Home Blog Pagina 82

Concrete Design Competition verrast met vernieuwende betonontwerpen

0
Concrete Design Competition verrast met vernieuwende betonontwerpen

De Nederlandse jury van de Concrete Design Competition heeft de prijswinnaars van de editie 2023-2024 bekendgemaakt. Uit veertig inzendingen koos de jury acht nominaties, waaruit drie winnaars en een eervolle vermelding uit de bijzondere constructies van beton werden geselecteerd.

Creatieve ideeën

De Concrete Design Competition is een tweejaarlijkse ideeënprijsvraag voor studenten bouwkunde, architectuur en civiele techniek. “We dagen de studenten uit om te ontwerpen met beton, om de unieke en esthetische eigenschappen van dit materiaal te onderzoeken binnen het thema van deze editie: ‘PRESENCE’, dit uitdagende thema gaat in op hoe het materiaal een bepaalde voelbare beleving kan geven aan de vorm van een ruimte of object in de gebouwde omgeving”, aldus Cindy Vissering van Tektoniek.

Veelzijdig

De brede uitvraag leverde een grote diversiteit aan ontwerpideeën op. Het varieerde van geveldetails en gestapelde open constructies tot stedenbouwkundige elementen en constructiedetails. Uiteindelijk selecteerde de jury acht nominaties. Onlangs presenteerden de genomineerden hun ontwerpen aan belangstellenden bij de TU Delft, gevolgd door de bekendmaking van de winnaars.
De jury bestond uit vijf professionals: drie architecten, een constructeur en een vertegenwoordiger uit de betonindustrie.

Winnaars van de beton prijs

De eerste prijs ging naar Hydrowall, een groen gevelontwerp met twee gradaties van porositeit, en daarmee waterdoorlatendheid, in het beton. Dit innovatieve ontwerp combineert duurzaamheid met esthetiek. De tweede prijs werd toegekend aan Fabric[ated] Strength, waarbij kolommen worden gemaakt van twee lagen textiel met daartussen droog cementbeton dat verhardt. Dit ontwerp toont de mogelijkheden van textiel en beton in de bouw. De derde prijs ging naar Skycrete, een semi-open dakontwerp voor een paviljoen met geschakelde schaalvormen. Het benut licht en ruimte effectief.

Een eervolle vermelding werd gegeven aan Playground of the Future, een ontwerp voor speeltuinelementen van 3D-geprint beton, dat innovatie in speelelementen benadrukt. Lees meer bij Tektoniek over de verschillende ontwerpen.

De winnaars van de eerste en tweede prijs mogen deelnemen aan de Internationale Concrete Design Masterclass. Daarnaast ontvangen de winnaars van de eerste, tweede en derde prijs ook een geldbedrag, als erkenning voor hun creatieve en technische inspanningen.

CONCRETE DESIGN COMPETITION winnaar Hydrowall
Winnaar Hydrowall.

Internationaal

De Concrete Design Competition vindt ook plaats in Duitsland, België, Oostenrijk en Ierland. In Nederland wordt de ontwerpprijsvraag gecoördineerd vanuit Tektoniek, het platform voor betonarchitectuur. De winnaars uit de vijf landen komen samen in de Concrete Design Masterclass, die dit jaar in Nederland plaatsvindt. In het opleidingscentrum van Weber-Beamix in Eindhoven zullen de studenten ontwerpen maken die geprint worden op een industriële betonprinter. Bovendien zullen ze zelf betonobjecten maken met textiele mallen.

Beton als bouwmateriaal

De Concrete Design Competition benadrukt de veelzijdigheid van beton als bouwmateriaal. Het biedt veel mogelijkheden op het gebied van vormgeving en duurzaamheid. De competitie daagt studenten uit om creatief en innovatief te denken, en zo de grenzen van wat mogelijk is met beton te verleggen. Het gebruik van beton in moderne architectuur en civiele techniek groeit, en de resultaten van deze competitie tonen de toekomst van het materiaal aan. De geselecteerde ontwerpen illustreren hoe beton zowel functioneel als esthetisch ingezet kan worden, wat bijdraagt aan een duurzamere en mooiere gebouwde omgeving, zo bericht Tektoniek.

Bron en beeld: Tektoniek.

Praktijkgericht onderwijs essentieel voor toekomstige vakmensen

0
Praktijkgericht onderwijs essentieel voor toekomstige vakmensen

Praktijkgericht onderwijs speelt een cruciale rol in het voorbereiden van leerlingen op de arbeidsmarkt. Minister Mariëlle Paul voor Primair en Voortgezet Onderwijs benadrukt het belang van dat soort onderwijs voor alle leerlingen, ongeacht hun schoolniveau. De noodzaak en voordelen voor praktijkgericht onderwijs in ons land moet nog meer aandacht krijgen.

“De minister pleit voor meer praktijkgericht onderwijs op alle onderwijsniveaus”

Praktijkgericht onderwijs essentieel

Praktijkgericht onderwijs biedt leerlingen de mogelijkheid om vraagstukken praktisch op te lossen. Dit helpt hen niet alleen om de lesstof beter te begrijpen, maar ook om belangrijke vaardigheden te ontwikkelen die onmisbaar zijn voor hun toekomstige carrière. In de huidige middelbare schoolcurricula ligt de nadruk vaak op theoretische vakken, waarbij praktische vaardigheden onderbelicht blijven. Dit moet veranderen, volgens Mariëlle Paul. Praktijkgericht onderwijs moet een integraal onderdeel worden van alle schooltypen, van VMBO tot en met VWO.

Waarde van vakmensen

Paul stelt dat goede vakmensen onmisbaar zijn voor de samenleving. Door leerlingen al vroeg in aanraking te laten komen met praktijkgerichte opdrachten en vakken, ontdekken ze hun talenten en interesses. Dit stimuleert een brede ontwikkeling en maakt praktijkgerichte vervolgopleidingen en beroepen aantrekkelijker. We hebben vakmensen nodig in diverse sectoren zoals de bouw, de zorg en veel andere gebieden. Daarom is het belangrijk dat praktijkgericht onderwijs beschikbaar is voor alle leerlingen, ongeacht hun schoolloopbaan.

Meten en waarderen van praktische prestaties

Een uitdaging bij onderwijs dat op de praktijk gericht is, is het meetbaar en toetsbaar maken van praktische prestaties. Minister Mariëlle Paul onderzoekt hoe dit gerealiseerd kan worden, zodat praktische vaardigheden meetellen bij de keuze voor een vervolgopleiding. Dit zorgt ervoor dat praktijkgericht onderwijs evenveel waardering krijgt als theoretische vakken. De bredere maatschappelijke discussie over de waardering van praktijkgerichte prestaties, diploma’s en beroepen moet ook gevoerd worden. Het onderwijs en de samenleving moeten samenwerken om deze waardering te bevorderen.

Praktijkgericht onderwijs en basisvaardigheden

Basisvaardigheden zoals lezen, schrijven en rekenen blijven essentieel. Op de praktijk gericht onderwijs kan deze vaardigheden juist versterken door ze te integreren in praktijkgerichte opdrachten. Bijvoorbeeld, het berekenen van de oppervlakte van een ruimte in een praktijkopdracht helpt leerlingen om wiskundige concepten beter te begrijpen. Dit maakt leren betekenisvoller en relevanter, wat bijdraagt aan het verbeteren van basisvaardigheden.

Eerdere maatregelen en toekomstige plannen

Meer dan honderd HAVO-scholen experimenteren al met een praktijkprogramma en het vwo verkent ook hoe praktijkgericht onderwijs een grotere rol kan spelen. Vanaf het komende schooljaar worden praktijkgerichte programma’s ook mogelijk in de gemengde en theoretische leerweg van het vmbo. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ondersteunt daarnaast VMBO-vakwedstrijden en initiatieven die techniekonderwijs versterken.

Toekomstbestendig VMBO

Het VMBO, waar al veel aandacht is voor praktijkgericht onderwijs, moet ook in de toekomst goed aansluiten op de eisen van vervolgopleidingen en de arbeidsmarkt. Snelle technologische ontwikkelingen maken dit een uitdaging, mede door een dalend aantal leerlingen in het vmbo. Er wordt onderzocht hoe het beroepsgerichte vmbo in de bovenbouw anders georganiseerd kan worden. Ook wordt verkend of het aantal leerroutes in de onderbouw van het VMBO kan worden verminderd. Zo kunnen alle vmbo-leerlingen vanaf de eerste klas een breed scala aan vakken volgen, zowel theoretisch als praktijkgericht.

Dag van de Bouw 2024 trekt ruim 73.000 bezoekers

0
de Dag van de Bouw 2024

Afgelopen zaterdag was de 17e editie van de Dag van de Bouw. 154 bouw- en infraprojecten hun deuren voor het publiek. Deze unieke gelegenheid trok ruim 73.000 bezoekers die nieuwsgierig waren naar de projecten die normaal gesproken niet toegankelijk zijn. De Dag van de Bouw 2024 bood een indrukwekkend kijkje achter de schermen van de bouwsector, met een breed scala aan projecten die de diversiteit en het vakmanschap binnen de sector laten zien.

Projecten

De Dag van de Bouw 2024 bood bezoekers de kans om verschillende bouwprojecten te verkennen. Van de bouw van nieuwe infrastructuur tot de renovatie van historische gebouwen, er was voor ieder wat wils. In Rotterdam konden bezoekers bijvoorbeeld over het viaduct van het Terbregseplein lopen. Hier hadden ze een spectaculair uitzicht op een van de drukste verkeersaders van Nederland. Dit viaduct zal straks de bestaande A16 met de A16 Rotterdam verbinden, wat een belangrijke verbetering is voor de bereikbaarheid van de stad.

Een ander opvallend project was het strand van Velsen, waar jong en oud konden zien hoe windparken op zee worden aangesloten. In Den Haag kregen bezoekers een exclusieve rondleiding door de renovatie van het Binnenhof, inclusief de Eerste Kamer, de Tweede Kamer en de Raad van State. Deze renovatieprojecten zijn van groot belang voor het behoud van ons cultureel erfgoed en de toekomstbestendigheid van onze politieke instellingen.

Veel bezoekers op de Dag van de Bouw

Sommige projecten trokken bijzonder veel belangstelling. Zo kwamen er meer dan 4.000 mensen naar het in aanbouw zijnde zwemcentrum De Welle in Drachten. De renovatie van het Binnenhof trok 3.300 bezoekers, en de verbouwing van het station in Groningen werd door ruim 2.000 mensen bezocht. Het meest populaire project was echter de Groene Boog op de A16, waar maar liefst 8.000 bezoekers op af kwamen. Deze hoge bezoekersaantallen tonen de enorme interesse van het publiek in de bouwsector en de innovaties die daarin plaatsvinden.

Energietransitie

Een van de hoogtepunten van de Dag van de Bouw 2024 was de opening van een nieuw hoogspanningsstation in de Zuidplaspolder bij Zevenhuizen. Dit project, uitgevoerd door Croonwolter&dros – Mobilis in opdracht van TenneT en de regionale netbeheerders Liander en Stedin, zal de transportcapaciteit van elektriciteit in de regio aanzienlijk vergroten. Dit is een belangrijke stap in de energietransitie en biedt ruimte voor meer nieuwbouw in de regio, zoals Het Vijfde Dorp en het bedrijventerrein Dryport Zuidplas.

de Dag Van de Bouw 2024 Dick de Jager
Foto: Dick de Jager

Tijdens de opening benadrukte Arno Visser van Bouwend Nederland, het belang van de Dag van de Bouw. Hij sprak met trots over de duizenden geïnteresseerden die op 154 verschillende bouwprojecten in het hele land werden verwelkomd. Volgens Visser biedt de Dag van de Bouw een unieke kans voor het publiek om de veelzijdigheid en het vakmanschap binnen de bouwsector te ontdekken.

Bouwsector in 2024 en de toekomst

De bouwsector speelt een essentiële rol in de ontwikkeling en het onderhoud van onze infrastructuur. Door projecten zoals de Dag van de Bouw 2024 krijgen mensen een beter inzicht in de uitdagingen en innovaties die de sector met zich meebrengt. Van de energietransitie tot de renovatie van historische gebouwen, de bouwsector werkt voortdurend aan de toekomstbestendigheid van Nederland.

Met de Dag van de Bouw wil Bouwend Nederland niet alleen de bouwsector in de schijnwerpers zetten, maar ook het belang van de sector voor de samenleving benadrukken. Bezoekers kregen de kans om de nieuwste technieken en innovaties te zien en om te begrijpen hoe de bouwsector bijdraagt aan een duurzamere en veiligere toekomst.

Ontdekkingen

De Dag van de Bouw 2024 was een groot succes. Bezoekers van alle leeftijden genoten van de unieke kans om bouwplaatsen te verkennen en meer te leren over de projecten die ons land vormgeven. De diversiteit van de projecten en de betrokkenheid van het publiek tonen aan hoe belangrijk de bouwsector is voor Nederland. Door open dagen zoals deze blijft de sector transparant en toegankelijk, en kan het publiek de impact van de bouw op onze samenleving beter begrijpen.

Met een positieve blik op de toekomst kijkt de bouwsector uit naar de volgende editie van de Dag van de Bouw. De sector blijft zich ontwikkelen en innoveren om te voldoen aan de behoeften van een veranderende wereld.

Zie ook: Lennard Heij vanaf juli interim directeur Bouwend Nederland.

Mark Harbers: “Zoetwatertekort aanpakken nu en voor de toekomst”

0
Dreigend zoetwatertekort

Het lijkt vreemd na onder meer de natte meimaand, maar het aanpakken van zoetwatertekort en droogte wordt steeds urgenter voor Nederland. Om ons land in 2050 beter bestand te maken tegen deze problemen, moeten we ons waterbeheer drastisch verbeteren. Hoewel we momenteel ons beschikbare water zo efficiënt mogelijk gebruiken, zullen we in de toekomst ingrijpende maatregelen moeten nemen. Dit benadrukte minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat in een recente brief aan de Tweede Kamer.

“Overheden moeten in kaart brengen hoe ze de toekomstige vraag naar zoet water in balans brengen met het aanbod”

Extreme zomers

Minister Harbers wees op de kritieke situaties in de zomers van 2018 en 2022. Tijdens deze periodes stonden de rivieren zo laag dat schepen nauwelijks konden varen. Boeren konden hun gewassen niet besproeien en de natuur leed onder de droogte. Volgens de minister worden deze extreme zomers richting 2100 het nieuwe normaal. Daarom moeten we ons voorbereiden op deze nieuwe realiteit. Eind 2022 besloot het kabinet dat water en bodem een belangrijkere rol moeten krijgen bij de inrichting van ons land.

Maatregelen om zoetwatertekort aan te pakken

Om het zoetwatertekort te beperken, zijn verschillende maatregelen noodzakelijk. Ten eerste moeten we minder zoet water gebruiken. Dit kan door grondwaterstanden te verhogen en meer water op te slaan in het IJsselmeer. Een gezondere bodem kan ook bijdragen aan een betere zoetwatervoorziening. Alle overheden en watergebruikers moeten scherpe bestuurlijke keuzes maken om deze doelen te bereiken. Daarnaast gaan we onderzoeken welke verdere opties er zijn om het zoetwatertekort te minimaliseren.

Lees verder onder de afbeelding.
Dreigend Zoetwatertekort
Oranjesluis bij Amsterdam. Foto: Nisanga-123RF.

Water blijvend belangrijk

Het meeste zoete water wordt momenteel gebruikt om verzilting tegen te gaan. Verder gebruiken we zoet water om bodemdaling te voorkomen, voor dijken, drinkwater, scheepvaart, landbouw, industrie, waterkwaliteit en natuur. Bij een zoetwatertekort kunnen niet al deze functies worden vervuld. Drinkwatervoorziening krijgt altijd prioriteit, dus een zoetwatertekort leidt niet direct tot een drinkwatertekort.

Nieuwe strategie voor zoetwaterbeheer

Het Deltaprogramma Zoetwater werkt aan het beperken van het zoetwatertekort en het weerbaarder maken van Nederland tegen droogte. Tot nu toe richtte de aanpak zich vooral op het optimaliseren van het watersysteem. Bijvoorbeeld door maatregelen te nemen bij stuwen en sluizen, zodat het zoete water niet meteen wegstroomt. Maar deze aanpak is niet langer toereikend.

Overheden moeten nu in kaart brengen hoe ze de toekomstige zoetwatervraag in balans brengen met het aanbod. Ze moeten ook belangrijke afwegingen maken in hun ruimtelijke plannen. Soms moeten we kiezen voor minder watergebruik, een hoger zoutgehalte in bepaalde gebieden accepteren, of schutbeperkingen invoeren waardoor schepen minder vaak door sluizen kunnen.

Lees verder onder de afbeelding.
Dreigend zoetwatertekort
Waterzuivering bij Zwolle. Foto Frans Blok-123RF

Water regen benutten

Het extra regen water uit nattere winters moeten we beter vasthouden in de bodem of in waterbergingen. Dit kan leiden tot een groter risico op wateroverlast en kan invloed hebben op andere watergebruikers zoals agrariërs en industrie. Daarom is een verkenning gestart naar meer ingrijpende maatregelen. Hierbij wordt gekeken naar de haalbaarheid en wenselijkheid van het herzien van de verdeling van het hoofdwatersysteem of een mogelijke tweede aanvoerroute naar het IJsselmeer.

Toekomst

Elke zes jaar worden de Deltabeslissingen herijkt, de eerstvolgende keer in 2026. Omgaan met droogte zal een belangrijk onderdeel zijn van deze herijking. De besluiten en maatregelen die hieruit voortvloeien, worden vastgelegd in het Nationaal Waterprogramma 2028-2033. Dit programma zal de basis vormen voor ons toekomstige waterbeheer en ons helpen om beter voorbereid te zijn op de uitdagingen van zoetwatertekort en droogte.

Openingsfoto van de spuisluizen tussen het Markermeer en het IJsselmeer in de Houtribdijk bij Lelystad: Nisanga-123RF.

Zoetwatertekort aanpakken nu en voor de toekomst. Zie ook:
Hoe gaan we om met zeespiegelstijging en verzilting.

Gemeente Almere koopt ontwikkellocatie Hortus terug

0
Gemeente Almere koopt ontwikkellocatie Hortus terug

De gemeenteraad van Almere stemde eind vorige week toe in de terugkoop van de ontwikkellocatie Hortus op het voormalig Floriade-terrein. Met de terugkoop van de oorspronkelijke ontwikkelaar Weerwater CV krijgt de gemeente Almere de volledige regie weer terug en gaat zij nu zelf de stadswijk Hortus tot ontwikkeling brengen. Het Hortus-dossier kende een moeizame periode. Er zijn nu 660 tot 1.300 woningen gepland.

“Terugkoop van ontwikkellocatie Hortus gaat de gemeente Almere 51 miljoen kosten”

Balans rond Hortus

Op het vlak van het karakter van de wijk wil het college “een goede balans zoeken tussen duurzame en groene ambities aan de ene kant en de woonopgave en financiële consequenties aan de andere kant”.
Bij de ontwikkeling van het Hortus-terrein zijn alle risico’s goed in beeld gebracht en afgedekt.
De terugkoop gaat de gemeente 51 euro miljoen kosten. Voor dat bedrag krijgt het de grond bouw- en woonrijp opgeleverd terug. Het aankoopbedrag in verhouding tot die oplevering, bericht men. Uiteindelijk verwacht de gemeente Almere zelfs een positief financieel resultaat op de ontwikkeling te kunnen behalen.

Verstandig

Jesse Luijendijk, wethouder Gebiedsontwikkeling: “Ik vind het heel verstandig dat de raad heeft ingestemd met het voorstel van de terugkoop. We kunnen nu als gemeente voortvarend door met de ontwikkeling van de stadswijk. Daarbij letten we op de kosten en willen we de stadswijk een duurzaam en groen karakter geven. Al met al kan Almere in Hortus een hoogwaardig, karakteristiek en groen woongebied tegemoet zien.”

De gemeenteraad ging drie keer op rij over de terugkoop van Hortus in gesprek met wethouder Jesse Luijendijk tijdens een politieke markt. Dat bleek voldoende om een meerderheid van de raadsleden achter de terugkoop te krijgen.

Tijdens de debatten draaide het onder meer om drie onderwerpen. De raad wilde meer weten over het aantal woningen dat op het Hortus-terrein te verwachten valt. In het oorspronkelijke plan werd het aantal van 660 aangehouden, met de aanvullende belofte tot 1.300 woningen.

Samenwerking

De gemeente Almere en Weerwater CV konden elkaar nu vinden in de voorwaarden voor een terugkoop. “Na een moeizame periode in het Hortus-dossier staan beide partijen toch nog op goede voet met elkaar”, bericht de gemeente.

In Duin werken Amvest en de gemeente al prima samen, dat geldt ook voor Dura Vermeer en Nobelhorst. Die samenwerkingen blijven bestaan.

Gemeente Almere koopt ontwikkellocatie Hortus terug. Zie ook:
Woontoren Flores met glazen bloemengevel op terrein Floriade.
Smart Thermal Grid voor toekomstige wijk Hortus op Floriadeterrein.

Waar gaan de EU-gelden en subsidies naartoe?

0
EU subsidies

De Europese Unie verstrekt aanzienlijke subsidies aan haar lidstaten, waaronder Nederland. In 2022 ontving Nederland meer dan 2,9 miljard euro aan EU-subsidies, bestemd voor diverse doelen binnen 15 clusters van onderwerpen. Een groot deel van deze middelen is bestemd voor onderzoek en innovatie, maar ook voor landbouw en maritiem beleid. Deze verdeling verschilt echter per lidstaat en laat interessante patronen zien. Dit artikel aan de hand van recent CBS-onderzoek, biedt inzicht aan de besteding en verdeling van EU-subsidies in Europa, met een focus op Nederland.

“Nederland betaalt meer aan de EU dan het ontvangt, maar verdient nog steeds aan de Europese Unie”

Nederland?

In 2022 ontving Nederland 2,9 miljard euro aan subsidies vanuit de Europese Commissie. Deze subsidies worden verdeeld over 15 clusters van onderwerpen. Het grootste deel (38 procent) ging naar onderzoek en innovatie, met name naar universiteiten en hogescholen. Dit komt neer op ruim 1,1 miljard euro. De tweede grote post is landbouw en maritiem beleid, goed voor 847 miljoen euro (29 procent). Dit geld wordt voornamelijk uitgekeerd aan landbouwondernemingen. Een andere belangrijke post is investeren in mensen, sociale cohesie en waarden, waarvoor Nederland 265 miljoen euro ontving. Dit bedrag is bedoeld voor de ondersteuning van kwetsbare werkenden en werklozen. Op grotere afstand volgen andere posten zoals veiligheid en Europese strategische investeringen.

EU subsidie

Naast de gelden uit deze clusters ontving Nederland in 2022 nog ruim 490 miljoen euro uit het solidariteitsmechanisme en ruim 100 miljoen voor de financiering van Europese instellingen. In totaal ontving Nederland 3,5 miljard euro van de Europese Commissie. Dit bedrag draagt significant bij aan verschillende sectoren binnen het land.

De verdeling van EU-subsidies binnen Europa

Op Europees niveau laat de verdeling van subsidies een ander beeld zien. De Europese Commissie besteedt het meeste geld aan landbouw en maritiem beleid (39 procent) en regionale ontwikkeling en cohesie (31 procent). Deze uitgavenposten zijn bedoeld om economische en sociale ongelijkheden tussen verschillende regio’s te verminderen. Investeren in mensen, sociale cohesie en waarden komt op de derde plaats met 13 procent van de totale uitgaven. Europese strategische investeringen volgen met 3 procent, terwijl de overige posten samen bijna 7 procent van de uitgaven vormen.

De totale uitgaven van de Europese Commissie aan lidstaten bedroegen in 2022 bijna 139 miljard euro, verdeeld over de 15 clusters. Regionale ontwikkeling en cohesie is met ruim 42,5 miljard euro de tweede grootste uitgavenpost. Nederland ontvangt hier relatief weinig geld voor. Dit geld is bedoeld om economische en sociale ongelijkheden tussen verschillende regio’s te verminderen. Ook op het vlak van veiligheid, waaronder de bestrijding van cybercriminaliteit en terrorisme, is er een flink verschil qua uitgaven. Terwijl deze posten in Nederland 5 procent van de ontvangsten uitmaken, vormen ze slechts een klein percentage van de totale Europese uitgaven.

EU subsidie

Verschillen tussen lidstaten Europa

Waar EU-subsidies aan worden besteed, verschilt sterk per land. Frankrijk en Duitsland ontvangen relatief veel geld voor landbouw en maritiem beleid. In Frankrijk gaat 60 procent van de ontvangen subsidies naar deze sector, terwijl dit in Duitsland 47 procent is. Polen besteedt meer dan de helft (56 procent) van de subsidies aan regionale ontwikkeling en cohesie. België, net als Nederland, ontvangt het meeste geld voor onderzoek en innovatie (26 procent). Daarnaast ontvangt België een relatief groot deel (11 procent) uit het cluster ‘extern optreden’, dat internationale samenwerking betreft.

Netto ontvangers en betalers in de EU

Per hoofd van de bevolking ontvangt Nederland na Duitsland het minste aan EU-subsidies. In 2022 kreeg Nederland ongeveer 200 euro per inwoner, waarvan het overgrote deel (166 euro) afkomstig is uit de 15 clusters. Duitsers ontvangen gemiddeld 169 euro per inwoner per jaar. Luxemburgers ontvangen veruit het grootste bedrag per hoofd van de bevolking, gevolgd door België en de Baltische staten. Luxemburg ontvangt relatief veel geld voor onderzoek en innovatie (483,5 miljoen euro) en de financiering van Europese instellingen die in het land zijn gevestigd. Ook een groot deel van de Belgische ontvangsten bestaat hieruit.

EU subsidies

Lidstaten betalen ook aan de Europese Unie. Een aantal landen, waaronder Nederland, betaalt meer aan de EU dan het ontvangt. In 2022 droeg Nederland per inwoner ongeveer 557 euro af, wat 357 euro meer is dan de ontvangsten. Nederland is hierdoor een nettobetaler. Dit geldt ook voor landen zoals Duitsland, Ierland en Zweden. Nettobetalers verdienen echter nog steeds aan de Europese Unie.

De eerder genoemde 200 euro per hoofd van de bevolking die Nederland ontvangt, is opgebouwd uit de 15 clusters van onderwerpen, het solidariteitsmechanisme en de financiering van Europese instellingen. De betalingen zijn voor de hele begroting, inclusief projecten buiten de Europese lidstaten. Dit complexe systeem van subsidies en bijdragen toont de diversiteit en het belang van EU-subsidies binnen Europa.

Bron en grafieken: CBS. Openingsbeeld: Mattlphotography-123RF.

Waar gaan de EU subsidies en gelden naartoe? Zie ook:
Nederlandse infrastructuur extra gesteund door EU geld.
Herziene richtlijn energieprestatie gebouwen vanuit EU.

Stad vergroenen: Ministers komen met essentiële handreiking voor gemeenten

0
Stad en groen

In onze snel groeiende stedelijke gebieden is het van groot belang om groen te integreren in de stad. Om gemeenten en provincies te ondersteunen bij deze taak, hebben minister Hugo Jonge van Binnenlandse Zaken en minister Christianne van der Wal voor Natuur en Stikstof een handreiking gepubliceerd. Deze handreiking, getiteld ‘Groen in en om de Stad’, biedt concrete richtlijnen voor het vergroenen van stedelijke omgevingen.

Belang van groen in stadsplanning

De handreiking adviseert gemeenten en provincies over de manier waarop groen volledig geïntegreerd kan worden in de planvorming van nieuwe woonwijken en andere stedelijke projecten. Het document bevat gedetailleerde richtlijnen voor de aanleg van groen op verschillende niveaus, van regionale plannen tot straatniveau. Naast praktische adviezen bevat het ook informatie over de voordelen van groen en het kiezen van de juiste vegetatie. Dit is van belang voor de bouwsector en sluit aan bij de behoeften van het Collectief Natuurinclusief.

De handreiking is een onderdeel van de voortgangsbrief ‘Groen in en om de Stad’, die na de ministerraad naar de Tweede Kamer is gestuurd. Deze brief benadrukt het belang van vergroening van stedelijke gebieden en bevat de resultaten van financiële en juridische verkenningen naar beleid om voldoende groen te waarborgen.

Lees verder onder de afbeelding.
Groen en stad. Dakboerderij Rotterdam. Foto-Photoweges-123RF
De Dakboerderij Rotterdam. Foto: Photoweges-123RF.

Stappenplan voor groen

Een belangrijk onderdeel van de handreiking is het stappenplan dat gemeenten helpt om de juiste maatregelen op het juiste moment en op de juiste plaats te nemen. Dit biedt ontwikkelaars en ontwerpers meer duidelijkheid over hoe zij groen kunnen integreren in hun plannen. Signaalwoorden zoals ‘hierdoor’ en ‘daarnaast’ zorgen voor een helder stappenplan. De focus ligt op de praktische toepasbaarheid, zodat iedere stap concreet bijdraagt aan een groenere stad.

Toekomstige ontwikkelingen stad

Nederland staat voor een aanzienlijke woningbouwopgave vanwege de groeiende bevolking. Dit maakt het essentieel dat nieuwe woonwijken voldoende ruimte bieden voor groen. Groen in de stad biedt tal van voordelen: het creëert ontmoetingsplekken, speelruimtes, en sportmogelijkheden. Bovendien zorgen groen en water voor verkoeling, wat steeds belangrijker wordt door klimaatverandering. Groenstructuren zoals parken, bermen, tuinen en groene daken dragen bij aan een prettige leefomgeving en bieden leefruimte voor dieren.

De ministers werken aan een programmatische aanpak voor groen in en om de stad. De resultaten van de verkenningen geven het volgende kabinet handvatten om deze aanpak verder vorm te geven. Het doel is om steden groener en leefbaarder te maken voor zowel mensen als dieren.

Lees verder onder de afbeelding.
Groen en stad Frederiksplein  Amsterdam Foto Robert van 't Hoenderdaal-123RF
Park bij Frederiksplein Amsterdam. Foto: Robert van ’t Hoenderdaal-123RF.

Financiële en juridische verkenningen

In de financiële verkenning zijn drie scenario’s onderzocht waarbij de kosten en opbrengsten van de groenopgave in de stad werden geëvalueerd. De resultaten tonen aan dat de maatschappelijke meerwaarde van vergroening aanzienlijk is, zelfs als deze niet altijd in geld uit te drukken is. De maatschappelijke kosten van niets doen zijn op lange termijn hoger dan de benodigde investeringen. Het koppelen van groeninitiatieven aan andere projecten, zoals de energietransitie en rioleringsonderhoud, kan bovendien tot kostenbesparingen leiden.

De juridische verkenning richtte zich op de mogelijkheden voor juridische borging van de groenopgave binnen nationaal beleid en regelgeving. Een goede beleidsmatige borging begint bij een heldere visie van de overheid, geïntegreerd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Juridisch kan de groenopgave worden vastgelegd binnen het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Deze keuzes zullen deel uitmaken van de vervolgaanpak door het volgende kabinet.

Documenten en verdere stappen

De voortgangsbrief ‘Groen in en om de Stad’ van ministers De Jonge en Van der Wal informeert de Tweede Kamer over de huidige status en toekomstige stappen. Het document benadrukt het belang van een groene stad en biedt een stevige basis voor verdere vergroening van stedelijke gebieden. Het is een cruciale stap in het realiseren van een gezonde en duurzame leefomgeving voor toekomstige generaties.

Lees verder onder de afbeelding.
Groen en stad rond singel met op achtergrond voormalige gevangenis De Koepel in Utrecht Foto Hypnocreative-123RFe
Singel met op achtergrond voormalige gevangenis Wolvenplein in Utrecht. Foto: Hypnocreative-123RF

Het belang van groen in de stad kan niet genoeg benadrukt worden. Door concrete maatregelen en duidelijke richtlijnen helpt de handreiking gemeenten om stappen te zetten richting een groenere toekomst. Dit komt ten goede aan mens, dier en natuur, en zorgt voor een veerkrachtige en aangename leefomgeving.

Openingsbeeld: Openingsbeeld Foto Hugok1000-123RF

Essentiële handreiking voor gemeenten en provincies voor stad en groen. Zie ook:
Maak natuurinclusief bouwen verplicht.
OSKA rapport natuurinclusief bouwen.
Natuur en bos ingeleverd voor bouw- en infraprojecten.

Duurzame variant van de betonnen heipaal beleeft primeur in Lent

0
Duurzame variant van de betonnen heipaal beleeft primeur in Lent

In Lent bij Nijmegen wordt voor het woningbouwproject Blent voor het eerst wordt een duurzame variant van een betonnen heipaal toegepast. De ECO-paal, heeft dezelfde eigenschappen als een traditionele heipaal, maar met een lagere CO2-uitstoot.

“De nieuwe betonnen heipaal bespaart 30% beton en vermindert de CO2-uitstoot met 25%”

De ECO-paal is samen ontwikkeld door IJB Groep in samenwerking met bouwbedrijf Heijmans, die het gebied van Blent ontwikkelt.

ECO betonnen heipaal

De ECO-paal heeft aan beiden uiteinden een massieve kop van gewapend beton, wat zorgt voor een veilige en stabiele installatie, maar is van binnen hol. Dat geeft minder beton, maar de paal blijft de draagkracht behouden. Het project in Lent markeert is de eerste toepassing van de ECO-paal. Vorig jaar organiseerde Heijmans een bijeenkomst voor haar vaste partners om hen te betrekken bij de duurzaamheidsambities van het bedrijf. Hieruit ontstond het idee voor de toepassing van de ECO-paal.

De nieuwe betonnen heipaal is in het Toekomstlab van de IJB Groep in Lemmer uitgebreid getest. “Hieruit blijkt dat het haalbaar is om minder beton te gebruiken zonder verlies van draagkracht van de heipaal,” zegt Tahl Tekofsky, van IJB Groep. “Deze innovatie draagt bij aan het behalen van onze duurzaamheidsdoelen voor 2030”, vult Pim Ketelaars van Heijmans aan. Het bouwbedrijf wil haar CO2-uitstoot voor dat jaartal gehalveerd hebben en tien jaar later op nul hebben staan.

Lees verder onder de afbeelding.
Duurzame variant van de betonnen heipaal beleeft primeur in Lent

Licht en efficiënt

Met een holte die 30 procent beton bespaart, geeft de meer duurzame ECO-paal een CO2-reductie van rond de 25 procent. De paal heeft dezelfde afmetingen als traditionele heipalen en is daarmee toepasbaar op bestaande projecten. De lichtere heipaal zorgt bovendien voor efficiënter transport met minder CO2-uitstoot, waarbij gebruik wordt gemaakt van een elektrische vrachtwagen.

Beeld betonnen heipaal en doorsnede: Heijmans/IJB Groep.

Duurzame variant van de betonnen heipaal beleeft primeur in Lent. Zie ook:
Betonsector publiceerde duurzaamheidsverslag.

Bouw De Oosterlingen bij eiland Oostenburg in Amsterdam gestart

0
Bouw De Oosterlingen bij eiland Oostenburg in Amsterdam gestart

De bouw van De Oosterlingen, zeven woongebouwen op het Amsterdamse eiland Oostenburg is gestart. De realisatie van de gebouwen op een van de laatste onbebouwde kavels van het eiland is in handen van ontwikkelaar Being en bouwbedrijf Vink Bouw.

“De voormalige scheepswerf op de locatie veranderd in de levendige stadswijk op Oostburg”

Ontwerp

Het waterrijke Oostenburg, om de hoek van de Czaar Peterstraat, kent een lange industriële historie en diende ooit als aanmeerplek voor schepen en opslagplaats voor allerhande specerijen. Het karakter van dit stukje Amsterdam vindt zijn weerklank in de vormgeving van De Oosterlingen. Architectenbureau MVRDV ontwierp de zeven panden, die samen het straatje vormen. Het project beslaat een totaaloppervlakte van circa 14.000 vierkante meter en bestaat uit 141 koopappartementen.

De Oosterlingen divers

Elk gebouw onderscheidt zich door de materiaalkeuze. van keramiek en hout tot drystack baksteen, bio-based composites en rammed earth. Met namen als De zwaluwtoren, Het riet, De imker, De tuin en Het huis, kenmerken de gebouwen, waarin duurzaamheid en biodiversiteit centraal staan. Het ontwerp van De Oosterlingen werd ontwikkeld in samenwerking met een omgevingspsycholoog en houdt niet alleen rekening met de natuur, maar ook met menselijk welzijn.

Laatste ontwikkelingen Oostenburg

De Amsterdamse woningcorporatie Stadgenoot realiseert samen met de verschillende marktpartijen een toegankelijke nieuwe stadsbuurt op Oostenburg. Met 1900 woningen, biedt de nieuwe buurt een gevarieerd aanbod van zowel koop- als huurwoningen in alle segmenten. Naast de Oosterlingen ligt nog een onbebouwde kavel, bestemd voor sociale huurwoningen. Het slotstuk van de nieuwe wijk is het buurtplein, dat samen met buurtbewoners en ondernemers wordt ontwikkeld.

Dirk Dekker van Being over het project: “De Oosterlingen staat symbool voor onze toewijding aan het creëren van betekenisvolle en duurzame leefomgevingen. Dit project, in het hart van Amsterdam, slaat een brug tussen de historie van Oostenburg en de behoeften van de hedendaagse en toekomstige stadsbewoners”.

De oplevering van De Oosterlingen staat gepland voor medio 2026.

Samenwerking

De Oosterlingen is een ontwikkeling van Being. Het ontwerp is afkomstig van MVRDV en DELVA Landscape Architecture & Urbanism, in samenwerking met Arup, DGMR en IMd Raadgevende Ingenieurs. Vink Bouw is verantwoordelijk voor de bouw.

Beeld: MVRDV/Vivid Vision

Bouw De Oosterlingen bij eiland Oostenburg in Amsterdam gestart. Zie ook:
Ontwikkeling 250 woningen en kantoren in Amsterdam ArenaPoort West.

900 miljoen euro voor verduurzaming gebouwde omgeving

0
900 miljoen euro voor verduurzaming gebouwde omgeving

Het kabinet geeft zo’n 900 miljoen euro van de nog gereserveerde middelen voor verduurzaming van de gebouwde omgeving vrij. Dat is bij de Voorjaarsnota 2024 besloten over het ontwerp-meerjarenprogramma 2025 van het klimaatfonds.

Verdeling middelen voor verduurzaming

De verdeling van de vrij te vallen middelen voor verduurzaming van de gebouwde omgeving is als volgt door het kabinet gemaakt:

– 212 miljoen voor het voortzetten van de renteloze leningen in het Warmtefonds voor huishoudens met een inkomen tot € 60.000 in 2025.
– 450 miljoen euro voor het Nationaal Isolatieprogramma in 2025 en 2026 voor de lokale aanpak door gemeenten.
– 167 miljoen euro voor verduurzaming maatschappelijk vastgoed zoals scholen en zorgcentra. Het geld is bedoeld voor het versterken van financieringsopties, ondersteuning en subsidies

ISDE

Voorts blijft voor de jaren 2027-2030 nog 1,8 miljard euro gereserveerd. Met name voor ISDE-subsidie voor verduurzaming eigen woning.

Warmtenetten en biobased

Daarnaast is vanuit het Klimaatfonds ruim 1 miljard euro beschikbaar gesteld voor de verdere ondersteuning van warmtenetten, voor de Warmtenet Investeringssubsidie WiS een bedrag van 973 miljoen euro en een Waarborgfonds voor warmtenetten van ruim 200 miljoen euro. Dit draagt bij aan de betaalbaarheid van nieuw aan te leggen warmtenetten, aldus het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in haar berichtgeving.

Verder is er ruim 63 miljoen euro beschikbaar gesteld voor het verder ondersteunen van biobased bouwen.

900 miljoen euro voor verduurzaming gebouwde omgeving. Zie ook:
Bouwcampus benadrukt aandachtspunten politiek in verkiezingsprogramma’s.