Home Blog Pagina 360

Beleid van gemeenten drijft winkelleegstand op

0
Leegstand VBO makelaar Winkelleegstand

Hans van der Ploeg, directeur brancheorganisatie VBO Makelaar

De winkelleegstand in Nederland blijft groeien. Ook het afgelopen jaar nam deze volgens ABN AMRO weer met 1% toe. Vooral in kleine en middelgrote steden vallen steeds meer gaten in de winkelstraten. En zeker 15.000 winkels lopen het risico failliet te gaan. Wat moeten we doen met kansloze winkellocaties? Opgeven? Onderzoek toont aan dat gemeenten een belangrijke rol spelen in het ontstaan van winkelleegstand. Brancheorganisatie VBO Makelaar is van mening dat het ontbreekt aan regionale afstemming en een algemeen belang.

In 2014 werd voor 13% van de leegstaande winkelpanden een andere bestemming gevonden. Zo’n 26% werd uiteindelijk opnieuw ingevuld door detailhandel, dienstverlening of horeca. Maar voor iets meer dan 60% werd geen invulling gevonden. Er kwamen dus meer nieuwe leegstaande panden bij dan er vorig jaar konden worden ingevuld. Gevolg: op dit moment staan er bijna 17.000 winkelpanden leeg. Vooral kleine, kleurloze winkelcentra en randzones van centra hebben het moeilijk. Loop door een willekeurige winkelstraat of -centrum en de borden ‘Te huur’ komen je tegemoet. Ook het aantal vierkante meters winkel­verkoopoppervlak nam toe. De leegstand in de perifere gebieden kun je nog wijten aan krimp. Maar ook in de centra van steden waar de krimp niet of nauwelijks een rol speelt, zien we toenemende leegstand en dalende huurprijzen. Uiteraard heeft de economische crisis zijn sporen nagelaten in de detailhandel. De consument hield de hand lang op de knip. En welke detaillist kan nog een hoge huur betalen? Maar ook te veel van het zelfde doet het winkelbestand geen goed. Internet tenslotte wordt ook met enige regelmaat genoemd als oorzaak voor de toenemende winkelleegstand. Steeds meer klanten winkelen immers digitaal. Toch blijkt uit onderzoek van Locatus dat het effect van internet op het aantal vierkante meters winkeloppervlakte en locaties onder de 5% blijft. Dat is een stuk minder dan verwacht. Maar wat is dan wel de grote boosdoener? Of beter gezegd: wie is de grote boosdoener?

Solistisch beleid

Gemeenten spelen een belangrijke rol bij de (her)ontwikkeling van winkelcentra. Nieuwe centra ontstaan, terwijl bestaande centra op de schop gaan of nog aantrekkelijker moeten worden gemaakt voor het winkelend publiek. In die ontwikkeling ontbreekt te vaak een regionale afstemming en algemeen belang. Het is ‘ieder voor zich, de markt voor ons allen’. Naar mijn mening is dit een belangrijke verklaring voor de toenemende leegstand van winkels. Immers, een goed beleid van lokale- en provinciale overheden en samenwerking ontbreekt. Stedelijke ontwikkelingen zijn prima, als die maar binnen een regionale visie passen. Maar gemeenten zijn te zeer op hun eigen belang gefocust, zonder op buurgemeenten te letten en het grotere plaatje te zien. Daarom zitten we nu met leegstand, zou ik met een zekere ironie kunnen zeggen. Zo haalde de winkeliersvereniging Stadshart Zoetermeer zich onlangs nog de woede op de hals van de winkeliers uit het centrum van Gouda. De Goudse binnenstad hing vol met posters om vooral in het naburige Zoetermeer te komen shoppen. Ook bij het winkelcentrum Leyweg in Den Haag dreigt het mis te gaan. Het ligt dicht bij het grote winkelcentrum In Den Boogard, net over de gemeentegrens van Rijswijk. Deze twee winkelcentra hebben het allebei moeilijk. Reden: ze liggen te dicht bij elkaar en trekken elkaars klanten weg. Oorzaak: ze vallen onder verantwoordelijkheid van twee verschillende gemeenten. En dan hebben we het nog niet over het andere grote winkelcentrum in de regio, Leidschenhage.

Hans van der Ploeg - vbo-makelaar
beeld: roger wouters

Te veel gemeenten hebben de afgelopen jaren een solistisch beleid gevoerd en zijn hardleers. Ze zijn te veel op hun eigen belang en niet op het algemeen belang gefocust. In een bijna niet te stuiten race om de gemeente naar een hoger plan te brengen, gingen centra van steden op de schop. Om de vernieuwingen en verbeteringen – ook van algemeen nut – te financieren, werden vaak ook weer nieuwe centra ontwikkeld. De extra vierkante meters winkel en woonruimte moesten geld genereren, zodat de ontwikkelaar en de gemeente beide aan hun trekken kwamen. Maar dat bleek vaak wishful thinking.

Onderzoek Van der Heijde

Uit onderzoek van dr. Pieter van der Heijde, directeur van Bureau Stedelijke Planning, blijkt dat gemeenten, al dan niet in samenwerking met projectontwikkelaars, verschillende programma’s doelbewust flink hebben opgepompt. Gemeenten domineren het ontwikkelingsproces van nieuwe centra. In het boek ‘Nieuwe Centra in Nederland, het krachtenveld in de arena van de stedelijke ontwikkeling’ weidt hij uit over het aantal vierkante meters dat bij een aantal gemeenten stelselmatig is opgehoogd en verschoven naar functies waar het meeste te verdienen valt: winkels. Maar ook bij de ontwikkeling van kantoren kennen we dit fenomeen. De in het boek onderzochte gemeenten hadden twee doelstellingen. ‘Aan de ene kant streefden ze naar een goede ruimtelijke ordening. Aan de andere kant ging het om grondexploitatie. Deze combinatie heeft niet altijd gelukkig uitgepakt’. In het boek worden de Megastores in Den Haag als lichtend voorbeeld geanalyseerd: ‘daar zijn echt fouten gemaakt in de ontwikkeling. Er is onvoldoende marktonderzoek gedaan en de gemeente streefde naar het optimaliseren van de inkomsten uit de grondexploitatie’. De gemeente had twee petten op: ‘die van de bewaker van de ruimtelijke ordening en die van private partij die is gericht op grondexploitatie’. Pieter van der Heijde is van mening dat de dubbelrol van gemeenten moet worden voorkomen. Ik ben het met hem eens.

Maar wat moeten we nu met de huidige leegstand doen? Recent onderzoek toonde ook aan dat de waarde van winkelvastgoed met name wordt bepaald door de hoeveelheid horeca in een bepaald winkelgebied. Dat zie je goed in de binnensteden. Deze hebben meer functies waardoor ze meer publiek trekken. Daar draait het veel meer om beleving. Conclusie: voeg functies toe aan het bestaande aanbod én verhoog de bereikbaarheid. Winkeliers in de centra klagen steen en been dat de parkeergelegenheid ver onder de maat is. Terwijl de consument grof geld kwijt is aan parkeerkosten.

Regionale afstemming

Veel beleid kent enkele jaren aanlooptijd voor het geëffectueerd wordt. Bijsturen waar mogelijk en intrekken van nieuwe ontwikkelingen zou al verlichting kunnen brengen. Concentratie van het winkelaanbod in plaats van uitbreiden kan het evenwicht weer helpen herstellen. Daarom pleit ik ervoor dat de beleidsmakers van gemeenten in regionaal verband met marktpartijen en belangenorganisaties samen een goede analyse van de huidige situatie maken. En dan kijken naar oplossingen voor de toekomst. Gemeenten moeten over de grenzen leren kijken en marktonderzoek verrichten naar nut en noodzaak. Er is behoefte aan een goede inventarisatie van wat consumenten willen en wat er moet gaan gebeuren op midden – en vooral op langere termijn. Vervolgens moeten we dat uitrollen in regionaal verband. We zitten niet te wachten op gemeenten die beleid ontwikkelen voor nog meer winkelruimte. Áls die al verhuurd wordt, kunnen ze bij buurgemeenten leegstand veroorzaken. Ik ben geen voorstander van te veel overheidsbemoeienis met welk beleid dan ook. Maar voor een evenwichtige winkelvoorraad (zowel in diversiteit als in aantal), is het hoog tijd dat gemeenten hun verantwoordelijkheid nemen. Zij zullen in regionaal verband met marktpartijen en belangenorganisaties samen een goede analyse van de huidige en toekomstige situatie moeten maken met de juiste pet op. De private pet moet af.

Duurzaamste verzamelpand van Nederland

0
Business Garden Amersfoort

Impopulaire leegstand biedt kans voor creatieve geesten

Wat zijn de best practices voor de afstoot van leegstaand (rijks)vastgoed? In Amersfoort staat men te popelen om te beginnen aan de transformatie van het voormalig belastingkantoor. Transformatie tot een extreem duurzaam bedrijfsverzamelpand, met uitstraling naar de hele buurt. Het belastingkantoor staat al ruim tien jaar leeg, op een toplocatie tegenover het Centraal Station. Een steen des aanstoots, die op het punt staat om als hoeksteen te worden ingezet.

Na de nodige publiciteit, eind vorig jaar, is de afstoot van rijksvastgoed inmiddels in volle gang. BU berichtte er over in nummer 1 van dit jaar. Ter opfrissing: door de doelstelling van een efficiëntere en kleinere overheid zal het Rijk tot en met 2020 3,5 miljoen vierkante meter beschikbaar vloeroppervlak afstoten. Daar zit van alles tussen, zo blijkt wanneer men een korte blik werpt op de site van het Rijksvastgoedbedrijf. Het geheel aan vastgoed wordt gefaseerd en vaak via tussenmakelaars aangeboden op de markt. De afstoot is nu enkele maanden onderweg, en hoewel het nog te vroeg is om conclusies te trekken, wordt door Rijk, provincie en gemeenten druk gezocht naar de beste organisatie hiervan. Nieuwe samenwerkingen en creatieve oplossingen worden gezocht en gevonden. Gezond verstand, een dosis creativiteit en hulp van onverwachte partners kunnen daarbij tot bijzondere oplossingen leiden. Maar niet altijd worden er oplossingen gevonden. Hoe functioneert de weegschaal die wikt en beschikt tussen sloop of herbestemming van een pand? En hoe lang duurt die overweging? Welke kansen en onmogelijkheden zijn er met het leegstaand vastgoed? Het hele scala tussen herbestemming en sloop komt voorbij wanneer men kijkt naar het lot van tientallen afgedankte belastingkantoren in Nederland.

Grijze kolossen

Niet zelden zijn belastingkantoren de saaiste en lelijkste panden die de rijksoverheid in de portefeuille heeft. Grijze kolossen uit de jaren zeventig. Het motto ‘leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker’, is terug te zien in de architectuur van deze gebouwen. Wellicht heeft dat ooit een functie gehad, om de gefrustreerde belastingbetaler bij het naderen van een dergelijk kolos te ontmoedigen. Het verkopen van deze gebouwen is er echter niet leuker of makkelijk van geworden. Leegstaande kantoren te over in Nederland. Het is niet waarschijnlijk dat veel van deze belastingkantoren een nieuwe invulling krijgen als kantoor. Aannemelijker is dat een geïnteresseerde partij een grondige herbestemming in het achterhoofd heeft. Succesvolle herbestemming is niet zelden afhankelijk van de uitstraling en de geschiedenis van een gebouw, maar welk verhaal vertel je, als verhuurder van bedrijfsruimte of appartement, over de identiteit en geschiedenis van een gebouw dat enkel dienst heeft gedaan als belastingkantoor? Er zijn tot op heden weinig voorbeelden van succesvolle herbestemming van belastingkantoren. Enerzijds omdat ze tot voor kort niet veel op de markt kwamen, anderzijds omdat dergelijke gebouwen nu eenmaal niet tot de verbeelding spreken. Mocht het al lukken om een belastingkantoor succesvol te transformeren, dan zal de geschiedenis van het pand niet breed uitgemeten, maar eerder verzwegen, vergeten of weggemoffeld worden.

Antikraak

Maar het kan. Het voormalig belastingkantoor te Amersfoort staat namelijk op het punt om omgetoverd te worden tot het meest duurzame bedrijfsverzamelgebouw van Nederland. Het project is gedoopt als ‘Business Garden’. Een opmerkelijk verhaal, inspirerend en verontrustend tegelijk, want eens te meer blijkt dat het wat voeten in de aarde heeft om met een verpauperd belastingkantoor iets moois te doen. Anno 2006 stond het gedeelte dat ooit als belastingkantoor had gefungeerd al jaren leeg, terwijl de andere helft van het gebouw nog dienst deed als rechtbank. Werktuigbouwkundige Paul Heistein was destijds werkzaam bij Essent en zocht een ruimte om aan de slag te gaan met zijn hobby: duurzaamheid. Destijds nog niet zo’n hippe term als nu en zeker nog niet zo sterk verbonden aan de gebouwde omgeving. Heistein fietste iedere dag langs het lege pand, gelegen tegenover het Centraal Station van Amersfoort. Hij zag direct de potentie van de locatie en vroeg de eigenaar, VROM, of er ruimte beschikbaar was. Het gebouw bleek bewoond te worden door antikraakstudenten en Heistein kon, tussen de studenten in, aan de slag met zijn duurzaamheidsideaal. Via de organisatie OnePlanet werkte hij aan allerhande duurzaamheids­initiatieven. De eerste plannen voor koop en renovatie van het pand stammen uit 2009. Heistein moest van ver komen, bekostigde de voorbereidingen van het project deels uit een afvloeiingsregeling. Maar na vijf jaar is hij dicht bij de realisatie van zijn droom, het meest duurzame bedrijfsverzamelgebouw van Nederland. “Omdat ik met duurzaamheid bezig was, kreeg ik van VROM alle ruimte om het pand te benutten. Zo rond 2009 bleek dat de rechtbank ook zou vertrekken. Toen heb ik direct navraag gedaan wat er ging gebeuren. Er bleken echter geen plannen voor het gebouw te zijn. Het pand was destijds al in slechte staat. Ik heb direct geïnformeerd: ‘is het te koop en wat is de prijs?’”

Business Garden Amersfoort_3

Burger aan de keukentafel

Heistein begon letterlijk als burger aan de keukentafel. Dat de gemeente Amersfoort en het Rijk hem de kans gaven om zijn plannen te ontwikkelen, toont aan hoeveel ruimte er – letterlijk en figuurlijk – is voor particulier initiatief, om iets moois te doen met dergelijke ‘impopulaire’ kantoorpanden. Het gebrek aan marktwaarde betekent een kans voor anders denkenden als Heistein. En momenteel helpt de tijdgeest een handje. Destijds, in volle crisis, was de omgeving sceptisch. Zo veel geslaagde voorbeelden van herbestemming als tegenwoordig waren in 2009 nog niet voorhanden. “We hebben nooit gekeken naar de externe omstandigheden, maar zijn onze eigen droom nagevolgd. We hebben inderdaad wat spreekwoordelijke regen, hagel en windstoten moeten trotseren”, aldus Heistein hierover. Het is een ongebruikelijke procedure. Heistein heeft er ‘veel eigen risico en eigen tijd in gestoken’ en wordt grotendeels bijgestaan door vrijwilligers. Daarmee heeft het project een idealistisch karakter. Bij gemeente en Rijk leverde dat goodwill op. Economisch gezien bleek het echter moeilijker om draagkracht voor het project te vinden. “We hebben zelf niet genoeg geld om het gebouw te kopen. We hebben goed naar beleggers moeten zoeken. Maar op zeer korte termijn zal de koop van het pand plaatsvinden. In eerste instantie is gekeken naar bouwbedrijven als beleggers, maar die wilden enkel als tussenfinanciers fungeren.
Er zijn heel veel wolven op de markt, die misbruik van onze willen maken. Die zijn bezig met green washing. Onder het mom van duurzaamheid willen ze zo veel mogelijk geld verdienen. Daarnaast waren er andere partijen die deze toplocatie wilden hebben om te slopen en nieuwbouw te realiseren.” Stap voor stap werkte Heistein aan draagvlak voor zijn droom. “Je hebt in 360 graden goede relaties nodig. Omgeving, huurders, gemeenten, geldschieters, technici en architecten. In het midden sta je alleen met je verhaal. Het is een kwestie van doorzetten en nooit opgeven.”

Voorkeursrecht

Een opmerkelijke rol is weggelegd voor het Rijksvastgoedbedrijf – in het begin van de procedure nog Rijksgebouwendienst – en de gemeente Amersfoort. Overtollig rijksvastgoed wordt in eerste instantie altijd eerst aangeboden aan andere overheden, gemeente en provincie, voordat het op de openbare markt belandt. In dit geval heeft de gemeente gebruik gemaakt van haar voorkeursrecht. Dit is mogelijk vanwege het duurzame karakter van het project. De gemeente kan het gebouw als katalysator inzetten voor haar duurzaamheidsdoel ‘Amersfoort 2030’. Via een abc-formule koopt de gemeente het gebouw en verkoopt het in één en dezelfde transactie door aan de begunstigde partij. Dit is alleen mogelijk met niet-commerciële projecten.
Het ontwerp van de Business Garden is revolutionair, state-of-the-art. In eerste instantie kwamen lokale duurzame architecten die Heistein benaderde, met ideeën voor een ‘passive house’, een woning die niet veel energie verbruikt. Dit zou worden bereikt door dikke isolatie en grote ramen op het zuiden. Van dergelijke gebouwen bestaan er momenteel honderden wereldwijd. Maar het nadeel is volgens Heistein dat dit veel nieuw materiaal vereist, met een grote ecologische voetafdruk als gevolg. Na contact met de Britse architect Bill Dunster van ZEDfactory, werd besloten het over een andere boeg te gooien. Dunster’s ontwerp bleek veel radicaler en duurzamer dan het ‘passive house’. Zijn ontwerpt volgt de tien principes van One Planet Living van het Wereld Natuur Fonds.

15 centimeter kurk

Heistein gaat er prat op dat de Business Garden het eerste gebouw in Nederland wordt dat volgens deze principes wordt opgeleverd. Meest in het oog springend van die tien principes is de aandacht voor de carbon footprint, de ecologische voetafdruk, die zo laag mogelijk wordt gehouden. Heistein: “We gaan voor de allerhoogste normen op het gebied van duurzaamheid. Klimaatneutraliteit wordt tegenwoordig op verschillende manieren opgevat. In eerste instantie wordt gedacht dat een gebouw evenveel energie moet opwekken als het verbruikt. Maar dan vergeet je de carbon footprint. Wij willen meer energie opwekken dan we verbruiken, zodat in dertig jaar de uitstoot van het bouwproces en de bouwmaterialen is gecompenseerd.” Er zal sprake zijn van twee bouwfasen. In eerste instantie zal het huidige gebouw gerenoveerd worden. Diverse plafonds worden uitgebroken, zodat open ruimten ontstaan. Een isolatielaag van 15 centimeter kurk en gelaagd glas zal in het huidige gebouw worden aangebracht. In tweede instantie zal een complete kas om het bestaande gebouw verrijzen. Een kas die in de zomer open kan voor verkoeling en in de winter het gebouw zo’n vijf graden warmer houdt. Warmtewisselaars moeten warme lucht door het gebouw blazen. Boven en achterop de kas wordt zo’n 1800 m2 aan zonnepanelen aangelegd.

Derde huid

Het eerste idee, de eerste tekening uit 2009, hangt aan de muur in de hal van het gebouw, dat nu nog een troosteloze indruk maakt. Het is een losse schets, sterk geïnspireerd op de gebouwen van Hundertwasser, de Oostenrijkse architect, kunstenaar en filosoof. Uiteindelijk zijn van die schets veel elementen teruggekomen in het ontwerp. Er is in zes jaar tijd weinig afgeschreven op de droom, op het ideaalbeeld. Heistein heeft een vergelijking in huis die algemeen toepasbaar is op her­bestemming. “Het gebouw is als een schipbreuk. Het heeft geen functie meer en staat op het punt uit elkaar te vallen. Maar langzaam vestigen zich koralen en vissen en ontstaan er nieuwe levensvormen in het oude karkas. Stap voor stap ontstaat er een schitterende nieuwe dynamiek. Zo moet een bruisend, dynamisch gebouw ontstaan van mensen en bedrijven die hier op af komen en er iets nieuws en kleurrijks maken.” Dit beeld past in de filosofie van Hundertwasser, wars van rechtlijnigheid, planmatigheid en het denken in hokjes en vakjes. Belangrijk is de kruisbestuiving tussen mensen, met aandacht voor natuurlijke processen.
Pragmatische dynamiek en creativiteit vieren hoogtij. Vanuit die filosofie moet een gebouw een dienende functie hebben ten opzichte van mens en milieu, fungeren als een derde huid.

‘Biologisch’ gebouw

Wellicht een on-Nederlandse benadering, maar tegenwoordig schieten de coöperatieve bedrijfsverzamelgebouwen als paddenstoelen uit de grond. In het ontwerp komt deze gedachte terug in open, verbonden en vloeiend in elkaar overlopende ruimten. Het parkeerterrein wordt afgedekt met een daktuin. Van binnen en buiten zal sprake zijn van een tuinlandschap, inclusief groen en gewassen. Wanneer de plannen tot in detail gerealiseerd kunnen worden, zal er sprake zijn van een nieuwe stap op het gebied van milieuvriendelijk bouwen. Naast de financiële boekhouding is er een boekhouding voor de ecologische voetafdruk. Van alle materialen wordt de CO2-waarde bijgehouden. Er wordt daarbij gekeken naar de herkomst van het materiaal, leveranciers worden mede geselecteerd op basis van de traceerbaarheid van hun materiaal. Zo kan een ‘biologisch’ gebouw ontstaan. Het pand zal bestaan uit bedrijfsruimte, maar ook uit 24 kleine eco-woningen, horeca, terrassen, een tentoonstellingsruimte, een congreshal, vergaderruimtes, daktuinen en een mobility center met elektrische en biogasauto’s voor algemeen gebruik. De eerste bedrijven hebben inmiddels een huurovereenkomst getekend. Het zijn stuk voor stuk maatschappelijk betrokken en dynamische ondernemers.

Business Garden Amersfoort_2

Steen des aanstoots

Als energiefreak heeft Heistein zich volledig kunnen uitleven in de planvorming. De milieuvriendelijke maatregelen zijn al tot in detail uitgedacht. Na oplevering zullen gebruikers worden gestimuleerd tot duurzaam gedrag. De algemene ruimten zorgen voor ruimtebesparing – dus energiebesparing – voor bedrijven. Gebruikers krijgen een energiebudget per vierkante meter. Door inzicht in het eigen energieverbruik kunnen de gebruikers dit zelf beheersen. Uit alles blijkt dat Heistein een punt wil maken, een voorbeeld stellen, de wereld verbeteren. Maar hij beseft dat het gebouw eerst moet functioneren voordat hij zijn gelijk kan halen. Hij hoopt dat zijn goed voorbeeld goed doet volgen.
Op de huidige website van de Business Garden wordt niet vermeld dat er sprake is van transformatie. In het beoogde eindresultaat zal goed gezocht moeten worden naar de herkomst van het gebouw. Terugkomend op de aantrekkelijkheid om een gebouw te presenteren als zijnde een herbestemd belastingkantoor, moge duidelijk zijn dat dit aspect bij het eindresultaat vooral een manier zal zijn om te zeggen: als het hier kan, dan kan het overal. Het gebouw heeft momenteel het laagst mogelijke energielabel: G. Het nieuwe zet in op energielabel A++.
In navolging van Hundertwasser is Heistein een idealist. Van inhoudsloos gebouw naar mens- en milieuvriendelijke katalysator voor Amersfoort. Dat is de droom waarop nog even gewacht moet worden. Het is een levenswijsheid, een les uit de natuur ook, die in dit geval letterlijk van toepassing is op een bouwproject; dat een steen des aanstoots altijd als hoeksteen kan worden gebruikt. Een belangrijke gedachte voor overheden en de markt in de omgang met leegstand van lelijke gebouwen.

Staatssteun

Het Rijksvastgoedbedrijf lijkt goed gereageerd te hebben op de unieke situatie die zich voordeed. De unieke situatie van een antikraker met een droom. Daarbij moet gezegd worden dat Heistein van geluk mag spreken dat de gemeente gebruik maakt van haar voorkeursrecht. Het huidige beleid van het Rijksvastgoedbedrijf maakt dat er veelal gekozen wordt voor de hoogste bieder.
Naar eigen zeggen om de schijn van staatssteun te vermijden. Gezien de interesse uit de markt voor sloop en nieuwbouw, hadden Heisteins plannen waarschijnlijk in de prullenbak gekund wanneer een rijke marktpartij zich had gemeld. Van korting, wat door het Rijksvastgoedbedrijf ook wordt geformuleerd als staatssteun, is geen sprake. Een onafhankelijke taxateur heeft de waarde van het gebouw bepaald. Zo blijkt het in de praktijk aan de gemeenten om te coördineren, aan te voelen, en in te grijpen, waar leegstaand vastgoed ingezet kan worden voor de realisatie van maatschappelijke doelen. De zoektocht naar juiste omgang met leegstaand rijksvastgoed is een maatschappelijk vraagstuk en dient als zodanig benaderd te worden. Het kan geen kwaad wanneer de overheden bij de afstoot van rijksvastgoed ogen en oren open houden in de richting van sympathieke ondernemers van duurzame en maatschappelijke projecten.
En hen zoveel ruimte en aandacht bieden als mogelijk is. Investeren in een vertrouwensrelatie is daarbij van beide kanten een must. In dit geval bedacht een burger aan de keukentafel de oplossing voor een gebouw, waarmee het Rijk in de maag zat. De stap naar pragmatisme en creativiteit, denken in mogelijkheden, lijkt een generieke oplossing voor lege (belasting)kantoren te bieden.
Die stap maken maakt de afstoot niet makkelijker. Maar wel leuker.

[tabs]
[tab title=”Winterswijkse aanpak”]
Het online overzicht van overtollig vastgoed van het Rijksvastgoedbedrijf maakt duidelijk dat tientallen voormalige belastingkantoren momenteel leeg staan. In Utrecht strandde onlangs nog een poging om het oude belastingkantoor, een torenhoge flat, te herbestemmen. Uiteindelijk is gekozen voor sloop en nieuwbouw van studentenwoningen. Een opmerkelijk bericht komt uit Winterswijk, een dorp in de oostelijk Achterhoek, een van de krimpregio’s in Nederland. Pogingen om het belastingkantoor aldaar te verkopen en te verhuren zijn mislukt. Minister Blok gaf toestemming om het pand te slopen. Dit gaf de gemeente gelegenheid om het belastingkantoor in te zetten in een slim herverkavelingssysteem. Wethouder Gommers, onder meer verantwoordelijk voor ruimtelijke ontwikkeling, licht dit toe:

“De hele Achterhoek kampt met commercieel en maatschappelijke leegstand. In onze gemeente hebben we een aantal plekken geclusterd. Daarbinnen wordt gekeken naar eventuele nieuwe functies van leegstaande gebouwen. Het is een specifiek gebiedsgerichte aanpak. De context van het gebouw wordt benaderd vanuit het grotere geheel van de clusters. Er wordt gezamenlijk een helikopterview gecreëerd, om te zien waar de behoeften liggen, welk aanbod er is, waar herbestemming plaats kan vinden en waar sloop gerechtvaardigd is. We anticiperen hiermee op het feit dat iedereen naar elkaar gaat zitten kijken in dergelijke situaties. We proberen de dynamiek in één keer op gang te brengen door alle leegstand naast elkaar op een rijtje te zetten. Alle partijen, van gebouweigenaren tot omwonenden, worden bij elkaar gebracht om na te denken over oplossingen. In een ideale situatie ontstaan er verrassende nieuwe invullingen en vallen de puzzelstukjes precies in elkaar. Maar linksom of rechtsom zal er capaciteit uit de markt moeten worden gehaald. Het Rijksvastgoedbedrijf vindt deze aanpak interessant en ook de provincie houdt de ontwikkelingen in de gaten. Beiden zoeken natuurlijk de best practices voor een succesvolle omgang met leegstand. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft zelf een behoorlijk genereus aanbod gedaan door het belastingkantoor in te zetten voor de herverkaveling. Wanneer na de ruimtelijke herordening blijkt dat het kantoor gesloopt moet worden, nemen zij de sloopkosten en de afschrijving voor hun rekening. Als anderzijds bijvoorbeeld blijkt dat het belastingkantoor een betere plek is voor bedrijven die nu in een verouderd pand kantoor houden, dan zal daar gesloopt worden. Het geeft ons een hoop flexibiliteit. Er zijn twee mitsen vanuit het Rijksvastgoedbedrijf: het belastingkantoor mag niet ingezet worden voor woningbouw en wanneer het gebruikt wordt voor een functie waardoor elders gesloopt wordt, mag dat geen verstoring zijn van de markt.”

“Momenteel hebben we de eerste bijeenkomst gehad en is het nog te vroeg om te zeggen wat er daadwerkelijk met het belastingkantoor gaat gebeuren. De eerste bijeenkomst werd gehouden met de eigenaren van leegstand in de clusters. Er is vooral gebrainstormd over de mogelijkheden. Van vleermuizenpark tot plek voor arbeidsmigranten. De komende bijeenkomst zullen ook omwonenden welkom zijn en is het de bedoeling om in gestaag tempo tot concrete plannen over te gaan. Een uitruil tussen gebouwen uit verschillende clusters behoort ook tot de mogelijkheden. Deze integrale aanpak is ontstaan uit een eerder, zeer positief verlopen publiek-private samenwerking, waar omwonenden, geïnteresseerden en eigenaren gezamenlijk tot oplossingen kwamen. Er is dus sprake van een echte Winterswijkse aanpak.”

[/tab]
[tab title=”One Planet”]
Beeld van One Planet / ZEDfactory

[/tab]
[/tabs]

Duurzaamste verzamelpand van Nederland.

Blok: Vluchtelingen opvangen in leegstaande panden

0
Blok: Vluchtelingen opvangen in leegstaande panden
Blok: Vluchtelingen opvangen in leegstaande panden

Minister Blok gaat samen met Aedes de mogelijkheden onderzoeken om vluchtelingen op te vangen in leegstaande kantoorpanden en gebouwen. Dit zei de minister gisteren na de wekelijkse ministerraad.

Gisteren vond overleg plaats tussen minister Blok, staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Asiel), de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en woningcorporatiekoepel Aedes.

Tijdelijke woningen vluchtelingen

Aedes meldt dat het op verschillende locaties kleine, tijdelijke woningen wil bouwen om de komende maanden tienduizenden vluchtelingen met een verblijfsstatus aan een woning te helpen. Bij de woningcorporaties wordt nagedacht over nieuwe methoden van opvangen, zoals dus in leegstaande kantoren. Veel korte termijn oplossingen, zoals het huisvesten van meerdere asielzoekers in één woning, wordt bemoeilijkt door bestaande wet- en regelgeving. Zo worden statushouders die samenwonen gekort op hun uitkering.

Bijbouwen

De Volkskrant meldt dat circa 10.000 asielzoekers nog wachten op een opvanglocaties terwijl ze al wel een verblijfsstatus hebben. ‘Sinds 1994 hebben we al zo’n 200 duizend vluchtelingen aan een woning geholpen en die wonen hier bijna allemaal nog’, zegt Calon tegen de Volkskrant. ‘Deze mensen blijven dus onze huurders. Daar komt de komende jaren een groot aantal ouderen bij die een sociale huurwoning zoeken.’ Calon zegt dat er vooral in de Randstad bijgebouwd moet worden. ‘Maar het kabinet legt de corporaties nu een heffing op waardoor we dat amper kunnen.’ Minister Blok geeft aan dat hij de belemmeringen kent en serieus neemt en naar aanleiding van de vragen van Aedes een brief met antwoorden naar de kamer stuurt voor 1 november.

Innovatiechallenge Slimme en Gezonde Stad

0
Innovatiechallenge Slimme en Gezonde Stad
Innovatiechallenge Slimme en Gezonde Stad

Van student tot ondernemer uitgedaagd om idee te verzinnen

De stad slimmer, gezonder en aangenamer maken. Waar te beginnen? Studenten, ondernemers, universiteiten met een goed idee kunnen zich inschrijven voor de Innovatiechallenge Slimme en Gezonde Stad. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft de challenge uitgeschreven en stelt financiering beschikbaar om de drie beste ideeën daadwerkelijk te realiseren.

Slimme en gezonde stad?

Het ministerie daagt universiteiten, hogescholen, ondernemers en maatschappelijke organisaties uit om creatief uit de hoek te komen. Ook studenten kunnen hun ideeën inzenden. De stad moet slimmer en gezonder. Door luchtkwaliteit te verbeteren, geluidsoverlast te verminderen, of op een andere manier.

Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving woont 74 procent van de Nederlanders in een stedelijke regio. De kwaliteit van de stadsbodem, de stadsnatuur en het stedelijk groen zijn essentieel voor de gezonde slimme stad.

Geldbedrag voor winnaar

De uiteindelijke winnaar ontvangt 15.000 euro om het idee verder te ontwikkelen. De nummers 2 en 3 ontvangen een bedrag van 10.000 euro. De finalisten kunnen hun idee presenteren op donderdagmiddag 26 november 2015. Inschrijven is mogelijk tot en met 30 oktober en kan via rijksoverheid.nl

Innovatiechallenge Slimme en Gezonde Stad. Zie ook: Slimme gebouwen in smart cities.

Bouwomzet stijgt voor tiende maand op rij

0
Bouwomzet stijgt voor tiende maand op rij
Bouwomzet stijgt voor tiende maand op rij

De omzetstijging in de bouw zet zich door. Over de maand juli is de omzet in de bouwnijverheid vijf procent gestegen ten opzichte van juli 2014. De maand juli was de eerste maand waarin het tijdelijk verlaagde btw-tarief voor renovatie en herstel van woningen niet meer geldig was.

Stabiele stijging

Het CBS maakte woensdag bekend dat in juni was de bouwomzet 23 procent hoger dan een jaar eerder. De toename in juli was dus beduidend lager, wat vooral verklaard wordt door de afschaffing van de verlaagde btw. Het lijkt erop dat veel opdrachtgevers gebruik hebben gemaakt van de laatste mogelijkheid om het verlaagde btw-tarief door te heffen. De maanden april (1,6&) en mai (3,1%) kenden in 2015 namelijk een nog kleinere stijging dan juli.

Grond- water- en wegenbouw scoort

Bouwers van woningen en bedrijfsgebouwen boekten in juli een omzetstijging van 7,5 procent ten opzichte van een jaar eerder. Ook de omzet van afwerkingsbedrijven als schilders, stukadoors en timmerbedrijven steeg, met 5,7 procent. Installatiebedrijven zagen hun omzet daarentegen met 1,6 procent afnemen. De bedrijven actief in de grond-, water- en wegenbouw realiseerden met een stijging van 8,3 procent de hoogste omzetgroei in de bouw.

SDE-Subsidie voor windmolenpark Wieringermeer

0
SDE-Subsidie voor Windmolenpark Wieringermeer
SDE-Subsidie voor Windmolenpark Wieringermeer

Windpark Wieringermeer heeft een SDE-subsidie gekregen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Een belangrijke stap richting uiteindelijke realisatie van het windmolenpark in de kop van Noord-Holland. Na de bouw zal het één van de grootste windparken in Nederland zijn. SDE-Subsidie voor windmolenpark Wieringermeer.

‘De toekenning is een nieuwe en cruciale mijlpaal voor de ontwikkeling van het windpark’, stelt Gerard van Oostveen, projectdirecteur namens Nuon voor het windpark. ‘Met de toekenning zeggen – na eerder dit jaar de vergunningverleners – nu ook de rekenmeesters van de overheid dat Windpark Wieringermeer een waardevolle investering is in duurzame energie.’

Hogere kostprijs

Momenteel ligt de kostprijs van windstroom nog altijd hoger dan die van grijze stroom. SDE-subsidies (Stimulering Duurzame Energieopwekking) vergoeden dit verschil, waardoor windenergie kan concurreren met elektriciteit uit kolen of gas. Begin volgend jaar wordt de uitspraak van de Raad van State over de vergunningen voor het windpark verwacht. Is die uitspraak positief, dan start de aanbesteding van de windmolens. Nuon meldt dat de totale investering voor het windpark ongeveer 500 miljoen zal bedragen. De huidige windmolens worden opgeschaald en in lijnopstelling geplaatst. De initiatiefnemers van het Windpark zijn Nuon, ECN en Windcollectief Wieringermeer, die onder de naam Windkracht Wieringermeer nauw samenwerken met de gemeente Hollands Kroon, de provincie Noord-Holland en het Rijk.

Windmolenpark Netterden-Azewijn

Een ander windmolenpark waar volgende week gestart wordt met de bouw, is de aanleg van zes windmolens voor het windmolenpark Netterden-Azewijn. De Gelderlander meldt dat er bij de aanvang van de bouw, maandag 21 september, van 17.30 tot 19.00 uur er een inloopbijeenkomst is op het windpark met de initiatiefnemers van het park, afgevaardigden van BAM Bouw en Techniek, Yard Energy, AGEM en vertegenwoordigers van beide gemeenten.

Extra veel nieuwe studentenwoningen

0
Extra veel nieuwe studentenwoningen
Extra veel nieuwe studentenwoningen

49.000 nieuwe studentenwoningen tussen 2014 en 2016

Afgelopen jaar zijn er door de partijen uit het landelijk actieplan studentenhuisvesting (LAS) ruim 6.300 extra studentenwoningen bijgebouwd. Samen met de nog in aanbouw zijnde en geplande studentenwoningen komt het aantal tot 2016 uit op 26.850. Dat betekent extra veel nieuwe studentenwoningen in Nederland, gekeken naar de oorspronkelijke afspraken binnen het LAS.

Wanneer daarbij de studentenwoningen worden opgeteld die worden ontwikkeld door woningcorporaties en private partijen die niet bij het LAS zijn aangesloten, komen er tussen 2014 en 2016 49.000 studentenwoningen bij in Nederland.

Meer dan afgesproken

Dit meldt de rijksoverheid op basis van cijfers van Kences, brancheorganisatie voor studentenhuisvesting. Minister Blok schreef vandaag een brief de Tweede Kamer over de cijfers. Hij benadrukt daarin dat het aantal van 26.850 nieuwe woningen ten gevolge van het LAS ruim meer is dan het afgesproken aantal van 16.000. In aanbod van studentenwoningen blijven de traditionele regionale verschillen gehandhaafd. In Utrecht en Amsterdam blijft de spanning tussen vraag en aanbod het grootst.

Aangepaste regelgeving

Het Rijk heeft de afgelopen jaren een aantal wetten en regels voor studentenwoningen aangepast om het aanbod van studentenwoningen te kunnen vergroten. Zo is de minimale oppervlakte voor nieuwe studentenwoningen per 1 juli 2015 van 18 naar 15 m2 gegaan en is de verplichting voor een eigen balkon of fietsenhok geschrapt. Campuscontracten worden uitgebreid voor promovendi. Ook zijn de administratieve lasten voor verhuurders aangepakt. Verhuurders hoeven niet langer het inkomen van studenten te toetsen, een bewijs van inschrijving aan een onderwijsinstelling volstaat.

Toekomst

Alle partijen zijn van mening dat een nieuw actieplan over het aantal te bouwen studentenwoningen niet nodig is. Wel komen de partijen in het najaar met een toekomstagenda studentenhuisvesting. Hierin worden thema’s opgenomen zoals het verbeteren van het monitoren van studentenhuisvesting, huisvesting van internationale studenten en de verhouding tussen betaalbaarheid, beschikbaarheid en kwaliteit van studentenwoningen. De landelijke studenten vakbond (LSVb) heeft voor studenten en studentenhuisvesters een brandveiligheidcampagne ontwikkeld. Partijen uit het LAS hebben de campagne omarmd. De campagne start dit najaar in meerdere studentensteden en richt zich op het naleven van brandveiligheidseisen en het vergroten van het brandveiligheidsbewustzijn.

Compleet in functioneel groen

0

Boot & Co is al zestig jaar een toonaangevende kweker van functioneel groen. Het bedrijf produceert onder andere laanbomen, heesters, bos- en haagplanten, rozen, coniferen en vruchtbomen in Boskoop en Zundert. Of het nu gaat om het verfraaien van een nieuwbouwwijk, het aanleggen van een park of het aan het zicht onttrekken van een autoweg, Boot & Co streeft bij elk project naar het hoogst haalbare resultaat in de begroeiing. Compleet in functioneel groen.

Boot & Co kweekt een breed sortiment aan stedelijk en landschappelijk groen. Tot hun klantenkring behoren overheden, instellingen en bedrijven in binnen- en buitenland. Het bedrijf heeft meer dan vijftig medewerkers in dienst. Alle personeelsleden hebben een passie voor het vak. Door veel van het assortiment zelf te kweken en zelfs te ontwikkelen kan het bedrijf een hoge kwaliteit garanderen. Al het werk wordt bovendien in eigen beheer uitgevoerd, van het rooien tot aan de aflevering. Dit betekent een korte doorlooptijd en duidelijke communicatielijnen.

Zorgeloos groen

VeredelingKlanttevredenheidProjecten

Zie www.boot.nl voor de actuele projecten en nieuws.

[tabs]
[tab title=”Boot & Co Boomkwekerijen B.V.”]
Rijneveld 12
2771 XT Boskoop
Postbus 37
2770 AA Boskoop
T (0172) 235 235
F (0172) 235 245
www.boot.nl

[/tab]
[/tabs]

Heldere kijk op bouwen

0
van-der-Horst

Bouwbedrijf Van der Horst is al meer dan zeventig jaar een begrip in de bouwwereld. Het bedrijf staat erom bekend jong, dynamische en innovatief te zijn en stelt hoge eisen aan zichzelf. De belangrijkste eis daarvan is dat bij al hun activiteiten de kwaliteit van de bouwprocessen en het eindproduct centraal staan. Tevens staan kwaliteit van de arbeidsomstandigheden, veiligheid en milieu hoog in het vaandel. Heldere kijk op bouwen.

Als allround bouwbedrijf houdt Van der Horst zich bezig met uiteenlopende bouwactiviteiten van klein tot groot. Naast het gewone handwerk, zoals het vervangen van kozijnen, voeren zij ook grote bouwprojecten uit zoals onderhoud en renovatie van bestaande projecten van woningbouwverenigingen en verenigingen van eigenaren en van verbouw tot nieuwbouw. Het bedrijf bouwt in de breedste zin van het woord. Voor Van der Horst zijn alle opdrachten belangrijk. Van der Horst onderscheidt zich in de markt doordat zij kunnen terugvallen op een sterk regionaal netwerk en zijn zij een organisatie die een breed scala aan activiteiten uitvoert. No nonsens en korte lijnen in de communicatie, dat is waar het bedrijf voor staat. Het professionele, innovatieve bedrijf voert haar opdrachten zowel voor bedrijfspanden als woningen uit en zijn bij elke stap van het bouwproces betrokken. Van planontwikkeling en verkoop tot uitvoering, onderhoud en nazorg. Dit heeft ervoor gezorgd dat zij zich een klant- en marktgerichte organisatie mogen noemen. In de loop der jaren heeft Van der Horst dan ook een uitstekende relatie opgebouwd met haar opdrachtgevers, architecten, projectontwikkelaars, installateurs, onderaannemers en overige leveranciers. Enthousiasme en zakelijk realisme gaan hand in hand. Dit vertaalt zich in een groeiende organisatie en een uitstekende orderportefeuille. Afspraak is afspraak, hoe snel een project ook opgeleverd moet worden.

Deskundig advies

Bouwbedrijf Van der Horst geeft advies over een nieuwe ­indeling, meer ruimte of juist meer licht in een woning of bedrijfspand. Ook voor een aanbouw, uitbouw of complete verbouwing zijn zij een betrouwbare partner die met de opdrachtgever meedenkt en eerlijk adviseert. Een strakke planning wordt aangehouden door vakkundige, allround specialisten die maatwerk leveren. Van der Horst biedt bij elk project een bouwgarantie via BouwGarant en neemt uiteraard alle veiligheidsvoorschriften en gezondheidsmaatregelen in acht. Kijk voor referenties en recente projecten op: www.vdhorst.nl

[tabs]
[tab title=”Bouwbedrijf van der Horst”]
Kerklaan 41
7848 AC Schoonoord
T 0591 552420
www.vdhorst.nl

[/tab]
[/tabs]

Hechter Renovatieconcept

0

Bestaande woningen zijn waardevol voor Hechter renovatieconcept in Assen. Daarom maken zij het mogelijk om oude woningen in korte tijd en op een duurzame wijze zo energieneutraal mogelijk te maken. Want Hechter bouwt voor de toekomst.

Lichtgewicht buitenschil

Met Hechter renovatieconcept worden huizen in circa tien dagen energieneutraal opgeleverd en zijn ze dertig jaar rendabel. Dit renovatieconcept is gebaseerd op het zogeheten passiefhuisprincipe. Een passiefhuis lekt geen of zeer weinig energie, dankzij een hoogwaardige isolatie van de schil (de buitengevel), gecombineerd met een hoge mate van luchtdichtheid. Het Hechter renovatieconcept is een schilconcept voor zowel energiezuinige nieuwbouw als renovatie. Met behulp van een innovatieve prefab schil wordt het huis vanaf de voet van de fundering tot en met het dak omkleed. De eerste stap is het verwijderen van de oude gevels, kozijnen en het dak. De binnenschil blijft staan. Voor de buitenschil gebruikt men slanke, zeer goed geïsoleerde prefab gevelelementen van Hechter. Dit zijn doosvormige elementen die worden volgeschuimd met hoog-isolerend isolatieschuim. De elementen hebben een Rc vanaf 6,0 m2 K/W en worden voorzien van kunststof kozijnen met triple glas die fabrieksmatig aangebracht worden. De enige overgang (kier) zit tussen de aansluiting van de elementen op de bouwmuur, die relatief makkelijk van buitenaf te dichten is met tape en isolatie. Ten opzichte van conventionele isolatieproducten is de grootste winst te vinden in de dikte van het gehele pakket en het geringe houtgebruik. Er is ook een mogelijkheid om op de elementen diverse afwerkingen aan te brengen, zoals natuursteen, houtsoorten en ook pleisterafwerkingen. Door de hoge isolatiewaarden en luchtdichtheid kan verder met eenvoudige installaties worden volstaan. Hiermee is het huis energieneutraal te maken. Nog een stap verder gaat het installeren van een zonneboiler en zonnepanelen, waardoor de woning zelfs energie opwekt.

Lichtgewicht schoorstenen

Hechter levert en monteert tevens lichtgewicht prefab schoorstenen. Dit vindt plaats door heel Nederland, zowel particulier als zakelijk. Door de lichtgewicht uitvoering van de prefab schoorstenen kan het bedrijf op elk dakvlak zonder zware bouwkundige constructies een schoorsteen plaatsen. Niet alleen voor de nieuwbouw, maar ook ter vervanging van de huidige schoorsteen. De voordelen zijn legio:
[list color=”dark”]

  • Goed en deskundig advies
  • Composiet stenen steenstrips, stenen en voegen zijn gelijk aan die van de woning
  • Geen materiaal werking
  • Steenstrips kunnen qua kleur en nuance geheel afgestemd worden op de kleur van het bestaande metselwerk
  • Inmeting, productie en plaatsing kan geheel verzorgd worden
  • Licht van gewicht
  • Sterk en duurzaam
  • Montage vriendelijk
  • Onderhoudsarm
  • De garantie bedraagt tien jaar
  • Condens en waterafvoer
  • Levering in steen steenstrips ook mogelijk
  • Samenwerking met Hechter renovatieconcept.

[/list]

[tabs]
[tab title=”Hechter Renovatieconcept BV”]
Winkler Prinsstraat 7
9403 AZ Assen
Postbus 645
9400 AP Assen

[/tab]
[/tabs]