Home Blog Pagina 340

Wie wordt de Vernufteling van 2016?

0
Wie wordt de Vernufteling van 2016?

Vanaf vorige week kan er weer gestemd worden op de publieksprijs van de Vernufteling. De Vernufteling is de jaarlijkse prijs voor het meest vindingrijke, vernuftige project van een advies- of ingenieursbureau. Naast de juryprijs, die wordt uitgereikt door NLingenieurs, vindt er een publieksverkiezing van de genomineerde projecten plaats.

Stemmen kan via de website van het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs, KIVI, tot en met 13 maart.
De uitreiking van De Vernufteling vindt plaats op de Dag van de Ingenieur, die op de derde woensdag van maart plaatsvindt. De komende editie vindt plaats op woensdag 16 maart bij Hogeschool Inholland Delft. De Dag van de Ingenieur is een initiatief van KIVI.

Genomineerden

Er zijn door de jury negen projecten genomineerd:

  • Crystal House Amsterdam van ABT
    Een winkelpand aan de PC Hooftstraat krijgt met een pui van glazen bakstenen een bijzondere uitstraling. Het ‘metselen’ van de stenen was constructietechnisch een complexe operatie.
  • Hergebruik bodemassen afvalenergiecentrales van Arcadis
    Afvalverbrandingsinstallaties produceren grote hoeveelheden bodemassen, waarvan het hergebruik vanwege uitlogende zware metalen problematisch is. Het is nu gelukt die verontreinigingen te fixeren
  • O2-ontluchtings rioolput van Kragten
    Bij het loskoppelen van het vuilwaterriool van de regenwaterafvoer wordt ook de luchtafvoer afgekoppeld, waardoor stankproblemen ontstaan. De O2-put, niet groter dan een emmer, levert de oplossing.
  • Shaded Dome tijdelijke evenementenhal van Royal HaskoningDHV
    De Shaded Dome is een tijdelijke hal voor grote evenementen in tropische gebieden, denk aan het FIFA Wereldkampioenschap Voetbal 2022 in Qatar. De speciale uitvoering zorgt tegelijkertijd voor draaglijke temperaturen binnen de hal.
  • Spouwdonut maakt woningen aardbevingsbestendig van Strackee
    Een van de manieren om woningen in Groningen aardbevingsbestendig te maken is het fixeren van de buitengevel aan de horizontale vloeren. Met de spouwdonut kan dat snel, goedkoop, eenvoudig en vrijwel zonder overlast voor de bewoners.
  • Riothermie benut de rioolwaterwarmte van Tauw
    Rioolwater is een bron van warmte, en in de gemeente Urk wordt deze voor het eerst gebruikt om een zwembad te verwarmen.
  • Pulse onderwijsgebouw krijgt gelijkstroomnet van Valstar Simonis
    Voor het eerst krijgt een onderwijsgebouw een gelijkstroomnet waarop zonnepanelen, verlichting en computers/smartphone-accu’s en dergelijke zijn aan te sluiten. Het spaart materiaal en vereenvoudigt het beheer.
  • Rijsimulator voor interactief wegontwerp van Witteveen+Bos
    Bij het ontwerp van een klaverblad zien hoe auto’s zich gedragen, wat het betekent als er flink wordt afgeremd voor het ontstaan van opstoppingen, de rijsimulator maakt het mogelijk het ontwerp te optimaliseren.
  • Herstel mangrovebossen door Building with Nature van Witteveen+Bos
    Voor het herstel van mangrovebossen is de aanvoer van slib nodig, dat niet door de golven wordt weggeslagen. Dat kan het beste met half doorlatende dammen van lokaal materiaal als bamboe en takken. Building met Nature werkt hier beter dan harde beschermingsconstructies.

Bijzondere staalconstructie European Patent Office

0
Bijzondere staalconstructie European Patent Office

Het nieuwe hoofdkantoor van het European Patent Office wordt gebouwd in Rijswijk. Het gebouw heeft een bijzondere staalconstructie. Nu het derde spant is aangelegd, kan het gebouw de hoogte in.

De meest zware onderdelen van de hoofdconstructie wegen per stuk circa 40 ton en bestaan uit HD-profilering met hoge staalkwaliteiten, dat in Europa alleen in Luxemburg wordt geproduceerd. Het is voor het eerst in Nederland dat een gebouw met deze staalkwaliteit, hoogte en slankheid (circa 107 meter hoog, 150 meter lang en 12,6 meter breed), door middel van een stalen hoofdconstructie wordt opgetrokken.

Van system engineering tot uitwerking

TBI-ondernemingen J.P. van Eesteren, Croon Elektrotechniek en Wolter & Dros melden dat het afgelopen week is gelukt om het derde spant van de staalconstructie te voltooien. Aan de plaatsingging een intensief voorbereidingstraject vooraf. Jochem van Leeuwen, werkvoorbereider, hierover: “Samen met leverancier RijnDijk Construction en hoofdconstructeur Zonneveld ingenieurs werkten we als integraal team twee jaar lang aan een geoptimaliseerde versie van deze bijzondere staalconstructie.” De kolommen, die voorzien zijn van de zwaarst mogelijke profilering, worden lokaal samengesteld tot triple HD-kolommen, met een maximale afmeting van 22 meter lang. De spanten zijn circa 18 meter lang en 6 meter hoog.

European Patent Office

Het ontwerp voor het prestigieuze nieuwe hoofdkantoor van het European Patent Office is een samenwerking tussen Ateliers Jean Nouvel (Parijs) en Dam & Partners Architecten (Amsterdam). Het European Patent Office is de grootste internationale instelling in Nederland en, na de Europese Commissie, de grootste internationale organisatie van Europa. EPO heeft in Rijswijk ongeveer 2.700 vaste medewerkers en is gevestigd langs de A4. Het nieuwe kantoor in Rijswijk komt te staan op de kavel van het bestaande kantoor en wordt eind 2017 in gebruik genomen. Het bestaande kantoor wordt na ingebruikname van het nieuwe kantoor afgebroken en het vrijgekomen terrein wordt opnieuw ingericht. Het gehele project wordt afgerond in 2019.

Zwaar transport

Voor de spanten was een speciaal breedtetransport nodig, dat ’s nachts plaatsvond. Vanwege de omvang en het gewicht van de stalen onderdelen, is er een separate mobiele 300-tons kraan ingezet. Al met al een behoorlijke puzzel, aangezien de ruwbouw van de onderbouw nog in volle gang waren toen dit gebeurde. Begin maart worden de laatste twee spanten gemonteerd. Om met de onderbouw verder te kunnen, worden ook de kolommen van het primaire staalgedeelte opgetopt. Het gebouw reikt nu gelijk tot op de vijfde verdieping. Dit alles werd binnen de korte tijdspanne van twee weken gerealiseerd. Hiermee is het startschot voor de hoogbouw gegeven; vanaf nu groeit het gebouw met één verdieping per week.

Leegstand na faillissement V&D

0
Leegstand na faillissement V&D

Het definitieve faillissement van warenhuis V&D zorgt in één klap voor en grote toename aan leegstaand winkelvastgoed in Nederland. De eerste plannen voor nieuwe huurders, of zelfs transformatie van deze panden, worden al bedacht. Gemeenten is er veel aan gelegen om langdurige leegstand van de vaak grote panden te voorkomen.

In Oss wordt bijvoorbeeld nagedacht over het plaatsen van een bibliotheek of versmarkt in de oude V&D, zo bericht nos.nl. Er zijn in Nederland door het faillissement 62 V&D panden leeg komen te staan, verspreid over 59 gemeenten.

Toekomst V&D-panden

Het is nog zeer onduidelijk wat er met de panden gaat gebeuren. Het Canadese Hudson’s Bay is voornemens om de formules Inno en Saks, die nu in België en de VS draaien, ook in Nederland te introduceren. Hiervoor zijn gesprekken gaande met vastgoedeigenaren van de lege V&D-panden. Onderzoeksbureau Locatus schat in dat voor een derde van de panden op korte termijn een nieuwe eigenaar kan worden gevonden, met name in de grote steden. Voor nog eens een derde is de toekomst nog onzeker. Voor de overige panden lijkt sloop of transformatie de enige oplossing, zo zegt Locatus-onderzoeker Gerjan Slob tegen de nos. “Veel steden zullen moeten zorgen dat het centrum compacter wordt”

Trend in leegstand

De leegstand van de V&D-panden zal waarschijnlijk de trend in Nederland volgen. Voor leegstaande winkels in de centra van de grotere steden wordt veel eenvoudiger een nieuwe eigenaar gevonden dan in wijkcentra van grotere steden, of in kleinere of meer afgelegen steden. Dit blijkt ook uit cijfers van Locatus, die tonen dat de leegstand in Amstelveen in een klap toe is genomen van 1,3 procent naar 16 procent van het winkeloppervlak. En in Heerlen is dit aantal gestegen van 20 procent naar 24,2 procent.

Automatisering en verruiming Twentekanalen

0
Automatisering en verruiming Twentekanalen

De vaarwegen in Overijssel krijgen een flinke impuls. Minister Melanie Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu en gedeputeerde Bert Boerman zetten afgelopen donderdag in de Combi Terminal Twente, in aanwezigheid van het Overijsselse bedrijfsleven, hun handtekening onder de bestuursovereenkomst voor het verbeteren van de brug- en sluisbediening op de Twentekanalen.

Met een ruimere vaarweg, betere bedieningstijden en een actief bedrijfsleven geven deze afspraken een impuls aan verdere economische groei en het beter benutten van vervoer over water in Twente. Dit meldt het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Verruiming Twentekanalen

Minister Schultz maakte ook bekend dat de Twentekanalen in de toekomst verruimd zullen worden. “Deze verruiming betekent dat grotere schepen de achterliggende havens en bedrijven kunnen bereiken, en schepen vlotter kunnen doorvaren. Ik ben blij met deze solide afspraken met de provincie en ondernemers. Deze samenwerking geeft een grote impuls aan een duurzame groei van de Nederlandse economie.”

Concurrentiepositie

Gedeputeerde Boerman is blij dat door een goede samenwerking tussen Rijk en regio de provincie erin is geslaagd de service aan de vaarweggebruikers op peil te houden en in de nabije toekomst zelfs te verbeteren. “Hiermee stimuleren wij het goederenvervoer over water. Dat is noodzakelijk voor een goede bereikbaarheid van deze regio, de groei van de economie, de concurrentiepositie van de binnenvaart en de ondernemers langs de rijksvaarwegen.”

Brug- en sluisbediening

Er zijn afspraken gemaakt over bedieningstijden en over bediening op afstand vanaf 2018. Zo kan beter op de vraag van de scheepvaart worden ingespeeld. Dat betekent op termijn voor de Twentekanalen een verbetering ten opzichte van de huidige bedieningstijden. Provincie en Rijk dragen hiervoor beide 50% van de kosten, die ruim €2 miljoen bedragen. In de regio Zwolle-Kampen-Meppel worden vanaf 2018 verschillende gemeentelijke bruggen op afstand bediend vanuit de Meppelerdiepsluis en Spooldersluis. Hier werken Rijk en regio samen in de bediening. De bediening wordt daarmee niet alleen efficiënter, maar bespaart op termijn ook kosten. Het Rijk, de provincies Overijssel en Drenthe en de regio Zwolle-Kampen-Meppel betalen hiervoor gezamenlijk € 1 miljoen. Binnenkort zullen ook deze afspraken in een bestuursovereenkomst worden vastgelegd.

– Beeld: Sluis Eefde (Wikimedia) –

Branche Gebouw Automatisering sluit aan bij FHI

0
Gebouw Automatisering FHI

Branche Gebouw Automatisering

De Nederlandse Brancheorganisatie voor Gebouw Automatisering heeft zich aangesloten bij FHI, federatie van technologiebranches. Per 1 januari 2016 is de aansluiting als vijfde FHI branche formeel een feit. Na de goedkeuring door beider algemene ledenvergaderingen eind 2015, konden de voorzitters, Piet van Veelen van de branche Gebouw Automatisering en Eric van Schagen van FHI, op 21 januari 2016 het glas heffen.

Beide organisaties verwachten elkaar te gaan versterken. De branche Gebouw Automatisering kan nu haar leden het volledige pakket aan branchediensten van FHI aanbieden, gemakkelijker de samenwerking vinden over de grens van de eigen branche heen en meer gewicht in de schaal leggen bij het behartigen van haar belangen bij de overheid en andere stakeholders.

Anderzijds verwelkomt FHI de nieuwe lidbranche omdat daarmee het draagvlak van de federatie wordt vergroot en omdat er ook bedrijven in de andere FHI branches belang hebben bij samenwerking over de branchegrenzen heen. Een flink aantal FHI bedrijven legt al dwarsverbanden tussen gebouwautomatisering en industriële elektronica of industriële automatisering, twee van de vier ‘oude’ FHI branches.

De Nederlandse Brancheorganisatie voor Gebouw Automatisering is nog vrij jong. Op 1 januari 2012 werd de vereniging formeel opgericht, na een korte voorbereidende periode, op initiatief van bedrijven die waren aangesloten bij andere branches van FHI, bij LonMark Nederland en bij BACNet.

In korte tijd is de organisatie uitgegroeid tot een stevig samenwerkingsverband van zestig aangesloten bedrijven die samen een belangrijk deel van het aanbod in Nederland vertegenwoordigen, verdeeld over de gehele waardeketen.

In de afgelopen drie jaar is door het management van FHI met het branchebestuur en de leden een stevig pakket voor branche activiteiten ontwikkeld en uitgebouwd, met als jaarlijks hoogtepunt de Nationale Conferentie Gebouw Automatisering.

Voor FHI is het de tweede keer in haar zestigjarig bestaan dat een brancheorganisatie formeel toetreedt tot de federatie. In 1991, bij de omvorming van de coöperatieve vereniging Het Instrument naar de vereniging FHI, federatie van technologiebranches, was het de branche voor Industriële Elektronica die toetrad. Met deze branche en de branches voor Industriële Automatisering, Laboratorium Technologie en Medische Technologie is FHI sinds die tijd een belangrijke factor in Nederland in gezamenlijke technologiemarketing, belangenbehartiging voor de aangesloten bedrijven en branchediensten voor dezelfde ondernemingen.

Beide voorzitters verwachten dat de Nederlandse Brancheorganisatie voor Gebouw Automatisering in de nieuwe constellatie gedurende de komende jaren door zal groeien naar honderd tot honderdvijftig aangesloten lidbedrijven .

FHI is het collectief van technologiebedrijven die in de Nederlandse markt actief zijn als aanbieders van industriële elektronica, industriële automatisering, laboratorium technologie en medische technologie. Het collectief functioneert als netwerk en richt zich tot externe partijen, zowel publiek als privaat, het bedrijfsleven en (semi-)overheidsinstellingen. In totaal zijn ongeveer achthonderd bedrijven bij FHI aangesloten. De gezamenlijke omzet bedraagt ongeveer zeseneenhalf miljard euro per jaar.

Bron: FHI

Bouwsector geeft ruimte aan mensen met beperking

0
Bouwsector geeft ruimte aan mensen met beperking

In een nieuwe cao tussen werkgeversorganisaties en vakbonden in de bouw is afgesproken dat in de bouwsector meer ruimte komt voor mensen met een beperking. Het is de bedoeling dat komend jaar zo’n driehonderd mensen met een beperking op de arbeidsmarkt werk weten te vinden in de bouw en infra. Zo geeft de sector invulling aan het op landelijk niveau overeengekomen sociaal akkoord.

Behalve Wajongers (jonggehandicapten), waarvoor de bouwbranche in 2014 en 2015 al bijna tweehonderd arbeidsplaatsen creëerde, richt de cao-afspraak zich ook op werkzoekenden met een wsw-indicatie die niet meer naar de sociale werkplaats kunnen, leerlingen in het praktijkonderwijs en werklozen die onder de Participatiewet vallen.

Tevreden werkgevers

Werkgevers in de bouwsector die een geschikte vacature hebben die zij laten invullen door zo’n kandidaat, kunnen eerst een proefplaatsing van enkele maanden aanbieden. In veel gevallen kunnen zij daarnaast rekenen op ondersteuning door een jobcoach, scholingsmogelijkheden en diverse financiële faciliteiten, zoals loondispensatie, aangepaste loonschalen, premiekorting, een no-riskpolis bij uitval en vergoedingen voor werkplekaanpassingen. Werkgevers die Wajongers in dienst namen, zijn over het algemeen erg tevreden over die keus, zo bericht Bouwend Nederland. Het werk moet er natuurlijk wel geschikt voor zijn (of worden gemaakt) en een goede begeleiding is nodig, maar dan kan een Wajonger ook werkelijk iets toevoegen.

‘Wie klaart de klus’

Voor bedrijven is het een goedkope optie om eenvoudig werk te laten uitvoeren of om aan bestekseisen (social return) te voldoen. Het levert zo’n onderneming vaak ook goede publiciteit op en een naam op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. De nieuwe tranche van het project is formeel op 1 februari 2016 van start gegaan met de lancering van de campagne ‘Wie klaart de klus – onbeperkt aan de slag in de bouw’. Via bedrijfsbezoeken, een website (wieklaartdeklus.nl), social media en voorlichtingsmateriaal worden werkgevers gestimuleerd om mensen met een beperking aan te nemen.

Europese markt zonne energie groeit weer

0
Europese markt zonne energie groeit weer

Voor het eerst in drie jaar is de afzet van systemen voor zonne energie in Europa weer gegroeid. Dat heeft de Europese brancheorganisatie SolarPower Europa bekend gemaakt. Engeland blijkt de grote kartrekker, maar ook in Nederland nam de afzet toe.

Volgens de cijfers van de organisatie is de markt in zonne energie in 2015 met 15% gegroeid. In 2015 werd voor 8 gigawatt aan zonne-energie aangesloten op het net, tegenover 6,95 in 2014. Wereldwijd kwam er voor 50 gigawatt aan zonne-energie bij.

Positieve cijfers

Daarbij moet benadrukt worden dat het gaat om de afzet van netgekoppelde systemen. SolarPower Europe houdt geen rekening met installaties die niet aan het energienet gekoppeld zijn. Het blijkt dat een paar landen verantwoordelijk zijn voor de groei in 2015. Het Verenigd Koninkrijk was met 3,5 gigawatt de grote aanjager. Ook Nederland was medeverantwoordelijk voor de positieve cijfers. Daarnaast worden Portugal en Denemarken genoemd. In veel andere landen bleef de afzet gelijk aan de jaren ervoor, of daalde zelfs.

Herstel Duitse markt

Verder wordt de verwachting uitgesproken dat het Verenigd Koninkrijk ook in 2016 weer een belangrijk rol gaat spelen, ondanks het feit dat de subsidies na het eerste kwartaal fors worden gereduceerd. Naast positieve verwachtingen voor Frankrijk Portugal, Denemarken en Nederland wordt er ook rekening mee gehouden dat de Duitse markt zich zal herstellen en 2 tot 2,5 gigawatt zal installeren. De cijfers zijn voorlopig, in maart komt SolarPower Europe met definitieve cijfers.

Huizenprijzen stijgen na herbestemming erfgoed

0
Huizenprijzen stijgen na herbestemming erfgoed

Herbestemming van industrieel erfgoed is de laatste jaren erg populair. Niet alleen de gebouwen zelf varen wel bij een renovatie en nieuwe functie, maar ook het omliggende gebied profiteert mee. Huizenprijzen in de directe omgeving van herbestemde panden stijgen, zo blijkt uit onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Daarmee is op wetenschappelijk niveau aangetoond wat werd vermoed en soms ook al als argument voor herbestemming wordt aangedragen. Onderzoeker Mark van Duijn keek naar verschillende projecten waar industrieel erfgoed de laatste jaren een nieuwe bestemming kreeg.

Huizenprijzen reageren op leegstand

Uit het onderzoek bleek dat in de periode van leegstand en verloedering van erfgoed, de huizenprijzen in de omgeving van deze panden in een neerwaartse spiraal raakte. Deze spiraal werd doorbroken wanneer het leegstaande erfgoed gerenoveerd werd en een nieuwe functie kreeg. De huizenprijzen stegen nadien weer tot een vergelijkbaar niveau in vergelijking met andere buurten zonder leegstand. Het onderzoek richtte zich op verschillende projecten door heel Nederland.

Puddingfabriek

‘De herontwikkeling van industrieel erfgoed kan bij grote projecten flink in de papieren lopen’, zegt Van Duijn in het Nederlands Dagblad. ‘Denk bijvoorbeeld aan de Westergasfabriek in Amsterdam of het Van Nelle-complex in Rotterdam.’ Een voorbeeld van een kleiner project dat eenzelfde positief effect sorteerde, is de transformatie van de voormalige Puddingfabriek, gelegen bij het centraal station in Groningen. Dat pand stond vanaf 1997 jaren leeg, waarna een projectontwikkelaar er een bedrijfsverzamelgebouw van maakte. Nu zijn er zo’n dertig kleine bedrijven gevestigd op het gebied van media, ict en architectuur en wordt een deel gebruikt als evenementenlocatie. ‘Dat uitstralingseffect is erg interessant, maar wordt meestal niet meegenomen bij beslissingen over herbestemming’, zegt Van Duijn, die een lans breekt om dit in de toekomst meer te doen.

Twee grote daktuinen in Utrecht

0
Twee grote daktuinen in Utrecht

Bouwcombinatie Hurks | Van Wijnen Groep NV verschafte Leven op Daken (LOD) de opdracht voor twee grote projecten in de stadsbuurt Zijdebalen in Utrecht.

Zin in!

Erik Steegman, directeur van LOD: “Geweldig nieuws: We hebben een prachtige opdracht van Bouwcombinatie Hurks| Van Wijnen Groep NV midden in de stad Utrecht, in Zijdebalen. Wij gaan twee enorme daktuinen maken waarin karakteristieke, met klimplanten overgroeide, pergola’s komen als blikvanger. Het project wordt aangelegd onder volledige Leven op Daken-garantie samen met onze partner Mastum Daksystemen BV en Van der Tol hoveniers. We hebben er zin in!”

Nieuwe woonwijk

In Utrecht verschijnt aan de rand van de historische binnenstad Zijdebalen, een nieuwe woonwijk, die wonen in de stad combineert met de rust van water en groen. Vier woonblokken met in totaal circa 500 woningen en een verscheidenheid in woningtypes, zorgen voor aanbod voor starter en doorstromer.
Onder de bouwblokken komen half verdiepte parkeergarages met parkeerplaatsen voor bewoners, terwijl in de openbare ruimte parkeerplekken voor bezoekers worden gerealiseerd.
Het groen in de binnentuinen langs de Vecht, in de woonstraten en op het plein vormt een verlengstuk van de Utrechtse binnenstad. Ook verwijst het naar de rijke historie van het gebied.

Historie buitenplaats Zijdebalen

Zijdebalen was een befaamde Nederlandse zijdefabriek met bijbehorend landgoed. In 1681 werd het terrein net buiten de Bemuurde Weerd (ter hoogte van blok 4) in gebruik genomen door zijdehandelaar David van Mollem. De ruwe zijde werd uit Perzië, China of Bengalen via Amsterdam aangevoerd over de Vecht. De negen twijnmolens werden aangedreven door waterkracht, met behulp van een drijfriem aan een waterrad in de Westerstroom, die door het verval tussen de Stadsbuitengracht en de Vecht een sterke stroming had. Kort na de bouw van de Zijdefabriek liet Van Mollem pal ernaast een buitenplaats bouwen. Hoofdgebouw en woonhuis stonden evenwijdig aan de Vecht. Door de florerende handel kon zijn zoon David de buitenplaats uitbouwen met lanen en hagen, loofgangen, een doolhof, speelhuis, vijvers, vazen en beelden.
De tuinen behoorden tot de rijkste die Nederland ooit heeft gekend. Nadat halverwege 18e eeuw een nieuw ontwikkelde en naastgelegen katoenfabriek ook van de waterkracht gebruik maakte, ging het uiteindelijk minder goed met de fabriek. In 1816 werd de fabriek gesloten.
David van Mollem had in zijn testament laten vastleggen dat het lustoord gesloopt moest worden, kon het niet meer in handen van de familie blijven. Het terrein werd in gebruik genomen als tuindersgrond. Het enige wat nog aan buitenplaats Zijdebalen herinnert, is de vroege (witte) tuinmanswoning aan de Zijdebalenstraat 2. Dit is een gemeentelijk monument en wordt in de nieuwbouw geïntegreerd.

– Twee grote daktuinen in Utrecht –

Nelson Mandelabrug Alkmaar grootste van composiet

0
Nelson Mandelabrug Alkmaar grootste van composiet

In Alkmaar is afgelopen vrijdag de Nelson Mandelabrug geopend. De brug is geïntroduceerd als de grootste beweegbare verkeersbrug van composiet ter wereld. Het beweegbare deel is 22, meter lang en gemaakt van vezelversterkte kunststof.

Royal HaskoningDHV zorgde voor het ontwerp en en de toepassing van het composiet. Er werd voor composiet gekozen vanwege de lichtheid in combinatie met de kracht van het materiaal, wat diverse voordelen oplevert. Het beweegbare deel van de brug is met een gewicht van 90 ton de helft lichter dan een traditionele, stalen uitvoering, zo meldt Royal HaskoningDHV.

Efficiëntie

Door gebruik te maken van composiet kan niet alleen het beweegbare deel, maar ook het bewegingsmechanisme lichter worden uitgevoerd, een kleinere fundering worden toegepast en zijn kleinere contragewichten mogelijk. Een ondergrondse draaikelder is bovendien niet langer nodig. Er is ook veel minder energie nodig om de brug te openen. Daarbij is composiet nagenoeg onderhoudsvrij.

Betere doorstroming

De brug werd in opdracht van de gemeente Alkmaar en provincie Noord-Holland gebouwd door de combinatie CFE-Demako, naar ontwerp van Joris Smits van Royal HaskoningDHV en technische ondersteuning van Movares en Technisch Adviesbureau Sliedrecht. Delft Infra Composites is verantwoordelijk voor de bouw van het composieten brugdeel. De totale kosten bedragen 9,15 miljoen euro. De brug verbetert de regionale bereikbaarheid en heeft belangrijke voordelen vanuit economisch perspectief. “Voor het college is het van belang om het bedrijventerrein zo aantrekkelijk te houden voor bestaande en nieuwe bedrijven”, aldus wethouder Jan Nagengast van de gemeente Alkmaar.

Composiet als bouwmateriaal

Composiet is momenteel aan een opmars bezig als bouwmateriaal in de infra-sector. Het materiaal wordt steeds meer toegepast voor sluizen en bruggen. Royal HaskoningDHV bericht dat het zich samen met de rijksoverheid inzet om de leidende positie van Nederland op het gebied van composiet te behouden. Zo werken beide partijen samen aan de herziening van de CUR96 richtlijn voor sluizen en bruggen, nodig om deze constructies te kunnen bouwen, en zijn onlangs de grootste kunststof-composietdeuren ter wereld geplaatst in het Wilhelminakanaal in Tilburg. In de komende editie van Bouw+Uitvoering wordt uitgebreid ingegaan op de mogelijkheden en de ontwikkeling van biocomposiet.