Home Blog Pagina 339

Nieuwe wet Kwaliteitsborging voor het bouwen

0
Nieuwe wet Kwaliteitsborging voor het bouwen

Wordt de teerling geworpen?

De verwachting is dat begin 2017 stapsgewijs de nieuwe wet Kwaliteitsborging voor het bouwen ingevoerd wordt; marktpartijen zijn dan zelf verantwoordelijk voor het voldoen aan de wettelijke eisen, waardoor de positie van de opdrachtgever versterkt.

In 2010 had het zogenaamde Bouwteam de opdracht te adviseren over de vraag: ‘Hoe kan de woning- en utiliteitsbouw sterker uit de crisis komen?’. Een van de adviezen was de ‘Routekaart naar private kwaliteitsborging’, waarbij zij het eveneens belangrijk vonden kwartiermakers aan te stellen. Zo ontstond in 2013 het Instituut voor Bouwkwaliteit, bestaande uit Harry Nieman, Gert-Jan van Leeuwen en Hajé van Egmond. De heren geven, onafhankelijk van de overheid en het bedrijfsleven, advies aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) over hoe de nieuwe wet Kwaliteitsborging voor de bouw er het beste uit kan zien.

Van toen naar nu

De geschiedenis van ‘de nieuwe wet’ loopt al een aardige tijd. Met Van Egmond gaan we terug in de tijd. Hij vertelt: “Nederland kent het overlegplatform Bouwregelgeving, een adviesorgaan dat over de bouwregelgeving gaat. Dit orgaan gaf in de periode van minister Remkes, 2001-2002, het advies onderzoek te doen naar hoeverre marktinstrumenten en eigen kwaliteitsborging van de markt verbeteringen op kunnen leveren. Oorspronkelijk was het de bedoeling via certificatie de kwaliteit de borgen. Uiteindelijk groeide het plan breder uit. In 2008 is door de commissie Fundamentele verkenning bouw – de commissie Dekker – het advies gegeven de verantwoordelijkheid dichter bij de bouw zelf te
leggen. De commissie adviseerde de preventieve toets door de gemeente te schappen en daar een ander stelsel voor in de plaats te stellen. Uiteindelijk waren het minister Donner en later minister Blok die hebben gezegd: ‘We moeten de wet doorvoeren; een wet waarin private kwaliteitsboring een prominente rol krijgt’.”

Cultuuromslag

Het heeft allemaal even geduurd. Enerzijds omdat de afgelopen vijftien jaar maar liefst tien ministers zich over de kwaliteitsborging voor de bouw gebogen hebben; de ene minister was voor, de andere vond het maar niets. Anderzijds heeft het lange traject te maken met de heersende cultuur in ons land. Hajé van Egmond: “Al vanaf 1901 is het standaard dat de gemeente vooraf mee kijkt. Een systeem waarin Nederland redelijk uniek is. Veel landen in Europa kennen een (deels) privaat stelsel. Het is lastig een systeem te veranderen dat ‘al zo lang tussen de oren zit’. We praten over een cultuuromslag. Het lijkt bovendien moeilijk de bouw het voordeel van de twijfel te geven. Dat ze in staat is, zelf voor kwaliteit te zorgen. Deels terecht, in mijn visie. De bouw ging uit van de bestaande regelgeving, waarbij ze jaren heeft kunnen ‘leunen’ op de gemeente. Echter, zei de gemeente dat het anders moest, dan werd dát gezien als de wet. De bouw pakt kwaliteitsborging zelf onvoldoende op. Tel daarbij op dat de prioriteit voor het bouwtoezicht vanuit de gemeentelijke politiek afneemt, dan mag duidelijk zijn dat het stelsel rigoureus moet veranderen.”

Opdrachtgever

De nieuwe wet beoogt dus dat gemeentes niet meer vooraf kijken naar de bouwtechnische aspecten en geen controles meer uitvoeren tijdens de bouw. Daarvoor in de plaats komt een nieuw systeem van kwaliteitsborging waarin marktpartijen er voor zorgen aan de wettelijke eisen te voldoen. “Feitelijk hebben we het dan over het voldoen aan het Bouwbesluit 2012”, legt Van Egmond uit. “De wet gaat over de waterdichtheid van de badkamervloer, niet over of de tegels recht liggen. Dat laatste schrijft de wet niet voor. De wet gaat niet over deugdelijk werk en andere contractuele voorwaarden. Maar let wel, de nieuwe wet Kwaliteitsborging voor het bouwen gaat over meer dan alleen het Bouwbesluit. Zo zien we een wijziging in het Burgerlijk Wetboek, die het voor de consument of andere opdrachtgever eenvoudiger maakt om de door de aannemer veroorzaakte gebreken te laten herstellen en verhaal te halen. Of de gebreken nu wel of niet bij oplevering zichtbaar zijn of gemeld, de aannemer is – als hij de fout heeft veroorzaakt – te allen tijde verplicht het gebrek te herstellen. Naast deze aanscherping zegt het Burgerlijk Wetboek in de nieuwe situatie dat de opdrachtgever bij de bouw van een woning de laatste 5% mag achterhouden totdat de laatste gebreken hersteld zijn. Expliciet hoort hij van de aannemer wanneer de bouw klaar is. De opdrachtgever heeft hiermee meer sturing over die laatste procenten van het geld.”

Zoals gezegd, naast het feit dat de gemeente vooraf niet meer toetst, vindt er verandering plaats in de definitie van het verborgen gebrek; een grotere aansprakelijkheid voor de aannemer, wat de positie van de opdrachtgever versterkt. “Die versterking zien we ook elders in het nieuwe stelsel terug”, zegt Hajé van Egmond: “Onder andere door samenwerking met consumentenorganisaties daar waar het gaat over bijvoorbeeld benchmarking; zorgen voor een vergelijkend onderzoek waarbij prestaties van aannemers worden onderzocht en met elkaar vergeleken. Daarnaast wordt gewerkt aan een consumentendossier. Koopt de consument een auto, dan krijgt hij een boekje mee waarin alles over die auto staat. Zo’n dossier willen we ook bij de aankoop van een woning. Niet als wettelijke verplichting, maar als standaard.”

Instrument

Bij aanvraag voor een omgevingsgunning vervalt de toetsing door de gemeente op bouwtechnische voorschriften. Maar hier komt iets voor in de plaats. De opdrachtgever moet gebruik maken van ‘een instrument voor kwaliteitsborging’ oftewel een kwaliteitssysteem van toetsing en toezicht dat leidt tot een bouwwerk dat aan de regels voldoet. Voor beoordeling hiervan wordt een Toelatingsorganisatie in het leven geroepen, een zelfstandig bestuursorgaan. Dit orgaan kijkt of het instrument voldoet aan de wet. Zo ja, dan volgt een ‘stempeltje’. Een opdrachtgever dient er vervolgens voor te zorgen dat bij een bouwproject een dergelijk toegelaten instrument wordt toegepast door een daartoe gerechtigde persoon of organisatie: de kwaliteitsborger. In deze werkwijze is sprake van getrapt toezicht; de kwaliteitsborger neemt de rol van de gemeente over en kijkt tot de aannemer, de instrumentontwikkelaar zorgt ervoor dat zijn instrument goed wordt toegepast en het Rijk voert af en toe een steekproef uit of het allemaal werkt.

Gemeente en aannemer

Is er in het nieuwe stelsel toch nog een rol voor de gemeente weggelegd? Van Egmond: “De gemeente blijft nog steeds verantwoordelijk voor vergunningen die het algemeen belang aan gaan, zoals ruimtelijk ordening en welstand. De gemeente ziet nog wel toe op de bestaande bouw. Blijkt na de bouw van bijvoorbeeld een café dat het niet brandveilig is, dan kan de gemeente handhavend optreden en sancties opleggen. Het eindresultaat van het systeem is dan immers onvoldoende gebleken.”

Nieuwe wet Kwaliteitsborging voor het bouwen - detail

We gaan nog even terug naar de nieuwe rol van de aannemer. Buiten de nieuwe regels over geborgen gebreken, is er meer te vertellen. De aannemer krijgt de plicht om de opdrachtgever te informeren of het aannemersbedrijf verzekerd is voor risico’s bij een faillissement. Hajé van Egmond: “Het oorspronkelijke doel was een verplichte verzekering voor aannemers voor onder meer een faillissement. Veel partijen waren hierop tegen. Waarom? Koopwoningen zijn onder de stichting Garantiewoning eigenlijk allemaal al verzekerd. Ook juristen zagen met een verplichte verzekering in de marge geen verbetering. Uiteindelijk is gekozen voor een plicht van de aannemer om zijn klanten te vertellen welke risico’s hij loopt als hij met hem in zee gaat. Voordeel is, dat de opdrachtgever de risico’s die er zijn, zelf nog af kan dekken.” Een laatste punt wat de aannemer betreft, gaat over de aannemer als kwaliteitsborger. Politiek gezien moet nog uitgewerkt worden of dit onder bepaalde omstandigheden tot de mogelijkheden behoort.

Hoe kijkt de aannemer aan tegen de nieuwe rol? Van Egmond: “Het is een grote omslag. Hij moet niet alleen kijken naar wat de opdrachtgever wil, maar ook laten zien dat hij voldoende kwaliteit levert en voldoet aan de wet. De aannemer is niet gewend zichzelf te controleren. Bovendien komt de vraag naar voren: hoe ga ik nu met mijn onderaannemers en adviseurs om als kwaliteitsborger. Het zal de nodige aanpassingen vergen.”

Invoering wet

Planning is, dat het wetsvoorstel Kwaliteitsborging voor het bouwen op korte termijn naar de Tweede Kamer gaat. Deze besluit vervolgens wanneer het voorstel behandeld wordt. Van Egmond: “Ik verwacht dat we vanaf 1 januari 2017 met de eerste delen van de wet te maken krijgen. Te beginnen met de aanscherping van het Burgerlijk Wetboek en vervolgens vanaf 2018 bouwwerken aan de onderkant van de markt, zoals de eenvoudige nieuwbouw en de verbouwingen. De grote bouwprojecten volgen in een later stadium.” Reden om aan de onderkant te beginnen is deels het ontbreken van vertrouwen in de bouw, denkt Van Egmond. “En dat terwijl er voldoende voorbeelden zijn, dat de bouw zelf goed in staat is zorg te dragen voor het voldoen aan de voorschriften. Maar nemen we het buitenland als voorbeeld, dan zijn we geneigd eerder de minnen dan de plussen te zien. Ik zeg wel eens: ‘Kijk nou eens wat meer naar wat er wel goed gaat in de bouw’.”

Alea iaca est, oftewel de dobbelsteen (teerling) is geworpen. Er is geen weg terug.
Dat zei Julius Caesar in het jaar 49 voor Christus toen hij met een legioen de rivier de Rubicon overstak tegen de wens van de senaat in. Het ziet er naar uit dat we met de nieuwe wet Kwaliteitsborging voor de bouw ook de stap over ‘de rivier’ gaan maken. Zal de teerling dan eindelijk na zoveel jaren van discussie daadwerkelijk geworpen worden?

[tabs]
[tab title=”Een voorbeeld van hoe het kan én met succes!”]

Pilotproject Zeeburgereiland, kwaliteit door samenwerking

De Alliantie en Amsterdam hebben voor de bouw op de Zeeburgereiland afspraken duidelijke gemaakt over de invulling van het gebied en de taakverdeling. De Alliantie draagt binnen deze afspraken zelf zorg voor het voldoen aan de voorschriften door toepassing van externe toetsing en toezicht. Voordat de aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend is deze getoetst en goed bevonden. De vergunningen worden hierdoor sneller verleend en de doorlooptijd aan de kant van de Alliantie verkort.


Meer informatie over andere pilots en de ins en outs over de op hand zijnde nieuwe wet kwaliteitsborging voor het bouwen treft u op het Instituut voor Bouwkwaliteit. Hier vindt u een overzicht van de brieven, standpunten en onderzoeken die sinds 2008 zijn uitgevoerd in het kader van private kwaliteitsboring en de uitvoering van de adviezen van de commissie Dekker.


Wilt nu nu al starten met een pilot? In het document Reikwijdte aannemelijkheidstoets, nu al starten met pilots kunt u nalezen waar u binnen het huidige wettelijke kader minimaal aan moet voldoen.

[/tab]
[/tabs]

Bewoners bouwen zelf in Nieuw Delft

0
Bouwen naar de wens van bewoners in Nieuw Delft

Gisteren is in Nieuw Delft de eerste officiële start verricht voor de bouw van de eerste zelfbouw woningen en appartementen in de Coendersbuurt. Deze buurt is bijzonder doordat de gemeente Delft heeft ingezet op een vraaggerichte aanpak, waarbij toekomstige bewoners een grote hand hebben in de ontwikkeling van hun huis. Minister Blok sloeg gisteren de eerste paal in de grond van het Grachtenhuis Nieuw Delft. Dit is een initiatief van vijf zelfbouwers die zich hebben verenigd binnen de Bouwgroep Grachtenhuis Nieuw Delft. Zij werken samen met architect Liesbeth Janson van Studio Huijgens aan de realisatie van appartementen in de vorm van een Grachtenhuis.

Nieuw Delft is een nieuw stuk stad midden in Delft, dat aangelegd kan worden door het verdwijnen van het treinviaduct. Recent werd de treintunnel geopend die ervoor zorgt dat de ontwikkeling van Nieuw Delft 2025 op schema ligt. De sloop van het viaduct is nu gaande. In de ontwikkeling van het nieuwe stuk stad heeft de gemeente Delft de keuze gemaakt om het gebied vraaggestuurd te laten ontwikkelen. Dat betekent dat kopers een grote hand krijgen in het realiseren van hun eigen woonwensen.

Diversiteit in zelfbouw

Architectuur.nl meldt dat meer dan 970 geïnteresseerden een Woonprofiel hebben ingevuld met woonwensen en ambities om zelf hun huis te bouwen. Dit voor ruim 100 beschikbare grondgebonden woningen en appartementen in Nieuw Delft. Het traject van de gemeente heeft geresulteerd in drie verschillende ontwikkelingsmogelijkheden. 37 zelfbouwers gaan aan de slag vanuit particulier opdrachtgeverschap. 44 woningen en 7 appartementen worden in co-creatie ontwikkeld tussen bewoners en ontwikkelaar Ballast nedam, danwel ontwikkelcombinatie ERA Contour & Heijmans. Tot slot zijn er twee bouwgroepen, die werken vanuit Collectief particulier Opdrachtgeverschap. Het grachtenhuis dat samen met architect Liesbeth Janson wordt gerealiseerd, en de ontwikkeling van 9 superlofts, ontworpen door architect Mark Koehler.

Vraaggerichte aanpak

De gemeente en betrokkenen zijn positief over de vraaggerichte aanpak. En het blijkt te werken. Sinds de eerste kavelverkoop begin 2014 zijn zelfbouwers, al dan niet verenigd in een groep, ontwerpers en architecten enthousiast met elkaar aan de slag gegaan om de wijk en de nieuwbouwhuizen vorm te geven. Een logisch gevolg van de grote aandacht voor de wensen van particulieren, is dat geen enkel huis uiteindelijk hetzelfde wordt. De Vereniging Bouwgroep Grachtenhuis Nieuw Delft ging eind 2014 aan de slag en enkele maanden na oprichting van de vereniging lag het bouwplan voor een karakteristiek grachtenhuis, bestaande uit vier appartementen en één maisonette er al. De opdrachtgevers hebben voor hun eigen ruimte bepaald hoe groot de woning wordt en welke indeling het krijgt. “Het is net als in de oude stad. In de architectuur is er sprake van een kleinschalig maar wel karakteristiek grachtenhuis, waar van binnen een veelvoud van diversiteit mogelijk blijkt”, zo zegt Liesbeth Janson op de site van het project.

Beste BIM bureau van Nederland

0
Beste BIM bureau van Nederland

De Nationale Business Succes Award-verkiezing (NBSA) is de grootste ondernemersprijs van Nederland. Men wees de prijs toe aan de HFB groep voor Beste BIM bureau van Nederland.

NBSA wijst prijs toe voor Beste BIM bureau van Nederland

Trots en ontroerd

Directeur Rob van Dorp: “We zijn onbeschrijflijk trots, een beetje ontroerd zelfs. We hebben gejuicht en geproost. De grootste ondernemersprijs van Nederland in de BIM branche staat op onze naam: Beste BIM bureau van Nederland”.

Durf en visie

Begin 2016 werd men genomineerd door het Nationale Business Succes Award Instituut voor de prijs. ‘Gedrevenheid, passie, innovatievermogen, durf en visie, plus een 100% focus op de klant, maken van HFB een absolute topper in haar wereld’, aldus het nominatierapport NBSA.

Een uitgebreid interview en meer over BIM (Building Information Modelling) en de HFB groep.

Een animatiefilm over BIM

HFB + HFB Architectuur is een full service BIM bureau. Van een eerste data gedreven ontwerpstudie tot architectonisch ontwerp. Van engineering en technische uitwerking tot productie. Van gebiedsontwikkeling tot gerobotiseerde productiestraat. HFB is uw virtuele partner voor projecten van alle soorten en maten.

Beste BIM bureau van Nederland. Zie ook: BIM wordt langzaam gemeengoed

Constructie-expert over instorten pand Den Bosch

0
Constructie-expert over instorten pand Den Bosch
Het Pearle-pand, pal achter het standbeeld van Jeroen Bosch, in betere tijden

Beeld: Het Pearle-pand, pal achter het standbeeld van Jeroen Bosch, in betere tijden

De speculaties over het instorten van het pand van Pearle in het centrum van Den Bosch zijn in volle gang. Het is nog niet duidelijk hoe het ongeluk precies heeft kunnen plaatsvinden. Constructief ontwerper Rijk Blok spreekt tegenover Omroep Brabant van een ‘verlies van evenwicht’, dat volgens hem niet per se hoeft te zijn veroorzaakt door het weghalen van de dragende muur, zoals velen denken.

Blok, als universitair docent betrokken aan de Technische Universiteit Eindhoven, noemt het verwijderen van een vloer uit een pand als mogelijke oorzaak waardoor een wand kan omslaan. Maar volgens hem kunnen veel minder rigoureuze aanpassingen er ook al voor zorgen dat instorting plaatsvindt.

Optelsom

“Maak je een nieuw gat in een vloer, bijvoorbeeld om een trap te verleggen om zo een groter winkeloppervlak te bereiken, dan kan dit grote gevolgen voor de stabiliteit van een pand hebben”, zo zegt hij tegen Omroep Brabant. “En natuurlijk kan het weghalen van een balk, een dragende muur of zelfs een interne wand tot een instabiele situatie leiden.” Verder denkt hij over de mogelijkheid van een optelsom, door verschillende aanpassingen in de loop van honderden jaren, die de constructie van het historische pand zou kunnen hebben verzwakt. “Aan de buitenkant kun je niet zien of er iets aan de hand is met de constructie.”

Lesmateriaal

De gemeente Den Bosch gaf zondag te kennen dat onderzoek moet uitwijzen waardoor het pand heeft kunnen instorten en wat de invloed is van de werkzaamheden die daar voorafgaand aan zijn verricht. Daarop vooruitlopend pleit Blok ervoor om constructieve veranderingen aan een gebouw altijd vast te leggen, en voorafgaand daaraan altijd met vergunningaanvragen te werken. Het blijft nog even onduidelijk om exact te kunnen zeggen wat er precies gebeurt is, maar volgens de TU/e docent is het instorten van het historische pand goed lesmateriaal voor studenten.

Verdienen met groene daken

0
Maatschappelijk verdienen met groene daken

De Green Deal Groene Daken (GDGD) beoogt landelijke stimulering van groene daken. Stakeholders die baat hebben bij meer groene daken zoals gemeenten, waterschappen, woningbouwcorporaties, verzekeraars, marktpartijen, kennisinstellingen en de rijksoverheid.

Green deal groene daken

Naast het ontwikkelen van een aantal maatschappelijke verdien­modellen kijken wij samen met de rijksoverheid naar het benutten van kansen en het wegnemen van knelpunten omdat begroeide daken water vasthouden, biodiversiteit versterken en daarmee zorgen voor een veilige en gezonde leefomgeving. In de zoektocht doorliepen wij een aantal divergerende en convergerende stappen. We brachten voordelen in kaart, bedachten zo’n 60 ideeën om samen te verdienen en werkten zo richting vijf uitgewerkte concepten.

Vijf verdienconcepten

Na intensieve samenwerking in vijf brede bijeenkomsten en twee werkgroepbijeenkomsten in de sporen “Water & Energie” en “Biodiversiteit”, kwamen de deelnemers tot een aantal meer uitgewerkte verdienconcepten:

1. Differentiatie belastingen (Rioolheffing, waterschapsbelasting, OZB)

Partijen met een groen dak zorgen voor baten op het gebied van hemelwater(berging) en/of ecosysteemversterking. Gemeenten en waterschappen belonen dit via een korting op gebouwgerelateerde belastingen.
Differentiatie belastingbedragen door eigenaren of gebruikers van gebouwen met een oplossing voor hemelwaterafvoer ontkoppeling korting te geven. Desgewenst partijen die niets doen voor hemelwater een hogere belasting laten betalen. De mogelijke kortingen zichtbaar maken op de jaarlijkse rekening (rioolheffing, waterschap, OZB) in combinatie met het aanduiden van risicogebieden. Kansrijke locaties zoeken via een kansenkaart op wijkniveau, met schademeldingen, rioolstelsel, verhard, groen en waterberging.

2. Waterschade preventie en verzekeren

Partijen die een groen dak aanleggen, zorgen voor baten op het gebied van hemelwater(berging) en/of ecosysteemversterking. Verzekeraars kunnen dit belonen via een korting op gebouwgerelateerde verzekeringen. Verzekeraars kunnen een hogere premie vragen aan gemeenten die geen actief klimaatadaptatiebeleid voeren. Dit gedeelte bestaat uit een nieuw verdienmodel waarbij de winst samen met de verzekeraar ligt bij het voorkomen van wateroverlast.

3. Gebouwlabels (BREEAM en GPR)

Waarde voor water en biodiversiteit extra aantoonbaar maken in gebouwlabels. Van knelpunt naar kans. Van onvoldoende punten voor water en biodiversiteitswaarde van groene daken naar voldoende punten.
Afbakening door te focussen op BREEAM (vastgoedontwikkelaars) en GPR (gemeenten, scholen, woningcorporaties). Er is, als het gaat om groene daken en biodiversiteit, vaak sprake van AKO: Angst (voor lekken), Kosten (zullen wel hoog zijn) en Onderhoud (nog hoger) en dus angst voor chaos. Terwijl juist de voordelen zijn: vergroten leefbaarheid in de stad, integreren omgeving met dak en variatie in daklandschap en langere levensduur.

4. Ecosysteemherstel | kansenkaart

Kansen voor groene daken in kaart brengen, daken bundelen voor gebiedsgerichte aanpak en aantrekkelijk maken voor projectontwikkelaars en grotere investeerders. Het verdienmode bestaat uit een nieuwe markt in kaart brengen en daarna in beweging brengen.

5. Mindset

De essentie hiervan is de bewustwording creëren van voordelen van groene daken. Kennis hierover vergroten en verspreiden, o.a. via voorbeelden. Van knelpunt naar kans, van geringe mindset naar verbeterde mindset. Via een groene daken app (en/of website) de kennis en bewustwording bij dakeigenaren vergroten middels het Duurzame Daken Platform.

Tot slot

De praktijk bij het ontwikkelen van groene daken leert dat het gaat om het slim stapelen van meerdere functies. Bijvoorbeeld waterberging, energieopwekking, voedselproductie en educatie. Deze functies zijn te vertalen in harde en zachte waarden, en leidt tot de vraag voor wie deze waarden wat waard zijn. In de uitdaging om deze vraag zo uitgebreid mogelijk te beantwoorden, schuilt ook het zicht op potentiele mede-investeerders. Waarbij het ook om andersoortige investeringen kan gaan dan financieel.

De focus voor het vervolg van fase 1 naar fase 2 (2016 en 2017) ligt op de innovatie van en het experimenteren met de verdienconcepten. Doel is om zo uiteindelijk tot volwaardige nieuwe verdienmodellen te komen die de landelijke opschaling van begroeide daken zullen versnellen. Ook is de meer uitgebreide aandacht voor kansen en knelpunten doorgezet naar het vervolg op de Green Deal. Fase 2 wordt op 14 april a.s. ondertekend op de Innovation Expo in Amsterdam.

[tabs]
[tab title=”Extra informatie”]

Begroeide daken

Hieronder verstaan we begroeide daken, biodiverse daken, vegetatiedaken, natuurdaken en groenblauwe daken. Bij gele daken gaat het om opwekken van zonne-energie op daken, blauwe daken kunnen water bergen, en rode daken vervullen een sociale functie. Combinaties hiervan noemen we multifunctionele daken ofwel duurzame gebruiksdaken.

In een verdienmodel gaat het om het vinden van een positieve balans tussen opbrengsten en investeringen. Het kan gaan om harde, tastbare afrekenbare waarden, en om meer zachte waarden. Het maatschappelijk verdienmodel waar we in de Green Deal Groene Daken naar zoeken, gaat over een model om samen te verdienen aan het groene dak. De totale balans van opbrengsten en investeringen dient positief te zijn voor iedere stakeholder en voor de betrokken stakeholders samen.

[table caption=”Baten van groene daken” width=”620″ colwidth=”20|600″ colalign=”left|left”]
A.|Klimaat (waterbergende functie, verdampen van water, dempen hitte stress in steden)
B.|Biodiversiteit (extra leefgebied voor onder andere bijen, vlinders en vogels)
C.|Gezondheid (verkoelende werking, sneller herstel van ziekte bij uitzicht op groen, dempen van geluid en afvangen van fijnstof)
D.|Waarde en esthetiek (vergroting van groene gebruiksruimte, duurzaamheid bij nieuwbouw, hogere verkoopwaarde van gebouw, meer publiek trekken voor winkels en horeca)
E.|Kosten (voorkomen van waterschade, lagere kosten voor koelen)
[/table]


Eindrapport

Green deal eindrapport
[/tab]
[/tabs]

Duurzaam Erfgoed Prijs voor Hermitage en Hortus Botanicus

0
Hermitage en Hortus Botanicus winnen Duurzaam Erfgoed Prijs

Het project ‘Tussen Kunst en Kas’ heeft de eerste Duurzaam Erfgoed Prijs gewonnen. Tussen Kunst en Kas behelst de uitwisseling van reststromen tussen De Hermitage en de Hortus Botanicus. De Duurzaam Erfgoed Prijs is ingesteld door de provincie Noord-Holland, om eigenaren van monumenten te stimuleren hun eigendom op een verantwoorde manier te verbouwen, aan te passen en zo klaar te maken voor een toekomst.

Gedeputeerde Jack van der Hoek overhandigde de prijs tijdens een symposium over duurzaam erfgoed afgelopen weekend. ‘Kerken, molens, industrieel erfgoed, buitenplaatsen en landgoederen; Noord-Holland heeft veel te bieden’, aldus Van der Hoek. ‘Om deze monumenten te behouden voor de volgende generaties is het van belang ze toekomstbestendig te maken. Verduurzaming staat hierbij centraal! De provincie Noord-Holland vindt het verduurzamen van erfgoed belangrijk en het onderwerp krijgt een prominente plek in onze nieuwe cultuurnota.’

Uitwisseling van reststromen

Ter gelegenheid van het symposium deed de provincie een oproep om voorbeelden in te zenden van monumenten waarbij verduurzaming een belangrijke rol speelt. Uit de genomineerden kozen de bezoekers van het symposium de winnaar. De Hermitage en de Hortus Botanicus tonen dat bij verduurzaming samen tot slimmere oplossingen gekomen kan worden. De Hermitage kampt met een structureel overschot aan warmte, ondanks een WKO-systeem, waarmee het museum zijn expositiezalen koelt en verwarmt. Deze restwarmte wordt vanaf het einde van dit jaar ingezet voor de verwarming van de botanische kassen 425 meter verderop.

80% duurzame energie

Door de uitwisseling van reststromen gaat de Hortus voor minstens 80% over op duurzame energie. Op de gasrekening van de kassen wordt het jaarverbruik van 54 woningen bespaard. Bij de Hermitage wordt bespaard op het elektriciteitsverbruik van een installatie die de overtollige warmte anders zou moeten afvoeren naar de buitenlucht. En op de kosten voor koeling, want de Hortus levert koude retour. De tweede prijs van de Duurzaam Erfgoed Prijs was voor Het schip (Amsterdam) en de derde prijs was voor Molen Zuidpolder (Edam).

Mosselen verbeteren waterkwaliteit

0
Mosselen verbeteren waterkwaliteit

In Nijmegen vindt een pilot plaats waarbij waterkwaliteit wordt verbeterd met behulp van mosselen. De vijver in het Kronenburgerpark te Nijmegen heeft erg veel last van algen. Zowel blauwalgen als groene zweefalgen zorgen ervoor dat het water erg groen is. Om de waterkwaliteit te verbeteren is in november een pilot gestart met de uitzet van quaggamosselen en driehoeksmosselen.

In het geval van het Kronenburgerpark is een overmaat aan voedingsstoffen voor algen aanwezig. Een teveel aan algen voor een sneeuwbaleffect. De algen blokkeren zonlicht voor de zuurstofplanten waardoor deze minder groeien, hierdoor komen er weer meer algen en begint de kringloop opnieuw. Eenden hebben daardoor minder voedsel en vissen krijgen geen lucht meer. Daarnaast zag de vijver er groen en dichtgeslibd uit.

Quaggamosselen en driehoeksmosselen

Daarom is een pilot gestart waarbij Dutch Water Tech mosselen gebruikt als filteraars. Daarbij trekt het water door hun schelp en blijven de zwevende stoffen zoals algen achter in de mossel. Quaggamosselen en Driehoeksmosselen hebben de positieve eigenschap dat ze blauwalgen, zowel de giftige als niet giftige soorten, kunnen verteren, in tegenstelling tot Nederlandse mosselen. Naast blauwalgen worden ook zwevende stoffen uit het water gefilterd. Deze stoffen zijn vaak niet eetbaar voor de mosselen, maar worden naast de schelp neergelegd als een soort slib. Het water wordt helderder doordat de algen en zwevende stoffen worden afgevangen. Hierdoor krijgen ook waterplanten weer meer kans om de concurrentie aan te gaan met de algen. Op deze manier worden de algen langs twee kanten aangepakt. Dutch Water Tech benadrukt dat van tevoren goed gekeken moet worden of de inzet van de mosselen geen effect heeft op kwetsbare ecosystemen.

Waterkwaliteit sterk verbeterd

De effectiviteit van de mosselen is na een jaar duidelijk zichtbaar. Waar bij de aanvang van het project, eind 2014, het doorzicht van het water minder dan 10 cm was, is het water een jaar later kraakhelder en is de bodem duidelijk te zien. ’s Nachts gebruiken de algen veel zuurstof, wat er voor zorgde dat veel karpers stikten en boven kwamen drijven. Van deze problematiek is nu niets meer te zien. Reden voor de gemeente Nijmegen om het project te verlengen. Eind september zijn nog eens 200 kratten met jonge quaggamosselen bijgeplaatst. De mosselen voeden zich met de algen, binden vrij beschikbare nutriënten en zorgen ervoor dat het water helder wordt. De kratten beschermen de mosselen en zorgen ervoor dat vissers er geen last van hebben. Er zullen nog diverse metingen worden uitgevoerd, maar de resultaten zijn nu al zeer positief te noemen.

De vijver in december 2014
mosselen-kronenbrugerpark

En in december 2015
helder-Kronenburgerpark-

Eerste aanmeldingen Dag van de Bouw

0
Eerste aanmeldingen Dag van de Bouw

Dit jaar vindt op zaterdag 4 juni de Dag van de Bouw weer plaats. Organisator Bouwend Nederland meldde deze week de namen van de eerste twintig locaties die de hekken open zullen gooien voor iedereen die geïnteresseerd is om eens een kijkje achter de schermen te nemen op interessante bouwlocaties.

De aangemelde projecten tonen de verscheidenheid van de bouw- en infrasector. Er zijn voorlopig 9 woningbouwprojecten, 5 utiliteitsprojecten en 6 infraprojecten aangemeld. Bouwend Nederland licht alvast enige deelnemers uit en vermeldt dat projecten zich kunnen aanmelden via dagvandebouw.nl.

Aanleg Maximabrug in Alphen aan den Rijn

Alphen aan den Rijn krijgt een energieneutrale brug. TBI-onderneming Mobilis en haar samenwerkingspartners Aannemingsmaatschappij Van Gelder en Hollandia Infra bouwen deze Koningin Máximabrug in opdracht van Gemeente Alphen aan den Rijn. Het project zal eind 2016 afgerond worden. Tijdens de Dag van de Bouw kunnen bezoekers zien hoe deze brug wordt gebouwd, onder andere vanaf een speciaal uitkijkpunt. Zo wordt de bezoeker duidelijk gemaakt wat er voor nodig is om een duurzame brug te bouwen. Ook worden er activiteiten voor de jeugd aangeboden.aangeboden voor de jeugd.

Transformatie hoofdkantoor Alliander in Arnhem

Dura Vermeer renoveert in Arnhem het hoofdkantoor van netbeheerder Alliander (20.000m2). 80% van de materialen uit het oorspronkelijke gebouw zijn hergebruikt in het nieuwe ontwerp. Daarnaast wordt er extra aandacht besteed aan social return, lokale duurzaamheid, energieneutraliteit, CO2 reductie en het creëren van een stimulerende werkomgeving. In Bouw en Uitvoering 1 2016 staat een uitgebreid artikel over dit ambitieuze renovatieproject

Woningbouw Prinses van Geldrop

Bij dit project beslissen de toekomstige bewoners mee over de samenstelling van het type woningen en de inrichting van de openbare ruimten. Het project bestaat uit 6 loftwoningen, 5 patiowoningen, 2 vrijstaand geschakelde en 3 vrijstaande woningen. Houta Bouw opent op 4 juni de bouwhekken om het publiek in een inkijkje te geven in dit bijzonder vormgegeven woningbouwproject.

Floating Farm eerste drijvende boerderij

0
Floating Farm eerste drijvende boerderij

In Rotterdam staat de bouw van Floating farm, ‘het eerste drijvende melkveebedrijf ter wereld’, op punt van beginnen. Floating farm wordt aangelegd aan de Merwehaven in Rotterdam, waar de oude fruithavens worden getransformeerd tot broedplaats van innovatieve bedrijvigheid.

In de Merwehaven ligt bijvoorbeeld één van de eerste stadsakkers van Nederland, die van UitJeEIgenStad. Dit bedrijf is ook mede-initiatiefnemer van de drijvende boerderij die nu wordt aangelegd. Daarnaast zijn innovatiestichting Courage en Beladon, ontwikkelaar van drijvend vastgoed, bij het project betrokken. De oplevering van de eerste drijvende boerderij ter wereld wordt in het 3e kwartaal 2016 verwacht.

Levend laboratorium

De drijvende boerderij wordt aangelegd op betonnen drijflichamen en zal zo’n negenhonderd vierkante meter groot worden. Daarop zullen zestig melkkoeien gaan leven. Meteen op die drijflichamen komen de ontvangstruimten en de technologie voor mestverwerking, zuivelproductie en energieopslag. Vanaf het eerste dek leidt een trap naar de verdieping waar de koeien lopen tussen bomen en struiken. De Floating Farm ambieert om een drijvend en levend laboratorium te zijn voor innovatie. Bedrijven en onderzoeksinstellingen kunnen samen onderzoeken en experimenteren om zelfvoorzienende melkproductie eenheden op te zetten. Daarnaast zal reguliere voedingsproductie en mest- en urineverwerking plaatsvinden.

Bouwplaats als voorlichtingscentrum

De ambitie is om de drijvende boerderij volledig zelfvoorzienend te laten worden op het gebied van energie, door middel van zonnepanelen, kleine windmolens en biogasproductie. Ook wordt gekeken naar een onafhankelijke waterhuishouding, via opvang van regenwater het zuiveren en ontzilten van brak havenwater. Vanaf komende zomer fungeert het terrein als bouwplaats en voorlichtingscentrum tegelijk.

Zuid-Holland wil energieneutrale wegen

0
Zuid-Holland wil energieneutrale wegen

De provincie Noord-Holland wil van N470 en N211 twee energieneutrale wegen. Vorige week is begonnen met de voorbereidingen. Ingenieursbureaus, start-ups en innovatieve bedrijven werden tijdens een innovatiemiddag uitgedaagd door de provincie om te komen met oplossingen op het gebied van energie en infrastructuur, in voorbereiding op de aanbestedingsprocedure voor het onderhoud van de twee provinciale wegen.

Gedeputeerde Floor Vermeulen (Verkeer en Vervoer) over de plannen: “Verkeer en vervoer is een belangrijke energievrager, als je kijkt naar aanleg, beheer en onderhoud van provinciale wegen. Het gaat nu om twee wegen, maar op termijn willen we ons hele wegenareaal CO2-neutraal maken. Gecombineerd met de ambitie om de best bereikbare provincie te zijn creëren we in dit project kansen voor innovatie op het snijvlak van infrastructuur en energie. De provincie is opdrachtgever op veel meer terreinen. Daarom brengen wij juist vandaag deze twee werelden bij elkaar.”

Innovatie meets bouwwereld

De provincie Noord-Holland meldt dat het jaarlijks voor €400 miljoen aan opdrachten uitgeeft. “Door die 400 miljoen bewust te koppelen aan testen van duurzame nieuwe technieken kunnen grote slagen worden gemaakt”, aldus de provincie. Ruim 25 innovatieve bedrijven en 15 toonaangevende aannemers presenteerden hun plannen en producten tijdens de innovatiemiddag. Eén daarvan was Plant-E uit Wageningen, die nu al langs de N470 het pilotproject van de ‘plantenbatterij’ draait, waarmee stroom uit levende planten wordt opgevangen. Jonne Klaver, projectleider provincie Zuid-Holland: “We onderzoeken natuurlijk meer mogelijkheden voor energiebesparing en –opwekking. Zoals bijvoorbeeld de Energy Wall van de Green Village.”

Proeftuin

De N211 en N470 zijn dus uitgekozen als proeftuin waar bouw, infra, innovatie en energietransitie hand in hand gaan. Beide wegen dienen te worden getransformeerd tot wegen die energie besparen en opwekken.De provincie formuleert haar rol daarin als netwerkpartner die werkt aan een ‘slimme match’, waarbij een goede aanbesteding plaats kan vinden die optimaal inspeelt op de energieambities en onderhoud van de wegen. De aanbesteding start in het voorjaar van 2016. De geselecteerde aannemer start halverwege 2017 met de eerste werkzaamheden, en de verwachting is dat de wegen vanaf 2018 de eerste twee energieneutrale wegen van Zuid-Hollandse zijn.