Event 2016 bekend worden gemaakt.

Rijk doet Bijlmerbajes in de verkoop

0
Rijk zet Bijlmerbajes in de verkoop
Rijk zet Bijlmerbajes in de verkoop

Karakteristieke gevangenis wordt herontwikkeld tot woongebied

Het Rijksvastgoedbedrijf gaat de Bijlmerbajes in Amsterdam in de verkoop doen. Het alom bekende gevangeniscomplex zal na afstoot onderdeel gaan uitmaken van de nieuwe wijk Amstelkwartier.

De ontwikkeling van kantoor- of woonruimte in voormalige gevangenissen is de laatste jaren in Nederland steeds gebruikelijker geworden. Wat de situatie van de Bijlmerbajes bijzonder maakt, is dat er min of meer sprake is van een kleine wijk die getransformeerd zal worden. Het complex bestaat onder meer uit zes torens van twaalf hoog, een voorgebouw, twintig dienstwoningen en een parkeergarage.

Gevangenis wordt woonwijk

De gevangenis zal per juli volgend jaar haar gevangenisfunctie verliezen, zo meldt architectenweb.nl. Na de verkoop zal de voormalige Bijlmerbajes deel gaan uitmaken van het Amstelkwartier. De locatie van de gevangenis is meer dan zeven hectare, met een beschikbaar vloeroppervlak van 84.860 meter. De verkoopprocedure zal lopen van april tot december 2016. De verkoop staat gepland voor 1 januari 2017. In het Amstelkwartier staat een groot ontwikkelingsproject op het programma. Er komen zo’n drieduizend nieuwe woningen, gepaard aan de komst van algemene voorzieningen als een basisschool, haven, winkels, een hotel en horeca. Het Rijk wil het gehele complex verkopen aan één partij.

Bijeenkomst Pakhuis de Zwijger

De gemeente Amsterdam en het Rijksvastgoedbedrijf hebben afspraken gemaakt over het te volgen proces van verkoop en transformatie. Er wordt ingezet op één verkoper. In een nota van Uitgangspunten is overlegd hoe beleidsmatig kan worden overgegaan tot een verantwoorde afstoot. Als onderdeel van deze Nota wordt op 21 oktober een bijeenkomst georganiseerd in Pakhuis de Zwijger. Daarin wordt met toekomstige gebruikers, inwoners en geïnteresseerden gekeken hoe het gebied op goede wijze kan getransformeerd van een gesloten gebied binnen de stad, naar een met de stad verbonden wijk, met waarde voor Amsterdam. Meer specifiek wordt hierbij onderzocht welke ideeën er leven ten aanzien van bijvoorbeeld de woonomgeving, voorzieningen en winkels.

Rijk doet Bijlmerbajes in de verkoop.
Beeld: Wikimedia – S. Sepp

Dijk bezweken, proef geslaagd!

0
Dijk bezweken, proef geslaagd!

Hoe sterk is een dijk op venige ondergrond nu precies? Het is een vraag waar veel waterschappen in Laag Nederland dolgraag het antwoord op willen hebben. Dat antwoord kwam woensdagochtend, toen er onder gecontroleerde omstandigheden zo’n eeuwenoude veendijk tot bezwijken werd gebracht. Hiermee kunnen waterschappen de veiligheid van dit soort dijken vergroten en tegelijk onnodige kosten voor verbetering voorkomen.

Plaats van handeling was de Leendert de Boerspolder, een piepkleine polder in de buurt van Schiphol, geheel omgeven door de ringvaart van de Haarlemmermeer. Het hoogheemraadschap van Rijnland kocht de polder enige tijd geleden aan om hem onder water te zetten voor extra boezemcapaciteit en natte natuur. Rijnland bood wetenschappers en waterschappers hiermee een unieke kans via een bezwijkproef meer te weten te komen over de actuele sterkte van de veendijken die de polder beschermen tegen het omliggende boezemwater.

Verzwakt

Een deel van de omliggende polderdijk werd de afgelopen weken stukje bij beetje verzwakt door hem te verzadigen met water en achter de dijk de bodem te ontgraven. Allerlei meetapparatuur hield nauwkeurig de veranderingen in de dijk bij. Tot woensdag 06:30 uur, toen de veendijk er uiteindelijk de brui aangaf. Bijna zoals de wetenschappers hadden voorspeld. Met de resultaten van de bezwijktest kan ontwikkelde kennis over de sterkte van veen en de stabiliteit van boezemkaden op veen worden gevalideerd en verbeterd.

Dit inzicht draagt bij aan een betrouwbaarder beeld van de berekende stabiliteit van boezemkaden op veenondergrond. De stille hoop is ook dat dit beeld positiever zal zijn dan waarvan, tot aan nu, voorzichtigheidshalve werd uitgegaan. Het gevolg zou kunnen zijn dat bij veiligheidsbeoordeling waterschappen de stabiliteit van boezemkaden op veen minder vaak hoeven af te keuren en benodigde maatregelen bij de versterking van boezemkaden kunnen worden beperkt.

In kaart

Voorafgaand aan de bezwijktest hebben onderzoekers de opbouw van de veendijk gedetailleerd in kaart gebracht en zijn de grondmechanische eigenschappen nauwkeurig vastgesteld. Daarbij zijn sensoren aangebracht, met name gericht op het meten van vervormingen van het dijklichaam en de ondergrond. De analyse van de bezwijktest duurt enkele maanden. Voorjaar 2016 zal zijn vastgesteld of met de ontwikkelde kennis de stabiliteit van boezemkaden op veen op juiste wijze wordt beoordeeld.

E.e.a. vormt de basis van een breder onderzoeksprogramma, waarin onder andere aandacht wordt besteed aan innovatieve monitoringstechnieken, heterogeniteit van de bodemopbouw en onderzoek door de TU Delft naar de betrouwbaarheid van dijken. Het TU Delft onderzoek is grotendeels gefinancierd door STW.

Dijk bezweken, proef geslaagd!

De proef is uitgevoerd door de TU Delft en Deltares , in opdracht van enkele waterschappen, provincies en de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer STOWA.

Innovatiecentrum voor aardbevingsbestendige bouw Groningen

0
Innovatiecentrum voor aardebevingsbestendige bouw Groningen
Innovatiecentrum voor aardebevingsbestendige bouw Groningen

De Hanzehogeschool Groningen start met een innovatiecentrum voor aardbevingsbestendig en innovatief bouwen: BuildInG, wat staat voor Build In Groningen. In samenwerking met de Economic Board Groningen gaat de Hanzehogeschool innovatievere en goedkopere oplossingen bedenken voor een veilige en comfortabele woonomgeving.

Het is de bedoeling dat het innovatiecentrum een ontmoetingsplaats wordt voor voor kennisuitwisseling tussen bedrijven, studenten (wo, hbo en mbo), docenten, onderzoekers en bewoners. daarnaast is er ruimte voor bijscholing, symposia, cursussen en workshops. Ook kunnen bouwinnovaties getest worden en wordt de BuildInG een incubator die start-ups helpt om succesvolle ondernemingen te worden.

Niet-Groningse bedrijven

In eerste instantie zal het nieuwe centrum zich volledig focussen op het aardbevingsbestendig bouwen. Daarna zal worden ingezet op eventuele ontwikkelingsmogelijkheden voor thema’s als energiezuinige bouw, levensloopbestendig wonen en domotica. Het gebouw voor BuildInG komt daarom hoogstwaarschijnlijk naast het gebouw van EnTranCe (het Energy Transition Centre) op de ZernikeCampus Groningen te staan, zodat beide centra nauw samen kunnen werken op het gebied van onderzoek, innovatie en shared services. BuildinG wil ook een belangrijke rol spelen om niet-Groningse bedrijven die aardbevingsbestendige en innovatieve producten maken ervan te overtuigen om in het aardbevingsgebied te produceren, zodat de provincie ook profiteert van nieuwe bedrijvigheid en werkgelegenheid.

Innovatiekracht van het noorden

Er wordt gestreefd om het gebouw op 1 oktober 2016 op te leveren. in de loop van het huidige schooljaar worden echter al de eerste activiteiten ontsponnen. De Hanzehogeschool Groningen wil met BuilInG een bijdrage leveren aan de innovatiekracht van het noorden met de nadruk op de bouwsector. Een gedeelte van de kosten worden gedragen door de hogeschool zelf, daarnaast wordt een bijdrage gevraagd aan de Overheidsdienst Groningen om de basisfaciliteiten (gebouw en testomgeving) te financieren. Ook worden partners gezocht binnen het Noord-Nederlandse bedrijfsleven.

Innovatiecentrum voor aardbevingsbestendige bouw Groningen.

Nominaties voor Betonprijs 2015

0

De Betonprijs is een tweejaarlijkse prijs voor projecten waarin het materiaal beton op een bijzondere wijze is toegepast. De uitreiking is op 18 november in de Burgerzaal Gemeentehuis Rotterdam. Dit jaar zijn er 93 projecten ingediend die door de jury, onder leiding van de heer Cees Brandsen van Rijkswaterstaat, zorgvuldig zijn beoordeeld. Deze inzendingen kunnen meedingen naar een prijs in een of meerdere van de in totaal acht categorieën.

De 23 genomineerde projecten zijn per categorie:

Bruggen en Viaducten (25 inzendingen):
Verlengde Waalbrug, Nijmegen
Stadsbrug De Oversteek, Nijmegen
Overstroombare brug Fortmond Olst

Natte waterbouw (7 inzendingen):
Droogdok van hybride beton, Alblasserdam
Willem van Oranje tunnel/station, Delft

Woningbouw (20 inzendingen):
Villa Rieteiland Oost kavel 01, Amsterdam
Amadeus, Den Haag
Villa het Tolhuis, Zaltbommel

Utiliteitsbouw (34 inzendingen):
OV Terminal Arnhem
Mauritshuis Den Haag
De Rotterdam, Rotterdam

Restauratie/reparatie (10 inzendingen):
Coentunnel, Amsterdam
VVUV-systeem o.a. complex Tesselschadestraat Hendrik Ido Ambacht
Transformatie De Holland Dordrecht

Uitvoering (40 inzendingen):
Markthal, Rotterdam
Willem van Oranje tunnel/station, Delft
De nieuwe Botlekbrug, Hoogvliet

Betontechnologie (26 inzendingen):
Pont de la République Montpellier
I/O gebouw Faculteit Educatie Nijmegen
Fire Fighting Layer (FLL) o.a. Terneuzen

Constructief ontwerp (50 inzendingen):
Radartoren Neeltje Jans, Roompotsluis
Winkelcentrum ’t Loon, Heerlen
Brug over het Van Starkenborghkanaal, Zuidhorn

De Betonprijs is een initiatief van de Betonvereniging en wordt ondersteund door Cement&Beton Centrum, BFBN Betonproducten, Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Stubeco en Platform Betononderhoud.

Nominaties voor Betonprijs 2015 met afbeeldingen als pdf.

Vastgoed voor ziekenhuis Vlissingen gefinancierd met crowdfunding

0
Vastgoed voor ziekenhuis Vlissingen gefinancierd met crowdfunding

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft ontheffing verleend voor een unieke crowdfundingactie voor een ziekenhuis in Zeeland. Zeeland krijgt daarmee de primeur: het is de eerste keer dat het vastgoed van een Nederlands ziekenhuis wordt gefinancierd met crowdfunding. Dat wordt mogelijk dankzij een initiatief van betrokken Zeeuwen en het Admiraal De Ruyter Ziekenhuis (ADRZ).

Het vernieuwde ziekenhuis komt op de huidige locatie van het ADRZ Vlissingen. De crowdfunding wordt georganiseerd door Zeeland Investments Beheer (ZIB), dat hiervoor een platform heeft opgericht. ZIB is een beheerder van beleggingsfondsen in vastgoed met een positief en stabiel trackrecord van meer dan 16 jaar, met meer dan 2.500 particuliere investeerders. Onder meer de Zeeuwse ondernemer Henk van Koeveringe is een belangrijke drijvende kracht achter ZIB.

Mogelijk

Nog voordat de crowdfunding een feit was, heeft zich al een overweldigend aantal geïnteresseerden bij hen gemeld dat mee wil doen om de revitalisatie van het ziekenhuis financieel mogelijk te maken. In totaal hebben zich nu meer dan 800 belangstellenden gemeld. De crowdfundingactie komt, net als de andere activiteiten van de crowdfunder, onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB).

Rente

In totaal is er voor het ziekenhuis circa 20 miljoen euro nodig. De verwachting is dat minimaal de helft van dit bedrag (10 miljoen euro) bijeen wordt gebracht door middel van de crowdfundingactie. Het resterende deel wordt bancair gefinancierd. Deelnemers aan de crowdfundingactie kunnen investeren vanaf een bedrag van 2.500 euro of een veelvoud daarvan tot een maximum van 40.000 euro (voor particuliere investeerders). Ze verstrekken de lening voor een periode van maximaal zeventien jaar. De deelnemers ontvangen een rente van 5 procent per jaar.

Interesse

Men ziet dat er investeerders uit de provincie, maar ook van daarbuiten, interesse hebben om aan de crowdfundingactie deel te nemen en daarmee de vernieuwing van het ziekenhuis te realiseren. “Om een grote groep van particuliere investeerders te mobiliseren is het noodzakelijk voor de initiatiefnemers om vertrouwen en transparantie te kunnen presenteren. ZIB kan dat maximaal bieden”, aldus mede-initiatiefnemer Henk van Koeveringe.
“Met crowdfunding willen we samen met de inwoners van Zeeland een succesvolle en rendabele invulling geven aan de vraag voor financiering van de verbouwing van het ziekenhuis in Vlissingen. Investeerders vanuit de provincie, maar ook van daarbuiten, kunnen iets goeds doen met hun geld en ontvangen daarvoor een gezond rendement.”

Financiering

Het verkrijgen van een passende bancaire financiering voor investeringen in vastgoed is de laatste jaren moeilijker geworden. Dat geldt ook voor financieringen in de zorgsector. Dat is de reden waarom gekeken is naar alternatieve financieringsbronnen. Financiering door middel van crowdfunding heeft meerdere voordelen, een daarvan is de flexibiliteit. Zodoende kan al op korte termijn een aanvang worden gemaakt met de verwerving en revitalisatie van het vastgoed, waardoor ingebruikname in 2017 mogelijk is. Een ander voordeel is dat door middel van crowdfunding de bevolking van Zeeland gelegenheid wordt geboden mee te investeren in de ADRZ-vestiging Vlissingen. Hierdoor wordt de betrokkenheid van deze ‘zorgconsumenten’ met het ziekenhuis versterkt.

Over:

ZIB is een beheerder van beleggingsfondsen in vastgoed onder leiding van Henk van Koeveringe. De activiteiten staan onder toezicht van AFM en DNB. Van Koeveringe heeft ervaring met investeren en financieren van zorgvastgoed. Zo is hij initiatiefnemer van een keten van dialysecentra op vakantieparken en heeft hij onder meer geïnvesteerd in de Victoriakliniek te Zierikzee.

Vastgoed voor ziekenhuis Vlissingen gefinancierd met crowdfunding.

Sterkste beton ter wereld

0
Sterkste beton ter wereld

Nederlandse ingenieurs hebben het sterkste beton ter wereld ontwikkeld. Dit ultrahogesterktebeton (UHSB) is zo dun en kan zo’n hoge druk aan dat het vergelijkbaar is met staal. Om te laten zien hoe sterk het is, zal op donderdag 15 oktober een 35 ton zware truck – vergelijkbaar met het gewicht van 30 auto’s – over een 45 millimeter dikke betonplaat rijden. Dat gebeurt vlakbij de nieuwe Ultrabrug over het Eindhovens Kanaal, die van hetzelfde materiaal is gemaakt.

Toevoegingen

Bij ultrahogesterktebeton worden speciale vulstoffen zoals microsilica en ook staalvezels toegevoegd aan het mengsel. Hierdoor neemt niet alleen de sterkte toe, maar ook de dichtheid. Daardoor kunnen er minder chloriden, dooizouten en andere stoffen binnendringen en is het beton onderhoudsvrij voor minimaal 100 jaar. Door de verbeterde sterkte kunnen met UHSB slanke en langere brugoverspanningen gemaakt worden die duurzamer en onderhoudsvrij zijn in vergelijking met andere materialen.

Eerder

De eerste Ultrabrug met dit beton werd in 2012 in Rotterdam gebouwd en kreeg onderscheidingen als de Betonprijs 2013 en de internationale FiB Special Mention Award for Outstanding Concrete Structures in Mumbai. De tweede Ultrabrug, ook ontworpen en gebouwd door FDN, werd afgelopen zomer over het Eindhovens Kanaal geplaatst. Die is 23 meter lang en 4 meter breed. De gemiddelde dikte van de brug is 400 millimeter (een sandwichpaneel met een dekplaat van 80 millimeter en een onderplaat van 150 millimeter, daartussen opgevuld met polystyreen). Dit is bijna een factor twee dunner dan de normale brugdekken.

Test

Voor de test van het ultrasterke beton op de oever vlakbij de brug werkt ontwerper en hoofdaannemer FDN samen met ENCI en Mebin, de grootste cement- en betonproducenten van Nederland. De proefplaat die wordt getest is gemaakt door De Jong’s Betonbedrijf uit Maarssen. Het betonmengsel van de proefplaat is een ontwikkeling van ENCI en is gemengd door Mebin. Die plaat is 45 millimeter dik, bijna tien keer dunner dan de brug. Terwijl de brug voertuigen tot 12 ton moet kunnen dragen, zal de plaat ernaast worden belast met 35 ton. “Met de test willen we de sterkte van dit beton in de schijnwerpers zetten en laten zien welke extreem hoge belasting het aan kan. Dat kun je wel berekenen, maar in de werkelijkheid kun je laten zien dat het nog veel sterker is,” legt directeur Dil Tirimanna van FDN uit. “We willen onze rekenmethodiek aanpassen door dit soort testen. Een proef zegt uiteindelijk meer dan duizend theoretische berekeningen, met allemaal verschillende antwoorden.”

10x zo sterk

UHSB is tien keer zo sterk als traditioneel beton. Het materiaal benadert de sterkte van staal, dat duurder is en niet onderhoudsvrij. Volgens Tirimanna maakt het gebruik van ultrahogesterktebeton wereldwijd nieuwe manieren van bouwen mogelijk. “Je kunt hogere gebouwen en dunnere kolommen bouwen, slankere en langere bruggen, beschermingsconstructies zoals bunkers of bouwen op water, zoals een vliegveld in zee. De mogelijkheden zijn onbeperkt, maar dan moet je wel weten hoe het werkt. Daarom organiseren we deze proef,” zegt hij.

Met de Ultrabrug-proef in Eindhoven willen de vier samenwerkende bedrijven:
FDN,
ENCI,
Mebin en
De Jong’s Betonbedrijf,
de wereld tonen wat het ultrahogesterktebeton kan.