Home Blog Pagina 358

Nieuwe sluis bij Terneuzen

0
Nieuwe sluis Terneuzen

In 1827 lagen de eerste sluizen in Terneuzen om het scheepvaartverkeer verder landinwaarts te krijgen en het achterland te beschermen tegen overstromingen. De huidige Midden-sluis dateert uit 1910, de Oost- en Westsluis uit 1968. In 2021 wordt naar verwachting de Nieuwe Sluis in gebruik genomen. Een uitdaging, vooral omdat deze sluis gerealiseerd wordt in een bestaand sluizencomplex.

Nederland en Vlaanderen hebben in 2005 een verdrag gesloten over samenwerking op het gebied van beleid en beheer van het Schelde-estuarium. Bedoeling is, het realiseren van een gebied dat goed beschermd wordt tegen stormvloeden, dat optimaal toegankelijk is voor schepen en waar de natuur volop kansen krijgt. Naar aanleiding van het verdrag is de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie (VNSC) opgericht. Een van de projecten van de VNSC is de bouw van een nieuwe, grotere sluis binnen het huidige sluizencomplex in Terneuzen, bestaande uit de Westsluis, Oostsluis en Middensluis. Laatstgenoemde sluis komt met de bouw van de Nieuwe Sluis te vervallen.

Noodzaak

Het sluizencomplex vormt de toegangspoort naar de havens van Terneuzen en Gent en zorgt voor een scheepvaartverbinding tussen Nederland, België en Frankrijk. Waarom is een nieuwe sluis noodzakelijk? We vragen het aan Eric Marteijn, projectdirecteur Nieuwe Sluis Terneuzen bij de VNSC. Hij vertelt: “De Nieuwe Sluis verbetert de doorstroming van de binnenvaart vanaf de Westerschelde naar het kanaal van Gent naar Terneuzen en verder. Nu hebben we te kampen met lange wachttijden. Met de komst van een grotere en nieuwe, derde sluis hebben we bovendien een ‘robuuster’ systeem. Mocht een van de sluizen problemen hebben, dan is het gemakkelijker te switchen. Met de Nieuwe Sluis vindt ook schaalvergroting plaats in de scheepvaart. Grote zeeschepen vinden straks gemakkelijker hun weg naar de havens in het achterland. Tot slot zorgt de Nieuwe Sluis voor extra werkgelegenheid die de economie ten goede komt.”

Projectplanning

Het project begon in 2005 met een verkenningsfase die tot 2009 duurde. De grootte van de sluis, de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van het sluizencomplex werden onderzocht. In 2012 maakten de Vlaamse en Nederlandse minister – Hilde Crevits, Mobiliteit en Openbare Werken en Melanie Schultz van Hagen, Infrastructuur en Milieu -bekend het eens te zijn over de komst van de Nieuwe Sluis bij Terneuzen. “We konden verder met onderzoek naar een nieuwe sluis op het bestaande complex”, vervolgt Marteijn. “In 2014 verscheen een notitie Reikwijdte en Detailniveau met de opzet en uitvoering van het milieuonderzoek. De planstudie is vanaf 2012 gaan lopen, waarin we de bouw voorbereiden. Denk aan het maken van referentieontwerp, effectenstudie en het treffen van voorbereidingen voor de aanbesteding. Op 5 februari jl. hebben de huidige Vlaamse minster (red: Ben Weyts) en de Nederlandse minister opnieuw een verdrag ondertekend, waarin alle afspraken staan over de bouw van de Nieuwe Sluis. Zoals financiële afspraken en voorwaarden waaronder partijen eventueel kunnen uitstappen. De genoemde planstudiefase heeft er in mei jl. toe geleid dat de Nederlandse minister een ontwerptracebesluit heeft genomen. Zij is het zogenaamde ‘bevoegde’ gezag omdat de bouw gebeurt op Nederlands grondgebied onder Nederlandse wet- en regelgeving.” Momenteel is het projectteam Nieuwe Sluis volop aan de slag met de voorbereidingen voor de aanbestedingsprocedure. De Nieuwe Sluis komt als Design & Constructcontract op de markt. Dit betekent dat het projectteam samen met het ingenieursbureau het voorontwerp met functionele eisen maakt. De geselecteerde aannemer maakt op basis van deze informatie het definitieve ontwerp en voert het uit. Planning is, om begin 2017 de gunning te doen om vervolgens in hetzelfde jaar de bouw te starten. De oplevering van de Nieuwe Sluis wordt in 2021 verwacht.

Eisen

De Nieuwe Sluis en het totale sluizencomplex moeten uiteraard aan een aantal eisen voldoen. De ligging van de Nieuwe Sluis – tussen de Oost- en Westsluis – is zo gekozen dat het gewenste sluisoppervlak – 427 meter lang, 55 meter breed en 16 meter diep – behaald kan worden. De schepen die binnen dit formaat vallen, moeten op normale snelheid de Nieuwe Sluis kunnen naderen. Te veel manoeuvreren komt namelijk de doorstroming niet ten goede. In de sluizen dient het waterniveau op gelijk niveau gebracht te worden met die van het kanaal of de Westerschelde. Schepen mogen hier geen last van hebben. Gekozen is voor nivelleren met deurschuiven (openingen in de deuren, die afsluiten met een schuif). Bij de huidige Oostsluis gaat het ook op deze manier. De Westsluis heeft omloopriolen, die ook met schuiven worden afgesloten. Spuien, schutten en beperken van het binnenkomen van zout water zal via alle drie de sluizen gaan. Om dit zo goed mogelijk te laten verlopen voor de scheepvaart, is een systeem ontwikkeld waarbij deze drie functies optimaal gecombineerd worden in de dagelijkse operatie. De sluizen zijn ook onderdeel van de primaire waterkering, oftewel ze beschermen het achterland tegen overstromingen. Aan beide kanten van de Nieuwe Sluis komen twee sluisdeuren. Heeft een deur onderhoud nodig, dan kan de andere ingezet worden. Om vlot en veilig vanaf de Westerschelde het sluizencomplex te kunnen bereiken, zijn ook aanpassingen nodig aan de voorhaven. Verbreding van de havenmond zal hiertoe plaatsvinden. Tot slot is gekeken naar de wegstructuur. Ook het wegverkeer wil het sluizencomplex vlot en veilig kunnen (blijven) passeren.

Uitdaging

Dé uitdaging van het project is de bouw van de Nieuwe Sluis in een bestaand sluizencomplex. Eric Marteijn legt uit: “Tijdens de bouw moeten we alle functies van het complex waarborgen. Van genoemde scheepvaartfunctie, bescherming tegen hoog water, tot het spuien van overtollig water uit Vlaanderen. Het intensieve wegverkeer over het sluizencomplex – de stad Terneuzen ligt vlakbij – geeft een extra uitdaging. Hoe we het gaan aanpakken? De Oost- en Westsluis blijven tijdens de bouw functioneren. Daarnaast maken we een tijdelijk spuimiddel. Ons geluk is, dat onlangs een tunnel geopend is onder het Kanaal Gent-Terneuzen. Relatief gemakkelijk kunnen we eventueel nu tijdens de bouw van de Nieuwe Sluis het verkeer omleiden. En ja, de aannemer krijgt in het vergunningsproject de eis mee om de mogelijke hinder bij de bouw te minimaliseren voor scheepvaart en wegverkeer. Daarbij denken we ook aan hinder door trillingen en geluid voor de omgeving. Kortom, uitdagingen genoeg: van het bouwen in een bestaand complex tot veilig bouwen met minimale hinder. Dit alles in een korte bouwtijd én binnen de kosten.”

Financiën

Over geld gesproken, het maximale bedrag dat beschikbaar is voor de totale realisatie bedraagt 920 miljoen euro. Hierbinnen valt onder andere ook het verwerven van gronden. Voor het onderhoud is 75 miljoen euro voor dertig jaar geraamd. Marteijn vult aan: “De uitvoeringskosten voor het project worden naar verwachting voor een deel door Europa gefinancierd. In februari jl. heeft Vlaanderen het subsidievoorstel ingediend (20 tot 40% van het totaalbedrag van het project) bij Contracting European Facilities, een groot Europees subsidie­programma. De maximale bijdrage van Nederland bedraagt circa 155 miljoen euro. Vlaanderen financiert zo’n 85%.”

De Nieuwe Sluis wordt ontworpen om maar liefst 100 jaar mee te kunnen gaan. Schatting is dat in 2040 ruim 96.000 schepen het sluizencomplex zullen passeren; binnenvaart 70.628, recreatievaart 8.684 en zeevaart 17.582. Nog even geduld, maar dan is het zover en
kan met de bouw gestart worden. En in 2021? Dan zijn Nederland en Vlaanderen klaar voor een nieuwe toekomst in de scheepsvaart en met blijvende adequate bescherming van het achterland tegen overstroming.

[tabs]
[tab title=”Info”]
Nieuwe Sluis Terneuzen
Portaal van Vlaanderen
Vlaams Nederlandse Schelde Commissie

[/tab]
[/tabs]

Drijvend park in Rotterdam voor betere leefomgeving

0
Drijvend park in Rotterdam voor betere leefomgeving
Drijvend park in Rotterdam voor betere leefomgeving

Waterzuivering door middel van een drijvend miniparkje van zo’n 300 vierkante meter. Een innovatie die afgelopen vrijdag in het ‘Buizengat’ in Kralingen werd onthuld. Het moet de leefkwaliteit in de wijk verhogen, de kwaliteit van het water verbeteren en een goed leefklimaat voor vissen en andere flora en fauna scheppen.

Het project ‘Drijvend Groen’ is een ontwikkeling van het jonge bedrijf Urban Green, Rijkswaterstaat en de gemeente Rotterdam.

Waterzuivering

Enerzijds is het park ontwikkeld vanuit de wens om de stad Rotterdam te vergroenen. Anderzijds is het groene eilandje bedoeld als testcase voor een nieuwe wijze van waterzuivering en als aanjager van flora en fauna in de stad. In Rotterdam zijn veel plekken die vroeger tot de havens behoorden, maar waar nu woningen aan de oever staan. Het water tussen de Van Brienenoordbrug en Hoek van Holland voldoet niet aan de Europese norm voor waterkwaliteit. Omdat de stenen oevers van de (voormalige) havens zich niet gemakkelijk lenen voor natuurvriendelijke oevers, is voor deze oplossing gekozen.

Eerste drijvende park

Het drijvende parkje is zo’n 300 vierkante meter groot. De wortels van de planten moeten zorgen voor waterzuivering door opname van slibdeeltjes. Wanneer het eilandje blijkt te functioneren, zullen er in Rotterdam de komende jaren een kilometer aan dergelijke drijvende tuinen worden aangelegd. Daar is vijf miljoen euro voor gereserveerd. Volgens initiatiefnemer en Urban Green-directeur Tieme Haddeman is er sprake van het eerste drijvende park in Europa.

Stedelijke ontwikkeling

De gemeente Rotterdam zet naar eigen zeggen in op innovatieve oplossingen om havens die niet meer in gebruik zijn te betrekken bij stedelijke ontwikkeling. Wethouder Pex Langenberg op rotterdam.nl: ‘We bieden partijen als Urban Green letterlijk de ruimte om te experimenteren met innovatieve concepten. De aanleg van natuurvriendelijke oevers in Rotterdam valt mooi samen met de Rotterdamse vergroeningsopgave. Op deze manier zorgt Rijkswaterstaat samen met Rotterdam voor verbetering van de verblijfskwaliteit én de ecologische kwaliteit van de rivier.’

Van groen naar groen-blauw

0
Van groen naar groen-blauw

Om groendaken een grotere en wetenschappelijk onderbouwde rol te laten spelen in het stedelijk waterbeheer, is een omslag nodig van groene naar groen-blauwe daken. Een recent onderzoek wijst de weg naar hoe dit kan worden ingevuld. Van groen naar groen-blauw.

Groene daken hebben een toegevoegde waarde voor de stedelijke omgeving. Ze vangen fijnstof af, reguleren de temperatuur van het gebouw, verkoelen de stad en zien er mooi uit. Ook houden ze een deel van het regenwater vast, verdampen dit en/of voeren dit vertraagd af.
Maar spelen groendaken ook werkelijk een rol in het stedelijk waterbeheer? Anders gezegd: wanneer wordt een groendak een groen-blauw dak?
Het onderzoek ‘Groene daken nader beschouwd’ geeft een antwoord op deze laatste vraag en zet een eerste stap naar het eenduidig omschrijven van de functionele eisen vanuit het waterbeheer aan groen-blauwe daken. Het onderzoek is geïnitieerd door de Stichting RIONED, de koepelorganisatie voor riolering en stedelijk waterbeheer in Nederland, en STOWA, het kenniscentrum van de regionale waterbeheerders. De uitkomsten zijn gebaseerd op een grondige literatuurstudie en de praktijkmetingen van het experimentdak op het gebouw van het NIOO-KNAW in Wageningen.

Vier situaties van het vochtgehalte in het substraat

Onderzoek

De rol van water in de huidige generatie groene daken is vooral gericht op de functie voor de dakvegetatie en niet op de effecten voor de waterhuishouding. Daarom zijn nader onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe concepten en innovatieve daksystemen nodig, zoals bij het experimentdak van het NIOO-KNAW.
Wat we wél weten over de hydrologische werking van groendaken is voornamelijk gebaseerd op onderzoeken en publicaties in het buitenland. De resultaten hiervan zijn echter niet onverkort één op één op de Nederlandse situatie te projecteren. Bovendien worden in diverse publicaties en productbrochures zaken beweerd die niet altijd even goed kunnen worden onderbouwd. Bijvoorbeeld dat 50 tot 90 procent van de totale neerslag op een groendak niet afstroomt.
Het onderzoek ‘Groene daken nader beschouwd’ behandelt achtereenvolgens de opbouw en het onderhoud van groene daken; de belangrijkste processen voor de hydrologische werking; het feitelijke onderzoek zelf; de andere effecten van groene daken op omgeving en gebouw (zie het kader); een beschouwing van de beleidsmatige, financiële, juridische en innovatieve aspecten; en tot slot de aanbevelingen voor stedelijk waterbeheer.
De uitkomsten zijn vooral bedoeld voor medewerkers van gemeenten, waterschappen en hun adviseurs, maar kunnen ook interessant zijn voor andere betrokkenen. De onderzoekers geven aan dat ze er van uit gaan dat de daken, zowel in het geval van nieuwbouw als bij bestaande bouw, professioneel zijn aangelegd en voldoen aan de algemeen aanvaarde richtlijnen voor de technische opbouw en details voor groendaken. Zoals de daken van Leven op Daken dus. Daarom, en voor de overzichtelijkheid, beperken we ons in dit artikel vooral tot de aanbevelingen, en bijvoorbeeld niet de dakopbouw.

Verhouding traditioneel en begroeid dak variabel simulatie met neerslagreeks

Aanbevelingen

De aanbevelingen in het onderzoek spreken voor zich: de water- en rioleringsbeheerders in Nederland kunnen de kansen van groene daken beter benutten door de beoogde hydrologische werking en de gewenste effectiviteit daarvan duidelijk aan te geven. Hiervoor is een omslag van groene naar groen-blauwe of volledig blauwe daken nodig.
Groen-blauwe en blauwe daken zijn een optie voor alle soorten bouw. Nieuwbouw of bestaande bouw, dat maakt niet uit. De keuze wordt alleen beperkt door het draagvermogen. Heeft het dak een beperkt draagvermogen, dan dient een principiële keuze gemaakt te worden; óf minder totale afvoer door meer verdamping, óf reductie van de piekafvoer door meer berging, vertraging, begrenzing of sturing.
Op nieuwe groene daken die professioneel zijn aangelegd op een dak met een verzwaarde draagconstructie is het eenvoudiger om de functies van verdampen en reductie van afvoerpieken te combineren. In het uiterste geval kunnen die daken ook zeer extreme buien vrijwel volledig zelfstandig verwerken met een minimale belasting van de omgeving. In het geval van nieuwbouw is de toepassing van groen-blauwe of blauwe daken in het kader van de watercompensatie dus interessant. Door de waterberging dermate groot te maken (rond 70 mm of meer) en de afvoer te sturen of te begrenzen (tot 2 of 3 mm/uur), kan de verplichte watercompensatie op (of onder) maaiveld kleiner of achterwege blijven.

Effect verdamping bij variërende waterberging in substraat met twee neerslagreekssimulaties 1 2

Hoe verder?

De aanbevelingen liggen er, maar hoe deze nu te implementeren? Ook hiervoor geeft het onderzoek enkele handreikingen. Subsidie voor groendaken bijvoorbeeld, te verstrekken door gemeenten en waterschappen. Of een lagere riool- of zuiveringsheffing voor wie regenwater op eigen dak of terrein verwerkt. Of de verplichte aanleg van groendaken bij nieuwbouw.
Het onderzoek is echter kritisch over de hierboven genoemde maatregelen. De effecten zijn lastig meetbaar, er zijn ook andere oplossingen te bedenken en voor de verplichte aanleg bij nieuwbouw bestaan (nog) geen wettelijke handvatten. Beter is het daarom als gemeenten perceeleigenaren verplichten het regenwater op het eigen terrein te verwerken. Het is dan aan de perceeleigenaar zelf om te beslissen hoe dit gebeurt. Ook kunnen gemeenten en waterschappen privaatrechtelijke overeenkomsten met perceeleigenaren sluiten over de verwerking van het regenwater.
De beste optie echter om de kansen van groene daken te benutten, is het geven van voorlichting en informatie aan particulieren, opdrachtgevers en ontwerpers. Ook de NEN-norm voor begroeide daken (waaraan nog gewerkt wordt) en verdere innovaties zullen een positieve bijdrage leveren aan de groeiende rol van groen-blauwe daken binnen het stedelijk waterbeheer.

De kansen en aanbevelingen voor groen-blauwe daken liggen er. Nu de praktijk nog.

[tabs]
[tab title=”Mooie bijvangst”]

Andere effecten van groendaken

Uitgebreide literatuurstudies naar één bepaald onderwerp leveren onvermijdelijk mooie bijvangsten aan andere informatie op. Zo ook het onderzoek ‘Groene daken nader beschouwd’ waarbij gekeken is naar de hydrologische werking van groendaken. Die hebben ook andere positieve effecten, zo blijkt. In het onderzoeks­rapport krijgen ze een apart hoofdstuk.
[list color=”grey”]

  • Warmte-isolatie: is er, zij het beperkt en het effect varieert met de vochtigheid en de begroeiing op het dak.
  • Koude-isolatie: groendak kan de warmtestroom in de zomer (naar binnen) met 70 tot 90 procent verminderen en in de winter (naar buiten) met 10 tot 30 procent.
  • Geluidsisolatie: kan oplopen tot wel 8 decibel.
  • Filtering fijnstof: hoe groter, vochtiger en groener, hoe meer filtering, maar het effect op de luchtkwaliteit blijft beperkt.
  • Opbrengst zonnepanelen: door de verkoelende werking van het groendak een 6 tot 10 procent hogere opbrengst op jaarbasis.
  • Omgevingstemperatuur: heeft verkoelend effect door verdamping, maar alleen grootschalige vergroening van daken zal een waarneembaar effect op de omgeving hebben.
  • Biodiversiteit: zonder meer een positieve bijdrage.
  • Beleving: groendak versterkt ruimtelijke kwaliteit en heeft positief effect op de gezondheid, het herstellen van stress en pijnvermindering.
  • Kwaliteit afstromend regenwater: positieve invloed door zuiverende werking.
  • Levensduur: groene daken gaan net zo lang mee als pannendaken (tot 50 jaar) en twee keer zo lang als bitumineuze daken.

[/list]

[/tab]
[/tabs]

Willekeurig geselecteerde burgers ingezet voor stadsontwikkeling

0
Willekeurig geselecteerde burgers ingezet voor stadsontwikkeling
Willekeurig geselecteerde burgers ingezet voor stadsontwikkeling

Toronto experimenteert met nieuw concept voor betrokken burgers

Waar Toronto in de jaren negentig voortrekker was in de beweging van stadslandbouw, komt de Canadese stad dit jaar opnieuw met een revolutionair idee. Zes keer per jaar zullen 28 willekeurig geselecteerde burgers met elkaar aan tafel gaan zitten om oplossingen en ideeën te verzinnen voor de belangrijkste vraagstukken rondom stadsontwikkeling. Willekeurig geselecteerde burgers ingezet voor stadsontwikkeling; een voorbeeld voor Nederland?

Via een loterij worden in Toronto 12 000 huishoudens uitgenodigd deel te nemen aan een panel. Uit de aanmeldingen worden vervolgens 28 bewoners willekeurig geselecteerd. Dat panel zal zes keer per jaar met stadsplanners in gesprek gaan over vraagstukken die spelen in de stad.

Dakakkers

Zoals gezegd, Toronto koestert sinds de jaren negentig aandacht voor innovatie op het gebied van stadsontwikkeling. Middels de ontwikkeling van stadslandbouw en dakakkers maakte de stad al eerder kennis met de rol die betrokken burgers kunnen spelen in het aanpakken van maatschappelijke en milieu-vraagstukken in de stad. Met dit nieuwe instrument wil Toronto een grotere diversiteit van mensen bij deze vraagstukken betrekken.

Representatief

De toekomst zal uitwijzen of ook deze ontwikkeling in Toronto een voorbeeldfunctie zal vervullen voor metropolen over de hele wereld. Ook de Nederlandse ontwikkeling van stadslandbouw en dakakkers is, zeker bij aanvang, gestoeld op voorbeeld van Toronto. Ook in Nederland zijn momenteel groepen burgers bezig om, op plekken waar dat mogelijk is, eigen initiatieven te ontwikkelen in de stad. Daarbij is het altijd de vraag of dergelijke burgers voldoende representatief zijn voor de bewoners van de stad. Het systeem zoals ontwikkeld in Toronto wil daar een antwoord op bieden.

Woonmonitor wil inzicht geven in huur- en koopsector

0
Woonmonitor wil inzicht geven in huur- en koopsector
Woonmonitor wil inzicht geven in huur- en koopsector

De betaalbaarheid en de beschikbaarheid van woningen in de huur- en koopsector staan onder druk. Gemeenten, huurders en woningcorporaties werken met elkaar samen om daar oplossingen voor te vinden. Daarom zijn de Woonbond, G4, G32, VNG/KING en Aedes van plan om samen een ‘Woonmonitor betaalbaarheid en beschikbaarheid’ te ontwikkelen. De woonmonitor wil inzicht geven in huur- en koopsector.

Woonmonitor?

Volgens Aedes is het de bedoeling om in de monitor ieder jaar cijfers over de betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen voor bewoners in kaart te brengen en deze voor iedereen inzichtelijk te maken. De monitor zal bestaan uit zowel landelijke als lokale cijfers. De initiatiefnemers zijn inmiddels gestart met een haalbaarheidsonderzoek.

Vergelijkbare cijfers

Het haalbaarheidsonderzoek is ook bedoeld om er voor te zorgen dat vergelijkbare cijfers gebruikt worden, zodat overeenstemming bestaat over de ontwikkelingen op gemeente- en wijkniveau. Zo ontstaat er voor alle partijen een basis voor het opstellen van woonbeleid, het maken van prestatieafspraken en voor het bespreken van de effecten van beleid met het Rijk. Het haalbaarheidsonderzoek wordt eind december 2015 afgerond. Afhankelijk van het resultaat, kan het ontwikkelen van een landelijke woonmonitor direct daarna starten.

Toeleveranciers en onderaannemers profiteren

Nu de woningmarkt zich rap herstelt, stijgt de vraag naar woningen ook in hoog tempo. Als gevolg daarvan is er een tekort aan woningen, waardoor de prijzen momenteel de lucht in schieten. Het Financieele Dagblad berichtte dit weekend dat vooral toeleveranciers en onderaannemers profiteren van de toegenomen vraag naar woningen. “Tijdens de crisis zijn veel onderaannemers failliet gegaan. Nu de vraag aantrekt kunnen de overgebleven partijen de prijzen dicteren.”

Zie ook: Ketendenken in de bouw.

The Edge kijkt over de rand naar de toekomst

0
The Edge kijkt over de rand naar de toekomst
Bron: Ronald Tilleman

Slim en duurzaam kantoor zet nieuwe standaard

‘The Edge’, het state-of-the-art gebouw aan de Zuidas in Amsterdam, is ‘wereldkampioen duurzaamheid’. Daarnaast bezit het gebouw een scala aan innovaties. Rond de twintig verschillende partijen werden betrokken bij de ontwik­keling van het kantoor. Een gesprek met ontwikkelaar OVG, system integrator HC RT en software­ontwikkelaar Blinq Systems probeert het succes achter The Edge te ontdekken.

Er is al veel gezegd en geschreven over het nieuwe hoofdkantoor van Deloitte. Eindgebruiker Deloitte en ontwikkelaar OVG ontwikkelden een samenwerking tussen veel partijen en leveranciers waarin technologische innovatie de kans kreeg te excelleren. Dit resulteerde uiteindelijk in de hoogste BREEAM-certificering voor een gebouw wereldwijd, 98.36%. Het deed het project de nodige lof oogsten in binnen- en buitenland. ‘We zijn wereldkampioen duurzaamheid’, aldus Robert van Alphen, ontwikkelingsmanager van OVG. Minder bekend dan het duurzaamheidsaspect, maar bij gebruiker en ontwikkelaar niet minder bemind, zijn de vele technologische hoogstandjes in dienst van de eindgebruiker. Van robotische bewaking en schoonmakers, tot koffieapparaat dat de keuze van een werknemer onthoudt. Eenentwintig noviteiten is het gebouw rijk. HC RT, verantwoordelijk voor de regeltechniek van de klimaathuishouding in het gebouw, kreeg de taak om alle systemen achter deze innovaties te integreren in één systeemarchitectuur. Vervolgens werd softwareontwikkelaar Blinq Systems ingeschakeld om de systeemarchitectuur te vertalen naar de gebruiksvriendelijke applicatie MAPIQ. Werknemers van Deloitte, de eindgebruikers van het gebouw, kunnen daardoor via één app op hun mobiel toegang krijgen tot alle functies van de technologie.

Tussen techniek en gebruiker

Die functionaliteit richt zich – naast leukigheidjes zoals het slimme koffieapparaat – vooral op effectiviteit en gemak op de werkvloer. Het vinden van een lege vergaderruimte, de dichtstbijzijnde printer, die ene collega die je moet spreken, aansturing van licht, klimaat en audiovisuele techniek. Alles is gekoppeld aan internet en bestuurbaar via de smartphone. Het wordt werknemers zo makkelijk mogelijk gemaakt zich op het werk te focussen. Twee betrokken partijen, Jacob Jansen, directeur van HC RT en Sander Schutte, oprichter van Blinq Systems, leggen uit hoe het zo ver heeft kunnen komen. Jansen: “Wij hebben alle losse systemen geïntegreerd in één installatie. Makkelijk te ontsluiten richting de gebruiker, maar vervolgens had elk oorspronkelijk systeem nog wel een eigen applicatie. Of het nu ging om de verlichting, klimaat, de audiovisuele techniek, het koffiesysteem, ik geloof wel achttien in totaal. Daarop zei Deloitte: dat gaat niet werken, medewerkers gaan geen achttien apps installeren en bijhouden. Daarom is Blinq Systems ingeschakeld, terwijl we al behoorlijk ver in het proces onderweg waren.” Sander Schutte haakt hierop in: “We hebben alle functies die relevant zijn voor de medewerkers, al die achttien functies, in MAPIQ samengevoegd. Eén gebruiksvriendelijke app voor alle functionaliteit. We werken als bemiddelaar tussen de techniek en de eindgebruiker, die niks van de techniek, maar alles van de functionaliteit moet weten.” Het koppelen van verschillende functionaliteiten is voor Blinq en HC RT niet nieuw. Wel de schaal waarop dit bij The Edge heeft plaatsgevonden.

Gebouw leert van gebruikers

Schutte vervolgt: “Omdat onze software aan de achterkant integreert met de techniek, zijn we in staat om alles wat er in het gebouw gebeurt, en de wijze waarop de gebruikers de app – en het gebouw dus – gebruiken, te meten, op te slaan en te analyseren. Dat is de volgende stap die we nu ontwikkelen met Deloitte en OVG, want met die informatie kun je de bedrijfsvoering aanzienlijk verbeteren.
Schutte heeft het over big data, en de analyse daarvan. Door het gebruik van het gebouw te monitoren, kan gedrag voorspeld en bijgestuurd worden. In het ideale geval kan het gebouw dit zelf. Een fenomeen waar ook Van Alphen en heel OVG heilig in geloven. “We zetten vol in op smart buildings. De volgende stap die we bij The Edge ontwikkelen is ‘machine learning’. Het gebouw leert van de gebruikers en omgekeerd. Dat gaat om de analyse van de gegevens. Bijvoorbeeld: het gebouw heeft 364 parkeerplaatsen onder het gebouw. Maar we hebben veel meer medewerkers. Daarom hebben we elders aanvullende parkeerplaatsen. Op het moment dat het gebouw weet waar alle medewerkers zijn in het verkeer, kan het met gebruik van verkeersinfo de aankomsttijd bepalen en bepalen of er al dan niet een parkeerplek is. We brengen het gebouwbeheersysteem naar de cloud. Zodat de uitkomst van de data-analyse in de app zichtbaar wordt. Zodoende kan een medewerker al op het moment dat hij van huis vertrekt, een voorspelling krijgen of en waar er parkeergelegenheid is.”
De flexibilisering op de werkvloer vindt zo haar weerslag in een nieuwe generatie gebouwautomatisering. Althans, daar wil The Edge de aanzet toe zijn. Het is een trend die bij alle grote bedrijven zichtbaar is. The Edge kent 1100 werkplekken, waar Deloitte zo’n 2200 medewerkers heeft.

mapiq-applicatie-van-blinq-systems3
De Mapiq-applicatie van Blinq systems laat gebruiker en gebouw communiceren

mapiq-applicatie-van-blinq-systems2

mapiq-applicatie-van-blinq-systems1

Op het randje

Hoe wordt een gebouw wereldkampioen duurzaamheid en hoe slaag je erin om zo’n grootschalig proces, met zo veel samenwerkende partijen en leveranciers van techniek, tot een goed einde te brengen? “Deloitte wilde zaken, die op het moment dat ze het vroegen, nog niet konden”, aldus Jansen. Van Alphen: “De naam The Edge heeft betrekking op de vorm van het gebouw, maar refereert ook aan het feit dat we op het gebied van duurzaamheid en smart building het randje hebben opgezocht.” Los van elkaar noemen alle drie de unieke samenwerking tussen alle partijen als sleutel tot succes. Jansen: “Het kost meestal heel veel tijd om van zoveel partijen alle neuzen dezelfde kant op te krijgen en controle daarop te houden. Zowel de gebruiker als de ontwikkelaar hebben daar een hele actieve rol in gespeeld. Dat begon met een kick-off meeting, waar alle partijen hun plannen en mogelijkheden presenteerden. Vervolgens zijn daar alle verbindingen en samenwerkingen ontstaan. Daarna werd eens in de vier weken een bijeenkomst georganiseerd met alle partijen, waar de voortgang werd besproken. Dat was op centraal niveau. Daarnaast werden er projectteams ingericht voor partijen waar je intensiever mee samenwerkt, voor ons bijvoorbeeld Phillips. Die werkten op dagelijkse basis samen. Dat hele proces van samenwerking, daar is op ontzettend hoog niveau op bewaakt en gestuurd.”

Geen angst om te innoveren

Schutte roemt daarbij de wijze waarop innovatie werd gestimuleerd. Bij de ontwikkeling van een kantoorpand geen normale gang van zaken. “Er is echt uniek samengewerkt. OVG en Deloitte hebben heel veel ruimte geboden aan leveranciers om innovatie neer te zetten. Je ziet het verschil tussen vooruitstrevende en ouderwetse partijen. Als mensen zeggen: ‘dit is het bestek en dit wil ik opleveren’ dan wordt er niet geïnnoveerd. Innovatie komt pas als mensen een extra stap zetten. Dat betekent soms extra investeren. Daarbij, partijen die willen innoveren, ontwikkelen vanzelf partnerships.”
Van Alphen wil wel een tipje van de sluier oplichten over deze werkwijze. “Als je gaat innoveren weet je van tevoren niet zeker of dat succesvol zal zijn. Dat betekent dat je elkaar moet vertrouwen en ook elkaar vertrouwen moet geven. De ontwikkelwereld werkt traditioneel met boetes en deadlines, waardoor mensen angstig worden om onbekende wegen in te slaan. Bij The Edge is een omgeving gecreëerd waar men zich veilig voelde om met innovaties en ideeën te komen. Bij partijen leven vaak ideeën voor optimalisering ten opzichte van het oorspronkelijke plan, maar veel opdrachtgevers reageren dan ‘prima, doen, maar ik ga er niet voor betalen’. Dat is de dood in de pot voor innovatie.”
De filosofie is dat dergelijke meerinvesteringen zich uiteindelijk terugbetalen. Of dat nu meetbaar is of niet. Blinq werd pas aan het einde van het bouwproces bij het project betrokken. Hun toegevoegde waarde is uit te drukken in een slimme, gezonde werkomgeving, die de arbeidsproductiviteit verhoogt.

Primeur

Ook de investering in een innovatief verlichtingssysteem ‘Connected Lighting’ stond oorspronkelijk niet in het plan van aanpak. Een knap technisch staaltje samenwerking tussen Phillips en HC RT. Jansen licht toe. “Dat systeem kent haar primeur in The Edge. In alle verlichting zitten sensoren waardoor besturing via smart­phone mogelijk wordt. Normaal gaan er dan twee kabels naar de verlichting. Eén voor de voeding en één voor de sturing. Dat gaat nu in één kabel, power over ethernet.” Elk lichtpunt heeft een eigen ip-adres. Phillips was oorspronkelijk van plan deze duurzame innovatie pas in 2016 op de markt te brengen. “Waar zij de technologie eerst wilden testen op een kantoortje op de High Tech Campus, kregen ze hier een ‘testlocatie’ van 40.000 m2 in de armen geschoven.
Voor de verantwoordelijkheid van de integratie van zoveel verschillende systemen is bewust gekozen voor Blinq als onafhankelijke partij – zij leverden zelf geen systeem. Onafhankelijkheid zorgt ervoor dat geen van de systemen wordt voorgetrokken en dat in de toekomst alle opties open blijven. Van Alphen: “Bij sommige partijen gaat samenwerken heel natuurlijk, bij andere is het lastig. Die zijn gesloten en bang dat ze teveel info moeten vrijgeven. Van de twintig partijen zat de helft nog niet op het spoor van ons en van Deloitte. Die zijn aan de hand meegenomen om tot de gewenste innovatie en duurzaamheid te komen.”

Outstanding

Uiteindelijk heeft Deloitte het gebouw gekregen dat ze wilden. En nog meer dan dat. Waar in eerste instantie werd ingezet op BREEAM-Excellent, werd gaandeweg de ambitie opgeschroefd naar ‘Outstanding’. Na oplevering bleek dat het gebouw de hoogste duurzaamheidscore voor een kantoor wereldwijd had bereikt. Het gebouw heeft inmiddels diverse nominaties en prijzen in de wacht gesleept. De impact voor de betrokken partijen moge duidelijk zijn. Type op google ‘ovg’ in en men krijgt ‘ovg the edge’ als eerste zoekoptie.
Het laatste woord over die impact is aan Schutte. “Samenwerken wordt in gebouwautomatisering steeds belangrijker. Traditioneel kunnen partijen nog erg op een eiland bezig zijn. Zelfs tussen w- en e-installatie ligt soms nog een barrière. Los-vaste samenwerkingsverbanden gaan in de toekomst het beste resultaat bieden. Zoals wij samenwerken met HC RT. Het eerste project leer je met elkaar samenwerken, waarna een tweede project bijna vanzelf gaat. Het wordt logisch om met elkaar te blijven samenwerken. Voor een klant bijzonder fijn; die koopt bewezen technologie en is verzekerd van een geborgd proces.”

Beeld “The Edge”: Ronald Tilleman

Project Kustwerk Katwijk

0
Kustwerk Katwijk

Samenwerken doe je nooit alleen

Katwijk was de laatste zwakke schakel van de Zuid-Hollandse kust. Door gezamenlijke inspanning van diverse partijen bleek het mogelijk de kustversterking te combineren met de bouw van een parkeergarage en de ruimtelijke herinrichting van het duingebied: een unieke en innovatieve combinatie binnen één project.

Een deel van de primaire waterkeringen in Nederland voldeed niet aan wettelijke veiligheidsnormen. De waterkering in Katwijk was er daar een van. De kering lag niet langs de kustlijn, maar door het dorp; zo’n 3000 mensen woonden buitendijks. Binnen het Hoogwaterbeschermingsprogramma-2 (HWBP-2) – een samenwerkings­verband tussen Rijksoverheid en de waterschappen – werd daarom in de periode oktober 2013 tot en met februari 2015 uitvoering gegeven aan het verbeteren van de waterkering. Het HWBP-2 is onderdeel van het Deltaprogramma en valt hiermee onder het uitvoeringsprogramma, het zogenaamde Deltaplan Waterveiligheid.

Dijk-in-Duin

De kust versterken kan op drie manieren: zeewaarts, landinwaarts en consolideren op de huidige locatie. Het Hoogheemraadschap van Rijnland, de provincie Zuid-Holland, gemeente Katwijk en Rijkswaterstaat kozen voor het zeewaarts versterken van Katwijk. Langs de boulevard is een nieuw tracé gekomen. De huidige duinenrij is verbreed en in de duinen is een dijk aangelegd. Hans Pluckel is portefeuillehouder financiën, kust en internationale zaken van hoogheemraadschap van Rijnland. Hij legt uit: “De kust is 100 meter richting zee verplaatst met zandsuppletie. Het zeewaarts versterken bevordert de veiligheid. Bij een vlak oplopende kust gaan golven langzaam omhoog en verliezen ze veel van hun energie en kracht.”

Pluckel vervolgt: “We hebben dus gekozen voor een Dijk-in-Duin; een zanddijk in de duinen met daaroverheen betonblokken met geotextiel. Deze constructie kan tegen een stootje. Slaat bij een extreme storm het zand weg, dan ligt de dijk er nog steeds.” De kruin van de dijk ligt overal op NAP +7,5 meter. De aanleghoogte van het nieuwe duin is gebaseerd op het huidige duin en de hoogte van de boulevard. Omdat de duinen op veel plaatsen hoger zijn dan 7,5 meter, ligt de dijk dus grotendeels onder de duinen. Op het laagste punt van de boulevard is de kruin van de dijk zichtbaar. Dit geldt alleen voor de centraal gelegen duinovergangen. Op de tussenliggende delen is de dijk bedekt met zand. Om de dijk in het zichtbare gedeelte beloopbaar te houden, ligt er bestrating overheen. Hierdoor ligt de maximale hoogte van de dijk op dit gedeelte op circa 25 centimeter boven NAP +7,5 meter.

Om ook ecologisch verantwoord bezig te zijn, was het noodzaak om de toplaag van de bestaande duinen eraf te halen en te bewaren. Hans Pluckel:“Daar zitten allerlei zaden in. Deze toplaag met zaden is verspreid over het nieuwe duin.”

Parkeergarage in duin

Naast de aanleg van de Dijk-in-Duin is er ook voor gekozen om een ondergrondse parkeergarage aan te leggen onder het duin, tussen de dijk en de boulevard. Door de kustversterking waren er minder parkeerplaatsen, wat een parkeerdruk op de woonwijken legde. Dat wilde men voorkomen. Pluckel: “Het is een zelfstandige parkeergarage geworden, losstaand van dijk en duin, gemaakt van prefabonderdelen. Door vervolgens in een golvende beweging zand over de garage en de dijk te storten, gaat de constructie op in het duinlandschap.” De lengte van de garage bedraagt 500 meter, de breedte 30 meter. In totaal zijn er 663 parkeerplaatsen gecreëerd. Zowel de in- en uitritten als de luchtkanalen van de garage zijn zo laag mogelijk ontworpen en passend in het duinlandschap. De uitgangen voor voetgangers zijn maximaal vier meter hoog. Met deze architectuur past de parkeergarage uitstekend in het natuurlijke land­schap.

Nadat de parkeergarage klaar was, is het duinengebied opnieuw ingericht, onder andere met een wandelpad over de duin. “Vanaf hier is het uitzicht op Katwijk, de zee en het strand werkelijk schitterend”, aldus Hans Pluckel.

Contract

De werkzaamheden aan Kustwerk Katwijk zijn uitgevoerd door de bouwcombinatie Ballast Nedam – Rohde Nielsen. De projectorganisatie – bestaande uit de gemeente Katwijk en het Hoogheemraadschap van Rijnland – heeft tijdens de aanbesteding zeven inschrij­vingen vergeleken op verschillende aspecten zoals kosten, planning, fasering en beperking van de omge­vingshinder tijdens de werkzaamheden. Uiteindelijk is voor genoemde combinatie gekozen. Het contract was een engineering en construct contract, ter waarde van circa 38 miljoen euro exclusief btw. Hans Pluckel: “In een dergelijk contract detailleert de aannemer zelf het ontwerp. De hoofdlijnen liggen vast. Waarom we voor deze vorm gekozen hebben? Vanwege het korte tijdsbestek van zowel de voorbereiding als de uitvoering.”

Van binnen naar buiten

“Vroeger was een dergelijk project alleen een water­staatkundig werk”, vervolgt Hans Pluckel. “Iedereen moest er met zijn handen vanaf blijven. Nu is het de trend om van buiten naar binnen te werken. Is er een probleem, dan gaan we met de direct belanghebbenden – van bevolking, bedrijven et cetera – met elkaar om tafel. Zo creëer je draagvlak. Samen zoek je naar een oplossing. Kunnen we bijvoorbeeld gebruik maken van lokale kennis? Tegenwoordig is een project dus niet alleen meer van de opdrachtgever en de aannemer, ook van de gebruiker.”

Hans Pluckel: “In de voorbereiding hebben we ontwerptafels gemaakt samen met de bewoners van Katwijk. Ook met het ‘strandleven’ hielden we rekening. De bouw­werkzaamheden op het strand vonden in de winter plaats, tussen oktober 2013 en april 2014. Dat toen voor het publiek afgesloten was. Om de boulevard open te kunnen houden, ging het bouwverkeer door het duin. Ook hebben we een informatiecentrum ingericht en vonden er informatieavonden plaats. Via een webcam op de site konden mensen in panorama zien hoe het werk verliep.”

Tevreden

Het project Kustwerk Katwijk laat goed zien dat Nederland voorop loopt op het gebied van waterveiligheid en trekt nationaal en internationaal veel aandacht. Kust­versterking wordt steeds vaker gecombineerd met andere doelen. In Katwijk is de aanleg van de dijk gecombineerd met de bouw van een parkeergarage en een breder, nieuw ingericht duingebied: een unieke en innovatieve combinatie binnen één project. De uitdaging was, het project in een korte tijd te realiseren. Dat is gelukt. Hans Pluckel is blij met het eindresultaat. Maar vooral kijkt hij tevreden terug op hoe het proces verlopen is. “De samenwerking tussen alle betrokken partijen, waaronder de bewoners van Katwijk, was uitstekend. Dat maakt het project tot een écht
succes.”

[tabs]
[tab title=”Video”]

Film over de realisatie

[/tab]
[tab title=”Looptijd”]
Van oktober 2013 tot februari 2015.

[/tab]
[tab title=”Partijen”]
[list color=”dark”]

[/list]

[/tab]
[tab title=”Budget”]
Het totale projectbudget is circa €70 miljoen inclusief btw. Hierin zit: de parkeergarage, kustversterking, voorbereidingskosten, organisatiekosten, schade, risicoreservering et cetera. Het aandeel van het kustwerk is ongeveer 32 miljoen euro exclusief btw. Het aandeel van de parkeergarage is 20,5 miljoen euro exclusief btw.

[/tab]
[tab title=”Extra”]
Website: www.kustwerkkatwijk.nl
Twitter: @KustwerkKatwijk

Het project Kustwerk Katwijk is een van de vijf genomineerden voor de Gouden Piramide 2015; de jaarlijkse Rijksprijs voor inspirerend opdrachtgeverschap in de architectuur, stedenbouw, landschapsarchitectuur, infrastructuur en ruimtelijke ordening.

[/tab]
[/tabs]

Nederlands consortium brengt warmte-koudeopslag naar VS

0
Nederlands consortium brengt warmte-koudeopslag naar VS
Nederlands consortium brengt warmte-koudeopslag naar VS

Een Nederlands consortium gaat kennis over warmtekoudeopslagsystemen (WKO) naar de VS brengen. Doel is om binnen jaar een showcase te realiseren in de VS. Het consortium noemt zich Dutch Aquifer Thermal Energy Storage (DutchATES).

Volgens hen is WKO een relatief onbekende techniek in de VS. Om de bekendheid van de duurzame warmtevoorziening te vergroten, wil het consortium de Amerikaanse overheden, kennisinstellingen, projectontwikkelaars en investeerders benaderen.

Showcase

De deelnemende partijen in DutchATES zijn Cofely Energy Solutions, Deltares, de Gemeente Den Haag, adviesbureau Over Morgen, Priva Klimaatbeheersing, TNO en Zonenergie.nu. Het consortium wordt ondersteund door de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO), middels het Partners for International Business (PIB) programma. DutchATES verwacht binnen een jaar een gebouw van een WKO-systeem te voorzien, die als als showcase getoond kan worden aan Amerikaanse ontwikkelaars. Het programma richt zich voorlopig nog op de steden New York, Baltimore en Boston.

80 procent minder CO2

Uit een onderzoek van Over Morgen blijkt dat er geen onoverkomelijke obstakels zijn voor het toepassen van WKO in de VS. Warmtekoudopslag past volgens het adviesbureau uitstekend in de duurzaamheidsdoelstellingen van Amerikaanse overheden. Zo wil New York in 2050 de CO2-uitstoot met 80 procent verminderen ten opzichte van 2005. “De belangstelling is nu al enorm”, zegt Gerwin Hop, eigenaar van Over Morgen. “We verwachten dat we binnen 2 jaar als consortium een voorloper kunnen zijn in de verduurzaming van warmte en koude aan de Oostkust en in de toepassing van WKO in het bijzonder.”

Allround familiebedrijf, Bijl Bruggen

0
Bijl Bruggen

Bijl Bruggen is voortgekomen uit Bijl Profielen en is in ruim 37 jaar tijd uitgegroeid tot een gerenommeerde producent van glasvezelversterkte polyester profielen en hoogwaardige composietconstructies. Nederland is de thuismarkt, maar de grenzen zijn verlegd, want vanuit de vestiging in Heijningen bedienen zij klanten in geheel Europa. Klanten die actief zijn in diverse branches zoals de bouw, industrie, infrastructuur, HVAC, offshore, tuinbouw, energietechniek, sport en recreatie.

Wim Bijl is in 1978 in het Westland begonnen toen hij voor het eerst een mal voor een polyester boot maakte. In de jaren daarna verdiende Bijl Profielen zijn sporen in de tuinbouwsector en werden er veel polyester vloeistofbakken voor de tuinbouw gemaakt. In 1988 werden de activiteiten zo groot dat er naar uitbreiding werd gezocht in Heijningen. In de jaren negentig produceerde het bedrijf de welbekende glasbakken en toen in 1995 de eerste pultrusie machine werd aangeschaft kwamen de orders binnen uit de luchtbehandeling branche. Die aanschaf bleek een groot succes en in 1999 werd er een nieuw pand aangeschaft speciaal voor de productie van pultrusie profielen. Pultrusie – of vrij vertaald profieltrekken – is een geautomatiseerd continu productieproces voor het fabriceren van glasvezelversterkte kunststof (GVK) profielen en het staat garant voor een constante kwaliteit. De productie vereist weinig energie en het eindresultaat is uitermate duurzaam.

Twee jaar geleden vierde Bijl Profielen haar 35 jarige jubileum. Momenteel beschikt het bedrijf over een modern machinepark en produceren zij GVK profielen in de meest complexe vormen, geheel naar de wensen van de klant en compleet nabewerkt zoals de klant dat wenst. Luisteren, meedenken met hun klanten en openstaan voor vernieuwingen vormen de basis van de organisatie. Hoewel Bijl Profielen klein van formaat is, zijn zij uniek in Nederland met zes pultrusie machines in hun bezit. Bijl Profielen is trots op haar reputatie als innovatief bedrijf en krijgt de waardering vanuit de markt door snelle leveringen, flexibel te opereren en mee te denken met de klant.

Complete composiet bruggen

Naast glasvezelversterkte polyester profielen produceert Bijl Bruggen ook complete bruggen. De draagconstructie van de bijl brug is opgebouwd uit gepultrudeerde glasvezelversterkte polyester profielen. Voor het brugdek worden Bijl brugdekplanken gebruikt. In 2004 is de eerste dragende Bijl brugconstructie geproduceerd. Door de jarenlange ervaring in de productie van glasvezelversterkte profielen staat het bedrijf dan ook garant voor een constante hoge productiekwaliteit. Door een unieke productiemethode is Bijl in staat flexibel te bouwen naar de wensen van de klant. Uiteraard is alles doorgerekend en getest volgens de hoogste normen. Bijl bouwt bruggen in vele vormen en maten die voldoen aan alle eisen zonder dat daar een dure mal voor gemaakt moet worden. Zo kan er snel, efficiënt en voordelig gewerkt worden. Bijl bouwt ook prefab bruggen die zeer licht in gewicht zijn en ideaal zijn voor moeilijke plekken. De brug wordt in zijn geheel gebouwd in de fabriek van Bijl en wederom kan de klant kiezen uit diverse kleuren en maten.

Naast het produceren van complete composiet bruggen vervangt Bijl ook onderdelen van een bestaande brug zoals een brugdek op een stalen of houten constructie. Er was in 2014 weer een enorme vraag naar BIJL brugdekplanken. Bijl produceerde vorige jaar 20.000 meter brugdekplanken. Het merendeel was bestemd voor renovatieprojecten, ter vervanging van verouderde en verrotte houten delen. Veelal leveren zij aan aannemers, maar daar waar de opdrachtgever dat van hun verlangt, hebben ze ook een eigen montageteam dat op locatie de dekken monteert. Veelal betrof het loop- en fietsbruggen, maar ze hebben ook een dek voor gemeente Lansingerland in één stuk aangeleverd. Opgebouwd met BIJL plank 85 (deze plank is geschikt voor een voertuig tot 10 ton aslast), geheel verlijmd zonder naden en voorzien van een afdekkende laag polyester. Met composiet is werkelijk zo goed als alles mogelijk!

Projecten

Gemeente Rotterdam koos in 2011 als een van de eerste gemeentes voor een BIJL Brug. Goed voorbeeld doet goed volgen en tot nu toe heeft BIJL meer dan 50 complete composiet bruggen gebouwd in verschillende soorten en maten. Zo heeft onlangs gemeente Alblasserdam gekozen voor drie getoogde BIJL bruggen. Alle bruggen zijn door middel van de samengestelde GVK ligger geproduceerd. De bruine GVK leuning past in het landelijk gebied waar de bruggen staan. Maar de belangrijkste reden om voor een BIJL brug te kiezen was de lange levensduur en de minimale onderhoud aan de bruggen.
In Duitsland wordt er volop gerenoveerd met de Bijl GVK planken. In Crailsheim is een brug gerenoveerd met behulp van Bijl planken. De gemeente Zoetermeer huurde Bijl Bruggen in voor het plaatsen van een 11 meter lange slanke composiet brug met een combinatie van staal en composiet leuningen. Kijk voor meer referenties en projecten op: www.bijlbruggen.com

[tabs]
[tab title=”Bijl Bruggen”]
Markweg Zuid 34
Havennummer 5203
4794 SN Heijningen
T +31 (0) 167 521 717
F + 31 (0) 167 521 818
www.bijlbruggen.nl

[/tab]
[tab title=”Composiet brugonderdelen”]
[list color=”dark”]

  • Opbouw met eigen ­composiet profielen
  • Inzichtelijke constructie en ­volledig inspecteerbaar
  • Corrosie- bestendig
  • Praktisch onderhoudsvrij
  • Beschadigingen kunnen ­makkelijk worden hersteld
  • Licht gewicht
  • Eenvoudige plaatsing
  • Levensduur van meer dan 100 jaar
  • Duurzaam en kan niet rotten
  • Uv-bestendig
  • Ongevoelig voor schimmels
  • Geheel vlamdovend

[/list]

[/tab]
[/tabs]

Hoogste rendement zonne-energie, HRsolar BV

0
HRsolar

HRsolar is een Nederlandse producent van de gelijknamige serie zonneboilers (ook wel zonnewarmte of zonthermische systemen genoemd). Deze innovatieve zonneboilers worden in eigen beheer ontwikkeld én geproduceerd. Zonneboilers van HRsolar onderscheiden zich door de bewezen hoogste opbrengst van Nederland.

Door dit hoge rendement, de korte installatietijd en de aantrekkelijke prijzen is een zonneboiler van HRsolar de beste investering in zonne-energie in Nederland. Sinds 2008 is HRsolar officieel fabrikant van de systemen geworden en worden de systemen via diverse kanalen in Europa verkocht. De installateur staat hierbij centraal. Zij zijn de ambassadeurs van HRsolar die de systemen aan de consument/gebouweigenaar adviseert, installeert en onderhoudt. HRsolar kiest bewust voor weinig schakels tussen fabrikant en afnemer. HRsolar elimineert daarmee bijvoorbeeld de groothandel. Dit komt de verkoopprijs, flexibiliteit en korte lijnen met de markt ten goede. Het bedrijf heeft een eigen trainingscentrum waar beginnende installateurs worden opgeleid aangezien er nog geen gedegen opleiding voor dit vakgebied bestaat.

Hoge opbrengst, maximaal rendement

HRsolar heeft bewezen de hoogste opbrengst van Nederland en heeft daarbij als doel om de laagste prijs per GJ/kWh in Nederland aan te bieden. Daarbij is de missie om een zo hoog mogelijk rendement uit deze hoge opbrengst per m2 te behalen. Dit doet ­HRsolar mede met behulp van een nieuw ontwikkelde zonnegascombi systeem waarbij naast het tapwater ook de woning standalone en hybride met bijvoorbeeld een Cv-ketel verwarmd kan worden. Deze optie kan nu ook worden gekozen in EPC berekeningen voor nieuwbouwprojecten.

Monitoring zonneboiler

Ontwikkeling en aandacht voor productverbetering staan voorop bij HRsolar en daarmee wordt het bedrijf dan ook gezien als de marktleider en specialist op het gebied van thermische zonne-energie in Nederland. Nieuw binnen in het productenpakket is dat de eigenaar van de zonneboiler inzicht heeft in de opbrengst met de HRsolar SuMoSy. Dit is een eenvoudig Sun Monitoring Systeem die de opgewekte energie (kWh) meet en gegevens zoals de collectortemperatuur, boilertemperatuur en foutmeldingen en opbrengsten uitleest via internet met een datalogger. Dit is interessant voor de consument maar ook voor bijvoorbeeld woningcorporaties die hiermee de energieprestatie kunnen aantonen naar hun huurders.

Projecten

Woningstichting Nijkerk heeft met hulp van provincie Gelderland een duurzame renovatie uitgevoerd voor circa 200 woningen. Mede dankzij de combinatie van PV, zonneboiler, klimaatsysteem en isolatie wordt het energielabel opgetrokken van C naar A++. Dit betekent een lagere energierekening én een comfortabele woning voor de bewoners. HRsolar heeft hierbij collectoren geleverd met gelijke afmetingen als PV-panelen. Hierdoor wordt het een mooi geheel op het dak (zie afbeelding).

Nog een voorbeeld van een uitdagend project is de opdracht vanuit Burg installatietechniek. HRsolar kreeg opdracht voor het leveren van ruim 300m2 zonnecollectoroppervlak voor vier appartementencomplexen. Voor één van deze projecten genaamd Nautilus betekent dit in combinatie met een grondgebonden warmtepomp en PV-panelen een vermijding van verplichte aansluiting op stadsverwarming. Het project is een CPO project en uniek voor Amsterdam omdat het zich onderscheidt door middel van een eigen duurzame warmteopwekking in plaats van de verplichte aansluiting op het stadsverwarmingsnet. Dit levert een CO2 reductie op van wel 60 procent ten opzichte van het toekomstige warmtenet. Kijk voor meer nieuws over de diverse projecten op: www.hrsolar.nl

[tabs]
[tab title=”HRsolar B.V.”]
Leehove 4
2678 MC De Lier
T 0174 – 523 303
www.hrsolar.nl

[/tab]
[/tabs]