Home Blog Pagina 174

Duurzame oplossingen voor vervuilde bagger

0
PFAS - BlueCity Circular Challenge, duurzame oplossingen voor vervuilde bagger bedenken

Van reststroom naar waardevol product, ook waterschap Hollandse Delta gaat de uitdaging aan. Komende maand doet het waterschap mee aan de BlueCity Circular Challenge. Hoe kun je duurzaam omgaan met door PFAS vervuilde bagger?

BlueCity Circular: “Circulaire oplossingen voor vervuilde bagger bedenken en het PFAS probleem bij de bron aanpakken”

Samen met een team van jonge professionals krijgen ze hiervoor zes weken de tijd om een schaalbaar product te ontwikkelen uit deze afvalstroom.

PFAS bagger

PFAS vind je in veel producten en kunnen een negatief effect hebben op milieu en gezondheid. Helaas zijn PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) ook terechtgekomen in de bodem, bagger en oppervlaktewater.

“We dragen al actief bij aan het realiseren van een circulaire economie. Denk bijvoorbeeld aan: door bagger zoveel mogelijk lokaal toe te passen. Maar ook het PFAS probleem willen we bij de bron aanpakken. Daarom doen wij mee aan de Circular Challenge!”, aldus Laura Everdij, projectmanager bij het waterschap.

Denktank

Het waterschap gaat de uitdaging aan met een klein, multidisciplinair team van jonge professionals en onder begeleiding van circulaire pioneers uit het netwerk van BlueCity. Na zes weken presenteren zij dan hun innovaties die, naar verwachting, per direct bijdragen aan de versnelling van de circulaire economie.

BlueCity Circular Challenge

Aan het begin van de keten raken onze grondstoffen op en aan het eind van de keten ontstaan afvalproblemen. Hierdoor wordt het steeds belangrijker om de beschikbare grondstoffen zo efficiënt mogelijk te gebruiken.

De Circular Challenge biedt organisaties en bedrijven de kans om kennis te maken met de circulaire economie door anderhalve maand een schaalbaar product te ontwikkelen uit een eigen reststroom. Onder begeleiding van pioniers op het gebied van duurzaam ondernemen, design thinkers en financieel experts, ontwikkelt een klein team van studenten en young professionals een business case en een tastbaar prototype.

Deelnemers staan daarmee aan de wieg van kansrijke (corporate) startups en veelbelovende innovaties.

BlueCity Circular Challenge, duurzame oplossingen voor vervuilde bagger bedenken.

Gedragscode Bewuste Bouwers in een nieuw jasje

0
Gedragscode Bewuste Bouwers in een nieuw jasje

De Bewuste Bouwers gedragscode geeft richting aan de wijze waarop op de bouwplaats bewust kan worden gebouwd, met als doel dat overlast zoveel mogelijk beperkt blijft en dat iedere bouwplaats een Beste Buur is. De nieuwe gedragscode (en bijbehorende normeisen) gaat in op 1 oktober 2021.

Er is extra aandacht geschonken aan het voorkomen van milieuschade door verwaaiing van bouw(afval)materialen in natuur en/of oppervlaktewater

Een drukke omgeving, mondige buren, hoge verwachtingen, kwetsbare natuur en compactere werkterreinen vragen steeds meer van bouw- en infrabedrijven tijdens de uitvoering. De Bewuste Bouwers gedragscode richt zich op de bouwplaats en op de omgeving van de bouwplaats. De gedragscode biedt het hele team, van timmerman tot projectmanager, concrete handvatten hoe zij bewust kunnen omgaan met de pijlers onder de gedragscode: Omgeving, Veilig, Vakmensen, Milieu en Verzorgd. Oftewel: Bewuste Bouwer, Beste Buur.

Herijking

Elke twee jaar wordt de gedragsode van Bewuste Bouwers herijkt op basis van actuele aanscherpingen. Deze vinden deels de oorsprong in politieke besluiten en deels om te voldoen aan de behoeften van opdrachtgevers. Ook de waarnemingen van onze auditors en meldingen op www.verbeterdebouw.nl vormen de basis van de herijking.

Normkaarten

De gedragscode wordt gepubliceerd inclusief normkaarten en werkkaarten. De normkaarten verschijnen net als andere jaren in het Nederlands, Engels en Duits. Ook publiceren we de normkaarten op veler verzoek in het Pools. Daarnaast hebben inhoudelijke aanpassingen plaatsgevonden.

De nieuwe versie van de gedragscode bevat twee nieuwe normeisen voor de pijlers Omgeving en Veilig. Daarnaast is extra aandacht geschonken aan het voorkomen van milieuschade door verwaaiing van bouw(afval)materialen in natuur en/of oppervlaktewater, het belang van het opleiden van de toekomstige instroom vakmensen en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Daar waar nodig zijn de normeisen verduidelijkt en de werkkaarten aangevuld, om meer helderheid en uniformiteit te bieden.

Pijlers

De namen van de pijlers zijn onveranderd: Omgeving, Veilig, Vakmensen, Milieu en Verzorgd. De normregels blijven als ‘normeisen’ gepubliceerd, verdeeld in ‘Maatregelen’ en ‘Bewustwording & Communicatie’. De verdeling ‘Op de norm’ en ‘Boven de norm’ blijft gehanteerd.

Over Bewuste Bouwers

De missie van Bewuste Bouwers is het verbeteren van het imago van de bouw. Als aanjager geven zij de bouwwereld een positieve impuls. Het instrument dat hierop wordt ingezet is de Bewuste Bouwers gedragscode. Door middel van audits en mysteriebezoeken wordt getoetst of bedrijfs- en projectdeelnemers bouwen conform de gedragscode.

Hiermee draagt Bewuste Bouwers bij aan de professionalisering van de infra– enbouwsector op het raakvlak van de bouwplaats en haar omgeving. Al meer dan drieduizend bouwplaatsen geven een geweldig voorbeeld op het gebied van omgevingsmanagement, maatschappelijk verantwoord ondernemen, veiligheid en duurzaamheid.

Milieurisico’s bij aanleg bodemenergiesystemen

0
Milieurisico’s bij aanleg bodemenergiesystemen

Boorbedrijven houden bij de aanleg van bodemenergiesystemen onvoldoende rekening met de eisen die daaraan worden gesteld, waardoor er risico’s ontstaan voor het milieu. Dat staat in de signaalrapportage ‘Risico’s bij de aanleg van gesloten bodemenergiesystemen’ van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).

Bij de aanleg van bodemenergiesystemen moet de sector zorgvuldiger gaan werken

Bodem, grondwater en de strategische drinkwatervoorraden raken verontreinigd als niet de juiste technieken en middelen worden gebruikt. Bedrijven die de systemen aanleggen, houden niet altijd rekening met het risico op vervuiling van bodem en grondwaterlagen bij het doorboren ervan.

Bij het afvullen en opnieuw afdichten van boorgaten worden fouten gemaakt en milieuschadelijke stoffen gebruikt. En op verontreinigde locaties wordt onvoldoende rekening gehouden met de onderliggende schone en diepere bodemlagen.

Dat blijkt uit een speciaal toezichtsproject van de ILT waarbij in de periode van 2016 tot en met 2020 extra aandacht is gegeven aan de aanleg van gesloten bodemenergiesystemen.

Extra toezicht

Programmamanager bodem, Quirine Diesbergen van de ILT: “Het is niet de eerste keer dat we hier op problemen stuiten. We hebben daarom extra toezicht gedaan en onze bevindingen zijn zorgelijk. Bodemenergie is een belangrijk onderdeel in de energietransitie, maar als de aanleg ervan milieurisico’s met zich meebrengt, dan is dat een slechte zaak.”

Voor een bodemenergiesysteem moet een boorgat tot wel honderden meters diep worden gemaakt. Diesbergen : “De sector moet hier echt mee aan de slag; ze moeten zorgvuldiger werken. En om daar beter toezicht op te houden, moet het voor iedereen duidelijker worden waar allemaal geboord wordt en hoe dat gebeurt. Omgevingsdiensten en gemeenten moeten prioriteit geven aan het toezicht en bedrijven wijzen op de gevaren. Wij kunnen helpen het toezicht beter te organiseren. Dat doet de ILT door opgedane kennis en ervaring te delen.”

Energie opwekken

Nederland wil huishoudens in de toekomst zoveel mogelijk van het gas af hebben. Bodemenergie speelt een belangrijke rol in de verduurzaming van de energievoorziening. Bij deze vorm van het opwekken van energie wordt warmte en koude aan de bodem onttrokken. Daarvoor worden diepe gaten (honderden meters diep) in de bodem geboord.

Bodemlagen beschermen

In het Besluit bodemkwaliteit staat dat er geen extra risico’s mogen ontstaan voor de bodem en het grondwater bij de aanleg van bodemenergiesystemen. De ILT ziet echter dat bedrijven zich hierbij niet aan de regels houden om de bodem te beschermen.
Door de boorbedrijven wordt onvoldoende gekeken welke grondlagen worden aangeboord. Ook het afdichten van deze lagen gebeurt niet op de juiste manier; bodemlagen moeten beter worden beschermd tijdens werkzaamheden. In diepere bodemlagen is namelijk schoon grondwater aanwezig dat kan worden gebruikt als drinkwater. Schoon grondwater is van belang voor de kwaliteit van ons drinkwater. De ILT ziet dat bedrijven hier onvoldoende rekening mee houden; ze moeten zorgvuldiger omgaan met de bodem.

Gemeentelijk toezicht

Het toezicht op de aanleg van bodemenergiesystemen is primair een taak van de gemeenten. De meeste gemeenten hebben deze taak overgedragen aan omgevingsdiensten. Er zijn echter ook gemeenten die de taak zelf uitvoeren. Bedrijven die bodemenergiesystemen aanleggen, moeten dit voorafgaand aan de aanleg melden bij de gemeente.

Daarnaast houdt de ILT ook zelf toezicht op basis van meldingen van overtredingen door omgevingsdiensten en gemeenten aan de ILT. De ILT ziet dat het toezicht vanuit betrokken toezichthouders (gemeenten en omgevingsdiensten) verbeterd kan worden. Zij hebben niet altijd zicht op boorlocaties en de daarbij behorende werkzaamheden. Ook verschilt de intensiteit van het toezicht en de kennis en ervaring van toezichthouders bij bodemenergiesystemen per regio.

Aanbevelingen

De ILT pleit ervoor dat bedrijven de juiste werkwijzen hanteren. En voor versterking en intensivering van het toezicht bij de aanleg van bodemenergiesystemen. Boorbedrijven moeten worden verplicht om de locatie en tijd van uitvoering van de boring voor alle toezichthouders (zowel privaat als publiek) inzichtelijk te maken.

Hierdoor kan efficiënt toezicht worden gehouden en kunnen de bedrijven die willens en wetens de regels overtreden, beter worden aangepakt. De ILT gaat omgevingsdiensten en gemeenten helpen met kennisoverdracht om het toezicht te verbeteren. Ook blijft de inspectie zelf de aanleg van bodemenergiesystemen steekproefsgewijs in de gaten houden, voornamelijk op basis van meldingen van gemeenten en omgevingsdiensten.

Meer informatie: www.ilent.nl

Lees ook: “Gastransitie lijkt nieuw, maar is het niet.”

Natuurinclusief bouwen met ruimte voor o.a. vleermuis, huismus en egel

0
Natuurinclusief bouwen met ruimte voor vleermuis, huismus en egel bij nieuwbouw

Ontwikkelaars die in Arnhem willen bouwen, worden binnenkort verplicht natuur in en rond de woning meer te betrekken bij hun ontwerp.

Geschat wordt dat het natuurinclusief bouwen de ontwikkelaar per woning 500 tot 1500 euro zal kosten

Er komen op en rond nieuwbouwwoningen bijvoorbeeld neststenen voor vogels en vleermuizen, groene daken en erfafscheidingen waar egels onderdoor kunnen. Meer groen en water in de directe woonomgeving zoals hagen, bomen, amfibieënpoelen en groene verbindingen moeten het leefgebied van dieren vergroten.

Arnhem wil hiermee de teruggang van biodiversiteit een halt toeroepen. Wethouder Cathelijne Bouwkamp: ‘We hebben de komende jaren meer woningen voor Arnhemmers nodig, maar dat mag niet ten koste gaan van de biodiversiteit. Met deze maatregelen kunnen mens en dier beter naast elkaar leven.’

Werken volgens puntensystee

Ontwikkelaars gaan werken volgens een puntensysteem. Dat maakt helder wat gevraagd wordt en daagt uit tot creatieve oplossingen. Dit systeem gaat verder dan de Wet natuurbescherming, die alleen compensatie eist als beschermde diersoorten zich in een gebied bevinden. Met dit plan blijven niet alleen bestaande diersoorten in het gebied behouden, maar komt er ook ruimte voor nieuwe soorten.

Het gaat nadrukkelijk niet alleen om bedreigde of beschermde soorten. De gemeente wil vooral de grote rijkdom aan soorten in stand houden en uitbreiden en gezonde ecosystemen creëren. Ook vergroten deze maatregelen de klimaatbestendigheid van een buurt. De aanleg van groen gaat bijvoorbeeld hittestress tegen en helpt bij wateroverlast.

Meer groen

Ook het leven van Arnhemmers gaat hierdoor erop vooruit. Volgens onderzoek van onder meer Wageningen University & Research leven mensen gezonder en gelukkiger wanneer ze omringd zijn door natuur.

Meer stadsgroen gaat fijnstof tegen, zorgt voor een lagere kans op stressgerelateerde aandoeningen zoals depressie en angststoornissen en zet bewoners aan tot bewegen in de buitenlucht.

Deze nieuwe regels gaan voor het eerst in bij de ontwikkeling van de Arnhemse velden 3 noord en 23 in Schuytgraaf. Geschat wordt dat dit de ontwikkelaar per woning 500 tot 1500 euro zal kosten. Dit hangt af van hoeveel woningen er per plan gebouwd worden en welke maatregelen er worden gekozen.

Lees ook: Brochure aan de slag met natuurinclusiviteit

Natuurinclusief bouwen met ruimte voor vleermuis, huismus en egel bij nieuwbouw.

Meetmethodiek voor ‘losmaakbaarheid’ online beschikbaar

0
Meetmethodiek voor losmaakbaarheid online beschikbaar

Het rapport ‘Circular Buildings – een meetmethodiek voor losmaakbaarheid v2.0’ is vanaf nu online beschikbaar. Middels dit rapport introduceert de Dutch Green Building Council (DGBC) een uniforme meetmethode voor losmaakbaarheid in de bouw en wordt beschreven hoe dit kan worden beoordeeld.

Zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers willen duidelijkheid over de circulariteit en losmaakbaarheid van een gebouw

De herziene meetmethodiek Losmaakbaarheid is ontwikkeld en getoetst door een consortium van Alba Concepts, Dutch Green Building Council, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en W/E Adviseurs in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en de Transitieagenda Circulaire Bouweconomie.

In het eerste rapport van september 2019 is de fundatie voor de meetmethode opgesteld, waarna de markt uitgedaagd is om de meetmethode toe te passen in de praktijk en hier feedback op te geven. Dit resulteerde in diverse inzichten, verbeteringen en een herziene versie van de meetmethode voor losmaakbaarheid.

Verbeterde meetmethode

In deze meetmethode zijn de definities, randvoorwaarden en uitgangspunten voor het bepalen van de losmaakbaarheidsindex uitgelegd. De scope van de meetmethode is aangepast. Er wordt nu volledig aangesloten op de meetmethode voor de Milieuprestatie Gebouwen (MPG).

“Deze nieuwe formule toont op een eerlijke manier het gedrag van de losmaakbaarheid van het product, waarbij de zwakste schakel het zwaarst meetelt”, aldus Mike van Vliet, Alba Concepts. “Dit geeft ons de mogelijkheid om inzicht te geven in de losmaakbaarheid per laag van Brand. Om vervolgens op gebouwniveau een score voor de losmaakbaarheidsindex te geven.”

Toepassen meetmethode

Hans Korbee, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, stelt dat losmaakbaarheid zich ontwikkelt tot één van de sleutels in de circulaire bouweconomie, naast begrippen als adaptiviteit, toxiciteit, waardeontwikkeling en milieukostenindicatie. “Losmaakbaarheid kan de sleutel zijn om dat wat vast zit vrij te laten komen voor (her)gebruik, liefst zo hoogwaardig mogelijk.”

Ook Vincent Gruis, TU Delft en Voorzitter Transitieteam Circulaire Bouweconomie, geeft aan dat losmaakbaarheid goed past in de Transitieagenda Circulaire Bouweconomie. “We zien dat zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers behoefte hebben aan duidelijkheid over de mate van circulariteit en losmaakbaarheid van een gebouw. Meten is een eerste belangrijke stap om dat inzichtelijk te maken. Met de meetmethode voor losmaakbaarheid stimuleren we de kant van vraag en aanbod. Het helpt opdrachtgevers om circulair uit te vragen en opdrachtnemers om hun eigen producten te beoordelen.”

BREEAM-NL, GPR Gebouw en NMD

De losmaakbaarheidsindex is sinds 2020 als credit opgenomen in de nieuwe Beoordelingsrichtlijn voor BREEAM-NL Nieuwbouw. Rudy van der Helm, DGBC, beschrijft dat naast de technische eisen van de verbindingen ook een bestek wordt gevraagd over de wijze waarop elementen en producten weer losmaakbaar zijn.

Eind 2021 wordt het nieuwe BREEAM-NL In-Use keurmerk verwacht, momenteel wordt gezocht naar een wijze waarop Losmaakbaarheid hierin geïntegreerd kan worden voor kleine toevoegingen aan bestaande gebouwen.

Binnenkort is de meetmethodiek ook toepasbaar in GPR Gebouw. David Anink, W/E Adviseurs, schetst routes voor de korte en lange termijn. Daarbij beschouwt hij losmaakbaarheid als een randvoorwaarde. “Losmaakbaarheid krijgt pas echt waarde in combinatie met andere factoren, zoals hergebruikspotentie, hoogwaardige recycling en adaptiviteit.”

Jan Willem Groot, NMD, ziet ook kansen om de meetmethodiek toe te passen op bestaande instrumenten. “Losmaakbaarheid kan als optie worden meegenomen in het verwerkingsscenario einde leven binnen MPG. Op de lange termijn zie ik potentie in het koppelen van een initiële restwaarde aan de losmaakbaarheidsindex.”

De praktijkervaring leert dat losmaakbaarheid aan de basis staat van diverse circulaire bouwprincipes. Denk aan hoogwaardig hergebruik van bouwproducten, adaptief bouwen, circulair beheer- en onderhoud en het mogelijk toepassen van circulaire verdienmodellen. Je moet de meetmethode altijd in relatie tot andere circulaire principes toepassen. Wij doen een oproep om praktijkervaring met elkaar te delen en zo praktijk en theorie over losmaakbaar bouwen nog verder te stimuleren.

Donwload het ‘Circular Buildings – een meetmethodiek voor losmaakbaarheid v2.0’

 

Woningen en kantoren Vredenburg en Kronenburg Arnhem aardgasvrij

0
Woningen en kantoren in Arnhemse wijk Vredenburg/Kronenburg in 2023 aardgasvrij

Ongeveer 380 woningen in Arnhem-Zuid (Vredenburg en Kronenburg) worden straks verwarmd met warmte uit oppervlaktewater. Aanvullend worden mogelijk 150-200 woningen aangesloten op het warmtenet Smart Polder. Naar verwachting gaan de eerste woningen in de wijk Vredenburg/Kronenburg in 2023 van het aardgas af.

Met de warmte uit het water in de Arnhemse wijk Vredenburg/Kronenburg kunnen woningen en kantoren worden verwarmd

Het plan, ‘Smart Polder‘, om een paar honderd woningen en enkele kantoren te verwarmen met warmte uit oppervlaktewater kon al eerder rekenen op subsidie van de provincie Gelderland. Ook de gemeente Arnhem investeert bijna een half miljoen euro uit haar Klimaatfonds.

Wethouder Cathelijne Bouwkamp: “Hiermee zetten we een belangrijke stap richting aardgasvrij wonen en werken en laten we zien dat dit al binnen enkele jaren mogelijk is. Daarin slagen we als zoveel mogelijk bewoners meedoen.”

Neutrale woonlasten

De bewoners die mogen aansluiten op het warmtenet zijn via een brief op de hoogte gebracht van deze mijlpaal voor het project. Gemeente en corporaties gaan de komende periode met de bewoners in gesprek over deze kans om van het aardgas af te gaan. Belangrijk uitgangspunt hierbij is dat de energielasten ten opzichte van hun huidige energierekening niet mogen stijgen.

Smart Polder

Smart Polder gaat over energie uit oppervlaktewater. Met de warmte uit het water in de wijk kunnen woningen en kantoren worden verwarmd. Warmte uit het oppervlaktewater wordt eerst opgeslagen in de bodem (een zogenaamde Warmte Koude Opslag, WKO).

In de winter wordt de warmte via een warmtepomp naar een temperatuur van 50-70 graden gebracht. Via een warmtenet stroomt deze warmte naar de woningen en worden de woningen verwarmd. Er komt een afleverset in de woningen die warmte kan afgeven aan de bestaande radiatoren.

Samenwerkende partijen

De zeven samenwerkende partijen achter het project Smart Polder zijn de gemeente Arnhem, de woningcorporaties Vivare en Volkshuisvesting, technisch dienstverlener en energiebedrijf ENGIE, warmte infra-specialist Firan, netbeheerder Liander en het waterschap Rivierenland. Mogelijk sluiten ook Portaal en een andere partij nog aan. Hierover wordt eind dit jaar meer duidelijkheid verwacht.

Lees ook: Smart Polder

Woningen en kantoren Vredenburg en Kronenburg Arnhem aardgasvrij.

Subsidieregeling coöperatieve Energieopwekking

0
Subsidieregeling coöperatieve Energieopwekking kent grote belangstelling

Sinds de openstelling van de nieuwe Subsidieregeling coöperatieve Energieopwekking (SCE) op 1 april 2021 heeft de RVO 479 subsidie aanvragen ontvangen. De budgetclaim stond op 6 mei 2021 al op 70 miljoen euro.

“Met name coöperaties hebben een aanvraag ingediend voor de Subsidieregeling coöperatieve Energieopwekking”

Met deze subsidieregeling kunnen coöperaties of Vereniging van Eigenaars subsidie aanvragen voor het lokaal en gezamenlijk opwekken van hernieuwbare elektriciteit. Veel coöperaties hebben deze kans gegrepen en een subsidieaanvraag ingediend.

Zon-PV in trek

Dat zon-PV in trek is, blijkt uit de vele aanvragen voor deze categorie. Van de 479 subsidieaanvragen zijn er 392 aanvragen voor de categorie Zon-PV met een kleinverbruikersaansluiting. De budgetclaim voor deze aanvragen bedraagt 40,3 miljoen euro.

Voor de grootverbruikersaansluiting zijn er 86 aanvragen ingediend, met een totale budgetclaim van 27,2 miljoen euro. Voor zowel de klein- als de grootverbruikersaanvragen, gaat het met name om panelen geplaatst op daken (97% van de aanvragen).

Voor de categorie Wind is 1 aanvraag ingediend voor 2,5 miljoen euro. Voor de categorie Waterkracht is tot nu tot geen aanvraag ingediend.

Coöperaties

Met name coöperaties hebben tot nu toe een subsidieaanvraag ingediend: 469 aanvragen zijn van coöperaties, 10 van Verenigingen van Eigenaars. De regeling staat nog open tot en met 1 december. Het totale budget voor 2021 bedraagt 92 miljoen euro.

Subsidieregeling

RVO voert een aantal regelingen uit die interessant zijn voor lokale duurzame energie-initiatieven:
– De hierboven beschreven Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE),
– Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+)
– Subsidieregeling Energiebesparing Eigen Huis (SEEH)
– Investeringssubsidie Duurzame Energie (ISDE)

Andere financieringsmogelijkheden vanuit de overheid vindt u in de RVO- subsidiewijzer en in de Energiesubsidiewijzer.

Meer informatie: Subsidieregeling coöperatieve Energieopwekking

Subsidieregeling coöperatieve Energieopwekking kent grote belangstelling.

100% elektrische vrachtauto met knijperinstallatie

0
Honderd procent elektrische vrachtauto met knijperinstallatie van Dura Vermeer

Onlangs heeft Dura Vermeer in samenwerking met Vrijbloed Transport een honderd procent elektrische af fabriek Volvo FE 6×2 Electric met autolaadkraan en tweezijdige kipper in gebruik genomen in en rondom Amsterdam.

Nog niet eerder is een dergelijk voertuig met deze lichtere opbouw gebouwd in de fabriek en ingezet binnen de GWW-sector

De meeste elektrische vrachtauto’s die nu rijden zijn omgebouwde varianten. Volvo Trucks is de eerste fabrikant die elektrische vrachtwagens volledig direct vanaf de fabrieksband produceert. Dit is een stuk duurzamer omdat er niet eerst dieselcomponenten geproduceerd hoeven worden, om vervolgens verwijderd te worden.

De gloednieuwe elektrische vrachtauto wordt in de gemeente Amsterdam ingezet. Dura Vermeer voert hier vanaf juni 2019 vier jaar lang twee soorten projecten (Klein Wegenwerken en Elementenverhardingen) uit binnen de Samenwerkingsovereenkomst (SOK) Amsterdam. Deze contracten zijn op basis van duurzaamheid en samenwerking gegund aan Dura Vermeer.

Actieradius

De beperkte accucapaciteit en actieradius zijn op dit moment voor veel (bouw)bedrijven nog belangrijke knelpunten in de overstap naar elektrische vrachtwagens. Voor de truck voor Dura Vermeer is een minder zware opbouw ontwikkeld, zodat er langer en meer kan worden gewerkt met dezelfde accucapaciteit. Ook verbruikt deze lichtere laadkraan bij stilstand geen energie, in tegenstelling tot een conventionele variant.

Een open verbinding tussen de software van de laadkraan en de truck zorgt er verder voor dat de laadkraan een signaal afgeeft wanneer de accu bijna leeg is. Hierdoor wordt stilstand voorkomen en kan het verbruik verder geoptimaliseerd worden.

Emissievrij

Eén van de duurzaamheidsambities van Dura Vermeer is ‘Uitstoot op 0’. Dit betekent onder andere dat de bouwer vanaf 2025 volledig emissievrij wil werken in de binnenstad. Vanaf begin dit jaar wordt daarom op alle infraprojecten met elektrisch materieel gewerkt, mits beschikbaar. De aanschaf van de nieuwe elektrische vrachtauto is daarom een mooie stap in de duurzame samenwerking met de gemeente Amsterdam.

Lees ook: Elektrische 50 tons autolaadkraan met aanhangwagen

Groene bushalte met materialenpaspoort in Arnhem

0
Groene bushalte met materialenpaspoort in Arnhem

In Arnhem staat een groene bushalte. Niet alleen het dak, maar ook de zijwanden, staan vol bloemen en planten. De abri is circulair gebouwd en er zijn innovatieve duurzame technieken toegepast.

De bushalte kan bij demontage voor honderd procent worden hergebruikt

De abri is gemaakt om lang mee te gaan, maar is ook modulair. Dat betekent dat de bushalte in onderdelen herbruikbaar is. Vanzelfsprekend gebruikt de halte groene stroom en worden materialen gebruikt met een zo laag mogelijke CO2-voetafdruk. Tijdens het wachten kan een mobieltje worden opgeladen.

Materialengebruik

De bushalte staat bij treinstation Arnhem Zuid en ziet er anders uit dan ‘gewone bushaltes’. Toekomstige bussen voor hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) gaan er stoppen. Dat zijn snelle en comfortabele buslijnen tussen Arnhem en de regio. Wethouder mobiliteit Roeland van der Zee: “Deze bushalte heeft een uitstraling die past bij zo’n comfortabele buslijn. En is daarnaast ook zeer duurzaam.”

Het bushokje is opgetrokken uit staal dat voor 95% gerecycled is en heeft een dak vol bloemen en planten die bijen en andere insecten aantrekken. Regenwater wordt opgevangen en automatisch afgegeven aan de beplanting. Daarnaast is gebruik gemaakt van aluminium (onderhoudsvrij en goed herbruikbaar) en beton zonder cement (dat scheelt tachtig procent CO2-uitstoot). Van der Zee: “Een bushalte met deze combinatie van groen dak, duurzaam ontwerp én met een materialenpaspoort is een primeur in Nederland.”

Het gebruikte hout heeft een FSC-keurmerk en is bovendien in Arnhem verduurzaamd zonder toepassing van chemische middelen. Energiezuinige leds zorgen voor verlichting. De verlichting achter de poster met vertrektijden gaat alleen aan alleen als je op een knop drukt. Materialen worden zoveel mogelijk lokaal geproduceerd; dat scheelt transport.

(Onder: de plaatsing van de halte. Lees verder onder de foto.)

’Materialenpaspoort

De abri heeft een ‘materialenpaspoort’. Dat betekent dat precies is vastgelegd welke materialen gebruikt zijn. Daardoor kan de bushalte bij demontage voor honderd procent worden hergebruikt: er is namelijk van elk onderdeel precies bekend van welk materiaal het is gemaakt.

Vanzelfsprekend is de halte goed toegankelijk voor minder validen. Rolstoelgebruikers kunnen droog staan doordat een deel van de bank is weggelaten. Passagiers kunnen tijdens het wachten nog snel aan een USB-poort hun mobieltje opladen. Ook wordt de bushalte uitgerust met wifi en wordt het routeinformatiepaneel met actuele vertrektijden in de halte geïntegreerd.

De nieuwe bushalte is een proef. De komende maanden evalueert de gemeente de halte en als deze bevalt dan is het de bedoeling dat er meer van deze duurzame bushaltes komen. Niet in elke straat, maar bij belangrijke en drukke knooppunten in het busnet, de zogenaamde ‘hoogwaardige HUB-locaties’.

Lees ook: Duurzame en groene bushokjes in Den Haag

Groene bushalte met materialenpaspoort in Arnhem.

Innovatieve renovatie en vervanging infra

0
Bestuurdersnetwerk Infra - Renovatie en vervanging infra innovatief aangepakt door 25 partijen

25 partijen slaan de handen ineen voor innovatieve renovatie en vervanging infra. Dit doen zij onder de naam bestuurdersnetwerk Infra.

Infraconstructies worden veel zwaarder belast dan destijds rekening mee is gehouden

In Nederland liggen 85.000 bruggen en viaducten, 83.000 duikers, 19.000 km damwand, 2.400 km kades en 7.800 gemalen zorgen voor droge voeten. Deze ‘civiele kunstwerken’ vormen een vitaal onderdeel van onze wegen en vaarwegen.

Al deze infrastructuur bij elkaar is volgens het CBS samen meer dan € 300 miljard waard. Een groot deel van deze infrastructuur is aan vervanging of renovatie toe. Meer dan vijfentwintig partijen, bijeengebracht door de Bouwagenda, slaan nu de handen ineen voor een innovatieve aanpak van deze opgave.

Zwaarder belast

Internationaal vergeleken beschikt Nederland over een goede infrastructuur. Toch staan we ook hier voor een grote uitdaging, want onze civiele infrastructuur is verouderd. Veel is aangelegd vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw, samen met de opkomst van de auto, en een ander deel is nóg ouder.

Naast veroudering worden infraconstructies bovendien veel zwaarder belast dan destijds mee rekening is gehouden. De sterke groei van het vrachtverkeer in aantal en gewicht was niet voorzien. Ook de natte infra staat onder druk: door klimaatverandering zijn de golven hoger.

Houdbaarheid infra

De vraag is dus: hoelang kan onze infrastructuur nog mee zonder renovatie of vervanging. Dat dit een actuele vraag is, blijkt uit de afsluiting van de Merwedebrug van enkele jaren geleden en uit de diverse stedelijke bruggen en kades die beperkingen in het gebruik kennen. Zwaar verkeer mag er niet meer overheen totdat de betreffende constructie voor renovatie aan de beurt is geweest.

Renovatie en vervanging

De bouwwereld (overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen) heeft de handen ineengeslagen. Gestimuleerd door De Bouwagenda is het bestuurdersnetwerk Infra opgericht.

Het bestuurdersnetwerk werkt gezamenlijk aan een samenhangende benadering van deze infra-opgave. Een van de onderdelen daarin is een gezamenlijk inzet op innovatie. Dit wordt uitgesproken in het manifest dat door meer dan 25 partijen is ondertekend.

Lees: Het manifest infra over innovatieve renovatie en vervanging infra

Lees ook het artikel: ‘Bruggen optimaal beheren’’ in de laatste editie van Bouw en Uitvoering

Bestuurdersnetwerk voor innovatieve renovatie en vervanging infra.