Home Blog

Beter grondbeleid moet woningbouw en tekorten gemeenten verkleinen

0
Grondwaardemethode moet bouw versnellen en tekort verkleinen

Om gebiedsontwikkeling te versnellen en het grondbeleid te verbeteren, maakt het kabinet meer duidelijke keuzes, zo laat zij weten. Men wil meer, sneller en beter bouwen. Daarvoor is betaalbare grond belangrijk. De kosten van publieke voorzieningen worden nu meegenomen bij het bepalen van de zogeheten inbrengwaarde van grond. Daardoor wordt het verhalen van kosten door gemeenten duidelijker. Gemeenten en ontwikkelaars weten zo beter en eerder waar ze aan toe zijn. Hierdoor kunnen zij beter afspraken maken over de financiering van gebiedsontwikkelingen.

Minder onzekerheid, meer resultaat

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor voorzieningen als wegen, riolering en groen. Alleen kunnen zij de kosten daarvan niet altijd volledig verhalen. Tegelijkertijd drijft speculatie bij doorverkoop de grondprijzen op. Hierdoor kunnen financiële tekorten ontstaan. Ook duren onderhandelingen tussen gemeenten en ontwikkelaars onnodig lang. Het gevolg daarvan is dat woningbouwprojecten vertraging oplopen, duurder worden of helemaal niet doorgaan.

“We moeten meer woningen bouwen zodat we woningzoekenden sneller kunnen helpen. Gemeenten en marktpartijen zijn daarin onmisbare schakels en hebben baat bij duidelijkheid. Door vooraf de kosten van publieke voorzieningen mee te nemen in de inbrengwaarde van de grond en deze kosten te verduidelijken, voorkomen we financiële tekorten bij gemeenten. En bieden we ontwikkelaars duidelijkheid vooraf. Zo kunnen woningbouwprojecten sneller van de grond komen en krijgen meer mensen een dak boven hun hoofd”, aldus minister Elanor Boekholt-O’Sullivan.

Residuele grondwaardemethode

Zoals afgesproken in het coalitieakkoord komt de minister met een voorstel voor een beter werkend systeem voor de inbrengwaarde van grond. De residuele grondwaardemethode (pdf). Deze methode houdt in dat de publieke kosten aan het begin worden meegenomen bij het bepalen van de inbrengwaarde van grond. Ook wordt verduidelijkt welke kosten de gemeenten kunnen verhalen op de projectontwikkelaar.

Helder grondbeleid en versnellen

Deze nieuwe grondwaardemethode vraagt om een zorgvuldige uitwerking en heeft vooral effect op toekomstige woningbouwprojecten. De maatregelen worden uitgewerkt in goed overleg met de gemeenten, ontwikkelaars, taxateurs en andere betrokkenen. Het doel is om de woningbouw te versnellen zonder private investeringen onnodig te belemmeren. Een overgangsregeling moet voorkomen dat lopende projecten worden ontregeld.

Bron: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Funderingsrisico wordt meegewogen bij NHG hypotheek

0
Funderingsrisico wordt meegewogen bij NHG hypotheek

Vanaf begin 2027 moet bij het afsluiten van een hypotheek met NHG garantie rekening gehouden worden met de verwachte herstelkosten als een woning een hoog funderingsrisico heeft. Dit kan gevolgen hebben voor hoeveel iemand maximaal kan lenen. Zo wil NHG voorkomen dat kopers na aankoop voor hoge herstelkosten komen te staan die zij niet kunnen betalen.

Kosten fundering

Wie een woning koopt met een hoog funderingsrisico, loopt mogelijk risico op hoge herstelkosten. Het herstellen van een fundering kan al snel tienduizenden euro’s kosten, soms zelfs meer.

NHG wil voorkomen dat kopers een woning financieren zonder rekening te houden met verwachte herstelkosten waarvoor zij onvoldoende financiële ruimte hebben. Door deze kosten vooraf te betrekken bij het bepalen van de toegestane financieringslast. Zo wordt duidelijker wat iemand verantwoord kan lenen.

Hiermee verkleint NHG het risico dat kopers na aankoop worden geconfronteerd met herstelkosten die zij niet kunnen financieren. Men komt met regels zodat geldverstrekkers een duidelijke standaard hebben om funderingsrisico’s op een eenduidige manier te beoordelen en mee te wegen.

Blijft er financiële ruimte over voor funderingsherstel?

Wie een woning koopt met een hoog funderingsrisico, moet mogelijk rekening houden met hoge herstelkosten. De nieuwe regels zorgen ervoor dat geldverstrekkers deze indicatieve kosten meewegen bij het beoordelen van de hypotheek. Zo wordt niet alleen gekeken of de koper de hypotheek kan betalen. Tevens wordt gekeken ook of er financiële ruimte blijft voor mogelijk funderingsherstel.

Funderingslabel

Of de herstelkosten meetellen hangt af van de risico-inschatting in het taxatierapport en eventueel aanvullend onderzoek. Deze inschatting loopt van A (laag risico) tot en met E (hoog risico).

Bij een risicoklasse D of E is een verkennend funderingsonderzoek verplicht. Blijkt daaruit dat de woning een hoog funderingsrisico heeft? Dan moet de geldverstrekker de verwachte indicatieve herstelkosten meewegen.

Gezamenlijke aanpak

Met de nieuwe regels zorgt men ervoor dat geldverstrekkers funderingsrisico’s op dezelfde manier meewegen bij hypotheken met NHG.

Funderingsproblemen vragen om samenwerking. Tussen overheid, gemeenten, de financiële sector en andere betrokken partijen, met langdurige regie vanuit het Rijk. Ook moeten kopers en woningeigenaren risico’s tijdig kunnen herkennen en weten welke mogelijkheden er zijn om problemen aan te pakken. Zo moet informatie al bij aankoop van de woning beschikbaar zijn.

Nadere informatie

De nieuwe Voorwaarden en normen 2027 worden op 30 oktober 2026 gepubliceerd en zijn van toepassing op geldleningen waarvoor vanaf 1 januari 2027 een bindend aanbod wordt uitgebracht. Een compleet overzicht van wijzigingen in verband met fundering van een woning is hier te vinden op.

NHG?

De Nationale Hypotheek Garantie (NHG), is garantie-instituut en garantieverklaring. Een extra zekerheid en verzekering voor de betaalbaarheid van je huis. Het beschermt kopers, maar ook de hypotheekverstrekkers, tegen financiële risico’s. Koop je een huis met een NHG-garantie, dan kan je vaak meer lenen.

Bron: NHG Nationale Hypotheek garantie.

Zie ook: Meer fondsen voor starterswoningen en NHG naar 500.000 tot 530.000 euro.

Hans Bosch nieuwe voorzitter raad bij ISSO

0
Hans Bosch nieuwe voorzitter raad bij ISSO

Roberto Traversari heeft het voorzitterschap van de raad van begeleiding van ISSO overgedragen aan Hans Bosch. De raad vervult sinds de oprichting van het instituut een belangrijke rol. Vooral bij de ontwikkeling en borging van kennis voor de bouw- en installatiesector. De onafhankelijke raad toetst de kwaliteit en betrouwbaarheid van kennisproducten. Daarnaast signaleert zij relevante ontwikkelingen in de markt en adviseert ISSO over de onderwerpen waarop het kennisinstituut actief moet zijn.

Hans Bosch: “Over vijf jaar ziet ISSO er anders uit, waarbij de vraag is hoe we omgaan met ontwikkelingen zoals AI. Maar ook hoe we ervoor zorgen dat onze kennisproducten relevant blijven voor de sector”

Raad

De raad bestaat uit deskundigen uit verschillende onderdelen van de ontwerp-, bouw- en technieksector. Door deze brede vertegenwoordiging kunnen zij de kennisproducten vanuit verschillende invalshoeken beoordelen. Waar nodig wordt de raad ondersteund door externe specialisten die publicaties inhoudelijk toetsen. Zo draagt de raad bij aan het ontwikkelen en valideren van kennis voor de sector.

Ervaring Hans Bosch

Met de benoeming van Hans Bosch als voorzitter bouwt de raad van begeleiding voort op een sterke basis, met oog voor toekomstige ontwikkelingen. Hij brengt een brede ervaring mee uit de gebouwde omgeving en heeft gedurende zijn loopbaan diverse projecten en organisaties aangestuurd. Zijn voorzitterschap start in een periode waarin de sector voor belangrijke uitdagingen en kansen staat. Ontwikkelingen op het gebied van digitalisering, duurzaamheid en kunstmatige intelligentie hebben een steeds grotere invloed op de manier waarop kennis wordt ontwikkeld en toegepast.

Dank

Roberto Traversari vervulde de afgelopen 17 jaar de rol van voorzitter. Hij blijft als lid verbonden aan de raad. Michel Verkerk, directeur ISSO: “Voor Roberto was het altijd belangrijk dat iedereen met plezier naar de vergadering van de raad van begeleiding kwam. Hij zorgde voor een prettige sfeer met ruimte voor een goed en inhoudelijk gesprek. We bedanken hem voor zijn jarenlange inzet en wensen Hans Bosch veel succes en plezier in zijn nieuwe rol als voorzitter van de raad.”

Bron en beeld: ISSO.

Renovatie Houtrib complex Lelystad aan Heijmans gegund

0
Heijmans renovatie Houtrib complex in Lelystad gegund

Rijkswaterstaat heeft de definitieve gunning voor de renovatie van het Houtrib-complex bij Lelystad aan Heijmans gegund. Met een contractwaarde van rond de 250 miljoen euro gaat het om een fors project binnen de landelijke infra vernieuwingsopgave.

De opdracht voor de Houtrib sluizen, bruggen en stuwen, wordt uitgevoerd in een tweefasen-contract. Dat betekent dat Rijkswaterstaat en Heijmans eerst gezamenlijk de opgave verder uitwerken. Dit voordat de uitvoeringsfase volledig van start gaat. Deze contractvorm wordt in de infra vaker ingezet bij technisch complexe renovatieprojecten. Het doel is om risico’s eerder in beeld te krijgen, ontwerpkeuzes beter af te stemmen en de uitvoering beter voorspelbaar te maken. Voor aannemers en opdrachtgevers biedt deze aanpak ruimte om kennis uit eerdere projecten opnieuw toe te passen.

Beschikbaarheid en veiligheid

Bij het Houtrib complex in Lelystad gaat het om de renovatie van meerdere onderdelen van het complex. Zo worden de sluiskolken aangepakt, net als de beweegbare stalen bruggen en de spuisluizen. Uit inspecties is gebleken dat in de stalen delen van de beweegbare bruggen scheurvorming aanwezig is. Daarnaast is het beton op onderdelen verouderd. Ook geldt al enige tijd een gewichtsbeperking voor het vrachtverkeer dat over het brugdek rijdt. Daarmee is renovatie niet alleen wenselijk, maar ook nodig om de beschikbaarheid en veiligheid van het complex op peil te houden.

Renovatieaanpak

Voor de bouw- en infrasector is de Houtrib renovatie een project met een brede technische opgave. Het complex ligt in de Houtribdijk tussen Lelystad en Enkhuizen en vervult een belangrijke rol in zowel de scheepvaart als het waterbeheer. De combinatie van civiele constructies, stalen bruggen, sluizen en waterafvoer maakt de renovatie omvangrijk en specialistisch. Juist bij dit soort projecten vraagt renovatie om een zorgvuldige fasering, duidelijke afstemming met beheer en onderhoud en een hoge mate van uitvoeringskennis.

Heijmans bouwt bij Houtrib voort op ervaringen uit de eerdere renovatie van de Koninginnensluis in Nieuwegein. Volgens het bedrijf maakt dat het mogelijk om beproefde oplossingen opnieuw te gebruiken en processen slimmer in te richten. Voor de sector is dat een herkenbare ontwikkeling. Door standaarden, kennis en werkmethoden uit eerdere projecten mee te nemen, kunnen faalkosten dalen en kan de inzet van mensen en materieel beter worden gepland.

Houtrib belangrijk in bereikbaarheid en waterbeheer

Houtrib is van groot belang voor de vaarroute tussen Amsterdam en het noorden van Nederland. Jaarlijks passeren ongeveer 50.000 schepen het complex. Daarmee heeft de locatie een stevige functie voor de beroepsvaart, maar ook voor de recreatievaart. De twee schutsluizen zorgen voor een goede doorstroming van het scheepvaartverkeer. Tegelijk heeft het complex een belangrijke taak in het afvoeren van overtollig water van het Markermeer naar het IJsselmeer via de spuisluis.

Water en weg

Die dubbele functie maakt de renovatie van het Houtrib complex bijzonder. Het project raakt niet alleen de mobiliteit over water en weg. Maar ook het beheer van een belangrijk watersysteem en belangrijke verkeersverbinding van Lelystad naar Enkhuizen, de N307.

Voor uitvoerende partijen betekent dit dat werkzaamheden nauwkeurig moeten worden gepland, zodat hinder voor gebruikers beperkt blijft en de werking van het systeem behouden blijft. Dat vraagt om technische precisie, goede veiligheidsmaatregelen en een stevige samenwerking tussen opdrachtgever, aannemer en beheerders. In de praktijk is dat vaak best een grote uitdaging, zeker bij oudere objecten waar de staat van bestaande onderdelen pas tijdens de voorbereiding volledig duidelijk wordt.

Bron: Heijmans, Rijkswaterstaat, Wikipedia. Foto: Rijkswaterstaat.

Hogere hypotheekrente raakt starters en remt woningmarkt

0
Hypotheekrentes stijgen

De hogere rente remt de woningmarkt. Hypotheekrentes liggen nu bijna één procent hoger dan in 2025. Voor starters die een doorsnee hypotheek afsluiten betekent dat 10 procent hogere bruto woonlasten. Starters die maximaal willen lenen, kunnen hierdoor zo’n 6 procent minder lenen. Daarbij verschilt de manier waarop de markt reageert. Dat is bij bestaande woningen vooral door lagere verkoopprijzen en in de nieuwbouw door minder verkochte woningen.

Hypotheekrentes lopen op

Het gemiddelde tarief voor een annuïtaire hypotheek, met NHG en 10 jaar rentevaste periode, is in een jaar tijd opgelopen van 3, naar 4,4 procent. Zonder NHG steeg het tarief van 3,9 naar 4,8 procent. Ook bij de kortere en langere rentevaste periodes zijn de tarieven flink opgelopen. De stijging is aanzienlijk, maar veel kleiner dan in 2022, toen de hypotheekrente in negen maanden tijd opliep van zo’n 1,1 naar 4,5 procent.

Starters direct geconfronteerd

Vooral starters worden door de gestegen hypotheekrentes geconfronteerd met hogere maandlasten en een lagere maximale hypotheek. Starters die het doorsnee hypotheekbedrag lenen, rond de 350.000 euro, zien dat hun bruto maandlasten zo’n 10 procent hoger worden. Gecorrigeerd voor de hypotheekrenteaftrek vallen de netto maandlasten ongeveer 6 procent hoger uit in het eerste jaar na aankoop. Voor starters die maximaal willen lenen, daalt het maximale hypotheekbedrag gemiddeld met zo’n 6 procent. Zij zullen daardoor hun zoekbudget moeten verlagen, meer eigen geld moeten inbrengen of hun aankoop moeten uitstellen.

Doorstromers minder de dupe

Ook voor doorstromers vermindert de biedkracht op de woningmarkt. Maar de hogere rente wordt voor hen gedempt door overwaarde en de meeneemregeling.

Doorstromers financieren woningen gemiddeld voor zo’n 83 procent met een hypotheek. Het resterende deel komt uit eigen middelen, wat grotendeels overwaarde is, opgebouwd door aflossingen en woningwaardestijgingen. Daarnaast kunnen veel doorstromers hun bestaande hypotheekrente meenemen. De gemiddelde rente op uitstaande hypotheken ligt met 2,9 procent beduidend lager dan de hypotheekrente nu. Daardoor werkt de huidige rentestijging voor veel doorstromers minder sterk door dan voor starters.

Hogere hypotheekrentes en gedrag kopers

De gevolgen van de hogere hypotheekrentes beperken zich waarschijnlijk niet tot een verslechtering van de betaalbaarheid. Een hogere rente kan ook invloed hebben op het gedrag van woningkopers.

Potentiële kopers twijfelen mogelijk vaker of een woning nog betaalbaar is en stellen een aankoop mogelijk eerder uit in afwachting van een gunstiger moment. Gedragsfactoren zoals onzekerheid en het vergelijken van de huidige rente met de lagere tarieven uit het recente verleden kunnen deze terughoudendheid versterken. Ook langs deze weg heeft de hogere rente een remmend effect op de vraag naar koopwoningen.

Prijs bestaande woningmarkt stijgt minder

Op de bestaande woningmarkt zal de hogere rente naar verwachting vooral leiden tot een minder sterke prijsstijging en slechts in beperkte mate tot minder transacties.

Door de lagere biedkracht en mogelijke terughoudendheid zullen potentiële kopers minder vaak of een lager bod uitbrengen. Verkopers kunnen daarop hun prijsverwachtingen aanpassen of een lager bod accepteren. Via die prijsaanpassing komen vraag en aanbod weer dichter bij elkaar, waardoor transacties alsnog kunnen doorgaan.

Dat mechanisme was duidelijk zichtbaar na de sterke hypotheekrentestijging in 2022. In negen maanden tijd liep de hypotheekrente toen op van zo’n 1,1 naar 4,5 procent. Ondanks deze flinke schok bleven kopers en verkopers elkaar vinden. De woningprijzen kwamen in een jaar tijd zo’n 6 procent lager te liggen, terwijl het aantal verkopen rond de 10 procent afnam. De vergelijking met 2022 laat ook zien hoe de bestaande woningmarkt zich aan een hogere rente kan aanpassen.

Ook nu verwachten we dat de hogere rente neerwaartse druk zet op de prijsontwikkeling. Dat betekent echter niet dat de woningprijzen daadwerkelijk zullen dalen. De rentestijging is aanzienlijk kleiner dan in 2022 en bovendien is de koopwoningmarkt beperkt. ING verwacht daarom een veel beperkter effect dan destijds en slechts een lichte daling van het aantal transacties.

Minder verkoop nieuwbouw

Bij nieuwbouw werkt de hogere rente sterker door in de verkoop dan in de prijzen. Dat komt omdat een lagere leencapaciteit anders uitpakt wanneer prijzen minder gemakkelijk worden aangepast, zoals bij nieuwbouw het geval is. Projectontwikkelaars zijn doorgaans terughoudend met prijsverlagingen, omdat die het rendement op een project verslechteren. Ook kunnen eerdere kopers die tegen een hogere prijs hebben gekocht ontevreden worden en kunnen lagere verkoopprijzen de taxatiewaarde van andere projecten beïnvloeden.

Daarnaast kan een hogere rente bij nieuwbouw sterker doorwerken in de financieringslasten. Tussen aankoop en oplevering zit doorgaans meer tijd, waardoor kopers langer met dubbele lasten te maken kunnen hebben. Een hogere rente maakt deze periode duurder en kan de betaalbaarheid van nieuwbouw daardoor sterker raken dan die van bestaande woningen. Ook hierdoor vertaalt een hogere rente zich bij nieuwbouw eerder in minder verkopen

Na de sterke rentestijging van 2022 was dit verschil zichtbaar. Terwijl de prijzen van nieuwbouwwoningen bleven oplopen, daalde de woningverkoop binnen een jaar met ongeveer 50 procent. Bij bestaande woningen was de daling van het verkoopvolume veel beperkter.

Remmend effect hogere hypotheekrente

De hogere hypotheekrente remt de woningmarkt, op verschillende manieren. Bij bestaande woningen komt de aanpassing naar verwachting vooral tot uiting in een minder sterke prijsontwikkeling. Lagere biedingen kunnen daar via lagere transactieprijzen worden opgevangen, waardoor koper en verkoper elkaar alsnog vinden. Bij nieuwbouw zijn prijzen minder flexibel, waardoor de hogere rente gevolgen heeft voor het aantal verkochte nieuwbouwwoningen.

De impact blijft naar verwachting wel veel kleiner dan na de rentestijging van 2022. De hypotheekrente is deze keer veel minder sterk gestegen. Men verwacht daarom geen remmend effect zoals in 2022. Wel dat de hogere rente de prijsstijging bij bestaande woningen en de verkoop van nieuwbouwwoningen afremt.

Bron: CBS, Kadaster, ING.

Zomertijd wordt weer wintertijd, denk aan veiligheid!

0
Extra geld en versnelling voor infraprojecten - Wintertijd Zomertijd

In de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober om 3 uur, gaat de wintertijd 2026 in. Na zeven maanden zomertijd, start de wintertijd voor vijf maanden. Wanneer gaat de wintertijd in en moet de klok voor- of achteruit? Waarom hanteren we nog de zomer- en wintertijd en wat zijn de gevolgen voor onder meer de bouw en infra?

De nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober gaat de wintertijd in. Gaat de klok dan achteruit.. of toch vooruit?

Klok achteruit!

De wintertijd start altijd de laatste zondag van oktober. De klok wordt een uur achteruit gezet om 3 uur ’s nachts, dus naar 2 uur. Veel mensen vergissen zich of de klok een uur vooruit of achteruit verzet moet worden. Ezelbruggetje: “Als het weer achteruit gaat, gaat ook de klok achteruit”.

Energie

Pas in 1977 is de zomertijd ingevoerd, tot in dat jaar hebben altijd in de wintertijd geleefd. Wintertijd werd destijds met name vanuit energiebesparing toegepast. Door de klok een uur vooruit te zetten wordt het later licht en dus ook later donker. Hierdoor kan verlichting later aan. Of dat daadwerkelijk energie bespaart is nooit onomstotelijk bewezen.

Afschaffen?

De Europese Commissie wilde vanaf 2019 de halfjaarlijkse wisseling tussen zomertijd en wintertijd afschaffen. Er is echter tot op heden geen overeenstemming binnen de individuele landen in de EU.

Meteorologen pleitten eerder al voor afschaffing van de wintertijd en om de klok een half uur te verzetten, in plaats van de wisseling van winter- en zomertijd.

Bouw, infra, productie en veiligheid

Kiezen we voor de zomertijd, dan zou de zon in de wintermaanden pas om 10 uur ’s ochtends opkomen. Dit heeft gevolgen voor verbruikte energie en onze biologische klok, maar zeker ook voor de productie, werk- en bouwplaatsverlichting en – niet in de laatste plaats – de veiligheid op bijvoorbeeld de bouwplaats, werkzaamheden aan-, op- en om- de weg, of het spoor.

Eerder gaf de bouw- en infrasector al aan, dat wijzigingen in de winter- en zomertijd veiligheidsrisico’s met zich meebrengt. “In het donker werken is veel riskanter en gaat ten koste van de productie”, zo stelden eerder onder andere MKB-Infra, VHG en NOA.

Zomer- en wintertijd in 2027

De zomertijd gaat elk jaar in op de laatste zondag van maart. De zomertijd start weer in de nacht van zaterdag 27 maart op zondag 28 maart 2027. Om 2 uur in de nacht gaat de klok één uur vooruit naar 3 uur.

BAM realiseert 437 middenhuurwoningen in Schinkelkwartier Amsterdam

0
Schinkelkwartier Amsterdam krijgt 437 middenhuurwoningen

BAM gaat in Amsterdam 437 middenhuurwoningen bouwen in het Schinkelkwartier. Het project aan de Overschiestraat richt zich op huurwoningen voor huishoudens die tussen sociale huur en vrije sector in vallen. De ontwikkeling van deze 437 appartementen laat zien hoe groot de druk op de Amsterdamse woningmarkt nog altijd is. Met name voor starters, jonge stellen, kleine huishoudens en gezinnen.

“Het Schinkelkwartier moet uitgroeien tot een gemengde stadswijk waar wonen, werken en verblijven samenkomen. Tot 2045 worden er 11.000 woningen gebouwd”

Het project in het Schinkelkwartier, wordt een gebied dat de komende jaren verandert van een vrij afgesloten werkgebied naar een gemengde stadswijk met woningen, voorzieningen en werkfuncties. Die transformatie is al langer onderdeel van de ruimtelijke koers van de gemeente. De woningen krijgen een gemiddeld vloeroppervlak van ongeveer 52 vierkante meter. Daarmee kiest de ontwikkelcombinatie voor compacte, doelmatige plattegronden die passen bij het middensegment van de huurmarkt.

Projectopzet met huurwoningen en voorzieningen

De nieuwbouw aan de Overschiestraat is een samenwerking van Orion Investment Partners en Boelens de Gruyter. CBRE Investment Management heeft namens pensioenfonds ABP overeenstemming bereikt met Orion Investment Partners over de aankoop van de woningen. Daarmee is er vroeg in het proces duidelijkheid over de afname van het woonprogramma. Dat geeft stabiliteit aan de planvorming en aan de verdere uitvoering. In de praktijk is dat bij grote woningprojecten vaak een belangrijk voordeel, zeker wanneer marktomstandigheden snel kunnen veranderen.

Naast de 437 huurwoningen omvat het plan circa 950 vierkante meter commerciële ruimte. Ook komen er 40 parkeerplaatsen en een ruime fietsenstalling in de onderliggende garage. Die mix van functies past bij de stedelijke ambities voor het Schinkelkwartier. Commerciële plinten en ondersteunende voorzieningen dragen bij aan een levendige straatwand en zorgen ervoor dat een woongebouw beter aansluit op zijn directe omgeving. Tegelijk laat het beperkte aantal parkeerplaatsen zien dat het project inspeelt op een stedelijk mobiliteitsprofiel, waarbij fietsgebruik en openbaar vervoer een grotere rol spelen dan in uitbreidingswijken.

Het ontwerp is gemaakt door OZ Architecten. Bij dit soort stedelijke bouwopgaven draait het niet alleen om aantallen woningen, maar ook om inpassing, leefkwaliteit en een efficiënte bouwlogistiek. Zeker op een binnenstedelijke locatie zoals het Schinkelkwartier. Ook daar moet men rekening houden met bereikbaarheid, omgevingsoverlast en de beperkte ruimte op de bouwplaats. Dat vraagt om strakke voorbereiding en afstemming tussen aannemer, ontwikkelaar, gemeente en omwonenden.

Duurzaam Schinkelkwartier

De woningen worden gebouwd met hoge duurzaamheidsambities. Op gebouwniveau wordt ingezet op een beoogd energielabel A+++. Daarnaast mikken de betrokken partijen op een beoogde BREEAM-NL In-Use Excellent-certificering. En daarnaast op aansluiting bij de CRREM-doelstellingen.

De verwarming van het gebouw vindt plaats via een energiezuinig stadsverwarmingssysteem. In stedelijke gebieden is dat vaak een logische keuze, omdat individuele installaties niet altijd de meest efficiënte oplossing zijn. Met een collectief systeem kunnen ontwikkelaars en bouwers bijdragen aan lagere emissies en een lager energieverbruik op gebouwschaal. Tegelijk stelt dat eisen aan ontwerp, installatiecoördinatie en beheer.

De combinatie van duurzaamheid en betaalbaarheid is van groot belang. Middenhuurwoningen moeten niet alleen energiezuinig zijn, maar ook economisch haalbaar blijven in aanleg en exploitatie. Dat vraagt om slimme materiaalkeuzes en een efficiënte schil. Maar ook doordachte installaties en een ontwerp dat tijdens de gebruiksfase weinig energie vraagt. Binnen het Schinkelkwartier wordt die opgave extra zichtbaar, omdat nieuwe projecten hier onderdeel zijn van een bredere gebiedstransformatie.

Bouwstart eind 2026 en betekenis voor productie

De bouw start eind 2026. Dat moment past binnen een langere ontwikkeltijd waarin planvorming, acquisitie, ontwerpuitwerking en contractering samenkomen. Voor BAM betekent dit project een mooie productieomvang in een marktsegment waar veel vraag naar is.

Belangrijk

Voor Amsterdam telt vooral dat opnieuw een groot aantal huurwoningen aan de voorraad wordt toegevoegd. Projecten van deze schaal zijn belangrijk om de doorstroming te ondersteunen.

Hans Spruit, commercieel manager bij BAM Wonen, geeft aan dat met dit project woningen worden gebouwd waar in Amsterdam veel behoefte aan bestaat. Volgens hem bieden de 437 huurwoningen in het middensegment ruimte aan starters, jonge stellen, kleine huishoudens en gezinnen die op zoek zijn naar een betaalbare woning in de stad. Juist huishoudens die te veel verdienen voor sociale huur en te weinig ruimte hebben voor dure vrije sectorwoningen, zijn aangewezen op nieuwe middenhuurwoningen.

Tot 2045

Het Schinkelkwartier moet de komende jaren uitgroeien tot een gemengde stadswijk waar wonen, werken en verblijven samenkomen. Tot 2045 worden hier circa 11.000 woningen gebouwd. Daarnaast is er ruimte voor kantoren, bedrijven, winkels, horeca, scholen en sportvoorzieningen. Dat maakt de gebiedsontwikkeling omvangrijk en meer complex.

De positie van het Schinkelkwartier, op de grens van Nieuw-West en Zuid, maakt het gebied stedenbouwkundig extra interessant. Het vormt een schakel tussen bestaande stadsdelen en kan in de toekomst bijdragen aan nieuwe verbindingen in de stad. Voor bouwbedrijven en ontwikkelaars liggen hier kansen om op grotere schaal ervaring op te doen met verdichting, functiemenging en duurzame bouwsystemen. Tegelijk vraagt die opgave om zorgvuldige fasering, omdat bestaande bedrijven, infrastructuur en nieuwe woonfuncties naast elkaar moeten blijven functioneren.

Bron: Gemeente Amsterdam, BAM.

Gevolg van de klimaatverandering voor jouw buurt zien in Klimaateffectatlas

0
weerextremen, bekijk het klimaateffect voor jouw buurt in kaartviewer

Betrouwbare informatie over weerextremen, wateroverlast, hitte en zeespiegelstijging. Het klimaateffect zichtbaar voor jouw buurt, bouwplaats en omgeving. Klimaateffectatlas bundelt kaarten, kaartverhalen, klimaatscenario’s en een buurtdashboard in één overzicht. Daarmee krijg je een beter zicht op het klimaateffect per gebied in Nederland. Dat helpt bij risicoanalyse, ontwerpkeuzes, gebiedsontwikkeling en beheer in de gebouwde omgeving. De opzet is praktisch, omdat je niet alleen losse kaarten ziet, maar ook uitleg krijgt over de betekenis van data voor de dagelijkse praktijk.

De kern van Klimaateffectatlas is dat ruimtelijke informatie toegankelijk wordt gemaakt voor gebruikers die snel willen zien waar risico’s en kansen liggen. De kaartviewer toont kaarten voor heel Nederland, terwijl de kaartverhalen extra duiding geven bij de meest gebruikte kaarten. Daarnaast bieden de klimaatscenario’s van het KNMI context voor temperatuur, neerslag en zeespiegelstijging. Het buurtdashboard voegt daar een lokale laag aan toe, zodat je buurten met elkaar kunt vergelijken. Door die combinatie ontstaat een bruikbaar beeld van klimaatverandering en het klimaateffect op verschillende schaalniveaus.

5. Overzicht van kaarten voor de particulier, bouw en infra

Storm en andere weerextremen, bekijk het klimaateffect voor jouw buurt in kaartviewer

De kaartviewer vormt voor veel gebruikers het eerste startpunt. Hier vind je kaarten die laten zien hoe Nederland gevoelig is voor onder meer hitte, droogte, hevige neerslag en overstromingsrisico. Voor de bouwsector is dat relevant, omdat deze thema’s direct invloed hebben op materiaalkeuze, fundering, waterberging, dakopbouw en inrichting van de buitenruimte. Wanneer je een project voorbereidt, wil je vroeg weten welke omgevingsfactoren een rol spelen. Het klimaateffect laat zich namelijk niet alleen zien in uitzonderlijke situaties, maar ook in structurele belasting van gebouwen en infrastructuur.

De meerwaarde van een centrale kaartomgeving is dat verschillende datalagen naast elkaar gebruikt kunnen worden. Daardoor zie je sneller verbanden tussen bijvoorbeeld verstedelijking, verhard oppervlak en hittestress. Je kunt daarmee beter onderbouwen waarom extra infiltratie, vergroening of schaduwwerking nodig is. Het platform sluit daarmee goed aan op de groeiende vraag naar klimaatadaptatie in projecten.

Lees verder onder de afbeelding.

4. Hoe de kaarten het klimaateffect duiden

Losse kaarten geven informatie, maar zonder toelichting kan de interpretatie lastig zijn. Daarom zijn de kaartverhalen een sterke aanvulling. Deze verhalende uitleg laat zien hoe je een kaart leest, welke indicatoren gebruikt zijn en wat de uitkomsten betekenen.

De kaartverhalen helpen je om data te vertalen naar concrete afwegingen. Denk aan de vraag of extra waterberging op perceelniveau voldoende is, of dat een wijkgerichte aanpak nodig is. Ook maken ze duidelijk dat klimaatverandering niet overal dezelfde gevolgen heeft. Het klimaateffect verschilt per regio, per stad en zelfs per buurt. Een dichtbebouwde wijk met weinig groen reageert anders op hitte dan een ruim opgezette woonomgeving met open bodem.

3. Klimaatscenario’s

De beschikbare klimaatscenario’s geven richting aan langetermijnkeuzes. Daarbij gaat het om ontwikkelingen in temperatuur, neerslag en zeespiegelstijging. Juist deze thema’s zijn voor de gebouwde omgeving van groot belang. Hogere temperaturen zorgen voor meer kans op oververhitting in woningen en utiliteitsgebouwen. Veranderende neerslagpatronen leiden tot piekbuien en grotere belasting van riolering en openbare ruimte. Zeespiegelstijging werkt door in waterveiligheid, grondwaterstanden en ruimtelijke keuzes in laaggelegen gebieden.

2. Lokale verschillen in het buurtdashboard

Het buurtdashboard brengt informatie samen op buurtniveau en maakt vergelijking mogelijk tussen verschillende buurten. Dat is bijzonder bruikbaar. Je ziet sneller waar kwetsbaarheden samenkomen, zoals veel verharding, beperkte groenstructuur, een oudere woningvoorraad of een verhoogde kans op wateroverlast. Daarmee ontstaat een scherper beeld van de plekken waar ingrepen het meeste effect kunnen hebben.

Voor de praktijk betekent dit dat maatregelen gerichter gekozen kunnen worden. In de ene buurt ligt de nadruk op koeling en schaduw, terwijl elders waterberging of bodeminfiltratie urgenter is. Het klimaateffect krijgt hierdoor een schaal die direct aansluit op projecten in de wijk.

1. Van data naar besluitvorming

De kracht van het de Klimaateffectatlas zit uiteindelijk in de vertaling van data naar handelingsperspectief. Kaarten, verhalen, scenario’s en buurtinformatie vullen elkaar aan. Daardoor kun je beter inzien wat er te verwachten is en noodzakelijk voor de nabije toekomst. Het klimaateffect wordt zichtbaar in concrete ontwerpopgaven, van waterpasserende verharding en groendaken tot koele gevelmaterialen en extra retentiecapaciteit.

Bron: Klimaateffectatlas, KNMI, Deltares, TNO, Verbond van Verzekeraars.

“Steeds meer gaan door na hun AOW”

0
Meer werknemers blijven actief na de AOW leeftijd

Steeds meer werknemers blijven ook na het bereiken van de AOW leeftijd actief in loondienst. Nieuwe cijfers van het CBS laten zien dat deze ontwikkeling doorzet. Voor werkgevers is dat een kleine opsteker. Vooral omdat vakbekwaam personeel lastig te vinden is. Ervaren vakmensen, uitvoerders en ondersteunende krachten blijven langer beschikbaar voor de arbeidsmarkt. Tegelijk vraagt dit om goed personeelsbeleid, aandacht voor duurzame inzetbaarheid en een praktische kijk op instroom, uitstroom en kennisbehoud. Zeker ook in de bouw, infra en techniek.

“Medio 2026 was 1,7 procent ouder dan de AOW leeftijd”

96.000 werknemers werken door

1,7 procent ouder dan AOW leeftijd, dat komt neer op 152 duizend mensen. Ter vergelijking: in het eerste kwartaal van 2018 ging het nog om 1,2 procent. Oftewel 96 duizend werknemers. De stijging laat zien dat doorwerken na de AOW voor een groeiende groep normaal wordt. Voor bedrijven is dat van belang, omdat ervaring, vakkennis en inzetbaarheid van oudere medewerkers op veel plekken nog steeds hard nodig zijn.

Voor de praktijk van bouwen en uitvoering is dit een interessant gegeven. In sectoren waar personeelskrapte, specialistische kennis en projectdruk samenkomen, kan het doorwerken na de AOW helpen om continuïteit te houden in de organisatie. Denk aan functies waarin overzicht, veiligheidsbesef, planning en begeleiding van jongere collega’s een grote rol spelen. Juist daar kan een werknemer met veel praktijkervaring nog van grote waarde zijn.

Mannen vaker in loondienst na AOW-leeftijd

De cijfers maken ook duidelijk dat mannen vaker boven de AOW leeftijd in loondienst blijven dan vrouwen. Van alle mannelijke werknemers was 2,3 procent ouder dan de AOW-leeftijd. Bij vrouwen lag dat aandeel op 1,1 procent. Sinds 2018 zijn beide aandelen met ongeveer 0,5 procentpunt toegenomen. Dat betekent dat de opmars van werken na de AOW breed zichtbaar is, ook al blijven de verschillen tussen mannen en vrouwen bestaan.

Dat de AOW-gerechtigde leeftijd sinds 2013 stapsgewijs is verhoogd tot 67 jaar, heeft de arbeidsmarkt zichtbaar veranderd. Toch is vooral opvallend dat ook boven die grens meer mensen actief blijven. De keuze om langer door te werken hangt vaak samen met gezondheid, plezier in het werk, binding met collega’s en de wens om betrokken te blijven. Voor werkgevers is het dus verstandig om niet alleen naar leeftijd te kijken, maar ook naar belastbaarheid, roosterwensen en inzet op maat.

In de bouw, infra en techniek kan dat bijvoorbeeld betekenen dat oudere werknemers minder zwaar fysiek werk doen. En juist meer bijdragen in werkvoorbereiding, begeleiding op de bouwplaats of kwaliteitscontrole. Zo kan AOW personeel een stabiele factor zijn binnen teams waar kennisoverdracht belangrijk is. Dat temeer omdat ook een groeiende groep, in de bouw en infra, gebruik maakt van de zwaarwerkregeling.

Lees verder onder de afbeelding.
Meer werknemers blijven actief na de AOW-leeftijd

Switch naar andere branche

Het CBS meldt verder dat in het tweede kwartaal ruim 20 duizend mensen ouder dan de AOW-leeftijd instroomden in een bedrijfstak. Dat was 1,3 procent van de totale instroom. Het gaat hier om werknemers die een jaar eerder nog niet in die branche werkten. Ongeveer de helft van deze instroom komt uit een andere bedrijfstak. De rest had eerder geen baan als werknemer.

Die mobiliteit is ook voor werkgevers in uitvoering en projectorganisaties interessant. Een deel van de oudere werknemers kiest er dus niet alleen voor om door te werken, maar stapt ook nog over naar een andere sector of organisatie. Dat kan kansen bieden voor bedrijven die behoefte hebben aan direct inzetbare mensen met werkervaring. Zeker in ondersteunende, coördinerende of controlerende functies kan een werknemer na de AOW snel waarde toevoegen.

Bij de uitstroom blijft het aandeel werknemers boven de AOW-leeftijd beperkt. Van alle uitstromers is 2,2 procent ouder dan de AOW-leeftijd. De groep van 55 jaar tot de AOW-leeftijd is duidelijk groter en komt uit op 14,4 procent. De grootste uitstroom zit nog altijd bij jongere werknemers onder de 25 jaar. Dat is logisch, omdat deze groep relatief vaak wisselt van baan, een opleiding afrondt of een nieuwe stap zet naar een andere bedrijfstak.

Verschillen per sector

De verschillen tussen sectoren zijn groot. In verhuur en handel van onroerend goed en in vervoer en opslag werken verhoudingsgewijs de meeste werknemers boven de AOW-leeftijd. Dit met respectievelijk 4,3 en 3,6 procent. In openbaar bestuur en overheidsdiensten en in informatie en communicatie liggen die aandelen juist laag, op 0,6 en 0,7 procent. Deze spreiding laat zien dat de ruimte voor langer doorwerken sterk samenhangt met het soort werk, de organisatievorm en de personeelsvraag.

De uitstroom onder oudere groepen bestaat voor een groot deel uit pensionering. Voor mensen boven de AOW-leeftijd geldt dat het grootste deel stopt vanwege pensioen. Toch gaat nog 9 procent na het bereiken van de AOW aan de slag in een andere bedrijfstak. In de groep van 55 jaar tot de AOW-leeftijd stroomt 37 procent uit naar pensioen, 22 procent naar een uitkering en 20 procent naar een andere bedrijfstak.

Wanneer gaat jouw AOW gerechtigde leeftijd in? Je AOW-leeftijd bereken je hier.

Bron: CBS, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Hele dag op de bouwplaats? Zo voorkom je pijn aan je voeten

0
Hele dag op de bouwplaats? Zo voorkom je pijn aan je voeten

Werken op een bouwplaats vraagt veel van je lichaam. Je loopt voortdurend heen en weer en draagt waarschijnlijk regelmatig zware materialen. Na een lange werkdag kunnen je voeten dan ook behoorlijk vermoeid of pijnlijk aanvoelen. Gelukkig kun je met een paar praktische aanpassingen veel doen om pijn aan je voeten te voorkomen.

Hierdoor ontstaan voetklachten

Op de bouwplaats worden je voeten voortdurend belast. Je tilt materialen en staat soms lange tijd in dezelfde houding. Die combinatie kan leiden tot vermoeidheid, drukplekken en pijn aan je voeten. Ook slecht passende werkschoenen kunnen klachten veroorzaken. Schoenen die te strak zitten of versleten zijn, kunnen de druk op bepaalde delen van je voeten vergroten. Daarnaast kunnen warme werkomstandigheden en vochtige sokken blaren en huidirritatie veroorzaken. Voetklachten zijn niet alleen vervelend, maar kunnen ook je concentratie en stabiliteit beïnvloeden. Juist op een bouwplaats, waar veiligheid vooropstaat, is goede voetverzorging belangrijk.

Draag de juiste werkschoenen

Goede werkschoenen zijn onmisbaar. Ze beschermen je voeten tegen vallende voorwerpen, maar moeten ook de hele werkdag comfortabel zitten. Let bij de aanschaf van schoenen op de maat en of de schoenen genoeg ondersteuning bieden. Check ook de zool; kies een zool met voldoende grip en demping. En vergeet ook niet om naar de veiligheidsklasse te kijken. Pas werkschoenen bij voorkeur met de sokken die je tijdens het werk draagt. Let daarbij ook op de breedte: een schoen die voor de ene voet prettig zit, kan voor een andere te smal zijn.

Schaf passende inlegzolen aan

Zelfs met goede werkschoenen kunnen je voeten na urenlang staan vermoeid raken. Een geschikte binnenzool kan dan extra comfort geven en helpen de druk onder je voet te verdelen. Welke ondersteuning je nodig hebt, verschilt per persoon. Kies daarom een inlegzool die past bij je voeten en werkschoenen. Vul de steunzolenkiezer in op de website van Footlogics in om hierin de juiste keuze te maken.

Wissel regelmatig van houding

Lang in dezelfde houding staan kan je voeten en benen extra vermoeien. Probeer daarom, zover je werkzaamheden en de veiligheid het toelaten, regelmatig van houding te wisselen. Verplaats je gewicht af en toe van het ene naar het andere been en beweeg je enkels en tenen tijdens korte pauzes. Ga zitten als je daarvoor de gelegenheid hebt en wissel langdurig staan waar mogelijk af met andere taken. Pauzes zijn belangrijk: ze geven je lichaam de kans om te herstellen en helpen de belasting gedurende de werkdag te verdelen.

Draag goede sokken

Goede sokken helpen wrijving en vochtproblemen te beperken. Draag sokken die goed aansluiten en geen plooien vormen in je werkschoenen. Vocht afvoerende materialen zijn prettig als je voeten veel zweten. Neem eventueel een extra paar sokken mee, zodat je ze tijdens de pauze kunt vervangen.

Zo houd je je voeten gezond

Pijn aan je voeten hoeven geen vast onderdeel te zijn van een werkdag op de bouwplaats. Met goed passende veiligheidsschoenen en comfortabele inlegzolen kun je je voeten beter ondersteunen. Neem signalen van je lichaam serieus en wacht niet te lang met het aanpakken van klachten.