Home Blog Pagina 371

100 procent energieneutrale bouw

0
De Houthaven, 100% energieneutrale bouw

De Houthaven

Van bedrijventerrein naar eilandenwijk

De Amsterdamse Houthaven is een gebiedsontwikkelingsproject in Amsterdam West. Na een lange periode van industriële bedrijvigheid verandert het gebied in met name een woonbuurt op zeven groene, autoluwe eilanden. Bijzonder is, dat de wijk 100% energieneutraal is. We praten met Cees Groot, expert in energieneutrale bouw, adviseur voor de omgevingsdienst Noordzeekanaal, ingehuurd door Gebiedsontwikkeling Houthaven-Amsterdam.

De Houthaven, gelegen in het noordelijk deel van de Spaarndammmerbuurt, werd in 1876 gegraven voor het overslaan en opslaan van hout dat vooral uit Scandinavië, Afrika, Azië en Rusland kwam. Toen het vervoer van hout steeds meer over de weg plaatsvond, werden de insteekhavens in 1945 gedempt. Ruim vijf jaar geleden is begonnen met het transformeren van De Houthaven van een bedrijventerrein naar buurt met woningen en enkele voorzieningen, zoals scholen, horeca, hotel, zorginstelling en bedrijfsruimtes. Het project loopt nog zeker tien jaar door.

Excellent Gebied

De gemeente, collectieven, particulieren en ontwikkelaars hebben samen afgesproken, dat de Houthaven een 100% energieneutrale wijk moet zijn; over een jaar bekeken dient netto geen energietoevoer van buitenaf nodig te zijn voor de gebouwen, die afkomstig is van fossiele of nucleaire brandstoffen. Het gebied behoort hiermee tot een van de tien Excellente Gebieden in Nederland, waarvoor de aangescherpte Bouwbesluiteisen 2020 gelden. Cees Groot: “We bouwen met een norm van vijf jaar vooruit, wat vijf jaar geleden al als beleid ingestoken is. Oftewel, we bouwen tien jaar vooruit. Ambitie was en is om tot een toekomstgerichte, zelfvoorzienende wijk te komen.”

Maatregelen

De maatregelen die getroffen zijn om De Houthaven 100% energieneutraal te maken, zijn in te delen in drie categorieën. Groot legt uit: “Stap één betreft het casco; het verbeteren van de bouwschil en energiebesparende maatregelen, die te maken hebben met het gebouw zelf. Denk hierbij aan thermische isolatiewaarde van gevel, dak en vloer van 6 tot 7. Alsook het toepassen van drievoudig glas, het gebruik van warmteterugwinning in ventilatie of CO2 gestuurde natuurlijke ventilatie, het verbeteren van de kierdichtheid van de woning en bijvoorbeeld warmteterugwinning uit douchewater.”

De tweede stap gaat over het zoveel mogelijk lokaal toepassen van een warmte-koudevoorziening. Cees de Groot vervolgt: “We gebruiken water uit het IJ en de bodem om daarmee de gebouwen te koelen. Koeling is een steeds belangrijker onderdeel van het gehele proces. Vroeger dacht men alleen aan het verwarmen van de ruimte en tapwater. Gebouwen gebruiken we echter steeds meer multifunctioneel, mensen werken meer thuis en de energievraag van de woning neemt steeds meer af. Dus de vraag voor koeling is groter dan voor verwarming. We kijken hiermee niet alleen naar energieneutraal, maar ook naar het verbeteren van comfort in de gebouwde omgeving. In de stad heb je niet altijd de mogelijkheid om zon goed te weren, gezien de beperkte overstekken. Daarom stimuleren we zonwerend glas én koeling op een duurzame manier.” Het toepassen van de warmte-koudevoorziening wordt ook gekoppeld aan slimme hotfill apparatuur. Oftewel, het verwarmen van het water in wasmachine of vaatwasser hoeft niet ­elektrisch te gebeuren, maar kan ook door de machine te vullen met warmwater uit genoemde installatie. Wat behoorlijk wat aan energie scheelt.

De derde stap is die van duurzame energieopwekking, waarbij gebruik gemaakt wordt van duurzame bronnen: zon, water, bodem. Water en bodem zijn bedoeld voor verwarming en koeling, de zon voor het opwekken van elektriciteit. De Groot: “Omdat we al een duurzame warmtevoorziening hebben, passen we geen zonnecollectoren toe, maar gebruiken we het dak volledig voor PV-panelen/zonnepanelen om stroom op te wekken. Ter informatie, er komt bijna 5 tot 6 megawatt van de energie op de daken van De Houthaven. Dat is enorm. Bij mooi weer produceert de wijk netto en zetten we deze energie op het net van Alliander, de netbeheerder.”

Energie en meer energie

De Houthaven is 100% energieneutraal. Maar naast energieneutraal kennen we ook de term energie Nul op de Meter, oftewel het op nul staan aan het einde van de het jaar op de energie. Groot verduidelijkt: “Naast gebouwgebonden energie verbruiken we energie voor allerlei apparaten, zoals pc’s of tv/audio. Energie die meetelt in de energierekening, maar buiten het gebouwdeel vallen. Wil je een gebouw met energie Nul op de Meter, dan moet je bijvoorbeeld vier tot zes zonne­panelen meer op een dak leggen. Plaats je echter acht panelen op het gebouw, dan ga je nog een stap verder en spreken we over energie leveren.” Een aantal complexen van De Houthaven voldoen al aan energie Nul op de Meter. Voor het realiseren van energie­leverende woningen draait De Houthaven momenteel een aantal pilots. “We dagen de markt uit om energie­leverende woningen aan te bieden om tot een goed concept te komen voor de toekomst”, aldus Cees Groot.

Voeten in aarde

Over welk project je het ook hebt, altijd zijn er wel lastige zaken te noemen. Groot: “De warmte-koudevoorziening gaat bij De Houthaven verder dan alleen stadsvoorziening. In dit opzicht is het project uniek te noemen. Nederland kent meerdere soortgelijke projecten, zoals Het Zonne eiland Almere of Stad van de Zon Heerhugowaard. In deze projecten gaat het puur om het elektraverbruik. Voor gas gebruikt men nog steeds de gasvoorziening. De Houthaven echter, is voor de gehele wijk volledig energieneutraal. Maar, het organiseren en op papier krijgen van een warmte-koudevoorziening als onderdeel van het energieneutraal zijn, heeft wel wat voeten in aarde gehad. Het kost veel tijd. Overigens, ook de markt moet klaar zijn voor een project als De Hout­haven. Veel uitleg en draagvlak creëren is noodzakelijk.”

Kosten

Tot slot bespreken we het prijskaartje met Cees de Groot. Hij vertelt: “Energieneutraal kost meer geld, maar het is te overzien. We hebben vanuit de gemeente Amsterdam een subsidie gekregen; 3.500 euro per woning, wat met de jaren is afgebouwd naar 1.000 euro per woning. Het is een blijvende subsidie van 1.000 euro. De meerkosten lagen in het begin ten opzichte van het Bouwbesluit rond de 10.000 euro per woning. Omdat het Bouwbesluit is aangepast – een EPC van 0,4 – zijn de meerkosten nu tussen de 4.000 en 5.000 euro per woning. Kortom, om een woning energieneutraal te maken, kost je dat ongeveer 4.000 euro. De subsidie meegerekend. De terugverdientijd ligt tussen de vijf en zeven jaar. Maar, dan heb je wel woningen, die energieneutraal en daarbij toekomstgericht zijn.”

Op de plek waar vrachtschepen uit de hele wereld een eeuw geleden hun boomstammen losten, ontstaat nu langzaam een aantrekkelijke eilandenwijk waar Amsterdammers kunnen wonen aan het water. Niet zomaar een project. Een project waarbinnen 100% energieneutraal een belangrijke peiler is.

[tabs]
[tab title=”Meer informatie”]
Gebiedsontwikkeling Houthaven
Weesperplein 8
1018 XA Amsterdam
020 2530460
Houthaven

[/tab]
[tab title=”Deftige dames en stoere jongens”]
Én een beter milieu!
De inrichting van de eilanden is gevarieerd: elk eiland heeft een heel eigen karakter. Soeters Van Eldonk architecten heeft de eilanden verschillende thema’s meegegeven, die variëren van ‘deftige dames’ tot ‘stoere jongens’. Eiland 1 wordt bijvoorbeeld gekenmerkt door grote aaneengeschakelde pakhuizen pal aan de kade: de stoere jongens. Eiland 4 heeft juist losse, van elkaar verschillende eengezinswoningen: de vrijbuiters. Het thema van eiland 3 is ‘de Amsterdamse school’. Hier vind je de typisch Amsterdamse bouwblokken met binnentuin, zoals je die ook in de rest van de Spaarndammerbuurt ziet. Het ene eiland heeft een brede openbare kade met een statige rij bomen, het andere voortuinen aan een intieme binnenstraat.

[/tab]
[/tabs]

Energie-eiland Ameland

0
Energie-eiland Ameland

Op energie-eiland Ameland vindt uniek onderzoek plaats naar de toepassing van zonnepanelen op beschermde dorpsgezichten. Waar duurzame energie en monumentenzorg normaal gesproken moeilijk samengaan, lijken de ontwikkelingen op Ameland een teken aan de wand dat beide werelden elkaar naderen.

Duurzame energie, met name zonne-energie, is langzamerhand steeds meer ingeburgerd in het denken van de gemiddelde ambtenaar, architect en projectontwikkelaar. Daarnaast is de laatste jaren de waardering van cultureel erfgoed en monumenten gestegen, met name als materie om een regio, stad, dorp of stuk grond een eigen identiteit te geven. De laatste jaren ontstond een stortvloed aan creatieve invullingen en herbestemmingen van monumenten. Gek genoeg werken tot op heden deze twee tendensen, meer groene stroom en meer waardering van en omgang met monumenten, vaak langs elkaar heen. Nog vreemder wordt het wanneer men bedenkt dat groene energie en monumentenzorg twee thema’s zijn waarbij duurzaamheid en bewustwording een grote rol spelen. Men zou denken dat mensen die betrokken zijn bij groene stroom, ook enthousiast zijn voor monumentenzorg en vice versa. Binnen de wereld van duurzaamheid staan beide tendensen echter vaak lijnrecht tegenover elkaar. Monumenten hebben de naam energie te vreten. Groene stroom toepassen op een monument heeft de naam onherroepelijk ten koste te gaan van de schoonheid of bouwkundige waarde van een monument. Zoals water en vuur beide elementen zijn, maar niet door één deur kunnen. Deze gedachte wordt bevestigd wanneer men op internet zoekt naar het bestaan van zonnepanelen op monumenten. Een schamele oogst is het resultaat. In Amsterdam blijkt in 2014 een oude school met monumentale waarde voor een deel belegd te zijn met zwarte zonnepanelen, die onopvallend zijn aangebracht. Het is de enige hit op de zoekterm ‘zonnepanelen monument’ die betrekking heeft op een afgerond project. Verder verzandt men in ellenlange resultaten van gemeentelijke regelgeving voor het plaatsen van zonnepanelen op monumenten. Want de wetgeving voor monumenten kent dan wel voorschriften van het Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, voor het verduurzamen van een monument is men aangewezen op de lokale politiek. Die behandelt via een monumentencommissie aanvragen over het onderhoud van en de omgang met de lokale monumenten. Het resultaat is dat iedere gemeente eigen regelgeving hanteert, vastgelegd in een welstandsnota. Met de nieuwe erfgoedwet in 2016 zal er nog meer verantwoordelijkheid bij de gemeenten komen te liggen.

Florence 2012

Is het aanbrengen van zonnepanelen op monumenten een gat in de markt of vloeken in de kerk? Het lijkt in ieder geval nog onontgonnen terrein. Dat was het in ieder geval zeker nog in 2012, toen Nicole Bakker als tweedejaars student bouwkunde aan de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, Florence bezocht. “De opdracht was om oplossingen te bedenken voor
stedenbouwkundige problemen op het gebied van energie. Uitkijkend over de daken van Florence, met daarboven een stralende zon, besefte ik dat er totaal geen gebruik werd gemaakt van zonne-energie. Tegelijkertijd kampte de stad met veel leegstand en verpaupering van monumentale gebouwen, onder meer vanwege de hoge energiekosten. Maar zonne-energie bleek niet mogelijk omdat het stadsgezicht van Florence UNESCO-werelderfgoed is.” Ze bewerkte een foto waarbij zonnepanelen geïntegreerd waren met de daken van Florence. Dat zorgde voor enthousiasme bij de burgemeester aldaar. “Ik vroeg me af waarom verder niemand op dit idee gekomen was, maar toen ik op onderzoek uitging bleken dergelijke toepassingen al wel te bestaan. De volgende vraag die ik me stelde was waarom er dan geen gebruik van werd gemaakt.” De design manual die ze vervolgens maakte voor het toepassen van zonnepanelen op historische gebouwen genereerde zoveel interesse dat Bakker besloot er een boek van te maken. Photovoltaics in historical built environments verscheen in 2013 en Bakker werd naar eigen zeggen na verschijning platgebeld door particulieren die graag zonne­panelen wilden toepassen op hun monument en haar om raad vroegen. Voor de destijds twintigjarige student was dit wat veel van het goede, maar het bevestigde haar dat een relevant thema was aangestipt.

Ameland energieneutraal

Het toepassen van zonnepanelen op monumenten en beschermde dorpsgezichten blijkt in de praktijk een complexe situatie. Het is voor de historische beleving van een monument wettelijk vereist dat de panelen niet opvallen, wat opgelost kan worden door de panelen te integreren in dak of gevel. Dat heeft echter als probleem dat het materiaal van het monument wordt aangetast, wat ook verboden is. Een mooie gelegenheid voor een volgende stap voor Bakker diende zich aan toen de provincie Friesland zich bij haar meldde. Friesland zet hoog in op duurzaamheid en wilde onderzoek laten doen naar de toepassing van zonnepanelen op beschermde stads- en dorpsgezichten. Twee studenten van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, NHL, stortten zich vervolgens onder begeleiding van Bakker op de vraag welke rol zonne-energie kan spelen voor de beschermde dorpsgezichten op Ameland. Die locatie is niet toevallig gekozen. Als eiland heeft Ameland de ambitie om in 2020 energieneutraal te zijn op het gebied van elektriciteit en water. Daarbij zijn drie van de vier dorpsgezichten in Ameland beschermd en kent het eiland meer dan honderd monumenten. Kortom, het lijkt onvermijdelijk dat monumentenzorg en energieambitie elkaar vroeg of laat tegenkomen. Twee maatschappelijke thema’s die elkaar normalerwijze het liefst ontlopen, worden op het eiland gedwongen om samen op te trekken. Het is razend slim van de provincie om daar studenten in te zetten, die ­buiten de markt met nieuw elan ontwapenend werken.

Een nieuw verhaal

Van de kant van de monumentenzorg is de term ‘cultuurhistorische waarde’ de spil waar het om draait. Het onderzoek van de studenten pleit voor een periodieke heroverweging en herdefiniëring. In eerste instantie niet zozeer van de cultuurhistorische waarde zelf, want de geschiedenis is zoals die is. Maar de wijze waarop de historische waarde tot uitdrukking komt in een gebouw of dorpsgezicht ligt niet per definitie vast, aldus de studenten. Eén van de concepten die de studenten uitwerkten, getiteld ‘dorpscontouren’, plaatst alle zonnepanelen uit het zicht van de dorpszijde, door ze aan de landschapszijde van de gebouwen te plaatsen. Zo blijft vanuit het dorp het historische beeld behouden, terwijl aan de andere kant – letterlijk – een nieuw element aan de geschiedenis van de dorpen wordt toegevoegd, zo is de redenering van de studenten. Zonnepanelen kunnen volgens hen ook ingezet worden om het historisch onderscheid in kleur tussen woonhuis en schuur, die op Ameland voorkomt, te onderstrepen. De filosofie die hier achter ligt, is dat de aanleg van zonnepanelen op een esthetische manier, cultuurhistorische waarde kan toevoegen, een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van het dorpsgezicht kan schrijven. Een andere optie is het plaatsen van zonnepanelen op de grond van de gebouw­eigenaren. Een bijkomende mogelijkheid is het plaatsen van panelen die makkelijk op- en afgemonteerd kunnen worden zonder dat het materiaal van een gebouw wordt aangetast. Zo ontstaat een tijdelijke oplossing en kan na twintig jaar, wanneer de zonnepanelen toe zijn aan vervanging, altijd gekeken worden naar de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van duurzame en zonne-energie. Een dergelijke tijdelijke oplossing speelt in op de snelle ontwikkelingen rondom duurzame energie en houdt tegelijk rekening met de wens van Ameland om de groene ambitie zo snel mogelijk te verwezenlijken. Verder ontwierpen de studenten een rekentool die alle verschillende toepassingen doorberekent.

Welstandsnota

Of dergelijke plannen bij historici en erfgoedbewakers de handen op elkaar krijgen is een tweede. Afgelopen februari presenteerden de studenten hun plannen voor de opdrachtgevers; provincie Friesland, de gemeente Leeuwarden en Duurzame Wadden. Op verzoek van de gemeente Ameland wordt die presentatie later dit jaar overgedaan voor de themaraad ‘energie’ van Ameland. Dan zal blijken of er voldoende draagkracht is om de nieuwe invalshoek uit te werken in wet- en regelgeving. Wethouder Nico Oud van Ameland is verantwoordelijk voor zowel monumentenzorg als duurzaamheid. Hij is enthousiast over de ideeën. “De studenten hebben ons handvatten gegeven om zonnepanelen op een verantwoorde manier te integreren in beschermde dorpsgezichten. Zeker de optie voor een tijdelijke, makkelijk verwijderbare oplossing spreekt mij aan, omdat die een monument totaal onbeschadigd laat. Wat mij betreft gaan we goed kijken naar de welstandsnota, die nu geen ruimte laat voor het plaatsen van zonnepanelen in beschermde dorpsgezichten. We hebben als gemeente ingezet op energieneutraliteit voor 2020, dan moeten er ook stappen gezet durven worden. Ik denk en hoop dat de plannen positief benaderd gaan worden. Waarschijnlijk wel met bepaalde restricties, welke dat zijn kan ik nu nog niet concreet voorzien.” De voorstellen van de studenten liggen behoorlijk verwijderd van de huidige wet- en regelgeving. Los van de concrete voorstellen, kan de waarde van het onderzoek gezocht worden in de brede benadering, de integratie van techniek en cultuurhistorie, het herbronnen van ideeën over cultuurhistorische waarde, en de gedachte dat het afwegen van die waarde verbonden kan worden aan energievraagstukken die spelen in de eenentwintigste eeuw.

Meer ruimte bij monumentenzorg?

Het besef lijkt bij de instanties langzaam door te dringen dat duurzaamheid en monumentenzorg in de toekomst vaker met elkaar in aanraking gaan komen. Particulieren willen goedkopere en duurzame energie, gemeenten hebben energieambities, de overheid zoekt naar oplossingen voor de gas- en klimaatproblematiek. Of eenvoudiger, monumenten worden te duur om te onderhouden. Zowel Nico Oud als Nicole Bakker constateren dat over de gehele linie van monumentenzorg dit debat steeds meer voet aan de grond krijgt. Nicole Bakker constateerde dit met name tijdens het onderzoek op Ameland: “Alles is in samenspraak gegaan met gemeente Ameland, Leeuwarden en de provincie. Van beide kanten, zowel de verantwoordelijken voor de monumenten, als de betrokkenen bij de energieambitie, zijn op Ameland gehoord. De eerste groep wil zoveel mogelijk conserveren, de tweede wil zo veel mogelijk megawatt. Een gedeelte van de gemeentelijk bestuurders wil de energieambitie halen. Een ander deel wil vooral de monumenten beschermen. De meningen lopen erg uiteen. Er is wel een verschuiving gaande van ‘we weten niet wat het is, dus hou maar op afstand die zonnepanelen’, naar een open blik om te kijken hoe het eventueel goed geïntegreerd kan worden in de Amelandse dorpen. Ook de nieuwe publicatie van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed over het plaatsen van zonnepanelen op monumenten biedt trouwens een stuk meer ruimte dan de vorige versies. Ze willen wel, maar op een goede manier.” De ontwikkeling van doorzichtige panelen kan wellicht bijdragen aan de ontwikkeling, maar die toepassing is nog relatief duur en inefficiënt. De meest creatieve oplossing die de studenten aanleverden was een zonnelaan, een project waar de dorpsbewoners gezamenlijk in investeren, waardoor boven de boomtoppen, dus behoorlijk uit het zich, een laan van zonnepanelen geconstrueerd wordt.

Zonnepark Ameland

Maar de gemeente Ameland zoekt het in eerste instantie op de grond in de vorm van een zonnepark. De plannen voor een zonnepark op het vliegveld van Ameland lopen al drie jaar, maar in 2014 werden alle vergunningen en toestemmingen verleend. Doel is dat het park in april 2016 draait. Voor de financiering is gebruik gemaakt van SDE+ regeling, waarbij de overheid subsidieert per kilowatt zonne-energie. De overheid heeft voor Ameland toegezegd tot een maximum van 7,7 miljoen euro. Daarbovenop komt een subsidie van vijf procent van het totaalbedrag vanuit de provincie Friesland. Ook het Waddenfonds investeert. “Zonder subsidie kan je zo’n park niet bouwen. Planologisch is het rond, ik hoop dat we in augustus aan de slag kunnen”, aldus Nico Oud. Het zonnepark zal twaalf hectare beslaan en met zes megawatt ongeveer twintig procent van het totale jaarlijkse stroomverbruik op Ameland opwekken. Nico Oud heeft echter zijn eigen berekening: “Op Ameland zijn 1700 huishoudens van bewoners, als het goed is moet het zonnepark die ongeveer kunnen dekken. Laten we de energieambitie eerst maar eens terugbrengen naar onze eigen gemeenschap, de inwoners van Ameland. Je moet wel realistisch blijven. De energieambitie stamt uit 2007. Als je ziet wat er in die periode is veranderd in het denken over energie. Los van duurzame energie is bewustwording van energiebesparende maatregelen een belangrijke factor. Het werkt nu eenmaal als je op de achterkant van een bierviltje aan kan tonen: ‘als u uw spouwmuren en vloer opvult met isolatie heeft u daar binnen vier jaar profijt van’.”

Microkosmos

Een eiland als microkosmos is een goede testcase voor het creëren van energieneutraliteit. De mechanismen van politiek en particulier initiatief en de reacties daarop kunnen goed in kaart worden gebracht. Het zal een van de redenen zijn waarom Friesland juist de Waddeneilanden uitkiest om te investeren in duurzaamheid (zie kadertekst). Na het uitspreken van de ambitie voor energieneutraliteit in 2020 werd op Ameland een duurzaamheidsteam opgericht door bedrijven, installateurs en ambtenaren. Daaruit ontstond een energiecoöperatie naar voorbeeld van Texel. Inmiddels is die uitgegroeid tot Amelander Energie Coöperatie, waar het overgrote deel van de Amelanders haar gas en stroom afneemt. De winst van de coöperatie wordt geïnvesteerd in duurzame projecten als het zonnepark. Ook grote spelers als Philips, Eneco en de NAM beseffen dat een eiland als Ameland uitstekend geschikt is om nieuwe duurzame technieken te introduceren. Als voorbeeldfunctie en uithangbord spreekt een eiland nu eenmaal meer tot de verbeelding dan een dorp of regio. Al in 2007 ondertekenden deze partijen met de gemeente Ameland een duurzaam convenant, waar twee jaar geleden een 2.0 versie van werd ondertekend. Als gevolg daarvan werden gaswarmtepompen, bussen op aardgas, mini WKK’s en HRe-ketels op Ameland geïntroduceerd. Een groter project was het mengen van waterstof en aardgas, wat resulteerde in een toepassing die in de tuinbouw gaat worden ingezet.

Groen licht

Meest in het oog springend is het vervangen van rode verlichting voor groene verlichting. Op de kade is dat met succes toegepast, om te voorkomen dat trekvogels verstoort worden in hun vlucht. De gedachte van Philips is om binnen twee jaar over heel Ameland groen licht aan te brengen. Nico Oud: “Wij hebben tegen die grote spelers gezegd, wij investeren weinig, maar hier is het toneel, hier kun je laten zien wat je kunt en wilt op het gebied van duurzaamheid.” Duurzaamheid gaat op Ameland dus niet ten koste van alles. “Zet hier bij wijze van spreken zes windmolens neer en je bent klaar. Maar we zijn trots op ons eiland zoals het is. Het zonnepark wordt van de wegzijde uit het zicht gehouden door een kleine duinenpartij. Een positief kritische houding brengt een juiste balans. Vijf, zes jaar geleden hadden de studenten hier geen poot aan de grond gekregen. Dan had men bij voorbaat al gezegd ‘hou maar op, dat wordt niks’. Die houding is wel veranderd.” De multidisciplinaire aanpak van de studenten, het kijken naar zowel de historische, financiële als de gevoelswaarde, lijkt een goede manier om duurzaamheid en monumentenzorg nader tot elkaar te brengen. Tegelijkertijd maakt het nieuwsgierig naar vergelijkend onderzoek naar andere mogelijkheden van duurzame energie, bijvoorbeeld het plaatsen van zonnepanelen op vakantieparken op Ameland. Wat als blijkt dat er genoeg animo is om ‘normale’ gebouwen genoeg zonne-energie te laten leveren, of als er ruimte is voor nog een zonne­park? Voor nu kan gezegd worden dat wanneer de bravoure van de studenten gehoor krijgt bij de gemeenteraad en wet- en regelgeving daarop wordt aangepast, particuliere monumentbezitters de ruimte krijgen om hun energiebehoefte duurzaam op te lossen. Verder kan verwacht worden dat van dergelijke wet- en regelgeving een voorbeeldfunctie uitgaat naar omliggende gemeenten. Het zou in één klap duidelijk maken welke prioriteit duurzame energie voor Ameland heeft. Welk effect dat zou hebben voor de beschermde dorpsgezichten, blijft spannend.

[tabs]
[tab title=”Deens eiland Samsø schoolvoorbeeld van energieneutraliteit”]
Bouwkundestudent Nicole Bakker schreef het boek ‘Photovoltaics in historical built environments’. Het geeft een overzicht van methoden om zonnepanelen te integreren in monumenten en beschermde dorps- en stadsgezichten. Afgelopen mei was ze met een delegatie van TU Delft, provincie Friesland en gemeente Leeuwarden op bezoek op het Deense eiland Samsø, voor de award uitreiking van het internationale Development to Dissemination (D2D) project. Dit project richt zich op duurzame innovatie en productontwikkeling op eilanden in samenwerking met lokale initiatieven. De provincie Friesland zet voor dit project Vlieland en Leeuwarden in als proef- en demonstratielocaties voor nieuwe ontwikkelingen. Doel is binnen vijf jaar twintig nieuwe groene ondernemingen en 200 structurele groene banen te realiseren. Het Deense eiland Samsø geldt als hét mondiale voorbeeld voor energieneutraliteit. Via de voorloper van D2D, het Cradle to Cradle Islands project, werd daar de Energie Academie gerealiseerd, een toonbeeld van een duurzaam energieconcept waar de lokale bevolking in participeert. Nicole Bakker zag op Samsø hoe het mogelijk is om een eiland energieneutraal te maken, zonder dat de historische beleving van de bewoners er onder lijdt.

Nicole Bakker

“De locatie van de awarduitreiking ligt voor de hand, het eiland heeft de grootste energieneutrale woongemeenschap ter wereld. Initiatiefnemer Søren Hermansen begon in de jaren 90 met het implementeren van duurzame technieken, waarbij het creëren van een ‘commonity’ de kracht bleek te zijn, een samenvoeging van de woorden community en common. Inmiddels heeft Samsø een eigen Energy Academy en zijn ze hard op weg om volledig onafhankelijk te worden van fossiele brandstoffen.

In de elektriciteitsbehoefte van het eiland wordt voorzien door middel van tien windmolens op zee en elf op land. Verspreid over Samsø staan vier biomassa installaties, die 75% van het eiland centraal verwarmen. Drie daarvan wekken warmte op door middel van stro. De installatie van Nordby/Mårup draait op houtsnippers en heeft tevens een zonneboilerveld van 2500 m2, waar tevreden schapen als grasmachine functioneren. Persoonlijk vind ik de toepassing van een veld in dit geval niet storend in het landschap. Het past bij het duurzame karakter van het eiland en door de geconcentreerde grootschalige toepassing worden de karakteristieke gebouwen ontzien. Het deel van de woningen dat niet is aangesloten op de ‘district heating’ staat te ver weg van de installaties waardoor het niet de moeite waard is om een aparte leiding aan te leggen. Bij circa 300 van de 1200 woningen hebben eigenaren zelf geïnvesteerd in duurzame energieopwekking zoals zonneboilers, pelletkachels, warmtepompen en PV-panelen.
Tijdens de rondleiding over het eiland bleek tot mijn verbazing dat er relatief weinig (historische) panden met zonnepanelen zijn bedekt. Bij de gebouwen waar het wel is toegepast hebben de Denen ervoor gekozen om het gehele dakvlak vol te leggen, zodat er een eenduidig beeld ontstaat. Bij het gebouw van de ‘Energi Akademiet’ is slim gebruik gemaakt van twee technieken. Onder de geïntegreerde PV-cellen bevinden zich zonneboilers, die door de opwarming van het dak snel worden verwarmd. In het dorp Tranebjerg is de tribune van de lokale voetbalvereniging gecombineerd met een afdak voor het parkeerterrein. Deze gigantische PV-constructie is bijzonder om te zien en voorziet de daaronder geparkeerde elektrische auto’s en een deel van het dorp van stroom.

Het bezoek aan het idyllische Samsø was enorm inspirerend en de passie die de D2D groep uitstraalt is fenomenaal. De eilanders zijn nuchter, ondanks dat er vanuit de gehele wereld wordt meegekeken naar de ontwikkelingen op het utopische eiland. Door de duurzaamheidsmaatregelen verwelkomt Samsø jaarlijks 5000 wetenschappers, bedrijven, studenten, overheden en ecotoeristen met open armen om hun ervaringen te delen. Het bezoek heeft mij in ieder geval gesterkt in de overtuiging dat het mogelijk is om ook de Waddeneilanden energieneutraal te maken.”

[/tab]
[/tabs]

Agendatip: 23 juni college ‘Gebiedsontwikkeling na de Novelle van Blok’

0
Agendatip: 23 juni college ‘Gebiedsontwikkeling na de Novelle van Blok’
Agendatip: 23 juni college ‘Gebiedsontwikkeling na de Novelle van Blok’

Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling organiseert in samenwerking met Ymere het college ‘Gebiedsontwikkeling na de Novelle van Blok’. Grote vraag die behandeld wordt is hoe de markt met de nieuwe herzieningswet omgaat.

Gebiedsontwikkeling?

De ‘Novelle Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting’ wil de maatschappelijke functies van woningcorporaties verbeteren. Met dat doel is de Woningwet en een aantal andere wetten gewijzigd, met verstrekkende gevolgen voor de corporaties
De aanpassingen betreffen met name:
– de concentratie op kerntaken van toegelaten instellingen en de financiering van activiteiten;
– de versterking van de positie van gemeenten richting toegelaten instellingen en ten aanzien van de regionale schaal;
– de vormgeving van het toezicht op toegelaten instellingen waaronder de instelling van de Autoriteit woningcorporaties.

Tolhuistuin

Het college is een afsluiting van een collegetour. “Na vier kennisbijeenkomsten vanuit de perspectieven van de gemeente, ontwikkelaar, corporatie en belegger is het tijd voor de wrap up: Wat is het maatschappelijk effect van de nieuwe Woningwet (Novelle Blok) op gebiedsontwikkeling? Wat mag wel, wat mag niet en waar zit het grijsgebied? Wie pakt welke rol op? Wat zijn de kansen en uitdagingen voor de komende tijd? En hoe nu verder?”, zo luidt de aankondiging.Agendatip:
De collegetour zal dinsdag 23 juni plaatsvinden in de Tolhuistuin te Amsterdam. Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling gaat in gesprek met corporaties en de markt over de bevindingen in de praktijk. Er wordt vanuit de gebiedsontwikkeling gereflecteerd. Deelnemers nemen praktische handreikingen mee naar huis.

Aanmelden kan via gebiedsontwikkeling.nu

Zie ook: Crisis- en herstelwet: ‘Braakliggende terreinen weer levendig’.

Oplossing voor watertoets

0
Oplossing voor watertoets

Het Nederlandse waterbeleid staat in het teken van ‘Ruimte voor water’. Leven op Daken denkt graag mee in oplossingen en komt daarom met een innovatieve oplossing voor waterbuffering op en rond groendaken. Een oplossing die de ‘watertoets der kritiek’ zonder meer kan doorstaan.

In Vlaanderen is het al sinds 2003 verplicht: een watertoets als voorwaarde voor het bebouwen van gronden. Met de toets gaat de vergunningverlenende overheid na of de grond geschikt is om te bebouwen. In Nederland bestaat ook een wettelijke watertoets, maar die is meer gericht op het evenredig laten meewegen van waterhuishoudkundige belangen in ruimtelijke plannen. Doel van de toets enerzijds is de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan in een zo vroeg mogelijk stadium in gesprek te brengen met de waterbeheerder. Anderzijds legt de toets de initiatiefnemer de plicht op verantwoording af te leggen over de manier waarop hij is omgegaan met de inbreng van de waterbeheerder.

Uiteindelijk is de gedachte achter de watertoets in Vlaanderen en Nederland hetzelfde: ruimte maken voor water in plaats van ruimte onttrekken aan water. De toets waarborgt de belangen van het water bij bouwprojecten. Zeker in ons waterrijke Nederland is dat een belangrijke randvoorwaarde.
We kennen allemaal de kwalijke gevolgen van riooloverstorten bij zware regenval omdat de bestaande riolering het wateraanbod niet meer kunnen bolwerken. Ook overstromingen komen hierdoor regelmatig voor, met blank staande straten en huizen tot gevolg.
De tendens is dan ook steeds meer om het maaiveld waarop gebouwd wordt te compenseren. Bijvoorbeeld op het dak van de nieuwbouw, of aan de gevel (een relatief nieuw verschijnsel), met als doel, het water, dat anders in de grond zou worden gebufferd, op een andere manier op te vangen en vast te houden.

Innovatieve toepassing

Leven op Daken presenteert een innovatieve toepassing die inspeelt op de tendens om te komen tot meer waterbuffering op groendaken. Deze bestaat uit het door LoD-partner ZinCo ontwikkelde drainage-element Aquatec 45 met een fikse opslagcapaciteit voor regenwater. Het element wordt gecombineerd met het vochtregulerend vlies DV 40, waarvan de vezels aan het vlies op basis van capillaire werking water uit het drainage-element opzuigen en zorgen voor een evenredige bevloeiing van het bovengelegen gazon.

Oplossing voor watertoets Illustratie Waterbuffering

Het is echter niet het drainage-element alléén dat de toepassing innovatief maakt. Bij hevige regenbuien zal immers ook Aquatec 45 het overtollig hemelwater moeten afvoeren richting riool. En bij grote droogte zal Aquatec 45 moeten worden aangevuld met drinkwater om het bovengelegen gazon te kunnen blijven bevloeien.

Aanvullende oplossing

In de oplossing van Leven op Daken wordt daarom aanvullend gewerkt met een wateropvangsysteem van waterspecialist Aquaco. Afhankelijk van de omvang van het bouwproject en de vraag of het gaat om bestaande bouw of nieuwbouw, kan worden gekozen voor opvang op het dak zelf of op of onder maaiveldniveau. Maar het systeem er achter blijft hetzelfde: het overtollige regenwater stroomt naar een met schelpen gevulde buffer met reinigende werking. Via een drain stroomt het vervolgens naar een tweede bufferzone met een biologisch mengsel waar het water verder wordt gezuiverd. Hierdoor krijgt het water een kwaliteit waarmee het voldoet aan het Infiltratiebesluit. Desgewenst kan daarna nóg een reinigingsslag worden gemaakt waarmee drinkwaterkwaliteit wordt bereikt. Vanuit de buffer kan het water worden opgepompt voor bevloeiing van het dak. Maar het kan bijvoorbeeld ook worden gebruikt voor het doorspoelen van toiletten of eventueel – zoals gezegd – als drinkwater.

Terugverdientijd

Het totale systeem heeft een terugverdientijd van drie tot vijf jaar. De gebruiker bespaart immers niet alleen op watergebruik, maar bijvoorbeeld ook op waterschapskosten. Bovendien voldoet de gebruiker aan de wettelijke randvoorwaarden op het gebied van verantwoord waterbeheer, én er is een grote maatschappelijke meerwaarde. Want een groendak met oog voor mens, milieu en maatschappij… wie wil dat nou niet?

Mauritshuis, de Hallen, Barbaraschool en ‘aardvarken’ winnaars gulden feniks

0
Mauritshuis wint gulden feniks award
Mauritshuis wint gulden feniks award

De Gulden Feniks is een prijs ter bevordering en inspiratie van hergebruik. Met 111 inschrijvingen was dit jaar sprake van recordaantal inzendingen. De jury koos elf projecten uit voor nominatie. Vier in de categorie Renovatie, drie in de categorie Transformatie, eveneens drie voor Gebiedstransformatie en twee voor ‘Low Budget, High Impact’.

Persoonlijk initiatief loont

Het grote aantal inzendingen geeft is in de ogen van de jury een positief signaal. Het gegeven dat nieuwbouwactiviteiten onder invloed van de economische crisis al bijna zeven jaar stagneren, weerhoudt de bouwsector en alle partijen waarmee zij samenwerkt er gelukkig niet van buitengewoon voortvarend nieuwe initiatieven te ontplooien, om zo bestaande gebouwen en gebieden nieuw leven in te blazen.
Verder constateert het juryrapport dat veel projecten tot stand kwamen door persoonlijke initiatieven van bevlogen mensen. “Kennelijk hebben steeds meer mensen geen zin lijdzaam af te wachten tot ‘de marktpartijen’ de handschoen oppakken en gaan ze zelf aan de slag. Als dit een van de uitkomsten is van de roemruchte participatiemaatschappij, dan kan de jury daar niet anders dan positief over oordelen. Persoonlijke initiatieven van bevlogen mensen kunnen kennelijk vraagstukken oplossen waar professionals het antwoord schuldig op blijven.”

Winnaars

Het Arnhemse Bartokpark kwam als winnaar uit de bus in de categorie Gebiedstransformatie. Van een braakliggend terrein werd een drukbezocht park gerealiseerd. Tijdens dat proces had het project een magnetiserende werking op mensen, instanties en bedrijven. Eén en ander kreeg nog een extra boost toen kunstenaar Florentijn Hofman zijn feestaardvarken in het park installeerde.
In de categorie transformatie ging De Hallen in Amsterdam er met de overwinning vandoor. Het is niet de eerste keer dat De Hallen in de prijzen valt. Tot slot won in de categorie ‘Renovatie’ de uitbreiding en renovatie van het Mauritshuis. “De renovatie van het Mauritshuis is van een uitzonderlijke kwaliteit, zowel procesmatig als wat opdrachtgeverschap betreft en daarmee verdient het volgens de jury de eerste prijs.” BU wijdde in nummer 3 van 2014 een uitgebreid artikel aan dit opdrachtgeverschap, waarbij vooral opviel dat de museumorganisatie eindverantwoordelijk was in het bouwproces en nauw samenwerkte met architect Hans van Heeswijk. Tot slot werd ging de ‘Low Budget, High Impact’ award naar de Barbaraschool in Amsterdam. Daar kreeg door de inspanning van bevlogen ouders, de verloederde school ‘nieuw cachet’ door ‘slimme en mooie bouwkundige ingrepen die indirect de kwaliteit van onderwijs en aanzien verbeteren’.

Het volledige juryrapport met daarin de andere genomineerden is hier te vinden.

Holland Park Diemen

0
Holland Park Diemen

Ooit was het een kantorenpark. Op dit moment ondergaat Bergwijkpark in Diemen-Zuid een transformatie tot kleinstedelijke woonwijk, geïnspireerd op nieuwbouwwijk Sluseholmen in Kopenhagen. Het ontwerp van deze nieuwe woonwijk is van de Nederlandse architect en stedenbouwkundige Sjoerd Soeters die ook aan de wieg stond van het Java-eiland. Is Holland Park het toonbeeld van gebiedsontwikkeling nieuwe stijl?

Eind januari 2015 gingen de eerste nieuwbouwappartementen van Holland Park in Diemen in de verkoop. Sjoerd Soeters is de architect van het eerste woongebouw met 131 appartementen. Bijna 100.000 m2 leegstaande kantoorruimte wordt voorbereid op de bouw van zo’n 3.400 appartementen aan nieuwe grachten en een park. Initiatiefnemer van Holland Park is Snippe Projecten in samenwerking met Bouwaccent.

Concept

Variëteit en levendigheid zijn in Holland Park belangrijk. Daar drijft het concept op. Holland Park wordt een nieuw soort grachtengordel. Eigentijds, modern, leefbaar, vriendelijk, en vooral bruisend. Holland Park is een visionair totaalconcept met veel variatie in architectuur en buitenruimte. Kenmerkend is de diversiteit aan grachtenpanden met verschillende gevels, gelegen aan water en groen. Verder komen er volop voorzieningen, veel restaurantjes, cafés en winkels, en uitstekende verbindingen.

Bergwijkpark

Wie nu door het gebied loopt, kan zich bijna niet voorstellen dat er van Bergwijkpark iets fatsoenlijks te maken is, laat staan een gezellige woonwijk waar het goed toeven is. Het is zo’n typisch jaren ’70 kantorenpark met veel beton en gebouwen van vijf tot zes lagen hoog. Dicht op elkaar gebouwd en daarmee onpraktisch voor herbestemming. Ook energetisch voldeden de panden niet meer aan de eisen van deze tijd.

Theo Dohle, woordvoerder van Holland Park, vertelt: ‘Toen de crisis in volle hevigheid losbarstte en veel ontwikkelaars zich gedeisd hielden, was het initiatiefnemer André Snippe van Snippe Projecten die ondanks de crisis bleef geloven in de sterke vraag vanuit de markt. Hij vond twee financiers en kocht de kantoren van Bergwijkpark aan. Op het oog een troosteloze omgeving als je op het terrein rondloopt tussen al dat leegstaande beton. Maar zoom je uit, dan valt de geweldige ligging op. Het gebied ligt tegen Amsterdam aan, met alle voorzieningen dichtbij, Schiphol en Amsterdam-Centrum om de hoek en uitvalswegen en openbaar verzoer binnen handbereik. Een gouden zet, zo blijkt nu.’

Grootste transformatie

Het gaat om de grootste kantorentransformatie van Nederland, zo stelt Theo Dohle. ‘In totaal gaat het om 150.000 m2, waarvan 50.000 een herbestemming heeft gekregen in de vorm van Campus Diemen Zuid waar inmiddels 1000 studenten wonen. De overige 100.000 m2 wordt gebruikt voor Holland Park. Een mega-operatie die in verschillende fases de komende zes jaar zal worden uitgerold.’

Groeigemeente

Diemen is een groeigemeente. Het inwonersaantal is alleen al met de komst van Campus Diemen Zuid explosief toegenomen. En het is een gemeente waar de leegstand in rap tempo afneemt. Theo Dohle: ‘Initiatiefnemers Snippe en Bouwaccent prijzen in dit opzicht de gemeente Diemen. De gemeente denkt op een proactieve en positieve manier mee om Holland Park een zo goed mogelijke start te geven. En die inzet van de gemeente heb je wel nodig om er een succes van te maken.’

Trends en ontwikkelingen

Op de vraag wat de trends en ontwikkelingen zijn die momenteel spelen binnen de stedelijke ontwikkeling specifiek binnen Amsterdam, antwoordt Theo Dohle: ‘Wij constateren drie trends. Ten eerste, Amsterdam lijkt zijn aantrekkingskracht op gezinnen te herwinnen. Waar tien jaar geleden families met vooral kleine kinderen massaal uit de hoofdstad wegtrokken naar Vinex wijken in Almere en Leidschenrijn, zie je dat er net als in het buitenland steeds meer gezinnen in mooie, geschikte appartementen wonen. Verder neemt de druk op de woningmarkt in Amsterdam toe. De vraag is nog altijd groter dan wat de stad op dit moment te bieden heeft. En tot slot zie je dat de groeigemeenten rondom Amsterdam, zoals Diemen, steeds meer naar Amsterdam toekruipen. Er zal één grote metropool ontstaan in de toekomst.’

Openbare ruimte

En het water? Hoe zit het daarmee? Bergwijkpark is van nature geen waterrijke omgeving. Theo Dohle antwoordt dat de grachten voor een deel worden aangelegd en voor een deel worden aangesloten op bestaande waterlijnen. Het lijkt omslachtig en kostbaar, maar Sjoerd Soeters heeft heel bewust naar een balans gezocht tussen de woonblokken, het park, het groen en dus het blauw. Theo Dohle: ‘Wil je een duurzaam concept neerzetten dat geschikt is voor de toekomst, dan zul je moeten investeren in de openbare ruimte. Dat heeft Sjoerd Soeters gedaan.’

Sydhavn en Java-eiland

Holland Park kent zijn oorsprong in het project Sydhavn in het Deense Kopenhagen. De gemeente Kopenhagen wilde een ontwerp voor de transformatie van het zuidelijke havengebied van de stad tot woongebied, naar het voorbeeld van Java-eiland in Amsterdam. Een Deens comité maakte daarvoor een studie van diverse havenontwikkelingen in Europa, en daarbij viel Java-eiland bij hen het meest in de smaak.

Overeenkomsten en verschillen

In het Sydhavn plan zitten zowel overeenkomsten als grote verschillen met het Amsterdamse ontwerp. Zo is Sydhavn een zeer groot gebied, vijf maal groter dan het Java-eiland. Het ontwerp beslaat vier schiereilanden, die in verschillende fases werden ontwikkeld. Anders dan het Java-eiland bestaat Sydhavn helemaal uit stadsblokken, die zo zijn gesitueerd dat ze aan alle kanten op het water zijn georiënteerd. Hiervoor zijn aan het gebied kilometers gracht toegevoegd. Dat ging in Sydhavn veel gemakkelijker dan in Amsterdam, waar eerst U-vormige aquaducten op palen in het water moesten worden gezet. In Kopenhagen kon worden volstaan met damwanden, waarna de grachten eenvoudig met water konden worden gevuld.

Blokken

Als uitgangspunt voor de blokgrootte in Sydhavn is de maat van de grote stadsblokken in de binnenstad van Kopenhagen genomen. Net als op het Java-eiland zijn over de grachten bruggen aangelegd die een beetje bol zijn, waardoor ze ritmiek geven aan de openbare ruimte. Ook de knikken en bochten in de grachten zorgen voor steeds andere ruimtelijke effecten en zichtlijnen. In de vier deelgebieden van het plan wordt steeds het zelfde stedenbouwkundige principe gebruikt van stadsblokken omgeven door water, geknikte grachten en bruggen.

Sluseholmen

De eerste uitwerking van het Sydhavn-plan is het eiland Sluseholmen, eveneens ontworpen door Sjoerd Soeters. Het eiland wordt gekenmerkt door een weids uitzicht op het omringende water en een intiemere binnenkant. Het binnengebied wordt gevormd door een gebogen hoofdgracht en een aantal korte dwarsgrachten.

Grachten

De grote stadsblokken liggen met één kant aan het grote water en met de andere kanten aan deze nieuwe grachten. Aan de zonkant van elke gracht loopt een smalle kade en aan de andere kant staan de gebouwen direct met hun voeten in het water. Doordat de hoofdgracht een bocht heeft gekregen, worden bovendien de nabijgelegen industrie- en kantoorgebouwen aan het zicht onttrokken.

Woningen

In de hoven van de blokken zijn tuinen aangelegd, met daaronder ruimte om te parkeren. Elk stadsblok bestaat uit verschillende woningtypen. Aan het grote water liggen appartementsgebouwen en aan de dwarsgrachten individuele grachtenhuizen, die bestaan uit gestapelde maisonnettes.

Verschillende stijlen

Net als op het Java-eiland zijn in Sluseholmen de verschillende delen door diverse, in dit geval Deense architecten uitgewerkt. Er zijn architectonische richtlijnen opgesteld voor materialen, kleuren, ruimtelijke effecten en bebouwingshoogte, die er voor moeten zorgen dat elk stadsblok een eenheid blijft en aansluit bij het grotere geheel.

Voorzieningen

Even terug naar de praktijk van Holland Park. Het gehele project zal zes jaar in beslag nemen. Kunnen de bewoners in de tussentijd wel gebruik maken van de verschillende voorzieningen? Theo Dohle: ‘De eerste fase is gepland tegenover het terrein van Campus Diemen Zuid. Bewoners kunnen dus gebruik maken van de voorzieningen die zijn aangelegd voor de studenten die er nu al wonen, zoals cafés, restaurants en een supermarkt. Gaandeweg zullen geleidelijk steeds meer voorzieningen worden toegevoegd.’

Praktisch

Eind januari zijn 131 appartementen uit het eerste bouwblok in de verkoop gegaan. In vier weken tijd zijn er tussen de 60 en 70 woningen verkocht. Om te kunnen starten met bouwen, is een minimale afname nodig van 70 procent, dat zijn zo’n 90 appartementen. Theo Dohle: ‘Dat gaan we snel halen. Daar ben ik van overtuigd.’

Bouw

Holland Park is een initiatief van Snippe Projecten in samenwerking met Bouwaccent. De bouw van de eerste twee woonblokken is aanbesteed aan UBA uit Uithoorn. Inmiddels is de sloop gestart. Aardig detail is dat het fijne gruis dat hierbij ontstaat, wordt hergebruikt voor de bouw van de infrastructuur. Dit bespaart niet alleen grondstoffen, maar scheelt ook aanzienlijk in de af- en toevoer van bouwmaterialen. Deze zomer start de bouw. De eerste woningen worden naar verwachting medio 2016 opgeleverd.

[tabs]
[tab title=”Meer informatie”]

Holland Park

[/tab]
[/tabs]

Ontslakken online te leren

0
Ontslakken online te leren
Ontslakken online te leren

Twee weken terug berichtte BU over ‘ontslakken’, het tegengaan van organisatorische regeldruk. Nu is er een online college te volgen waarin men leert ontslakken.

Geestelijk vader

Het college valt binnen een collegereeks die door de Vereniging voor Overheidsmanagement en de Vereniging van Gemeentesecretarissen is gefabriceerd. Het college wordt gegeven door Friso de Zeeuw, geestelijk vader van de beweging, hij was provinciegedeputeerde Noord-Holland en thans directeur Nieuwe Markten bij BPD en daarnaast parttime praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de TU Delft. ‘Ontslakken’ kwam voort uit de frustratie over stapeling van regels, toegenomen beleidsdichtheid en de beperkte beslisruimte voor gemeenten. Volgens De Zeeuw is het sneller, goedkoper en flexibeler werken aan ruimtelijke investeringen en initiatieven.

Mooie voorbeelden

De gemeentelijk pilots die werken met Ontslakken hebben al mooie voorbeelden opgeleverd in Breda, Hoorn, Nijmegen en Zaanstad. Er blijkt veel mogelijk, maar er zijn ook consequenties. Zo kan een gemeente iets toestaan dat de regels tart van andere publieke organisaties. De Zeeuw pleit er verder voor dat marktpartijen meer oog hebben voor draagvlak in de buurt.
En er komen dilemma’s kijken bij ontslakken. Gezond verstand mag niet omslaan in willekeur en cliëntelisme, de goede initiatieven moeten zorgvuldig van de ‘knuffelinitiatieven’ en de ‘boefjes’ onderscheiden kunnen blijven.

Het college is hier te bekijken

Datacenter met duurzaam en veilig karakter

0
Datacenter met duurzaam en veilig karakter

Hoge eisen stelde het UMC Groningen voor haar nieuwe datacenter. Zowel op het gebied van duurzaamheid als veiligheid. Met name de veiligheidseisen bracht de automatiseerders van het gebouw bijna terug naar het analoge tijdperk. Maar inventieve oplossingen resulteerden in een gepatenteerd stukje gebouwautomatisering.

Het splinternieuwe datacenter van het UMCG

in Groningen is deze keer het decor van de business case gebouwautomatisering. De vraag om een datacenter stamt al uit 2008. Nu het UMCG de laatste jaren, met de komst van onder andere het elektronisch patiënten­dossier, te kampen heeft met een bijna exponentiële groei van data, wordt het datacenter op het goede moment geopend. Of beter gezegd, gesloten, want er is veel in het werk gezet om de data zo goed mogelijk af te schermen van de buitenwereld. Het gebouw is inmiddels opgeleverd, maar nog niet helemaal in gebruik. Voor ons een voordeel, want “zoals jullie hier naar binnen zijn gekomen vandaag, dat gaat over drie weken totaal niet meer. Dan moet je je twee maanden van tevoren aanmelden met paspoort en al.” Zo blijkt direct dat geen halve maatregelen zijn genomen wat betreft veiligheid. Aan het woord is Stephan Hamm, namens het UMCG als adviseur technisch beleid bij het project betrokken. Verder aanwezig is Peter de Vor, senior clientmanager voor Johnson Controls, die de systemen voor de gebouwautomatisering leverde. Via groot scherm, live on air, kijkt de op dat moment druk bezette Henk Winters van Deerns op ons neer, – die techniek verloopt in ieder geval al vlekkeloos – hij is verantwoordelijk voor de juiste integratie van de gebouwbeheersystemen.

LifeLines

Omdat het UMCG zich in de binnenstad bevindt en geen plaats biedt voor een datacenter, is voor het datacenter gebruik gemaakt van een stuk grond op het industrieterrein Eemspoort, Zuid-Groningen, luttele kilometers van het UMCG. Daar bevindt zich al het logistiek centrum en sinds kort de LifeStore van het onderzoeksporgramma LifeLines van het UMCG. In de LifeStore worden sinds april dit jaar bij een temperatuur van -80 graden zo’n acht miljoen samples met bloed en urine opgeslagen in 180 grote vriezers. Dit is materiaal van onderzoekspersonen die over een periode van tientallen jaren worden gevolgd, waardoor men veel nieuwe informatie omtrent ziekte en gezondheid verwacht te ontdekken. Onder andere de data die bij dit megaproject komt kijken, gaat beheerd worden in het nieuwe datacenter. Voor deze vriezerfaciliteit ter grootte van een kleine sporthal deed ingenieursbureau Deerns, naast het ontwerp van de gebouwgebonden installaties, het advies over de automatisering van het gebouw. “Het was dan ook een logisch voortvloeien uit die samenwerking om ook voor het datacenter een beroep op Deerns te doen”, aldus Stephan Hamm. Het werd voor Deerns geen routineklusje. De eisen van het UMCG veroorzaakten de nodige hoofdbrekers, onorthodoxe oplossingen en uiteindelijk zelfs een gepatenteerd ontwerp. Op het gebied van veiligheid en duurzaamheid werden hoge eisen gesteld. Zowel veiligheid als duurzaamheid zijn tekenen des tijds en dit maakt het datacenter in Groningen in zekere zin een voorbeeld van een nieuwe generatie datacenters.

TÜV

De veiligheidseis gaat met name om de security en privacy van de data. Het UMCG besloot tijdens het traject te gaan voor een TÜV-certificering. Stephan Hamm legt uit: “De certificering is speciaal voor datacenters. Daarbij gaat het niet alleen om cyber security, maar van bouw tot en met bedrijfsvoering kijkt men over onze schouder mee om te zorgen dat hacken onmogelijk wordt. Het UMCG stelde hoge eisen en daarom heb ik gezocht naar een goede certificering. Nu zijn er instanties die hele vragenlijsten hebben die je enkel met ja of nee kunt beantwoorden, maar de aanpak in samenspraak van TÜV was voor ons beter. Ze kijken naar het totaalpakket, tot en met exploitatie en bedrijfsvoering. Het leverde ons de nodige eye openers op. Als techneuten zijnde, krijgen we een inlogcode mee van 1234, die natuurlijk niet veranderd wordt… Via het protocol dat we gevolgd hebben moet het nu onmogelijk zijn om het systeem binnen te dringen. TÜV heeft zelfs geprobeerd met een ethische hacker, een white hat, het GBS van het UMCG binnen te dringen. Over vier weken hebben we de eerste proefaudit en wordt alles nagelopen: alle processen, het toegangsbeheer, hoe wordt een kabeltje aangesloten? wie mag wat doen? etcetera.”

Read only

Inlogcodes veranderen à la, maar voor Henk Winters van Deerns bracht TÜV enige breinbrekers met zich mee. “Voor de certificering was het niet veilig genoeg om het gebouwbeheersysteem, GBS, één op één te koppelen aan het GBS van het UMCG. Wanneer het systeem van het UMCG wordt gekraakt, zou direct ook die van het datacenter gekraakt zijn en platgegooid kunnen worden. Daarom is er gekozen om met een modbus te werken die is ingesteld op read only, dat wil zeggen, je kan van afstand, vanuit het UMCG zelf, niet ingrijpen, maar enkel zien wat er gebeurt. De units in het datacenter zijn voorzien van een geïntegreerde regeling, ze zien automatisch wanneer er één uitvalt, wat door de anderen wordt opgevangen. Mocht je iets willen veranderen in het systeem, of mocht er echt iets mis gaan, dan is de enige optie om naar de locatie zelf te gaan, de op het DCE aanwezige laptop is de enige met toegang tot het GBS ter plekke. Dit om besmetting met externe virussen te voorkomen je laptop in te pluggen en aan de slag te gaan.” “Zolang het om bussen ging was het tot daar aan toe, maar wat betreft de waterbehandeling ten behoeve van de adiabatische koeling (koeling via waterdamp, waarover later meer, red.) moest een stap terug in de tijd worden gedaan: we hebben in de regelkast een aparte DDC controller opgenomen van Johnson Controls, die stand alone gaat draaien. We hebben daar toch nog zicht op weten te houden via een netwerk integration engine, die de harde digitale en analoge gegevens weergeeft.”

Adiabatische koeling

Stephan Hamm: “Op een gegeven moment was ik zo ver dat ik dacht, we hangen een camera voor de regelaar en gaan weer met lampjestableaus werken, zoals het twintig jaar geleden ging.”
“Bijna terug naar de analoge techniek, en dat in een datacenter”, voegt Peter de Vor daar aan toe. Voor Henk Winters en Peter de Vor veroorzaken de hoge veiligheidseisen een bijzondere situatie die ze beiden nog niet eerder zo zijn tegengekomen. Op het schema is te zien hoe het netwerk is opgebouwd. “Op deze manier hebben we het gelukkig nog op een eigentijdse manier kunnen oplossen”, aldus Henk Winters.
Peter de Vor stemt daar mee in. “Het is bijzonder dat je toch moet inperken met moderne technieken omwille van security. Wat je met gebouwautomatisering eigenlijk wil is openheid via datacommunicatie en protocollen, zodat koppelen van informatie heel makkelijk is, maar met de boze buitenwereld op de loer, kan die openheid in je nadeel zijn. Wanneer daar iemand tussen zit die iets snapt van protocollen, ben je gelijk heel kwetsbaar. Dan moet je rigoureuze en inventieve maatregelen nemen; stand alone bouwen en op een veilige manier informatie inlezen.”

Gepatenteerd ontwerp

De tweede eis van het UMCG die uiteindelijk nog meer creativiteit bij Deerns te weeg bracht, was de eis voor een duurzaam gebouw, met laag energieverbruik. Dit resulteerde in het gepatenteerd ‘Green Cooling for Data Centres’-concept, een unieke methode van adiabatische koeling. Adiabatisch wil zeggen, koeling op basis van directe verdamping van water. Nu is water in een datacenter vloeken in de kerk, ware het niet dat het water volledig buiten het datacenter blijft. Henk Winters: “We hebben gestandaardiseerde units gemaakt waarbij via een kruisstroomwisselaar buitenlucht wordt gebruikt om de lucht in het datacenter te koelen. Met een gewone kruisstroomwisselaar haal je buitenlucht naar binnen die energie uitwisselt met de retourlucht die naar buiten gaat. Dat doen we hier dus niet. De binnenlucht blijft binnen en de buitenlucht blijft buiten. Alleen de energieuitwisseling vindt plaats via de platenwisselaar. Dat heeft als voordeel dat wanneer het buiten heet is, je direct over kunt stappen op adiabatische koeling. De platenwisselaar waar lucht langs stroomt wordt dan nat gemaakt. Door de luchtstroom van de buitenlucht verdampt het water, waardoor de lucht afkoelt. Maar die buitenlucht komt het gebouw niet in, er is sprake van indirecte koeling, maar wel zeer effectief. De inblaastemperatuur die normaal gesproken is ontworpen op 23 graden, kan oplopen tot 27, maar ­kortstondig is dat geen probleem voor de ict-apparatuur. Zo wordt een verschrikkelijke hoeveelheid energie efficiency gerealiseerd.” Het gepatenteerde systeem is door Deerns inmiddels ook toegepast in een groot datacenter in Moskou.

Nul gram koudemiddel

Op deze wijze is bereikt dat er helemaal geen sprake meer is van mechanische koeling. Het water komt gedeeltelijk uit regenwateropslag voor verdere verduurzaming. “We hebben een datacenter met nul gram koudemiddel, dat is uniek”, zegt Stephan Hamm trots. Voor datacenters wordt vaak gekeken naar de ‘power usage effectiveness’, pue, die wordt berekend door de totale energie van het gebouw te delen door de energie van de it. Hoe lager het getal, hoe duurzamer het gebouw. Voor het datacenter van het UMCG is de pue berekend op 1.12, extreem laag, aangezien 1.3 voor datacenters normaal is. Hamm: “De TÜV heeft ons zelfs geadviseerd om mee te doen met een challenge voor duurzame gebouwen in Duitsland. Maar we wachten even af, want op het moment is het gebouw nog niet in gebruik. Je moet wel wat kunnen aantonen.”
Om de kosten in de hand te houden is gebruik gemaakt van een modulaire aanpak, waarbij de installaties van het nieuwe datacenter opgeschaald kunnen worden op het moment dat dat nodig is. De helft van het datacenter staat dus nog leeg. Het datacenter is gebouwd voor 400 kilowatt it load, met doorgroeimogelijkheid naar 1 megawatt.
De koppeling van het netwerk van het datacenter met die van het UMCG staat op het moment van het gesprek voor de deur. Een maand lang zijn alle netwerkswitches getest op de duur van het overschakelen van glasvezelverbinding naar de campus. De overschakeling blijkt dertig seconden te duren, maar zelfs dertig seconden hebben impact op de bedrijfsvoering van het UMCG, waardoor goed is gekeken naar het moment van overschakelen. Na die ongetwijfeld spannende seconden draait het datacenter op volle toeren. Laat die warme zomer maar komen.

Datacenter met duurzaam en veilig karakter illustratie

Peter de Vor licht toe hoe de DDC (FEC) van Johnson Controls stand alone is aangelegd: De DDC is een intelligente regelaar, die met software wordt geprogrammeerd. Deze doet de hele waterbehandeling van het koelsysteem. Je ziet op het plaatje; waar de DDC normaliter keurig verbonden is aan een onderstation, dat weer gekoppeld ligt aan het interne LAN-netwerk van het UMCG, ligt hij hier helemaal losgekoppeld. De waterbehandeling wordt geregeld met een stukje stand alone regeltechniek. Daarnaast, wel aangesloten op het netwerk van het UMCG, ligt een onderstation die informatie uit een bus haalt, met modbuskoppelingen en via een remote I/O module. Die haalt via read only info op, die in het GBS van het datacenter en bij de UMCG 24/7 wachtpost binnenkomt. Het GBS hier signaleert en slaat op, ziet storingen, overschrijdingen. Voor het veranderen van instellingen moet dus echt lokaal aan de regelaar gesleuteld worden. Interventie binnen het GBS is hier onmogelijk.

Eengezinswoningen in voormalig ziekenhuis Utrecht

0
Eengezinswoningen in voormalig ziekenhuis Utrecht
Eengezinswoningen in voormalig ziekenhuis Utrecht

Met de bouw van 37 eengezinswoningen is de eerste fase van de herontwikkeling van ziekenhuis Oudenrijn te Utrecht begonnen. In totaal komen er zo’n 800 woningen komen op het terrein van het voormalig ziekenhuis in Kanaleneiland. Eengezinswoningen in voormalig ziekenhuis Utrecht.

Het ziekenhuis sloot door de opening van het Sint Antonius Ziekenhuis in Leidsche Rijn. Zo meldt de Utrechtse Internet Courant. Op het terrein moeten honderden woningen komen. De 37 woningen waaraan nu begonnen is, zullen nog voor het einde van 2015 opgeleverd en verhuurd gaan worden. De huizen hebben een woonoppervlak van circa 87 m2 en zijn voorzien van een tuin en een eigen parkeerplaats op een afgesloten binnenterrein.

UP-Living

Het volledige terrein moet straks ruimte gaan bieden aan jonge gezinnen, studenten en starters. Eyecatcher van het project, genaamd ‘UP-Living’, wordt een woontoren van circa zeventig meter hoog. In de toren komen 468 studenteneenheden, dit worden zelfstandige woonruimtes met een oppervlakte van circa 24 m2.

Beddenhuis

Van het voormalige ziekenhuis Oudenrijn blijft het kenmerkende beddenhuis, uit de jaren zestig, behouden. Het wordt getransformeerd tot appartementencomplex met compacte wooneenheden.
Kloppend hart van het hele project moet een binnentuin worden. Hieromheen verrijzen verschillende voorzieningen, zoals horecagelegenheden, een wasserette en een fietsenmaker.

Btw voor verduurzaming woningen moet laag blijven, aldus UNETO-VNI

0
Btw voor verduurzaming woningen moet laag blijven, aldus UNETO-VNI
Btw voor verduurzaming woningen moet laag blijven, aldus UNETO-VNI

Volgens installateurskoepel UNETO-VNI helpt een laag btw-tarief voor renovatie en onderhoud om woningen in ons land versneld energiezuinig te maken en daarmee de doelstellingen van het Energieakkoord te halen. In een brief aan de Tweede Kamer roept UNETO-VNI daarom op om de lage btw blijvend te maken. Btw voor verduurzaming woningen moet laag blijven, aldus UNETO-VNI

Volgens de installateurskoepel is een verlaging van het btw-tarief naar 6% het duwtje dat veel woningbezitters en woningcorporaties nodig hebben om te investeren in energiezuinige maatregelen. De afgelopen jaren was de btw tijdelijk verlaagd, in die periode zijn dankzij de maatregel veel woningen voorzien van zonnepanelen, energiezuinige hr-ketels, energiezuinige verlichting en inbouwapparatuur. Beëindiging van de lage btw heeft een negatief effect op deze marktontwikkeling.

Lange baan

Voorzitter Titia Siertsema van UNETO-VNI: ‘Uit een rondvraag onder onze leden blijkt dat veel opdrachtgevers hun energiebesparingsplannen weer op de lange baan schuiven als de btw weer naar 21% gaat. Na 1 juli verwachten installateurs zelfs een daling van het aantal opdrachten met circa 20%’. Siertsema roept de Tweede Kamer daarom op om de lage btw blijvend te maken en daarmee de verduurzaming van de gebouwde omgeving een impuls te geven. Siertsema: ‘Zo’n 40% van het totale energieverbruik in ons land komt voor rekening van gebouwen en woningen. Dankzij de lage btw nemen we meer energiebesparende maatregelen en gaat dat percentage drastisch omlaag. Laten we die kans niet onbenut laten.’

Kans voor seniorenwoningen

Het lage btw-tarief zorgt er ook voor dat ouderen langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Siertsema: ‘Door woningen levensloopbestendig te maken met slimme techniek, kunnen ouderen langer in hun vertrouwde omgeving blijven én gaan de zorgkosten omlaag. Ook kunnen we de lage btw inzetten om woningen in Groningen die gevaar lopen als gevolg van de gaswinning aardbevingsbestendig te maken.’ Uit onderzoek blijkt dat dankzij de lage btw de afgelopen jaren duizenden banen behouden zijn gebleven in de installatiesector. Siertsema: ‘Ook voor de overheid pakt een structureel lage btw niet ongunstig uit. Er wordt weliswaar minder btw afgedragen, maar aan de andere kant bespaart de overheid aan WW-uitkeringen en wordt er meer loon- en inkomstenbelasting afgedragen.’

klik hier voor de brief die aan de Tweede Kamer werd verstuurd.