Home Blog Pagina 357

Fundeon krimpt in

0
Fundeon krimpt in

Fundeon, het kennis- en adviescentrum voor het opleiden en ontwikkelen van personeel in de bouw en infra, houdt per 1 juli 2016 op te bestaan in de huidige vorm. Vooruitlopend daarop verliet algemeen directeur Sander van Bodegraven op eigen verzoek de organisatie op 1 oktober 2015. Op dat zelfde moment trad ook Frans Kokke terug als directeur Markt en Ontwikkeling. Van de driekoppige directie blijft voorlopig alleen Lex Kreulen aan.

Waarom?

Fundeon krimpt in en stopt op 1 juli 2016 in de huidige vorm. Dat is een gevolg van besluitvorming van sociale partners in de bedrijfstak. Een belangrijke reden voor dit ingrijpende besluit is dat Fundeon in augustus 2015 – net als alle andere zestien kenniscentra in het land – de wettelijke taken met betrekking tot het middelbaar beroepsonderwijs moest overdragen aan de landelijke Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB). Tot deze centralisatie en bezuinigingsoperatie werd door het huidige kabinet besloten.

Werkgevers en werknemers in de bouw zagen zich hierdoor genoodzaakt ook de bedrijfstaktaken van Fundeon tegen het licht te houden. Besloten werd Fundeon in de huidige vorm op te heffen en een beperkt aantal bedrijfstaktaken na 1 juli 2016 tegen minder kosten onder te brengen in nieuwe, kleinere entiteiten.

Voor de vorming van een nieuw kennis- en adviescentrum wordt door cao-partijen een externe begeleider aangesteld. Hier meer informatie over de gevolgen van de afbouw van Fundeon.

Laag gehalte radon en thoron in Nederlandse woningen

0
Laag gehalte radon en thoron in Nederlandse woningen

Nederlandse woningen bezitten een relatief laag gehalte radon en thoron. Dat blijkt uit onderzoek naar radon en thoron dat het RIVM in 2013 en 2014 in ruim 2500 woningen in Nederland (bouwjaar 1930 en later) heeft uitgevoerd.

Het onderzoek van het RIVM is wereldwijd voor het eerst dat op deze schaal onderzoek is gedaan naar thoron in woningen. Radon en thoron zijn radioactieve edelgassen die van nature ontstaan in de bodem en in daarvan gemaakte bouwmaterialen. Vandaar uit kunnen ze in de woning terechtkomen. Als de radioactieve stoffen die ontstaan als radon en thoron vervallen, dragen ze bij aan het risico op longkanker.

Regionale verschillen

Het onderzoek toont regionale verschillen. Zo is de gemiddelde concentratie in Zuid-Limburg ongeveer tweeënhalf keer zo hoog als het landelijk gemiddelde. Dit heeft waarschijnlijk te maken met verschillen in bodemtype. Maar in vergelijking met andere Europese landen is de radonconcentratie in Nederlandse woningen laag. In woningen gebouwd vanaf 2000 is de gemiddelde radonconcentratie ruim twintig procent lager dan het landelijk gemiddelde. Dat betekent dat wordt voldaan aan de eerder gemaakte afspraken tussen overheid en bouwwereld, om de straling in nieuwbouwwoningen niet te laten toenemen. Er is een laag gehalte radon en thoron in Nederlandse woningen.

Onder de verwachting

Voor thoron vallen de metingen lager uit dan verwacht. Er zijn enkele uitzonderingen, maar het aantal woningen met een meetwaarde aan de hoge kant is veel kleiner dan het RIVM op basis van een vooronderzoek uit 2012 had ingeschat. Voor thoron zijn nog geen normen of grens- waarden vastgesteld. En omdat dit het eerste grote thorononderzoek in de wereld is, is de onzekerheid in de meetresultaten groter dan bij radon het geval is.

Proef met bamboeplant als geluidsscherm

0
In Langedijk, een gemeente boven Amsterdam, is afgelopen week een proef gestart met bamboe als geluidsscherm.
In Langedijk, een gemeente boven Amsterdam, is afgelopen week een proef gestart met bamboe als geluidsscherm.

In Langedijk, een gemeente boven Alkmaar, is afgelopen week een proef gestart met bamboe als geluidsscherm. Geen bewerkt bamboe, maar bamboe als plant. Proef met bamboeplant als geluidsscherm is nog niet eerder gebeurd.

Waar een geluidsscherm het geluid weerkaatst, zorg levend bamboe ervoor dat het geluid geabsorbeerd, gesmoord wordt. Dit levert voordelen op bij geluidsoverlast op toe- en afritten. De strook is 150 meter lang en 6 meter breed en loopt langs de Schagerweg in de gemeente Langedijk.

Pilot

Het idee ontstond vier jaar geleden bij het Ingenieursbureau van de gemeente Amsterdam. Er bleek nog geen wetenschappelijk onderzoek naar gedaan te zijn naar het gebruik van bamboe als geluidsscherm. Daarom is informatie ingewonnen en is er een kleinschalige test uitgevoerd bij het Bamboe Informatie Centrum. De resultaten waren voldoende om het pilotproject uit te voeren.

Duurzaam alternatief

Initiatiefnemers zijn de provincie Noord-Holland, Rijkswaterstaat, de Stadsregio Amsterdam en de gemeente Amsterdam. De bamboe heeft tot twee jaar nodig om de goede hoogte van 4 tot 6 meter te bereiken. Uit de proef moet blijken of het aanbrengen van bamboe een goed, duurzaam en voordelig alternatief is voor reguliere geluidsschermen. Op de website van de pilot wordt vermeld dat Het bamboe 1,5 à 2 maal goedkoper is dan regulier materiaal. Daarnaast wordt in de test gekeken naar positieve neveneffecten, zoals de kringloop van materialen en de natuurlijke uitstraling.

Is Nederland in 2050 volledig klimaatbestendig?

0
Is Nederland in 2050 volledig klimaatbestendig?
Is Nederland in 2050 volledig klimaatbestendig?

30 oktober werkconferentie ‘Blauw zoekt Bouw en vice versa’

Op grote schaal klimaatbestendig bouwen. Zou dat moeten gebeuren, of gebeurt dat al? Als het aan het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie ligt, is de bebouwde omgeving in Nederland in 2050 volledig klimaatbestendig ingericht. Op 30 oktober wordt daarom een werkconferentie klimaatbestendig bouwen georganiseerd.

In het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie spreekt Nederland de ambitie uit om de bebouwde omgeving in 2050 zo goed mogelijk klimaatbestendig en waterrobuust te hebben ingericht. Het programma wil Nederland voorbereiden op klimaatrisico’s als hitte, droogte en overstromingen. Om aan de richtlijnen voor 2050 te voldoen, zal nu al begonnen moeten worden, omdat momenteel de huizen van de toekomst worden gebouwd.

Waterrobuust

Het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving is een complexe opgave. Geen enkele partij kan dit alleen. Daarom slaan bouw- en infrabedrijven, waterschappen en Rijkswaterstaat de handen ineen in het Jaar van de Ruimte. Deze partijen willen samen optrekken en werkafspraken maken. Werkafspraken die een bijdrage leveren aan een klimaatbestendig en waterrobuust Nederland.

Werkconferentie

Bouwend Nederland organiseert daarom op 30 oktober een werkconferentie ‘Blauw zoekt Bouw en vice versa’, waarin niet alleen bouwers aanwezig zijn, maar ook bestuurders van waterschappen en vertegenwoordigers van Rijkswaterstaat. En daarnaast ook wetenschappers, ontwerpers, ontwikkelaars en anderen die werken aan het Nederland van 2050. Geïnteresseerde bouwpartijen kunnen zich aanmelden via Bouwend Nederland

Is Nederland in 2050 volledig klimaatbestendig?

NEN publiceert nieuwe laagspanningsnorm NEN 1010

0
NEN publiceert nieuwe laagspanningsnorm NEN 1010

NEN presenteerde deze week tijdens de vakbeurs Elektrotechniek 2015 in de Jaarbeurs Utrecht een volledig nieuwe editie van de Nederlandse elektrotechnische norm NEN 1010. Deze is niet alleen aangepast aan de jongste internationale elektrotechnische eisen, waarover de afgelopen jaren binnen de Europese Unie overeenstemming is bereikt. Hij loopt daar zelfs op vooruit met aanvullende nationale eisen op het gebied van onder meer zonnestroominstallaties en laadinstallaties voor elektrische mobiliteit.

“Normen zijn voor ons heel belangrijk”, zegt voorzitter Titia Siertsema van brancheorganisatie Uneto-VNI, die de elektrotechnische sector in ons land verenigt. “Er komt zo ongelooflijk veel nieuwe technologie op ons af. Hoe gaan we die als elektrotechnische engineers en installateurs samen toepassen? Daar moet je met z’n allen als sector afspraken over maken, die worden vastgelegd in normen. Anders werkt het niet. NEN 1010 is van alle elektrotechnische normen voor ons de belangrijkste.”

Bijdrage

De brancheorganisatie is zelf dan ook ruim vertegenwoordigd in verschillende normcommissies bij NEN en heeft een belangrijke bijdrage aan de inhoud van de nieuwe NEN 1010 geleverd. Dat werd benadrukt door directeur Willem Wolf van het Koninklijk Nederlands Elektrotechnisch Comité (NEC). Uit zijn handen ontving Siertsema het eerste deel van de nieuwe laagspanningsnorm.

Veranderingen

De huidige NEN 1010 is acht jaar oud. Ook Willem Wolf ging bij de overhandiging in op de vele technologische veranderingen die in die periode op de samenleving afgekomen zijn. De Nederlandse norm dreigde hierdoor achterop te raken bij de ontwikkelingen in de rest van Europa. “Maar met de nieuwe laagspanningsnorm loopt Nederland weer helemaal voorop”, zo benadrukt ook hij. “Er staan zelfs tal van aanvullende specifiek Nederlandse eisen in op het gebied van onder meer zonnestroominstallaties en laadinstallaties voor elektrische auto’s.”
Normcommissie

Wolf sprak veel dank uit voor de inspanningen van de vertegenwoordigers van de bedrijfstak in de normcommissie, die bij NEN verantwoordelijk is voor NEN 1010. Naast leden van brancheorganisatie UNETO-VNI zijn dat deskundigen van onder meer de energieleveranciers, netbeheerders, kennisinstituten en certificerende instellingen. Daarnaast zijn ook de leveranciers van de elektrotechnische componenten en materialen waaruit de installaties worden opgebouwd in de commissie vertegenwoordigd.

Wetgeving

Naar verwachting van Wolf worden de belangrijkste delen van deze nieuwe NEN 1010 – net als de vigerende editie van de norm – per 1 juli 2016 weer via het Bouwbesluit bij wetgeving aangewezen. Maar de nieuwe norm mag ook nu al worden toegepast, omdat hij beter aansluit bij de huidige stand der techniek en de eisen van deze tijd.

7 delen

De nieuwe elektrotechnische norm NEN 1010 bestaat in totaal uit ruim zevenhonderd pagina’s, verdeeld over zeven afzonderlijke delen. NEN publiceert hem ook in een digitale versie, waarin het snel en gemakkelijk zoeken is. Bovendien worden alle komende veranderingen daar direct in doorgevoerd, zodat hij altijd up-to-date blijft.

Ingrijpend

Zo’n tachtig procent van alle rubrieken in de nieuwe norm is veranderd. NEN 1010 bestaat nu voor meer dan negentig procent uit mondiale laagspanningseisen, waarover ook binnen de EU overeenstemming is bereikt. Plus een aantal specifiek Nederlandse aanvullingen. Dit brengt naast vele kleine veranderingen ook ingrijpende aanpassingen voor de elektrotechnische sector in ons land met zich mee. De meest ingrijpende daarvan heeft betrekking op de elektrotechniek in onder meer ziekenhuizen.

Bron: NEN publiceert nieuwe laagspanningsnorm NEN 1010.

Bouw 3 bruggen Amsterdam-Rijnkanaal

0
Bouw drie bruggen Amsterdam-Rijnkanaal

Bekistingsoplossing biedt standaardsystematiek en veiligheid

De bouw van de brug maakt deel uit van het project A1/A6 Diemen-Almere Havendreef; een onderdeel van de weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere. Deze uitbreiding is nodig om voldoende wegcapaciteit te bieden voor de toekomstige ontwikkelingen van de Noordelijke Randstad en de groeiende mobiliteit op de verbinding Schiphol-Amsterdam-Almere. Het project wordt in opdracht van Rijkswaterstaat uitgevoerd als DBFM-contract (Design, Build, Finance and Maintain) door het consortium SAAone waarin VolkerWessels, Boskalis, Hochtief en DIF participeren.

Vrije voorbouwmethode

Een van de onderdelen van het grootschalige project is de bouw van een nieuwe, getoogde brug over het Amsterdam-Rijnkanaal. Deze bestaat feitelijk uit drie bruggen die een overspanning hebben van 142 meter en een totale lengte van ca. 284 meter. De zuid-, noord- en middenbrug hebben een breedte van respectievelijk 17,60 m, 21,50 m en 11,50 m. Opmerkelijk is de bouwmethode die hierbij wordt toegepast. De nieuwe brug wordt namelijk gerealiseerd als vrije voorbouwbrug; een bouwmethode die in Nederland voor het eerst werd toegepast in 1968; de meest recente inzet is van 2000.

Bij deze bouwmethode zijn geen – voor de scheepvaart storende – steigers of ondersteuningsconstructies nodig. Daarentegen wordt gebruik gemaakt van een modulaire constructie waarmee een hydraulisch verplaatsbare, vrije voorbouwwagen wordt samengesteld die bekisting en ondersteuning in één systeem combineert. Gekozen werd voor Doka’s vrije voorbouwwagen; deze is systematisch opgebouwd en kan daardoor eenvoudig aan de gegeven omstandigheden worden aangepast. Door de modulaire uitvoering kan de wagen bovendien flexibel worden ingesteld op verschillende geometrieën. De inzet voor brede en smalle bruggen of brugdelen is daardoor mogelijk.

De vrije voorbouwbrug wordt vanaf de oevers gebouwd, waarbij als eerste de zogenaamde pijlers en hamerstukken op beide oevers worden gerealiseerd; later volgen de landhoofden. Ook voor al deze te bekisten onderdelen werd een beroep gedaan op de bekistingsystemen van Doka. Na realisatie hiervan wordt wekelijks vanaf het hamerstuk met 4 – 5 meter per kant naar beide zijden toe gewerkt. Omdat op deze manier twee gelijke moten aan weerszijden van het hamerstuk worden gemaakt, ontstaat een constructie die in evenwicht blijft.

Werkwijze

Het uitbouwen zelf vindt plaats met behulp van drie sets vrije voorbouwwagens. Hiertoe is vanaf het hamerstuk allereerst een railconstructie aangebracht waarmee de voorbouwwagen steeds wordt verplaatst. Na realisatie van iedere moot, schuift ook de rail hydraulisch mee richting de volgende fase. Op de rails wordt een zelfklemmende vakwerkconstructie gemaakt met voorgemonteerd werkplatform.

Onder het platform worden, hangend aan de vakwerkconstructie, een tweede werkplatform en zijbekistingspanelen gemonteerd. Deze worden geborgd door middel van verticaal bewegende hydraulische vijzels. Op deze manier ontstaat een vaste bekistingsconstructie waarmee een beneden- en bovendek kan worden gestort. Voor het storten wordt de wapening gevlochten en de kanalen voor de voorspanning aangebracht. Vervolgens kunnen aan beide zijden van het hamerstuk de moten worden gestort. Daarbij worden achtereenvolgens de bodemplaat, wanden en dekvloer aan land- en kanaalzijde gestort. Op deze manier wordt het onverhoopt kantelen van de brugdelen voorkomen.

Nadat een moot is gestort en het beton uitgehard, worden eerst de rails hydraulisch horizontaal verplaatst en de totale vakconstructie met werkplatforms hydraulisch ‘gelost’ zodat ook deze in voorwaartse richting kunnen worden verplaatst. Hiervoor wordt weer gebruik gemaakt van dezelfde hydraulische cilinders waarmee ook de rails zijn verplaatst.
Op deze manier worden aan beide zijden van het hamerstuk 14 moten gestort. Na afronding hiervan worden de vrije voorbouwwagens gedemonteerd en aan de andere oever weer opgebouwd. Dankzij de logische systematiek van de Doka vrije voorbouwwagens zijn daarbij korte verplaatsings- en cyclustijden mogelijk.

Veiligheid voorop

Veiligheid speelt in alle fasen en facetten van het bouwproject een belangrijke rol. Alle werkzaamheden worden op hoogte uitgevoerd en optimale bescherming tegen valgevaar is dan ook een eerste vereiste. Zo zijn de werkplatforms uit oogpunt van veiligheid voorzien van geïntegreerde ladders, rugbescherming en zelfborgende mangaten. Dankzij de royaal gedimensioneerde werkwegen van de platforms kan bovendien altijd veilig en efficiënt worden gewerkt.

Daarnaast zorgt de aandrijfeenheid, die voor verplaatsingen van de rails en de bekistingen wordt gebruikt, voor een permanente beveiliging tegen ongewild verrijden, terwijl een continu actief veiligheidssysteem verkeerde bediening uitsluit.

Begeleiding

Omdat de vrije voorbouwmethode geen alledaagse bouwmethode is, bood men op breed vlak ondersteuning. Zo werd het ontwerp door het bedrijf verzorgd, worden de werkzaamheden op locatie ondersteund en begeleid door een speciale bouwplaatsbegeleider en maakt de bouwcombinatie bij de montage gebruik van Doka-specialisten.

[tabs]
[tab title=”Nieuwe brug Amsterdam-Rijnkanaal”]

Wat en waarom nieuwe brug



Rijkswaterstaat verhaalt: Ten zuiden van de Muiderbrug bouwen we een nieuwe brug over het Amsterdam-Rijnkanaal, in de nieuwe verbindingsboog tussen de A9 en de A1. De nieuwe brug is nodig voor deze nieuwe verbinding, de verbreding van de A1 en aanleg van een wisselbaan. Zo kan het doorgaande verkeer sneller van en naar Schiphol. De Muiderbrug blijft gewoon open.

De nieuwe brug wordt 354 meter lang en we maken deze met de vrije voorbouwmethode. Dit betekent dat we geen pijlers plaatsen in het water. Aan beide kanten van het kanaal zetten we steunpunten (hamerstukken) neer. Vanuit daar bouwen we aan weerskanten de brughelften naar elkaar toe in moten van 4 à 5 meter. Dit wordt ter plekke gedaan, dus we gebruiken geen prefabelementen. Het uitbouwen gebeurt volledig symmetrisch: als bij het hamerstuk een moot aan de waterzijde wordt uitgebouwd, doen we dat ook aan de landkant. Zo blijft de constructie in evenwicht.

Vrije doorvaart

Bij deze bouwmethode gebruikt men geen steigers en komen er ook geen andere steunpunten in het water. Het scheepvaartverkeer heeft zo nauwelijks last van de werkzaamheden en kan gewoon doorvaren. En ook als de brug klaar is varen boten ongehinderd door.

Op hoogte

Om te meten of de brug in aanbouw niet beweegt en op juiste hoogte blijft, gebruikt men geen sensoren, maar meet men eventuele afwijkingen met landmeetapparatuur. Om de brug te fixeren gebruikt men aan de landzijde hulpkolommen die de brug ondersteunen. Tussen deze kolommen en het brugdek zitten vijzels, een soort grote auto­krikken, die de brug op de juiste hoogte stellen. Met ankerstangen koppelen we de kolommen aan de brug. Deze stangen kunnen alle trek- en drukkrachten opnemen. Dagelijks controleren we de hoogte van de brug en tot nu toe zijn er geen afwijkingen geconstateerd.

Hogesterktebeton

Voor de bovenbouw van de brug, dus de hamerstukken en de voorbouw, wordt hogesterktebeton (HSB) C70-85 gebruikt. Dit is een betonmengsel dat een hogere betondruksterkte kan weerstaan dan traditioneel beton. Belangrijke eigenschappen zijn de hoge eindsterkte en de snelle sterkteontwikkeling. Constructies met HSB zijn slanker, lichter en er zijn grotere overspanningen mogelijk. ­Verder is het slijtvaster en dichter van structuur dan traditioneel beton.

Onopvallend

Het uitgangspunt voor het ontwerp van de nieuwe brug is om er een onopvallend bouwwerk van
te maken. De constructie laat dat ook toe. De Muiderbrug ernaast is al opvallend met de pylonen en tuien en verderop heb je ook de boogbrug van de spoorlijn Amsterdam – Hilversum/Almere.

De nieuwe brug over het Amsterdam-Rijnkanaal bestaat uit drie afzonderlijke bruggen. Hiervoor is gekozen omdat de brug in een bocht ligt. Vanwege de wegligging voor het verkeer ligt een bocht altijd schuin. Met één brug zou het hoogteverschil tussen de binnen- en buitenbocht te groot zou zijn; maar liefst een meter. Met drie afzonderlijke bruggen is dat verschil veel kleiner.
Het zuidelijke deel is 17 meter breed (3 rijstroken + vluchtstrook), het middendeel is 11 meter breed (wisselbaan met twee rijstroken) en het noordelijk deel is 21 meter breed (vier rijstroken + vluchtstrook).

Zuidelijke deelbrug

Eerst wordt de zuidelijke deelbrug gebouwd met de rijstroken van de A9 naar de A1. Eind juni 2015 is deze deelbrug gedicht. Het midden- en noordelijke deel volgen eind 2015. De zuidelijke deelbrug helpt intussen om de rest van de bouw te vergemakkelijken: de aannemer gebruikt deze brug voor aanvoer van materiaal en materieel. Pas als verbindingsboog van de A9 naar de A1 in zijn geheel gereed is, kan het ‘gewone’ verkeer over alle delen van de nieuwe brug gaan rijden.

Muiderbrug blijft

Er wordt gedacht dat de Muiderbrug weggaat als de nieuwe brug gereed is én de A1 naar het zuiden wordt verlegd. De Muiderbrug blijft bestaan en is ook nodig: de snelweg A1 blijft over deze brug lopen en gaat pas ten oosten van de Muiderbrug iets naar het zuiden. De nieuwe brug over het Amsterdam-Rijnkanaal is dus niet ter vervanging van de Muiderbrug, maar komt in de nieuwe verbindingsboog tussen A9 en A1 te liggen. Ten oosten van de bruggen komen beide wegen bij elkaar.

[/tab]
[tab title=”Info”]
Doka

[/tab]
[tabs]

Bouw 3 bruggen Amsterdam-Rijnkanaal.

Apeldoorn krijgt Veluwe Trade Center

0
Apeldoorn krijgt Veluwe Trade Center
Apeldoorn krijgt Veluwe Trade Center

Het voormalig kantoorgebouw van de ING-bank in het centrum van Apeldoorn wordt vanaf vandaag getransformeerd tot een Veluws handelsgebouw. Het gebouw, gelegen naast het gemeentehuis van de stad, is ontworpen door architectenbureau Alberts & Van Huut.

“Ambitieus hergebruikproject met handelsgebouw in centrum Veluwe”

Antroposofisch

Het architectenbureau ontwierp het gebouw destijds vanuit antroposofisch en organisch gedachtegoed. Dat wil zeggen dat de mens, de gebruiker, en zijn behoefte aan licht, ruimte en een natuurlijke omgeving, centraal staat bij het ontwerp. Zo kent het gebouw in Apeldoorn een groot atrium dat belicht wordt door een glazen dakkoepel. De Klarenbeekse ondernemer Sam Verwaijen is de voortrekker van dit ambitieuze hergebruikproject.

Handelscentrum

Verwaijen zet in op een bedrijfsverzamelpand, met kantoorruimte, horecagelegenheid en flexplekken. “Veluwe Trade Center is met het nieuwe concept ideaal voor corporate-afdelingen van bedrijven of voor moderne dienstverleners die oog hebben voor een originele werkplek.” Verwaijen ziet een laagdrempelig handelscentrum voor zich waarin, naast de vaste bewoners, Veluwse zakenmensen elkaar in een ongedwongen sfeer ontmoeten, met elkaar eten en zaken doen.

Het voormalige kantoorgebouw van de ING-bank aan de Regentesselaan 1 in het centrum van de Veluwse stad opent als de planning het verder toestaat in oktober het handels- en bedrijfsverzamelgebouw.

Zie ook: Groengevel voor WTC Rotterdam.

Halftime-methode

0
Halftime-methode

Katalysator voor procesverbetering in de bouw

Snelle veranderingen in de wereld zorgen ervoor dat samenleving in de stad steeds complexer wordt. Deze ontwikkeling vraagt om vernieuwing van processen bij bouwprojecten. Een katalysator die deze vernieuwing op gang brengt is de Halftime-methode.

Begin van deze eeuw introduceerde de Hollandsche Beton Groep (nu BAM) het concept Halftime, geënt op het gedachtegoed van de managementgoeroe Jim Collins over katalysatormechanismen. Collins wilde een brug slaan tussen de vaak ambitieuze en meer dan eens onhaalbaar lijkende doelen van managers en de vraag hoe die te concretiseren en om te zetten in resultaten. Meestal gebeurt dat met nieuwe trainingen, regels en procedures. Maar dat was volgens Collins contraproductief. Hij stelde voor mechanismen te introduceren gestoeld op een omkering van het denken die daardoor een verandering te weeg kunnen brengen. Aanbesteden niet op geld, maar op tijd, oftewel de Halftime-methode.

Samenwerking: logisch?

We praten met Geert-Jan Verkade, coach/verbinder bij SBRCURnet en kenner van de Halftime-methode. “Halftime is een katalysator die mensen verleidt om projecten in een kortere tijd te realiseren. Niet door lange werkdagen van zeven dagen per week. Nee. Door slimmer te werken, kunnen we innovaties toepassen en (tijd)winst boeken. Slimmer werken in zowel de planfase, voorbereidingsfase als in de uitvoeringsfase. Aan de basis ligt het échte samenwerken in de keten. Samen rondlopen op een project, samen het gesprek voeren met meerdere uitvoerders en opdrachtgevers. Samen hetzelfde doel voor ogen hebben. ‘Jongens, we staan voor een opgave. Met ’s avonds een uurtje doorwerken lukt het niet. Als we het echt sneller moeten realiseren, laten we dit project dan eens echt anders aanpakken, naar het hele proces kijken. Zijn er slimme oplossingen? Is in het vergunningenproces (tijd)winst te halen? Of zullen we het anders aanbesteden? Kunnen we een andere duurzame constructie of innovatieve bouwmaterialen gebruiken? Laten we vooral heldere afspraken maken met onze (onder)aannemers en toeleveranciers. Of de keten eens omdraaien en het materiaal, de rioolbuis, als uitgangspunt te nemen’. Die manier van denken, die samenwerking, daar heb ik het over.”

Het klinkt logisch: samenwerken. Verkade lacht en zegt: “Ja… maar samenwerken is in de praktijk heel lastig! Onlangs zat ik bij een middelgrote gemeente. Het projectteam bestond uit veertien mensen. Prima om een team te hebben. De projectleider wilde echter elke maand met al die mensen om tafel zitten. Dit terwijl het ingenieurswerk aan een ingenieursbureau werd uitbesteed. Dus zei ik: ‘Is een bijeenkomst met z’n allen elke maand wel nodig? Is iedereen gedurende de tweeënhalfuur durende vergadering productief?’ Hij moest beamen dat dit niet het geval was. Niet elk onderdeel van de vergadering bleek voor iedereen even interessant. De projectleider besloot vervolgens een team van vier samen te stellen voor regelmatig overleg. Zouden er specifieke vragen zijn over het project, dan kon hij altijd nog de aangewezen persoon aanspreken. Resultaat? In het project wordt veel tijd bespaard.”

Geert-Jan Verkade vervolgt: “Een ander voorbeeld van inefficiëntie is dat de kennis en kunde van het uitvoerende bedrijfsleven in het begin van een project niet of te weinig wordt betrokken onder het mom dat de aanbestedingsregels het niet zouden toelaten. Stel, opdrachtgever en aannemers lopen over een kruispunt. Ze komen tot de conclusie dat ‘bij vijf meter opschuiven’ van de rotonde ruim 60.000 euro aan uitvoeringskosten bespaard zou kunnen worden. Goed idee, maar helaas blijkt dat een alternatief dan niet meer mogelijk is. Het project is al als bestek op de markt gebracht. Nogmaals, wordt er met de Halftime-methode gewerkt, dan vindt afronding in kortere tijd plaats, met minder verspilling van menscapaciteit en materiaal en minder hinder bij uitvoering van het project, wat weer randvoorwaarden zijn voor zo duurzaam mogelijke projecten.”

Halftime-methode keuzediagram
Keuzediagram voor het al dan niet toepassen van ‘halftime’ om projecten veel sneller af te ronden. (bron: Ruijtenbeek en Van Atten, stadsontwikkeling rotterdam 2012)

Boskoop

Op de site Halftime.nl van SBRCURnet staan inmiddels diverse succesvolle projecten op basis van het Halftime-principe. Zo ook het project in Boskoop. In deze plaats ging het vorig jaar over de reconstructie van het Zuidwijk, een ruim één kilometer lange weg met veel omliggende boomkwekerijen en handelsbedrijven. Aanvankelijk had de gemeente een maandenlange reconstructie met gedeeltelijke afsluitingen gepland, maar in overleg met de aannemer Dura Vermeer Infrastructuur Zuid West is een alternatief uitgewerkt dat een grote besparing opleverde in termen van tijd en overlast. Gedurende de eerste twee weekenden is de bestaande wegconstructie verwijderd en vervolgens de nieuwe constructie tot en met de fundering geheel opgebouwd. De opbouw van de constructie bestond voornamelijk uit lichte ophoogmaterialen zoals bims. De laatste twee weekenden werd het asfalt, de onder- en tussenlagen en de zwart-rode deklagen aangebracht. Alle omliggende werkzaamheden vonden tijdens normale werkdagen plaats.

Rotterdam

Het is niet noodzakelijk, maar om het Halftime-principe als het ware te ‘legimiteren’, kan het afsluiten van een open convenant praktisch zijn. De gemeente Rotterdam bijvoorbeeld sloot een open convenant met het mkb in de regio Rijnmond. Al in een vroeg stadium wordt het mkb betrokken in het proces bij planvorming. De stad kan zo de expertise en creativiteit van de bedrijven optimaal benutten. Dankzij de goede communicatie en heldere afspraken verloopt het bouwproces sneller met minder overlast voor de omwonenden. Verkade: “ In de bouwvakantie van dit jaar is in Rotterdam de herinrichting van het Zuiderkruis – een kruispunt nabij metrostation Maashaven in Rotterdam Zuid – uitgevoerd met toepassing van de Halftime-methode. De voorbereidingen zijn getroffen met een convenant tussen de gemeente en het mkb. De bewoners mochten kiezen voor een korte, hevige overlast van een maand of minder overlast voor een periode van vier maanden met een traditionele uitvoering. Er vond volledige afsluiting van het projectgebied – onderdeel van een hoofdroute binnen Rotterdam – plaats. De uitvoering van het project geschiedde in de vakantieperiode. In die periode is sprake van 25% minder verkeer. Tot slot werd op meerdere plaatsen tegelijk gewerkt met werktijden van maximaal 16 uur per etmaal. Resultaat? De kruising is in vier weken volledig opnieuw ingericht, met toevoeging van extra afslaande rijstroken, het wijzigen van rijrichtingen en tramspoorconstructies, het aanpassen van riolering, het vernieuwen van de verkeersregelinstallatie, openbaar vervoer en de bewegwijzering.”

Tribunebijeenkomsten

Regelmatig organiseert SBRCURnet zogenaamde Tribunebijeenkomsten. Tijdens deze bijeenkomsten ontmoeten opdrachtgevers en uitvoerders (marktpartijen) elkaar om ervaringen met elkaar uit te wisselen en best practices op basis van de Halftime-methode aan de orde te stellen. “Partijen leren zo van elkaar.”

Geert-Jan Verkade tot slot: “Ik durf te stellen, dat we over tien jaar het proces in de bouw beter georganiseerd hebben. Maar dat iedereen dan zegt: ‘Dat is Halftime!’. Nee, daar geloof ik niet in. Eens in de drie tot vier jaar komt er een methode naar voren die te gebruiken is als katalysator voor het beter organiseren van het proces. We doen het nu veel beter dan 20 jaar geleden. De sector ontwikkelt zich. Omdat de maatschappelijke druk groter wordt, de kosten steeds oplopen en er meer en meer belangen spelen, moeten we steeds weer een nieuwe stap zetten. Oplossingen bedenken en het duurzamer en handiger doen. Nu is Halftime de katalysator. Wie zal zeggen wat over tien jaar de katalysator is?”

[tabs]
[tab title=”Info”]
Video over de Halftime-methode

Extra informatie is te vinden op deze websites over de halftime-methode en de website van SBRCURnet. Hier vind u voorbeelden van projecten op basis van het Halftime-methode en een koppeling naar Open convenant Rotterdam.

[/tab]
[tab title=”Handreiking Halftime”]
Vanaf oktober 2015 is de handreiking Halftime gratis te downloaden op SBRCURnet. In de handreiking wordt de werkwijze op basis van Halftime verder uitgelegd en verdiept en de aanpak beschreven voor de keuze en uitvoering van projecten. De handreiking staat vol tips & tricks over hoe de Halftime-methode te implementeren binnen de organisatie.

[/tab]
[/tabs]

Groot vraagoverschot op Amsterdamse woningmarkt

0
Groot vraagoverschot op Amsterdamse woningmarkt
Groot vraagoverschot op Amsterdamse woningmarkt

De vraag naar nieuwbouwwoningen in Amsterdam is momenteel veel groter dan het aanbod. De afgelopen maanden is er een run ontstaan op beschikbare woningen in nieuwbouwwijken als het Holland Park Diemen en de Houthavens. Dat meldt het Parool. Uit de cijfers blijkt dat sprake is van een groot vraagoverschot op de Amsterdamse woningmarkt.

De Amsterdamse krant berichtte zaterdag dat er meer dan tweeduizend aanmeldingen zijn voor driehonderd woningen in de Houthavens, en daarnaast tienduizend geïnteresseerden voor drieduizend huizen in het Holland Park, een kantorenpark in Diemen Zuid, dat dit jaar getransformeerd werd tot woonwijk.

Loting

‘Wat nu gebeurt, is gekkigheid. Vanaf februari is de markt geëxplodeerd. Voor het Parkblok waren 130 woningen beschikbaar, we hebben 2085 aanmeldingen ontvangen.’ Aldus Eric van Oversteeg, die namens projectontwikkelaar Synchroon huizen verkoopt in de Houthavens. De huizen worden nu via loting toegewezen.

Lage hypothekrente

Voor het nieuwbouwproject Create IJburg in Amsterdam-Oost kwamen 750 aanmeldingen voor 42 plekken. De laatste jaren zijn veel nieuwbouwprojecten niet doorgegaan wegens gebrek aan geïnteresseerden. Het lijkt erop dat de huizenkopers die hebben gewacht totdat de economie zich zou herstellen, nu allemaal tegelijk een woning zoeken. Daarbij speelt mee dat de hypotheekrente momenteel op een laag niveau staat.

Lange termijn

In 2014 is de bouw van het aantal woningen in Amsterdam al verdubbeld ten opzichte van 2011, zo meldt de Amsterdamse Federatie Woningcorporaties. De gemeente, Huurdersvereniging Amsterdam en de woningcorporaties hebben een samenwerkingsakkoord gesloten waarin is bepaald dat ieder jaar minimaal twaalfhonderd sociale huurwoningen zullen worden gebouwd in alle delen van de stad. Door vergrijzing en het feit dat ouderen langer thuis blijven wonen en vluchtelingen- en migratiestromen, is de verwachting dat ook op de langere termijn een grote behoefte aan nieuwbouw in Nederland aanwezig zal blijven.

Verdubbeling vergunningen nieuwe woningen

0
Verdubbeling vergunningen nieuwe woningen

Bouwend Nederland bericht: In de eerste helft van dit jaar is er voor de bouw van bijna 31 duizend woningen een vergunning verleend, zo blijkt uit cijfers van het CBS. Dit betekent een verdubbeling in vergelijking met een jaar geleden. Vooral de ‘bouwers voor de markt’ vroegen meer vergunningen aan, maar ook woningcorporaties lieten weer positieve groeicijfers zien. Niet alleen in de koopsector gaat het goed, ook zijn er bijna twee keer zoveel vergunningen aangevraagd voor huurwoningen. Wel zijn er regionale verschillen.

Het is nog niet zo lang geleden, dat een absoluut diepterecord werd bereikt in het aantal verleende bouwvergunningen voor nieuwbouwwoningen. In geheel 2013 werden volgens het CBS nog geen 27 duizend vergunningen verleend. Precies een jaar geleden schreef Bouwend Nederland bij de publicatie van de halfjaarcijfers van 2014, dat ‘sinds enige tijd de weg omhoog weer is gevonden’. Een jaar later kan men vaststellen, dat de keer ten goede zich in versneld tempo heeft doorgezet. Dit jaar werden er ruim 15 duizend vergunningen per kwartaal verstrekt. Twee keer zoveel als een jaar geleden.

Bouwers voor de markt

De groei van ruim 15 duizend woningen, wordt voor meer dan driekwart gerealiseerd door de ‘bouwers voor de markt’. Deze opdrachtgevers kregen in het eerste halfjaar voor ruim 22,5 duizend nieuwe woningen een bouwvergunning. Dat waren er ruim 12 duizend meer (+115 procent) dan een jaar geleden. Er werden niet alleen meer vergunningen verleend voor de bouw van koopwoningen (+9.500), maar ook voor huurwoningen (+2.750).
Ook de woningcorporaties wisten bijna twee keer zoveel vergunningen te realiseren. Er werden 2.300 meer vergunningen aan corporaties verstrekt, waarvan 1.600 voor huurwoningen. Daarmee kwam de teller in de eerste helft van dit jaar te staan op 4.800 verleende vergunningen. Aan particuliere opdrachtgevers werden in de eerste zes maanden van dit jaar ruim 3.200 bouwvergunningen verstrekt. Dit komt overeen met een groei van 50 procent.

Verschil per regio

Kijkend naar de regionale ontwikkeling, dan valt vooral de sterke groei in de provincie Noord-Holland op. In het eerste halfjaar werden maar liefst 3,5 keer zoveel vergunningen verleend als een jaar eerder. De ruim 4.800 verstrekte vergunningen waren dus goed voor bijna een derde van de totale groei. Ook de provincie Zeeland maakte relatief gezien een sterke groei door, maar in absolute zin gaat het om kleine (van 300 naar bijna 900 vergunningen) aantallen.
De provincies Gelderland en Zuid-Holland scoren relatief bescheiden groeicijfers (rond de 50 procent). Met een minieme toename (100 vergunningen) is de provincie Groningen afgetekend hekkensluiter. Een forse toename in de koopsector (+ 400 vergunningen) werd voor een belangrijk deel teniet gedaan door een teruglopend aantal (- 300) vergunningen in de huursector. Daarnaast is alleen in de provincie Flevoland het aantal vergunningen voor de bouw van huurwoningen nog (licht) afgenomen.

55 duizend en meer

In de afgelopen vier kwartalen is voor de bouw van bijna 55 duizend woningen een vergunning verleend. In de tweede helft van 2014 werden er gemiddeld 4.000 vergunningen per maand door gemeenten uitgegeven. Dit jaar ligt dat gemiddelde tot nu toe op meer dan 5.100 vergunningen. In dit licht bezien is het goed mogelijk dat de grens van 60 duizend vergunningen dit jaar wordt bereikt. Zeker als ook nog eens in ogenschouw wordt genomen dat niet alle gemeenten hun vergunningen bij het CBS melden. Het EIB schat het aantal niet gemelde vergunningen in de laatste vier kwartalen op een kleine 2 duizend.

[tabs]
[tab title=”Bron”]
Bouwend Nederland en CBS

[/tab]
[/tabs]

Verdubbeling vergunningen nieuwe woningen.