Home Blog Pagina 123

Start bouw woontoren Elements aan de Amstel

0
Project - Woontoren Elements aan de Amstel

In het bijzijn van wethouder Reinier van Dantzig is begin februari het officiële startsein gegeven voor de bouw van Elements.

“Het ontwerp van Elements is mede bepaald door de wind en de stand van de zon”

De parametrische woontoren Elements komt op een prachtige locatie aan de Amstel in Amsterdam en wordt ontwikkeld door KondorWessels Vastgoed.

Zeventig

Het zeventig meter hoge gebouw biedt straks ruimte aan zeventig koopwoningen en zeventig middenhuurwoningen en krijgt diverse gemeenschappelijke ruimtes zoals een zwembad en daktuinen.

De gefaseerde verkoop van de koopwoningen is gestart. Op dit moment zijn er nog slechts enkele woningen beschikbaar. De huurwoningen en commerciële ruimtes zijn verkocht aan Verenigd Beheer.

Ontwerp

Het internationale prijswinnende ontwerp van Koschuch Architects is mede bepaald door de wind en de stand van de zon in combinatie met de omgeving. Hierdoor is de perfecte vorm (parametrisch) ontstaan en creëren we het optimale wooncomfort in zowel zomer als winter. Elements wordt gebouwd door Kondor Wessels Amsterdam (onderdeel van VolkerWessels).

Zwembad

Bewoners kunnen gebruikmaken van de vele luxe extra’s die een plek krijgen in Elements zoals een binnenzwembad met uitzicht op de Amstel, een gemeenschappelijke huiskamer, een bar, commerciële voorzieningen op de begane grond en groene bosachtige daktuinen.

CO2-reductie

Met zonnepanelen op het dak en geïntegreerd in de balkonranden wordt de totale energiebehoefte van het gebouw zelf duurzaam opgewekt. Elements is zo ontworpen dat energie wordt opgevangen op de momenten dat het nodig is. Het gebruik van hout in de hybride constructie zorgt daarnaast voor opslag van CO2 in plaats van het de lucht in te blazen en levert een CO2-reductie van vijftig procent op.

Meer informatie over Elements

Bijschrift
Silvie Bruijning en Marijn Verheij van KondorWessels Vastgoed, wethouder Reinier van Dantzig van gemeente Amsterdam, Frank Aalders van Kondor Wessels Amsterdam en Patrick Koschuch van Koschuch Architects hebben met elkaar op symbolische wijze het startsein gegeven voor de bouw in het bijzijn van alle betrokken partijen.

Rem op woningbouw door stikstofbesluit

0
Rem op woningbouw door stikstofbesluit meldt het EIB

Het wegvallen van de bouwvrijstelling na de uitspraak over het stikstofbesluit zorgt voor vertraging en uitval van woningbouwprojecten. De problemen concentreren zich op de korte termijn. Zo blijkt uit onderzoek van het EIB.

Stikstofbesluit – Duizenden projecten worden geconfronteerd met vertragingen en extra administratieve lasten

In 2023 en 2024 daalt de vergunningverlening met zesduizend woningen in vergelijking met de situatie waarbij de vrijstelling zou zijn gehandhaafd. Over de periode tot 2028 gaat het gecumuleerd om tienduziend vergunningen. Dergelijke effecten zijn zeker niet verwaarloosbaar, maar tegelijkertijd kan worden geconstateerd dat stikstof geen groot beletsel hoeft te vormen voor het realiseren van bredere woningmarktdoelen.

Minder gunstig is het gegeven dat voor meer dan zesduizend woningbouwprojecten waarvan vrijwel op voorhand kan worden ingeschat dat deze geen stikstofdeposities veroorzaken nu weer aanvullende stikstofberekeningen moeten
worden gemaakt.

De verschillende kosten die het beleid met zich meebrengt bedragen dit jaar naar verwachting meer dan € 100 miljoen en lopen daarna geleidelijk terug.Dit concludeert het EIB in de verschenen studie ‘Effecten wegvallen bouwvrijstelling’, waarin de effecten voor de nieuwbouw van woningen zijn
geanalyseerd.

Nieuwbouwprojecten getroffen

Door het wegvallen van de bouwvrijstelling kan een bouwproject alleen nog doorgang vinden als vooraf kan worden aangetoond dat de bouwactiviteiten geen schade in Natura2000-gebieden opleveren. Dit betekent dat voor bouwprojecten waarvan de stikstofdepositie vrijwel nihil is, met AERIUS-berekeningen nog wel moet worden aangetoond dat dit zo is.

Dit betreft negentig procent van de woningnieuwbouw, die in meer dan zesduizend projecten wordt gerealiseerd. Dit heeft geen belangrijke structurele gevolgen,maar het zorgt ook in deze gevallen wel voor vertraging en extra kosten.

Een tweede categorie projecten met een stikstofdepositie van 0,1 tot 0,5 mol/ha kan doorgang vinden als kan worden aangetoond dat de gevolgen van de stikstofdepositie verwaarloosbaar is. Voor dergelijke projecten moet een natuurvergunning worden aangevraagd en via een ecologisch onderzoek worden aangetoond, dat de gevolgen voor de natuur verwaarloosbaar zijn. Dit vergt beduidend meer tijd en kosten dan alleen een AERIUS- berekening en vereist vaak ook extra maatregelen. Deze categorie is naar schatting goed voor ongeveer 6% van de woningbouw.

Ten slotte geldt dat bij drie procent van de woningnieuwbouw dat de stikstofdeposities te omvangrijk zijn om met mitigerende maatregelen bij het project op te lossen. Deze projecten zijn afhankelijk van externe saldering als stikstofruimte die elders wordt vrijgespeeld aan deze projecten kan worden toegewezen. Dit is een lastig traject dat veel tijd zal vergen en zorgt voor uitval in ene meerjarig perspectief.

Vertraging

Door het stikstofbesluit moet met onmiddellijke ingang nieuwe berekeningen en in sommige gevallen ecologisch onderzoek worden uitgevoerd. Dit levert vooral in 2023 vertraging op. In latere jaren neemt de vertraging af omdat in het proces op de extra berekeningen geanticipeerd kan worden. Door de vertragingen verschuift een deel van de vergunningverlening naar latere jaren. Hiernaast valt een deel van de vergunningen door uitval weg.

In totaal worden door het wegvallen van de bouwvrijstelling in de periode 2023-2027 10.000 minder vergunningen verleend en 8.000 minder woningen gerealiseerd. Hiermee is een verlies aan bouwproductie gemoeid van cumulatief € 3 miljard.

Kosten wegvallen bouwvrijstellingen

Met het wegvallen van de vrijstelling zijn extra kosten gemoeid. De kosten van extra berekeningen/onderzoek, de kosten van vertragingen (rentekosten en aanpassingskosten door extra risico’s) en langdurige uitval van projecten bedragen dit jaar ruim € 100 miljoen. Deze kosten nemen door anticipatie na 2023 geleidelijk af.

Doelmatigheid

De overgrote meerderheid van de woningbouwprojecten zorgen voor zo weinig stikstofdeposities in onze natuurgebieden dat deze met AERIUS-berekeningen uitkomen op afgerond nul. Dit geldt voor bijna alle woningbouwprojecten die enkele kilometers verwijderd zijn van de grenzen van het Natura2000 gebied. Alleen voor grote woningbouwprojecten en projecten waar veel bijzonder zwaar materieel moet worden ingezet ligt dit anders.

Het gevolg is dat duizenden projecten die geen enkele negatieve invloed hebben op de natuurgebieden, geconfronteerd worden met vertragingen en extra administratieve lasten. Dit levert voor de natuur geen voordelen
op, maar er zijn wel betekenisvolle kosten mee gemoeid.

Lees ook – Bouwvrijstelling, geen algemene bouwstop vrijstelling stikstof van tafel

Piekbelasters

Een laatste conclusie is dat de voortgang van de bouw niet afhankelijk is van het uitkopen van piekbelasters. In de meeste gevallen hoeft alleen aangetoond te worden wat al werkelijkheid is, namelijk dat er geen stikstofdeposities zijn. Daar waar dit niet volledig het geval is, kan via interne saldering en enige extra inzet van elektrisch materieel alsnog vergunningverlening plaatsvinden.

Alleen enkele grote woningbouwprojecten zeer dicht bij de Natura2000 gebieden kunnen profijt hebben van het uitkoopbeleid. De soms geponeerde stelling dat de boeren snel uitgekocht moeten worden om de woningbouw niet op slot te zetten, is niet op feiten gebaseerd. Het opkoopbeleid moet vooral worden gezien als een instrument om de door het kabinet geformuleerde algehele reducties van stikstofdeposities te realiseren.

Download het volledige rapport ‘Effecten wegvallen bouwvrijstelling’

Eerste van zeven Tiny Forests aangelegd door VolkerWessels

0
Eerste van zeven Tiny Forests aangelegd door VolkerWessels

VolkerWessels gaat op verschillende plekken in Nederland Tiny Forests aanleggen: stukjes dichtbegroeid, inheems bos ter grootte van een tennisbaan.

“Tiny Forest stimuleert de biodiversiteit, zorgt voor extra waterberging en verbetert de luchtkwaliteit”

Het eerste bos is aangeplant bij kindcentrum Bonjour! in het Limburgse Stein, de komende maanden zullen nog zeker zeven locaties volgen. Daarmee is VolkerWessels op dit moment de grootste investeerder in Tiny Forests in Nederland.

Natuureducatie

Een Tiny Forest is niet alleen een prettige plek voor vlinders, vogels, bijen en kleine zoogdieren, maar ook voor mensen. Kinderen leren in het buitenlokaal over de Nederlandse natuur en buurtbewoners ontmoeten elkaar op een prettige en gezonde plek.

Het concept van Tiny Forest is bedacht door de Indiase ingenieur Shubhendu Sharma (die zich weer liet inspireren door de bosbouwmethode van de Japanse bomenexpert Miyawaki) en wordt sinds 2015 door IVN Natuureducatie ook succesvol in Nederland gebruikt.

Daan Bleichrodt, Chief Tree Planting Officer, IVN Natuureducatie: “Door verstedelijking, digitalisering en ons drukke bestaan is de kloof tussen mens en natuur groter dan ooit. Een Tiny Forest in de buurt verkleint die kloof en brengt ook buurtbewoners dichter bij elkaar. Daarnaast stimuleert een Tiny Forest de biodiversiteit, zorgt het groen voor extra waterbergingscapaciteit, verbetert de luchtkwaliteit en wordt hittestress tegengegaan.”

Meten is weten

Victor Beumer, Senior Research Lead bij Earthwatch Europe: “Dat wij als mensen natuur nodig hebben is duidelijk, maar hoe zorgen we ervoor dat iedereen de impact en effecten van natuur in de bebouwde omgeving begrijpt en ervaart? Om de kracht van Tiny Forest te laten zien, gaan wij door middel van ‘citizen science’ (burgeronderzoek) samen met buurtbewoners en kinderen meten hoe het Tiny Forest in hun buurt voordelen oplevert voor lokale biodiversiteit, verkoeling, CO2 opname en meer.”

Klimaatambitie

Alfred Vos, CEO VolkerWessels: “Als een van de grootste bouwers van Nederland is er bijna geen provincie, gemeente, stad of dorp waar VolkerWessels geen rol speelt in de inrichting van de leefomgeving. We zien overal in Nederland plekken waar extra natuur veel kan betekenen voor klimaatadaptatie, het welzijn van bewoners en in het bijzonder voor onze kinderen.”

Vos: “Tiny Forest is een prachtig initiatief dat heel goed aansluit bij onze eigen concrete klimaatambitie en maatschappelijke doelstellingen. We zijn zeker dat we samen met IVN en Earthwatch Europe de komende jaren nog heel veel Tiny Forests projecten aan ons prachtige Nederland kunnen toevoegen.”

Eerste bomen in Stein

Kinderen van kindcentrum Bonjour!, IKC de triviant en de taalschool van KC Sittard in Stein hebben symbolisch de eerste bomen van het nieuwe Tiny Forest op hun schoolplein aangeplant. Al het voorbereidende werk zoals bodemonderzoek, grondverplaatsing en de plaatsing van zitelementen was eerder al uitgevoerd door VolkerWessels-onderneming Gebr. van Kessel.

Amsterdam neemt maatregelen om woningnood aan te pakken

0
Amsterdam neemt maatregelen om woningnood aan te pakken

Om de woningnood het hoofd te bieden neemt het Amsterdamse college van B en W tal van nieuwe maatregelen om het woningaanbod te vergroten.

“De komende jaren blijft het gemeentebestuur streven naar 7.500 nieuwe woningen per jaar om de woningnood Amsterdam aan te pakken”

Het aantal woningzoekenden in Amsterdam is groot. Veel mensen willen in Amsterdam komen wonen en veel Amsterdammers zijn op zoek naar een andere woning. De gemeente neemt een aantal nieuwe maatregelen.

Vaart erin houden

Wethouder van Dantzig (Woningbouw): “Of we de komende jaren net zoveel woningen kunnen bouwen als afgelopen jaren, is geen vanzelfsprekendheid. Daarom moeten we nu actie ondernemen om de vaart erin te houden. Bijvoorbeeld door het sneller en simpeler maken van bouwplannen, die aan minder eisen hoeven te voldoen. Want als het gewoon goed is dan is het genoeg.”

Woningnood Amsterdam

De komende jaren blijft het gemeentebestuur streven naar 7.500 nieuwe woningen per jaar. Woningen voor elk type huishouden, met verschillende groottes en prijsklassen, voor alle leeftijden en voor nieuwe en oude Amsterdammers. Zodat meer mensen een passende woning kunnen krijgen.

De ruimte in de stad om te bouwen wordt steeds schaarser. Veel oude kantoorpanden worden daarom verbouwd tot appartementencomplexen. Daarnaast komen er woningen bij in bestaande wijken.

Sneller en simpeler

Nieuwbouw wordt steeds ingewikkelder. Daarom gaat de gemeente bouwplannen sneller en simpeler maken, zodat corporaties en ontwikkelaars sneller over de streep worden getrokken om in de verslechterde marktomstandigheden te kunnen blijven bouwen.

De Amsterdamse maatregelen zijn gepubliceerd in het Woningbouwplan 2022 -2028.

Bouwers en ontwikkelaars hebben vinger in de pap bij nieuwbouw

0
Bouwers en ontwikkelaars hebben flinke vinger in de pap bij nieuwbouw van woningen

Bij een aantal middelgrote gemeenten hebben ontwikkelaars en bouwers van nieuwbouwwoningen stevige marktaandelen door het bezit van grond. Daardoor hebben ze een flinke ‘vinger in de pap’ bij de ontwikkeling van nieuwbouwwijken. Bij grote gemeenten speelt dat minder.

“Bij ontwikkelaars en bouwers met marktmacht, ontstaat een risico op hoge prijzen en ongewenste vertraging in het bouwtempo”

Bouwers en ontwikkelaars hebben flinke vinger in de pap bij nieuwbouw van woningen, zo blijkt uit het onderzoek ‘Concentraties in de nieuwbouwmarkt’ door de hoogleraren Edwin Buitelaar en Erwin van der Krabben in samenwerking met het Kadaster, in opdracht van de Autoriteit Consument & Markt (ACM).

Hoge marktconcentratie

Hoge marktconcentraties kunnen een indicatie zijn van lokale marktmacht. Enkele vastgoedontwikkelaars of bouwers hebben, doordat ze (bouw)grond in een dorp of stad bezitten, veel invloed op de plannen voor de bouw van nieuwe woningen. Die invloed kan dan ingezet worden bij onderhandelingen die gemeenten voeren.

Wanneer vastgoedontwikkelaars en bouwers het overwicht hebben, ofwel wanneer concentratie tot marktmacht leidt, ontstaat er een risico op hoge prijzen, ongewenste vertraging in bouwtempo, of minder kwaliteit in een toch al krappe woningmarkt. De kans op dit scenario lijkt vooral bij middelgrote gemeenten aanwezig.

Een ander scenario is overigens dat gemeenten het efficiënter vinden om met een beperkt aantal partijen zaken te doen. Dan zijn de risico’s door marktconcentratie kleiner.

Nieuwbouwmarkt

Het bouwen van nieuwe woningen is van veel factoren en spelers afhankelijk: wet- en regelgeving, grondeigendom, bouwkosten, planvorming, risico’s, en gedrag van de gemeenten en partijen. Hoge concentraties kunnen daarom niet in isolatie beoordeeld worden.

Deze studie gaat over de mate van concentratie van vastgoedontwikkelaars en bouwers voor nieuwbouwlocaties. Marktmacht en eventueel misbruik van marktmacht vormen geen onderdeel van deze studie. Vanwege de risico’s van concentraties kunnen gemeenten die concrete aanwijzingen voor marktmacht hebben zich melden bij de ACM.

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties heeft inmiddels – mede naar aanleiding van dit rapport – opdracht geven voor een onderzoek om te bekijken wat er in de wet- en regelgeving mogelijk is om de nieuwbouwmarkt beter te laten functioneren. Waar nodig zal de ACM dit onderdeel van de woningmarkt blijven volgen.

Niet transparant

De onderzoekers hebben veel tijd moeten steken in het verzamelen en analyseren van gegevens. De grond- en nieuwbouwmarkt blijkt niet transparant. Het is bijvoorbeeld lastig om uit de gegevens van het Kadaster vast te stellen welke bouwonderneming betrokken was als een gemeente (de grond van) een nieuwbouwwoning verkocht. Dat gebeurt bijvoorbeeld als particulieren opdrachtgever zijn van een nieuwbouwwoning.

Er bestaan ook samenwerkingsverbanden waar gemeenten met een ontwikkelaar samenwerken in de ontwikkeling van een nieuwe wijk. Dan is op basis van de gegevens van het Kadaster moeilijk te bepalen of en welke marktpartij(en) betrokken zijn en of dat heeft geleid tot een hogere markconcentratie.

De ACM adviseert het Rijk om de markt transparanter te maken zodat de marktpositie van grote partijen op basis van feitelijke gegevens bepaald kan worden. Daarop kunnen gemeenten dan hun beleid afstemmen, bijvoorbeeld bij de uitgifte van grond, bij aanbestedingen of het ‘opknippen’ of gefaseerd ontwikkelen van een woningbouwlocatie.

Ambitieus Nationaal Programma Circulaire Economie

0
Ambitieus Nationaal Programma Circulaire Economie

Met het Nationaal Programma Circulaire Economie treft het kabinet maatregelen om zuiniger en innovatiever om te gaan met grondstoffen en producten.

Nationaal Programma Circulaire Economie – Duurzame materialen als stro, lisdodde en hout gebruiken voor woningbouw

Met meer ambitie, heldere regels en circulair ondernemerschap blijft het doel om in 2050 een economie nagenoeg zonder afval te hebben haalbaar. Daarnaast is ook een omslag in het denken nodig. Dat stelt staatssecretaris Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat. Zij stuurt het Nationaal Programma Circulaire Economie mede namens de ministers van EZK, LNV en de ministers voor BHOS, KenE en VRO naar de Tweede Kamer.

Roer om

Staatssecretaris Heijnen: “Het roer moet om. We moeten echt anders gaan kijken naar hoe we omgaan met de beperkte grondstoffen die er zijn. We zijn te veel gewend aan consumptie van spullen en dat levert gigantisch veel afval op, en put de aarde uit. Ik houd normaal niet zo van heel grote woorden, maar hergebruik van grondstoffen en producten is de enige manier om de aarde leefbaar te houden.”

Heijen: “Ook voor de generaties na ons. Als we zo doorgaan hebben we straks de grondstoffen van drie wereldbollen nodig, en we hebben er maar een. Dat is onhoudbaar. Er is vaak aandacht voor het percentage economische groei. Ik vind dat we daarbij breder moeten kijken en ook aandacht moeten hebben voor hoe circulair onze economie is. Niet alleen voor de leefbaarheid van onze planeet, maar ook voor een toekomstbestendige economie.”

Niet vanzelf

In een circulaire economie worden spullen die nu nog als afval worden gezien, hergebruikt. Dat zorgt ervoor dat we minder grondstoffen uit de aarde nodig hebben. Zeker als je bedenkt dat er in 2050 naar schatting tien miljard mensen op de aarde leven, is dat geen luxe maar noodzaak.

Daarom wil het kabinet dat de economie in 2050 volledig circulair is. Dat gaat niet vanzelf. Vorige week concludeerde het Planbureau voor de Leefomgeving nog dat we niet op koers liggen, en dat nieuwe maatregelen nodig zijn. Er zijn inspanningen nodig op alle niveaus: overheden, producenten en consumenten.

Maatregelen

In het Nationaal Programma Circulaire Economie presenteert staatssecretaris Heijnen een aantal maatregelen om Nederland op koers te krijgen. Diverse sectoren die veel vervuiling met zich meebrengen moeten verplicht minder afval gaan produceren.

De bouw is daar een voorbeeld van. Een aanzienlijk deel van de grondstoffen die jaarlijks gebruikt worden, komen voor rekening van de bouw. Er zijn tal van mogelijkheden. Zo kunnen brugonderdelen een tweede leven krijgen, kan beton gerecycled worden en kunnen veel meer duurzame materialen als stro, lisdodde en hout gebruikt worden in de woningbouw.

Circulaire bedrijven

Staatssecretaris Heijnen wil de komende jaren niet alleen nieuwe regels invoeren, maar ook met tal van bedrijven en organisaties afspraken maken om meer circulair te werken. De markt voor circulair groeit, alleen al de afgelopen twee jaar kwamen er 30.000 nieuwe circulaire bedrijven in ons land bij.

Lees ook: Andere verslaggeving nodig voor circulaire economie

Zonnepark Dievelman in Berkelland

0
Bouw Zonnepark Dievelman in Berkelland van start

Sofian Eljarroudi van Chint Solar heeft symbolisch de eerste paal geslagen van Zonnepark Dievelman in de gemeente Berkelland. De bouw van het zonnepark is daarmee officieel van start gegaan.

“Het zonneveld zal het opwekken van duurzame energie combineren met het versterken van de natuur en de biodiversiteit”

Zonnepark Dievelman wordt gebouwd ten zuiden van Borculo. De meer dan 26.000 zonnepanelen, met een opgesteld vermogen van 15 megawattpiek (MWp), kunnen jaarlijks ongeveer vijfduizend huishoudens voorzien van duurzame energie.

De verwachting is dat de bouw in het voorjaar van 2023 wordt afgerond, waarna het zonnepark zal worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Het zonnepark werd door IX Zon ontwikkeld. Chint Solar zal de bouw voor zijn rekening nemen.

Natuurcorridor

Het zonneveld zal het opwekken van duurzame energie combineren met het versterken van de natuur en biodiversiteit. Op het zonnepark is onder andere plaats ingeruimd voor een natuurcorridor, versterking van de ecologische verbinding van de Huppelsebeek en Leerinkbeek en herstel van de cultuurhistorische landschappelijke verbinding door middel van houtwallen en bomen.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Zes zonneparken

Sofian Eljarroudi, Head of Business bij Chint Solar Nederland: “Samen met IX Zon hebben we de handen ineengeslagen om drie projecten in de gemeente Berkelland te realiseren. Zonnepark Dievelman is daar de eerste van.”

Sven Kamphues, Directeur IX Zon: “In de afgelopen vijf jaar hebben wij zes zonneparken in de gemeente Berkelland ontwikkeld. Vooral de gemeente en omwonenden verdienen complimenten. Ik wil dan ook hen danken voor de prettige samenwerking. Samen maken we de noodzakelijke energietransitie mogelijk en die verantwoordelijkheid is door alle partijen gevoeld en genomen.”

Lees ook: Zon langs A7

Zekerheid nodig over startdatum Omgevingswet

0
Zekerheid nodig over startdatum Omgevingswet

Al vele malen en jaren schoof de Omgevingswet door op de politieke agenda en de planningen bij de diverse overheden en organisaties. De feitelijke reden lijkt politiek, al werd meer-en-meer duidelijk dat de benodigde onderliggende digitale infrastructuur en -capaciteit volledig ontbrak of onvoldoende was. Hoe dan ook, invoering per 1 januari 2024 lijkt nu haalbaar.

“Rijk, medeoverheden en bedrijfsleven: snel zekerheid nodig over startdatum Omgevingswet”

De Omgevingswet bundelt een groot aantal wetten en regels voor de leefomgeving, waaronder de de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), in één wet.

De Jonge

“De Omgevingswet kan verantwoord en zorgvuldig van start. Het onderliggende digitale stelsel is technisch voldoende gereed en vormt voor de invoering geen blokkade. Dat blijkt uit een derde serie van intensieve testen die door een externe partij is gevalideerd.”

“Rijk, bedrijfsleven en de koepels van provincies, gemeenten en waterschappen vinden het van essentieel belang dat de Eerste en Tweede Kamer snel besluiten over de ingangsdatum. Het Rijk, medeoverheden en het bedrijfsleven scharen zich unaniem achter invoering per 1 januari 2024}”, schreef minister Hugo de Jonge onlangs aan de Eerste- en Tweede Kamer.

Het Koninklijk Besluit dat de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 regelt, is eerder door de minister bij beide Kamers in procedure gebracht. De vorig najaar afgesproken streefdatum van invoering per 1 juli dit jaar is niet meer aan de orde.

Stappen zetten

“Snel zekerheid over de invoeringsdatum is voor alle betrokkenen cruciaal om zorgvuldig de laatste stappen te zetten bij de inrichting van de werkprocessen en het vasthouden van kennis en personeel. Daarnaast hebben initiatiefnemers bij planvorming en vergunningverleningstrajecten zekerheid nodig over de wet- en regelgeving die van toepassing is.”

De Jonge schrijft verder dat “de startdatum van 1 januari 2024 recht doet aan de wens van de VNG en het bedrijfsleven om tussen de definitieve vaststelling van de invoeringsdatum van de Omgevingswet en de daadwerkelijke invoering minstens zes maanden inregeltijd te hebben. Met deze periode wordt een zorgvuldige inwerkingtreding gewaarborgd.”

Nodig!

Rijk, medeoverheden en bedrijfsleven benadrukken dat de Omgevingswet van groot belang is voor het oppakken van urgente opgaven op het gebied van woningbouw, infrastructuur, landbouw, natuur en klimaat.

Omgevingswet?

De Omgevingswet bundelt een veelheid aan wetten en regels voor onze leefomgeving in één wet. Procedures worden gestroomlijnd. Er komt één digitaal loket waar consumenten en bedrijven kunnen checken welke regels van toepassing zijn en of het aanvragen van een vergunning nodig is.

De Omgevingswet en het digitale stelsel vergemakkelijken een integralere besluitvorming met minder regeldruk in de dienstverlening aan consumenten en bedrijven, zo berichtte het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

De kamerbrief over de invoering van de wet is hier in te zien en te downloaden.

Zekerheid nodig over startdatum Omgevingswet.

Bron en beeld: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Landelijke beoordelingsronde primaire waterkeringen (LBO-1) afgerond

0
Landelijke beoordelingsronde primaire waterkeringen (LBO-1) afgerond

Vanaf 2017 hebben waterschappen en Rijkswaterstaat de Nederlandse primaire waterkeringen (dijken, sluizen en gemalen) beoordeeld volgens de nieuwste veiligheidsnormen.

“De eerste Landelijke Beoordelingsronde Overstromingskans van primaire waterkeringen (LBO-1) is nu afgerond”

Bijna de helft van alle trajecten voldoet al aan de strengere eisen die voor de verwachte situatie in 2050 gelden. Keringen die nog niet voldoen aan de strengere eisen, zijn op dit moment veilig en worden op termijn (binnen het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP)) versterkt.

De normen lopen vooruit op de verwachte situatie in 2050, waarmee er nog voldoende tijd is om de keringen te versterken.

De nieuwe veiligheidsnormen die bij de beoordeling worden gebruikt, zijn in 2017 vastgesteld. Op basis hiervan wordt bepaald wat de kans is op een overstroming. Die zijn afgemeten aan de verwachte situatie in 2050, waarbij onder andere wordt gerekend met het aantal inwoners en de economische waarde van het achterland.

Het blijft belangrijk om vaart te houden met het versterken van primaire waterkeringen om in 2050 het doel te halen en Nederland veilig en klimaatbestendig te houden.

Topprioriteit

Michèle Blom, directeur-generaal Rijkswaterstaat: “Zonder onze dijken zou zestig procent van Nederland regelmatig overstromen. We werken daarom continu aan de waterveiligheid. Klimaatverandering laat zien dat werken aan waterveiligheid nooit af is. Deze dijkinspecties zijn ontzettend waardevol omdat ze laten zien waar we aan de bak moeten.”

Versterkingsprogramma

Tot en met 2050 versterken en vernieuwen de waterschappen en Rijkswaterstaat de primaire waterkeringen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (ongeveer 1.500 km aan dijken en 400 sluizen en gemalen in heel Nederland). Dit is de grootste waterveiligheidsoperatie sinds de Deltawerken.

Het versterkingsprogramma is al goed op stoom. De resultaten uit de beoordelingsronde zijn belangrijke input voor de opgave en prioritering van het HWBP. Alle primaire keringen moeten uiterlijk in 2050 aan de strengere normen voldoen.

Landelijk veiligheidsbeeld

De beoordelingsresultaten van LBO-1 zijn ingediend bij de toezichthouder, de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT). Op basis hiervan presenteert de minister van Infrastructuur en Waterstaat eind 2023 het Landelijke Veiligheidsbeeld aan de Tweede Kamer. Hierin zijn de resultaten van alle waterschappen en Rijkswaterstaat gebundeld en wordt ook een verwachte kosteninschatting gegeven van de mogelijke versterkingsopgave.

Nationaal Solar Trendrapport: ‘Nederland Europees kampioen zonne-energie’

0
Nationaal Solar Trendrapport - Nederland Europees kampioen zonne-energie

In 2022 is er voor het derde jaar op rij net iets minder dan vier gigawattpiek aan nieuw zonnestroomvermogen geïnstalleerd in Nederland.

“Het elektriciteitsnetwerk moet zowel verzwaard als slimmer benut worden”, aldus het Nationaal Solar Trendrapport

Uit het Nationaal Solar Trendrapport 2023 van Dutch New Energy Research blijkt dat een groot deel van het nieuw geïnstalleerd vermogen aan zonnestroom is gerealiseerd op daken van woningen waarvan de eigenaren snel hebben gereageerd op de energiecrisis.

Meer zonnepanelen

“Consumenten willen hun energierekening drukken en hebben daarom vorig jaar maar liefst 30% meer zonnepanelen geïnstalleerd”, aldus Daan Jansen, hoofdonderzoeker van Dutch New Energy Research. “De markt voor grootschalige projecten heeft juist te lijden onder de huidige economische situatie. Materiaaltekorten, hogere financieringskosten en knellende netcapaciteit zorgden ervoor dat het commerciële segment vorig jaar met 13 procent kromp.”

Europees kampioen

Europawijd versnelde de uitrol van zonnestroomvermogen vorig jaar met 47 procent. Terwijl de Europese zonne-industrie de komende jaren blijft doorgroeien, verwacht Dutch New Energy Research dat het jaarlijkse nieuw geïnstalleerde zonnestroomvermogen in Nederland de komende jaren licht zal dalen. Toch blijft Nederland voorlopig Europees kampioen zonne-energie.

Grote vraag

“Zelfs wanneer Duitsland zijn ambitieuze doelen haalt, zal het nog jaren duren voor het per hoofd van de bevolking meer installeert dan Nederland”, aldus Wijnand van Hooff, directeur van Holland Solar, de branchevereniging van de Nederlandse zonne-energiesector.

“De vraag naar zonne-energie blijft onverminderd groot, gedreven door de noodzaak om onze stroomvoorziening te verduurzamen. De uitdaging is om het aanbod weer te vergroten.”

Nationaal Solar Trendrapport

Netbeheerders, fabrikanten en installateurs zullen de komende jaren de handen ineen moeten slaan. Erik van Engelen, algemeen directeur van Techniek Nederland:
“Het elektriciteitsnetwerk moet zowel verzwaard als slimmer benut worden. Om aan de groeiende vraag te kunnen voldoen gaat de technieksector in hoog tempo extra monteurs opleiden en moeten fabrikanten hun productie opschalen. Zo biedt de tijdelijke stabilisatie een uitgelezen kans voor de industrie om klaar te staan voor een volgende groeispurt. Zonne-energie is en blijft cruciaal in de energietransitie.”

Download het Nationaal Solar Trendrapport